CConstaterende datTeylingen
Koppel je AI →
Document · PDF

Was-wordt tabel Verordening raadscommissies - def

Gemeenteraad 25 april 2024, gemeente TeylingenBij agendapunt: Actualisatie verordening op de raadscommissies (TER STEMMING)6.162 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

BIJLAGE bij raadsvoorstel: Was-wordt tabel Verordening op de raadscommissies Teylingen 2024 Let op: wijzigingen t.o.v. de modelverordening en specifieke keuzes zijn in rood weergegeven. Nb! Wijzigingen naar aanleiding van bespreking in het presidium: -

Art 2 lid 1 a: Taakomschrijving commissie DEB > toegevoegd ter verduidelijking het onderwerp Biodiversiteit.

Art. 1.

Verordening NIEUW

2.

Artikel 2. Instelling raadscommissies 1. Er is een:

Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: - commissiegriffier: griffier van een raadscommissie of diens plaatsvervanger; - commissielid: lid van een raadscommissie of diens plaatsvervanger; - commissievoorzitter: voorzitter van een raadscommissie of diens plaatsvervanger; - griffier: griffier van de raad of diens plaatsvervanger; - wet: Gemeentewet. - burgerlid: Op grond van artikel 7a Reglement van Orde gemeenteraad Teylingen benoemd nietraadslid.

a. raadscommissie Duurzaamheid, Economie en Bestuur, waarvan de werkzaamheden de volgende onderwerpen betreffen: - Bestuur; - Veiligheid en handhaving; - Economie, recreatie en toerisme; - Duurzaamheid, klimaatadaptatie, energietransitie, circulariteit en biodiversiteit; - Afval; - Financiën, accountant en planning en control. een en ander met inbegrip van de financiële

Art. 1.

2.

Verordening OUD Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. lid: lid van een raadscommissie of diens vervanger. b. Voorzitter: voorzitter van een raadscommissie of diens vervanger c. Commissiegriffier: secretaris van een raadscommissie of diens vervanger. d. Griffier: griffier van de raad of diens vervanger e. Vergadering: vergadering van een raadscommissie. Instelling raadscommissies 1. De raad stelt de volgende commissies in: a. Commissie Ruimte;’ b. Commissie Welzijn; c. Commissie Bestuur, Financiën en Toerisme; 2. De Commissie Ruimte adviseert en overlegt over de volgende onderwerpen (…) 3. De Commissie Welzijn adviseert en overlegt over de volgende onderwerpen (…) 4. De Commissie Bestuur, Financiën en Toerisme adviseert en overlegt over de volgende onderwerpen (…)

TOELICHTING / BESPREEKPUNTEN

De beschrijving van de Commissie ‘Bestuur, Financiën en Toerisme’ is aangepast aan de nieuwe naam en taakomschrijving ‘Duurzaamheid, Economie en Bestuur’.

1

Art.

Verordening NIEUW consequenties. Daarbij geldt als uitgangspunt dat de raadscommissies elk voor zich verantwoordelijk zijn voor de financiële consequenties van de voorstellen die zij behandelen. b. raadscommissie Ruimte, waarvan de werkzaamheden de volgende onderwerpen betreffen: - Ruimte en woningbouw; - Mobiliteit en infrastructuur; - Natuur en milieu, waaronder natuurbescherming; - Buitenruimte; een en ander met inbegrip van de financiële consequenties; c.

Art.

Verordening OUD TOELICHTING / BESPREEKPUNTEN 5. Indien een onderwerp meerdere raadscommissies aangaat, wordt het onderwerp behandeld in de raadscommissie die het onderwerp het meeste aangaat, tenzij de voorzitters van de raadscommissies in overleg beslissen dat een gezamenlijke raadscommissie wordt belegd. 6. Indien een gezamenlijke vergadering van raadscommissies wordt belegd, vervult de voorzitter van de raadscommissie die het onderwerp het meeste aangaat, de taken van de voorzitter.

raadscommissie Welzijn, waarvan de werkzaamheden de volgende onderwerpen betreffen: - Sport; - Kunst en cultuur; - Zorg, werk en inkomen; - Samenleving en onderwijs; - Jeugdhulp uitgezonderd de daarmee samenhangende plannen die de ruimtelijke ordening betreffen. En een en ander met inbegrip van de financiële consequenties.

2. Indien een onderwerp meerdere raadscommissies aangaat, wordt het onderwerp behandeld in de raadscommissie die het onderwerp het meeste aangaat, tenzij de voorzitters van de raadscommissies in overleg beslissen dat een gezamenlijke raadscommissie wordt belegd. 3. Indien een gezamenlijke vergadering van raadscommissies wordt belegd, vervult de voorzitter

2

Art.

Verordening NIEUW

Art.

Verordening OUD

Taken Een raadscommissie heeft de volgende taken: a. het uitbrengen van advies aan de raad over een voorstel of onderwerp dat betrekking heeft op de in artikel 2, tweede, derde of vierde lid, genoemde onderwerpen; b. het uitbrengen van advies aan de raad uit eigen beweging; c. het voeren van overleg met het college of de burgemeester over in ieder geval door het college of de burgemeester verstrekte inlichtingen en het gevoerde bestuur ten aanzien van de in artikel 2, tweede, derde of vierde lid, genoemde onderwerpen. Samenstelling 1. Een raadscommissie bestaat uit tenminste één en maximaal twee leden per fractie met dien verstande dat een fractie die uit een lid bestaat, één lid per raadscommissie telt. 2. De in het eerste lid genoemde leden worden door de raad uit zijn midden op voordracht van de fracties benoemd. 3. Fracties die slechts uit één lid bestaan, mogen ter voldoening aan het maximumaantal, genoemd in het eerste lid, en in afwijking van het tweede lid, maximaal één niet-raadslid ter benoeming voordragen, die tijdens de laatste verkiezingen voor de leden van de gemeenteraad op de kandidatenlijst van de betreffende politieke partij heeft gestaan.

TOELICHTING / BESPREEKPUNTEN

van de raadscommissie die het onderwerp het meeste aangaat, de taken van de voorzitter.

3.

Taken Een raadscommissie: a. brengt advies uit aan de raad over die onderwerpen waarop haar werkzaamheden betrekking hebben; b. kan advies uitbrengen aan de raad over andere onderwerpen dan bedoeld onder a, c. voert overleg met het college of de burgemeester over in ieder geval de door hen verstrekte inlichtingen en het gevoerde bestuur ten aanzien van de onderwerpen, bedoeld onder a.

3.

4.

Samenstelling; benoeming commissievoorzitter 1. Een raadscommissie bestaat uit maximaal twee commissieleden per fractie. 2. Alle raadsleden en burgerleden kunnen als lid deelnemen aan de commissies. 3. Per geagendeerd onderwerp is er een woordvoerder per fractie. Alle commissieleden zijn per commissie, per vergadering en per agendapunt flexibel inzetbaar. 4. De raad benoemt de commissievoorzitters uit zijn midden. 5. De voorzitter is geen lid van de raadscommissie. 6. De voorzitter is belast met: a. het leiden van de vergadering; b. het handhaven van de orde; c. het doen naleven van deze verordening; d. hetgeen deze verordening hem verder opdraagt. 7. De voorzitters van de verschillende commissies alsmede de voorzitters van de beeldvormende sessies fungeren als elkaars vervangers.

4.

De huidige praktijk wat betreft samenstelling van de raadscommissies is gecodificeerd. Nb! De artikelen m.b.t. de benoeming van burgerleden zijn uit de Verordening op de raadscommissies overgeplaatst naar het Reglement van Orde.

3

Art.

Verordening NIEUW

Art.

5.

Verordening OUD 4. De artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing op een lid van een raadscommissie. 5. De raad benoemt op voordracht van een fractie voor iedere raadscommissie ten minste één plaatsvervangend lid per fractie, die zitting in een raadscommissie hebben bij verhindering of onstentenis van een lid als bedoeld in het eerste lid. Het plaatsvervangend lid kan zowel raadslid zijn als niet-raadslid. Het plaatsvervangend lid dient te voldoen aan de in het derde lid genoemde vereiste.

TOELICHTING / BESPREEKPUNTEN

Voorzitter 1. De voorzitter en zijn plaatsvervanger worden door de raad uit zijn midden benoemd. 2. De voorzitter is geen lid van de raadscommissie. 3. De voorzitter is belast met: a. Het leiden van de vergadering; b. Het handhaven van de orde; c. Het doen naleven van deze verordening; d. Hetgeen deze verordening hem verder opdraagt; 5.

Zittingsduur voorzitter 1. De zittingsperiode van een commissievoorzitter eindigt in ieder geval met het einde van de zittingsperiode van de raad. 2. De raad kan de commissievoorzitter ontslaan.

6.

Zittingsduur en vacatures 1. De zittingsperiode van een lid, de voorzitter en hun plaatsvervangers eindigt in ieder geval aan het einde van de zittingsperiode van de raad. 2. Een lid en zijn plaatsvervanger houden op lid te zijn van een raadscommissie indien zij niet meer voldoen aan de in artikel 4, derde lid, gestelde eis. 3. De raad kan een lid ontslaan op voorstel van de fractie op wier voordracht het lid is benoemd.

De bepalingen met betrekking tot vacatures zijn niet meer relevant, omdat alle raads- en burgerleden aan de commissies kunnen deelnemen. Zie artikel 4 Verordening m.b.t. de samenstelling van de commissies. De bepalingen m.b.t. de zittingsduur en ontslag van de voorzitter is blijven staan. 4

Art.

Verordening NIEUW

Art.

6.

De commissiegriffier 1. De griffier van de raad wijst ter ondersteuning van iedere raadscommissie een op de griffie werkzame ambtenaar aan als commissiegriffier. 2. Een commissiegriffier is aanwezig in vergaderingen. 3. Bij verhindering of afwezigheid wordt de commissiegriffier vervangen door een door de griffier van de raad aangewezen op de griffie werkzame ambtenaar. 4. Een commissiegriffier kan op uitnodiging van de commissievoorzitter aan beraadslagingen in vergaderingen deelnemen.

7.

Oproep en agenda 1. De commissievoorzitter zendt ten minste 10 dagen voor een vergadering de commissieleden een digitale schriftelijke oproep via het raadsinformatiesysteem en

10.

7.

Verordening OUD 4. De raad kan de voorzitter of zijn plaatsvervanger ontslaan. 5. Een lid, de voorzitter en hun plaatsvervangers kunnen ten allen tijde ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijke mededeling aan de raad. Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling in of zoveel eerder als hun opvolger is benoemd. 6. Indien door overlijden of ontslag een vacature ontstaat, beslist de raad zo spoedig mogelijk over de invulling daarvan met inachtneming van artikel 4 en 5. 7. Indien een fractie blijkens een schriftelijke verklaring aan de voorzitter van de raad niet langer vertegenwoordigd is in de raad, vervalt het lidmaatschap van het lid dat op voordracht van die fractie is benoemd, van rechtswege. Griffier en commissiegriffier 1. De raad benoemt ter ondersteuning van iedere raadscommissie een raadsadviseur als commissiegriffier. 2. De commissiegriffier is in iedere vergadering aanwezig. 3. Bij zijn verhindering of afwezigheid wordt hij vervangen door een daartoe door de raad aangewezen raadsadviseur of griffier. 4. De griffier kan in iedere vergadering aanwezig zijn.

TOELICHTING / BESPREEKPUNTEN

Oproep 1. De voorzitter zendt tenminste veertien dagen voor de vergadering de leden een schriftelijke

De bepaling is aangepast aan een digitale werkwijze.

Niet is overgenomen uit de modelverordening de regeling dat in samenspraak met de secretaris een niet op de griffie werkzame ambtenaar als commissiegriffier aangewezen kan worden. Er is voldoende formatie binnen de griffie om hierin te voorzien. Er is meer flexibiliteit door de griffier de aanwijzingsbevoegdheid te geven. Dat staat los van de bevoegdheid van de raad om de plaatsvervangend griffier aan te wijzen.

5

Art.

Verordening NIEUW de voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken. 2. In spoedeisende gevallen kan de commissievoorzitter na het verzenden van een digitale schriftelijke oproep een aanvullende agenda opstellen. Zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk 48 uur voor aanvang van de vergadering, wordt deze met de daarbij behorende stukken aan de leden gezonden. 3. Op de stukken, bedoeld in het eerste en tweede lid, is artikel 8, derde lid, van toepassing. 4. De agenda wordt bij aanvang van een vergadering door de raadscommissie vastgesteld.

Art.

Verordening OUD oproep onder vermelding van de dag, het tijdstip en de plaats van de vergadering. 2. De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met uitzondering van de in artikel 86, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet bedoelde stukken, worden tegelijkertijd met de schriftelijke oproep aan de leden verzonden. 3. Indien een aanvullende agenda wordt vastgesteld als bedoeld in artikel 11, tweede lid, worden deze agenda en de daarop vermelde voorstellen of onderwerpen zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voor aanvang van de vergadering aan de leden gezonden.

TOELICHTING / BESPREEKPUNTEN

De agenda 1. Voordat de schriftelijke oproep wordt verzonden, stelt de voorzitter de agenda van de vergadering voorlopig vast. 2. In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van de schriftelijke oproep tot uiterlijk 24 uur voor de aanvang van een vergadering een aanvullende agenda opstellen. 3. Bij aanvang van de vergadering stelt de raadscommissie de agenda vast. Op voorstel van een lid of de voorzitter kan een raadscommissie bij het vaststellen van de agenda onderwerpen aan de agenda toevoegen of van de agenda afvoeren. 4. Wanneer een raadscommissie een onderwerp onvoldoende voor de beraadslaging voorbereid acht, kan zij aan het college of de burgemeester nadere inlichtingen of advies vragen. De raadscommissie bepaalt in welke vergadering het 6

Art.

Verordening NIEUW

Art.

8.

Ter inzage leggen van stukken 1. Stukken die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op een agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de digitale schriftelijke oproep digitaal ter beschikking gesteld. Als na het verzenden van de digitale schriftelijke oproep stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan digitaal mededeling gedaan aan de leden van de raadscommissie en zo mogelijk door middel van openbare kennisgeving. 2. Elektronisch beschikbare stukken worden op het via de website raadpleegbare raadsinformatiesysteem van de gemeente geplaatst. Inwoners kunnen deze ook desgewenst via de griffie inzien. 3. Informatie van de raadscommissie of aan de raadscommissie verstrekte informatie waaromtrent op grond van hoofdstuk Va, van de wet geheimhouding is opgelegd, wordt in afwijking van het eerste en tweede lid op een niet-openbare wijze digitaal beschikbaar gesteld door de griffier. 4. Het presidium kan de werkwijze met betrekking tot geheime informatie uitwerken in een Protocol Geheimhouding.

12.

9.

Openbare kennisgeving 1. Commissievergaderingen worden ter openbare kennis gebracht door aankondiging in een plaatselijk nieuwsblad en op het raadsinformatiesysteem. 2. In spoedeisende gevallen of bij nazendingen/nagekomen agendapunten kan de

13.

Verordening OUD onderwerp of voorstel opnieuw geagendeerd wordt. 5. Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de raadscommissie de volgorde van de agendapunten wijzigen. Ter inzage leggen stukken 1. Stukken, die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op de agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke oproep voor een ieder op het gemeentehuis ter inzage gelegd. De voorzitter maakt van de terinzagelegging melding in de openbare kennisgeving, bedoeld in artikel 13. Indien na het verzenden vande schriftelijke oproep stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden en zo mogelijk in een openbare kennisgeving. 2. Een origineel van een ter inzage gelegd stuk wordt niet buiten het gemeentehuis gebracht. 3. Indien voor stukken op grond van artikel 86, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken in afwijking van het eerste lid, onder berusting van de commissiegriffier en verleent de commissiegriffier een lid inzage.

TOELICHTING / BESPREEKPUNTEN

De verordening is aangepast op de digitale werkwijze. Ook is voor het beschikbaar stellen van geheime stukken een bepaling opgenomen. Deze kan verder worden uitgewerkt in een protocol.

Openbare kennisgeving 1. De vergadering wordt tegelijkertijd met de schriftelijke oproep door aankondiging in één of meer dag-, nieuws- of huis-aan-huis bladen, of op de voor afkondigingen in de gemeente gebruikelijke wijze en door 7

Art.

Verordening NIEUW

Art.

Verordening OUD plaatsing op de internetsite van de gemeente ter openbare kennis gebracht. 2. De openbare kennisgeving vermeldt: a. De datum, aanvangstijd en plaats van de vergadering; b. De wijze waarop en de plaats waar eenieder de agenda en de daarbij behorende stukken kan inzien; c. De mogelijkheid tot het uitoefenen van spreekrecht als bedoeld in artikel 16.

TOELICHTING / BESPREEKPUNTEN

openbare kennisgeving uitsluitend langs digitale weg plaatsvinden via het raadsinformatiesysteem.

10.

Presentielijst 1. De commissiegriffier draagt zorg voor het bijhouden van digitale presentielijsten van commissievergaderingen in het raadsinformatiesysteem. 2. Bij binnenkomst in de vergaderzaal wordt de aanwezigheid/presentie verwerkt in de digitale presentielijst die aan het einde van elke raadsvergadering door de voorzitter en de griffier wordt vastgelegd in de besluitenlijst van de vergadering in het raadsinformatiesysteem.

14.

Presentielijst Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder lid onmiddellijk de presentielijst. Aan het einde van elke vergadering wordt die lijst door de voorzitter en de commissiegriffier door ondertekening vastgesteld.

De bepaling is aangepast aan de digitale werkwijze.

11.

Opening vergadering en quorum 1. Een vergadering wordt niet geopend voordat blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal in de raad vertegenwoordigde fracties aanwezig is. 2. Als op grond van het eerste lid de vergadering niet kan worden geopend, belegt de commissievoorzitter opnieuw een vergadering op een tijdstip dat ten minste vierentwintig uur na het bezorgen van de oproeping is gelegen. 3. Op een vergadering als bedoeld in het tweede lid is het eerste lid niet van toepassing. Een raadscommissie kan echter over andere aangelegenheden dan die waarvoor de ingevolge het eerste lid niet geopende vergadering was belegd alleen beraadslagen of besluiten, als blijkens de presentielijst meer dan de helft

15.

Opening vergadering en quorum 1. De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur, indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden aanwezig is. 2. Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter onder verwijzing naar dit artikel, na voorlezing van de namen van de afwezig leden, dag en uur van de volgende vergadering, op een tijdstip dat tenminste vierentwintig uur na het

Met het vastleggen van de huidige werkwijze dat alle raadsleden en burgerleden in principe in alle commissies kunnen deelnemen was een ander criterium voor het bepalen van het quorum om de vergadering te openen noodzakelijk. Dat is nu meer dan de helft van het aantal fracties. Bij 10 fracties in de raad moeten tenminste 6 fracties in de commissie vertegenwoordigd zijn.

8

Art.

Verordening NIEUW

Art.

Verordening OUD bezorgen van de schriftelijke oproep is gelegen. 3. Op de vergadering, als bedoeld in het tweede lid, is het eerste lid niet van toepassing. De raadscommissie kan echter over andere aangelegenheden alleen beraadslagen of besluiten, indien blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden aanwezig is. Advies 1. Wanneer de voorzitter vaststelt, dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht, sluit hij de beraadslaging, tenzij de raadscommissie anders beslist. 2. Nadat de beraadslaging is gesloten beslist de raadscommissie of er een advies aan de raad wordt uitgebracht. 3. Indien de raadscommissie een advies aan de raad uitbrengt beslissen de leden op voorstel van de voorzitter over de inhoud van het advies. 4. In het advies worden de standpunten van alle fracties opgenomen. Aantal spreektermijnen 1. De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raadscommissie anders beslist. 2. Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten. 3. Een lid mag in een termijn niet meer dan één maal het woord voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel.

van het aantal zitting hebbende commissieleden tegenwoordig is.

12.

Advies; geen stemmingen 1. Als een raadscommissie een advies aan de raad of het presidium als agendacommissie uitbrengt, beslissen de leden op voorstel van de commissievoorzitter over de inhoud van het advies. 2. In het advies worden opgenomen de standpunten van alle fracties en commissieleden die geen raadslid zijn. 3. In een vergadering vinden geen stemmingen plaats, met uitzondering van stemmingen over geheimhouding en met betrekking tot de orde.

26.

13.

Aantal spreektermijnen en advies 1. Beraadslaging over onderwerpen of voorstellen geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raadscommissie anders beslist. 2. Spreektermijnen worden door de commissievoorzitter afgesloten. 3. Commissieleden voeren in een termijn niet meer dan éénmaal het woord over hetzelfde onderwerp of voorstel. 4. Bij de bepaling hoeveel keer een commissielid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft

20.

TOELICHTING / BESPREEKPUNTEN

9

Art.

Verordening NIEUW

Art.

Verordening OUD 4. Bij de bepaling hoeveel malen een lid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde.

21.

Spreektijd Een lid en de voorzitter kan een voorstel doen over de spreektijd van de leden.

gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde. 5. Het presidium kan een nadere spreektijdenregeling uitwerken.

TOELICHTING / BESPREEKPUNTEN

14.

Deelname aan de beraadslaging door anderen Een raadscommissie kan besluiten dat anderen mogen deelnemen aan de beraadslaging.

25.

Deelname aan de beraadslaging door anderen 1. De raadscommissie kan bepalen dat anderen mogen deelnemen aan de beraadslaging. 2. Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of een lid genomen alvorens met de beraadslaging ten aan zien van het aan de orde zijnde punt een aanvang wordt genomen.

Artikel 21 Gemeentewet regelt de aanwezigheid van wethouders en burgemeester in de raad. Deze is in art. 82 lid 5 van overeenkomstige toepassing verklaard op raadscommissies.

15.

Spreekrecht burgers 1. Burgers kunnen in een vergadering het woord voeren over onderwerpen die geagendeerd zijn en over onderwerpen die de bevoegdheid of rol van de gemeente betreffen en niet geagendeerd zijn. 2. Het woord kan niet gevoerd worden over: a. Een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar en beroep openstaat of heeft opengestaan; b. Benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; c. Een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend. 3. Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit tenminste één uur voor aanvang van de vergadering aan de commissiegriffier onder vermelding van zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp waarover hij het woord wenst te voeren.

16.

Spreekrecht burgers 1. Na de opening van de vergadering kunnen andere aanwezige burgers gezamenlijk gedurende maximaal dertig minuten het woord voeren over al dan niet geagendeerde onderwerpen. Bij geagendeerde onderwerpen kan de voorzitter de raadscommissie voorstellen dat het spreekrecht wordt uitgeoefend bij de behandeling cq. Direct voorafgaand aan het betrokken agendapunt. 2. De voorzitter kan de raadscommissie voorstellen dat na de eerste termijn van behandeling van het desbetreffende onderwerp een tweede termijn van spreekrecht wordt toegekend aan burgers die op grond van het eerste lid hebben ingesproken. De spreektijd in tweede termijn is maximaal twaalf minuten. 3. Het woord kan niet gevoerd worden over:

De uiterste termijn om aan te melden is gewijzigd in maximaal 1 uur voor de vergadering. Dit geeft voldoende tijd voor de griffie om de inspreker te informeren over de gang van zaken en de commissieleden over het feit dat zich een inspreker heeft gemeld. Deze termijn zal duidelijk worden gecommuniceerd op de website en in de publicaties van de vergaderingen.

10

Art.

Verordening NIEUW

Art.

Verordening OUD TOELICHTING / BESPREEKPUNTEN d. Een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar en beroep openstaat of heeft opengestaan; e. Benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; f. Een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend. 4. Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit ten minste vijftien minuten voor de aanvang van de vergadering aan de commissiegriffier. Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp, waarover hij het woord wil voeren. 5. De voorzitter bepaalt de volgorde waarin aan hen die zich daartoe aangemeld hebben, het woord wordt gegeven. 6. Elke spreker krijgt voor het spreekrecht op grond van het eerste lid maximaal vijf minuten het woord. Elke spreker krijgt bij toepassing van het tweede lid maximaal twee minuten het woord. De voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers als er meer dan zes sprekers zijn. De voorzitter kan tevens in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd. 7. De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. De voorzitter of een lid doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de burger.

23.

Handhaving orde; schorsing 1. Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij:

4. De commissievoorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding, tenzij afwijking van die volgorde in het belang is van de orde van de vergadering. 5. De inspreker voert maximaal vijf minuten het woord, nadat de commissievoorzitter hem dit heeft verleend. De commissievoorzitter kan de deelnemers aan de vergadering toestaan aan insprekers een korte, verhelderende vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en deelnemers van de vergadering. 6. Als er meer dan zes insprekers zijn verdeelt de voorzitter de maximale spreektijd van 30 minuten totaal evenredig over de insprekers. 7. Over niet-geagendeerde onderwerpen voert de inspreker bij het agendapunt ‘spreekrecht burgers’ het woord. Over geagendeerde onderwerpen voert de inspreker bij de start van het agendapunt het woord. Bij de start van een eventuele tweede termijn stelt de voorzitter de inspreker(s) in de gelegenheid in maximaal 2 minuten aandachtspunten mee te geven voor de behandeling in de tweede termijn. 8. De commissievoorzitter of een commissielid doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de inspreker.

16.

Handhaving orde en schorsing 1. De commissievoorzitter handhaaft de orde in de vergadering.

11

Art.

Verordening NIEUW

Art.

Verordening OUD a. De voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van deze verordening te herinneren; b. Een lid hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat de spreker verder zonder interrupties zijn betoog zal afronden. 2. Indien een spreker zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot orde geroepen. Indien de spreker hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende de vergadering, waarin zulks plaats heeft, over het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen. 3. De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en – indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord – de vergadering sluiten. 4. De voorzitter kan een raadscommissie voorstellen aan een lid dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, het verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen. Over het voorstel wordt niet beraadslaagd. Na aanneming daarvan verlaat het lid de vergadering onmiddellijk. Zo nodig doet de voorzitter hem verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag kan het lid bovendien voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering worden ontzegd.

22.

Voorstellen van orde

2. Hij roept sprekers tot de orde als deze zich in beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen uitlaten, afwijken van het in behandeling zijnde onderwerp, andere sprekers herhaaldelijk interrumperen, dan wel anderszins de orde verstoren. Sprekers die hieraan geen gevolg geven kunnen door hem het woord ontnomen worden over het aanhangige onderwerp. 3. Hij kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en, als na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord, de vergadering sluiten. 4. Hij kan de raadscommissie voorstellen aan een commissielid dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert het verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen. Over het voorstel wordt niet beraadslaagd. Na aanneming daarvan verlaat het commissielid de vergadering onmiddellijk. Zo nodig doet de commissievoorzitter hem verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag kan het commissielid bovendien voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering worden ontzegd.

17.

Voorstellen van orde De commissievoorzitter en commissieleden kunnen tijdens een vergadering mondeling een voorstel van

TOELICHTING / BESPREEKPUNTEN

12

Art.

Verordening NIEUW

Art.

Verordening OUD 1. De voorzitter en ieder lid kunnen tijdens de vergadering mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden toegelicht. 2. Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering betreffen. 3. Over een voorstel van orde beslist de raadscommissie terstond.

18.

Notulen 1. De ontwerpnotulen van de voorgaande vergadering worden, zo mogelijk, aan de leden toegezonden gelijktijdig met de schriftelijke oproep. De ontwerpnotulen worden op hetzelfde moment aan de overige personen die het woord gevoerd hebben, toegezonden. 2. Bij het begin van de vergadering worden, zo mogelijk, de notulen van de vorige vergadering vastgesteld. 3. De leden, de voorzitter, de burgemeester en de wethouders, hebben het recht, een voorstel tot wijziging van de notulen aan de raadscommissie te doen, indien de notulen onjuistheden bevatten of niet duidelijk weergegeven hetgeen gezegd of besloten is. Een voorstel tot verandering dient voor de vaststelling van de notulen schriftelijk bij de commissiegriffier te worden ingediend. 4. De notulen moeten inhouden: a. De namen van de voorzitter, de griffier, de commissiegriffier, de burgemeester en de wethouders, en de ter vergadering aanwezige personen die het woord gevoerd hebben; afzonderlijk wordt vermeld welke leden afwezig waren.

orde betreffende de vergadering doen. De raadscommissie beslist hier terstond over.

18.

Videotulen en besluitenlijsten 1. Een commissiegriffier draagt zorg voor verslagen van vergaderingen middels videotulen en digitale besluitenlijsten. 2. Uit de digitale besluitenlijsten en de videotulen blijkt in ieder geval: a. de namen van de commissievoorzitter, de griffier, de commissiegriffier, de burgemeester, de wethouders en de commissieleden, allen voor zover aanwezig, alsmede van de overige personen die het woord gevoerd hebben; b. een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest; c. een samenvatting van het advies aan de raad met vermelding van de namen van de commissieleden die mededeling hebben gedaan van hun goed- of afkeuring; d. bij het desbetreffende agendapunt de naam en de hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van artikel 14 door de raadscommissie is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen. 3. Digitaal beschikbare besluitenlijsten worden op de website van de gemeente geplaatst.

TOELICHTING / BESPREEKPUNTEN

Omdat alle raadsleden en burgerleden deel kunnen nemen aan de commissies tot een maximum van 2 per fractie wordt geen aantekening gemaakt van degenen die afwezig waren.

Via de videotulen is op agendapunt- en sprekerniveau het debat terug te kijken. Er wordt geen aparte zakelijke samenvatting gemaakt.

13

Art.

Verordening NIEUW

Art.

Verordening OUD b. Een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest; c. Een zakelijke samenvatting van het gesprokene met vermelding van de namen van de leden die het woord voerden; d. Een samenvatting van het advies aan de raad onder vermelding van de namen van de leden die mededeling hebben gedaan van hun goed- of afkeuring, en met aantekening van de namen van de leden die zich niet uitgelaten hebben; e. Bij het desbetreffende agendapunt de naam en de hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van het bepaalde in artikel 25 door de raadscommissie is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen. 5. De notulen worden opgesteld onder zorg van de commissiegriffier. 6. De vastgestelde notulen worden door de voorzitter en de commissiegriffier ondertekend.

19.

Toepassing verordening op besloten vergaderingen Op besloten vergaderingen is deze verordening van overeenkomstige toepassing voor zover dat niet strijdig is met het besloten karakter van de vergadering.

27.

Besloten vergadering Algemeen Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van deze verordening van overeenkomstige toepassing voor zover deze bepalingen niet strijdig zijn met het besloten karakter van de vergadering.

20.

Verslag besloten vergadering 1. Conceptverslagen en besluitenlijsten van besloten vergaderingen worden niet verspreid, maar uitsluitend voor de commissieleden ter inzage

28.

Notulen (besloten vergadering) 1. De notulen van een besloten vergadering worden niet rondgedeeld, maar liggen uitsluitend voor de leden ter inzage bij de commissiegriffier.

TOELICHTING / BESPREEKPUNTEN

Van besloten vergaderingen kunnen niet altijd videotulen worden gemaakt. In dat geval wordt een samenvattend verslag opgemaakt. 14

Art.

Verordening NIEUW

Art.

Verordening OUD 2. Deze notulen worden zo spoedig mogelijk in een besloten vergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raadscommissie een beslissing over het al dan niet openbaar maken van deze notulen. De vastgestelde notulen worden door de voorzitter en de commissiegriffier ondertekend.

gelegd bij de commissiegriffier en digitaal nietopenbaar ter beschikking gesteld. 2. Deze verslagen worden zo spoedig mogelijk in een besloten vergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raadscommissie een besluit over het al dan niet opheffen van de geheimhouding op het verslag.

21.

Opheffing geheimhouding Als de raad op grond van artikel 89, vierde lid, van de wet voornemens is de geheimhouding van aan de raad verstrekte informatie op te heffen, wordt, als de raadscommissie die geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, daarover in een besloten vergadering met de raadscommissie overleg gevoerd.

30.

Opheffen geheimhouding Indien de raad op grond van artikel 25, derde en vierde lid van de Gemeentewet voornemens is de geheimhouding op te heffen wordt daarover, indien de raadscommissie die geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, in een besloten vergadering met de raadscommissie overleg gevoerd.

22.

Toehoorders en pers 1. Toehoorders en vertegenwoordigers van de pers wonen openbare vergaderingen uitsluitend bij op de voor hen bestemde plaatsen. 2. Het blijkgeven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is hen verboden. 3. De commissievoorzitter is bevoegd, wanneer de orde in de vergadering op enigerlei wijze door toehoorders wordt verstoord, deze en zo nodig andere toehoorders te doen vertrekken. 4. Hij is bevoegd toehoorders die bij herhaling de orde in de vergadering verstoren voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering te ontzeggen.

31.

Toehoorders en pers 1. De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend op de voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen bijwonen. 2. Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is verboden. 3. De voorzitter is bevoegd, toehoorders die op enigerlei wijze de orde van de vergadering verstoren, te doen vertrekken. Toehoorders die bij herhaling de orde in de vergadering verstoren kan hij voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering ontzeggen.

23.

Geluid- en beeldregistraties Degenen die van een openbare vergadering geluid- of beeldregistraties willen maken, doen hiervan

32.

Geluid- en beeldregistraties Degenen die in de vergaderzaal tijdens de vergadering geluid- dan wel beeldregistraties willen

TOELICHTING / BESPREEKPUNTEN

15

Art.

Verordening NIEUW

Art.

Verordening OUD maken doen hiervan mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar zijn aanwijzingen.

TOELICHTING / BESPREEKPUNTEN

34.

Uitleg verordening

Toelichting: Hoewel niet in de modelverordening opgenomen hoe vanzelfsprekend ook, het is belangrijk om deze ‘restbevoegdheid’ expliciet te maken.

mededeling aan de commissievoorzitter en gedragen zich naar diens aanwijzingen.

23a

Uitleg verordening In de gevallen waarin deze verordening niet voorziet of bij twijfel over toepassing van deze verordening, beslist de raadscommissie op voorstel van de voorzitter.

24.

Intrekking oude verordening De Verordening op de raadscommissies 2006 wordt ingetrokken.

25.

Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op de dag na de bekendmaking. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening op de raadscommissies Teylingen 2024.

In de gevallen waarin deze verordening niet voorziet of bij twijfel over toepassing van deze verordening, beslist de raadscommissie op voorstel van de voorzitter.

35.

8.

Inwerkingtreding Deze verordening, die kan worden aangehaald als ‘Verordening op de raadscommissies 2006, 1e wijziging’ treedt in werking op 26 januari 2006.

NIET OPGENOMEN UIT OUDE VERORDENING Burgemeester en wethouders (aanwezigheid) 1. De burgemeester en wethouders kunnen bij iedere vergadering aanwezig zijn. 2. Op verzoek van de voorzitter kunnen de burgemeester en/of een of meer wethouders deelnemen aan de beraadslagingen. 3. De voorzitter kan vooraf bepalen dat het college in een besloten vergadering niet aanwezig mag zijn. 4. De raadscommissie beslist bij de vaststelling van de desbetreffende agenda of zij instemt met het besluit van de voorzitter, zoals aangegeven in het derde lid.

Art. 8 (OUD) is overbodig, want nu opgenomen in art. 21 Gemeentewet. 1. De burgemeester heeft het recht in de vergadering aan de beraadslaging deel te nemen. 2. Een wethouder heeft toegang tot de vergaderingen en kan aan de beraadslagingen deelnemen. 3. Een wethouder kan door de raad worden uitgenodigd om ter vergadering aanwezig te zijn.

16

Art.

Verordening NIEUW

Art. 9.

Verordening OUD Vergaderfrequentie 1. In de regel vinden de vergaderingen van de raadscommissies maandelijks plaats, volgens een jaarlijks vast te stellen vergaderschema. De vergaderingen van de raadscommissies vangen aan om 20.00 uur en vinden plaats in het gemeentehuis te Voorhout. 2. Een raadscommissie vergadert voorts indien de voorzitter het nodig oordeelt of indien tenminste twee fracties met opgaaf van redenen daarom verzoeken. 3. De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag of aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Hij voert hierover overleg met de commissiegriffier.

18.

Spreekregels 1. Een lid, de voorzitter, de burgemeester en een wethouder spreken vanaf hun plaats of van de spreekplaats en richten zich tot de voorzitter. 2. Bij bijzondere gelegenheden kan de voorzitter bepalen dat de in het eerste lid genoemde personen vanaf een andere plaats spreken.

19.

Volgorde sprekers 1. Een lid, de burgemeester of een wethouder voeren het woord na het aan de voorzitter gevraagd en van hem gekregen te hebben. 2. De volgorde van sprekers kan worden gewijzigd, wanneer het woord wordt gevraagd over de orde van de vergadering.

TOELICHTING / BESPREEKPUNTEN Lid 1 kan vervallen, want dat doet agendacommissie. (Zie RvO gemeenteraad) De leden 2 en 3 zijn niet overbodig, want opgenomen in het Reglement van Orde artikel 3 lid 4 ‘Agendacommissies: . 4. In aanvulling op de raadscommissievergaderingen, bedoeld in het tweede lid, vergadert een raadscommissie voorts als haar voorzitter het nodig acht of als ten minste twee fracties schriftelijk, met opgaaf van redenen, daarom verzoeken. In de praktijk wordt in commissies vanaf de eigen plaats gesproken. In bijzondere gevallen kan dit als ordevoorstel (van de voorzitter) een andere plaats zijn.

Is overbodig want het geven van het woord en het bepalen van de volgorde is een inherente bevoegdheid van de voorzitter.

17

Art.

Verordening NIEUW

Art. 24.

Verordening OUD Beraadslaging 1. De raadscommissie kan op voorstel van de voorzitter of een lid beslissen over één of meer onderdelen van een onderwerp of voorstel afzonderlijk te beraadslagen. 2. Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de raadscommissie beslissen de beraadslaging voor een door hem te bepalen tijd op te schorten teneinde het college of de leden de gelegenheid te geven tot een onderling nader beraad.

TOELICHTING / BESPREEKPUNTEN

29.

Geheimhouding Voor de afloop van de besloten vergadering beslist de raadscommissie overeenkomstig artikel 86, eerste lid, van de Gemeentewet of omtrent de inhoud van de stukken en het verhandelde geheimhouding zal gelden. Deze geheimhouding geldt ook voor de in artikel 4 bedoelde niet-raadsleden. De raadscommissie kan besluiten de geheimhouding op te heffen.

Toelichting: De bepalingen in de Gemeentewet (nu art. 87-89) over geheimhouding zijn gewijzigd. Hierin is ook een regeling geheimhouding voor commissies opgenomen. Op hetgeen besproken is in een besloten vergadering geldt van rechtswege geheimhouding. De commissie hoeft hiervoor niet meer apart geheimhouding op te leggen.

Afzonderlijke beraadslaging of schorsing voor overleg zijn voorstellen van orde. Daarvoor is art. 17 NIEUW voldoende. (Was art. 22 OUD).

18

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Teylingen&id=f21432cb-bbe5-4eba-a3f9-e53ffb25bead