CConstaterende datTeylingen
Koppel je AI →
Document · PDF

Ruimtelijke onderbouwing bijlage 2_1

Gemeenteraad 14 maart 2024, gemeente TeylingenBij agendapunt: Verklaring van geen bedenkingen bouw 16 woningen, Herenstraat 68 Voorhout [BESPREEKPUNT]4.451 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. profielputjes

Herenstraat 68, Voorhout Gemeente Teylingen IDDS Archeologie rapport 2787

Colofon Projectnummer OM-nummer In opdracht van Auteur Redactie Versie Status

A2514 5314234100 Exploitatiemaatschappij Seaside B.V. A.W.E. Wilbers S. Moerman 1.2 concept

Goedkeuring mevr. C. Bekker

Gemeente Teylingen

© IDDS Archeologie Noordwijk, november 2022 ISSN 2212-9650 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever

IDDS Archeologie rapport 2787 Versie 1.2 (concept)

SAMENVATTING: IDDS Archeologie heeft in november 2022 een inventariserend veldonderzoek (IVO-O) door middel van profielputjes, uitgevoerd aan de Herenstraat 68 in Voorhout, gemeente Teylingen. Het doel van het onderzoek met profielputjes is het bepalen of de humeuze laag een vegetatieniveau betreft of een recent gevormd pakket. De profielputjes vallen onder het regime van een IVO-O. Uit het bureau-, boor en profielputjesonderzoek blijkt dat het plangebied gelegen is op Oude duin- en strand(wal)afzettingen. De top van deze afzettingen is verstoord door bewerking van de bodem (ploegen of omspitten) en later het overbouwen daarvan. De verstoringen reiken tot ca. 0,9 m -mv ofwel ca. -0,7 m NAP. Onder de verstoringen is schoon en lichtgekleurd duinzand aanwezig. De eerder waargenomen humeuze laag op ongeveer 1,1 tot 1,5 m -mv (-0,8 tot -1,1 m NAP) blijkt te zijn ontstaan door verstoven humeus zand en de inspoeling van bruine ijzeroxides. Het betreft dus geen vegetatiehorizont en daarom heeft dit humeuze laagje geen verhoogde archeologische verwachting. De archeologische verwachting van het plangebied kan op basis van alle vooronderzoeken worden aangepast naar een lage verwachting. IDDS Archeologie adviseert om het plangebied, voor wat betreft het aspect archeologie, vrij te geven voor de voorgenomen civieltechnische werkzaamheden.

IDDS Archeologie rapport 2787 Versie 1.2 (concept)

INHOUDSOPGAVE: ADMINISTRATIEVE GEGEVENS VAN HET PLANGEBIED ................................................................. 4 1. INLEIDING ....................................................................................................................................... 5 1.1. Onderzoekskader ......................................................................................................................... 5 1.2. Doel- en vraagstellingen van het onderzoek ................................................................................ 5 1.3. Ligging van het plangebied ........................................................................................................... 5 1.4. Verwachtingsmodel uit het vooronderzoek .................................................................................. 6 2. VELDONDERZOEK ......................................................................................................................... 7 2.1. Onderzoekshypothese en onderzoeksopzet ................................................................................ 7 2.2. Werkwijze ..................................................................................................................................... 7 2.3. Resultaten .....................................................................................................................................

8 2.4. Interpretatie ................................................................................................................................. 10 3. CONCLUSIE EN AANBEVELINGEN ............................................................................................ 12 3.1. Aanbevelingen ............................................................................................................................ 12 LITERATUUR EN KAARTEN ............................................................................................................... 14 LIJST VAN AFKORTINGEN EN BEGRIPPEN .................................................................................... 15 BIJLAGEN 1. Topografische kaart 2. Locatiekaart 3. Periodentabel

3

IDDS Archeologie rapport 2787 Versie 1.2 (concept)

Administratieve gegevens van het plangebied Toponiem

Herenstraat 68

Onderzoekmeldingsnummer

5314234100

Plaats

Voorhout

Gemeente

Teylingen

Kadastrale aanduiding

Voorhout A 4151

Provincie

Zuid-Holland

Coördinaten Centrum Hoekpunten

92.994/470.666 93.010/470.705 (NO) 93.017/470.640 (ZO) 93.002/470.629 (ZW) 92.962/470.662 (NW)

CMA/AMK-status

Geen

Archis-monumentnummer

n.v.t.

Oppervlakte plangebied

1.880 m2

Maaiveldhoogte

0,2 m NAP

Grondwatertrap/-stand

1,1 m -mv

Onderzoekskader

Omgevingsvergunning

Uitvoerder

IDDS Archeologie Contactpersoon: dhr. A.W.E. Wilbers Postbus 126 2200 AC Noordwijk (ZH) Tel: 071-4028586 E-mail: awilbers@idds.nl

Bevoegde overheid

Gemeente Teylingen Contactpersoon: mevr. C. Bekker Postbus 149 2215 ZJ Voorhout Tel: 14 0252 E-mail: c.bekker@hltsamen.nl

Adviseur van de bevoegde overheid

Omgevingsdienst West-Holland Contactpersoon: mevr. C. Lokman Postbus 159 2300 AD Leiden Tel: 071-4083306 E-mail: c.lokman@odwh.nl

Beheer en plaats van documentatie

IDDS Archeologie, Noordwijk

Uitvoeringsdatum veldwerk

29-11-2022

4

IDDS Archeologie rapport 2787 Versie 1.2 (concept)

1.

Inleiding

1.1.

Onderzoekskader

In opdracht van Exploitatiemaatschappij Seaside B.V. heeft IDDS Archeologie in november 2022 een inventariserend veldonderzoek (IVO-O), door middel van profielputjes, uitgevoerd aan de Herenstraat 68 in Voorhout, gemeente Teylingen. De aanleiding voor dit onderzoek is het aantreffen van een humeuze laag op 1,1 – 1,5 m -mv in het in mei 2022 uitgevoerde bureau- en booronderzoek (Hartman / Moerman, 2022). Op basis van boringen kan niet worden bepaald of het gaat om een vegetatieniveau of om de onderzijde van bodembewerking ten behoeve van bollenteelt en/of het bouwrijp maken van de locatie. De bevoegde overheid heeft aangegeven dat er twee profielputjes gemaakt moeten worden indien de fundatie van de nieuwbouw dieper dan 80 cm -mv aangebracht gaat worden. De fundatie wordt aangelegd op ca. 1 m -mv, waardoor de aanleg van profielputjes noodzakelijk is. 1.2.

Doel- en vraagstellingen van het onderzoek

Het doel van het onderzoek met profielputjes is het bepalen of de humeuze laag een vegetatieniveau betreft of een recent gevormd pakket. De profielputjes vallen onder het regime van een IVO-O. Om de doelstelling te kunnen realiseren, wordt op de volgende vragen een antwoord gegeven: • • • •

Is er inderdaad op een diepte van 1,1 en 1,5 m -mv (-0,8 en -1,1 m NAP) een humeuze laag aanwezig? Betreft de humeuze laag een vegetatieniveau, de onderzijde van bodembewerking ten behoeve van bollenteelt en/of bouwrijp maken of is deze laag op een andere manier ontstaan? Wat is de specifieke archeologische verwachting van het plangebied na dit veldonderzoek? In hoeverre worden eventueel aanwezige archeologische waarden bedreigd door de voorgenomen bodemverstorende werkzaamheden?

Het inventariserend veldonderzoek is uitgevoerd conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), versie 4.1 (Centraal College van Deskundigen 2018), en het Plan van Aanpak (PvA; Wielemaker / Wilbers 2022). Voor de in dit rapport gebruikte geologische en archeologische tijdsaanduidingen wordt verwezen naar Bijlage 3. Afkortingen en enkele vaktermen worden achterin dit rapport uitgelegd (zie lijst van afkortingen en begrippen). 1.3.

Ligging van het plangebied

De ligging van het (her) in te richten gebied, ofwel het plangebied, is weergegeven in Bijlage 1. Het plangebied wordt begrensd door de Herenstraat in het zuidoosten en aan de overige zijden door de bebouwde percelen van Herenstraat 64, Herenstraat 70 en Margrietstraat 13-31. Het plangebied heeft een oppervlakte van 1.880 m2 en een gemiddelde maaiveldhoogte van 0,2 m NAP. De exacte ligging en contouren van het plangebied zijn nader weergegeven in Bijlage 2 en Figuur 1.

5

IDDS Archeologie rapport 2787 Versie 1.2 (concept)

Figuur 1: Het plangebied op een recente luchtfoto (bron: PDOK). De bebouwing in het plangebied is inmiddels gesloopt. 1.4.

Verwachtingsmodel uit het vooronderzoek

Uit het bureau- en booronderzoek blijkt dat het plangebied gelegen is op Oude duin- en strand(wal)afzettingen. In deze afzettingen is een humeuze laag aanwezig waarvan op basis van boringen niet kan worden bepaald of het gaat om een vegetatieniveau of om de onderzijde van bodembewerking ten behoeve van bollenteelt en/of het bouwrijp maken van de locatie. In het eerste geval geldt voor dit niveau een hoge archeologische verwachting. Eventuele archeologische sporen zullen zich aftekenen in het zand direct onder de humeuze laag, tussen 1,1 en 1,5 m -mv (-0,8 en -1,1 m NAP). Voor welke periode de hoge verwachting geldt is niet bekend, aangezien onbekend is wanneer het niveau is gevormd. In het tweede geval heeft het plangebied een lage archeologische verwachting.

6

IDDS Archeologie rapport 2787 Versie 1.2 (concept)

2.

Veldonderzoek

2.1.

Onderzoekshypothese en onderzoeksopzet

Het doel van het onderzoek met profielputjes is het bepalen of de humeuze laag een vegetatieniveau betreft of een recent gevormd pakket. De profielputjes vallen onder het regime van een IVO-O. De bevoegde overheid heeft aangegeven dat er twee profielputjes gemaakt moeten worden omdat de fundatie met een diepte van ca. 1 m -mv dieper reikt dan de door hun gestelde grens van 0,8 m -mv.

Figuur 2: Het voormalig bebouwde deel van het plangebied tijdens het veldwerk. 2.2.

Werkwijze

In het plangebied zijn 2 profielputjes aangelegd met behulp van een graafmachine. In tegenstelling tot het PvA zijn de profielputjes niet aangelegd in de parkeerplaats, maar ter plekke van de voormalige (en nu volledig gesloopte) bebouwing. Het maaiveld bestond daar uit onbestraat en onbegroeid zand (Figuur 2). De profielputjes hebben een breedte van ca. 1,5 m (bakbreedte), een lengte van ca. 2 m en een diepte van ca. 1,5 tot 2,0 m. Dit is afwijkend van het PvA omdat de profielputjes moesten worden aangelegd in siltarm zand met een hoge grondwaterstand (ongeveer 1,1 m -mv). Om diep genoeg te kunnen graven om de humeuze laag op ongeveer 1,1 tot 1,5 m -mv te kunnen bestuderen, moest een groter gat worden aangelegd dan in het PvA was voorzien. De gaten zijn dieper aangelegd omdat de humeuze laag dieper lag dan verwacht of zelfs niet aanwezig was. Ondanks de grotere gaten kon in geen van beide profielputjes een profiel worden afgestoken, gefotografeerd en beschreven. Door de

7

IDDS Archeologie rapport 2787 Versie 1.2 (concept)

hoge grondwaterstand begonnen de putwanden al vanaf ongeveer 1,5 m -mv te scheuren en in te storten, waardoor de profielputjes niet betreedbaar waren (Figuur 3). Tijdens de aanleg zijn vanaf de bovenzijde van de profielputjes foto’s gemaakt. Met de graafbak is een deel van de humeuze laag omhooggehaald om de lithologische samenstelling te bepalen. Het veldonderzoek is uitgevoerd door A.W.E. Wilbers (Senior KNA Prospector en Senior KNA Specialist Fysische Geografie) en S. Ransijn (veldarcheoloog). De locaties van de profielputjes (x-, y- en zwaarden) zijn ingemeten met een GPS-systeem met een nauwkeurigheid van ongeveer 2 cm.

Figuur 3: Profielput K2 na aanleg. Alle wanden zijn ingestort en de kopse zijde (links in de foto) is ernstig gescheurd. Direct hierna is de profielput dichtgemaakt. 2.3.

Resultaten

In beide profielputjes is aan het maaiveld een enkele decimeters dikke laag stabilisatiezand aanwezig. Daaronder is een ca. 70-80 cm dikke laag zwak tot matig humeus zand aanwezig met daarin resten van bouwpuin. Aan de onderzijde van deze laag zijn sporen waargenomen van het ploegen of omspitten van de bodem (Figuur 4). Deze ploeg- of spitsporen hebben in beide profielputjes een richting van zuidoost naar noordwest, haaks op de Herenstraat . Op basis van de samenstelling en de ploeg- of spitsporen wordt deze laag geclassificeerd als een oude bouwvoor. In de profielputjes kon niet nauwkeurig worden gemeten hoe dik deze laag was, maar de onderzijde van de laag was ongeveer aanwezig op 0,9 m -mv ofwel -0,7 m NAP.

8

IDDS Archeologie rapport 2787 Versie 1.2 (concept)

Figuur 4: Profielput K1 met het vlak op ongeveer 80 cm -mv. Duidelijk zichtbaar zijn in de wand van de profielput het dikke pakket humeus zand en op het vlak de ploeg- of spitsporen. Onder de oude bouwvoor was lichtgekleurd zand aanwezig en in dit zandpakket is tot een diepte van ongeveer 2,0 m -mv in profielput K2 geen humeus zandlaagje waargenomen. Bij profielput K1 was vanaf ongeveer 1,2 m -mv wel humeus zand zichtbaar. Tussen ongeveer 1,2 en 1,4 m -mv was het humeuze zand alleen zichtbaar als dunne kronkelende banen in het lichte zand (Figuur 5), vanaf ongeveer 1,5 m -mv was er een meer egale humeuze zandlaag aanwezig. Bij nadere inspectie bleek dit zand echter slechts heel zwak humeus te zijn en werd de bruine kleur grotendeels veroorzaakt door de aanwezigheid van bruine ijzeroxides (roest). Door het instorten van de wanden kon in profielput K1 niet worden doorgegraven tot onder de humeuze zandlaag.

9

IDDS Archeologie rapport 2787 Versie 1.2 (concept)

Figuur 5: Profielput K1 op een diepte van ca. 1,3 m -mv. De geelbruine kleur van het zand wordt veroorzaakt door de lamp van de graafmachine, waarvan ook de schaduw zichtbaar is. In het lichte zand zijn duidelijk dunne kronkelende humeuze zandbaantjes zichtbaar. 2.4.

Interpretatie

Als de resultaten uit de profielputjes worden vergeleken met de resultaten uit de boringen dan valt als eerste op dat in het plangebied een 70-80 cm dikke oude bouwvoor aanwezig is die in de nabij gezette boringen 3 en 4 niet is waargenomen. Deze humeuze zandlaag met bouwpuin is in de boringen niet waargenomen, enkel zand met een donker grijsbeige kleur. Nu is het zand van de oude bouwvoor slechts zwak humeus en daarnaast zijn de boringen 3 en 4 destijds inpandig gezet, waardoor het aannemelijk is dat bij het boren de kleuren niet goed zijn waargenomen en daarom deze oude bouwvoor is gemist. Op basis van de profielputjes kan nu worden geconcludeerd dat de bodem in het plangebied intensief is bewerkt (gezien de ploeg- of omspitsporen) en dus verstoord. Deze verstoringen reiken tot ongeveer 0,9 m -mv ofwel -0,7 m NAP. Onder de oude bouwvoor is direct lichtgekleurd (schoon) duinzand aanwezig en dus kunnen er tot de diepte van de aan te leggen funderingen (1 m -mv) alleen nog de onderzijden van diepe archeologische sporen aanwezig zijn. De kans daarop is klein en de informatiewaarde vaak gering. In profielput K1 is zoals verwacht uit het booronderzoek op een diepte van 1,1 tot 1,5 m -mv een humeuze zandlaag aangetroffen. Echter dit zand is slechts zwak humeus en dankt de bruine kleur vooral aan ingespoelde bruine ijzeroxides.

Aan de bovenzijde (en dus onder een laag schoon lichtgekleurd zand) bestaat de humeuze zandlaag eerst uit dunne kronkelende zandbaantjes en pas naar onder toe wordt de laag egaal bruin. Dergelijke kronkelende humeuze baantjes worden vaker waargenomen maar

10

IDDS Archeologie rapport 2787 Versie 1.2 (concept)

dan onder een B-horizont, waar deze ontstaan door ingespoelde humus in de overgangszone tussen een B-horizont en een C-horizont. In dit geval liggen de baantjes echter boven de humeuze laag en kunnen dus niet zijn ontstaan door inspoeling. Waarschijnlijk gaat het in dit plangebied om verstoven zwak humeus zand, dat is afgezet in een laagte tussen kleine duinen en waarbij de dunne baantjes zijn afgezet in de laagtes tussen de kleine ribbels op de duinen. Dit verstoven humeuze zand vormde later in de bodem een plotselinge overgang in de sedimenten en op die overgang zijn de in het grondwater aanwezige ijzeroxides afgezet. Hierdoor werd het zwak humeuze zand bruiner en makkelijker waarneembaar. Het in de boringen en in profielput K1 aangetroffen humeuze laagje is dus geen vegetatiehorizont (dan zou de top bijvoorbeeld veel egaler zijn geweest en zou het humusgehalte hoger zijn geweest), maar ook geen laagje ontstaan door bodembewerking door de mens (de ploeg- of spitsporen reiken duidelijk minder diep). Verstoven humeus duinzand is geen indicatie voor een loopoppervlak en dus zullen er in en onder dit laagje geen archeologische waarden voorkomen. De archeologische verwachting van het plangebied kan daarmee worden bijgesteld naar laag.

11

IDDS Archeologie rapport 2787 Versie 1.2 (concept)

3.

Conclusie en aanbevelingen

In opdracht van Exploitatiemaatschappij Seaside B.V. is in november 2022 een inventariserend veldonderzoek (IVO-O), door middel van profielputjes, uitgevoerd aan de Herenstraat 68 in Voorhout, gemeente Teylingen. Het doel van het onderzoek met profielputjes is het bepalen of de humeuze laag uit het vooronderzoek een vegetatieniveau betreft of een recent gevormd pakket. De profielputjes vallen onder het regime van een IVO-O. Ten behoeve van het onderzoek is een aantal vragen gesteld die als volgt beantwoord kunnen worden: •

Is er inderdaad op een diepte van 1,1 en 1,5 m -mv (-0,8 en -1,1 m NAP) een humeuze laag aanwezig?

In profielput K1 is inderdaad tussen ongeveer 1,1 en 1,5 m -mv een zwak humeuze zandlaag aangetroffen. De bruine kleur van deze laag wordt echter voornamelijk bepaald door de aanwezigheid van veel bruine ijzeroxides (roest) en niet door een grote hoeveelheid humus. •

Betreft de humeuze laag een vegetatieniveau, de onderzijde van bodembewerking ten behoeve van bollenteelt en/of bouwrijp maken of is deze laag op een andere manier ontstaan?

Het in de boringen en in profielput K1 aangetroffen humeuze laagje is geen vegetatiehorizont, maar ook geen laagje ontstaan door bodembewerking door de mens. Waarschijnlijk gaat het in dit plangebied om verstoven zwak humeus zand, dat is afgezet in een laagte tussen kleine duinen. Dit verstoven humeuze zand vormde later in de bodem een plotselinge overgang in de sedimenten en op die overgang zijn de in het grondwater aanwezige ijzeroxides afgezet. Hierdoor werd het zwak humeuze zand bruiner en makkelijker waarneembaar. •

Wat is de specifieke archeologische verwachting van het plangebied na dit veldonderzoek?

Uit het bureau-, boor en profielputjesonderzoek blijkt dat het plangebied gelegen is op Oude duin- en strand(wal)afzettingen. De top van deze afzettingen is verstoord door bewerking van de bodem (ploegen of omspitten) en later het overbouwen daarvan. De verstoringen reiken tot ca. 0,9 m -mv ofwel ca. -0,7 m NAP. Onder de verstoringen is schoon en lichtgekleurd duinzand aanwezig. De eerder waargenomen humeuze laag op ongeveer 1,1 tot 1,5 m -mv (-0,8 tot -1,1 m NAP) blijkt te zijn ontstaan door verstoven humeus zand en de inspoeling van bruine ijzeroxides. Het betreft dus geen vegetatiehorizont en daarom heeft dit humeuze laagje geen verhoogde archeologische verwachting. De archeologische verwachting van het plangebied kan op basis van alle vooronderzoeken worden aangepast naar een lage verwachting. •

In hoeverre worden eventueel aanwezige archeologische waarden bedreigd door de voorgenomen bodemverstorende werkzaamheden?

In de voorgenomen plannen zullen de funderingen reiken tot ongeveer 1 m -mv. Daarmee zullen de funderingen reiken tot net onder de verstoorde en geploegde oude bouwvoor en in het schone duinzand. Het in het duinzand aanwezige zwak humeuze laagje heeft een lage archeologische verwachting. Door de lage verwachting voor archeologische waarden in het plangebied vormen de geplande ingrepen geen bedreiging voor eventuele archeologische resten. 3.1.

Aanbevelingen

In de profielputjes is geconstateerd dat het humeuze laagje uit het vooronderzoek is ontstaan door het verstuiven van humeus zand en dat de bovengrond van het duinzand in het plangebied verstoord is door de mens. De verwachting van het plangebied is daarom bijgesteld naar laag. IDDS Archeologie adviseert om het plangebied, voor wat betreft het aspect archeologie, vrij te geven voor de voorgenomen civieltechnische werkzaamheden.

12

IDDS Archeologie rapport 2787 Versie 1.2 (concept)

Bovenstaand advies dient gecontroleerd en beoordeeld te worden door de bevoegde overheid, in dit geval de Gemeente Teylingen. Deze zal vervolgens een besluit nemen inzake de te volgen procedure. IDDS Archeologie wil meegeven dat voordat dit besluit genomen is, er niet begonnen kan worden met bodemverstorende activiteiten of activiteiten die voorbereiden op bodemverstoringen. Het uitgevoerde onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Het archeologisch onderzoek is erop gericht om de kans op het onverwacht aantreffen dan wel het ongezien vernietigen van archeologische waarden bij bouwwerkzaamheden in het plangebied te verkleinen. Aangezien het onderzoek is uitgevoerd door middel van een steekproef kan echter, op basis van de onderzoeksresultaten, de aan- of afwezigheid van eventuele archeologische waarden niet gegarandeerd worden. Wij wijzen u er graag op dat indien archeologische waarden worden aangetroffen, deze conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet zo spoedig mogelijk bij de minister voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap gemeld dienen te worden. Dit kan door het invullen van het vondstmeldingsformulier op de website van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (www.cultureelerfgoed.nl) of door contact op te nemen met de InfoDesk (info@cultureelerfgoed.nl).

13

IDDS Archeologie rapport 2787 Versie 1.2 (concept)

Literatuur en kaarten Centraal College van Deskundigen, 2018: Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, versie 4.1, Gouda. Hartman, R. / S. Moerman, 2022: Archeologisch bureauonderzoek & Inventariserend Veldonderzoek, verkennende fase. Herenstraat 68, Voorhout. Gemeente Teylingen, Noordwijk (IDDS Archeologierapport). SIKB, 2008: Archeologische standaard boorbeschrijving, Archeologie Leidraad, Gouda. Wielemaker, S. / A.W.E. Wilbers, 2022: Plan van aanpak. Herenstraat 68 in Voorhout, gemeente Teylingen, Noordwijk (Intern rapport, IDDS Archeologie).

14

IDDS Archeologie rapport 2787 Versie 1.2 (concept)

Lijst van afkortingen en begrippen Afkortingen AHN AMK AMZ Archis ASB AWN BP GHG GLG GPS indet KNA mv NAP PvA PvE RCE SIKB

Actueel Hoogtebestand Nederland Archeologische Monumenten Kaart Archeologische Monumentenzorg Archeologisch Informatie Systeem Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode Archeologische Werkgemeenschap voor Nederland Before Present (Present = 1950) Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand Gemiddeld Laagste Grondwaterstand Global Positioning System ondetermineerbaar Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie maaiveld (het landoppervlak) Normaal Amsterdams Peil Plan van Aanpak Programma van Eisen Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer

Verklarende woordenlijst 14C-datering (ook wel C14-datering) Bepaling van gehalte aan radioactieve koolstof 14C van organisch materiaal (hout, houtskool, veen, schelpen e.d.) waaruit de 14Couderdom kan worden afgeleid. Deze ouderdom wordt opgegeven in jaren vóór 1950 na Chr. (jaren BP) met daaraan toegevoegd de aan de meting verbonden mogelijke afwijking (standaarddeviatie) Allerød tijd Korte, relatief warme periode uit de laatste ijstijd (Weichselien), ca. 11.80011.000 jaar geleden antropogeen Ten gevolge van menselijk handelen (door mensen veroorzaakt/gemaakt) Archis-melding Elke melding bij het centraal informatiesysteem (Archis) artefact Alle door de mens vervaardigde of gebruikte voorwerpen bioturbatie Verstoring van de oorspronkelijke bodemstructuur en/of transport van materiaal door plantengroei en dierenactiviteiten Bølling tijd Korte, relatief warme periode uit de laatste ijstijd (Weichselien), ca. 13.50012.000 jaar geleden Boreaal Tijdvak, onderafdeling van het Holoceen, gekarakteriseerd door een gematigd en continentaal klimaat en een bebost landschap gedomineerd door loofbomen (datering ca. 6800-5500 voor Chr.) buitendijks Gronden die aan de rivierzijde van een dijk liggen.

In het buitendijkse gebied liggen de uiterwaarden castellum Romeins legerkamp conservering Mate waarin grondsporen, anorganische en organische archeologische resten bewaard zijn couperen Het maken van één of meer verticale doorsneden door een spoor of laag om de aard, diepte, vullingen, vorm en relaties met andere fenomenen vast te stellen crematie Begraving met gecremeerd menselijk bot crevasse Doorbraakgeul door een oeverwal dagzomen Aan de oppervlakte komen, zichtbaar worden van gesteenten (met inbegrip van zand, klei, etc.)

15

IDDS Archeologie rapport 2787 Versie 1.2 (concept)

dekzand

Dryas Edelmanboor Eemien eerdgrond eolisch estuarien estuarium fluviatiel fluvioglaciaal gaafheid Hollandveen Holoceen horizont humeus ijzeroer in situ inhumatie interstadiaal kom kreek kronkelwaard kwel kwelder laag leem Limes lithologie löss lutum meander meanderen oeverwal

Fijnzandige afzettingen die onder periglaciale omstandigheden voornamelijk door windwerking ontstaan zijn; de dekzanden van het Weichselien vormen in grote delen van Nederland een ‘dek’ (Formatie van Boxtel) Laatste gedeelte van de laatste ijstijd (Weichselien), ca. 20.000-10.000 jaar geleden Een handboor voor bodemonderzoek Interglaciaal tussen de voorlaatste en laatste ijstijd (Saalien en Weichselien), ca. 130.000-120.000 jaar geleden Grond met een humushoudende minerale bovengrond van meer dan 50 cm, ontstaan door invloed van de mens Door de wind gevormd, afgezet Afgezet in een estuarium Inham aan de kust waarin met name het getijde grote invloed uitoefent op het landschap, bijvoorbeeld de Westerschelde Door rivieren gevormd, afgezet Door smeltwater (afkomstig van gletsjers) afgezet Mate van (fysieke) verstoring van de bodem, zowel in verticale zin (diepte) als in horizontale zin (omvang) Holocene formatie, ontstaan vanaf 3500 voor Chr. Jongste geologisch tijdvak dat nog steeds voortduurt (vanaf de laatste ijstijd: ca.

8800 jaar voor Chr.) Kenmerkende laag binnen de bodemvorming Organische stoffen bevattend; bestaande uit resten van planten en dieren in de bodem IJzeroxidenhydraat, een ijzererts dat vooral in vlakke landstreken, in dalen en moerassige gebieden op geringe diepte voorkomt Achtergebleven op exact de plaats waar de laatste gebruiker het heeft gedeponeerd, weggegooid of verloren Begraving met niet gecremeerd menselijk bot Een warmere periode tijdens een ijstijd (glaciaal) Laag gebied waar na overstroming van een rivier vaak water blijft staan en klei kan bezinken Waterweg waarbij het water vanuit zee of rivier onder invloed van het getijde inen uitstroomt Deel van een stroomgebied omgeven – en grotendeels opgebouwd – door een meander Door hydrostatische druk aan het oppervlakte treden van grondwater zie schor Een vervolgbare grondeenheid die op archeologische of geologische gronden als eenheid wordt onderscheiden Grondsoort die wordt gekenmerkt door een samenstelling van meer dan 50% silt, minder dan 50% zand en minder dan 25% klei de noordgrens van het Romeinse rijk Wetenschap die zich bezighoudt met de beschrijving en het ontstaan van de sedimentaire gesteenten Door de wind gevormde afzetting van zeer fijnkorrelig materiaal waarvan het overgrote deel van de korrels (60-85%) kleiner is dan 0,063 mm Kleideeltjes kleiner dan 0,002 mm Min of meer regelmatige lusvormige rivierbocht

(van rivieren of beken) Zich bochtig door het landschap slingeren Langgerekte rug langs een rivier of kreek, ontstaan doordat bij het buiten de oevers treden van de stroom het grovere materiaal het eerst bezinkt

16

IDDS Archeologie rapport 2787 Versie 1.2 (concept)

OSL-datering

oxidatie plaggendek plangebied Pleistoceen

podzol pollenanalyse

prehistorie rivierduin Saalien schor silt slak slik spieker strandvlakte strandwal

stratigrafie stroomgordel stroomrug

stuwwal terras (rivier-) vaaggronden vicus vindplaats Weichselien zavel zeldzaamheid

Dateringsmethode waarmee op grond van energieverval kan worden bepaald wanneer een fragment kwarts (zand) voor het laatst heeft blootgestaan aan direct zonlicht Reactie met zuurstof (roesten/corrosie bij metalen; ‘verbranding’ bij veen) Verhoogd bouwland, ontstaan door ophoging ten gevolge van bemesting. Voor de bemesting werden plaggen of met zand vermengde potstalmest opgebracht Gebied waarbinnen de realisering van de planvorming het bodemarchief kan bedreigen Geologisch tijdperk dat ca. 2,3 miljoen jaar geleden begon. Gedurende deze periode waren er sterke klimaatswisselingen van gematigd warm tot zeer koud (de vier bekende ijstijden). Na de laatste ijstijd begon het Holoceen (ca. 8800 voor Chr.) Goed ontwikkelde bodem in gebieden met veel neerslag De bestudering van fossiele stuifmeelkorrels en sporen waardoor een beeld van de vegetatiegeschiedenis gevormd kan worden. Uit de vegetatiegeschiedenis kan het klimaat worden gereconstrueerd Dat deel van de geschiedenis waarvan geen geschreven bronnen bewaard zijn gebleven Door verstuiving uit een riviervlakte hierlangs ontstaan duin (in Nederland meestal Weichselien of Vroeg Holoceen van ouderdom) Voorlaatste ijstijd, waarin het landijs tot in Nederland doordrong en de stuwwallen werden gevormd, ca.

200.000-130.000 jaar geleden Zandgrond in een getijdenwater; staat alleen onder water bij zeer hoog tij, begroeid Zeer fijn sediment met grootte 0,002-0,063 mm Steenachtig afval van metaal- of aardewerkproductie Zandgrond in een getijdenwater; staat onder water bij vloed en valt droog bij eb, kwelder onbegroeid; wad Op palen geplaatst opslaghuisje Groot vlak zandig gebied tussen twee strandwallen Langs de kust gevormde langgerekte zandrug die uitsteekt boven het gemiddelde hoogwaterniveau; geeft in Nederland de oude ligging van de kustlijn weer Opeenvolging van lagen in de bodem Het geheel van rivieroeverwal-, rivierbedding- en kronkelwaard-afzettingen, al dan niet met restgeul(en) Oude riviergeul die zodanig is opgehoogd met zandige afzettingen dat de rivier een nieuwe loop heeft gekregen; blijft door inklinking van de komgebieden als een rug in het landschap liggen Door de druk van het landijs in het Saalien opgedrukte rug van scheefgestelde preglaciale sedimenten Door een rivier verlaten en daarna versneden dalbodem Minerale gronden zonder duidelijke podzol-B-horizont, zonder briklaag en zonder minerale eerdlaag Een burgerlijke nederzetting uit de Romeinse tijd met een stedelijk karakter maar zonder stadsrechten Ruimtelijk begrensd gebied waarbinnen zich archeologische informatie bevindt Geologische periode (laatste ijstijd, waarin het landijs Nederland niet bereikte), ca.

120.000-10.000 jaar geleden Grondsoort die tussen 8 en 25% lutum (kleideeltjes kleiner dan 0,002 mm) bevat Mate waarin een bepaald type monument schaars is (of is geworden) voor een periode of in een gebied

17

Legenda Plangebied

Bijlage 3: Periodentabel

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Teylingen&id=3148ee33-40ea-4084-bebe-170092c3d7c9