01 Raadsvoorstel Normaliseren van zorg- en hulpaanvragen_gewijzigd
Tekst van het document
raad 2021_1126 nieuw definitief
1
Raadsvoorstel "het nieuwe normaal" Beleidskader Normaliseren Aanleiding Normaliseren is één van de uitgangspunten in de inkoopstrategie sociaal domein. Daarnaast heeft de raad aandacht gevraagd voor normaliseren via de aangenomen moties ‘samen normaliseren’ en ‘een stevige basis voor opgroeien en opvoeden’. Beide moties riepen op om tot een raadsvoorstel over normaliseren te komen om de sociale basis en preventie te versterken. We werken aan een inclusieve stad, waar mensen erbij horen, ertoe doen, meedoen en zelfredzaam zijn. Tilburgers hebben onderweg in het leven, wel eens tegenslag, dat hebben we allemaal. We hebben teveel afgeleerd om het hier samen op school, op het werk, in onze vrije tijd over te hebben en te ontdekken dat wij niet de enigen zijn, maar dat ook anderen deze gevoelens en tegenslag meemaken, dat dit bij het leven hoort. Vooral de jongere generatie krijgt het tegenovergestelde mee. Door de individualisering en beeldvorming in sociale media, lijkt de druk om perfect te zijn in uiterlijk, prestaties, sociale contacten fors toe te nemen en de drang aan dat keurslijf te voldoen wordt steeds groter. Het kan voor hen ook nog eens voelen als je eigen schuld of die van je ouders als je niet aan dat perfecte plaatje voldoet. Deze ontwikkeling wordt extra versterkt door de medische wereld.
In het handboek voor de medische wereld over wat normaal gedrag is of niet, DSM-51, is het aantal psychische ziektebeelden verdrievoudigd. Het effect is dat veel mensen het etiket psychische beperking opgeplakt krijgen en de individuele specialistische ondersteuning ingaan, i.p.v. de ruimte krijgen om op school of op het werk gevoelens met elkaar te delen of gewoon af en toe eens flink de energie kwijt te raken door sporten of bewegen. Het krijgen van een label leidt er ook toe dat iemand zichzelf niet meer ‘normaal’ vindt en bang is niet meer geaccepteerd te worden, stigma kan tot uitsluiting leiden 2. We gunnen alle inwoners dat ondersteuning in hun eigen omgeving (informeel) voldoende steun biedt en dat specialistische ondersteuning niet nodig is. Het thema normaliseren staat voor ons in de eerste plaats voor het mensen helpen zichzelf te helpen, niet te snel etiketten opplakken, maar juist in het gewone leven weer ruimte creëren voor wie we zijn, met alle leuke, gekke en soms minder fijne dingen die daar bij horen. Kortom gewone problemen, gewoon oplossen. Vanzelfsprekend krijgen inwoners die professionale/spcialistische ondersteuning nodig hebben dat nog steeds tijdig, kwalitatief en laagdrempelig.
Bovenstaande ontwikkelingen en inzichten maken dat we een extra slag willen maken met de al eerder ingezette beweging, van individueel specialistisch naar “het versterken van ontwikkeling en sociale veerkracht” in het gewone leven. In dit raadsvoorstel vragen we u te besluiten over de uitgangspunten, doelen en om de uitwerking via 4 lijnen vorm en inhoud te geven. Verder leggen we een aantal oplossingsrichtingen voor die we financieel vertalen en ter integrale afweging voorleggen bij het vaststellen van de programmabegroting 2022. Beoogd effect/ bestuurlijk kader Dat kinderen, jongeren, volwassenen en ouderen actief mee kunnen en mogen doen in de samenleving, door de verschillen tussen inwoners juist te waarderen in plaats van ze onnodig te problematiseren en medicaliseren. Hiermee de zorg en ondersteuning kwalitatief, toegankelijk en betaalbaar te houden voor wie dat echt nodig heeft.
1
Diagnostic en Statistical menu of Mental disorders Kenniscentrum kinder- en jeugdpsychiatrie Portefeuillehouder: Wethouder Hendrickx Behandelend ambtenaar: Karin Smeets, telefoon (mobiel) 06 21689170 2
raad 2021_1126 nieuw definitief
2
Voorstel 1.
2.
3.
4.
5. 6.
Vaststellen van de volgende uitgangspunten rondom het thema ‘normaliseren van zorg- en hulpvragen’: • Het gewone leven van de inwoners staat centraal; het biedt voldoende ruimte om jezelf te zijn en jezelf te ontwikkelen. • We investeren in preventie en vroegsignalering, zodat inwoners voldoende steun kunnen vinden in het gewone leven. • Inclusiviteit staat voorop, verschillen worden niet uitvergroot of gemedicaliseerd maar juist gewaardeerd. • Gewone problemen worden gewoon opgelost, voorop staat het recht op een oplossing, niet het recht op zorg. • We gaan uit van wat iemand kan i.p.v. iemands beperkingen, iedereen kan een waardevolle bijdrage leveren. • Als dat nodig is, bieden we als gemeente een passende oplossing aanvullend op wat mensen zelf al kunnen. • We werken vanuit de praktijk van inwoner/professional, gericht op gedeeld eigenaarschap. Vaststellen van de doelen die we willen bereiken via de uitwerking van de uitgangspunten onder beslispunt 1: • We lossen gewone problemen meer gewoon op, minder problematiseren en medicaliseren. • Meer informele steun voor inwoners in het gewone leven • Mensen beter helpen zichzelf en anderen te helpen • Specialistische ondersteuning meer combineren met lichte en informele ondersteuning in de leefwereld van de inwoner, hierdoor nemen duur en intensiteit van de specialistische ondersteuning af.
De uitwerking van de bovenstaande beslispunten vorm en inhoud geven langs 4 lijnen: • Beeldvorming • Steun in het gewone leven • Mensen helpen zichzelf en anderen te helpen • Doen wat nodig is Minder individueel specialistische ondersteuning Jeugd, Wmo en Participatie inkopen, en daarvoor de wet als nadrukkelijk uitgangspunt nemen. Bij jeugd geldt dat besluitvorming hierover regionaal plaats vindt door de Bestuurscommissie Jeugd. Klanttevredenheid meten van inwoners die hulpvragen bij de Toegang hebben gesteld. Kennisnemen van de reactie van het college op het advies van de sociale raad.
Argumenten 1.1.
Deze uitgangspunten geven richting aan de uitwerking van het begrip normaliseren in de praktijk, bv. voor het voeren van het gesprek met de inwoners. In de uitgangspunten geven we nadrukkelijk aan dat we verschillen tussen mensen waarderen in plaats van problematiseren. Extra druk of stil zijn of af en toe last hebben van angstige of sombere gedachtes of niet zo handig zijn in sociale contacten is geen reden om zorg in te zetten. Er wordt gekeken naar wat iemand zelf of van anderen kan leren of wat in de omgeving van een inwoner nodig is om mee te kunnen doen.
1.2.
Deze uitgangspunten voorkomen het problematiseren en stigmatiseren van inwoners. Onderzoek wijst uit dat het krijgen van een label er toe leidt dat iemand zichzelf niet meer ‘normaal’ vindt en bang is niet meer geaccepteerd te worden, stigma kan tot uitsluiting leiden 3.
1.3
Inwoners die het nodig hebben krijgen passende ondersteuning. In het gesprek met de inwoner wordt de professionele afweging gemaakt of mensen passende, specialistische ondersteuning nodig hebben.
3
Kenniscentrum kinder- en jeugdpsychiatrie
raad 2021_1126 nieuw definitief
3
2.
Deze doelen zijn gericht op het bereiken van maatschappelijke, financiële en institutionele impact. De maatschappelijke impact is dat de inwoner zich voldoende gesteund voelt in het gewone leven. Door eerdere en betere steun in het gewone leven en door minder te problematiseren en medicaliseren, is passende ondersteuning voor inwoners minder nodig en wordt financiële impact bereikt. De institutionele impact heeft betrekking op de veranderende rol en samenwerking van de professional in de Toegang, aanbieders en inwoners zelf. De professional richt zich meer op het helpen van mensen zichzelf en elkaar te helpen in plaats van direct een voorziening of ondersteuning te regelen.
2.1.
Door in het contract met aanbieders voorwaarden op te nemen om tijdens de ondersteuning optimaal gebruik te maken van mogelijkheden in de eigen omgeving van de client, wordt de duur en intensiteit van de specialistische hulp beperkt en de zelfredzaamheid van de client tijdens en na afloop van de ondersteuning versterkt. Uit het AEF onderzoek naar jeugdhulp blijkt dat de kosten in de jeugdhulp oplopen doordat de uitstroom stagneert.
3. 3.1.
Het thema “normaliseren” kent verschillende dimensies, die om een andere aanpak vragen. Beeldvorming en bewustwording over wat normaal is of niet vraagt om een maatschappelijk landelijk, regionaal en lokaal debat met onze inwoners. Door het voeren van een debat over normaliseren wordt met de inwoners een open gesprek gevoerd over wat we wel en niet van elkaar verwachten. Wat vinden we acceptabel bij het ouder worden, mogen onze kinderen zijn wie ze zijn etc. etc. We kunnen dit gesprek bijvoorbeeld voeren in het licht van Tilburgerschap. Voor het voeren van het goede gesprek is het nodig dat we met onze taal aansluiten bij de taal van onze inwoners, het begrip normaliseren is teveel systeemtaal. Bij de implementatie wordt samen met communicatie experts en inwoners gezocht naar een ander begrip voor normaliseren. Bij het maatschappelijk debat horen ook de lobbyactiviteiten die het normaliseren bevorderen, bijvoorbeeld lobby voor inkomensafhankelijke ondersteuning en meer inzet op preventie door zorgverzekeraars.
3.2.1.
Meer steun in het gewone leven, vraagt om een goede sociale basis in de wijken en om een extra plus daar waar nodig. Steun voor inwoners in het gewone leven om langer actief, gezond te blijven, elkaar te ontmoeten vraagt om een goede sociale basisinfrastructuur en sociale cohesie, zoals mogelijkheden om te sporten en te bewegen, culturele activiteiten, burenhulp, vrijwilligerswerk, welzijnswerk etc. Maar ook voldoende aandacht voor preventie en vroegsignalering, zodat inwoners en mantelzorgers voldoende gezien worden en de mogelijkheid hebben om hun vragen te stellen en aan te geven of ze (informele) ondersteuning nodig hebben. In de beleidsnota “sociale basis” (september 2021) worden de uitgangspunten en opgaven aan de raad voorgelegd.
3.2.2.
Voor kinderen/ jongeren en hun ouders is extra steun in het gewone leven noodzakelijk. We willen dit o.a. vorm geven door (zie bijlage 1, raadsbrief preventie jeugd): • Te faciliteren dat ouders informatie uit kunnen wisselen en elkaar kunnen ondersteunen bij het opvoeden van hun kinderen. • De sociale infrastructuur voor jeugd in de breedte te versterken. • De weerbaarheid en mentale gezondheid van kinderen en jongeren samen met het onderwijs en andere partners te versterken. Hierbij ook speciale aandacht te besteden aan de overgang basisonderwijs naar voortgezet onderwijs, een periode waar jongeren extra gevoelig zijn voor verkeerde invloeden. Hierbij staan de 8 versterkende ontwikkelgebieden voor de jeugd centraal, zoals verder uitgewerkt in de beleidsnota integrale jeugdaanpak (21 september 2020). Deze dienen als uitgangspunt van daar geformuleerde doelen en indicatoren en zijn gekoppeld aan de waarde van de agenda sociaal 013, Goede Start. Een voorstel tot nieuw beleid/hefboom “versterken weerbaarheid en mentale gezondheid jeugd” wordt bij de integrale afweging van de programmabegroting 2022, voorgelegd.
3.2.3.
Steun in het gewone leven is voor ouderen belangrijk om langer actief, gezond te blijven, mee te kunnen blijven doen en ook langer en fijner thuis te kunnen blijven wonen.
raad 2021_1126 nieuw definitief
4
Vanuit de integrale kijk op ouderen wordt met het programma GGoud vorm en inhoud gegeven aan de doelstelling ouderen zo lang mogelijk vitaal te houden, zich verbonden te laten voelen en plezier te hebben. Dit wordt onder meer bereikt door de kwetsbaarheid van ouderen tijdig te signaleren en signalen op te volgen en kwetsbare ouderen perspectief te bieden, zowel op het gebied van wonen, zorg en welzijn/meedoen. Ook wordt onderling contact en steun georganiseerd of gefaciliteerd waar nodig en worden (laagdrempelige) mogelijkheden gecreëerd om elkaar te ontmoeten, maar ook om ouderen te stimuleren om structureel te sporten of te bewegen en mobiel te blijven, waar mogelijk in de eigen leefomgeving. Dit alles heeft tevens als doel om eenzaamheid te verminderen. Specifieke aandacht is er voor mantelzorgers; hoe kunnen zij worden ondersteund zodat zij de zorg voor hun naasten langer vol kunnen houden? Ook dementie is een thema wat in het programma als rode draad wordt meegenomen; wat vinden ouderen zelf belangrijk in hun leefomgeving om deze als veilig en prettig te ervaren en welke acties moeten prioriteit krijgen op zowel wonen, welzijn, zorg als openbare ruimte inclusief de dementievriendelijkheid van de wijk en eventuele winkelcentra. Daarnaast hebben we met VGZ en CZ afspraken gemaakt om invulling te geven aan het concept community care.
Daarin werken leefcoaches als vaste contactpersoon voor licht dementerende ouderen. De leefcoach maakt gebruik van zowel netwerkversterking, informele laagdrempelige voorzieningen als formele ondersteuning vanuit ZvW, Wmo als WLZ. 3.3.
Door meer ruimte te geven voor de gesprekken met inwoners en hun directe omgeving om te bekijken wat iemand zelf kan of nog kan leren, worden eerder en meer oplossingen in het gewone leven ingezet. Deze gesprekken worden zowel door vrijwilligers (fijn thuis gesprekken, jongeren, ervaringsdeskundigen) als professionals (bv. corporaties, Toegang, jongerenwerk, sociaal werk) gevoerd. Voor het voeren van het goede gesprek is het belangrijk dat de Toegang (incl. huisartsen) meer ruimte en betere instructies krijgen over wat gebruikelijk of normaal is om van de inwoners zelf te verwachten en moet de informatie over de mogelijkheden in de sociale basis transparant en eenvoudig toegankelijk zijn.
3.4.
Doen wat nodig is, leidt tot de meest logische en passende oplossing voor de inwoner en het gezin. In de Toegang wordt de integrale afweging gemaakt tussen draagkracht en draaglast van een inwoner en daar waar nodig passende ondersteuning ingezet.
raad 2021_1126 nieuw definitief
4.
5
In de afgelopen jaren is meer gebruik gemaakt van individuele specialistische ondersteuning jeugdhulp en Wmo dan wettelijk noodzakelijk is, terwijl er te weinig gebruik is gemaakt van de informele of lichtere ondersteuningsvormen. In de inkoopstrategie sociaal domein, heeft de raad dan ook het uitgangspunt “normaliseren” vastgesteld. Jeugdhulp Aan de bestuurscommissie jeugd wordt voorgesteld om een aantal ondersteuningsvormen niet meer individueel specialistisch in te kopen, zoals: • Buitenschoolse opvang voor kinderen met een beperking. Deze willen we vanaf 2022 via een subsidieregeling regelen, met de mogelijkheid om een inkomensafhankelijke eigen bijdrage te vragen. Deze vorm van opvang is geen jeugdhulp in de zin van de Jeugdwet. • Alternatieve therapieën, zoals acupunctuur, hypnotherapie en spirituele therapie. Dit is geen jeugdhulp in de zin van de Jeugdwet en volgens gedragswetenschappers geven ze onvoldoende resultaat voor het kind. Dat geldt ook voor sociale vaardigheidstrainingen, zoals rots/water en mindfulness trainingen. Eigenstandig zijn sociale vaardigheidstrainingen geen bewezen effectieve interventies. Wel kunnen ze bijvoorbeeld vanuit de school, schoolmaatschappelijk werk of algemeen maatschappelijk werk ingezet worden. Op groepsniveau kan het positieve effecten opleveren.
• Enkelvoudige vaktherapieën (zonder GGZ hoofdbehandelaar) zullen vanaf 2022 gelimiteerd worden ingezet. Volgens gedragswetenschappers is korte inzet de meest effectieve manier om enkelvoudige vaktherapie in te zetten. Het is een relatief laagdrempelige en lichte vorm van ondersteuning, die ingezet kan worden om zwaardere vormen te voorkomen. Daar horen dan ook voorwaarden bij die passen bij lichte ondersteuning, dus geen langdurige en veelvuldige inzet. Verder versterken we de beweging van individueel specialistisch naar lichte (collectieve) ondersteuning door: • Te zorgen dat eind 2022 in 75% van de huisartsenpraktijken een POH JGGZ werkzaam is. Zorgverzekeraars en gemeenten betalen beiden de helft, investering wordt gedekt uit hefboom POH JGGZ. Op basis van de ervaringen van 2019 en 2020 is de verwachting dat 40 - 60 % van de jeugdigen die bij de POH JGGZ komen niet meer wordt doorverwezen naar de BGGZ, SGGZ of jeugdhulp. • In Hart van Brabant is bij ADHD zorg een zorgpad ontwikkeld dat inzet op het verschuiven van 2e lijns zorg naar 1e lijns ondersteuning. Dit betekent dat, waar mogelijk, de huisarts de behandeling en controles uitvoert en niet meer het ziekenhuis. Voor ADHD+ blijven we de zorg bij ziekenhuizen inkopen. In de aanpak zijn inmiddels 1.737 kinderen geïncludeerd.
Het eerste resultaat is dat de instroom op de ADHD poli bij het ETZ afneemt van 503 nieuwe patiënten in 2018 naar 303 nieuwe patiënten in 2020. • Met het onderwijs is afgesproken, dat de ondersteuning die gericht is op het volgen van onderwijs en op het verder helpen van de leerling in zijn onderwijsontwikkeling de verantwoordelijkheid is van het onderwijs. Het gaat dan bijvoorbeeld om huiswerkbegeleiding, intelligentieonderzoek, het ondersteunen van leerlingen met (een vermoeden van) ADHD en ASS, therapieën en trainingen op school, extra didactische en pedagogische begeleiding die nodig is om onderwijsdoelen te bereiken. • Hulp bij dyslexie behoort tot de basisondersteuning van elke school. In het protocol van de school is vastgelegd hoe de school de kinderen met lees- en spellingproblemen ondersteunt. Het kan zijn dat het kind last heeft van Ernstige Enkelvoudige Dyslexie (EED) het diagnostisch onderzoek en bij definitieve vaststelling de behandeling van EED wordt wel vergoed. Wet maatschappelijke ondersteuning, hierbij denken we aan: Begeleiding De bedoeling is om Wmo begeleiding vanaf 1 januari 2022 taak- en gebiedsgericht in te kopen. Het proces om dit te realiseren loopt nog. Hierbij worden ook partners uit de sociale basis, zoals sociaal werk, GGD, welzijnswerk en anderen betrokken, zodat de begeleiding in een gebied naast formele ook
raad 2021_1126 nieuw definitief
6
uit informele (collectieve) ondersteuning gaat bestaan. Het beoogde resultaat is dat de inwoner sneller zelfstandig en zelfredzaam wordt en dat minder (lang) Wmo begeleiding ingezet hoeft te worden. Verder wordt onderzocht of we (delen) van de arbeidsmatige dagbesteding en het beschut werk binnen participatie sterker met elkaar kunnen verbinden. Waarbij niet de zorg centraal staat, maar de mogelijkheid om mee te doen betaald of onbetaald. Hulpmiddelen • We gaan van recht op een voorziening naar recht op ondersteuning bij het vinden van een oplossing, om dit te realiseren versterken we onze adviesfunctie. • We zoeken de ruimte in het collectief, van recht op een individuele voorziening naar recht op ondersteuning in het collectief. • We normaliseren de oplossing: een voorziening is niet per definitie een zorgvoorziening. Een concreet voorbeeld hiervan is dat we voornemens zijn om op locaties waar meerdere ouderen bij elkaar wonen bij de nieuwe aanvragen geen individuele voorziening Scootmobiel meer te verstrekken maar deze in te zetten als een algemene voorziening. We plaatsen de ‘’shared scootmobielen”’ ter plekke. Een algemene voorziening maakt deze goed toegankelijk en er zit geen eigen bijdrage op. Daarmee is deze oplossing ook voordelig voor de inwoners. Participatie Normaliseren is geen veel gehanteerde terminologie binnen Participatie.
Omdat de inhoudelijke en financiële uitdagingen van het Sociaal Domein met elkaar verweven zijn, is het wel belangrijk om vanuit Participatie mee te denken en antwoorden te hebben op het vraagstuk van normaliseren. Vanuit de opdracht van Participatie kijkend zijn de belangrijkste aangrijpingspunten van normaliseren: • Oplossingen dichtbij in de leefwereld van de klant organiseren met zo min mogelijk systeem (en uiteindelijk minder kosten, meer rendement) • De klant echt centraal, intrinsieke motivatie als aangrijpingspunt voor activering. • Balans vinden in bovenstaande punten en toepassing en handhaving van wetgeving Omdat binnen Participatie sinds 2015 meer dan 60% van de budgetten zijn wegbezuinigd, is deze manier van kijken noodzakelijkerwijs gemeengoed geworden en meer en meer ingebed. Zo is de financiële huishouding binnen Participatie ogenschijnlijk redelijk op orde, maar is de inhoudelijke urgentie om meer dan nu klanten de aandacht te geven die ze verdienen erg hoog en springlevend. Dit heeft de afgelopen jaren al tot veel lokale en regionale initiatieven geleid. Zo zijn er regionaal verschillende initiatieven van kracht die publieke dienstverlening (systeem) tot een minimum beperken en het initiatief bij de klant en zijn omgeving leggen. Voorbeelden hiervan zijn: Startersbeurs, Samen Werk en Open Hiring.
Ook hebben we regionaal met het concept Rangeerterrein bedrijven gemobiliseerd in verschillende sectoren die werkzoekenden de kans geven om kennis te maken met verschillende werksoorten. Hierdoor ontdekt de klant in de praktijk bij bedrijven of hij bepaald werk leuk vindt en wat hij kan, in plaats van dit beeld in te kleuren aan de hand van gesprekken. Voor bedrijven is het een mogelijkheid om de klant te leren kennen en eventuele opleidingen op maat te faciliteren en vorm te geven. Tot slot noemen we de stap in Tilburg naar het nieuwe re-integratiemodel Tilburg investeert in Perspectief. Niet alleen voeren we de klantregisseur opnieuw in, maar wij kopen ook geen langdurige trajecten meer in. Dat past niet bij de wensen en ontwikkelingen van een klant om meer dan een paar maanden vooruit te kijken. Hierdoor sluiten we niet alleen aan bij het perspectief van de klant, maar ontstaat ook een beter kostenbeheersend effect. In het vraagstuk van normaliseren biedt Participatie ook een kans voor een belangrijke verbinding en opmaat naar meer samenhang in dienstverlening in het sociaal domein in de regio. Zo denken we dat als zorgaanbieders en SW bedrijven in de regio hun dienstverlening en infrastructuur beter gecombineerd inzetten er ook minder systeem en meer maatwerk mogelijk is.
Maar denk ook aan de mogelijkheden die praktijkdiagnostiek van Participatie biedt in verschillende praktijksettings om indiceringen in het sociaal domein in de regio vooruit te helpen. Het betrekken van de infrastructuur van SW bedrijven wordt in de uitwerking van de Wmo inkoop meegenomen.
raad 2021_1126 nieuw definitief
7
5.
We gaan klanttevredenheid meten om goed te kunnen volgen wat de impact van normaliseren is voor de inwoners. We gaan dit bij inwoners die hulpvragen hebben aan de Toegang door middel van klanttevredenheidsonderzoek meten en gaan steekproefsgewijs verdiepende gesprekken voeren met een aantal inwoners.
6.
Het advies van de sociale raad (bijlage 2) is mede door gezamenlijke gesprekken van gemeente en sociale raad met inwoners tot stand gekomen. Ook is door de gemeente met de leden van de jeugdwelzijnsraad gesproken, voor hun reactie wordt verwezen naar bijlage 3.
Risico’s •
•
•
Implementatietijd: Voor Toegang en aanbieders zal het op een andere manier in gesprek gaan met inwoners en het beter leren kennen van de informele en preventieve mogelijkheden in de omgeving van de inwoner, om nadere deskundigheidsbevordering en implementatietijd vragen. Juridisch risico: Er bestaat een risico dat de oplossing die het meest passend is bij de draagkracht van de inwoner/gezin niet altijd stand houdt bij de rechter, omdat het bij een rechterlijke toets anders geïnterpreteerd kan worden. Landelijk wordt momenteel gesproken om zowel de reikwijdte van de Wmo als Jeugdwet te beperken. Financieel risico: De door ons gewenste beweging om de hulpvragen van inwoners niet te problematiseren en medicaliseren, maar in te zetten op wat mensen wel kunnen, kan tot minder inzet van specialistische ondersteuning leiden. Dat geldt ook voor het verkorten van de duur en intensiteit van de specialistische ondersteuning. Mochten beiden onvoldoende besparingen opleveren dan heeft dit effect op de beheersing van de kosten Jeugdhulp en Wmo.
Kosten en dekking Normaliseren wordt gezien als één van de mogelijkheden om tot kostenbesparing en -beheersing te komen in het sociaal domein. Bij de perspectiefnota en bij de integrale afweging van de programmabegroting 2022, wordt in beeld gebracht welke budgetverschuivingen van het veld passende ondersteuning naar de velden sociaal en veerkrachtig en persoonlijke ontwikkeling noodzakelijk zijn en welke middelen kunnen worden bespaard. Ook wordt het voorstel nieuw beleid/hefboom “versterken weerbaarheid en mentale gezondheid jeugd” bij de integrale afweging programmabegroting 2022, voorgelegd.
Vervolg Het implementatieplan “normaliseren” wordt meegenomen bij de implementatie van de inkoopstrategie sociaal domein. De raad wordt bij de P&C cyclus op de hoogte gehouden van de resultaten.
Bijlagen Bijlage 1: Raadsbrief preventie jeugd Bijlage 2: Reactie college op en advies sociale raad Bijlage 3: Infographic “normaliseren” jeugdwelzijnsraad
Tilburg, 30 maart 2021 Het college van burgemeester en wethouders van Tilburg, de secretaris, de burgemeester,
raad 2021_1126 nieuw definitief
8
Raadsbesluit De raad van de gemeente Tilburg; -
gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders;
Besluit 1.
2.
3.
4.
5. 6.
Vaststellen van de volgende uitgangspunten rondom het thema ‘normaliseren van zorg- en hulpvragen’: • Het gewone leven van de inwoners staat centraal; het biedt voldoende ruimte om jezelf te zijn en jezelf te ontwikkelen. • We investeren in preventie en vroegsignalering, zodat inwoners voldoende steun kunnen vinden in het gewone leven. • Inclusiviteit staat voorop, verschillen worden niet uitvergroot of gemedicaliseerd maar juist gewaardeerd. • Gewone problemen worden gewoon opgelost, voorop staat het recht op een oplossing, niet het recht op zorg. • We gaan uit van wat iemand kan i.p.v. iemands beperkingen, iedereen kan een waardevolle bijdrage leveren. • Als dat nodig is, bieden we als gemeente een passende oplossing aanvullend op wat mensen zelf al kunnen. • We werken vanuit de praktijk van inwoner/professional, gericht op gedeeld eigenaarschap. Vaststellen van de doelen die we willen bereiken via de uitwerking van de uitgangspunten onder beslispunt 1: • We lossen gewone problemen meer gewoon op, minder problematiseren en medicaliseren. • Meer informele steun voor inwoners in het gewone leven • Mensen beter helpen zichzelf en anderen te helpen • Specialistische ondersteuning meer combineren met lichte en informele ondersteuning in de leefwereld van de inwoner, hierdoor nemen duur en intensiteit van de specialistische ondersteuning af.
De uitwerking van de bovenstaande beslispunten vorm en inhoud geven langs 4 lijnen: • Beeldvorming • Steun in het gewone leven • Mensen helpen zichzelf en anderen te helpen • Doen wat nodig is Minder individueel specialistische ondersteuning Jeugd, Wmo en Participatie inkopen, en daarvoor de wet als nadrukkelijk uitgangspunt nemen. Bij jeugd geldt dat besluitvorming hierover regionaal plaats vindt door de bestuurscommissie Jeugd. Klanttevredenheid meten van inwoners die hulpvragen bij de Toegang hebben gesteld. Kennisnemen van de reactie van het college op het advies van de sociale raad.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 17 mei 2021.
de griffier,
voorzitter,