01 Raadsvoorstel Bindend adviesrecht gemeenteraad bij afwijking omgevingsplan
Tekst van het document
Voorblad Raadsvoorstel Bindend adviesrecht gemeenteraad bij afwijking omgevingsplan Datum college: Portefeuillehouder: Afdeling: Behandelend ambtenaar:
14 mei 2024 Bas van der Pol Ruimte R. Bleijenberg
Betrokken portefeuillehouder: Maarten van Asten
Samenvatting Onder de Wet ruimtelijke ordening wees de gemeenteraad categorieën aan waarvoor geen verklaring van geen bedenkingen (VVGB) nodig was. In die gevallen mocht het college de omgevingsvergunning verlenen zonder VVGB van de gemeenteraad. Onder de Omgevingswet wijst de gemeenteraad categorieën aan waarop adviesrecht van toepassing is. In die gevallen mag het college juist géén omgevingsvergunning verlenen zonder advies van de gemeenteraad. Op 14 december 2020 heeft de gemeenteraad besloten om de lijst van categorieën van gevallen waarvoor geen VVGB nodig was 1:1 om te zetten naar adviesrecht. Met dit raadsvoorstel wordt dit geëffectueerd. Met dit voorstel wordt de oude regeling overwegend beleidsneutraal omgezet, maar er worden ook enkele inhoudelijke aanpassingen voorgesteld, zodat de raad in meer gevallen betrokken wordt. De verwachting is namelijk dat de omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (bopa) vaker zal worden toegepast dan het geval was onder het oude recht. Zo wordt bijvoorbeeld het aantal woningen verlaagd van 100 naar 50 en wordt er een maximale oppervlakte gekoppeld aan bedrijfsactiviteiten. De bevoegdheid van de raad wordt hiermee dus uitgebreider dan het geval was. In bijlage I zijn alle aanpassingen weergegeven in een was-wordt tabel.
Collegebesluit Het college stelt de raad voor: 1.
als categorie 1 van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten waarvoor de gemeenteraad een bindend advies dient uit te brengen ten aanzien van afwijking van het omgevingsplan bedoeld in artikel 16.15 Ow, aan te wijzen: Categorie 1 Woonactiviteiten Het toevoegen van meer dan 50 woningen, uitgezonderd tijdelijke woningen en/of onzelfstandige studentenhuisvesting voor een duur van maximaal 15 jaar en tot een maximum van 200 woningen, voor zover deze onderdeel uitmaken van het project ‘Tijdelijke woningen, gemeente Tilburg’.
2.
als categorie 2 van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten waarvoor de gemeenteraad een bindend advies dient uit te brengen ten aanzien van afwijking van het omgevingsplan bedoeld in artikel 16.15 Ow, aan te wijzen: Categorie 2 Overige activiteiten Het realiseren of uitbreiden van de volgende gebruiksactiviteiten: a. Agrarische activiteiten, voor zover deze niet in overeenstemming zijn met een vooraf door de gemeenteraad vastgesteld beleidskader; b. Detailhandelsactiviteiten met een oppervlakte groter dan 500 m² bvo; c. Maatschappelijke activiteiten, voor zover sprake is van een maatschappelijk gevoelig initiatief;
d. e.
Horeca-activiteiten, voor zo ver sprake is van grootschalige horeca (> 500 m² bvo); Bedrijfsactiviteiten, voor zo ver sprake is van: • activiteiten buiten bestaande bedrijventerreinen die vallen in of vergelijkbaar zijn met de milieucategorie 3.1 en hoger volgens de richtlijn Bedrijven en Milieuzonering, of; • activiteiten buiten bestaande bedrijventerreinen met een oppervlakte groter dan 5.000 m² bvo, of; • grootschalige opwek of opslag van energie.
3.
de volgende gevallen uit te zonderen van adviesrecht: a. activiteiten genoemd onder categorie 1 of 2 die in overeenstemming zijn of rechtstreeks passen binnen de kaders van één van de volgende door de gemeenteraad geaccordeerde stukken: • Koersdocument Spoorzone; • Koersdocument Stappegoor; • Masterplan Landschapspark Pauwels; • Stedenbouwkundige visie gebiedsontwikkeling Piushaven. b. weigering van een omgevingsvergunning voor activiteiten genoemd onder categorie 1 of 2.
4.
het college opdracht te geven jaarlijks een voorstel tot actualisatie van onderhavig besluit voor te leggen, om in dat jaar nieuw vastgesteld beleid te verwerken in de door de raad aangewezen gevallen waarop adviesrecht van toepassing is.
raad 2024_1568 definitief.docx
Raadsvoorstel Bindend adviesrecht gemeenteraad bij afwijking omgevingsplan Aanleiding Op grond van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) was voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor afwijking van het bestemmingsplan met de uitgebreide procedure in bepaalde gevallen een zogeheten verklaring van geen bedenkingen (VVGB) noodzakelijk van de gemeenteraad. Onder de Omgevingswet is hier geen sprake meer van. In plaats daarvan kan de gemeenteraad bij de behandeling van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (bopa), wat een bevoegdheid is van het college, gebruik maken van haar adviesrecht (artikel 16.15 Omgevingswet). De raad moet hiervoor de categorieën aanwijzen waarop zij haar adviesrecht van toepassing wil verklaren. Op 14 december 2020 heeft de gemeenteraad besloten om de lijst van categorieën van gevallen waarvoor geen verklaring van geen bedenkingen (VVGB) nodig was 1:1 om te zetten naar adviesrecht. Met de raadsbesluiten 15 juli 2021 en 14 november 2022 zijn deze categorieën aangepast. Het doel van dit voorstel is om de oude regeling overwegend beleidsneutraal om te zetten, maar er worden ook enkele inhoudelijke aanpassingen voorgesteld, zodat de raad in meer gevallen betrokken wordt.
De verwachting is namelijk dat de bopa vaker zal worden toegepast dan van de omgevingsvergunning voor afwijking van het bestemmingsplan met de uitgebreide procedure onder het oude recht. Zo wordt bijvoorbeeld het aantal woningen verlaagd van 100 naar 50 en wordt er een maximale oppervlakte gekoppeld aan bedrijfsactiviteiten. De bevoegdheid van de raad wordt hiermee dus uitgebreider dan het geval was. In bijlage I zijn alle aanpassingen weergegeven in een was-wordt tabel. Hoewel het woord ‘advies’ anders suggereert, is het oordeel van de raad ook in het nieuwe stelsel bepalend: uit artikel 16.15b Ow volgt namelijk dat het college het advies van de raad in acht moet nemen. Daarvan mag niet worden afgeweken.
Beoogd effect Met dit voorstel wordt een goede balans gewaarborgd tussen aanvragen omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (bopa) waarvoor het college zelfstandig mag beoordelen of er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en aanvragen omgevingsvergunning voor een bopa waarvoor het college de raad hierover om advies moet vragen.
Voorstel 1.
als categorie 1 van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten waarvoor de gemeenteraad een bindend advies dient uit te brengen ten aanzien van afwijking van het omgevingsplan bedoeld in artikel 16.15 Ow, aanwijzen: Categorie 1 Woonactiviteiten Het toevoegen van meer dan 50 woningen, uitgezonderd tijdelijke woningen en/of onzelfstandige studentenhuisvesting voor een duur van maximaal 15 jaar en tot een maximum van 200 woningen, voor zover deze onderdeel uitmaken van het project ‘Tijdelijke woningen, gemeente Tilburg’.
2.
als categorie 2 van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten waarvoor de gemeenteraad een bindend advies dient uit te brengen ten aanzien van afwijking van het omgevingsplan bedoeld in artikel 16.15 Ow, aanwijzen: Categorie 2 Overige activiteiten Het realiseren of uitbreiden van de volgende gebruiksactiviteiten: a. Agrarische activiteiten, voor zover deze niet in overeenstemming zijn met een vooraf door de gemeenteraad vastgesteld beleidskader; b. Detailhandelsactiviteiten met een oppervlakte groter dan 500 m² bvo;
1
raad 2024_1568 definitief.docx
c. d. e.
2
Maatschappelijke activiteiten, voor zover sprake is van een maatschappelijk gevoelig initiatief; Horeca-activiteiten, voor zo ver sprake is van grootschalige horeca (> 500 m² bvo); Bedrijfsactiviteiten, voor zo ver sprake is van: • activiteiten buiten bestaande bedrijventerreinen die vallen in of vergelijkbaar zijn met de milieucategorie 3.1 en hoger volgens de richtlijn Bedrijven en Milieuzonering, of; • activiteiten buiten bestaande bedrijventerreinen met een oppervlakte groter dan 5.000 m² bvo, of; • grootschalige opwek of opslag van energie.
3.
de volgende gevallen uitzonderen van adviesrecht: a. activiteiten genoemd onder categorie 1 of 2 die in overeenstemming zijn of rechtstreeks passen binnen de kaders van één van de volgende door de gemeenteraad geaccordeerde stukken: • Koersdocument Spoorzone; • Koersdocument Stappegoor; • Masterplan Landschapspark Pauwels; • Stedenbouwkundige visie gebiedsontwikkeling Piushaven. b. weigering van een omgevingsvergunning voor activiteiten genoemd onder categorie 1 of 2.
4.
het college opdracht geven jaarlijks een voorstel tot actualisatie van onderhavig besluit voor te leggen, om in dat jaar nieuw vastgesteld beleid te verwerken in de door de raad aangewezen gevallen waarop adviesrecht van toepassing is.
Argumenten 1.1. De betrokkenheid van de raad bij woonactiviteiten wordt verruimd. De verwachting is dat de omgevingsvergunning voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteit (bopa) vaker zal worden toegepast dan de omgevingsvergunning met grote buitenplanse afwijking onder het oude recht. Dat zou betekenen dat er meer ontwikkelingen door het college worden vergund, zonder betrokkenheid van de gemeenteraad. In bijlage 2 is een vergelijking gemaakt van de instrumenten die de gemeente tot haar beschikking had onder de Wro en de Wabo en nu onder de Omgevingswet om medewerking te verlenen aan een initiatief dat niet past binnen het planologisch kader. Gelet op het voorgaande, en om ervoor te zorgen dat de raad voldoende betrokken blijft bij middelgrote en grote woningbouwontwikkelingen, wordt voorgesteld om het aantal woningen waarover het college zelfstandig een aanvraag omgevingsvergunning mag behandelen te verlagen van 100 naar 50. Doordat met dit besluit voor kleine en middelgrote projecten het adviesrecht van de raad niet van toepassing is, wordt tegelijk bijgedragen aan snelle en tijdige besluitvorming op de aanvraag, in lijn met de bedoeling van de wet. Voor iedere buitenplanse omgevingsplanactiviteit is een motivering benodigd dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
Daarbij is voor iedere aanvraag omgevingsvergunning de Richtlijn Omgevingsdialoog van toepassing. Omgevingsvergunningen voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten moeten uiteindelijk binnen vijf jaar worden opgenomen in het omgevingsplan. Voor de vaststelling van het omgevingsplan is de gemeenteraad het bevoegd gezag. 1.2. Hierna wordt een motivering gegeven voor het adviesrecht bij categorie 1. Advies van de gemeenteraad is nodig voor middelgrote en grote woningbouwprojecten die meer dan 50 woningen betreffen. Voor projecten met minder woningen is geen instemming van de raad vereist indien gebruik wordt gemaakt van de omgevingsvergunning voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Voor alle projecten geldt dat ze getoetst worden aan de door de gemeenteraad vastgestelde beleidskaders. Hiermee kan op een snelle wijze mee worden gewerkt aan kleine woningbouwinitiatieven vanuit de keten Stedelijke Ontwikkeling, waardoor een bijdrage wordt geleverd aan de woningbouwopgave. Hierop is een uitzondering voor maximaal 200 tijdelijke woningen en/of onzelfstandige studentenhuisvesting voor een duur van maximaal 15 jaar die onderdeel uitmaken van het project ‘Tijdelijke woningen, gemeente Tilburg’. Deze uitzondering is gebaseerd op het raadsbesluit van 14 november 2022 en betreft tijdelijke woningen voor een periode van maximaal 15 jaar. Voor projecten met meer dan 200 woningen is wel
raad 2024_1568 definitief.docx
3
adviesrecht van toepassing. Door projecten met minder dan 200 woningen uit te sluiten van het adviesrecht, kunnen tijdelijke woningen (flexwoningen) en/of eenheden voor onzelfstandige studentenhuisvesting, die onderdeel uitmaken van het project ‘tijdelijke woningen, gemeente Tilburg’ (collegebesluit d.d. 22 juni 2021) en op locaties die in de raadsbrief van 1 februari 2022 zijn benoemd, versneld worden gerealiseerd. In het collegebesluit van 29 juni 2021 zijn de afspraken met de woningbouwcoöperaties in het Convenant Wonen 2020-2025 bijgesteld. Om de hierin opgenomen woningbouwopgave te kunnen realiseren zijn locaties voor flexwoningen onderzocht. Op een aantal van deze locaties zijn meer dan 50 woningen voorzien. Omdat geen adviesrecht van uw raad voor deze woningen is benodigd, kan de omgevingsvergunning sneller worden verleend, hetgeen een bijdrage levert aan de opgave zoals genoemd in het convenant wonen. 2.1. De betrokkenheid van de raad bij activiteiten anders dan wonen blijft nagenoeg gelijk.
Om de raad bij mogelijk impactvolle initiatieven voor activiteiten anders dan wonen te betrekken bij de besluitvorming over de omgevingsvergunning voor de bopa wordt voorgesteld om de categorieën op de volgende punten iets aan te scherpen: Detailhandelsactiviteiten groter dan 500 m² bvo Omdat onder de oude wetgeving door middel van een omgevingsvergunning met kleine buitenplanse afwijking (kruimelvergunning) kon worden meegewerkt aan binnenstedelijke functiewijzigingen naar detailhandel, en het college daarvoor het bevoegd gezag was, wordt de grens van 500 m² bvo geïntroduceerd. Hiermee wordt aangesloten bij de minimale oppervlakte voor de ladder toets (duurzame verstedelijking). Horeca-activiteiten groter dan 500 m² bvo Om invulling te geven aan het begrip ‘grootschalige horeca’ wordt de oppervlakte van 500 m² bvo geïntroduceerd. Hiermee wordt aangesloten bij de minimale oppervlakte voor de ladder toets (duurzame verstedelijking). Bedrijfsactiviteiten groter dan 5.000 m² bvo Omdat de verwachting is dat de bopa vaker zal worden ingezet dan de omgevingsvergunning met grote buitenplanse afwijking onder de oude wetgeving en bedrijfsactiviteiten buiten bestaande bedrijventerreinen met een oppervlakte groter dan 5.000 m², ongeacht de milieucategorie, impact kunnen hebben op de leefomgeving, wordt deze grens geïntroduceerd. 2.2.
Hierna wordt een motivering gegeven voor het adviesrecht bij categorie 2 In categorie 2 zijn gebruiksactiviteiten anders dan wonen opgenomen waarover de raad advies uitbrengt. In deze gevallen kunnen de effecten op de fysieke leefomgeving groot zijn. Advies van de raad is nodig voor initiatieven die niet passen in het omgevingsplan en betreffen: a. Agrarische activiteiten, voor zover deze niet in overeenstemming zijn met een vooraf door de gemeenteraad vastgesteld beleidskader Uitbreiding van en nieuwe agrarische activiteiten in het buitengebied liggen vaak gevoelig, zoals bijvoorbeeld uitbreiding van een intensieve veehouderij. Sommige, kleine veranderingen van agrarische activiteiten, zoals het wijzigen van het bouwblok, waren in het verleden mogelijk middels een wijziging van het bestemmingsplan. Voor deze wijzigingen is een advies van de raad niet nodig. b. Detailhandelsactiviteiten met een oppervlakte van meer dan 500m² bvo In het voorgaande beleid was een verklaring van geen bedenkingen nodig voor (volumineuze) detailhandel. Om nader te specificeren wat hieronder wordt verstaan, is nu een oppervlakte van 500 m² bvo als grens meegegeven. Toevoeging of uitbreiding van grote detailhandelslocaties kan gevolgen hebben voor bestaande detailhandel in de stad. c.
Maatschappelijke activiteiten, voor zover sprake is van een maatschappelijk gevoelig initiatief Hiermee worden maatschappelijk gevoelige activiteiten bedoeld volgens onze ‘Richtlijn maatschappelijke voorzieningen’. Volgens de Richtlijn maatschappelijke voorzieningen is de vraag of sprake van een maatschappelijk gevoelig initiatief afhankelijk van verschillende factoren, zoals het aantal personen dat gebruik maakt van de voorziening en de doelgroep van de voorziening. Bij het opstellen van de Regionale Woonzorgvisie en de bijbehorende lokale paragraaf plaatsen we onze visie op deze voorzieningen in een nieuw en breder maatschappelijk perspectief. Dat dit leidt tot een herziening van de genoemde richtlijn is voorstelbaar. Daarom wordt mogelijk in het najaar van 2024 al een eerste actualisatie voorgelegd zodat de keuzes in de lokale paragraaf van de regionale Woonzorgvisie worden vertaald in het actualiseren van deze categorie.
raad 2024_1568 definitief.docx
4
d. Horeca-activiteiten, voor zo ver sprake is van grootschalige horeca (> 500 m² bvo) Het betreft hier het toevoegen of uitbreiden van horeca-activiteiten met een oppervlakte groter dan 500 m² bvo. e. Bedrijfsactiviteiten, voor zo ver sprake is van activiteiten die vallen in of vergelijkbaar zijn met de milieucategorie 3.1 en hoger volgens de richtlijn Bedrijven en Milieuzonering, activiteiten met een oppervlakte groter dan 5.000 m² bvo, of grootschalige opwek of opslag van energie. Bedrijven zijn gecategoriseerd van 1 tot 5.2, waarbij onder categorie 1 bedrijven ‘lichte’ bedrijvigheid wordt verstaan tot categorie 5.2 ‘zeer zware’ bedrijvigheid. Het opwaarderen en toestaan van nieuwe bedrijfsactiviteiten met een categorie 3.1 en hoger kan impact hebben op de directe omgeving. Ook bedrijfsactiviteiten groter dan 5.000 m² kunnen impact hebben op de leefomgeving, ongeacht de milieucategorie. Met grootschalige opwek van energie wordt in ieder geval bedoeld één of meer windturbines met een as-hoogte van ten minste 25 meter, een zonnepark met een oppervlakte van ten minste 2 hectare en de opwek en/of opslag van andere grootschalige vormen van energie (bijvoorbeeld een accupark, biomassa-installatie, waterstof). 3.1. De betrokkenheid van de raad bij een weigering van een aanvraag omgevingsvergunning voor een bopa verandert.
In het geval dat het college van burgemeester en wethouders een aanvraag omgevingsvergunning voor één van de aangewezen gevallen in categorie 1 en 2 wil weigeren is in beginsel adviesrecht van de gemeenteraad van toepassing. Het is onder de oude wetgeving slechts enkele keren voorgekomen dat het college een verklaring van geen bedenkingen aan de raad moest vragen om een omgevingsvergunning te kunnen weigeren. Als een omgevingsvergunning voor een bopa geweigerd wordt, dan is er geen sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, kan niet aan instructieregels van provincie of Rijk worden voldaan en/of wordt niet voldaan aan het gemeentelijk beleid. Door voor de weigering van de omgevingsvergunning voor een bopa geen advies aan de raad te hoeven vragen, kan het college binnen de gestelde termijn van de reguliere procedure het besluit nemen, waardoor initiatiefnemers sneller een reactie van de gemeente hebben. 3.2. Er is nog geen aanleiding om het adviesrecht te actualiseren/herijken en aan te vullen met gebiedsgerichte waarden. In het raadsbesluit van 1 december 2020 is het uitgangspunt om de lijst van categorieën van gevallen van raadsbesluit 9 maart 2015 1:1 naar het instrument adviesrecht raad om te zetten. In de raadswerkgroep is toentertijd besproken dat dit voorstel het uitgangspunt wordt voor implementatie in de Omgevingswet.
Hierbij is nadrukkelijk aangegeven dat de lijst van categorieën te zijner tijd tegen het licht wordt gehouden en geactualiseerd/herijkt wordt aan de hand van nieuwe/actuele thema’s en dat de geactualiseerde/herijkte lijst verder kan worden aangevuld met per deelgebied van het omgevingsplan vastgestelde waarden c.q. kwaliteiten. Op dit moment is nog geen gebiedsgericht omgevingsplan vastgesteld of een thema in het omgevingsplan verwerkt. De lijst van categorieën wordt tegen het licht gehouden nadat de eerste wijzigingen van het omgevingsplan zijn vastgesteld. 3.3. Hierna wordt een motivering gegeven voor de uitzonderingen op het adviesrecht zoals opgenomen in categorie 1 en 2. Om in sommige gevallen ook bij grote ontwikkelingen snelheid in besluitvorming te waarborgen, zijn op de hiervoor genoemde categorieën enkele uitzonderingen geformuleerd. Uitzondering a: een activiteit die past binnen de kaders van één van de hierna genoemde door de gemeenteraad vastgestelde beleidsdocumenten Een deel van de initiatieven die binnenkomen en niet passen in het omgevingsplan zijn initiatieven die voortvloeien uit (of uitvoering geven aan) (gebieds)visies, masterplannen, koersdocumenten etc. waarover de raad heeft besloten. Voor projecten die binnen deze kaders vallen is het wenselijk om relatief snel medewerking te verlenen en uitvoering effectiever te organiseren.
De Omgevingswet biedt hiervoor de ruimte. Het is in dat geval niet altijd meer noodzakelijk dat uw raad hierover een afzonderlijk advies uitbrengt. Het nu voorliggende besluit wordt op dit onderdeel ‘beleidsarm’ overgezet naar de werking onder de Omgevingswet. In het najaar van 2024 wordt een eerste actualisatie voorgelegd, zodat ook nieuw vastgesteld beleid effectief kan worden benut voor stedelijke ontwikkeling. Vooralsnog gaat het om de volgende documenten:
raad 2024_1568 definitief.docx
5
1. Koersdocument Spoorzone; 2. Koersdocument Stappegoor; 3. Masterplan Landschapspark Pauwels; 4. Stedenbouwkundige visie gebiedsontwikkeling Piushaven. Voor alle documenten geldt dat getoetst wordt aan de meest recent vastgestelde of gewijzigde documenten. Uitzondering b: een weigering van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit Door voor de weigering van de omgevingsvergunning voor een bopa geen advies aan de raad te hoeven vragen, kan het college binnen de gestelde termijn van de reguliere procedure het besluit nemen, waardoor initiatiefnemers sneller een reactie van de gemeente hebben. Een omgevingsvergunning voor een bopa wordt geweigerd wanneer geen sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, als niet aan instructieregels van provincie of Rijk kan worden voldaan en/of als niet wordt voldaan aan het gemeentelijk beleid. 4.1. Om te zorgen dat nieuw vastgesteld beleid wordt verwerkt in de door de raad aangewezen gevallen waarop adviesrecht van toepassing is, zal de raad jaarlijks een voorstel tot actualisatie van onderhavig besluit ontvangen. Reeds in het najaar van 2024 wordt een eerste actualisatie voorbereid om nieuw vastgesteld beleid te verwerken in de door de raad aangewezen gevallen waarop adviesrecht van toepassing is.
Kanttekeningen en gewogen alternatieven Niet van toepassing.
Niet beïnvloedbare risico’s Niet van toepassing.
Kosten en dekking Aan dit voorstel zijn geen kosten verbonden.
Uitvoering De raad ontvangt jaarlijks een voorstel tot actualisatie van onderhavig besluit. Reeds in het najaar van 2024 wordt een eerste actualisatie voorbereid om nieuw vastgesteld beleid te verwerken in de door de raad aangewezen gevallen waarop adviesrecht van toepassing is. Dit besluit wordt opgenomen in het werkproces. Aanvragen omgevingsvergunning worden getoetst aan dit besluit en zonodig vraagt het college de raad om het advies. Onder de Omgevingswet is bij een aanvraag om omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (bopa) normaal gesproken sprake van een reguliere procedure. Dit houdt in dat de omgevingsvergunning binnen 8 weken (+ eventueel 6 weken verdaging) moet worden verleend. Met de huidige raadscyclus is een tijdig besluit van de gemeenteraad in de meeste gevallen binnen deze termijn niet haalbaar. Sturing op het proces en het maken van goede afspraken hierover is daarom van groot belang. Voorafgaand aan een aanvraag omgevingsvergunning dient een aanvrager meestal een adviesverzoek in om door de gemeente te laten beoordelen of het initiatief wenselijk en (op hoofdlijnen) haalbaar is. Daar wordt sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet extra op gestuurd.
In het kader van het adviesverzoek wordt al zo veel mogelijk voorbereid door de initiatiefnemer en getoetst door de gemeente, zodat er bij voorkeur een (bijna) vergunbare aanvraag ligt die binnen de korte procedure kan worden afgehandeld. Na afronding van de adviesverzoek fase gaat er alvast een seintje naar de gemeenteraad voor gevallen waarvoor een bindend advies nodig is. Op die manier heeft de raad tijdig een overzicht van aanvragen omgevingsvergunning waarvoor zij om advies zullen worden gevraagd. Wordt de aanvraag omgevingsvergunning eenmaal officieel ingediend,
raad 2024_1568 definitief.docx
6
dan worden de stukken direct aangemeld voor het verzoek om bindend advies. Deze werkwijze wordt doorlopend geëvalueerd en aangepast waar nodig.
Participatie Er heeft geen participatie plaatsgevonden. Dit betreft in hoofdzaak een omzetting van eerdere raadsbesluiten. Met dit besluit worden deze eerdere besluiten in overeenstemming gebracht met de formulering en het systeem van de Omgevingswet.
Communicatie Er wordt een publicatie geplaatst in het digitale gemeenteblad en het raadsbesluit wordt beschikbaar gesteld op http://lokaleregelgeving.overheid.nl.
Evaluatie Het gebruik van dit instrument wordt gevolgd. Het besluit kan worden aangepast al naar gelang de ervaringen die worden opgedaan. Er is ruimte is om de categorie - indeling te herijken aan de hand van de nieuwe thema’s, per deelgebied van het omgevingsplan opgehaalde waarden, et cetera.
Bijlagen 1. Was-wordt tabel adviesrecht raad 2. Vergelijking instrumenten Wro/Wabo en Ow
Ter inzage gelegde stukken Geen.
Tilburg, 14 mei 2024, Het college van burgemeester en wethouders van Tilburg, de secretaris,
de burgemeester,
raad 2024_1568 definitief.docx
7
Raadsbesluit De raad van de gemeente Tilburg; -
gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders;
Besluit 1.
als categorie 1 van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten waarvoor de gemeenteraad een bindend advies dient uit te brengen ten aanzien van afwijking van het omgevingsplan bedoeld in artikel 16.15 Ow, aan te wijzen: Categorie 1 Woonactiviteiten Het toevoegen van meer dan 50 woningen, uitgezonderd tijdelijke woningen en/of onzelfstandige studentenhuisvesting voor een duur van maximaal 15 jaar en tot een maximum van 200 woningen, voor zover deze onderdeel uitmaken van het project ‘Tijdelijke woningen, gemeente Tilburg’.
2.
als categorie 2 van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten waarvoor de gemeenteraad een bindend advies dient uit te brengen ten aanzien van afwijking van het omgevingsplan bedoeld in artikel 16.15 Ow, aan te wijzen: Categorie 2 Overige activiteiten Het realiseren of uitbreiden van de volgende gebruiksactiviteiten: a. Agrarische activiteiten, voor zover deze niet in overeenstemming zijn met een vooraf door de gemeenteraad vastgesteld beleidskader; b. Detailhandelsactiviteiten met een oppervlakte groter dan 500 m² bvo; c. Maatschappelijke activiteiten, voor zover sprake is van een maatschappelijk gevoelig initiatief; d. Horeca-activiteiten, voor zo ver sprake is van grootschalige horeca (> 500 m² bvo); e. Bedrijfsactiviteiten, voor zo ver sprake is van: • activiteiten buiten bestaande bedrijventerreinen die vallen in of vergelijkbaar zijn met de milieucategorie 3.1 en hoger volgens de richtlijn Bedrijven en Milieuzonering, of; • activiteiten buiten bestaande bedrijventerreinen met een oppervlakte groter dan 5.000 m² bvo, of; • grootschalige opwek of opslag van energie.
3.
de volgende gevallen uit te zonderen van adviesrecht: a. activiteiten genoemd onder categorie 1 of 2 die in overeenstemming zijn of rechtstreeks passen binnen de kaders van één van de volgende door de gemeenteraad geaccordeerde stukken: • Koersdocument Spoorzone; • Koersdocument Stappegoor; • Masterplan Landschapspark Pauwels; • Stedenbouwkundige visie gebiedsontwikkeling Piushaven. b. weigering van een omgevingsvergunning voor activiteiten genoemd onder categorie 1 of 2.
4.
het college opdracht te geven jaarlijks een voorstel tot actualisatie van onderhavig besluit voor te leggen, om in dat jaar nieuw vastgesteld beleid te verwerken in de door de raad aangewezen gevallen waarop adviesrecht van toepassing is.
raad 2024_1568 definitief.docx
8
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 1 juli 2024. de griffier,
voorzitter,