CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

01 Raadsvoorstel Gezamenlijk Principeverzoek Buitengebied Zuidwest

Raadsvergadering 6 juli 2023, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel kaders en randvoorwaarden ontwikkeling Buitengebied Zuidwest4.384 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raad 2023_1437 definitief

1

Raadsvoorstel kaders en randvoorwaarden ontwikkeling Buitengebied Zuidwest. Aanleiding In Buitengebied Zuidwest, gelegen tussen de Bredaseweg (noord), de rijksweg A58 (zuid) en de Burgemeester Letschertweg (west) komen een aantal ontwikkelingen bij een. Dit is aanleiding geweest om de initiatiefnemers (Loonwerkbedrijf Van Broekhoven, Thielen Diervoeders en de ontwikkeling van Landgoed De Groene Kamer met 5 kamers) te verzoeken deze ontwikkelingen te bekijken in relatie tot elkaar en/of deze passend zijn binnen Stadsbos013. De ontwikkeling van het landgoed speelt al geruime tijd, hierover heeft het college in 2016 eerder een besluit (bijlage 1) genomen. Dit collegebesluit is in 2016 voor wensen en bedenkingen aan de gemeenteraad voorgelegd. Intussen is een lange tijd verstreken en zijn inzichten veranderd. Daarom ligt nu dit raadsvoorstel voor over nieuwe randvoorwaarden voor ontwikkeling Landgoed De Groene Kamer en de andere genoemde initiatieven in het gebied. Op basis van deze randvoorwaarden werken we toe naar een gewijzigd omgevingsplan. Dit omgevingsplan zal in het voorjaar van 2024 aan uw raad ter vaststelling worden aangeboden.

De oorspronkelijk gedachte ontwikkelingen liggen gevoelig in de omgeving met name vanwege de schaalgrootte van het totaal aan bebouwingswensen, mede in het licht van de nabije ontwikkeling van Wijkevoort en het gewenste behoud van openheid en agrarische functies in het gebied. In 2022 is veelvuldig met de interne projectgroep, de initiatiefnemers en overige betrokkenen gesproken over de plannen. In januari 2023 is een gezamenlijke principeverzoek ingediend en individuele principeverzoeken per initiatiefnemer. In maart 2023 hebben twee dialoogavonden plaatsgevonden. De 1e avond was informerend, de 2e avond betrof de dialoog. Met de nu voorgelegde besluitvorming door uw raad, met inachtneming van de uitkomsten van de omgevingsdialoog (bijlage 7, 8 en 9) en het eerder door de Bewonersvereniging Buitengebied Zuidwest uitgebrachte advies (bijlage 6) over de transitie van hun gebied Buitengebied Zuidwest als onderdeel van het Stadsbos013, ontstaat er duidelijkheid voor de initiatiefnemers, inwoners en overige betrokken partijen en wordt de basis gelegd voor de verdere besluitvorming rond het omgevingsplan.

Beoogd effect/ bestuurlijk kader Dat er in lijn met de omgevingsvisie Tilburg 2040 en het Ruimtelijk Raamwerk voor Stadsbos013, duidelijkheid ontstaat over de wenselijkheid en haalbaarheid van de initiatieven én binnen welke bestuurlijke kaders zij hun ontwikkeling verder vorm kunnen geven.

Voorstel 1. 2.

3.

Het bijgaand pakket van kaders en randvoorwaarden voor de ontwikkeling van Buitengebied Zuidwest Tilburg vaststellen. Het college verzoeken in nadere gesprekken met de eigenaar van recreatievoorziening ‘De Oliemeulen’ bezien of, en zo ja op welke landschappelijk aanvaardbare wijze, deze voorziening in het gebied kan worden ingepast door middel van een maatwerkbestemming. Daarbij als uitgangspunt te kiezen dat de activiteiten niet worden uitgebreid of verbreed t.o.v. de bestaande vestiging. Het college opdracht geven om op basis van de nu vastgestelde bestuurlijke kaders en randvoorwaarden de ruimtelijke procedure, die recht doet aan de voortgang van de initiatieven en passend is bij het gebiedsniveau, uit te werken en een gebiedsproces daarvan een belangrijk onderdeel te laten zijn..

Raad 2023_1437 definitief

2

Argumenten 1.

Te hanteren samenhangend pakket van kaders en randvoorwaarden: 1. a. het aantal toegestane aantal m² voor de gehele landgoedontwikkeling “De Groene Kamer” bedraagt max. 17.000 m² BVO bebouwd, waarbij de verdeling als volgt is: kamer 1 (voedsel) maximaal 3500 m² BVO bebouwd, kamer 2 (tuincentrum) maximaal 8500 m² BVO bebouwd en 3500 m² BVO onbebouwde buitenruimte, en voor de overige kamers (kamer 3 gezondheid, kamer 4 Proeflab, en kamer 5 educatie) gezamenlijk 5000 m² BVO bebouwd. Waarbij als uitganspunt geldt dat zowel de bebouwing, als ook de schaal en maat aan de noordelijke zijde van het landgoed naar het zuiden toe extensiever wordt en in schaal afneemt. b. de volgende kwalitatieve uitgangspunten zijn van toepassing op de ontwikkeling van het totale landgoed: i. dat voor het totale landgoed wordt aangesloten bij het agrarische karakter van het gebied en de agrarische opbouw van het gebied, met als hoofdkenmerk een open landschap met lange doorzichten door het gebied en clusters van bebouwing rond erven, goed ingepakt in een groene omkadering. ii. Het principe dat bij de m² BVO bebouwd “rood”, minimaal een gelijkwaardige omvang in natuur én een tenminste gelijkwaardige omvang natuurinclusief agrarisch gebied wordt gerealiseerd. iii. dat iedere kamer bestaat uit een serie gebouwen die samen één functie vormen en die zich toont als een erf. iv.

dat het tuincentrum bestaat uit minstens 4 losse gebouwen, van ongeveer de zelfde omvang, met ondergeschikte bouwdelen, mogelijk onderling verbonden die een variatie hebben in goothoogte, nokhoogte en dakhelling en variëren in de positionering t.o.v. elkaar en verschillen in uitstraling. v. Dat de buitenruimte van dit tuincentrumwordt ingericht in een samenstel van modeltuinen, waarvan maximaal 60% dient als buitenverkoop ruimte. vi. dat voor het tuincentrum een maximale goothoogte van 6 m en een maximale nokhoogte van 9 m toegestaan is. vii. dat de bebouwing van het tuincentrum natuurinclusief is met een accent op de erfsoorten die in dit agrarische gebieden veel voorkomen. viii. dat het erf van het tuincentrum aan alle kanten aangeplant wordt met een brede houtwal met gebiedseigen struiken en bomen. ix. dat het parkeren van het tuincentrum moet worden opgedeeld in compartimenten zodat de schaal van het terrein, het verhard oppervlak gebroken wordt, met een organische vormgeving en landelijke uitstraling. x. zichtlijnen; de 5 verschillende kamers liggen ‘los’ van elkaar met tussen de kamers een open agrarisch landschap. c. de volgende programmatische uitgangspunten zijn van toepassing op de totale ontwikkeling van het landgoed: i.

Kamer 1 Voedsel: restaurant 780 m² BVO, eventruimte/markthal 450 m² BVO, buitenschoolse opvang 860 m² BVO, landwinkel/fietsenverhuur, wooneenheden 1390 m² BVO. Daghoreca is toegestaan. Grootschalige evenementen niet. ii. Kamer 3 Gezondheid: nog nader te bepalen. iii. Kamer 5 Educatie: nog nader te bepalen. iv. Eco-cabins vinden aansluiting bij de toeristisch, recreatieve ontwikkeling van Stadsbos013. Dat in een nader te bepalen verdeling over de kamers, in het totaal maximaal 25 recreatiewoningen, niet bedoeld voor permanente bewoning, worden toegestaan, als onderdeel van de onder punt a) genoemde metrage BVO. Deze recreatiewoningen worden zorgvuldig landschappelijk ingepast als “eco-cabins”. Voor deze eco-cabins geld dat ze moeten aansluiten

Raad 2023_1437 definitief

2.

3.

4.

3

bij het erf concept en dat er een duidelijk landschappelijk plan onder de situering van de eco-cabins ligt, waarbij aangesloten wordt bij de manier van het beplanten van de erven van de boerderijen, omzomen van clusters met houtwallen. d. de wederzijdse wensen en mogelijkheden te verkennen van aankoop en verkoop van gronden noodzakelijk om tot de beschreven optimalisatie van het landgoed en de aanleg van de Ecologische Verbindingszone (EVZ) De Oude Leij te komen. e. Als uitgangspunt te kiezen dat het aanwezige grondgebonden melkveehouderij bedrijf aan Nieuwe Lijn 1 een duurzame positie blijft innemen in het gebied. Dit bedrijf daartoe door middel van een grondruil, als hierboven beschreven, tenminste evenveel grond kan blijven exploiteren en het bouwblok voor de bedrijfsactiviteiten onder nader te stellen inpassingsvoorwaarden, beperkt kan worden uitgebreid voor een toekomstige nieuwe melkveestal, ter vervanging van de bestaande stal. het afzonderlijk ingediende adviesverzoek om tijdelijk, voor de duur van maximaal 10 jaar, vooruitlopend op de ruimtelijke procedure voor het gehele Landgoed De Groene Kamer, een start te kunnen maken met het Proeflab (kamer 4) en de eco-tuinderij (kamer 5), met als aanvullende voorwaarden: a. de horeca ondergeschikt is aan de bijeenkomstfunctie en de verblijfsrecreatie en dus niet zelfstandig wordt geëxploiteerd; b.

de bijeenkomstfunctie met ondergeschikte horeca niet wordt gebruikt ten behoeve van feesten en partijen; c. de oppervlakte van de horeca inclusief terras maximaal 1/3 bedraagt van de nevenfuncties, met een maximum van 250 m²; de voorgestelde uitbreiding van het loonwerkbedrijf Van Broekhoven, incl. de voorgestelde mate van landschappelijke compensatie, met als aanvullende voorwaarden: a. mits dit de laatste uitbreiding betreft aan Keizersakker 12. b. mits de mestplaat, nu gelegen aan de Nieuwe Lijn, op Keizersakker 12 wordt geïntegreerd binnen het huidige perceel incl. de nu gevraagde uitbreiding. een uitbreiding van het diervoederbedrijf Thielen, ter grootte van maximaal x m² BVO; incl. landschappelijke compensatie, met als aanvullende voorwaarden: a. dat nader onderzocht en onderbouwd wordt op welke wijze deze uitbreiding op de kavel plaats vindt en of dat de uitbreiding daarmee binnen de bestaande landschappelijke inpassing past, i.v.m. het voorkomen van het onnodig opheffen van reeds bestaande landschappelijke inpassing (bomenrij). b. mits de beoogde detailhandelsfunctie zodanig wordt aangepast dat deze uitsluitend productiegebonden en ondergeschikt (totaal maximaal 150 m² BVO) is en daarmee past bij het landelijke en agrarische karakter van het gebied waarin het is gelegen.

1.1. Landgoed De Groene Kamer heeft een positieve ontwikkeling doorgemaakt t.o.v. 2016, maar heeft nog onvoldoende aangetoond, dat de voorgestelde uitbreiding passend is in dit gebied. Vanaf 2016 is het landgoed, met haar 5 kamers, doorontwikkeld tot één landgoed. Waarbij de regeneratieve landbouw geldt als leidmotief voor de invulling van alle kamers. Er heeft een afschaling plaatsgevonden ten opzichte van de metrages in het collegebesluit van 2016 en ook is de landschappelijke inpassing verder uitgewerkt. In het principeverzoek (bijlage 3) is een tuincentrum opgenomen van 13.520 m² BVO bebouwd oppervlak en 1.475 m² BVO onbebouwd oppervlak. De omvang en korrelgrootte van het beoogde tuincentrum wordt niet passend geacht in de omgeving, zowel qua verkeersaantrekkende werking, parkeervolume als ook de landschappelijke inpassing. Daarom wordt voorgesteld om de omvang van het tuincentrum te beperken tot maximaal 8.500 m² BVO bebouwd oppervlak en 3.500 m² BVO onbebouwd oppervlak (waarvan minder dan 60% buitenverkoop), waarbij strikte stedenbouwkundige en landschappelijke voorwaarden worden gesteld, zoals verwoord onder 1.1.b. De initiatiefnemer zal met een nadere uitwerking en schetsontwerp moeten aantonen daaraan te voldoen.

Raad 2023_1437 definitief

4

1.2. Een goede landschappelijke en stedenbouwkundige inpassing is randvoorwaardelijk. Buitengebied Zuidwest is in De Omgevingsvisie Tilburg 2040 en het Ruimtelijk Raamwerk Stadsbos013 bestempeld als stadregionaal park en daarmee als uitloopgebied voor de stad. Alle nieuwe functies in het gebied worden daarom aangesloten bij het agrarische karakter van het gebied en de agrarische opbouw van het gebied. Het hoofdkenmerk van het gebied is een open landschap met lange doorzichten door het gebied en een cluster van gebouwen rond erven, goed ingepakt in groene om kadering. Kamer 1 (voedsel) heeft in de uitwerking de uitstraling van een erf, de verschillende boerderijachtige gebouwen zijn georganiseerd rond dat erf. Ook de invulling van kamer 2 (tuincentrum) moet zich qua maat en schaal voegen naar deze opbouw van het gebied en opbouw van de erven. Daarbij draai alles om maat en schaal, geleding en menselijke maat van de gebouwen en hun positionering t.o.v. elkaar. Daarom moet het complex bestaat uit minstens 4 losse gebouwen van ongeveer dezelfde omvang, mogelijk onderling verbonden met ondergeschikte bouwdelen. De gebouwen hebben met een variatie in goothoogte, nokhoogte en dakhellingen.

De gebouwen worden geleed en gescheiden van elkaar mogelijk door verschillende model tuinen (met beplanting in de volle grond) die voor een ondergeschikt gedeelte ( minder dan 60%) kunnen dienen als buitenverkoop ruimte (planten uit de model tuinen kunnen daar te koop worden aangeboden). Een analyse van tuincentra en Tilburg maar belangrijker nog van de meest voorkomende grote gebouwen en schuren in het gebied leert dat een maximale goothoogte van 6 m en een maximale nokhoogte van 9 m de maximale schaal is, die nog passend is bij het gebied en maakt dat de landschappelijke inpassing met struiken en bomen snel effect heeft op het landschappelijk karakter en het afplanten van de bebouwing, de clusters en de erven. Voor de inpassing geldt het principe dat bij de m² BVO bebouwd “rood”, minimaal een gelijkwaardige omvang in natuur én minimaal een gelijkwaardige omvang in agrarisch groen wordt gerealiseerd. Belangrijk onderdeel is dat de 5 verschillende kamers ‘los’ liggen van elkaar met tussen de kamers een open agrarisch landschap ( bij voorkeur extensief gebruikt voor weidegang). Het zijn dus op zich zelf staande agrarische clusters ( landschappelijk ingepast met struweel ) van bebouwing in een open agrarisch landschap.

Voor het inpassen van het tuincentrum betekent dit dat het cluster van de bebouwing aan alle kanten moeten worden ingeplant met een brede houtwal van gebiedseigen struiken en bomen, in gevarieerd, organisch vormgegeven landschapselementen. Het parkeren moet worden opgedeeld in compartimenten zodat de schaal van het terrein/verhard oppervlak gebroken wordt. Waarbij de organische vormgeving en vormgeving met een landelijke uitstraling de voorkeur heeft. 1.3. Een tuincentrum nieuwe stijl/eco-stijl is passend binnen Stadsbos013. Waarbij veel aandacht is voor educatie, mensen dichter bij de natuur brengen en bewust maken van de opgaven rond klimaat, ecologie en biodiversiteit. Het klimaat neutraler en meer biodivers inrichten van je eigen tuin of je eigen buitenruimte moet gestimuleerd worden door een dergelijke voorziening (dit is ook de oorspronkelijke gedachte achter Landgoed De Groene Kamer). Daarmee ontstaat veel meer eigenaarschap voor deze opgaven bij de Tilburgers en gaan veel kleine maatregelen ook een effect hebben op het klimaat en de biodiversiteit in de stad. De stad wordt daarmee leefbaarder en inclusiever voor de groen-blauwe opgaven.

Het sluit daarmee ook beter aan bij de ambities van het stadsbos waar bij educatie en bewustwording als het gaat om onze (natuurlijke) omgeving een belangrijke rol speelt en die aan alle initiatieven in het stadsbos als voorwaarde wordt gesteld. 1.4. Het eerdere collegebesluit dateert al van 2016. Het is alweer zeven jaar geleden dat het college een besluit heeft genomen over Landgoed De Groene Kamer. Nadien is er veel veranderd. Zo is in 2019 door de raad een Ruimtelijk Raamwerk vastgesteld dat de ontwikkelrichting van het Stadsbos013 weergeeft. De gebiedsontwikkeling van het Stadsbos013 is op gang gekomen en het gebied ontwikkelt zich steeds meer tot een landschapspark en recreatief uitloopgebied voor de Tilburgers. De inzichten op het open houden van het landschap rondom Tilburg is daarmee veranderd en ook is het maatschappelijk draagvlak voor bebouwing in het gebied afgenomen. Dit vraagt nu om een nieuwe afweging. De landbouw maakt een transitie door die effect heeft op dit gebied. Ook hebben de plannen van Landgoed De Groene Kamer een doorontwikkeling gemaakt en ligt er een aangepast voorstel voor de invulling van de vijf kamers. 1.5. Gelet op de groei van de stad is het aannemelijk dat ondanks uitbreidingen van andere tuincentra in het verzorgingsgebied een tuincentrum als voorgesteld zal voldoen aan de Ladder voor Duurzame Verstedelijking.

De markt voor tuincentra is sterk in ontwikkeling. Er is sprake van schaalvergroting in deze branche. Dit is de reden dat ook andere centra in Tilburg en de regio afgelopen jaren zijn uitgebreid. Wel groeit de marktruimte

Raad 2023_1437 definitief

5

voor tuincentra met de groei van Tilburg mee. Zo is voor de komende jaren de bouw van een aanzienlijk aantal woningen in Tilburg Zuidwest voorzien. Bovendien is Landgoed De Groene Kamer gelegen in een deel van Tilburg waar (nog) geen tuincentrum is gelegen. Het is daarom aannemelijk dat de voorgenomen plannen voor een tuincentrum van ca. 8.500 m2 BVO bebouwd en 3.500 m2 BVO onbebouwd (waarvan minder dan 60% buitenverkoop) kan voldoen aan de eisen van de Ladder voor Duurzame verstedelijking ook zonder dat het bestaande tuincentrum op Stappegoor komt te vervallen. Mocht uit een nog uit te voeren Ladderonderzoek blijken dat de ruimte hiervoor niet voldoende aanwezig is, dan kunnen de plannen naar aanleiding van dit onderzoek indien ook door de initiatiefnemer gewenst en haalbaar naar in m2 BVO naar beneden worden bijgesteld. 1.6. Het toevoegen van horeca is passend bij de ambities voor Stadsbos en is overeenkomstig met de afspraken die in 2016 zijn vastgelegd. Het toevoegen van ca. 500 m2 BVO horeca in kamer 1 (voedsel) is al vastgelegd in de afspraken van 2016. Na de vaststelling van horecabeleid in februari door de raad heeft het college een uitvoeringsprogramma Horecavisie vastgesteld, daarin is opgenomen dat de bandbreedte voor horeca in het buitengebied verder uitgewerkt zal worden. Als uitgangspunt geldt daarbij dat enkel daghoreca is toegestaan.

Grootschalige evenementen zijn niet toegestaan. 1.7. Eco-cabins vinden aansluiting bij de toeristisch, recreatieve ontwikkeling van Stadsbos013. De lodges richten zich op een doelgroep die nu niet/beperkt bediend wordt. De ontwikkeling in het Stadsbos is gericht op gele en groene concepten, zoals in de Horecavisie aangegeven, passend bij de activiteiten in de omgeving, bij voorkeur in combinatie met leisure activiteiten zoals een (natuur)speeltuin. Met aandacht voor thema’s als gezondheid, circulariteit, klimaat en ecologie. 1.8. Aankopen van gronden maakt kwaliteitsverbetering in het gebied mogelijk. Om de verdere ontwikkeling van de ecologische verbindingszone (EVZ) De Oude Leij in dit gebied te kunnen garanderen en de melkveehouder in het gebied een duurzame toekomst te bieden is het noodzakelijk om gronden aan te kopen, te ruilen. De melkveehouder, op wiens grond een deel van de EVZ moet worden gerealiseerd, heeft aangegeven tenminste een even groot areaal aan gronden te willen behouden, rekening houdend met de landbouwkundige waarde van deze gronden. Dit opent de mogelijkheid van een grondruil. 1.9. Het Proeflab is belangrijk om een start te maken met de ontwikkeling van het landgoed. Beoogd is een tijdelijke omgevingsvergunning aan te vragen voor de duur van maximaal 10 jaar. Een principeverzoek (bijlage 12) is ingediend op 15 juli 2022 en aangepast op 22 november 2022.

Reden dat het college hier op korte termijn invulling aan wil geven is dat met een kleine buitenplanse wijziging van het vigerende bestemmingsplan het mogelijk is om op die plek te experimenteren met verschillende nevenactiviteiten bij de agrarische bedrijfsvoering, enerzijds als vorm van placemaking, anderzijds voor de ontwikkeling van een nieuwe stijl/verbreed landbouwbedrijf. Dit maakt mede dat de definitieve vorm van Landgoed De Groene Kamer in de toekomst op een juiste wijze bepaald kan worden. Bezien vanuit dat wat nodig is voor de verdere ontwikkeling van het landgoed, maar ook bezien vanuit dat wat de omgeving kan dragen en hoe het bij kan dragen aan Stadsbos013 en de doorontwikkeling tot landschapspark en recreatief uitloopgebied. 1.10. De uitbreiding van het loonwerkbedrijf is in principe passend in het gebied. Zie principeverzoek (bijlage 4). In de ruimtelijke procedure die volgt na het besluit van de raad over de voorwaarden zal het initiatief nader worden getoetst aan rijks- provinciaal- en gemeentelijk beleid en zullen onderzoeken worden verricht naar de planologische haalbaarheid van het initiatief. Op basis daarvan zullen de planologische kaders definitief bepaald worden. Deze uitbreiding is noodzakelijk om toekomstbestendig te zijn. Het loonwerkbedrijf voert haar werkzaamheden, met de daarvoor beschikbare machines, veelal uit in het buitengebied.

Vanwege haar functie, activiteiten vaak met zwaar materieel en uitstraling is het bedrijf niet passend op een regulier bedrijventerrein en juist wel gewenst in een agrarisch gebied (ecosysteem van bedrijven). Daarnaast gaat het om veel opslag van grond en laagwaardig materiaal waardoor de grondprijs op een regulier bedrijven terrein te hoog is. Het loonwerkbedrijf heeft wel uitgekeken naar andere geschikte plekken, maar die bleken in de nabije omgeving,

Raad 2023_1437 definitief

6

regio niet beschikbaar. Ook branchevereniging CUMULA onderschrijft dit en geeft aan dat 90% van dit soort bedrijven in het buitengebied of kernrand zones is gevestigd. 1.11. Deze uitbreiding betreft de laatste uitbreiding van het loonwerkbedrijf op deze locatie. Na de voorgestelde uitbreiding is het voor het loonwerkbedrijf niet meer gewenst om verder uit te breiden op deze locatie. Dit is ruimtelijk niet meer voorstelbaar en inpasbaar. Enkel interne aanpassingen voor een optimale bedrijfsvoering zijn dan nog aan de orde. 1.12. Er zijn geen eerdere toezeggingen bekend dat een uitbreiding voor het loonwerkbedrijf niet meer mogelijk zou zijn. Ondanks dat tijdens de dialoog is aangehaald dat er toezeggingen zouden zijn uit 2011 dat een nieuwe uitbreiding op locatie niet meer mogelijk was, is uit dossieronderzoek en overleg met eerdere dossierhouders gebleken dat dit niet aan de orde is / onderdeel was van een besluit toen. 1.13. Gezien de ontwikkelingen in Stadsbos013 is behoud van de mestplaat aan de Nieuwe Lijn niet wenselijk. De mestplaat is centraal gelegen in het gebied en ligt ten zuiden van de ontwikkeling van Landgoed De Groene Kamer. De stadsbosdiagonaal, in ontwikkeling, passeert straks de locatie van de huidige mestplaat. Met het oog op deze toenemende recreatieve functie van dit gebied is de mestplaat op die plek in de toekomst niet meer passend.

Ook verkeersbewegingen door het gebied worden verminderd als de mestplaat op de huidige locatie wordt ingepast. 1.14. Uitbreiding van het diervoederbedrijf is in principe passend in het gebied. Zie principeverzoek (bijlage 5). In de ruimtelijke procedure die volgt na het besluit van de raad over de principeverzoeken zal het initiatief nader worden getoetst aan rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid en zullen onderzoeken worden verricht naar de planologische haalbaarheid van het initiatief. Op basis daarvan zullen de planologische kaders definitief bepaald worden. Deze uitbreiding is noodzakelijk om toekomstbestendig te zijn. Het diervoederbedrijf is ondersteunend in het agrarisch gebied (ecosysteem van bedrijven). 1.15. De al op locatie gevestigde winkel is in strijd met de Visie Detailhandel. In de Visie Detailhandel is een keuze gemaakt op welke plekken detailhandel in de stad passend is, deze locatie voldoet daar niet aan, (nieuwe) winkels mogen zich enkel vestigen binnen winkelcentra. Omdat sprake is van een bedrijf waar deels productie plaatsvind en ook groothandel is er als maatwerk een beperkte vorm van detailhandel mogelijk. Enkel productiegebonden detailhandel is mogelijk op deze locatie tot een maximum van 150 m2, daarvan mag maximaal 50 m2 worden gebruikt voor ondergeschikte detailhandel.

Risico’s N.v.t.

Kosten en dekking PAK Voor de dekking van de ambtelijke uren die gemaakt zijn voor de diverse initiatieven zijn eerder dienstverleningsovereenkomsten (DVO) afgesloten. Bij Landgoed De Groene Kamer is deze DVO meerdere malen verlengd. Tijdens de laatste verantwoording (najaar 2022) is € 185.688,48 ten laste gebracht van de algemene middelen. Voor de uren nadien en de vervolgfasen worden anterieure ontwikkel- en exploitatieovereenkomsten gesloten, daarin worden nadere afspraken gemaakt over de aan de gemeente te vergoeden kosten. Kwaliteitsbijdragen Door te investeren in het gebied leveren de initiatiefnemers een gezamenlijk kwaliteitsbijdrage aan de ontwikkeling van dit deelgebied van Stadsbos013. De bijdrage dient te worden aangewend voor kwaliteitsmaatregelen en de groene, landschappelijke inpassing van de ontwikkelingen. . Nadat college en raad

Raad 2023_1437 definitief

7

akkoord zijn, zal voor deze ontwikkelingen een concreet landschappelijk inrichtingsplan met bestek worden uitgewerkt. Daarbij zal tevens een definitieve doorrekening worden gemaakt van de inrichtings- en beheerskosten en hoe deze zich verhouden met de verplichte forfaitaire bijdrage voor de landschappelijke/groene inpassing. Mocht de investering (inrichtingskosten) op eigen gronden niet voldoende zijn dan zal in kader van het plan een financiële bijdrage in het gemeentelijke groenfonds worden gestort met het verzoek deze gelden beschikbaar te stellen voor versterking van het gebied Zuidwest Tilburg c.q. Stadsbos013. Alle ‘rode’ ontwikkelingen zijn voor eigen rekening en risico van de initiatiefnemers. Investeringsfonds Klein Tilburg Bij het vaststellen van het bestemmingsplan ‘Werklandschap Wijkevoort’ (november 2021) is een amendement ‘Investeringsfonds Klein Tilburg -Toekomstbestendige werklocaties’ aanvaard: “Ten behoeve van de uitwerking van de Stadsbos013 ambities in het gebied `Klein Tilburg' en de eventuele aanvullende wensen vanuit de omgeving voor landschaps- en biodiversiteitsversterking en aantrekkelijke ontsluiting van het gebied binnen de huidige grondexploitatie een bedrag te reserveren van € 500.000 aangevuld met 50% van het positief saldo van de grondexploitatie(s) Wijkevoort tot een maximum van € 2,5 miljoen”

Vervolg Communicatie Na het collegebesluit zijn een bewonersbrief verzonden (bijlage 10) en nieuwsbericht (bijlage 11) geplaatst. Inwoners en overige betrokken partijen zijn daarmee geïnformeerd over het besluitvormingsproces door de raad. Na het raadsbesluit zal opnieuw een bewonersbrief en een nieuwsbericht worden verzonden. Vervolg omgevingsdialoog Inwoners en andere belanghebbenden hebben de plannen nu op hoofdlijnen gezien. Het is van belang dat zij tijdens de voorbereiding van de ruimtelijke procedure(s) betrokken blijven bij de ontwikkelingen en de initiatiefnemers met de omgeving in gesprek blijven over de concrete invulling. Op deze manier wordt er een passend vervolg gegeven aan de omgevingsdialoog. Gebiedsproces Daarnaast acht het college, nu de energie hiervoor in het gebied aanwezig is, het wenselijk om een nieuw gebiedsproces te starten, in aansluiting op de bestuurlijk gestelde kaders en met externe ondersteuning. Ruimtelijke procedure Na uw besluit onderzoekt het college en werkt zij de ruimtelijke procedure uit, die recht doet/doen aan de voortgang van de initiatieven en samenhang op gebiedsniveau borgt. Waarbij geldt dat in de ruimtelijke procedure nader wordt onderbouwd dat het initiatief voldoet aan alle (overige) wet- en regelgeving. Ook onderzoekt zij eventueel benodigde grondtransacties.

Anterieure ontwikkel- en exploitatieovereenkomsten Na uw besluit worden anterieure ontwikkel- en exploitatieovereenkomsten tussen gemeente en de initiatiefnemers gesloten, waarbij onder meer afspraken over de kwaliteitsverbetering van het landschap worden vastgelegd, op basis van de mate van landschappelijke compensatie, leges en PAK kosten.

Evaluatie Na uw besluit zal een mondelinge toelichting gegeven worden over de genomen besluiten, aan (het bestuur van) de Bewonersvereniging Zuidwest en overige betrokkenen in Stadsbos013. Ook de initiatiefnemers worden mondeling van de besluiten op de hoogte gebracht.

Raad 2023_1437 definitief

Bijlagen B.1 Collegebesluit Landgoed De Groene Kamer 5 juli 2016. B.2 Principeverzoek gezamenlijke ontwikkeling Buitengebied Zuidwest. B.3 Principeverzoek Landgoed De Groene Kamer. B.4 Principeverzoek Van Broekhoven Loonwerkbedrijf. B.5 Principeverzoek Thielen Diervoeders. B.6 Advies Bewonersorganisatie Buitengebied Zuidwest – herziene versie. B.7 Verslag Omgevingsdialoog Buitengebied Zuidwest – deel 1. B.8 Verslag Omgevingsdialoog Buitengebied Zuidwest – deel 2. B.9 Bundel van vragen en antwoorden Omgevingsdialoog Buitengebied Zuidwest. B.10 Bewonersbrief. B.11 Nieuwsbericht. B.12 Principeverzoek Proeflab (kamer 4) Landgoed De Groene Kamer.

Ter inzage gelegde stukken Geen.

Tilburg, 16 mei 2023 Het college van burgemeester en wethouders van Tilburg, de secretaris, de burgemeester,

8

Raad 2023_1437 definitief

9

Raadsbesluit De raad van de gemeente Tilburg; -

gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders;

Besluit 1. 2.

3.

Het bijgaand pakket van kaders en randvoorwaarden voor de ontwikkeling van Buitengebied Zuidwest Tilburg vast te stellen. Het college te verzoeken in nadere gesprekken met de eigenaar van recreatievoorziening ‘De Oliemeulen’ bezien of, en zo ja op welke landschappelijk aanvaardbare wijze, deze voorziening in het gebied kan worden ingepast door middel van een maatwerkbestemming. Daarbij als uitgangspunt te kiezen dat de activiteiten niet worden uitgebreid of verbreed t.o.v. de bestaande vestiging. Het college opdracht te geven om op basis van de nu vastgestelde bestuurlijke kaders en randvoorwaarden de ruimtelijke procedure, die recht doet aan de voortgang van de initiatieven en passend is bij het gebiedsniveau, uit te werken en een gebiedsproces daarvan een belangrijk onderdeel te laten zijn..

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 6 juli 2023 .

de griffier,

voorzitter,

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12926281/2