Raadsvoorstel RES 1.0 Teylingen.docx
Tekst van het document
Raadsvoorstel Besluitvormend Raadsvoorstel besluitvormend RES 1.0 Teylingen aan:
de raad van de gemeente Teylingen
zaaknummer: Z-21-167647 datum voorstel: 7 april 2021 datum collegevergadering: 20 april 2021 datum raadsvergadering: 3 juni 2021 agendapunt: portefeuillehouder: Mevr. H.M.A. Hooij behandelend ambtenaar: Joost Veldhoven e-mailadres: J.Veldhoven@HLTsamen.nl
Wij stellen voor: I)
De RES 1.0 vast te stellen als uitwerking van eerdere afspraken waarin de gemeente Teylingen deelheeft, waaronder: (1) het Energieakkoord Holland Rijnland uit 2017 waarin de ambitie is opgenomen om in 2050 energieneutraal te zijn. (2) het Nationale Klimaatakkoord, met daarin een CO2-reductie doelstelling voor 2030.
II) Te inventariseren uiterlijk 1 oktober 2021 welke acties nodig zijn om verder invulling te geven aan de RES 1.0 III) Het college van Burgemeester en Wethouders de opdracht te geven om waar mogelijk en gewenst de RES 1.0 mee te nemen in verankering van (omgevings-)beleid, in afstemming met de Regionale Omgevingsagenda Holland Rijnland
Inleiding Met deze besluiten wordt door de aan de RES-regio deelnemende partijen een stap gezet op weg naar realisatie van de eerder uitgesproken ambities op het gebied van de energietransitie richting 2030, en vervolgens 2050. In de RES 1.0 zijn de regionale ambities op dit punt verder gespecificeerd en wordt een beschreven welke stappen tot nu zijn gezet en op welke wijze wordt voorzien op welke wijze deze ambities kunnen worden waar gemaakt.
In het document worden concrete ambities voor energiebesparing per gemeente voorgesteld en handreikingen gedaan op welke wijze aan deze ambities invulling kan worden gegeven. Voor het verduurzamen van de mobiliteit in de regio is aangegeven welke maatregelen een bijdrage kunnen leveren aan de benoemde regionale ambitie. Hiervoor is een ‘koppeling’ met de Regionale Strategie Mobiliteit opgenomen. Ten aanzien van het vraagstuk warmte is zorgvuldig de omvang van de opgave (gasloos in 2050) in kaart gebracht en een preferente volgorde van alternatieve warmtebronnen beschreven. Per warmtebron is, waar mogelijk, een berekening van het potentieel gemaakt. Voor de grootschalige opwek van elektriciteit in de regio is berekend dat het realistisch is om ongeveer 25% van de ambitie tot 2030 op grote daken te zoeken. Voor het resterende deel van de ambities zijn in de regiogebieden in kaart gebracht waar initieel gezocht kan worden naar ruimte en draagvlak voor de realisatie van windturbines en zonneweiden.
Het vaststellen van de RES 1.0 is een formele stap. Besluitvorming over de RES 1.0 vindt in dezelfde periode plaats in de gemeenteraden, de algemene besturen van de Waterschappen en de provinciale staten van de deelnemende provincie. Terugmelding van de besluitvorming bij deze individuele overheden vindt plaats voor 1 juli as in het PHO+, via de Stuurgroep. Hierna biedt de Stuurgroep de RES 1.0 (per brief) namens de regiopartners aan bij het Nationaal Programma RES. De RES 1.0 is een politiek-bestuurlijk document dat keuzes markeert en richting geeft, oftewel een strategische verkenning. De RES 1.0 is in die zin geen ‘plan’ of beleidsdocument dat (derden) partijen hier rechten aan kunnen ontlenen. De RES 1.0 vraagt om vertaling naar (lokale en bovenlokale) projecten en (ruimtelijk) beleid om tot realisatie te kunnen komen. De individuele RES-partners zijn hiervoor aan zet: zij bepalen hoe de RES verder wordt uitgewerkt en vertaald wordt naar beleid. In die zin moet de RES 1.0 als een startdocument worden gezien.
Bestaand kader en context In 2019 is het Klimaatakkoord gepresenteerd. Nederland gaf hiermee invulling aan de internationale klimaatafspraken van Parijs. Daarin maakten 195 landen afspraken om de CO2-uitstoot te verminderen en zo de wereldwijde temperatuurstijging tot 2 graden Celsius te beperken. Het Nationale Klimaatakkoord is zowel door het Kabinet als de decentrale overheden onderschreven. Dat laatste is gebeurd via de koepelorganisaties VNG, IPO en UvW, waarbij voorwaarden gesteld zijn. In het Klimaatakkoord staat onder meer dat dertig energieregio’s in Nederland onderzoeken waar en hoe ze kunnen bijdragen aan de klimaatdoelstellingen. Ze leggen dit vast in een eigen Regionale Energie Strategie (RES). De RES 1.0 is dus geen doel op zich, maar een middel om onderdelen van het Nationale Klimaatakkoord te realiseren. De RES 1.0 is een belangrijke tussenstap op weg naar 2030 (49% CO2 reductie) en uiteindelijk 2050 (95% CO2 reductie). Per 1 juli 2021 wordt elke regio gevraagd de RES 1.0 aan het NP RES te leveren. De RES wordt tweejaarlijks geactualiseerd, waarbij ruimte bestaat voor nadere uitwerking en aanpassingen.
De RES maakt onderdeel uit van het Nationaal Programma RES (NP RES), een gezamenlijke interbestuurlijk programma van Rijk en decentrale overheden, inclusief de VNG. Het NP RES vraagt alle regio´s de RES 1.0 per 1 juli 2021 aan te leveren. Holland Rijnland is één van die dertig regio’s. Met dertien gemeenten, twee waterschappen, de provincie, de netbeheerder en andere partijen is vormgegeven aan de RES 1.0 van Holland Rijnland. Deze kent zijn basis onder meer in het Regionale Energieakkoord uit 2017. Hierin is door de samenwerkende overheden in Holland Rijnland uitgesproken om in 2050 zoveel mogelijk energieneutraal te zijn. De RES gaat in elk geval in op opwek van hernieuwbare elektriciteit en warmte. Vanuit de gezamenlijke ambitie zijn besparing en mobiliteit ook onderdeel van de RES Holland Rijnland. De RES Holland Rijnland is een product van samenwerking tussen 13 gemeenten, de provincie, twee waterschappen en netbeheerder Liander. Tevens zijn via een intensief proces vele andere lokale en regionale partijen, inwoners en bedrijven betrokken. Besluitvorming over de RES vindt plaats in de volksvertegenwoordigende organen van de deelnemende overheden: de gemeenteraad, Provinciale Staten en Verenigde Vergadering van de Waterschappen. Beoogd effect
De ambitie voor 2030 is in lijn met de doelstellingen uit het Regionale Energieakkoord uit 2017. We zetten in op een gebalanceerde combinatie van inzet op besparing, mobiliteit, duurzame warmtevoorziening in de gebouwde omgeving en opwek van hernieuwbare elektriciteit. De laatste twee zijn standaard onderwerpen in de RES. Vanuit de gezamenlijke ambitie uit het Energieakkoord, zijn ook de onderwerpen energiebesparing en duurzame mobiliteit onderdeel van de RES. Op basis van de voorliggende RES 1.0 wordt uitvoering gegeven aan de volgende ambities, verdeeld over een viertal sporen: 1. Energiebesparing: 1.1 TWh energiebesparing in 2030 oftewel 11% ten opzichte van 2014 2. Duurzame mobiliteit: reductie van de CO2-uitstoot door mobiliteit in Holland Rijnland met 22% in 2030 ten opzichte van 1990 & reductie van energieverbruik door mobiliteit in Holland Rijnland met 11% ten opzichte van 2014 3. Warmte: in 2050 verwarmen we alleen nog met duurzame bronnen 4. Elektriciteit: 1,05 Terrawattuur (TWh) aanvullende opwek van hernieuwbare elektriciteit in 2030 Energiebesparing Als eerste moeten we besparen. Want wat niet wordt gebruikt, hoeft niet te worden opgewekt. De ambitie voor besparing is 1,1 TWh in 2030 oftewel 11 procent minder dan in 2014. Dat doen we door 11 procent te besparen op mobiliteit en 15 procent op de gebouwde omgeving. In woningen kunnen we vooral besparen op warmte.
Bij diensten ook op elektriciteit. Besparing is een gemeentelijke verantwoordelijkheid en taak. Focus van besparing ligt op de gebouwde omgeving (warmte in woningen, elektriciteit en warmte in utiliteiten). In regioverband wordt ook voor mobiliteit actief ingezet op besparing. Besparing gericht op land-/tuinbouw en industrie kan onderwerp van kennis- en informatie uitwisseling zijn in de regio en mogelijke nadere samenwerking op subregionaal verband. Duurzame mobiliteit Wij zetten in op schonere, slimmere en andere mobiliteit. Dit leidt tot de volgende twee
concrete doelen: Reductie van de CO2 uitstoot door mobiliteit in Holland Rijnland met 22 procent in 2030 ten opzichte van 1990 Reductie van het energieverbruik door mobiliteit in Holland Rijnland met 11 procent in 2030 ten opzichte van 2014 Er is in kaart gebracht welke maatregelen bijdragen aan het behalen van deze doelen. Verdere uitwerking hiervan vindt plaats na vaststelling van de RES 1.0 en de Regionale Strategie Mobiliteit. Warmte De voorkeursvolgorde van warmtebronnen, de zogenaamde warmteladder, is als volgt: 1. Restwarmte 2. Geothermie 3. Aquathermie (i.c.m.Warmte- en Koudeopslag WKO) 4. Open WKO's 5. Warmtepompen en all-electric oplossingen 6. Groen Gas 7. Biomassa Deze ladder is onder andere gebaseerd op het principe dat we elektrificatie van de warmtevraag zoveel mogelijk proberen te voorkomen. We volgen de mogelijkheden voor toepassing van waterstof als techniek in de gebouwde omgeving met belangstelling. De huidige verwachting is dat dit nog geen rol van betekenis zal vervullen voor 2030. Daarbij geldt dat groene waterstof leidt tot aanvullend benodigde opwek van hernieuwbare elektriciteit (windmolens en zonnepanelen). Collectieve warmtesystemen, oftewel warmtenetten, lijken voor een groot deel van de regio de meest geschikte manier voor verwarming.
Om beter zicht te krijgen op de bronnen die het warmtenet gaan voeden, zijn er verschillende nieuwe onderzoeken gedaan naar bijvoorbeeld restwarmte, geo- en aquathermie. Naast deze duurzame warmtebronnen wordt ook gekeken naar oplossingen die de warmtevraag elektrificeren, zoals bijvoorbeeld aquathermie en hybride warmtepompen. Verwachting is dat waarschijnlijk voldoende duurzame bronnen (restwarmte, geothermie, aquathermie, groen gas) beschikbaar kunnen zijn om in 2050 de gebouwde omgeving te verwarmen. Voorwaarden hierbij zijn: 1. Minimaal 15 procent besparing op warmte. Vooral door woningen te isoleren tot minimaal label D en bedrijven en utiliteitsgebouwen tot label 2. Een verbinding met het restwarmtenet uit Rotterdam. De samenwerkende partijen zetten hierop stevig in, net als op geothermie 3. Goede samenwerking tussen de RES-partners om bovenlokale kansen te identificeren, af te stemmen en zo mogelijk te realiseren Als regisseur van de warmtetransitie in de gebouwde omgeving werkt elke gemeente aan een Transitievisie Warmte (TVW). Optimale afstemming van lokale vraag en warmtebronnen met bovengemeentelijke potentie vragen afstemming en samenwerking tussen gemeenten. Op basis van de RES 1.0 gaat gewerkt worden aan regionale principes over warmteinzet (koppelen vraag en aanbod en de benodigde bovenlokale infrastructuur).
Elektriciteit De regionale ambitie is om in 2030 1,05 TWh aanvullende opwek van hernieuwbare
elektriciteit gerealiseerd te hebben. Dit is een passende inzet voor de regio en in lijn met de ambities uit het Regionale Energieakkoord (2017) en de nationale opgave van 35 TWh. Deze inzet wordt opgewekt door een combinatie van zonnepanelen op (grote) daken en zonnevelden en windturbines. Om in 2030 de opwek gerealiseerd te hebben, moeten begin 2025 de benodigde vergunningen verleend zijn. Dit vraagt om voortvarende verdere uitwerking en concretisering van de ambities. De RES 1.0 is ontwikkeld in nauwe samenwerking met de regionale netbeheerder Liander. De plannen voor de regio Holland Rijnland leren dat Liander de elektriciteitsnetten komende jaren fors moet uitbreiden. Daarmee worden direct 'stopcontacten' gecreëerd, waarop latere lokale wind of zon projecten kunnen worden aangesloten. Dat zijn no-regret investeringen die hoe dan ook nodig zijn om aan de toekomstige vraag naar elektriciteit te voldoen. De verhouding tussen opwek via zon en via wind is opgenomen in de analyses. Door deze samenwerking hebben we alle plannen integraal kunnen beoordelen. Zo wordt o.a. voorkomen dat extra elektriciteitsstations moeten worden gebouwd met verdere oplopende kosten tot gevolg. Zon op Daken We zetten zoveel mogelijk in op het opwekken van zonne-energie op daken, ook om de ruimtelijke claims op het buitengebied te beperken.
Die inzet doen we binnen de marges van de netcapaciteit en de optimale verhouding in opgesteld vermogen voor wind- en zonne-energie. Concreet gaat dit om 0,25 TWh aan elektriciteit op grote daken. Ook voor de opwek van elektriciteit op kleine daken is de regionale inzet stevig: 0,24 TWh in 2030 (huidig: 0.07 TWh). De opbrengst van zon op kleine daken telt alleen mee voor het RES-bod als er meer geproduceerd wordt dan 0,24 TWh. Dit is op dit moment niet de verwachting en de opbrengst van zon op (kleine) daken telt daarom niet mee in de regionale bijdrage aan de nationale opgave. Zonnevelden en windturbines Voor invulling van de ambitie van dit deel (0,8 TWh) zijn zoekgebieden bepaald. De Concept RES bevatte op dit onderwerp twee denkrichtingen als basis voor verdere uitwerking. Aan de hand van onder meer bestuurlijke weging van de wensen en bedenkingen zijn deze samengebracht tot één kansenkaart. Deze kansenkaart vormde de basis voor de verdere (lokale) participatie rondom dit onderwerp. Op basis daarvan heeft een nadere gezamenlijke beschouwing plaatsgevonden van mogelijke gebieden. Hierbij is gekeken naar (on)mogelijkheden vanuit het elektriciteitsnetwerk, de ruimtelijke kwaliteit en het bestuurlijke en maatschappelijke draagvlak. Daarbij zijn zogenaamde ‘niet te mitigeren restricties’ voor milieu en veiligheid verwerkt.
De (bestuurlijke) duiding van (lokale) participatie is hierin ook nadrukkelijk verwerkt, hetgeen veelal heeft geleid tot het verkleinen van de potentiele grotere zoekgebieden. De zoekgebieden zijn ruimtelijk geduid en bevinden zich voor een groot deel langs (rijks)infrastructuur. De meest kansrijke zoekgebieden van dit moment dekken theoretisch de genoemde ambitie. De kaart markeert gebieden die voldoende kansrijk worden geacht een bijdrage te leveren aan de regionale ambitie, om nader uit te werken en te concretiseren richting de RES 2.0. De gebieden worden op weg naar de RES 2.0 verder uitgewerkt: welke projecten landen uiteindelijk waar? Ook de PlanMER die momenteel wordt opgesteld zal hierbij worden meegenomen. Op dit moment kan nog niet worden gezegd welke of welk deel van de zoekgebieden uiteindelijk gerealiseerd wordt. Gegeven de regionale ambitie vraagt dit om commitment van alle overheden om te blijven zoeken
naar aanvullende kansen en zoekgebieden. Ook gaat elke deelnemende overheid aan de slag met inventarisatie van de benodigde aanpassingen van beleid. Het waarmaken van deze ambitie is een grote opgave. De opgave en de bijbehorende lusten en lasten, waaronder die van de opwek van hernieuwbare elektriciteit, wordt evenredig verdeeld over de regio, rekening houdend met de mogelijkheden van elke gemeente.
Argumenten Door het vaststellen van de RES 1.0 worden stappen gezet naar de duurzame doelstellingen van 2030 en 2050. De RES 1.0 geeft daarmee invulling aan eerder vastgestelde nationale, regionale en lokale beleidskaders, zoals het Nationale Klimaatakkoord, het Energieakkoord van Holland Rijnland en de lokale ambities van uw gemeente. Naast bovenstaande is de RES 1.0 tevens het startdocument om: benoemde zoekgebieden voor wind- of zonne-energie verder te onderzoeken en waar mogelijk verder te concretiseren; per gemeente te beginnen met het ruimtelijk instrumentarium aan te passen om grootschalige duurzame opwek van elektriciteit door middel van wind op land of zon op land daar waar gewenst mogelijk te maken; het opzetten van een regionale ‘organisatie’ die minimaal de monitoring van de voortgang op zich kan nemen;
het opzetten van verschillende lobby-trajecten om de benodigde juridische en financiële mogelijkheden bij Rijk onder de aandacht te brengen;
verder onderzoek te doen naar de regionale potentie (in zowel aanbod als vraag) rondom het warmtevraagstuk;
afspraken te maken op welke wijze de regio inhoud kan geven aan de RES 2.0 (actualisatie van de RES 1.0) die over twee jaar klaar moet zijn.
Kanttekeningen De RES 1.0 is bijna per definitie een document dat aan de ene kant detaillering bevat die door partijen ‘als ongewenst in dit stadium’ zullen worden gezien terwijl andere partijen een aantal zaken niet concreet genoeg zullen vinden:
In de voorliggende RES 1.0 is input van gemeenten verwerkt, zowel bestuurlijk als politiek (wensen en bedenkingen). Deze input is niet altijd even gedetailleerd verwerkt of moet in de toekomst, bijvoorbeeld in de RES 2.0, verder uitgewerkt worden;
De RES 1.0 is een verzameling van momentopnames van ontwikkelingen die in verschillende snelheden verlopen. Tijdens het ‘bevriezen’ van deze ontwikkelingen in de RES 1.0 gaan ontwikkelingen rondom restwarmte uit Rotterdam (WarmtelinQ) en Geothermie in hoog tempo door, terwijl de ontwikkeling van zon-op-daken gestaag voortgang maakt;
Het risico bestaat dat verschillende partijen zich zullen verzetten tegen de inhoud van de RES 1.0. Bij de grootschalige opwek van duurzame elektriciteit bestaat weerstand tegen zowel windturbines als zonneweiden. De huidige zoekgebieden worden dan onterecht gezien als vaststaande locaties waartegen verzet moet worden. Een tweede risico bestaat, zeker na vaststellen van de RES 1.0, uit de wens van inwoners en bedrijven te horen welk alternatief voor aardgas bij hen geboden zal worden. Daar is op dit moment geen uitspraak over te doen. In uw gemeente wordt momenteel gewerkt aan een Transitievisie Warmte (welke wijken gaan wanneer van het aardgas af en welke alternatieven voor aardgas worden daar
geboden) en een Lokale Energiestrategie (LES). Beide worden in 2021 afgerond. Rond deze beide producten zal een communicatiecampagne worden opgezet om inwoners en bedrijven verder voor te lichten en bij de verdere invulling te betrekken. Wanneer de gemeenteraad deze besluiten niet (tijdig) neemt voldoet de RES Holland Rijnland niet ‘spelregels’ van het NP RES. Aangezien de gehele organisatie vanuit het NP RES bestuurlijk een experiment is (niet eerder voorgekomen dat alle decentrale overheden min of meer gelijktijdig eenzelfde besluit worden geacht te nemen), is het onbekend hoe het proces verder moet wanneer één of meerdere gemeenteraden, verenigde vergaderingen of provinciale staten de gevraagde besluiten niet neemt. Hiermee komen we effectief in een bestuurlijke onbekend en onontgonnen terrein. Op dit moment is bij afwijkende besluiten van één of meerdere van de deelnemende overheden de weg voorwaarts waarschijnlijk de afwijkende ‘inbreng’ als vorm van wensen & bedenkingen mee te nemen in de voorbereiding van RES 2.0. Financiële consequenties De directe kosten die voortvloeien uit het vaststellen van dit document zijn beperkt tot:
lokaal verder onderzoek van zoekgebieden; verankering in het lokale ruimtelijke instrumentarium; ambtelijke inzet bij het traject naar de RES 2.0.
Deze kosten worden gedekt vanuit de reguliere begroting. Indien zich in de toekomst grootschalige trajecten, als gevolg van de energietransitie, aandienen zullen deze, inclusief een bijbehorende begroting, aan de raad worden voorgelegd.
Aanpak, uitvoering en participatie De RES 1.0 is tot stand gekomen in een samenwerkingsverband tussen 13 gemeenten, twee Waterschappen en de provincie Zuid-Holland. Tijdens het traject zijn meerdere momenten geweest waarop input geleverd is, zowel politiek als bestuurlijk. Zo kent de RES een programmaraad met daarin vertegenwoordigers van het bedrijfsleven, belangenbehartigers en vertegenwoordigers van speciale doelgroepen. Daarnaast hebben de gemeenteraden, de algemene besturen van de waterschappen en de provinciale staten in 2020 hun wensen & bedenkingen op basis van de eerste concept-RES kenbaar gemaakt. Eind 2020 en begin 2021 heeft het RES-programmateam een tweetal enquêtes onder de inwoners van de regio. Ook hebben de 13 deelnemende gemeenten ieder voor zich een lokaal participatie-traject gelopen. Al deze input is, daar waar mogelijk, verwerkt in de RES 1.0 De RES 1.0 moet voor 1 juli 2021 door de vertegenwoordigende organen van de deelnemende partijen (gemeenten, Waterschappen & Provincie) vastgesteld worden.
Duurzaamheid De RES 1.0 draagt bij aan lokale, regionale en nationale doelstellingen voor duurzaamheid en klimaat tot 2050. Hillegom-Lisse-Teylingen (HLT) De RES 1.0 wordt besluitvormend aangeboden aan de gemeenteraden van Hillegom, Lisse en Teylingen.
Urgentie De deadline voor besluitvorming inzake de RES 1.0 is 1 juli 2021.
Evaluatie Nadat de RES 1.0 in de gemeenteraden, de verenigde vergadering en provinciale staten is vastgesteld worden deze besluiten door de stuurgroep RES Holland Rijnland verzameld en voor 1 juli 2021 aangeboden aan het Nationaal Programma RES. Binnen de RES Holland Rijnland zal daarna een evaluatie van het gelopen proces plaatsvinden. De uitkomsten van deze evaluatie, gecombineerd met de wensen van de portefeuillehouders, zullen de input vormen voor een op te stellen procesvoorstel voor het vervolgtraject. In dit procesvoorstel zal in ieder een duidelijke scheiding van lokale en regionale taken moeten worden vastgelegd.
Bijlagen en achtergrondinformatie A. RES 1.0 B. RES-kaart Holland Rijnland C. Bijlage 1.1 Samenvatting reactie Wensen en Bedenkingen D. Bijlage 1.2 Integraal overzicht Wensen en Bedenkingen op Concept RES E. F.
Bijlage 2.1 energie als samenhangend systeem Bijlage 3.1 Energiebesparing- Ontwikkeling, potentie en instrumentarium in
G. Bijlage 4.1 Uitkomsten onderzoek duurzame mobiliteit in RES 1.0_def2 H. Bijlage 5.1 Toelichting vraag en aanbod I. J.
Bijlage 5.2 Notitie piek- en back-up voorziening Bijlage 5.3 Waterstof in de gebouwde omgeving
K. Bijlage 5.4 Cascadering L. Bijlage 6.1 Netimpact rapportage RES 1.0 Holland Rijnland M. Bijlage 6.2 Ruimtelijke Kwaliteit analyse N. Bijlage 6.3 Routekaart zon op dak O. Bijlage 6.4 Procesbeschrijving van Denkrichtingen Concept RES naar Kansrijke gebieden RES 1.0 P. Bijlage 6.5 Handreiking verankering in omgevingsbeleid Q. Bijlage 8.1 Uitkomsten regionale enquête over de energietransitie in de RES-regio Holland-Rijnland R. Bijlage 8.2 Uitkomsten aanvullende enquête over de ruimtelijke voorwaarden en financiële participatie S. Bijlage 8.3 opbrengsten lokale participatie namens het college van burgemeester en wethouders, secretaris
Carla G.J. Breuer burgemeester
Raadsbesluit
De raad van de gemeente Teylingen, gelezen het voorstel van het college van 20 april 2021 met als onderwerp Raadsvoorstel besluitvormend RES 1.0 Teylingen gelet op de behandeling in de raadscommissie- en raadsvergadering, gelet op artikel 108 van de Gemeentewet,
besluit: I)
De RES 1.0 vast te stellen als uitwerking van eerdere afspraken waarin de gemeente Teylingen deelheeft, waaronder: a. b.
het Energieakkoord Holland Rijnland uit 2017 waarin de ambitie is opgenomen om in 2050 energieneutraal te zijn. het Nationale Klimaatakkoord, met daarin een CO2-reductie doelstelling voor 2030.
II)
Te inventariseren uiterlijk 1 oktober 2021 welke acties nodig zijn om verder invulling te geven aan de RES 1.0
III)
Het college van Burgemeester en Wethouders de opdracht te geven om waar mogelijk en gewenst de RES 1.0 mee te nemen in verankering van (omgevings-)beleid, in afstemming met de Regionale Omgevingsagenda Holland Rijnland
Aldus besloten in de raadsvergadering van 3 juni 2021,
Robert van Dijk griffier
Carla G.J. Breuer voorzitter