01 Raadsbesluit Tarieven huishoudelijke hulp 2023 en 2024 (incl. voorstel)
Tekst van het document
Voorblad Raadsvoorstel tarief huishoudelijke hulp 2023 en 2024 Samenvatting Aanbieders huishoudelijke hulp Wmo geven aan dat de tarieven te laag zijn en ze op deze manier niet kostendekkend kunnen werken, ondanks de toegekende contractuele indexering. Vooral het ziekteverzuim en de CAO-ontwikkelingen maken dat de personeelskosten voor de aanbieders flink zijn gestegen. Uit het recent uitgevoerde kostprijsonderzoek blijkt dat de kosten van de aanbieders inderdaad fors zijn gestegen ten opzichte van 2020 - het jaar dat de aanbesteding is gepubliceerd. Om verdere faillissementen te voorkomen is het advies om de tarieven te indexeren conform uitkomst van het kostprijsonderzoek.
Collegebesluit A. Het college legt geheimhouding op, op de bij het raadsvoorstel behorende bijlage "Kostprijsonderzoek", op grond van de belangen genoemd in artikel 5.1 lid 1 sub c en lid 2 sub b, f en i van de Wet open overheid. B. Het college stelt de raad voor: 1. de tarieven huishoudelijke hulp in de Wmo te indexeren naar een tarief van € 35,58 per uur voor 2023 en € 38,39 per uur voor 2024, en; 2. bij deze tariefswijziging de volgende voorwaarden te stellen aan de aanbieders huishoudelijke hulp: a. winstmaximalisatie van 3% b. garantie voor zorgcontinuïteit
01 Raadsvoorstel Tarieven huishoudelijke hulp 2023 en 2024
Raadsvoorstel - Tarief huishoudelijke hulp 2023 en 2024 Aanleiding Aanbieders huishoudelijke hulp in de Wmo geven aan dat de tarieven te laag zijn en ze op deze manier niet kostendekkend kunnen werken, ondanks de toegekende contractuele indexering. Vooral het ziekteverzuim en de CAO-ontwikkelingen maken dat de personeelskosten voor de aanbieders flink zijn gestegen. Uit het recent uitgevoerde kostprijsonderzoek blijkt dat de kosten van de aanbieders inderdaad fors zijn gestegen ten opzichte van 2020 - het jaar dat de aanbesteding is gepubliceerd. Om verdere faillissementen te voorkomen is het advies om de tarieven te indexeren conform uitkomst van het kostprijsonderzoek. Vanwege het budgetrecht van de gemeenteraad dient de raad - bij afwijking van de indexeringsbepaling uit de overeenkomst - het besluit te nemen om een aangepast tarief te hanteren voor 2023 en 2024. Naar aanleiding van een deelfaillissement van de grootste aanbieder huishoudelijke hulp voor onze gemeente (Actief zorg) en een gesprek met een aantal aanbieders waarin bovenstaande is geschetst, heeft een kostprijsonderzoek plaatsgevonden en zijn de jaarrekeningen van de aanbieders beoordeeld. 1 In september 2023 zijn de ontwikkelingen van de onlangs vastgestelde CAO VVT 2023-2024 verwerkt in het kostprijsonderzoek.
Op deze manier hebben we meer inzicht verkregen in de verhouding tussen het contractuele tarief en het tarief dat nodig is voor de bedrijfsvoering van de aanbieders. Hieruit kwam een tarief van € 35,58 voor 2023 en € 38,39 voor 2024.2 Het huidige tarief dat we betalen bedraagt € 32,08 voor 2023. Een aantal conclusies kunnen hierbij getrokken worden: ▪ Het huidige tarief is inderdaad ruim lager dan de huidige kostprijs - dat betekent dat de zorgaanbieders verlieslijdend huishoudelijke hulp leveren in Tilburg; ▪ De Tilburgse tarieven liggen (ruim) onder het landelijk gemiddelde; ▪ De klacht van de aanbieders over de te lage tarieven en de niet-kloppende indexeringswijze is daarmee terecht; ▪ De info uit de jaarrekeningen die geduid kan worden laat zien de winstmarges gering zijn en in één geval zelfs negatief.
Beoogd effect Verhogen van de tarieven om te kunnen voldoen aan de wettelijke plicht huishoudelijke hulp te leveren op grond van de Wmo, waarbij het risico wordt verkleind op een faillissement bij aanbieders waardoor onze inwoners (tijdelijk of structureel) niet geholpen zouden kunnen worden.
Voorstel 1. De tarieven huishoudelijke hulp in de Wmo indexeren naar een tarief van € 35,58 per uur voor 2023 en € 38,39 per uur voor 2024, en; 2. Bij deze tariefswijziging de volgende voorwaarden stellen aan de aanbieders huishoudelijke hulp: a. winstmaximalisatie van 3% b. garantie voor zorgcontinuïteit
1 Een nuancering is op zijn plaats als het gaat over de representativiteit van de jaarrekeningen voor de Tilburgse situatie.
Voor meer informatie: zie het financieel verslag. Een aantal kanttekeningen: De jaarrekeningen gaan over instellingen die niet alleen aan Tilburg zorg leveren. Het is lastig te bepalen in hoeverre de jaarrekeningen een duidelijk beeld geven vanwege kerstboomconstructies, afschrijvingslasten en goodwill van moedermaatschappijen. We hebben niet van alle aanbieders de jaarrekeningen ontvangen en niet altijd de meest recente. 2 Voor meer informatie over de tarieven: zie de kosten- en dekkingsparagraaf.
01 Raadsvoorstel Tarieven huishoudelijke hulp 2023 en 2024
Argumenten 1.1 - De kosten van de aanbieders zijn fors gestegen Uit het kostprijsonderzoek blijkt dat de kosten van de aanbieders zijn gestegen ten opzichte van het jaar dat de aanbesteding is gepubliceerd. De componenten die ten grondslag liggen aan de tariefberekening komen daarmee niet meer goed overeen met de daadwerkelijke situatie. Het ziekteverzuim is sinds corona fors gestegen, de CAO is verhoogd en de opslag voor sociale lasten is hoger bij de aanbieders dan waar we in de aanbesteding van uit zijn gegaan. De kostencomponenten die de aanbieders hebben aangeleverd liggen in de buurt van de benchmark die Berenschot in opdracht van o.a. de VNG daarvoor heeft ontwikkeld; dat duidt op een reële en waarheidsgetrouwe aanlevering vanuit de aanbieders. 1.2 - Een verhoging van het tarief is verdedigbaar gezien het jaarrekeningonderzoek Uit het jaarrekeningonderzoek komt een licht zorgwekkend beeld naar voren over de aanbieders. De solvabiliteit bij de aanbieders is matig tot slecht. De exploitatieresultaten over 2022 bij de onderzochte jaarrekeningen zijn op een na positief, maar de marges (exploitatieresultaat in percentage van de omzet) zijn klein. Ook zijn er veel kerstboomconstructies en overnames in de branche voor huishoudelijke hulp te zien in de jaarrekeningen.
De voorzichtige conclusie op basis van deze gegevens is dat er bij deze aanbieders een wat grotere kans op faillissementen is dan bij andere aanbieders van maatwerkvoorzieningen in de Wmo en jeugdhulp. Bovendien levert gemeente Tilburg voor een aantal aanbieders een aanzienlijk deel van de omzet. 1.3 - De tariefverhoging naar € 35,58 is nodig om de bedrijfsvoering van de aanbieders adequaat te kunnen bekostigen Door te indexeren conform scenario 1 kunnen de aanbieders hun medewerkers en bedrijfsvoering blijven betalen zonder verlies te draaien op het Tilburgse contract. De aanbieders hebben aangetoond dat de huidige indexering op grond van de overeenkomst te laag is. Een tarief van € 35,58 zit ook meer in de buurt van wat andere gemeenten betalen en bevat een prikkel om te werken aan verlagen van ziekteverzuim en verhoging van de productieve uren. Ter vergelijking: het gemiddelde van een overzicht van wat andere gemeenten betalen in 2023 is een tarief van € 33,67. Dat is al hoger dan de € 32,08 op grond van de overeenkomst, maar nog steeds te weinig om de bedrijfsvoering van de aanbieders afdoende te kunnen bekostigen. 1.4 - Continuïteit van de huishoudelijke hulp is belangrijk voor zowel klanten als werknemers We leveren op dit moment vanuit de Wmo maandelijks huishoudelijke hulp aan ca. 7600 inwoners.
Met slechts zes aanbieders huishoudelijke hulp hebben de aanbieders ieder veel inwoners waar zij hulp aan leveren. Het college is van mening dat deze medewerkers essentieel zijn voor onze kwetsbare en oudere inwoners. Zij zijn van belang binnen het sociaal domein vanuit de signalerende functie die zij hebben waar het gaat om de ontwikkeling van het welzijn van onze inwoners. Een faillissement van een van deze aanbieders kan grote gevolgen hebben voor zowel de continuïteit van de zorg voor onze inwoners als voor de vele werknemers die bij deze aanbieders werkzaam zijn. Deze werknemers wonen in verreweg de meeste gevallen immers ook in onze gemeente. Het college wil deze werknemers behouden in hun huidige functie, correct waarderen en de arbeidsmarkt op orde houden. 1.5 - Niet verhogen van de tarieven brengt juridische risico’s met zich mee In het Uitvoeringsbesluit Wmo (de AMvB “rëele prijs”) worden gemeenten verplicht een reële prijs te betalen voor Wmo-diensten. Of we hieraan voldoen is discutabel. Bij de start van de overeenkomst hebben we een reële prijs berekend, maar volgens de huidige situatie voldoet deze prijs niet meer. Het is daarmee nog de vraag of het niet doorvoeren van een tariefverhoging juridisch houdbaar is. De jurisprudentie is hierover nog niet uitgekristalliseerd.
De inschatting is dat het verhogen van het tarief conform uitkomst van het kostprijsonderzoek eventuele juridische stappen voorkomt en de relatie met de aanbieders ten goede komt. 1.6 - Per 2026 komt er een inkomensafhankelijke eigen bijdrage in de Wmo Momenteel hebben we in de Wmo te maken met het abonnementstarief, waarbij iedere inwoner die gebruik maakt van een Wmo-voorziening maximaal € 19,- per maand betaalt. Per 2026 wordt dit omgezet naar een inkomensafhankelijke eigen bijdrage, waardoor hogere inkomensgroepen meer moeten bijdragen aan hun
01 Raadsvoorstel Tarieven huishoudelijke hulp 2023 en 2024
Wmo-voorziening.3 Dit betekent dat de aanzuigende werking van het abonnementstarief per 2026 verleden tijd is, wat vanaf dat jaar de toestroom naar huishoudelijke hulp in de Wmo zal verkleinen. 1.7 - De aanbieders huishoudelijke hulp leveren naar tevredenheid hulp aan onze inwoners De samenwerkingsrelatie met de huidige gecontracteerde aanbieders huishoudelijke hulp is goed. De aanbieders denken mee met maatregelen vanuit de gemeente en in hun eigen bedrijfsvoering om de wachtlijsten - die sinds 2021 helaas structureel zijn geworden - zoveel mogelijk tegen te gaan. Zowel op beleids- al op uitvoeringsniveau zijn de lijntjes kort en kunnen we snel schakelen in het geval er iets nodig is voor een inwoner of voor het beleid. Door een tarief te betalen waarmee de aanbieders een kostendekkende bedrijfsvoering kunnen behouden, kan deze samenwerkingsrelatie doorgezet worden en wordt het risico op een faillissement van de aanbieders afgewend of in ieder geval sterk verkleind.
2.1 - Door afspraken te maken over winstmaximalisatie en zorgcontinuïteit komt de tariefverhoging ten goede van de zorg Met aanbieders willen we in ruil voor de tariefverhoging voorwaardelijk afspreken dat zij: (1) een maximaal rendement van 3% behalen met de uitvoering van de overeenkomst, waarbij aanbieders financiële openheid van zaken geven en winsten daarboven waar mogelijk worden terug gevorderd en (2) waar dat van toepassing is hun moedermaatschappijen garantie laten verlenen voor de bekostiging van minimaal drie maanden huishoudelijke hulp aan onze inwoners. Op die manier zorgen we ervoor dat er het zorggeld in de zorg blijft en bij een faillissement van een contractpartij de moedermaatschappij garant staat voor minimaal drie maanden doorleveren van huishoudelijke hulp. Deze afspraken hebben we ook met andere aanbieders in de Wmo gemaakt in het traject van de nieuwe inkoop. Uitvoering van de tariefsverhoging onder deze voorwaarden is afhankelijk van de medewerking van de aanbieders (zie kanttekeningen). Het college gaat er vanuit dat de aanbieder voor hulp aan huis in de nadere uitwerking van deze afspraken respecteert dat er voorwaarden gesteld worden aan winstmaximalisatie en zorg continuïteit.
Kanttekeningen en gewogen alternatieven 1.1 - Het verhogen van de tarieven levert een wezenlijke wijziging op van de aanbesteding Als er nu een hoger tarief wordt geboden dan in de overeenkomsten is afgesproken, dan levert dat een wezenlijke wijziging op ten opzichte van de aanbesteding. Deze wijziging moet dan gepubliceerd worden als een aankondiging van gewijzigde opdracht. Deze aankondiging biedt andere marktpartijen de kans om tegen gelijke voorwaarden mee te dingen naar de opdracht. 1.2 - Het verhogen van de tarieven levert mogelijk precedentwerking op Door mee te gaan in deze prijsstijging kunnen we prijsstijgingen in andere contracten moeilijker tegenhouden. Daar waar jeugdhulpaanbieders of opdrachtnemers in het ruimtelijk domein ook schermen met bijv. CAOontwikkelingen, wordt het juridisch lastiger om daar nee tegen te zeggen. Daarbij zijn CAO-ontwikkelingen voorzienbaar en geldt alleen bij onvoorziene omstandigheden dat een contract door de rechter aangepast of ontbonden kan worden. 1.3 - Het VNG advies strookt niet met de acute zorgen van de aanbieders De VNG adviseert de tarieven alleen conform de OVA te verhogen; dat is de maatstaf die nu ook in de contracten staat.4 Dat is de VNG echter ook op scherpe kritiek komen te staan, onder meer omdat het VNGadvies met een aantal in dit voorstel genoemde argumenten geen rekening houdt.
5 In het advies geeft de VNG immers ook aan dat OVA-indexering niet afdoende is voor een aantal CAO-indexeringen. Dit geldt ook voor de CAO VVT 2023-2024. Het VNG wijst op de verantwoordelijkheid van de rijksoverheid, maar dat neemt niet weg dat de zorgen van de aanbieders acuut zijn en direct op hun financiële bedrijfsvoering drukken.
3 Voor meer informatie, zie: Inkomensafhankelijke eigen bijdrage Wmo vanaf 1 januari 2026 4 Zie: https://vng.nl/artikelen/indexatie-bij-inkoop-jeugdhulp-en-wmo-ondersteuning 5 Zie: artikel Ben Bugter
01 Raadsvoorstel Tarieven huishoudelijke hulp 2023 en 2024
2.1 - Het uitvoeren van afspraken over winstmaximalisatie is complex Het uitvoeren van het onderzoek naar de winstmaximalisatie is technisch boekhoudkundig een zeer ingewikkelde exercitie. Het wordt vanwege de in sommige gevallen vele zuster- en moedermaatschappijen lastig om te pinpointen op welke contracten precies de winst is gemaakt en op welke niet. Omtrent de tariefsverhoging zijn afspraken over winstmaximalisatie voorwaardelijk en daarover moeten afspraken gemaakt worden met de aanbieders voor het Tilburgse contract. We hebben niet in de hand welke winst de aanbieders in andere gemeenten maken. 2.2 - Er is akkoord van de zorgaanbieders nodig voor de aanvullende afspraken De overeenkomst met de aanbieders huishoudelijke hulp loopt al een aantal jaar. Als we afspraken willen maken over winstmaximalisatie en zorgcontinuïteit moet dat middels een addendum op deze overeenkomst waar alle partijen mee akkoord dienen te gaan. Als een of meerdere zorgaanbieders weigeren deze overeenkomst te tekenen, kunnen we deze afspraken niet eenzijdig afdwingen. Dat betekent echter ook dat de tarieven niet worden verhoogd. Dat geldt zelfs als slechts een van de aanbieders niet akkoord gaat en de andere aanbieders wel. Bovendien is er voor de afspraak rond de zorgcontinuïteit ook een handtekening van de eventuele moedermaatschappij nodig.
Niet beïnvloedbare risico’s Ondanks het ingezette beleid rond normaliseren en de afschaffing van het abonnementstarief kan het aantal afgegeven uren huishoudelijk hulp hoog blijven, waardoor het meerjarig financiële beslag (voorbij 2024) op de begroting hoger uitvalt dan in de financiële tabel in de rubriek Kosten en dekking meegenomen.
Kosten en dekking In onderstaande tabel wordt de impact op de begroting getoond van (1) het volgen van het kostprijsonderzoek en (2) alleen indexeren conform de huidige overeenkomst. De beschreven impact op de begroting is in verhouding tot (c.q. het verschil met) de cijfers uit het Najaarsbijstelling 2023 en de concept programmabegroting 2024. Voorgesteld wordt de uitkomsten van het kostprijsonderzoek te volgen voor de lopende contractperiode (2023 en 2024). De impact van dit voorstel op de begroting 2023 (€ 2.529.060,-) en 2024 (€ 3.495.796,-) zijn als beleidsvoorstel meegenomen in respectievelijk het Najaarsbijstelling 2023 en de Programmabegroting 2024. Zoals onderstaande tabel laat zien wordt geadviseerd om in het meerjarig beeld bij de Programmabegroting 2024 rekening te houden met een financiële doorwerking van € 2,2 mln. vanaf 2025. Dit gelet op de eerst volgende aanbestedingsverplichting (2025), het bijbehorende kostprijsonderzoek en de verwachting dat met het beleid rond normaliseren en de afschaffing van het abonnementstarief het aantal afgegeven uren en beschikkingen voor huishoudelijke hulp een lager structureel financieel beslag op de meerjarenbegroting legt. Impact
Tarief 2023
Volgen € 35,58 kostprijsonderzoek Indexeren o.b.v. € 32,08 overeenkomst
Tarief 2024
Impact op begr. 2023
Impact op begr. 2024
Impact op begr. 2025
Impact op begr. 2026
Impact op begr. 2027
€ 38,39
€ -2.529.060
€ -3.495.796
€ -2.200.000 € -2.200.000
€ -2.200.000
€ 33,66
€
0 €
0 €
0 €
0 €
Uitvoering Het raadsbesluit heeft geen impact op de uitvoering, er is geen aanvullende capaciteit benodigd.
Participatie Het kostprijsonderzoek is uitgevoerd met input van en in samenspraak met de gecontracteerde aanbieders huishoudelijke hulp. In het kostprijsmodel van Berenschot - dat wordt aanbevolen en geaccordeerd door de
0
01 Raadsvoorstel Tarieven huishoudelijke hulp 2023 en 2024
VNG en landelijk het meest gebruikte model is - hebben de aanbieders hun kostprijscomponenten aangeleverd. Met deze input is afdeling Planning en control gaan rekenen aan een reële kostprijs op basis van de input en is tevens beoordeeld of de aangeleverde kostprijscomponenten voldoende overeenkwamen met de landelijke benchmark (dat was het geval). Vervolgens zijn de uitkomsten van het onderzoek aan de aanbieders gepresenteerd en hebben de aanbieders zowel per e-mail als tijdens een bijeenkomst feedback gegeven op de berekening en welke punten uit de nieuwe CAO VVT 2023-2024 mogelijk onderbelicht bleven. Met die input is het kostprijsonderzoek wederom aangescherpt waarmee de uiteindelijke kostprijs voor 2023 en 2024 zoals opgenomen in dit raadsvoorstel is berekend.
Communicatie Naar aanleiding van dit raadsvoorstel zal communicatie uitgewerkt worden over het belang van de signalerende functie die medewerkers huishoudelijke hulp hebben en het belang om de arbeidsmarkt voor dit beroep op orde te houden. Dit zal ook onderdeel zijn van de gesprekken die naar aanleiding van dit raadsvoorstel en -besluit gehouden zullen worden met de aanbieders van huishoudelijke hulp.
Evaluatie Er volgt geen evaluatie naar aanleiding van het besluit. In 2024 moet er een nieuwe aanbesteding plaatsvinden voor de contractering van 2025 en verder, dan is een nieuwe kostprijsonderzoek wettelijk verplicht.
Bijlagen 1. 2. 3.
Kostprijsonderzoek (geheimhouding opgelegd) Financiële analyse jaarrekeningen 2022 Ratio’s huishoudelijke hulp 2022
Ter inzage gelegde stukken Niet van toepassing.
Tilburg, 12 september 2023 Het college van burgemeester en wethouders van Tilburg, de secretaris,
de burgemeester,
01 Raadsvoorstel Tarieven huishoudelijke hulp 2023 en 2024
Raadsbesluit De raad van de gemeente Tilburg; -
gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders;
Besluit 1. De tarieven huishoudelijke hulp in de Wmo te indexeren naar een tarief van € 35,58 per uur voor 2023 en € 38,39 per uur voor 2024, en; 2. Bij deze tariefswijziging de volgende voorwaarden te stellen aan de aanbieders huishoudelijke hulp: a. winstmaximalisatie van 3% b. garantie voor zorgcontinuïteit
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 9 november 2023
de griffier,
voorzitter,