CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

01 Raadsvoorstel aanwijzen categorieen van gevallen 2021

Raadsvergadering 15 juli 2021, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel Aanpassing categorieën verklaring van geen bedenkingen2.227 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

raad 2021_1158 definitief

1

Raadsvoorstel Aanwijzen categorieën van gevallen verklaring van geen bedenkingen Aanleiding Op 1 januari 2022 treedt in beginsel de Omgevingswet in werking. Planologische procedures zoals we die nu kennen onder de Wet ruimtelijke ordening (o.a. bestemmingsplannen) gaan veranderen. Voor de praktijk betekent dit dat wij hebben besloten vanaf 1 juni 2021 aanvragen om herziening van bestemmingsplannen voor te gaan bereiden op de behandeling onder de Omgevingswet. Bij een uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet, verschuift deze datum mee. De verwachting is dat initiatiefnemers van ruimtelijke initiatieven ná 1 juni 2021 veelvuldig gebruik gaan maken van de juridische instrumenten zoals die nu nog in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en Wet algemene bepaling omgevingsrecht (Wabo) staan en overgaan tot het indienen van omgevingsvergunningen met het verzoek tot toepassing van een grote buitenplanse afwijking (ook wel projectafwijkingsbesluit genoemd). Ons college is hiertoe bevoegd, zij het dat voor het verlenen van een projectafwijkingsbesluit een verklaring van geen bedenkingen van de gemeenteraad nodig is op grond waarvan het college de omgevingsvergunning kan verlenen. Bij besluit van 9 maart 2015 (bijlage 1) heeft de raad een beperkt aantal categorieën van gevallen aangewezen waarvoor een dergelijke verklaring niet is vereist.

De verwachting is dat de meeste (woningbouw)projecten die na 1 juni worden ingediend hier niet onder te scharen zijn, wat betekent dat de raad na juni 2021 een veelvoud aan verzoeken krijgt om een verklaring af te geven. In dit voorstel stellen wij daarom voor de eerder bij besluit van 9 maart 2015 aangewezen categorieën van gevallen waarvoor de raad een verklaring van geen bedenkingen afgeeft, te vervangen en te verruimen. Dat betekent dat voor de in dit raadsvoorstel genoemde categorieën dus geen verklaring van bedenkingen meer nodig is. Wij willen benadrukken dat dit voorstel uitsluitend ziet op de bevoegdheden van de raad onder de huidige wetgeving. Dit voorstel draagt bij aan de wens van de raad om een versnelling door te voeren in de uitvoering van het woningbouwprogramma. Ook zorgt dit raadsvoorstel voor een versnelling in het proces van initiatieven en is het daarmee aldus dienstverlenend richting initiatiefnemers.

Voorstel 1.

De volgende categorieën gevallen aanwijzen waarvoor een verklaring van geen bedenkingen als bedoeld in artikel 6.5 lid 3 van het Besluit omgevingsrecht niet is vereist: Categorie 1 Het bouwen, herbouwen, vernieuwen, uitbreiden van gebouwen en bouwwerken en het omzetten van bestaande functies ten behoeve van de woonfunctie inclusief de bij die functie bijbehorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde en voorzieningen, met een maximum van 100 woningen. Categorie 2 Het realiseren van een project (zowel bouwen en gebruik) dat is opgenomen, dan wel in overeenstemming is of rechtstreeks past binnen de kaders van de volgende door de gemeenteraad geaccordeerde documenten: 1. Koersdocument Spoorzone; 2. Koersdocument Stappegoor; 3. Masterplan Landschapspark Pauwels; 4. Stedenbouwkundige visie gebiedsontwikkeling Piushaven, actualisatie 2018.

Portefeuillehouder: Wethouder Van der Pol Behandelend ambtenaar: Afdeling Ruimte, Gijs Bakkers

raad 2021_1158 definitief

2

Categorie 3 Realisering van functiewijzigingen van bestaande opstallen met bijbehorende gronden, de daaruit voorkomende bouwactiviteiten alsmede uitbreiding van bestaande functies, behoudens (volumineuze) detailhandel en de vestiging van bedrijven in een bedrijfscategorie van 3.1. en hoger volgens de richtlijn Bedrijven en Milieuzonering.

Categorie 4 Het oprichten, wijzigen en/of uitbreiden alsmede het gebruiken van een gebouw, inclusief gevelwijzigingen, ten behoeve van maatschappelijke voorzieningen, mits geen sprake is van maatschappelijk gevoelige initiatieven, dienstverlening, horeca, mits geen sprake is van grootschalige horeca, kantoren, recreatie en/of sport, met inbegrip van bijgebouwen. 2.

De bevoegdheid tot het vaststellen van een exploitatieplan (artikel 6.12 lid 1 Wet ruimtelijke ordening (Wro)) en de bevoegdheid om te besluiten geen exploitatieplan vast te stellen (artikel 6.12 lid 2 Wro) voor de onder 1 genoemde gevallen delegeren aan het college van burgemeester en wethouders (artikel 6.12 lid 3 Wro).

3.

Dit besluit in plaats laten komen van het raadsbesluit van 9 maart 2015 (2015_159).

Argumenten 1.1. Het verruimen van de categorieën van gevallen versnelt het proces tot het bouwen van o.a. woningen. De verwachting is dat initiatiefnemers na 1 juni 2021 in plaats van het aanvragen van een wijziging van het omgevingsplan, veelvuldig overgaan tot het indienen van omgevingsvergunningen met het verzoek tot toepassing van een grote buitenplanse afwijking (artikel 2.1 eerste lid onder c Wat algemene bepalingen omgevingsrecht). De reden hiervoor is de onbekendheid met de ruimtelijke instrumenten onder de Omgevingswet. Niet alleen qua inhoud, maar ook qua tijdspad. Het voorstel draagt bij aan de wens van de raad om een versnelling door te voeren in de uitvoering van het woningbouwprogramma. De versnelling als gevolg van dit voorstel zit hem in het proces om te komen tot een omgevingsvergunning. De doorlooptijd van een grote buitenplanse afwijking is 26 weken. Dit is inclusief een eventueel af te geven verklaring van geen bedenkingen door de raad. De termijn is een termijn van orde wat betekent dat overschrijding van de termijn niet leidt tot een vergunning van rechtswege. Projecten die onder de huidige indeling van categorieën vallen, worden onder mandaat verleend. In de praktijk blijkt dat de doorlooptijd van deze vergunningen meer dan 26 weken is, hoewel het naar aard en omvang kleinschalige projecten zijn.

In het geval een project niet onder de indeling valt, moet het project voor een verklaring worden voorgelegd aan de raad. Dit betekent een verlenging van het proces met ongeveer 10 tot 12 weken. Het verruimen van de categorieën is daarbij dienstverlenend richting een initiatiefnemer. Het zorgt, nogmaals, in een versnelling van het proces. Met de verwachte toename aan aanvragen om een omgevingsvergunning met grote buitenplanse afwijking, is de kans groot dat een project niet onder de huidige indeling van categorieën valt waardoor een project voor een verklaring worden voorgelegd aan de raad. Het huidige voorstel zorgt er juist voor dat de verwachte intensivering van de werkzaamheden van de raad wordt verminderd wat tevens zorgt voor minder druk op de ambtelijke organisatie. Opgemerkt zij dat naast de toename van vergunningaanvragen en verklaringen van geen bedenkingen uw raad ook nog veel bestemmingsplannen ter vaststelling voorgelegd zal krijgen (alles wat nu al in procedure is en de plannen die voor 1 januari 2022 nog in ontwerp ter inzage gelegd worden). 1.2. Het verruimen van de categorieën van gevallen waarborgt nog steeds een goede ruimtelijke ordening. Eén van de argumenten in uw besluit van maart 2015 was de voorkeur voor het opstellen van een (postzegel)bestemmingsplan in plaats van een afwijkingsbesluit.

Met het bestemmingsplan ligt het ruimtelijk kader vast, is een zekere flexibiliteit gewaarborgd en is kostenverhaal verzekerd. Voor het afwijkingsbesluit geldt ook dat er sprake moet zijn van een goede ruimtelijke onderbouwing waarbij met behulp van leges en het sluiten van een anterieure overeenkomst en planschadeovereenkomst het kostenverhaal ook voldoende

raad 2021_1158 definitief

3

anderszins is verzekerd. De Richtlijn Omgevingsdialoog is eveneens van toepassing. De mate van flexibiliteit is beperkt, omdat vergunning wordt verleend voor een concreet project. Bovendien zijn tussentijdse wijzigingen in het project niet mogelijk. Ervaring leert echter dat de projecten waaraan medewerking verleend wordt reeds dermate concreet en nader uitgewerkt zijn, dat een bepaalde mate van flexibiliteit niet noodzakelijk is. In de loop van de tijd zijn de herziening van een bestemmingsplan en een afwijkingsbesluit daarnaast naar elkaar toegegroeid en zijn ze voor elkaar inwisselbaar geworden. 1.3. Het verruimen van de categorieën van gevallen laat het besluit aangaande het advies- en instemmingsrecht onder de Omgevingswet in tact. Bij besluit van 14 december 2020 hebt u besloten de huidige indeling van categorieën bij in werking treden van de Omgevingswet om te zetten naar een advies zonder instemming. De keuze om nu de indeling te verruimen is ingegeven door de verwachting dat er veel aanvragen om afwijkingsbesluiten zullen gaan binnenkomen. Dit neemt niet weg dat naast de huidige verruiming, er na inwerkingtreding van de Omgevingswet ruimte is om de indeling te herijken zoals besloten in december 2020 aan de hand van de nieuwe thema’s, per deelgebied van het omgevingsplan opgehaalde waarden etc. 1.4.

Met de voorgestelde categorieën van gevallen is ruimte om snel mee te werken aan grootschaligere projecten. De voorgestelde categorieën kunnen als volgt nader worden toegelicht. Het verschil met het besluit van 9 maart 2015 wordt hierbij vermeldt: Categorie 1: Deze categorie is qua strekking gelijk aan het huidige artikel 1, maar we verruimen het aantal woningen van 20 naar 100. Op die manier is het mogelijk om mee te werken aan initiatieven die, komende bijvoorbeeld uit de keten Stedelijke Ontwikkeling, passend zijn binnen de geldende beleidskaders en bijdragen aan de woningbouwopgave die gesteld is in de Woonvisie. Categorie 2: Deze categorie is nieuw t.o.v. het huidige besluit. Deze categorie is toegevoegd om invulling te geven aan de versnelling van het woningbouwprogramma. Een deel van de initiatieven die binnenkomen zijn initiatieven die voortvloeien uit visies, masterplannen etc. waarover uw raad zich positief heeft uitgesproken. Voor projecten die binnen deze kaders vallen is wenselijk om relatief snel medewerking te verlenen. Gezien de positieve besluitvorming rondom deze visies, masterplannen etc. is het o.i. niet meer noodzakelijk dat de raad een afzonderlijke verklaring van geen bedenkingen afgeeft. Het gaat daarbij om de volgende documenten: 1. Koersdocument Spoorzone; 2. Koersdocument Stappegoor; 3. Masterplan Landschapspark Pauwels 4.

Stedenbouwkundige visie gebiedsontwikkeling Piushaven, actualisatie 2018. Categorie 3: Ook deze categorie is nieuw en is ingegeven door de huidige dynamiek binnen gebiedsontwikkeling. Binnenstedelijk is de trend om bestaande opstallen te transformeren naar andere functie. Dit komt niet alleen het ruimtegebruik ten goede, maar draagt ook bij aan behoud van mogelijk interessante locaties. Hoewel de huidige kruimelgevallenregeling al relatief eenvoudig ruimte biedt om mee te werken aan functiewijzigingen, biedt dit artikel de ruimte om snel mee te werken daar waar het wijzigen van het gebruik in combinatie met het bouwen niet mogelijk is op basis van de kruimelgevallenregeling. Categorie 4: De huidige indeling kent in de artikelen 3 en 4 de mogelijkheid om mee te werken aan nieuwe maatschappelijke voorzieningen, mits niet maatschappelijk gevoelig, en horeca, mits niet grootschalig. Met de voorgestelde regeling blijft dit gehandhaafd, maar combineren we deze artikelen in één categorie waarmee dus de oude artikelen 3 en 4 vervallen en bieden we de ruimte om ook andere functies te faciliteren, behoudens detailhandel en bedrijven. Voor deze functies geldt een stringenter beleid waardoor uw raad alsnog per initiatief kan bekijken in hoeverre afwijking ten behoeve van deze functies wenselijk is.

Dit is ook de reden dat het huidige artikel 2 wat betreft het bouwen of uitbreiden van een bedrijfsgebouw is komen te vervallen.

raad 2021_1158 definitief

4

2.1. Voor de uitbreiding van de categorieën wordt ook het besluit over het vaststellen van het exploitatieplan gedelegeerd. Dit is een procedureel beslispunt dat volgt uit beslispunt 1. De bevoegdheid van het college om zelfstandig omgevingsvergunningen voor de categorieën zoals beschreven betreft ook het exploitatieplan. Indien dit niet gelijktijdig geregeld wordt, zou de vreemde situatie kunnen ontstaan het college bevoegd is om een omgevingsvergunning te verlenen, maar dat uw raad bevoegd blijft voor het vaststellen van het exploitatieplan, indien kostenverhaal niet anderszins is geregeld in een overeenkomst. Versnelling van proces en vermindering van administratieve lasten zou dan nihil zijn.

Kosten en dekking n.v.t.

Vervolg De nieuwe indeling van categorieën wordt zowel in de Staatscourant, het Gemeenteblad als op de gemeente webpagina gepubliceerd. In de publicatie wordt opgenomen per wanneer het besluit in werking treedt. Daarna zal het opgenomen worden in het werkproces.

Bijlage •

Raadsbesluit 9 maart 2015

Tilburg, 25 mei 2021 Het college van burgemeester en wethouders van Tilburg, de secretaris, de burgemeester,

raad 2021_1158 definitief

5

Raadsbesluit De raad van de gemeente Tilburg; -

gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders;

Besluit 1.

De volgende categorieën gevallen aanwijzen waarvoor een verklaring van geen bedenkingen als bedoeld in artikel 6.5 lid 3 van het Besluit omgevingsrecht niet is vereist: Categorie 1 Het bouwen, herbouwen, vernieuwen, uitbreiden van gebouwen en bouwwerken en het omzetten van bestaande functies ten behoeve van de woonfunctie inclusief de bij die functie bijbehorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde en voorzieningen, met een maximum van 100 woningen. Categorie 2 Het realiseren van een project (zowel bouwen en gebruik) dat is opgenomen, dan wel in overeenstemming is of rechtstreeks past binnen de kaders van de volgende door de gemeenteraad geaccordeerde documenten: 5. Koersdocument Spoorzone; 6. Koersdocument Stappegoor; 7. Masterplan Landschapspark Pauwels; 8. Stedenbouwkundige visie gebiedsontwikkeling Piushaven, actualisatie 2018. Categorie 3 Realisering van functiewijzigingen van bestaande opstallen met bijbehorende gronden, de daaruit voorkomende bouwactiviteiten alsmede uitbreiding van bestaande functies, behoudens (volumineuze) detailhandel en de vestiging van bedrijven in een bedrijfscategorie van 3.1. en hoger volgens de richtlijn Bedrijven en Milieuzonering.

Categorie 4 Het oprichten, wijzigen en/of uitbreiden alsmede het gebruiken van een gebouw, inclusief gevelwijzigingen, ten behoeve van maatschappelijke voorzieningen, mits geen sprake is van maatschappelijk gevoelige initiatieven, dienstverlening, horeca, mits geen sprake is van grootschalige horeca, kantoren, recreatie en/of sport, met inbegrip van bijgebouwen. 2.

De bevoegdheid tot het vaststellen van een exploitatieplan (artikel 6.12 lid 1 Wet ruimtelijke ordening (Wro)) en de bevoegdheid om te besluiten geen exploitatieplan vast te stellen (artikel 6.12 lid 2 Wro) voor de onder 1 genoemde gevallen delegeren aan het college van burgemeester en wethouders (artikel 6.12 lid 3 Wro).

3.

Dit besluit in plaats laten komen van het raadsbesluit van 9 maart 2015 (2015_159).

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 15 juli 2021. De plaatsvervangend griffier,

voorzitter,

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10369492/2