01 Raadsvoorstel Wijkevoort - verkenning campusprofiel met ontwikkelstrategie
Tekst van het document
raad 2022_1349 definitief.docx
1
Raadsvoorstel Wijkevoort: campusprofiel met ontwikkelstrategie Aanleiding Op 15 november 2021 heeft de gemeenteraad van Tilburg het bestemmingsplan Werklandschap Wijkevoort 2020 vastgesteld, inclusief het Exploitatieplan Wijkevoort - fase 1 – 2021 en de Ontwikkelleidraad Werklandschap Wijkevoort. Onderdeel van deze besluitvorming was de opdracht aan het college “om het concept van een campus als motor voor de innovatie ontwikkeling verder uit te werken, daarbij tevens het profiel ‘Smartvoort’ nader uit te werken (..) en hier specifiek de rol van de gemeente en het meest passende ontwikkelmodel in mee te nemen, en ter besluitvorming hierover aan de raad voor te leggen. De regie die erfpacht biedt op de ontwikkeling is de ondergrens voor de verdere uitwerking. Daarmee wordt particulier (of privaat) eigendom niet uitgesloten.”
Beoogd effect/ bestuurlijk kader In het door de gemeenteraad vastgestelde akkoord ‘Meer voor elkaar - Akkoord gemeente Tilburg 2022-2026’ is opgenomen dat “de komende jaren de realisatie van Wijkevoort als toonaangevende innovatiecampus prioriteit heeft. (..) Op basis van het door de raad vastgestelde bestemmingsplan en de Ontwikkelleidraad bouwen we verder aan deze ontwikkeling, waar toekomstbestendige bedrijven en mensen werken in een inspirerende, groene omgeving”. “De keuze voor een innovatiecampus betekent ook dat veel meer lokale en regionale kenniswerkers onderdeel zullen worden van Wijkevoort. We willen de toekomstige werknemers van Wijkevoort actief opleiden en aan Tilburg binden. Wijkevoort biedt daarmee een kans voor Tilburgse bedrijven en verbindt onderwijs en arbeidsmarkt nadrukkelijk met elkaar.” In het Regionaal Ruimtelijke Overleg (RRO) voor Midden-Brabant zijn afspraken gemaakt over de ontwikkeling van Wijkevoort. De ontwikkeling van het Modern Industrieel en Logistiek Cluster vormt ook een belangrijk onderdeel in onze Brabantstrategie (Omgevingsvisie Tilburg 2040) en regionale strategische meerjarenagenda (Kloppend hart van metropoolregio Brabant). Op 3 december 2020 is regionale overeenstemming bereikt om op Wijkevoort 44,6 hectare bedrijventerrein te ontwikkelen.
Eerder (in 2020) heeft de raad de Uitvoeringsnota Versnelling Next Economy vastgesteld, met daarin bijzondere aandacht voor de thema’s digitalisering, circulaire economie en de bedrijvigheid en banen van de toekomst. De ontwikkeling van Wijkevoort als innovatiecampus geeft extra invulling aan deze agenda.
Voorstel 1.
2.
3.
Wijkevoort ontwikkelen als innovatiecampus met als profiel ‘digitalisering tastbaar en zichtbaar maken’ en het college opdracht te geven om dit campusprofiel in nauwe samenwerking met bedrijven, kennisinstellingen en andere stakeholders verder uit te werken tot een volwaardig campusconcept met gedeelde faciliteiten en programmering op het gebied van innovatie en opleiding/arbeidsmarkt; a. Wijkevoort ontwikkelen in een model waarbij de gemeente langjarig mee stuurt in een Campus Ontwikkelorganisatie (COO), de gronden in erfpacht uitgeeft en eindgebruikers / bedrijven op Wijkevoort de mogelijkheid biedt om hun eigen vastgoed te ontwikkelen (binnen de daarvoor gestelde kaders in de Ontwikkelleidraad) b. het college de opdracht geven om een voorstel voor een Campus Ontwikkelorganisatie (COO) uit te werken en aan de raad ter vaststelling voor te leggen; Het college de opdracht geven om een voorstel uit te werken en aan de gemeenteraad ter vaststelling voor te leggen, hoe de selectieprocedure van eindgebruikers / bedrijven er uit ziet zodat deze is toegespitst op de realisatie van een innovatiecampus.
Portefeuillehouder: Wethouder Van der Pol Behandelend ambtenaar: Economie & Arbeidsmarkt, E. Saras
raad 2022_1349 definitief.docx
2
Argumenten 1.1 Wijkevoort ontwikkelen als innovatiecampus speelt een belangrijke rol in het economisch programma van Tilburg en versterkt het regionale economische en innovatie ecosysteem. Met de innovatiecampus Wijkevoort versnellen we de ontwikkeling van een toekomstbestendige maakindustrie, die past in een circulaire economie en die bijdraagt aan de regionale werkgelegenheid. Het is een hoogwaardige vestigingsomgeving voor kennisintensieve bedrijven en nieuwe werkgelegenheid; die ook het MKB in de regio uitdaagt en faciliteert in toekomstbestendig ondernemen. De bedrijvigheid op en om de campus staat in wisselwerking met onderwijs- en kennisinstellingen uit de regio en is gericht op inhoudelijke thema’s en maatschappelijke opgaven (zoals circulaire economie en digitalisering). De innovatiecampus Wijkevoort is een katalysator voor innovatie (Next Economy agenda), circulaire economie, kennisdeling en talentontwikkeling (Smartvoort). De ontwikkeling van deze innovatiecampus biedt de kans om in samenwerking met het (regionale) bedrijfsleven en kennisinstellingen, toekomstige werknemers verder op te leiden en aan de regio te binden. Daarmee zal Wijkevoort een belangrijke rol spelen in het economisch programma van Tilburg met als doel het uitbouwen, weerbaar en wendbaar maken van het economisch ecosysteem gericht op de toekomst.
Een campus creëert economische en maatschappelijke meerwaarde en onderscheidt zich van een regulier werklandschap door het faciliteren van samenwerking tussen bedrijven onderling en met onderwijs- en onderzoekinstellingen. Innovatiecampus Wijkevoort vult een nu nog ontbrekende schakel in het regionale innovatie ecosysteem in. Hier ontstaat een concentratie aan activiteiten, waar kennis en (digitale) concepten doorontwikkeld worden in een productieomgeving, toegepast, opgeschaald, gedemonstreerd en beproefd in fieldlabs en pilotopstellingen. Ambitieuze en innovatieve bedrijven laten hier, samen met onderwijs en onderzoek, zien hoe een toekomstbestendige, digitale en circulaire industrie eruit ziet. Wat er op innovatiecampus Wijkevoort plaatsvindt aan innovatie, ontwikkeling en bijscholing blijft niet beperkt tot die locatie maar staat in wisselwerking met andere bedrijven en partijen in de regio. Want ook bij veel van die bedrijven vindt vernieuwing plaats. Het zal leiden tot uitrol en ontwikkelingen bij bedrijven veel breder in de stad, in de regio en in het land. 1.2. Het campusprofiel ‘digitalisering tastbaar en zichtbaar maken’ versnelt de ontwikkeling van een toekomstbestendige economie.
In de periode volgend op de vaststelling van het Bestemmingsplan en de Ontwikkelleidraad Wijkevoort is een brede dialoog gevoerd met bedrijven, onderwijs- en onderzoeksinstellingen en andere stakeholders over een onderscheidend en kansrijk campusprofiel. Daaruit is het campusprofiel ‘digitalisering tastbaar en zichtbaar maken’ ontstaan. De inhoudelijke thema’s die binnen het campusprofiel zullen worden uitgewerkt zijn: De interactie tussen digitale technologie (AI & Data, VR/AR, 5G & IoT) 1 en menselijk gedrag & maatschappij De inzet van digitale technologie voor productief, betekenisvol en plezierig werk, de ‘banen van de toekomst’ (versnellen van het Smartvoort toekomstscenario). Het benutten van de kansen voor digitale technologie voor een toekomstbestendige, circulaire economie In de notitie “Wijkevoort campusontwikkeling” (bijlage) wordt de regionale economische context, het profiel en de uitwerking van de campusontwikkeling op Wijkevoort in meer detail beschreven. 1.3. Het campusprofiel past in de onderscheidende propositie van de Stedelijke Regio Breda-Tilburg. De Stedelijke Regio Breda-Tilburg heeft een onderscheidend economisch en kennisprofiel op het vlak van ‘Digitale, creatieve technologie en interactie met gedrag & maatschappij’.
Met het campusprofiel ‘digitalisering tastbaar en zichtbaar maken’ sluiten we hier direct op aan en verbeteren we de interactie tussen het innovatie digitale kennisprofiel en het industriële DNA van de regio. Het profiel bevindt zich op de cross-over tussen de fysieke wereld, waar dingen worden gemaakt, geassembleerd, gedistribueerd en verkocht en de digitale technologie die deze processen zal veranderen en verduurzamen. In de overlap tussen dit fysieke en digitale domein groeit een nieuwe economie, ontstaan nieuwe producten en diensten, worden productieprocessen slimmer ingericht, kunnen bedrijven groeien en vinden mensen een ‘baan voor de toekomst’.
1
(Artificial Intelligence & Big Data, Virtual Reality/Artificial Reality, 5e Generatie (netwerk voor snelle dataoverdracht) en Internet of Things)
raad 2022_1349 definitief.docx
3
1.4. Het campusprofiel bouwt voort op sterk verankerd ‘DNA’ van Tilburg in de maakindustrie De maak- en logistieke industrie is sterk vertegenwoordigd in de regio Hart van Brabant en de stad Tilburg. Een groot aantal MKB en internationale bedrijven is hier actief in de seriematige productie en logistiek met een gevarieerde complexiteit. Efficiency, volume en productiviteit staan voor deze bedrijven centraal en zij delen een aantal belangrijke uitdagingen om toekomstbestending te kunnen blijven ondernemen. Het gaat dan om: Het aantrekken, opleiden en verhogen van de productiviteit van technisch gekwalificeerde medewerkers; Het verhogen van de toegevoegde waarde van producten door personalisatie, servitization (extra service als verdienmodel) en andere vormen van business model innovatie; De digitalisering, automatisering en robotisering van de productieprocessen en het verzamelen en het benutten van data en de inzet van AI voor het optimaliseren van bedrijfsprocessen (smart industry); De geleidelijke overgang van fossiele grondstoffen naar hernieuwbare materialen, het hergebruik van afval- en retourstromen en de ontwikkeling van duurzame producten en processen (circulaire economie); Het reduceren en verduurzamen van energiegebruik, mobiliteit (zero emissie) en het optimaal benutten van restwarmte (energietransitie).
Met deze campusontwikkeling faciliteren we ook het lokale MKB om zich door te ontwikkelen en tot een toekomstbestendige bedrijfsvoering te komen. De campus Wijkevoort wordt een belangrijke ‘katalysator’ voor de vernieuwing binnen en met bedrijven uit dit industriële ‘DNA’. Het wordt een vliegwiel voor de kansen die digitalisering en dataficering bieden voor een circulaire, kennisintensieve en concurrerende economie. We bouwen daarbij voort op de resultaten en de community die de afgelopen jaren is opgebouwd op Gate2, één van de provinciale hotspots voor Smart Industry fieldlabs. En we versterken de verbinding tussen het regionale bedrijfsleven en het onderzoeksprogramma van Mindlabs. 1.5. Het campusprofiel past in de versnelling van het Smartvoort scenario, waarbij studenten en werknemers opgeleid worden voor de (digitale) banen van de toekomst. De innovatiecampus biedt nieuwe hybride werk-leer omgevingen en technische ‘fieldlabs’, waarin de nieuwste technologie en kennis beschikbaar is. Hierdoor kunnen studenten en werknemers nog beter worden opgeleid en bijgeschoold voor de ‘banen van de toekomst’, waarin digitale technologieën centraal staan. In het Ecorys rapport ‘Onderzoek arbeidsvraag Wijkevoort’ uit 2019 zijn aanbevelingen gedaan om te komen tot een samenhangend programma om de toekomstige arbeidsvraag en -aanbod in balans te brengen.
Dit ‘smartvoort’ programma zal onderdeel zijn van de brede aanpak van Midpoint Brabant om op thema’s en sectoren Human Capital Agenda’s te ontwikkelen. De innovatiecampus is een plek waar dit programma in de praktijk wordt gebracht. Kwalitatief vraagt de invulling van ‘smartvoort’ om een nauwe samenwerking met kennis- en onderwijsinstellingen en bedrijfsleven. Hiermee kunnen we anticiperen op de bedrijvigheid en werkgelegenheid van de toekomst en zorgen dat ook onze (hoger) opgeleide talenten qua werk aansluiting vinden in de stad en regio. 1.6. Het campusprofiel is passend binnen de bepaling uit het bestemmingsplan Wijkevoort. In het bestemmingsplan is opgenomen dat Wijkevoort zich richt op het segment functioneel-grootschalige bedrijven in de maak- en logistieke industrie. Ook het voorgestelde campusprofiel zal ruimte bieden aan dit segment van bedrijven. Daarnaast is een kenmerk van een campus dat er een diversiteit aan bedrijven is gevestigd, van groot tot klein, van startend tot volwassen. Dit naast ruimte voor gedeelde faciliteiten (fieldlabs), voor onderwijs- en kennisinstellingen en voor interactie & ontmoeting. Op een campus Wijkevoort is ook behoefte aan ruimte voor deze diversiteit. Deze kunnen we realiseren door nabij het Wijkermeer een centraal campusgebouw te realiseren.
Daarnaast zien we ruimte voor een grootschalig bedrijfsverzamelgebouw binnen de bepalingen van het bestemmingsplan Wijkevoort. 1.7. De eerste fase van Wijkevoort biedt voldoende ruimte voor de opbouw van een innovatiecampus. In fase 1 van Wijkevoort is circa 40 hectare beschikbaar voor ontwikkeling tot innovatiecampus. De meerwaarde van een campuslocatie groeit naarmate er zich een groter aantal en een grotere diversiteit aan bedrijven en kennisinstellingen kan vestigen. Fase 1 biedt de ruimte om diversiteit in bedrijven en kennisinstellingen te realiseren. Aandachtspunt in het ruimtelijk ontwerp is de grootschaligheid van de uit te geven kavels (zoals afgesproken in het Regionaal Ruimtelijk Overleg en opgenomen in het bestemmingsplan) in relatie tot de voor een campus gewenste dynamiek en interactie. Het realiseren van een (of meerdere) verzamelgebouwen is hierbij een kansrijke en belangrijke factor.
raad 2022_1349 definitief.docx
4
1.8. Voorbereidingen voor een campus moet gedragen worden door overheid, bedrijfsleven en onderwijs. Het college heeft gesprekken gevoerd met ondernemers en onderwijs- / kennisinstellingen; om te verkennen of een innovatiecampus de economie van Tilburg kan versterken en welk campusprofiel als kansrijk wordt gezien. Uiteindelijk moet de innovatiecampus worden gedragen door de overheid, bedrijfsleven en onderwijs (de ‘triple helix’). Alleen samen zorgen zij voor de gewenste dynamiek als de campus operationeel is. En ook in de verdere voorbereiding van de campus is het samenspel van deze partijen gewenst. Zodat vanaf het begin duidelijk wordt wat partijen elkaar hebben te bieden en van elkaar verwachten. Naar aanleiding van onze verkenning is een aantal bedrijven en kennisinstellingen bereid gevonden om mee te denken over het campusprofiel, dit mee uit te diepen en aan te scherpen. Van hun inzichten en expertise maken wij graag gebruik om de campus een stap dichterbij te brengen. Doel is om gezamenlijk te komen tot een volwaardig campusconcept met gedeelde faciliteiten en programmering op het gebied van innovatie en opleiding/arbeidsmarkt. De partijen die meedenken over de uitwerking van het campusprofiel doen dit weloverwogen en zonder toezegging of garantie op een toekomstige vestiging op Wijkevoort. 2.1.
Centrale sturing op het concept en de fysieke inrichting, verhoogt de kwaliteit van de campus. Om de kwaliteit van de innovatiecampus te stimuleren en te borgen, is een Campus Ontwikkel Organisatie (COO) nodig. Deze ‘bewaakt’ het campusconcept door te blijven sturen op het totaal in plaats van losse individuele belangen. Zij bepaalt ook welke investeringen en activiteiten worden ondernomen ten gunste van het collectief. Denk dan bijvoorbeeld aan een duurzaam energiebedrijf Wijkevoort of aan gedeelde technische faciliteiten. Maar denk ook aan een aangename groene inrichting van de campus, waar werknemers en omwonenden prettig wandelen of fietsen. En aan een centrale plek op de campus, een ‘zone’ die is ingericht voor informele ontmoeting en kennisontwikkeling. Waar werknemers, studenten en lectoren elkaar ontmoeten en nieuwe onderzoeksprogramma’s opzetten of bij elkaar inspiratie en kennis vinden voor vernieuwende technologieën. Ervaring bij campusontwikkeling elders leert dat centrale regie en sturing nodig is om dit te realiseren en op langere termijn de kwaliteit te borgen. 2.2. Rendabele en onrendabele onderdelen van de campus zijn in handen van één campusorganisatie. Een innovatiecampus Wijkevoort genereert (afgezet tegen een werklandschap) meer innovatie, samenwerking tussen bedrijven onderling en met kennis- en onderzoeksinstellingen.
Zowel binnen de campus als met bedrijven en instelling in Tilburg en de omliggende regio. Maar niet alle faciliteiten of bedrijven die noodzakelijk zijn om tot een bloeiende campus te komen, zullen rendabel te exploiteren zijn. Daarom is het van belang om partijen die baat hebben bij de campus, mee te laten betalen aan deze onrendabele voorzieningen. Dat wordt via de campus ontwikkelorganisatie (COO) bij elkaar gebracht. Eén partij heeft aangegeven tot zelfrealisatie over te willen gaan (binnen de bepalingen van het bestemmingsplan en de ontwikkelleidraad). Met deze grondeigenaar gaan we in overleg hoe hij kan bijdragen aan de ontwikkeling van de innovatiecampus. 2.3. De gemeente is de aanjager voor de campusontwikkeling en stuurt mee op de invulling. Voor de campusontwikkeling is het belangrijk dat er centrale sturing is op het concept, een gedragen triplehelix aanpak met een gezamenlijk inhoudelijk (innovatie)programma waarbij ook onrendabele onderdelen (voorzieningen) tot stand komen. Dit heeft u al kunnen lezen in dit voorstel. Deze voorwaarden komen het beste tot zijn recht in een model, waarbij de COO erfpachter is van de gronden op Wijkevoort en deze verder in erfpacht uitgeeft aan de eindgebruikers / bedrijven. Deze bedrijven zijn ‘eigenaar’ van de gebouwen (opstallen) op de grond waarover zij erfpacht betalen.
Door een opslag op de erfpachtvergoeding (canon) te zetten, komen er middelen beschikbaar voor de COO waarmee ook de onrendabele onderdelen van de campus bekostigd kunnen worden. De COO stuurt op de invulling en de bewaking van het campusconcept. Dit is een hybride model, waarbij eigendom is verdeeld over de COO (gronden) en eindgebruikers / bedrijven (vastgoed). Voor de gemeente heeft dit model de mogelijkheid om deel te nemen in de COO om zo te sturen op de conceptwaarde, terwijl de gronden in eigendom blijven van de gemeente. Bij de uitgifte in erfpacht aan de COO kan de gemeente eveneens sturing geven. Deze twee voordelen zijn veel minder aanwezig in een model waarbij de COO volledig eigenaar is van de gronden en vastgoed of een model waarbij de COO een verbinder is zonder bezit van gronden of vastgoed. Zie voor meer toelichting de notitie van adviesbureau Brink in de bijlage.
raad 2022_1349 definitief.docx
5
2.4. Een campusorganisatie dient vanaf de start van Wijkevoort actief te zijn. Het ontwikkelen en vangen van de conceptwaarde van een campus dient vanaf start te gebeuren vanuit een heldere visie, en heeft invloed op de inrichting en uitgifte van gronden. Het langjarig, financieel dekkend opzetten van een COO als er al versnipperd eigendom in het gebied is, is geen haalbare route. Vandaar dat de COO actief dient te zijn vanaf de start. 2.5. Erfpacht geeft de gemeente de mogelijkheid tot sturing. Erfpacht is de enige wijze van gronduitgifte waarbij de gemeente op de lange termijn regie houdt op wat er met deze gronden gebeurt. Uitgifte van gronden in erfpacht aan de campus ontwikkelorganisatie (COO), die deze ‘doorlegt’ aan de eindgebruikers / bedrijven, past ook binnen de randvoorwaarden die de gemeenteraad heeft meegeven. Het is als ‘ondergrens’ meegegeven bij de vaststelling van het bestemmingsplan Wijkevoort (nov. 2021). In de gesprekken die wij voeren met partijen die interesse tonen voor Wijkevoort, krijgen wij terug dat erfpacht voor hen een ‘voorstelbare’ manier van gronduitgifte is. Bovendien zien we dat bij meerdere campusontwikkelingen (zoals BIC en Pivot Park) in Nederland er voor erfpacht wordt gekozen. Erfpacht past volledig binnen de opgestelde grondexploitatie.
Voor de grondexploitatie maakt het financieel niet uit of de gronden worden verkocht of in erfpacht worden uitgegeven. De grondexploitatie is een tijdelijke exploitatie die uitsluitend bestemd is voor het vervaardigen van bouwrijpe grond. Nadat de gronden bouwrijp zijn gemaakt en uitgegeven zijn wordt de grondexploitatie gesloten en kan het resultaat worden genomen. Zie bijgevoegde notitie, die ook een bijlage was bij het raadsbesluit bestemmingsplan Wijkevoort uit november 2021. Wij adviseren niet om gronden per kavel te verkopen of alle gronden aan één partij die ook verantwoordelijk is voor de ontwikkeling van vastgoed. De gemeente of de COO verliest dan haar invloed op de ontwikkeling van de campus. Onzeker wordt dan of de campusontwikkeling tot stand komt en hier ook langjarig aan wordt vastgehouden. Wel is het voorstelbaar dat een of meerdere private partners (risicodragend) participeren in de COO. 2.6. Het is voor (MKB-)ondernemers aantrekkelijk om het vastgoed zelf te ontwikkelen. Wij bieden de mogelijkheid aan de eindgebruikers / bedrijven om hun eigen vastgoed te ontwikkelen. Dit is vooral aantrekkelijk voor eindgebruikers / bedrijven die specifieke eisen (maatwerk) stellen aan hun pand of om via het vastgoed enig vermogen op te bouwen (vaak als pensioenvoorziening voor later). Dit speelt met name onder MKB-ondernemers en bij familiebedrijven.
Eindgebruikers / bedrijven die geen behoefte hebben aan eigen vastgoed, kunnen zelf een ontwikkelaar inschakelen voor de realisatie van het bedrijfspand en vervolgens huren. 2.7. De inrichting en het functioneren van de COO werken we verder uit. Wij nemen op dit moment het voortouw bij de campusontwikkeling, waarbij we medestanders uitnodigen om aan te haken. Er is nu (nog) geen andere partij grote aanjager voor het campusprofiel, die van nature een groot lange termijn belang heeft bij het campusprofiel. Daarom is het wenselijk dat wij een rol spelen binnen de (inrichting van) de COO. De COO heeft namelijk veel invloed op het realiseren van de conceptwaarde. De inrichting van de COO werken we nog uit, onder meer op de aspecten juridische structuur, businesscase / benodigde financiën en organisatie. Deze uitwerking omvat verder een nadere verkenning welke andere publieke of private partners (risicodragend) kunnen participeren in de COO en bevat een goede inschatting van de benodigde middelen en de wijze van financiering van de COO. De conclusies en adviezen op basis van deze uitwerking, leggen we ter vaststelling voor aan de gemeenteraad. 2.8. De campusontwikkeling kan gevolgen hebben voor het risicoprofiel van de GREX Wijkevoort. Het risicoprofiel van de grondexploitatie (GREX) Wijkevoort kan hoger zijn bij een campusontwikkeling dan bij een werklandschap.
Dit komt omdat bij een campusontwikkeling Wijkevoort naar verwachting de gronden minder snel worden uitgegeven dan bij een werklandschap waardoor de onzekerheid van de parameters ‘opbrengstenstijging’ en ‘rente’ over een langere periode spelen. Dit hoeft niet persé te leiden tot een nadeliger financieel planresultaat, het kan ook gunstiger uitpakken als bijvoorbeeld de grondprijzen stijgen. Wel betekent dat dat toekomstige winsten die we in de huidige GREX voorzien, later ontstaan en dus ook later ingezet kunnen worden voor andere grondexploitaties en stedelijke ontwikkelingen.
raad 2022_1349 definitief.docx
6
3.1. Een campus daagt belangstellenden uit tot een scherpe propositie, bovenop de criteria uit de Ontwikkelleidraad. De ontwikkeling van een campus volgt een vergelijkbaar proces als de ontwikkeling van een werklandschap. Ook de eindgebruikers / bedrijven die zich op de campus Wijkevoort willen vestigen, hebben te voldoen aan de criteria uit de Ontwikkelleidraad. Daarnaast daagt een campusprofiel hen uit om aan te geven hoe zij hieraan invulling gaan geven. De aanvullende criteria betreft onder meer het volgende: o de mate waarin het bedrijf past binnen het campusconcept, en de wens en motivatie vanuit het bedrijf om bij te dragen en deel te nemen in het campusconcept en waarde creatie voor het gehele regionale bedrijfsleven. o Het bedrijf is geïnteresseerd in het gebruik van de incourante faciliteiten op de campus. o Bedrijven onderschrijven de gewenste diversiteit – een succesfactor voor een campus. De COO creëert via de selectie een mix aan grote/kleine, lokale/internationale, jonge/gevestigde bedrijven, een mix van bedrijven en kennisinstellingen, enzovoorts. Sommige partijen zullen hun aansluiting op het campusconcept direct kunnen aangeven vanuit hun bestaande bedrijfsvoering. Andere partijen zullen nog een doorontwikkeling moeten maken om ook daadwerkelijk te kunnen laten zien hoe zij gaan bijdragen aan het campusconcept.
De campus ontwikkelorganisatie (COO) zal na oprichting actieve acquisitie voeren naar partijen die bijdragen aan het campusconcept. Ook zal zij via ‘business development’ bestaande bedrijven ondersteunen hun ideeën verder uit te werken en om nieuwe bedrijvigheid te stimuleren. Bovenstaande aanvullende selectie eisen hebben invloed op het groeitempo van een campus: dit tempo is in de ontwikkelfase van de campus naar verwachting lager dan bij een werklandschap. 3.2. De selectiecriteria dienen transparant en voor iedere gegadigde bekend te zijn (Didam-arrest). De Ontwikkelleidraad geeft criteria waaraan bedrijven moeten voldoen en in hun aanvraag voor vestiging moeten opnemen. Een nog in te stellen Adviescommissie beoordeelt of de aanvragen aan deze criteria voldoen en adviseert het college hierover. Er is nog niet vastgelegd hoe het college de adviezen weegt, mocht er bijvoorbeeld te weinig ruimte zijn Wijkevoort (fase 1) om alle bedrijven te huisvesten die een positief oordeel van de Adviescommissie hebben gekregen. Dit onderdeel van de selectieprocedure moet nog worden ingevuld. De gemeente moet tijdig en voorafgaand duidelijkheid scheppen over het voornemen tot verkoop van de onroerende zaak, de selectieprocedure, het tijdschema en de toe te passen selectiecriteria.
De bekendmaking hiervan dient op zodanige wijze te geschieden dat (potentiële) gegadigden daarvan kennis kunnen nemen. De toe te passen selectiecriteria moeten, met inachtneming van de gemeentelijke toekomende beleidsruimte, objectief, toetsbaar en redelijk zijn.
Risico’s Niet van toepassing.
Kosten en dekking Om het campusprofiel verder uit te werken tot een volwaardig campusconcept en om de COO uit te werken, dekken we de kosten in 2022 uit bestaande middelen voor Versterking Next Economy, maar hebben we tevens aanvullende middelen nodig voor inhuur van personeel en / of voor het inwinnen van advies. Om de kosten voor 2023 en verder te dekken wordt aan de raad een voorstel gedaan bij besluitvorming over de programmabegroting 2023-2026. Daarbij wordt voor 2023 een dekking van € 150.000 voorgesteld en voor de jaren 20242026 jaarlijks € 250.000. Op het moment dat u deze begroting vaststelt, dan is er voldoende dekking om het campusconcept en de campus ontwikkelorganisatie verder uit te werken en ten uitvoering te brengen.
Vervolg •
De uitwerking van de Campus Ontwikkel Organisatie en de aanpassing van de selectieprocedure van bedrijven verwachten wij in juli of september 2023 aan de gemeenteraad te kunnen voorleggen. In het voorstel voor een Campus Ontwikkelorganisatie (COO) zijn in ieder geval uitgewerkt:
raad 2022_1349 definitief.docx
•
• •
7
- missie en visie - de wijze waarop de ‘triple helix’ samenwerking vorm krijgt - doelen, taken en governance COO - organisatie en bemensing - financiën - juridische structuur - partijen die partner kunnen zijn in de COO - uitvoeringsplan oprichting en start COO; Wij nemen het voortouw om in nauwe samenwerking met bedrijven, kennisinstellingen, ontwikkelorganisaties en andere overheden het campusprofiel uit te werken tot een volwaardig campusconcept, faciliteiten en programmering op het gebied van innovatie en opleiding. Over de voortgang informeren we u periodiek. De voorgestelde besluiten hebben mogelijk consequenties voor de afsprakenbrief met Intospace. Wij komen zoals afgesproken eind 2022 bij u terug over de scenario’s in de afsprakenbrief. In de raadsinformatiebrief van 7 juni 2022 hebben wij al een aantal mijlpalen beschreven. Daarbij gaan we er van uit dat er geen fysieke activiteiten ten behoeve van Wijkevoort worden verricht, voordat de uitspraak van de Raad van State bekend is. Uitzondering daarop is de aanleg van natuurcompensatie.
In de tussentijd informeren we belanghebbenden en geïnteresseerde partijen via onze reguliere middelen, zoals een nieuwsbrief, website en reguliere overleggen met het georganiseerde bedrijfsleven (BORT, VNO-NCW en Midpoint Brabant).
Bijlagen 1. 2. 3.
Notitie campusprofiel Wijkevoort Notitie Wijkevoort – Ontwikkelstrategie (adviesbureau Brink, juni 2022) Notitie Erfpacht (deze was ook een bijlage bij het raadsvoorstel Bestemmingsplan Wijkevoort)
Tilburg, 13 september 2022 Het college van burgemeester en wethouders van Tilburg, de secretaris, de burgemeester,
raad 2022_1349 definitief.docx
8
Raadsbesluit De raad van de gemeente Tilburg; -
gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders;
Besluit 1.
2.
3.
Wijkevoort te ontwikkelen als innovatiecampus met als profiel ‘digitalisering tastbaar en zichtbaar maken’ en het college opdracht te geven om dit campusprofiel in nauwe samenwerking met bedrijven, kennisinstellingen en andere stakeholders verder uit te werken tot een volwaardig campusconcept met gedeelde faciliteiten en programmering op het gebied van innovatie en opleiding/arbeidsmarkt; a. Wijkevoort te ontwikkelen in een model waarbij de gemeente langjarig mee stuurt in een Campus Ontwikkelorganisatie (COO), de gronden in erfpacht uitgeeft en eindgebruikers / bedrijven op Wijkevoort de mogelijkheid biedt om hun eigen vastgoed te ontwikkelen (binnen de daarvoor gestelde kaders in de Ontwikkelleidraad) en b. het college opdracht te geven om een voorstel voor een Campus Ontwikkelorganisatie (COO) uit te werken en aan de raad ter vaststelling voor te leggen; Het college opdracht te geven om een voorstel uit te werken en aan de gemeenteraad ter vaststelling voor te leggen, hoe de selectieprocedure van eindgebruikers / bedrijven er uit ziet zodat deze is toegespitst op de realisatie van een innovatiecampus.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 14 november 2022.
de griffier,
voorzitter,