Raadsvoorstel besluitvormend Oprichten BIZ Voorhout en Sassenheim
Tekst van het document
Raadsvoorstel Besluitvormend
Oprichten BIZ Voorhout en BIZ Sassenheim
aan:
de raad van de gemeente Teylingen
zaaknummer: Z-25-424457 Datum collegevergadering: 30 september 2025 datum raadsvergadering: 13 november 2025 agendapunt: Mevr. E. Koek portefeuillehouder: behandelend ambtenaar: Marti van Beek emailadres: marti.vanbeek@hltsamen.nl programma: Bedrijvigheid
Wij stellen voor: 1. 2. 3.
De verordening Bedrijveninvesteringszone Voorhout vast te stellen; de verordening Bedrijveninvesteringszone Sassenheim vast te stellen; de begrotingswijziging nr. R4019 vast te stellen.
Inleiding Het doel van een Bedrijveninvesteringszone (hierna te noemen BIZ) is het verhogen van de leefbaarheid, veiligheid, ruimtelijke kwaliteit of ontwikkeling van de economie in de openbare ruimte van de BIZ-zone. Met de BIZ investeren ondernemers gezamenlijk in de kwaliteit, veiligheid en uitstraling van de omgeving. Er wordt alleen geïnvesteerd in activiteiten met een algemeen maatschappelijk belang. De kosten hiervan worden evenredig verdeeld over alle ondernemers. Deze investeringen in voorzieningen of activiteiten komen bovenop de basisvoorzieningen van de gemeente. ParkTrust is in opdracht van Business Platform Teylingen (hierna te noemen BPT) een haalbaarheidsonderzoek gestart, naar het opzetten van een Bedrijveninvesteringszone in de kernen Voorhout en Sassenheim. Voor het realiseren van een BIZ is een uitvoeringsovereenkomst aangegaan tussen de gemeente en BIZ-verenigingen. Hierin zijn duidelijk afspraken vastgelegd over het onderhoudsniveau in het gebied, de verdeling van investeringen en verantwoordelijkheden. Aansluitend moeten de verordeningen worden vastgesteld. Deze verordeningen vormen de juridische basis voor het heffen en innen van de BIZ -bijdragen door Belastingen Bollenstreek, waarmee kan worden geïnvesteerd in de aantrekkelijkheid en leefbaarheid van het gebied.
Pas nadat de verordeningen zijn vastgesteld, mag de formele draagvlakmeting worden gestart. De verordeningen treden in werking na een positief resultaat van deze draagvlakmeting. De beoogde datum van de inwerkingtreding van de verordeningen is 1 januari 2026.
Bestaand kader en context Het voorstel valt binnen het kader van de Wet op de Bedrijveninvesteringszones (Wet BIZ). De gemeente Teylingen werkt hierin samen met de initiatief nemende ondernemers uit de kernen Voorhout en Sassenheim. De uitvoeringsovereenkomst en verordening vormen samen de juridische basis voor het heffen van de BIZ-bijdrage en het verstrekken van subsidie aan de opgerichte BIZ-verenigingen. Beoogd effect De BIZ stelt ondernemers in staat om gezamenlijk te investeren in de kwaliteit, uitstraling , aantrekkelijkheid en leefbaarheid van het BIZgebied. Dit draagt bij aan een sterkere lokale economie, een beter ondernemersklimaat e n een intensievere samenwerking tussen ondernemers onderling én met de gemeente. De BIZ fungeert als centraal aanspreekpunt en maakt collectieve, doelgerichte acties mogelij k die aanvullend zijn op het gemeentelijke basisniveau. Daarnaast biedt de BIZ continuïtei t in de uitvoering van activiteiten zoals evenementen, gebiedspromotie, verduurzaming e n het verbeteren van de openbare ruimte. Argumenten 1.1 en 2.1 De verordeningen leggen de juridische grondslag voor het instellen van de BIZ-en. Met het vaststellen van de verordeningen wordt de juridische grondslag gelegd voor het instellen van een BIZ in de kernen Voorhout en Sassenheim.
Deze verordening maakt het mogelijk om binnen het BIZgebied een bestemmingsheffing (de BIZbijdrage) te innen bij ondernemers. De opbrengst van deze heffing wordt door de gemeen te via een subsidie uitgekeerd aan de BIZ Vereniging kern Voorhout en de Vereniging BIZ Sassenheim. Deze verenigingen zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van het activiteitenplan, gericht op het verbeteren van de leefbaarheid, uits traling en economische vitaliteit van het gebied. De verordening vormt daarmee niet allee n de juridische basis voor de heffing en subsidieverlening, maar ook voor de structurele samenwerking tussen gemeente en ondernemers in het kader van gebiedsontwikkeling. 3.1 De begrotingswijziging is nodig om de opbrengst van de BIZbijdrage, die door Belastingen Bollenstreek wordt geïnd, administratief en juridisch correct op te nemen in de gemeentelijke begroting. Op deze manier kan de subsidie worden uitgekeerd aan de BIZ Vereniging kern Voorhout en de Vereniging BIZ Sassenheim, zodat zij de afgesproken activiteiten kunnen uitvoeren. Kanttekeningen 1.1 en 2.1 Na vaststelling van de verordeninen moet er nog een formele draagvlakmeting worden uitgevoerd onder de bijdrageplichtige ondern emers in het BIZ-gebied. Deze meting is een wettelijke vereiste op grond van de Wet op de bedrijveninvesteringszo nes en kan pas plaatsvinden nadat de gemeenteraad de verordening heeft vastgesteld.
D e verordening treedt pas in werking indien uit de draagvlakmeting blijkt dat er voldoende steun is onder de ondernemers in het beoogde BIZgebied. Om te voldoen aan de wettelijke eisen moet ten minste 50% van de bijdrageplicht ige ondernemers deelnemen aan de stemming. Van de uitgebrachte stemmen moet mini maal twee derde vóór de instelling van de BIZ zijn. Alleen bij het behalen van deze dubbe le meerderheid kan de verordening daadwerkelijk in werking treden en wordt de BIZ form eel ingesteld. Deze draagvlakmeting wordt uitgevoerd door de gemeente.
Financiële consequenties Aan de vaststelling van de verordeningen, zijn geen kosten verbonden. Met het vaststellen van de begrotingswijziging nr. R4019, wordt geregeld dat de opbrengst van de BIZ-bijdrage, die wordt geïnd door Belastingen Bollenstreek, als bestemmingssubsidie kan worden uitgekeerd aan de BIZ Vereniging Kern Voorhout en de Vereniging BIZ Sassenheim. De BIZ-bijdrage wordt volledig betaald door de ondernemers binnen het BIZ-gebied. Er zijn voor de gemeente geen extra kosten verbonden aan de uitvoering van de BIZ. Juridisch kader • • • •
Art. 147, lid 1,Gemeentewet; Gemeentelijke verordeningen worden door de raad vastgesteld voor zover de bevoegdheid daartoe niet bij de wet of door de raad krachtens de weet aan het college of de burgemeester is toegekend. Art. 149, Gemeentewet; de raad maakt de verordeningen die hij in het belang van de gemeente nodig oordeelt. Art. 192, lid 1, Gemeentewet; Besluiten tot wijziging van de begroting kunnen tot uiterlijk het eind van het desbetreffende begrotingsjaar worden genomen. Art. 1, lid 1; Wet op de Bedrijveninvesteringszones; de gemeenteraad kan onder de naam BIZ-bijdrage een belasting instellen ter zake van binnen een bepaald gebied in de gemeente gelegen onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen.
Aanpak, uitvoering en participatie Nadat de verordening is vastgesteld volgt er nog een formele draagvlakmeting voor de start per 1 januari 2026. Deze draagvlakmeting wordt uitgevoerd door de gemeente. De verordening treedt pas in werking als er uit de formele draagvlakmeting blijkt dat er voldoende steun is onder de ondernemers in het BIZ gebied. Bekendmaking is vereist voor inwerkingtreding van de verordening (art. 6 jo art.2 jo art. 10 lid 2 van de Bekendmakingswet) en zullen na vaststelling door de raad, worden gepubl iceerd op Overheid.nl. De informatie op de website van de gemeente Teylingen zal worde n aangepast. Daarnaast is er een uitvoeringsovereenkomst aangegaan tussen de gemeente en de Verenigingen, waarin duidelijke afspraken zijn vastgelegd over het onderhoudsniveau in het gebied, de verdeling van investeringen en verantwoordelijkheden. De overeenkomst regelt onder andere hoe de stichting activiteiten uitvoert ter verbetering van de leefbaarheid en uitstraling van het gebied. Daarnaast worden er afspraken gemaakt over overleg, rapportage en evaluatie tussen de gemeente en de verenigingen. Duurzaamheid Niet van toepassing. Hillegom-Lisse-Teylingen (HLT) Dit voorstel ligt enkel voor aan de raad van de gemeente Teylingen.
Urgentie Het is noodzakelijk dat de verordeningen worden vastgesteld op 13 november, aangezien de formele draagvlakmeting pas mag starten nadat de verordeningen zijn vastgesteld. Deze draagvlakmeting wordt uitgevoerd door de gemeente. Deze meting neemt circa vaststelling 3 weken in beslag. Gezien de beoogde inwerkintreding van 1 januari 2026, is een strakke planning vereist.
Evaluatie Minimaal twee keer per jaar vindt een voortgangsgesprek plaats tussen de Verenigingen en de gemeente. Doel van dit overleg is onder andere algemene informatie-uitwisseling en het signaleren van nieuwe ontwikkelingen, het bespreken van de voortgang en het tijdig signalering van eventuele afwijkingen van de contractafspraken. Achtergrondinformatie 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Uitvoeringsovereenkomst BIZ Vereniging Kern Voorhout Uitvoeringsovereenkomst Vereniging BIZ Sassenheim BIZ Plan Kern Voorhout 2026 -2030 BIZ Plan Centrum Sassenheim 2026 -2030 Kaart BIZ-gebied Bedrijveninvesteringszone Voorhout Kaart BIZ-gebied Bedrijveninvesteringszone Sassenheim
Namens het college van Teylingen, Dhr. Jeroen F.A. Tomassen Secretaris
Mevr. C.G.J. Breuer Burgemeester
Raadsbesluit
De raad van de gemeente Teylingen, gelezen het voorstel van het college van 30 september 2025 met als onderwerp Oprichten BIZ Voorhout en BIZ Sassenheim gelet op de behandeling in de raadscommissie- en raadsvergadering, gelet op •
• • •
Art. 147, lid 1,Gemeentewet; Gemeentelijke verordeningen worden door de raad vastgesteld voor zover de bevoegdheid daartoe niet bij de wet of door de raad krachtens de weet aan het college of de burgemeester is toegekend. Art. 149, Gemeentewet; de raad maakt de verordeningen die hij in het belang van de gemeente nodig oordeelt. Art. 192, lid 1, Gemeentewet; Besluiten tot wijziging van de begroting kunnen tot uiterlijk het eind van het desbetreffende begrotingsjaar worden genomen. Art. 1, lid 1; Wet op de Bedrijveninvesteringszones; de gemeenteraad kan onder de naam BIZ-bijdrage een belasting instellen ter zake van binnen een bepaald gebied in de gemeente gelegen onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen.
Besluit: 1. 2. 3.
De verordening Bedrijveninvesteringszone Voorhout vast te stellen; de verordening Bedrijveninvesteringszone Sassenheim vast te stellen; de begrotingswijziging nr. R4019 vast te stellen.
VERORDENING BEDRIJVENINVESTERINGSZONE VOORHOUT
HOOFDSTUK I ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1 Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: a. wet: Wet op de bedrijveninvesteringszones; b. BIZ-bijdrage: de belasting bedoeld in artikel 1 van de wet; c. bedrijveninvesteringszone: het op de bij deze verordening behorende kaart d.
aangewezen gebied in de gemeente waarbinnen de BIZ-bijdrage wordt geheven; perceptiekosten: de kosten die samenhangen met de behandeling van een bezwaar,
e. f. g.
beroep, hoger beroep of cassatieberoep inzake een BIZ-bijdrage die op basis van deze verordening is geheven; college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Teylingen; vereniging: de BIZ Vereniging Kern Voorhout; uitvoeringsovereenkomst: de tussen de gemeente Teylingen en de vereniging op datum gesloten overeenkomst als bedoeld in artikel 7, derde lid, van de wet.
HOOFDSTUK II BELASTINGBEPALINGEN Artikel 2 Belastbaar feit en aard van de belasting 1. Onder de naam ‘BIZ-bijdrage’ wordt jaarlijks een directe belasting geheven ter zake
2.
van binnen de bedrijveninvesteringszone gelegen onroerende zaken die op grond van artikel 220a Gemeentewet niet in hoofdzaak tot woning dienen. De BIZ-bijdrage wordt geheven ter bestrijding van de kosten die zijn verbonden aan activiteiten in de openbare ruimte en op internet, die zijn gericht op het bevorderen van de leefbaarheid of de veiligheid in de bedrijveninvesteringszone of de ruimtelijke kwaliteit of de economische ontwikkeling van de bedrijveninvesteringszone.
Artikel 3 Belastingobject 1.
Het belastingobject is de onroerende zaak bedoeld in artikel 16 van de Wet
2.
waardering onroerende zaken, die niet in hoofdzaak tot woning dient. Een onroerende zaak dient niet in hoofdzaak tot woning, indien de waarde die op grond van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken is vastgesteld voor die onroerende zaak niet in hoofdzaak kan worden toegerekend aan delen van die onroerende zaak die dienen tot woning dan wel volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden.
Artikel 4 Belastingplicht 1.
De BIZ-bijdrage wordt geheven van de gebruiker, zijnde degene die bij het begin van
2.
het kalenderjaar al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht een in de bedrijveninvesteringszone gelegen belastingobject gebruikt. Indien een belastingobject bij het begin van het kalenderjaar geen gebruiker kent,
3.
wordt de van de gebruiker te heffen BIZ-bijdrage geheven van de eigenaar. Voor de toepassing van dit artikel wordt: a. gebruik door degene aan wie een deel van een belastingobject in gebruik is
b.
gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven; degene die het deel in gebruik heeft gegeven, is bevoegd de BIZbijdrage als zodanig te verhalen op degene aan wie dat deel in gebruik is gegeven; het ter beschikking stellen van een belastingobject voor volgtijdig gebruik
c.
aangemerkt als gebruik door degene die dat belastingobject ter beschikking heeft gesteld; degene die het belastingobject ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de BIZ-bijdrage als zodanig te verhalen op degene aan wie dat belastingobject ter beschikking is gesteld; als eigenaar aangemerkt degene die bij het begin van het kalenderjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.
Artikel 5 Belastinggebied en Maatstaf van heffing 1. De BIZ-bijdrage wordt geheven in het aangewezen gebied dat is vermeld op de bij 2.
deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende kaart. De BIZ-bijdrage wordt geheven naar een vast bedrag per belastingobject.
Artikel 6 Vrijstellingen 1. De BIZ-bijdrage wordt niet geheven van: a. belastingobjecten die uitsluitend bestemd zijn voor en in gebruik zijn als bedrijfsmatig geëxploiteerde cultuurgrond voor de land- of bosbouw, daaronder mede begrepen de open grond, alsmede de ondergrond van glasopstanden, die daarbij de ondergrond als voedingsbodem te gebruiken;
b.
belastingobjecten die uitsluitend bestemd zijn voor en in gebruik zijn als
c.
glasopstanden die bedrijfsmatig worden aangewend voor de kweek of teelt van gewassen, voor zover de ondergrond daarvan bestaat uit de in onderdeel a bedoelde grond; belastingobjecten die, naast eventuele delen die dienen tot woning, in hoofdzaak
d.
zijn bestemd voor de openbare eredienst of voor het houden van openbare bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard; ongebouwde belastingobjecten die deel uitmaken van een op de voet van de
e.
Natuurschoonwet 1928 aangewezen landgoed dat voldoet aan de voorwaarden genoemd in artikel 8 van het Rangschikkingsbesluit Natuurschoonwet 1928; belastingobjecten die uitsluitend bestemd zijn voor en in gebruik zijn als
f.
natuurterreinen, waaronder mede worden verstaan duinen, heidevelden, zandverstuivingen, moerassen en plassen, die worden beheerd door een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid welke zich uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het behoud van natuurschoon ten doel stelt; belastingobjecten die uitsluitend bestemd zijn voor en in gebruik zijn als openbare
g.
land- en waterwegen en banen voor openbaar vervoer per rail, een en ander met inbegrip van kunstwerken; belastingobjecten die, naast eventuele delen die dienen tot woning, uitsluitend
h.
bestemd zijn voor en in gebruik zijn als waterverdedigings- en waterbeheersingswerken die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen; belastingobjecten die, naast eventuele delen die dienen tot woning, uitsluitend
i.
bestemd zijn voor en in gebruik zijn als werken voor de zuivering van riool- en ander afvalwater en die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen; belastingobjecten die uitsluitend bestemd en in gebruik zijn voor de publieke
j.
dienst van de gemeente; belastingobjecten die uitsluitend bestemd zijn voor en in gebruik zijn als
k.
straatmeubilair, waaronder begrepen alle zodanige gebouwde eigendommen - niet zijnde gebouwen - welke zijn geplaatst voor het belang van het publiek, ten dienste van het verkeer of ter verfraaiing van de gemeente, zoals lichtmasten, verkeersinstallaties, standbeelden, monumenten, fonteinen, banken, abri's, hekken en palen; belastingobjecten die uitsluitend bestemd zijn voor en in gebruik zijn als
l.
plantsoenen, parken en waterpartijen, die bij de gemeente in beheer zijn of waarvan de gemeente het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht; belastingobjecten die, naast eventuele delen die dienen tot woning, uitsluitend
bestemd zijn voor en in gebruik zijn als begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria; m. belastingobjecten die uitsluitend bestemd in gebruik zijn voor de publieke dienst
n. 2.
ter zake van brandweerzorg, rampenbeheersing, crisisbeheersing, geneeskundige hulpverlening in de regio en de handhaving van de openbare orde en veiligheid; belastingobjecten die ongebouwd zijn en uitsluitend bestaan uit grond of die in
aanbouw zijn, maar nog niet voor 100% gereed. Voor de toepassing van een vrijstelling als bedoeld in het eerste lid is de toestand van het object bij het begin van het kalenderjaar bepalend.
Artikel 7 Tarief BIZ-bijdrage Het tarief van de BIZ-bijdrage bedraagt per belastingobject, per kalenderjaar € 395,00. Artikel 8 Wijze van heffing
De BIZ-bijdrage wordt jaarlijks bij wege van aanslag geheven. Artikel 9 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald binnen 2 maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet. 2.
De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijn.
Artikel 10 Looptijd belastingheffing De BIZ-bijdrage wordt ingesteld voor een periode van 5 jaar.
HOOFDSTUK III SUBSIDIEBEPALINGEN Artikel 11 Buiten toepassing algemene subsidieverordening Op de subsidie op grond van deze verordening is de Algemene subsidieverordening gemeente Teylingen 2025, dan wel diens rechtsopvolger, niet van toepassing. Artikel 12 Aanwijzing vereniging De BIZ Vereniging Kern Voorhout wordt aangewezen als de vereniging bedoeld in artikel 7 van de wet, waarmee een overeenkomst als bedoeld in artikel 4:36 van de Algemene wet bestuursrecht is gesloten, waarin is bepaald dat de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt verplicht moeten worden verricht. Artikel 13 Subsidieverlening 1.
De subsidie wordt jaarlijks door het college verleend aan de vereniging voor de
2.
uitvoering van de activiteiten die zijn opgenomen in de uitvoeringsovereenkomst. De subsidie wordt verleend op een daartoe gedane aanvraag, die vergezeld moet
3.
gaan van de in de uitvoeringsovereenkomst genoemde stukken. In het eerste jaar dat de BIZ-bijdrage op grond van deze verordening wordt geheven,
4.
geldt dat het indienen van de BIZ-documenten ter behandeling in de gemeenteraad en het daarmee verzoeken om het uitschrijven vaneen formele stemming, wordt aangemerkt als een aanvraag om subsidie als bedoeld in het tweede lid. De subsidie wordt bepaald op de jaarlijks ontvangen BIZ-bijdragen verminderd met de perceptiekosten.
Artikel 14 Subsidieverplichtingen Naast de in artikel 4:37 van de Algemene wet bestuursrecht genoemde verplichtingen kunnen aan de vereniging ook andere doelgebonden verplichtingen worden opgelegd. Deze verplichtingen zijn opgenomen in de met de vereniging gesloten uitvoeringsovereenkomst. Artikel 15 Subsidievaststelling 1. De vereniging is verplicht om binnen 3 maanden na afloop van het subsidiejaar de in 2.
de uitvoeringsovereenkomst opgenomen stukken te overleggen. De subsidie wordt vastgesteld uiterlijk 13 weken na ontvangst van de in het voorgaande lid genoemde stukken.
Artikel 16 Melding van relevante wijzigingen De vereniging stelt het college zo spoedig mogelijk schriftelijk op de hoogte van: - meer dan ondergeschikte veranderingen in haar financiële situatie, - een wijziging van de statuten, - verandering of beëindiging van activiteiten.
HOOFDSTUK IV SLOTBEPALINGEN Artikel 17 Inwerkingtreding
1.
Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag nadat het college
2.
heeft bekendgemaakt dat van voldoende steun als bedoeld in artikel 4 van de wet is gebleken. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.
Artikel 18 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Bedrijveninvesteringszone Voorhout. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 13 november 2025. VERORDENING BEDRIJVENINVESTERINGSZONE SASSENHEIM
HOOFDSTUK I ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1 Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: h. i. j.
wet: Wet op de bedrijveninvesteringszones; BIZ-bijdrage: de belasting bedoeld in artikel 1 van de wet; bedrijveninvesteringszone: het op de bij deze verordening behorende kaart
k.
aangewezen gebied in de gemeente waarbinnen de BIZ-bijdrage wordt geheven; perceptiekosten: de kosten die samenhangen met de behandeling van een bezwaar,
beroep, hoger beroep of cassatieberoep inzake een BIZ-bijdrage die op basis van deze verordening is geheven; l. college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Teylingen; m. vereniging: de Vereniging BIZ Sassenheim; n. uitvoeringsovereenkomst: de tussen de gemeente Teylingen en de vereniging op datum gesloten overeenkomst als bedoeld in artikel 7, derde lid, van de wet.
HOOFDSTUK II BELASTINGBEPALINGEN Artikel 2 Belastbaar feit en aard van de belasting 3.
Onder de naam ‘BIZ-bijdrage’ wordt jaarlijks een directe belasting geheven ter zake
4.
van binnen de bedrijveninvesteringszone gelegen onroerende zaken die op grond van artikel 220a Gemeentewet niet in hoofdzaak tot woning dienen. De BIZ-bijdrage wordt geheven ter bestrijding van de kosten die zijn verbonden aan activiteiten in de openbare ruimte en op internet, die zijn gericht op het bevorderen van de leefbaarheid of de veiligheid in de bedrijveninvesteringszone of de ruimtelijke kwaliteit of de economische ontwikkeling van de bedrijveninvesteringszone.
Artikel 3 Belastingobject 3. Het belastingobject is de onroerende zaak bedoeld in artikel 16 van de Wet 4.
waardering onroerende zaken, die niet in hoofdzaak tot woning dient. Een onroerende zaak dient niet in hoofdzaak tot woning, indien de waarde die op grond van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken is vastgesteld voor die onroerende zaak niet in hoofdzaak kan worden toegerekend aan delen van die onroerende zaak die dienen tot woning dan wel volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden.
Artikel 4 Belastingplicht
4.
De BIZ-bijdrage wordt geheven van de gebruiker, zijnde degene die bij het begin van
5.
het kalenderjaar al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht een in de bedrijveninvesteringszone gelegen belastingobject gebruikt. Indien een belastingobject bij het begin van het kalenderjaar geen gebruiker kent,
6.
wordt de van de gebruiker te heffen BIZ-bijdrage geheven van de eigenaar. Voor de toepassing van dit artikel wordt: d. gebruik door degene aan wie een deel van een belastingobject in gebruik is
e.
gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven; degene die het deel in gebruik heeft gegeven, is bevoegd de BIZbijdrage als zodanig te verhalen op degene aan wie dat deel in gebruik is gegeven; het ter beschikking stellen van een belastingobject voor volgtijdig gebruik
f.
aangemerkt als gebruik door degene die dat belastingobject ter beschikking heeft gesteld; degene die het belastingobject ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de BIZ-bijdrage als zodanig te verhalen op degene aan wie dat belastingobject ter beschikking is gesteld; als eigenaar aangemerkt degene die bij het begin van het kalenderjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.
Artikel 5 Belastinggebied en Maatstaf van heffing 3. De BIZ-bijdrage wordt geheven in het aangewezen gebied dat is vermeld op de bij 4.
deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende kaart. De BIZ-bijdrage wordt geheven naar een vast bedrag per belastingobject.
Artikel 6 Vrijstellingen 1. De BIZ-bijdrage wordt niet geheven van: a. belastingobjecten die uitsluitend bestemd zijn voor en in gebruik zijn als
b.
bedrijfsmatig geëxploiteerde cultuurgrond voor de land- of bosbouw, daaronder mede begrepen de open grond, alsmede de ondergrond van glasopstanden, die bedrijfsmatig aangewend wordt voor de kweek of teelt van gewassen, zonder daarbij de ondergrond als voedingsbodem te gebruiken; belastingobjecten die uitsluitend bestemd zijn voor en in gebruik zijn als glasopstanden die bedrijfsmatig worden aangewend voor de kweek of teelt van
c.
gewassen, voor zover de ondergrond daarvan bestaat uit de in onderdeel a bedoelde grond; belastingobjecten die, naast eventuele delen die dienen tot woning, in hoofdzaak
d.
zijn bestemd voor de openbare eredienst of voor het houden van openbare bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard; ongebouwde belastingobjecten die deel uitmaken van een op de voet van de Natuurschoonwet 1928 aangewezen landgoed dat voldoet aan de voorwaarden genoemd in artikel 8 van het Rangschikkingsbesluit Natuurschoonwet 1928;
e.
belastingobjecten die uitsluitend bestemd zijn voor en in gebruik zijn als
f.
natuurterreinen, waaronder mede worden verstaan duinen, heidevelden, zandverstuivingen, moerassen en plassen, die worden beheerd door een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid welke zich uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het behoud van natuurschoon ten doel stelt; belastingobjecten die uitsluitend bestemd zijn voor en in gebruik zijn als
g.
openbare land- en waterwegen en banen voor openbaar vervoer per rail, een en ander met inbegrip van kunstwerken; belastingobjecten die, naast eventuele delen die dienen tot woning, uitsluitend bestemd zijn voor en in gebruik zijn als waterverdedigings- en
waterbeheersingswerken die worden beheerd door organen, instellingen of h.
diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen; belastingobjecten die, naast eventuele delen die dienen tot woning, uitsluitend
i.
bestemd zijn voor en in gebruik zijn als werken voor de zuivering van riool- en ander afvalwater en die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen; belastingobjecten die uitsluitend bestemd en in gebruik zijn voor de publieke
j.
dienst van de gemeente; belastingobjecten die uitsluitend bestemd zijn voor en in gebruik zijn als
k.
straatmeubilair, waaronder begrepen alle zodanige gebouwde eigendommen niet zijnde gebouwen - welke zijn geplaatst voor het belang van het publiek, ten dienste van het verkeer of ter verfraaiing van de gemeente, zoals lichtmasten, verkeersinstallaties, standbeelden, monumenten, fonteinen, banken, abri's, hekken en palen; belastingobjecten die uitsluitend bestemd zijn voor en in gebruik zijn als
l.
plantsoenen, parken en waterpartijen, die bij de gemeente in beheer zijn of waarvan de gemeente het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht; belastingobjecten die, naast eventuele delen die dienen tot woning, uitsluitend
bestemd zijn voor en in gebruik zijn als begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria; m. belastingobjecten die uitsluitend bestemd in gebruik zijn voor de publieke dienst
n. 2.
ter zake van brandweerzorg, rampenbeheersing, crisisbeheersing, geneeskundige hulpverlening in de regio en de handhaving van de openbare orde en veiligheid; belastingobjecten die ongebouwd zijn en uitsluitend bestaan uit grond of die in
aanbouw zijn, maar nog niet voor 100% gereed. Voor de toepassing van een vrijstelling als bedoeld in het eerste lid is de toestand van het object bij het begin van het kalenderjaar bepalend.
Artikel 7 Tarief BIZ-bijdrage Het tarief van de BIZ-bijdrage bedraagt per belastingobject, per kalenderjaar € 365,00. Artikel 8 Wijze van heffing De BIZ-bijdrage wordt jaarlijks bij wege van aanslag geheven. Artikel 9 Termijnen van betaling 3. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald binnen 2 maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet. 4.
De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijn.
Artikel 10 Looptijd belastingheffing De BIZ-bijdrage wordt ingesteld voor een periode van 5 jaar.
HOOFDSTUK III SUBSIDIEBEPALINGEN Artikel 11 Buiten toepassing algemene subsidieverordening Op de subsidie op grond van deze verordening is de Algemene subsidieverordening gemeente Teylingen 2025, dan wel diens rechtsopvolger, niet van toepassing. Artikel 12 Aanwijzing vereniging De Vereniging BIZ Sassenheim wordt aangewezen als de vereniging bedoeld in artikel 7 van de wet, waarmee een overeenkomst als bedoeld in artikel 4:36 van de Algemene wet bestuursrecht is gesloten, waarin is bepaald dat de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt verplicht moeten worden verricht. Artikel 13 Subsidieverlening
5.
De subsidie wordt jaarlijks door het college verleend aan de vereniging voor de
6.
uitvoering van de activiteiten die zijn opgenomen in de uitvoeringsovereenkomst. De subsidie wordt verleend op een daartoe gedane aanvraag, die vergezeld moet
7.
gaan van de in de uitvoeringsovereenkomst genoemde stukken. In het eerste jaar dat de BIZ-bijdrage op grond van deze verordening wordt geheven,
8.
geldt dat het indienen van de BIZ-documenten ter behandeling in de gemeenteraad en het daarmee verzoeken om het uitschrijven van een formele stemming, wordt aangemerkt als een aanvraag om subsidie als bedoeld in het tweede lid. De subsidie wordt bepaald op de jaarlijks ontvangen BIZ-bijdragen verminderd met de perceptiekosten.
Artikel 14 Subsidieverplichtingen Naast de in artikel 4:37 van de Algemene wet bestuursrecht genoemde verplichtingen kunnen aan de vereniging ook andere doelgebonden verplichtingen worden opgelegd. Deze verplichtingen zijn opgenomen in de met de vereniging gesloten uitvoeringsovereenkomst. Artikel 15 Subsidievaststelling 3.
De vereniging is verplicht om binnen 3 maanden na afloop van het subsidiejaar de in
4.
de uitvoeringsovereenkomst opgenomen stukken te overleggen. De subsidie wordt vastgesteld uiterlijk 13 weken na ontvangst van de in het voorgaande lid genoemde stukken.
Artikel 16 Melding van relevante wijzigingen De vereniging stelt het college zo spoedig mogelijk schriftelijk op de hoogte van: - meer dan ondergeschikte veranderingen in haar financiële situatie, - een wijziging van de statuten, - verandering of beëindiging van activiteiten.
HOOFDSTUK IV SLOTBEPALINGEN Artikel 17 Inwerkingtreding 3. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag nadat het college
4.
heeft bekendgemaakt dat van voldoende steun als bedoeld in artikel 4 van de wet is gebleken. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.
Artikel 18 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Bedrijveninvesteringszone Sassenheim. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 13 november 2025.
Aldus besloten in de raadsvergadering van 13 november 2025,
Mevr. M. van Egeraat Griffier
Mevr. C.G.J. Breuer Voorzitter