VV TKN-memo Gewasbeschermingsmiddelen bollenteelt
Tekst van het document
Registratienummer:
24.056377
Aan
Verenigde vergadering
Van
Dijkgraaf en hoogheemraden
Portefeuille
Hans Schouffoer
Onderwerp
Informeren over gewasbeschermingsmiddelen in de bollenteelt
Datum
29 april 2024
Waarom krijgt u deze memo De afgelopen periode is er in de media veel aandacht geweest voor de gewasbeschermingsmiddelen dinoterb en fenchloorfos in het oppervlaktewater in het beheergebied van hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK). Mobilisation for the Environment (MOB) heeft een verband gelegd met illegaal gebruik van deze middelen in bollensector in deze regio. Deze aandacht heeft ook geleid tot bestuursvragen door de PvdD bij Rijnland (vragen van 18 maart, beantwoording 24 april), vragen in de gemeenteraden bij enkele gemeenten in de Bollenstreek en Kamervragen in de Tweede kamer. Met deze memo willen wij u informeren over de positie van Rijnland t.a.v. de actualiteiten, evenals de bredere strategie die we hanteren voor de kwaliteit van het oppervlaktewater binnen de Rijnlandse bollenstreek in relatie tot gewasbeschermingsmiddelen. Wat is het belangrijkst? • Er zijn geen aanwijzingen dat dinoterb en fenchloorfos illegaal gebruikt zijn in ons bollengebied en ook geen aanwijzingen dat het in ons water voorkomt. • Rijnland wacht eerst het bronnenonderzoek van HHNK af voor er aanvullende maatregelen worden getroffen. • Rijnland hanteert een strategie met vijf sporen om tot de vermindering van gewasbeschermingsmiddelen emissies binnen de bollenstreek te komen. • Rijnland werkt constructief samen met de sector om haar KRW-doelen te realiseren.
Inleiding Gewasbeschermingsmiddelen worden in de landbouw gebruikt voor de bestrijding van schadelijke organismen, zoals tegen onkruid (herbicide), schimmels (fungicide) en insecten (insecticide). Een deel van de gebruikte middelen komt in het oppervlaktewater terecht, waar het schadelijk kan zijn voor planten en dieren die in het water leven. Emissies naar het oppervlaktewater dienen dan ook voorkomen te worden. Binnen de Kaderrichtlijn Water (KRW) mogen na 2027 geen normoverschrijdingen voor oppervlaktewater meer plaatsvinden en binnen de Toekomstvisie duurzame landbouw 2030 dienen de emissies naar het milieu in 2030 nagenoeg nul te zijn. Als waterschap moeten we zorgen voor schoon en gezond oppervlaktewater. Deze rol pakken we actief op door toezicht te houden het gebruik van middelen rondom oppervlaktewater, de waterkwaliteit te monitoren, samen met landbouwsectoren bovenwettelijke maatregelen te onderzoeken en te stimuleren om emissies te voorkomen, en via de Unie van Waterschappen het waterkwaliteitsprobleem te agenderen bij het Rijk. Toelating gewasbeschermingsmiddelen Gewasbeschermingsmiddelen bevatten werkzame stoffen voor de bestrijding van onkruiden, plaagsoorten of schimmels. Binnen het gebied van Rijnland en ook binnen de bollenteelt worden de middelen veelvuldig gebruikt.
1/4
Een gewasbeschermingsmiddel mag alleen worden verkocht en gebruikt als het is toegelaten binnen de betreffende teelten waarvoor een toelating is afgegeven. In Nederland is het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) verantwoordelijk voor de toelatingen. Bij de toelating wordt gekeken of de middelen veilig zijn voor boeren, loonwerkers of consumenten, en voor dieren, het milieu en het water. Periodiek wordt de toelating van een stof herbeoordeeld en kan een toelating vervallen bijvoorbeeld als een stof toch schadelijker blijkt dan gedacht. Het aantal middelen dat toegelaten is in de bollenteelt neemt volgens de bollensector snel af. De middelen dinoterb en fenchloorfos zijn voorbeelden van middelen die niet meer zijn toegelaten door het Ctgb, nl. sinds 1998. Bij het gebruik van een toegelaten middel dient de agrariër zich te houden aan gebruiksvoorschriften. Het kan echter voorkomen dat ondanks dat alle wettelijke voorschriften zijn gevolgd er toch te hoge concentraties in het water terecht komen, waardoor de waterkwaliteitsnorm wordt overschreden. Via de Unie van Waterschappen wordt er dan ook op aangedrongen bij het ministerie van LNV en het Ctgb om aanpassingen te doen in toelatingsprocedure om dit te voorkomen. Het spreekt voor zich dat niet meer toegelaten middelen niet meer gebruikt mogen worden.
De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) is de handhavende instantie en verantwoordelijk voor de controle op illegaal gebruik. Monitoring Rijnland Binnen het gebied van Rijnland vinden intensieve agrarische activiteit plaats waar zeer regelmatig gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt. Om inzicht te hebben of het gebruik van deze middelen de waterkwaliteit negatief beïnvloeden is in 2014 een agrarisch meetnet opgezet. Hierbij wordt op diverse meetlocaties in de gebieden met de intensieve teelten op de aanwezigheid GBM gemeten. In de bollenteelt betreft het 7 meetlocaties. Een deel van de meetlocaties locaties maakt deel uit van het Landelijk Meetnet Gewasbeschermingsmiddelen Land- en Tuinbouw (LM-GBM). Naast metingen in het agrarisch gebied worden ook in de KRW-waterlichamen gewasbeschermingsmiddelen gemonitord. Binnen het agrarisch meetnet worden maandelijks ruim 200 middelen geanalyseerd bestaande uit toegelaten middelen en enkele verboden middelen. Deze laatste betreft middelen die vlak voor de start van het meetnet in 2014 nog wel waren toegelaten en sindsdien verboden zijn. Bij de opzet van agrarisch meetnet was er geen aanleiding om de eerdergenoemde middelen dinoterb en fenchloorfos aan deze lijst toe te voegen omdat deze middelen geen prioritaire stoffen zijn voor de KRW en de middelen al lange tijd verboden waren toen het meetnet van start ging.
Daarnaast is in 2003 en 2004 uit incidentele metingen op drie locaties in ons gebied gebleken de concentraties dinoterb onder de normen liggen. Aangetroffen gewasbeschermingsmiddelen in het bollengebied Uit de monitoring blijkt dat op de 7 locaties in de Bollenstreek de oppervlaktewaternormen voor gewasbeschermingsmiddelen regelmatig worden overschreden; in de afgelopen 10 jaar 14 tot 41 keer per jaar. Er is sprake van een licht dalende trend met af en toe een trendbreuk. Deze trendbreuken kunnen te maken hebben met wisselende weersomstandigheden per jaar, waardoor er het ene jaar een grotere ziektedruk is en dus meer middelen worden toegepast dan het andere jaar. Of dat het ene jaar natter is dan het andere waardoor er meer uitspoeling van middelen plaats vindt. Uit data-analyse van het monitoringsresultaat van 2023 blijkt dat 6 middelen één of meerdere keren de normen overschreden. Drie van deze middelen hebben een toelating in de bollenteelt, één middel is toegelaten voor een veel toegepaste wisselteelt in de streek (waspeen) en twee middelen zijn (recent) niet meer zijn toegelaten in de bollenteelt. Van deze laatste twee lijken de normoverschrijdingen veroorzaakt te worden door nalevering en is de verwachting dat de concentraties in de loopt van de tijd zullen dalen en geen normoverschrijdingen meer veroorzaken. Dit zal nauwgezet gevolgd worden.
Zo nu en dan worden middelen aangetroffen die al enige tijd verboden zijn in agrarische teelten, maar nog een toelating hebben als biocide in bijvoorbeeld anti-vlooienmiddelen voor honden en katten en anti-mierenmiddelen.
24.056377 / DIG-13782/006 Informeren over gewasbeschermingsmiddelen in de bollenteelt 2
Een voorbeeld hiervan is het insecticide imidacloprid, dat voor het verbod ook bekend stond als “bijengif”. In alle teelten is de stof verboden. Toch wordt het nog normoverschrijdend waargenomen. Dit is voornamelijk in oppervlaktewater dat ook sterk beïnvloed wordt door effluent van een AWZI. Particulier gebruik lijkt dus de bron te zijn van imidacloprid in het water. Ook hier wordt naar gekeken om de juiste bronnen in beeld te hebben om ook op de juiste plekken maatregelen te kunnen nemen. Strategie Rijnland Afwachten nader onderzoek HHNK Het college is ervan op de hoogte dat in de gemeenteraden van Teylingen en Lisse vragen zijn gesteld over dinoterb en fenchloorfos en welke acties ondernomen worden. Het Rijnlands college kiest er nog niet voor om de monitoring uit te breiden met de stoffen dinoterb en fenchloorfos, maar eerst het bronnenonderzoek van HHNK af te wachten. Er zijn geen aanwijzingen dat dinoterb illegaal gebruikt is in ons bollengebied en ook geen aanwijzingen dat het in ons water voorkomt. Op basis van de resultaten uit het bronnenonderzoek wordt bekeken of aanvullende acties binnen ons beheergebied nodig zijn, zoals aanvullende monitoring. Deze lijn komt overeen met het antwoord d.d. 15 april 2024 van het verantwoordelijke ministerie van LNV op Kamervragen1.
Verdeling bevoegdheden Het is Rijnland al langer bekend dat de waterkwaliteit in de Bollenstreek niet goed is, en de gewasbeschermingsmiddelen de normen voor oppervlaktewater regelmatig overschrijden. Met betrekking tot de ecologische waterkwaliteit en de toepassing van middelen nabij oppervlaktewater heeft Rijnland verantwoordelijkheden en is daarvoor het bevoegd gezag. Bevoegdheden en verantwoordelijkheden met betrekking tot humane risico’s liggen bij andere partijen zoals de GGD en het RIVM. Aanpak Vanuit onze wettelijke bevoegdheden en verantwoordelijkheden is voor de volgende aanpak van gewasbeschermingsmiddelen in de bollenteelt gekozen. 1. Toezicht en handhaving. In het kader van het Besluit Activiteiten Leefomgeving is Rijnland verantwoordelijk voor het houden van toezicht en waar nodig handhaving op de juiste toepassing van middelen (bv. spuittechnieken, teeltvrije zones). In het kader van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden is Rijnland verantwoordelijk voor het houden van toezicht op de watergerelateerde gebruiksvoorschriften van middelen; bij overtredingen meldt Rijnland dit aan de NVWA. Ieder jaar wordt een sector onder de loep genomen, wat breed gecommuniceerd met betreffende sector. In 2022 en 2024 is de gehele bollensector gecontroleerd op naleving van hergebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de teeltvrije zones.
In beide jaren zijn per keer circa 10 overtredingen geconstateerd. 2. Communicatie monitoringsresultaat met sectoren. Met het agrarisch dashboard zijn de meest recente monitoringsdata inzichtelijk, ook voor teeltadviseurs en betrokken kwekers. Als hoge concentraties worden gemeten kan snel worden teruggekoppeld met de sector om te proberen de mogelijke oorzaak van de hoge concentratie te achterhalen. Handhavingstechnisch kan hier echter niet direct op worden opgetreden omdat op basis van de resultaten niet te achterhalen is door welke teler de hoge concentratie is veroorzaak. Jaarlijks stelt Rijnland een nieuwsbericht op om de resultaten van de monitoring te delen met de kwekers via hun vakbladen. 3. Stimulering bovenwettelijke maatregelen. De emissies van gewasbeschermingsmiddelen kunnen gereduceerd worden door het nemen van aanvullende, bovenwettelijke maatregelen. Om dit te stimuleren heeft Rijnland het Landbouwportaal opgezet dat tot eind 2026 loopt. Daarnaast neemt in het kader van het provinciale programma landelijk gebied (ZH-PLG) Rijnland deel aan het plan ‘regiocertificering’ van de sector om de bollenteelt in de regio te verduurzamen. Verbetering van de waterkwaliteit, waaronder het verminderen het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, is het speerpunt van dit plan. 4. Praktijkonderzoek emissiereducerende maatregelen herbiciden.
Uit een data-analyse van de normoverschrijdingen in het oppervlaktewater van de Bollenstreek blijkt dat de herbicide pendimethalin de norm vaak overschrijdt. Rijnland heeft in de inspiratiepolder, die bekend staat als Bollenpolder van de Toekomst, met kwekers een geslaagde pilot uitgevoerd naar de emissieroutes van dit herbicide naar oppervlaktewater en 1
Beantwoording Kamervragen over het aantreffen van de werkzame stof dinoterb in oppervlaktewater
24.056377 / DIG-13782/006 Informeren over gewasbeschermingsmiddelen in de bollenteelt 3
vervolgens zijn bovenwettelijke maatregelen getest om de emissie te beperken. De vervolgpilot wordt voor de zomer van 2024 afgerond. 5. Praktijkonderzoek bovenwettelijke maatregelen fungiciden. Uit de data-analyse blijkt ook dat bepaalde fungicides regelmatig de norm voor oppervlaktewater overschrijden. Het is niet altijd duidelijk hoe deze middelen in het water komen. Om hier meer zicht op te krijgen overweegt Rijnland dit jaar een praktijkonderzoek te starten. Samenwerking in de regio Het college begrijpt de zorgen van de samenleving én van de bollensector over gewasbeschermingsmiddelen in het oppervlaktewater. Rijnland is in het kader van onder meer het Landbouwportaal, de Bollenpolder van de toekomst, het provinciaal programma landelijk gebied en de actualisatie van het intergemeentelijke bestemmingsplan in gesprek met de overheden, de sector en de belangenorganisaties. In deze gesprekken wordt het de gesprekspartners duidelijk dat komende jaren stappen nodig zijn om de risico’s van gewasbeschermingsmiddelen te beperken, en ieder zijn steentje moet bijdragen voor de transitie naar een duurzame bollenteelt. We zien dat de gesprekken resulteren in acties van de sector en de bevoegde gezagen zoals het opzetten van de regiocertificering.
Met de maatregelen, die in deze memo zijn benoemd neemt de kennis maar ook de bewustwording toe om de problematiek van gewasbeschermingsmiddelen te verminderen. Het college ziet een dalende trend van het aantal normoverschrijdingen, zij het met af en toe een trendbreuk. Het is niet duidelijk of met de genoemde maatregelen het doel van de Kaderrichtlijn Water behaald wordt. Het college ziet de drive van de sector om met de regiocertificering de waterkwaliteit te verbeteren, en wil hen daarbij blijven ondersteunen om dit mogelijk te maken. Vervolg Zodra er ontwikkelingen met betrekking tot het bronnenonderzoek naar dinoterb bij HHNK of anderszins zullen we u informeren.
24.056377 / DIG-13782/006 Informeren over gewasbeschermingsmiddelen in de bollenteelt 4