01 Raadsvoorstel Subsidiebeleid 2024-2027
Tekst van het document
raad 2023_1462 definitief.docx
1
Raadsvoorstel Subsidiebeleid 2024-2027 Aanleiding De huidige Kadernota subsidiebeleid 2017-2020 moet worden geactualiseerd. Op 13 maart 2023 heeft de gemeenteraad de startnotitie vastgesteld voor de actualisatie van het subsidiebeleid en de Algemene Subsidieverordening Tilburg. In de nota Kaderstelling 2022-2026 is de Kadernota subsidiebeleid gekwalificeerd als een middelennota, een bijzondere vorm van een beleidsnota. De nota beschrijft instrumentele kaders en geldt voor alle onderdelen van de Programmabegroting en gaat over velden en programma’s (steden) heen. Een middelennota bepaalt de spelregels voor het beleid.
Beoogd effect/ bestuurlijk kader Subsidiebeleid dat transparant is en bijdraagt aan het realiseren van impact in de maatschappelijke opgaven.
Voorstel 1. het Subsidiebeleid 2024-2027 vaststellen; 2. de Algemene Subsidieverordening Tilburg 2023 vaststellen.
Argumenten 1.1. Het subsidiebeleid moet worden geactualiseerd. Door verschillende beleidsaanpassingen, zoals het toepassen van de methodiek van Impactgericht subsidiëren (hierna: IGS), moet de bestaande Kadernota Subsidiebeleid 2017-2020 worden geactualiseerd. Dit is een van de aanbevelingen in het rapport Impact op subsidies (oktober 2022) van de Rekenkamer Tilburg. De algehele opzet en structuur van de beleidsnota is aangepast zodat er geen vergelijking tussen de oude en nieuwe nota is opgenomen. 1.2. Meerjarige samenwerking en partnerschap wordt als algemeen uitgangspunt toegevoegd. Aan de bestaande uitgangspunten ‘Werken op basis van vertrouwen’, ‘Passende regeldruk en administratieve lasten’ en ‘Dienstverlening aan inwoners en instellingen’ is een vierde uitgangspunt ‘Samenwerken en langdurig partnerschap’ toegevoegd. Dit uitgangspunt benadrukt het belang van de basisinfrastructuur met de voor Tilburg relevante instellingen en organisaties en dat belang te borgen door bijvoorbeeld meerjarig te subsidiëren. 1.3. Impactgericht subsidiëren (IGS) wordt vastgelegd in het subsidiebeleid. De belangrijkste wijziging is het opnemen van de methodiek van impactgericht subsidiëren waarin vanuit de maatschappelijke opgave en een beoordelingskader wordt gewerkt. Daarnaast zal er meer worden ingezet op subsidieregelingen.
Dit alles met oog voor de meerjarige en structurele samenwerking met de subsidiepartners in de stad. Verder is er aandacht voor de (on)mogelijkheden in het leggen van causale relaties tussen subsidie en impact en wordt uitgegaan van het goede gesprek met maatwerk en een redelijke balans als het gaat om het willen weten (informatie) en de daarvoor benodigde meetlast. In de komende jaren wordt zorgvuldig en in kleine stappen onderzocht en gewerkt aan het verbreden van de inzet impactgericht subsidiëren naar andere beleidsterreinen. 1.4. De normbedragen voor de verantwoordingscategorieën worden verhoogd. Uit ervaring blijkt dat de verantwoording op basis van de vier verantwoordingscategorieën zowel voor de gemeente als voor de aanvragers in het algemeen goed werkt. Het merendeel van verleende subsidies in euro’s valt onder het zwaarste verantwoordingsregime. Uit vergelijkend onderzoek blijkt dat Tilburg daarmee op de lijn van een aantal andere gemeente en provincie zit en op onderdelen minder eisen stelt. De huidige normbedragen worden gehanteerd vanaf 2017.
raad 2023_1462 definitief.docx
2
In de afgelopen jaren zijn prijzen en lonen gestegen waardoor voor dezelfde activiteiten meer kosten gemaakt worden en de subsidies daardoor stijgen. In de externe consultatie hebben de partners daar aandacht voor gevraagd omdat door het handhaven van de huidige normbedragen het kan voorkomen dat een subsidieontvanger voor dezelfde activiteit in een hogere verantwoordingscategorie terecht komt (b.v. in plaats van een melding, ook een inhoudelijk verslag). Dit is aanleiding geweest voor een heroverweging. Vanuit het uitgangspunt ‘Passende regeldruk en administratieve lasten’ is de conclusie dat een verzwaring niet wenselijk is en daarom worden in het subsidiebeleid de normbedragen verhoogd naar € 9.000,- (was € 7.500,-) en € 30.000,- (was € 25.000,-). Het hoogste normbedrag van € 125.000,- wordt wel op hetzelfde niveau gehouden omdat we daarmee in lijn blijven met het provinciale normbedrag. Dit is van belang om bij het door beschikken van provinciale subsidies gelijke eisen te kunnen stellen in de verantwoording. Gezien de absolute omvang van het bedrag, het relatief beperkt aantal grotere subsidiepartners (ca. 80), is de conclusie dat voor deze categorie er nog steeds sprake is van een redelijke verantwoordingseis. 1.5. Er is een paragraaf toegevoegd die ingaat op misbruik en oneigenlijk gebruik van subsidies. In het subsidiebeleid is de bestaande praktijk vastgelegd.
Het beleid beschrijft de zowel de preventieve als repressieve maatregelen waarmee misbruik en oneigenlijk gebruik van subsidies wordt voorkomen en hoe toezicht en handhaving daarop plaatsvindt. 1.6. De inzichten uit de externe consultatie zijn meegenomen in de uitwerking van het beleid. Op 22 juni 2023 is het conceptbeleid voorgelegd aan een diverse groep subsidiepartners. De externe consultatie heeft goede inzichten opgeleverd die passen in het subsidiebeleid en hebben op een aantal aspecten tot aanscherping en aanpassing geleid. De belangrijkste aandachtspunten worden kort toegelicht. Er is uitgebreid stilgestaan bij de methode van impactgericht subsidiëren en er s benadrukt dat het meten van causale verbanden niet moet worden overschat, maar dat het zoeken is naar de balans in wat je wel kunt meten (en zelf zou willen weten wat en hoe je het doet) en het beleidsverhaal dat richting geeft aan de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd. Soms kan gebruik worden gemaakt van wetenschappelijk onderzochte en bewezen methodes, dat zou dan ‘verhaal’ genoeg moeten zijn, mits vertaald naar de Tilburgse context. Er moet ook aandacht zijn voor het in stand houden van de Tilburgse infrastructuur/netwerken. Tegelijkertijd moet het ook mogelijk zijn in te schrijven op subsidieregelingen om samenhang tussen beleidsthema’s te versterken (b.v.
bibliotheek die inschrijft en bijdraagt aan het realiseren van doelstellingen op het gebied van onderwijs). In het voorgestelde subsidiebeleid zijn deze herkenbare aspecten toegelicht en verwerkt. Verder moet er oog zijn hoe de gemeente omgaat met jaarlijkse of meerjarige subsidies als het subsidiebedrag voornamelijk opgaat aan huur en dienstverbanden (de langjarige basisactiviteiten) en er slechts beperkt extra impactgerichte activiteiten worden gesubsidieerd (80%-20%). Is Impactgericht subsidiëren dan altijd zinvol, hoe maak je de verandering zichtbaar? In het voorgestelde subsidiebeleid is ruimte gecreëerd om hierin maatwerk te leveren. Opgemerkt werd verder dat de verbreding van de inzet van impactgericht subsidiëring naar andere beleidsterreinen zorgvuldig en geleidelijk zal moeten zowel voor subsidieaanvragers als de gemeente. Het ontwikkelen van vakmanschap en expertise op impactgericht subsidiëren kost tijd. Daar past geen rigide aanpak bij, wel gesprekken, samen leren en maatwerk tussen organisaties en accounthouders van de gemeente. Ook past hierin het opnemen van ‘herijkmomenten’ bij meerjarige subsidies zodat de verantwoordingseisen worden aangepast aan de actuele inzichten. In het voorgestelde subsidiebeleid is voldoende ruimte gecreëerd om hierin maatwerk te (blijven) leveren.
raad 2023_1462 definitief.docx
3
Op het punt van de dienstverlening en de doorlooptijd van de afhandeling mag de gemeente meer oog hebben voor het feit dat organisaties tijdig zekerheid nodig hebben over te ontvangen subsidies van belang is als subsidieaanvragers (langdurige) verplichtingen moeten aangaan. Passende mandatering kan daarbij de snelheid ten goede komen. In het subsidiebeleid wordt benadrukt dat de monitoring en verbetering van de dienstverlening continu aandacht vraagt. Gevraagd is verder of de normbedragen van de verantwoordingscategorieën aan de inflatie kunnen worden aangepast (verhoogd). Deze vraag is aanleiding geweest opnieuw te kijken naar de hoogte van de normbedragen met als resultaat dat deze zijn aangepast. Onder argument 1.4 van dit raadsvoorstel is dit toegelicht. Tenslotte is gevraagd of het mogelijk is de controleverklaring voor subsidies vanaf € 125.000,- te vervangen door de lichtere beoordelingsverklaring. Bij een beoordelingsverklaring beoordeelt een accountant een financieel rapport (zoals een jaarrekening) door onder andere cijferanalyses. Bij een controleverklaring wordt diepgaander gecontroleerd en worden (op locatie) uitgebreide werkzaamheden uitgevoerd om het oordeel te onderbouwen. Gezien de omvang van het subsidiebedrag wordt vanuit het oogpunt van voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik vastgehouden aan de controleverklaring.
Wel hoeft de controleverklaring niet meer in alle gevallen goedkeurend te zijn, zodat bijvoorbeeld een kleine organisatie geen functiescheiding (met meer administratieve lasten) hoeft toe te passen. In het subsidiebeleid wordt dit verder toegelicht. 1.7. De inzichten uit het gesprek tussen college en raad zijn verwerkt in het beleid. Op 19 juni hebben raad en college met elkaar gesproken over de rolverdeling en de informatie die de raad nodig heeft om haar controlerende rol te kunnen vervullen. De raad wil niet in detail en op basis van lange lijsten controleren maar vooral op signaleringsniveau weten hoe de inzet van het subsidie-instrument verloopt, hoe subsidies aan doelen worden gekoppeld en of het effect dat werd beoogd, ook wordt bereikt. Een jaarlijks gesprek over alle subsidies is daarvoor niet nodig maar het zou wel onderwerp van het beleidsgesprek tussen raad en college moeten zijn, waarbij subsidies worden besproken in samenhang met de andere instrumenten die worden ingezet om het doel te bereiken. Dit aspect moet worden meegenomen in de ontwikkeling en vormgeving van dit beleidsgesprek. De raad wil graag in gesprek met subsidiepartners, waarbij de voorkeur uitgaat naar het afleggen van werkbezoeken. In overleg met de griffie kan worden bekeken welke werkbezoeken zouden kunnen worden gepland en ingepast in de agenda’s.
Het zou de raad verder helpen als er meer lijn en structuur komt in de huidige informatiestroom van b.v. verslagen van subsidiepartners. In het subsidiebeleid is een paragraaf toegevoegd waarin het samenspel van raad en college wordt beschreven. 1.8. De aanbevelingen van de Rekenkamer Tilburg zijn verwerkt in het subsidiebeleid. In de door de raad vastgestelde startnotitie is opgenomen dat de aanbevelingen van de Rekenkamer Tilburg een prominente plek moet krijgen. In de bijlage wordt per aanbeveling toegelicht of en hoe dit is verwerkt in het subsidiebeleid. 1.9. De uitvoeringstoets laat zien dat het subsidiebeleid uitvoerbaar is. De verbreding van de inzet van Impactgericht subsidiëren (met subsidieregelingen) binnen het sociale domein en naar andere domeinen zal wel geleidelijk plaats moeten vinden (groeimodel) gedurende de looptijd van het subsidiebeleid (2024-2027) en per domein een eigen toepassing krijgen. Betrokken medewerkers moeten adequaat worden begeleid en getraind zodat zij in staat zijn het impactgericht subsidiëren in samenwerking met de subsidiepartners vorm te geven. Het nieuwe beleid vraagt voor wat betreft de dienstverlening en het werkproces geen wezenlijk andere verbeteracties dan in de afgelopen jaren al zijn ingezet. Ook daarvoor geldt dat dit een proces van geleidelijkheid en continue verbetering is.
Aandachtspunt is het beleggen van de rol van keten(proces)eigenaar voor het gehele subsidieproces. Daarmee wordt binnen de organisatie richting gegeven en wordt de verbetering van de uitvoering van het subsidieproces en dienstverlening gestimuleerd en geborgd. De risico’s voor de uitvoering zijn beperkt en kunnen met gerichte maatregelen voldoende worden beheerst.
raad 2023_1462 definitief.docx
4
2.1. De Algemene Subsidieverordening Tilburg moet worden geactualiseerd. De aanpassing van het subsidiebeleid leidt tot aanpassing van de Algemene Subsidieverordening Tilburg. Na vaststelling door de raad én publicatie treedt de ASVT 2023 in werking. De huidige ASVT wordt ingetrokken. Er is geen sprake van een overgangsregime aangezien de bepalingen in de ASVT, waaronder de verantwoordingsregimes, begunstigend zijn voor de subsidieontvanger. Indien in de reeds afgegeven subsidiebeschikkingen specifieke verplichtingen zijn opgenomen rondom de verantwoording, dan blijven deze van kracht. Indien in de subsidiebeschikking enkel een verwijzing wordt gemaakt naar de algemene subsidieverordening, dan gelden de verantwoordingsregimes uit de ASVT. Voor impactgericht subsidiëren gelden de verhoogde normbedragen vanaf de subsidieaanvraag 2025. Voor 2024 zijn de subsidiekaders namelijk al namelijk al in subsidieregelingen vastgesteld op basis van de oude normbedragen. 2.2. De nieuwe Algemene Subsidieverordening is vergeleken met de VNG Modelverordening. Bij het opstellen van de ASVT is gebruik gemaakt van de modelverordening van de VNG met het oog op het verbeteren van de kwaliteit van regels, verminderen van de regeldruk en verbeteren van de dienstverlening. De verordening is inhoudelijk grotendeels vergelijkbaar met de vorige verordening.
Er zijn kleine aanpassingen doorgevoerd zoals de mogelijkheid een projectverantwoording in te dienen in plaats van een jaarrekening. De aanvrager hoeft voor veel minder rechtshandelingen toestemming te vragen aan de gemeente. En de aanvraag en beslistermijnen zijn anders dan in de oude ASV. Er is een artikelsgewijze toelichting bij de subsidieverordening opgenomen. Bij de vergelijking met de modelverordening VNG is er naar gestreefd de nieuwe verordening zo eenvoudig en duidelijk mogelijk te houden. In bijlage is een Was-Wordt overzicht opgenomen waarin de verschillen inzichtelijk zijn gemaakt en waar nodig worden toegelicht.
Risico’s N.v.t.
Kosten en dekking De uitvoering van het geactualiseerde subsidiebeleid vraagt naar de huidige inschatting geen extra financiële middelen. De benodigde investeringen in werkprocessen, systemen en mensen kunnen vooralsnog binnen de organisatie- en bedrijfsvoeringkosten worden opgevangen. Als gaandeweg toch extra financiële middelen nodig blijken te zijn, zal hiervoor een voorstel worden ingebracht in de integrale afweging binnen de reguliere P&Ccyclus.
Vervolg Na vaststelling van het subsidiebeleid gaat de organisatie door met de uitvoering van het subsidiebeleid, het (verbreden) van impactgericht subsidiëren en het verbeteren van de dienstverlening en werkprocessen. Via de beleidsgesprekken tussen raad en college wordt de raad op de hoogte gehouden van de voortgang en resultaten. Na vaststelling door de raad wordt de Algemene Subsidieverordening Tilburg 2023 gepubliceerd en treedt deze in werking.
Evaluatie Evaluatie vindt plaats in het laatste jaar van de looptijd van het subsidiebeleid (2027) gericht op de actualisatie van het beleid voor 2028 en verder.
raad 2023_1462 definitief.docx
Bijlagen Middelennota Subsidiebeleid 2024-2027 Algemene subsidieverordening Tilburg 2023 met artikelsgewijze toelichting Vergelijkend overzicht Algemene Subsidieverordening Tilburg (Oud-VNG-Nieuw) Verwerking aanbevelingen Rekenkamer Tilburg
Tilburg, 11 juli 2023 Het college van burgemeester en wethouders van Tilburg, de secretaris, de burgemeester,
5
raad 2023_1462 definitief.docx
6
Raadsbesluit De raad van de gemeente Tilburg; -
gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders;
Besluit 1. het Subsidiebeleid 2024-2027 vast te stellen; 2. de Algemene Subsidieverordening Tilburg 2023 vast te stellen.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 2 oktober 2023.
de griffier,
voorzitter,