01 Raadsvoorstel delegatiebesluit vaststellen omgevingsplan
Tekst van het document
Raad 2023_1449 definitief
1
Raadsvoorstel delegatiebesluit vaststellen omgevingsplan Aanleiding Op 1 januari 2024 treedt de Omgevingswet in werking. Het omgevingsplan is in de Omgevingswet de opvolger van het huidige juridisch planologische instrument bestemmingsplan. In het omgevingsplan komen alle regels over de fysieke leefomgeving samen. De gemeenteraad is het bevoegde orgaan voor het vaststellen van (wijzigingen van) het omgevingsplan en het nemen van voorbereidingsbesluiten. De Omgevingswet biedt de mogelijkheid voor de raad om zowel het vaststellen van delen van het omgevingsplan (artikel 2.8 Omgevingswet) als het nemen van een voorbereidingsbesluit (artikel 4.14 lid 5 Omgevingswet) te delegeren aan het college van burgemeester en wethouders. Dit voorstel gaat over het delegeren van een aantal bevoegdheden bij het vaststellen van wijzigingen van het omgevingsplan. Op 14 december 2020 heeft de raad al een besluit genomen over het delegeren van het vaststellen van delen van het omgevingsplan. Besloten is toepassing te geven aan de delegatiebevoegdheid voor zover de vastgestelde waarden c.q. kwaliteiten van het betreffende deelgebied niet in het geding zijn. In dit raadsvoorstel wordt deze delegatiebevoegdheid meer geconcretiseerd en verduidelijkt.
Beoogd effect/ bestuurlijk kader Door onderdelen van het omgevingsplan te delegeren aan het college, kan er sneller en efficiënter worden gewerkt. Daarmee wordt invulling gegeven aan een van de doelen van de Omgevingswet, namelijk snellere besluitvorming.
Voorstel 1.
gelet op artikel 2.8 van de Omgevingswet, de bevoegdheid tot het wijzigen van het omgevingsplan delegeren aan het college, indien het betreft: a. het opnemen van onherroepelijke vergunningen die in afwijking van het omgevingsplan zijn verleend, ter voldoening aan artikel 4.17 Omgevingswet; b. bestaande wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsplichten binnen de gestelde randvoorwaarden van het tijdelijk deel van het omgevingsplan; c. regels die voortvloeien uit instructieregels van het Rijk of de provincie; d. het verwerken van kaderstellend beleid waarover na de inwerkingtreding van onderhavige regeling door de gemeenteraad is besloten, indien de gemeenteraad bij vaststelling van dat beleid akkoord is gegaan met uitwerking van het betreffende beleid door het college; e. gevallen waarbij tegen het ontwerpbesluit tot wijziging van het omgevingsplan tijdens de tervisielegging geen zienswijzen zijn ingediend én er geen inhoudelijke ambtelijke wijzigingen ten opzichte van het ontwerpbesluit aan de orde zijn; f. het corrigeren van verschrijvingen en/of verkeerde verwijzingen; g. het toevoegen of wijzigen van begripsbepalingen voor zover deze geen wezenlijke wijzigingen voor de fysieke leefomgeving tot gevolg hebben. een en ander conform bijgevoegd concept-besluit; 2.
het college opdragen om één keer per jaar een overzicht van de krachtens delegatie genomen besluiten aan de raad te verstrekken; 3. dit besluit in werking laten treden op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt.
Argumenten 1.1. Het verwerken van onherroepelijke buitenplanse omgevingsvergunningen is een uitvoeringsaspect en daarmee een administratieve handeling.
Raad 2023_1449 definitief
2
De Omgevingswet bepaalt dat verleende en onherroepelijke vergunningen voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten binnen vijf jaar moeten worden verwerkt in het omgevingsplan (artikel 4.17 Omgevingswet).Voor deze buitenplanse omgevingsvergunningen is de gehele ruimtelijke procedure afgerond en bij verwerking in het omgevingsplan is het dan ook niet meer mogelijk om zienswijzen in te dienen. Daarmee is de verwerking een uitvoeringsaspect en in feite een administratieve handeling. 1.2. Voor wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsplichten in huidige bestemmingsplannen is het college van burgemeester en wethouders al het bevoegde gezag. In sommige geldende bestemmingsplannen zijn wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsplichten opgenomen. Hierin wordt aangegeven dat in bepaalde gevallen, of voor specifieke locaties, het college bevoegd is voor het wijzigen of uitwerken van het bestemmingsplan. De wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsplichten bestaan onder de Omgevingswet niet meer. Wel zijn deze instrumenten nog onderdeel van het ‘tijdelijke omgevingsplan’ dat op 1 januari 2024 van rechtswege ontstaat (dit bestaat onder andere uit de nu geldende bestemmingsplannen). De opgenomen kaders en randvoorwaarden bij een wijzigingsbevoegdheid of een uitwerkingsplicht zijn al door uw raad vastgesteld. Daarom kan het college hiervoor bevoegd blijven. 1.3.
Uitvoering geven aan instructieregels (zonder afwegingsruimte) van Rijk en provincie in het omgevingsplan is een verplichting en daarmee een administratieve handeling. Met een instructieregel geeft een bestuursorgaan aan een ander bestuursorgaan aan hoe dat orgaan een taak of bevoegdheid moet uitoefenen. In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) en de Provinciale verordening zijn instructieregels opgenomen voor het gemeentelijk omgevingsplan. Als er binnen deze regels geen afwegingsruimte is, kan de bevoegdheid tot het wijzigen van het omgevingsplan gedelegeerd worden aan het college. Dit betreft dan namelijk een administratieve handeling. 1.4 Als er geen zienswijzen zijn ingediend en er geen inhoudelijke ambtelijke wijzigingen ten opzichte van het ontwerpbesluit aan de orde zijn is de huidige praktijk dat deze voorstellen als A-stuk (zonder bespreking) vastgesteld worden. De huidige praktijk wordt daarmee voortgezet. Indien de raad in voorkomend geval toch zelf het wijzigingsbesluit wil vaststellen, dan is dat nog steeds mogelijk. De raad kan namelijk op het moment dat het college besluit het ontwerp wijzigingsbesluit ter inzage te leggen (via de besluitenlijst van het college), een verzoek daartoe indienen via én in lijn met de afspraken in de agendacommissie. Voornoemde werkwijze is voorgesteld door en afgestemd met de griffie.
De griffie stelt voor om de raad 2 weken de tijd te geven, na bekendmaking van het collegebesluit, om een dergelijk agenderingsverzoek in te dienen. Het college kan overigens ook altijd zelf besluiten om een wijziging van het omgevingsplan alsnog aan de raad voor te leggen. 1.5. Bij doorvertalen van uitvoeringsaspecten van vastgestelde raadskaders is de inhoudelijke afweging al door de raad gemaakt. Bij kaderstellend beleid van uw raad kan worden gedacht aan de Omgevingsvisie, ruimtelijke visies (masterplan, gebiedsperspectief, ontwikkelingsvisie) beleidsnota’s etc. Concrete ambities (uitvoeringsaspecten) daarvan, kunnen worden gedelegeerd aan het college. Daarover heeft uw raad immers al een inhoudelijke afweging gemaakt. Om te borgen dat alleen uitvoeringsaspecten worden gedelegeerd, moeten per beleidsstuk afspraken worden gemaakt tussen college en raad over de juiste uitwerking. Dat is de reden dat deze bepaling alleen geldt voor beleid dat ná de inwerkingtreding van deze regeling is vastgesteld.
Raad 2023_1449 definitief
3
1.6. Kennelijke verschrijvingen en verkeerde verwijzingen zijn technische aanpassingen waarover geen inhoudelijke besluitvorming hoeft plaats te vinden. Het corrigeren van kennelijke verschrijvingen en verkeerde verwijzingen zijn technische aanpassingen waarbij inhoudelijke besluitvorming niet is vereist. Delegatie van dit onderdeel aan het college ligt hiermee voor de hand. 1.7. Toevoegen of wijzigen van begripsbepalingen die geen gevolgen hebben voor de fysieke leefomgeving heeft geen nadelige/beperkende effecten voor inwoners/initiatiefnemers. In het omgevingsplan worden, net als in de huidige bestemmingsplannen, begripsbepalingen opgenomen. Dit kan ertoe leiden dat een begripsbepaling moet worden aangepast of moet worden toegevoegd aan het omgevingsplan. Bijvoorbeeld om de leesbaarheid te verbeteren, of om het begrip beter bij nieuwe landelijke regels aan te laten sluiten. Het gaat hierbij niet om het aanpassen of toevoegen van begrippen die nadelige effecten kunnen hebben op de fysieke leefomgeving, dan wel nadelige/beperkende effecten kunnen hebben voor inwoners en/of initiatiefnemers. 2.1. Monitoring kan plaats vinden door een jaarlijks overzicht van de op grond van de gedelegeerde bevoegdheid genomen besluiten. Het college informeert uw raad één keer per jaar over het gebruik van de delegatiemogelijkheden.
Dit betekent dat een lijst wordt voorgelegd met de onderdelen van het omgevingsplan waarover het college een besluit heeft genomen. Monitoring kan op deze manier goed plaatsvinden. 3.1. De Omgevingswet treedt pas op 1 januari 2024 in werking. Voor zover op dit moment bekend, treedt de Omgevingswet pas op 1 januari 2024 in werking. Daarom wordt u voorgesteld in het delegatiebesluit vast te leggen dat dit besluit dan pas in werking treedt.
Risico’s N.v.t.
Kosten en dekking Dit voorstel heeft geen financiële consequenties.
Vervolg Na vaststelling van het delegatiebesluit wordt deze gepubliceerd in het gemeenteblad (officielebekendmakingen.nl). Mogelijk wordt er op een later moment nog een keer teruggekomen op de wettelijke mogelijkheid voor delegatie van het nemen van een voorbereidingsbesluit.
Tilburg, 9 mei 2023 Het college van burgemeester en wethouders van Tilburg, de secretaris, de burgemeester,
Raad 2023_1449 definitief
4
Raadsbesluit De raad van de gemeente Tilburg; -
gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders; gelet op de artikelen 2.8 en artikel 4.14 lid 5 van de Omgevingswet
Besluit 1.
gelet op artikel 2.8 van de Omgevingswet, de bevoegdheid tot het wijzigen van het omgevingsplan te delegeren aan het college, indien het betreft: a. het opnemen van onherroepelijke vergunningen die in afwijking van het omgevingsplan zijn verleend, ter voldoening aan artikel 4.17 Omgevingswet; b. bestaande wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsplichten binnen de gestelde randvoorwaarden van het tijdelijk deel van het omgevingsplan; c. regels die voortvloeien uit instructieregels van het Rijk of de provincie; d. het verwerken van kaderstellend beleid waarover na de inwerkingtreding van onderhavige regeling door de gemeenteraad is besloten, indien de gemeenteraad bij vaststelling van dat beleid akkoord is gegaan met uitwerking van het betreffende beleid door het college; e. gevallen waarbij tegen het ontwerpbesluit tot wijziging van het omgevingsplan tijdens de tervisielegging geen zienswijzen zijn ingediend én er geen inhoudelijke ambtelijke wijzigingen ten opzichte van het ontwerpbesluit aan de orde zijn; f. het corrigeren van verschrijvingen en/of verkeerde verwijzingen; g. het toevoegen of wijzigen van begripsbepalingen voor zover deze geen wezenlijke wijzigingen voor de fysieke leefomgeving tot gevolg hebben. 2. het college op te dragen om één keer per jaar een overzicht van de krachtens delegatie genomen besluiten aan de raad te verstrekken; 3.
dit besluit in werking te laten treden op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 6 juli 2023 de griffier,
voorzitter,