01 Raadsvoorstel Algemene verordening nadeelcompensatie versie 1207
Tekst van het document
raad 2022_1326 definitief
1
Raadsvoorstel Verordening Nadeelcompensatie Aanleiding De gemeente ontwikkelt zich in hoog tempo. Er vinden veel werkzaamheden plaats en daarvan wordt door met name ondernemers overlast ervaren. Het is te verwachten dat dit leidt tot toename van het aantal verzoeken om nadeelcompensatie. Om deze beter te kunnen behandelen is het advies om een verordening Nadeelcompensatie te laten vaststellen. Daarmee sluiten we ook aan bij de op handen zijnde inwerkingtreding van de Omgevingswet en titel 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht, die een wettelijke regeling biedt voor nadeelcompensatie. Zowel over de procedure van afhandeling van de verzoeken om nadeelcompensatie als van de wijze waarop deze inhoudelijk worden beoordeeld, is in de gemeente Tilburg niets vastgelegd. Dit vindt plaats op basis van een in de loop der jaren ontwikkelde werkwijze en inhoudelijke beoordeling. Het is wenselijk dat de wijze waarop verzoeken om nadeelcompensatie procedureel en inhoudelijk worden afgehandeld, inzichtelijk wordt voor ondernemers en particulieren in de gemeente Tilburg, maar ook voor allen die door deze ondernemers en particulieren daarover om advies worden gevraagd. Met de “Algemene Verordening Nadeelcompensatie gemeente Tilburg” willen we ook komen tot een bijstelling van de gedragslijn die thans gehanteerd wordt voor de wijze waarop het normaal maatschappelijk risico wordt ingevuld.
Bij het onderdeel argumenten gaan wij hier nader op in.
Beoogd effect/ bestuurlijk kader Een nadeelcompensatieverordening: levert positief effect op het invoeren van de Omgevingswet; draagt bij aan een beter vestigingsklimaat en ontwikkeling van binnenstad en stadsdelen; leidt tot transparantere communicatie met burgers en bedrijven.
Voorstel De Algemene Verordening Nadeelcompensatie gemeente Tilburg vaststellen.
Argumenten 1.1 Verbetering van de transparantie bij de behandeling van nadeelcompensatieverzoeken. Voor degenen die thans een beroep op nadeelcompensatie doen, en degenen die hen daarin adviseren, wordt de beoordeling van die verzoeken regelmatig als een “black box” ervaren. Ook medewerkers van de gemeente Tilburg, die als projectleider in de stad projecten uitvoeren, missen een duidelijk zicht op de binnen de gemeente Tilburg gehanteerde werkwijze. Zowel procedureel als inhoudelijk worden deze verzoeken afgewerkt conform ongeschreven gedragslijnen binnen de gemeente Tilburg. Daarom is het goed om beide aspecten vast te leggen in een door uw raad vast te stellen Verordening. Dit bevordert de transparantie voor alle bij nadeelcompensatie betrokken partijen. 1.2 Aansluiting op de op handen zijnde wetgeving. Als juridisch instrument zou ook gekozen kunnen worden om een en ander te regelen via beleidsregels. Het vastleggen in beleidsregels is echter geen optie, omdat er thans nog geen wettelijk stelsel bestaat, waaraan deze beleidsregels gekoppeld zouden kunnen worden. Bij het opstellen van deze verordening is er rekening mee gehouden dat deze verordening naadloos aansluit op de Omgevingswet, die - naar het nu laat aanzien - per 1 januari 2023 in werking treedt. Voorts sluit de
raad 2022_1326 definitief
2
verordening geheel aan op titel 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht, die een wettelijke regeling biedt voor nadeelcompensatie, maar die nog niet in werking is getreden. Mogelijk treedt deze titel 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht gelijktijdig in werking met de Omgevingswet, maar zekerheid daarover bestaat niet. De termijnen voor afhandeling van verzoeken om nadeelcompensatie, die in de “Algemene Verordening Nadeelcompensatie gemeente Tilburg” zijn opgenomen, sluiten aan op de termijnen die gehanteerd worden in titel 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht. Deze termijnen waarborgen een zorgvuldige behandeling van de verzoeken en daarmee willen we voorkomen dat we verzoeken om nadeelcompensatie buiten behandeling stellen, omdat onvoldoende gegevens worden verstrekt door ondernemers. Via een goed stelsel van voorschotten, wordt voorkomen dat ondernemers in de problemen raken. 1.3 Voor- en nadelen van het vaststellen van een Algemene Verordening Nadeelcompensatie. Het vastleggen van de procedure en de inhoudelijke beoordelingsaspecten van verzoeken om nadeelcompensatie, geven aanleiding om kritisch te kijken naar de voordelen en nadelen van een verordening.
Deze worden opgesomd in bijgevoegd “Beleidsadvies nadeelcompensatie met betrekking tot het opstellen van een Algemene verordening nadeelcompensatie ten behoeve van de afhandeling van verzoeken om nadeelcompensatie in de gemeente Tilburg”. Eén van de punten die we hier uit willen lichten is dat voor ondernemers en particulieren, die rechtsmiddelen in willen stellen tegen een besluit naar aanleiding van een verzoek om nadeelcompensatie, nu in de meeste gevallen de civielrechtelijke weg open staat. Na vaststelling van de verordening staat exclusief de bestuursrechtelijke weg van bezwaar, beroep en hoger beroep open. Wij beschouwen deze bestuursrechtelijke weg als laagdrempeliger en omdat geen sprake is van verplichte procesvertegenwoordiging, is deze financieel voordeliger dan de civielrechtelijk weg. Een ander voordeel van de bestuursrechtelijke weg is, dat dit in de bezwaarfase ruimte biedt om met ondernemers in gesprek te gaan in de vorm van de informele aanpak. Verder vindt er in de bezwaarfase een volledige heroverweging plaats van het besluit dat is genomen op het verzoek om nadeelcompensatie. 1.4 Beoogde effecten op uit te keren bedragen naar aanleiding van verzoeken om nadeelcompensatie.
Het vaststellen van een verordening is ook een goed moment om te bezien of de gedragslijn die thans gehanteerd wordt voor de wijze waarop het normaal maatschappelijk risico wordt ingevuld, bijstelling behoeft. Wij vinden dat daar aanleiding voor bestaat. In het kader van het bepalen van het normaal maatschappelijk risico wordt nu in Tilburg de kortingsmethode gehanteerd. Bij deze methode laten we 20 % van het schadebedrag voor rekening van de ondernemer. Wij willen deze methode verlaten en in het kader van de verordening gaan werken met een gecombineerde drempel/kortingsmethode. Dit betekent concreet dat de berekende schade alleen voor vergoeding in aanmerking komt als deze uitstijgt boven het minimumforfait en het drempelpercentage. Vervolgens wordt een korting van 10 % op het schadebedrag toegepast. Het beoogde effect is dat bij bagatelschade geen bedragen meer uitgekeerd worden, terwijl bij significante schade de uit te keren bedragen hoger zullen zijn dan thans het geval is. Dat laatste hangt ermee samen dat in de verordening is gekozen voor een relatief laag kortingspercentage. Met deze werkwijze sluiten we aan bij de wijze waarop door de meeste overheidsinstellingen invulling wordt gegeven aan het normaal maatschappelijk risico.
Voor een nadere toelichting op beide methodes en het in beeld brengen van de voor- en nadelen, verwijzen wij nogmaals naar bijgevoegd “Beleidsadvies nadeelcompensatie met betrekking tot het opstellen van een Algemene verordening nadeelcompensatie ten behoeve van de afhandeling van verzoeken om nadeelcompensatie in de gemeente Tilburg”.
Kosten en dekking Binnen de gemeente Tilburg wordt in het kader van de voorbereiding van projecten vooraf steeds zoveel als mogelijk begroot wat de te verwachten uit te keren bedragen aan nadeelcompensatie zijn. De financiële consequenties hiervan worden meegenomen in de begroting van het betreffende project.
raad 2022_1326 definitief
3
Bijlagen -
Notitie algemene uitgangspunten stelsel van nadeelcompensatie – augustus 2021; Beleidsadvies nadeelcompensatie met betrekking tot het opstellen van een Algemene verordening nadeelcompensatie ten behoeve van de afhandeling van verzoeken om nadeelcompensatie in de gemeente Tilburg – 25 januari 2022;
Tilburg, 11 april 2022 Het college van burgemeester en wethouders van Tilburg, de secretaris, de burgemeester,
raad 2022_1326 definitief
4
Raadsbesluit De raad van de gemeente Tilburg; -
gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders; gelet op titel 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht;
Besluit Vast te stellen de Algemene Verordening Nadeelcompensatie gemeente Tilburg.
Algemene Verordening Nadeelcompensatie gemeente Tilburg Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen. Artikel 1. Begripsomschrijvingen. In het bepaalde bij of krachtens deze verordening wordt verstaan onder:
1. het bestuursorgaan: het orgaan dat het schadeveroorzakende besluit heeft genomen of onder wiens verantwoordelijk de schadeveroorzakende feitelijke handeling is verricht, zijnde: de raad, het college van burgemeester en wethouders of de burgemeester van Tilburg; 2. verzoek: een verzoek om schadevergoeding als bedoeld in artikel 12 dan wel artikel 19; 3. verzoeker: de indiener van een verzoek als bedoeld in artikel 12 dan wel artikel 19; 4. schade: schade als bedoeld in deze verordening, waaronder begrepen brutowinst- of inkomensderving, kostenschade, derving van huurinkomsten dan wel een waardevermindering van een onroerende zaak; 5. deskundige: de deskundige als bedoeld in artikel 14, eerste lid. Artikel 2. Het recht op schadevergoeding.
1. Het bestuursorgaan kent degene, die schade lijdt of zal lijden als gevolg van de rechtmatige uitoefening door of namens het bestuursorgaan van een aan het publiekrecht ontleende bevoegdheid en taak, op verzoek een vergoeding toe, voor zover die schade redelijkerwijze niet of niet geheel te zijnen laste behoort te blijven en voor zover de vergoeding niet of niet voldoende anderszins is verzekerd. 2. Bij het nemen van het besluit omtrent schadevergoeding wordt het bepaalde in de artikelen 3 t/m 10 in aanmerking genomen. 3. De vergoeding wordt bepaald in geld. Nochtans kan het bestuursorgaan de vergoeding toekennen in andere vorm dan betaling van een geldsom. Artikel 3. Abnormale last (normaal maatschappelijk risico).
1. Binnen het normale maatschappelijk risico of het normale ondernemersrisico vallende schade komt niet voor vergoeding in aanmerking. 2. Onder het normaal maatschappelijk risico of het normaal ondernemersrisico valt in ieder geval: a. schade tot een bedrag van € 500,– voor een particulier; b. schade tot een bedrag van € 1.000,– voor een onderneming; en c. schade gelijk aan twee procent van de voorafgaande jaarbrutowinst van een onderneming, indien de schadeoorzaak geen normale maatschappelijke ontwikkeling betreft;
raad 2022_1326 definitief
5
d.
schade gelijk aan vier procent van de voorafgaande waarde van een onroerende zaak, indien de schadeoorzaak een normale maatschappelijke ontwikkeling betreft; 3. Onder het normaal maatschappelijk risico of het normaal ondernemersrisico valt eveneens schade kleiner en gelijk aan acht procent van de voorafgaande referentiebrutowinst van een onderneming, indien de schadeoorzaak een normale maatschappelijke ontwikkeling betreft; 4. Indien de schade het toepasselijke normaal maatschappelijk risico of normaal ondernemersrisico als bedoeld in lid 2, sub c en lid 3 overstijgt, bedraagt de tegemoetkoming 90% van de totale schade. 5. Indien sprake is van bijzondere feiten en/of omstandigheden in de aard van het geschade belang (waaronder de kostenstructuur van verzoeker) en/of de aard van de schadeoorzaak, kan het bestuursorgaan gemotiveerd het percentage als bedoeld in het derde lid van dit artikel bijstellen. Artikel 4. Speciale last. Schade als gevolg van een schadeoorzaak als bedoeld in artikel 2, eerste lid, komt alleen voor vergoeding in aanmerking wanneer deze in belangrijke mate afwijkt van de schade die dientengevolge op eenieder drukt, dan wel wanneer deze schade op een naar verhouding gering aantal natuurlijke of rechtspersonen, die in vergelijkbare positie verkeren, drukt. Artikel 5. Actieve risicoaanvaarding, voorzienbaarheid.
1. Schade als gevolg van een schadeoorzaak als bedoeld in artikel 2, eerste lid, die voor belanghebbende redelijkerwijs voorzienbaar was ten tijde van de beslissing te investeren in het geschade belang, wordt niet vergoed. 2. De in het eerste lid bedoelde voorzienbaarheid kan onder meer betrekking hebben op de aard van een schadeoorzaak als bedoeld in artikel 2, eerste lid, op het tijdstip waarop deze schadeoorzaak zijn werking doet gevoelen, op de plaats waarop zij betrekking heeft, op de wijze van voltrekken of uitvoering daarvan, alsmede op de aard en omvang van de daardoor veroorzaakte schade. Artikel 6. Passieve risicoaanvaarding. Geen vergoeding wordt toegekend indien de verzoeker heeft nagelaten zijn belang te verwezenlijken toen hij daartoe redelijkerwijs in de gelegenheid was, terwijl hij redelijkerwijs kon voorzien dat een maatregel genomen zou worden die aan dat realiseren in de weg zou komen te staan. Artikel 7. Schadebeperking.
1. Heeft verzoeker nagelaten redelijke maatregelen te nemen ter voorkoming of beperking van schade, dan blijft de schade, die door het treffen van zodanige maatregelen voorkomen of beperkt had kunnen worden, ten laste van de verzoeker. 2. De redelijke kosten van maatregelen ter voorkoming of beperking van schade behoren tot de te vergoeden schade. Artikel 8. Verrekening van voordeel. Heeft een schadeoorzaak als bedoeld in artikel 2, eerste lid, voor verzoeker naast schade tevens voordeel opgeleverd, dan moet dit voordeel bij de vaststelling van de te vergoeden schade in aanmerking worden genomen.
raad 2022_1326 definitief
6
Artikel 9. Kosten van deskundigenbijstand.
1. Indien bij de indiening en behandeling van het verzoek zowel het inroepen van rechtsbijstand dan wel andere deskundigenbijstand, als de kosten daarvan redelijk zijn te achten, kunnen deze kosten voor vergoeding in aanmerking komen. 2. Indien een deskundige wordt benoemd, worden de kosten van deskundigenbijstand die zijn gemaakt voordat een conceptadvies is uitgebracht, in ieder geval niet redelijk geacht. 3. Indien de verzoeker geen recht heeft op een tegemoetkoming ten titel van nadeelcompensatie, komen ook de eventuele door verzoeker gemaakte redelijke kosten voor deskundigenbijstand niet voor vergoeding in aanmerking. Artikel 10. Vergoeding van wettelijke rente. Een vergoeding van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 van het Burgerlijk Wetboek kan deel uitmaken van de toe te kennen vergoeding. De datum van ontvangst van het verzoek om schadevergoeding wordt aangemerkt als het tijdstip waarop de wettelijke rente ingaat.
Hoofdstuk 2. Procedurebepalingen. Artikel 11. Termijn voor indiening verzoek.
1. Het verzoek om schadevergoeding wordt zo spoedig als redelijkerwijs mogelijk is schriftelijk bij het bestuursorgaan ingediend. 2. Het bestuursorgaan kan een verzoek afwijzen indien vijf jaren zijn verlopen na aanvang van de dag, volgende op die waarop de benadeelde zowel met de schade als met de omstandigheid dat deze schade is veroorzaakt door een schadeoorzaak als bedoeld in artikel 2, eerste lid, bekend is geworden, en in ieder geval door verloop van twintig jaren na de gebeurtenis waardoor schade is veroorzaakt. 3. Heeft de verzoeker, vóórdat de termijn is verstreken na verloop waarvan het bestuursorgaan het verzoek kunnen afwijzen, een schriftelijke mededeling aan het bestuursorgaan gedaan, waarin verzoeker ondubbelzinnig verklaart dat hij zich het recht voorbehoudt om een verzoek om schadevergoeding als bedoeld in artikel 2 in te dienen, dan begint een nieuwe termijn als bedoeld in het tweede lid te lopen na de aanvang van de dag, volgende op die, waarop deze schriftelijke mededeling is gedaan. Artikel 12. Het verzoek om schadevergoeding.
1. Het verzoek wordt ondertekend en bevat tenminste: a) de naam en adres van de verzoeker; b) de dagtekening; c) een aanduiding van het handelen, dat de gestelde schade naar het oordeel van verzoeker veroorzaakt; d) een vermelding van de reden of redenen waarom het bestuursorgaan gehouden zou zijn de schade te vergoeden, die het gevolg is van het onder c aangeduide handelen; e) zo redelijkerwijze mogelijk een opgave van de aard en de omvang van de schade; f) zo redelijkerwijs mogelijk een specificatie van het bedrag van de schade; g) een omschrijving van de wijze waarop de schade naar het oordeel van de verzoeker dient te worden vergoed en, zo een vergoeding in geld wordt gewenst, een opgave van het schadebedrag, dat naar het oordeel van de verzoeker vergoed dient te worden. 2. Het bestuursorgaan bevestigt de ontvangst van het verzoek zo spoedig mogelijk, doch tenminste binnen twee weken na ontvangst ervan, en stelt de verzoeker in kennis van de te volgen procedure.
raad 2022_1326 definitief
7
3. Indien naar het oordeel van het bestuursorgaan niet of onvoldoende is voldaan aan het bepaalde in het eerste lid, of indien de verzoeker overigens verzuimt de gegevens en de bescheiden die voor de beslissing op de aanvraag nodig zijn en waarover hij redelijkerwijs de beschikking kan krijgen te verschaffen, stelt het bestuursorgaan de verzoeker in de gelegenheid het verzuim te herstellen binnen een door hen te stellen termijn. Artikel 13. Vereenvoudigde behandeling van het verzoek.
1. Het bestuursorgaan neemt het verzoek niet in behandeling indien het niet overeenkomstig het bepaalde in artikel 12 is ingediend en van de geboden gelegenheid om het verzoek aan te vullen niet tijdig of onvoldoende is gebruik gemaakt. 2. Een besluit om het verzoek niet in behandeling te nemen wordt aan de verzoeker schriftelijk medegedeeld binnen vier weken nadat het verzoek is aangevuld of nadat de daarvoor gestelde termijn ongebruikt is verstreken. 3. Het bestuursorgaan wijst het verzoek zonder nader onderzoek af indien het naar zijn oordeel kennelijk ongegrond is. Een verzoek is onder meer kennelijk ongegrond wanneer toepassing wordt gegeven aan artikel 11, tweede lid. 4. Een besluit om het verzoek wegens kennelijke ongegrondheid af te wijzen wordt aan de verzoeker schriftelijk medegedeeld binnen acht weken nadat de termijn is verstreken gedurende welke de verzoeker het verzoek kon aanvullen. 5. Het bestuursorgaan kan de in het vorige lid bedoelde termijn eenmaal met tenminste vier weken verlengen. Zij stelt de verzoeker daarvan schriftelijk in kennis. Artikel 14. De deskundige.
1. Indien geen toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in artikel 13, eerste en derde lid kan het bestuursorgaan, bijvoorbeeld indien sprake is van complexe juridische en/of financiële omstandigheden, een deskundige benoemen. 2. De deskundige heeft tot taak het bestuursorgaan van onpartijdig en deskundig advies te dienen over de op het verzoek te nemen beslissing. 3. De functie van de deskundige kan tevens door meerdere personen gezamenlijk worden uitgevoerd. 4. Het bestuursorgaan stelt de verzoeker in kennis van het voornemen om een deskundige aan te stellen. De verzoeker kan binnen twee weken na verzending van de kennisgeving, schriftelijk en voldoende gemotiveerd een verzoek tot wraking van één of meerdere deskundigen indienen bij het bestuursorgaan. 5. Het bestuursorgaan beslist binnen twee weken na ontvangst van een wrakingsverzoek over het ingediende verzoek tot wraking van één of meerdere deskundigen. 6. De deskundige maakt geen deel uit van de bestuurlijke of ambtelijke organisatie van de gemeente. Daarnaast maakt hij geen deel uit van de bezwaarschriftencommissie van de gemeente. 7. De deskundige is een adviseur in de zin van afdeling 3.3 van de Algemene wet bestuursrecht. Artikel 15. Het door de deskundige te verrichten onderzoek.
1. De deskundige dient het bestuursorgaan van advies over de op het verzoek te nemen beslissing. Hij stelt daartoe, voor zover een zorgvuldige advisering daartoe noopt, een onderzoek in naar: a) de vraag of de door verzoeker in zijn verzoek gestelde schade een gevolg is van de in het verzoek aangeduide schadeoorzaak, indien en voor zover deze als een rechtmatige uitoefening door of namens het bestuursorgaan van een aan het publiekrecht ontleende bevoegdheid of taak als bedoeld in artikel 2, lid 1 kan worden aangemerkt;
raad 2022_1326 definitief
8
b) de omvang van de schade; c) de vraag of deze schade redelijkerwijs niet of niet geheel ten laste van de benadeelde moet blijven, zulks met in achtneming van het in artikel 3 t/m 10 bepaalde; d) de vraag of vergoeding van de schade niet, of niet voldoende, anderszins is verzekerd. 2. De deskundige brengt rapport uit over zijn bevindingen. Hij adviseert het bestuursorgaan over de hoogte van de uit te keren schadevergoeding en doet, indien het bestuursorgaan een daartoe strekkend verzoek heeft gedaan, voorstellen voor maatregelen of voorzieningen waardoor de schade, anders dan door een vergoeding in geld, kan worden beperkt of ongedaan gemaakt. Artikel 16. Bevoegdheden en verplichtingen.
1. Het bestuursorgaan stelt de deskundige, al dan niet op verzoek, de gegevens ter beschikking die nodig zijn voor een goede vervulling van haar taak. Artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur is van overeenkomstige toepassing. 2. De verzoeker verschaft de deskundige de gegevens en bescheiden die voor de advisering nodig zijn en waarover hij redelijkerwijs de beschikking kan krijgen. 3. De deskundige kan inlichtingen en adviezen inwinnen bij derden. Indien met het verstrekken van inlichtingen of het verlenen van adviezen door derden kosten gemoeid zijn, oefent de deskundige deze bevoegdheid eerst uit na instemming van het bestuursorgaan 4. De deskundige kan een plaatsopneming houden, indien zij dit nodig acht. Artikel 17. Procedure deskundige.
1. De deskundige stelt de verzoeker in kennis van de te volgen procedure. 2. De deskundige stelt de verzoeker en het bestuursorgaan in de gelegenheid tot het geven van een mondelinge toelichting. Beiden partijen kunnen zich laten bijstaan of vertegenwoordigen door een gemachtigde. 3. Meegebrachte deskundigen worden in de gelegenheid gesteld een toelichting te geven. 4. Van de toelichtingen wordt een verslag opgemaakt. Het verslag wordt aan verzoeker en het bestuursorgaan toegestuurd. 5. Alvorens de deskundige zijn definitieve advies opstelt, maakt hij een conceptadvies op. 6. Dit conceptadvies wordt uiterlijk zestien weken nadat de deskundige is ingesteld, aan verzoeker en het bestuursorgaan toegezonden. Indien niet binnen deze termijn een conceptadvies opgemaakt kan worden, deelt de deskundige verzoeker en het bestuursorgaan gemotiveerd mede, waarom deze termijn overschreden wordt. Hij geeft daarbij een termijn aan waarbinnen het conceptadvies aan verzoeker en het bestuursorgaan zal worden toegezonden. Deze termijn bedraagt ten hoogste acht weken. 7. Verzoeker en het bestuursorgaan maken eventuele bedenkingen tegen het conceptadvies, uiterlijk vier weken na de datum van verzending daarvan, schriftelijk aan de deskundige kenbaar. 8. De deskundige stelt haar advies vast binnen acht weken na het verstrijken van de in het zesde lid genoemde termijn.
Zij kan deze termijn, onder opgaaf van redenen, eenmaal met ten hoogste vier weken verlengen. Zij zendt het verzoek terstond toe aan de verzoeker en het bestuursorgaan. Artikel 18. De beslissing op het verzoek om schade vergoeding
1. Het bestuursorgaan beslist binnen acht weken of – indien overeenkomstig het bepaalde in artikel 14 een deskundige is benoemd- binnen 32 weken na de ontvangst van het verzoek en maakt dit besluit binnen die termijn bekend aan verzoeker. 2. De beslissing van het bestuursorgaan bedoeld in het eerste lid kan, onder opgaaf van redenen, eenmaal voor ten hoogste 16 weken worden verdaagd.
raad 2022_1326 definitief
9
Hoofdstuk 3. Overige en slotbepalingen. Artikel 19. Voorschot.
1. Het bestuursorgaan kent de verzoeker die naar redelijke verwachting in aanmerking komt voor een vergoeding in geld als bedoeld in artikel 2 en wiens belang naar het oordeel van het bestuursorgaan vordert dat aan hem een voorschot wordt toegekend, op diens verzoek een voorschot toe. 2. Indien het bestuursorgaan beslist tot het verlenen van een voorschot wordt daarmee geen aanspraak als bedoeld in artikel 2 erkend. 3. Het bestuursorgaan kan zich over het al dan niet verstrekken van een voorschot laten adviseren door de deskundige. 4. Het voorschot kan uitsluitend worden verleend indien de verzoeker schriftelijk de verplichting aanvaardt tot gehele en onvoorwaardelijke terugbetaling van hetgeen ten onrechte als voorschot is uitbetaald, zulks te vermeerderen met de wettelijke rente over het teveel betaalde te rekenen vanaf de datum van betaling van het voorschot. Het bestuursorgaan kan daarvoor zekerheidstelling, bijvoorbeeld in de vorm van een bankgarantie, verlangen. Artikel 20. Bijzondere projecten De gemeenteraad kan voor bijzondere projecten een afzonderlijke regeling treffen waarin de bepalingen van deze verordening worden aangevuld dan wel daarvan wordt afgeweken. Artikel 21 Reikwijdte Deze verordening is van toepassing op schade die is ontstaan na de inwerkingtreding van deze verordening. Artikel 22. Citeertitel.
Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene Verordening Nadeelcompensatie Tilburg (AVN Tilburg) Artikel 23. Inwerkingtreding. Deze verordening treedt in werking daags na bekendmaking.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 18 juli 2022,
de griffier,
de voorzitter,