Raadsvoorstel besluitvormend - 916584 Bestuursconvenant Regionale samenwerking Duin- en Bollenstreek (DBS)
Tekst van het document
Raadsvoorstel Besluitvormend
Bestuursconvenant Regionale samenwerking Duin- en Bollenstreek (DBS)
aan:
de raad van de gemeente Teylingen
zaaknummer: Z-25-468699 Datum collegevergadering: 4 november 2025 datum raadsvergadering: 11 december 2025 agendapunt: Mevr. R. Wietsma portefeuillehouder: behandelend ambtenaar: emailadres: programma:
Joost de Haan-Hoek j.dehaan@hltsamen.nl Bestuur
Wij stellen voor:
1. Op grond van artikel 1 lid 4 van de Wet gemeenschappelijke regelingen het college toestemming te verlenen voor het aangaan van het Bestuursconvenant Regionale samenwerking Duin- en Bollenstreek.
Inleiding
De vijf gemeenten Hillegom, Katwijk, Lisse, Noordwijk en Teylingen staan voor vraagstukken en opgaven die de gemeentegrenzen overstijgen. Voor het vinden van antwoorden op deze uitdagingen is samenwerking nodig. Door onze krachten te bundelen komen we efficiënter en effectiever tot oplossingen. De gemeenten hebben de al langer gehanteerde samenwerkingsafspraken nu uitgewerkt in een bestuursconvenant. In het voorjaar van 2025 is het ontwerp Bestuursconvenant Regionale samenwerking Duin- en Bollenstreek (hierna: het convenant) voor zienswijze aan de raad voorgelegd. Op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) wordt de raad nu gevraagd om toestemming te verlenen aan het college om deze zogenaamde “regeling zonder meer” aan te gaan. Bestaand kader en context
In 2022 hebben de vijf colleges een Uitvoeringsagenda DBS opgesteld op basis van de Strategische Agenda Ruimte Duin- en Bollenstreek en gepresenteerd aan de gemeenteraden. In deze agenda is opgenomen aan welke projecten de vijf gemeenten met prioriteit willen samenwerken om resultaten te behalen. In 2023 en 2024 is hiervoor een nieuwe bestuurlijke overlegstructuur ingericht. Om de gemaakte samenwerkingsafspraken te bekrachtigen hebben de vijf gemeenten het Bestuursconvenant Regionale samenwerking Duin- en Bollenstreek opgesteld. Het convenant tornt niet aan de rollen, taken en bevoegdheden die door de Gemeentewet aan de verschillende bestuursorganen van de deelnemende gemeenten zijn toebedeeld.
Beoogd effect
Met het convenant versterken de deelnemende gemeenten elkaar op inhoud, beleid, resultaat en inzet. We geven uitvoering aan gezamenlijk vastgestelde doelen en ambities. We streven daarbij naar vermindering van de bestuurlijke drukte, versteviging van de strategische positie, verbreding van de ‘blik naar buiten’ in de richting van andere overheden, bedrijfsleven en (semi-)publieke en maatschappelijke instellingen en bevordering van samenwerking met externe partners en stakeholders. Argumenten
1.1
Het (aangaan van het) convenant is niet in strijd met het recht of het algemeen belang Naast het doorlopen van een zienswijzeprocedure geldt op grond van artikel 1 lid 4 van de Wgr dat de gemeenteraad toestemming moet geven voor het treffen van een regeling zonder meer. Deze toestemmingsprocedure komt nadat de raden een zienswijze hebben kunnen geven en de zienswijzen van alle raden zijn verwerkt in de ontwerpregeling. Deze toestemming kan alleen worden onthouden indien er sprake is van strijd met recht of het algemeen belang. Dat is hier niet het geval. 1.2
Het ‘Bestuursconvenant Regionale samenwerking Duin- en Bollenstreek’ treedt in werking met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2025. De samenwerking met de vijf Duin- en Bollengemeenten loopt al van vóór 2025. Er is geen andere samenwerkingsovereenkomst waarop terug gevallen kan worden. 1.3 Over het ontwerp-convenant zijn door de raden geen zienswijzen ingediend. Op 28 mei 2025 heeft uw raad besloten geen zienswijze naar voren te brengen op het ontwerp-convenant. Ook door de raden van de andere gemeenten is geen zienswijze ingediend. 1.4 Het convenant is gewijzigd ten opzichte van het ontwerp-convenant. Bij de bespreking van het ontwerp-convenant in de raadsvergadering van 28 mei 2025 heeft het college vermeld dat in het convenant geen opzegtermijn meer zou worden opgenomen om deelname aan het convenant te beëindigen. Via een motie heeft de raad toen het college opgeroepen om in het Bestuurlijk Overleg Duin- en Bollenstreek het gesprek aan te gaan om toch een opzegtermijn wel in het convenant op te nemen. Het college heeft dat gedaan in het Bestuurlijk Overleg DBS van 28 augustus 2025. Dat gesprek heeft uiteindelijk toch geleid tot overeenstemming in het BO DBS om geen opzegtermijn in het bestuursconvenant op te nemen. De zinsnede uit het ontwerp-convenant met betrekking tot de opzegtermijn is uit het convenant verwijderd gebleven.
Het biedt het volgende college de gelegenheid om in de komende jaren eigen keuzes te maken. Vanwege het laten vervallen van de opzegtermijn is een bijbehorende tekstuele aanpassing doorgevoerd. De tekst ’Gedurende de opzegtermijn zullen de deelnemende gemeenten overeenstemming moeten bereiken over de algehele financiële afwikkeling van de samenwerking.’ is vervangen door ‘Bij beëindiging van het convenant zullen de deelnemende gemeenten overeenstemming moeten bereiken over de algehele financiële afwikkeling van de samenwerking.’ Kanttekeningen
1.1 Commitment op de huidige samenwerking De samenwerking in de Duin- en Bollenstreek vraagt bestuurlijk en ambtelijk commitment en is gericht op het verder brengen van de streek als geheel. De samenwerking en realisatie van projecten vraagt daarom inzet van capaciteit en middelen van alle betrokken partijen. Financiële consequenties
Met het convenant zijn kosten gemoeid voor de inzet van een programmadirecteur DBS en een beperkt organisatiebudget. De programmadirecteur DBS is voor de vijf gemeenten ambtelijk opdrachtgever van de gezamenlijke projecten. Het organisatiebudget biedt dekking voor de kosten van ambtelijke en bestuurlijke bijeenkomsten, college- en radenconferenties en het aanhaken van stakeholders in de streek- en werksessies. Het gaat in totaal om
€250.000 per jaar, waarbij elke gemeente 20% van de kosten draagt. Dit komt neer op €50.000 per jaar per gemeente. Structurele dekking is opgenomen in de begroting. Juridisch kader
Artikel 1 Wet gemeenschappelijke regelingen Aanpak, uitvoering en participatie
Indien de raad toestemming verleent, kan het college besluiten om de regeling aan te gaan. Indien de colleges van de vijf gemeenten besluiten om het convenant aan te gaan, zal het college van Teylingen namens de vijf gemeenten zorgdragen voor bekendmaking van de regeling. Duurzaamheid
Niet van toepassing. Hillegom-Lisse-Teylingen (HLT)
De samenwerking Duin- en Bollenstreek betreft de vijf gemeenten Lisse, Hillegom, Teylingen, Noordwijk en Katwijk. Dit besluit wordt daarom aan de raden van de vijf gemeenten aangeboden. Urgentie
Voor de continuïteit van de samenwerking is het van belang de samenwerkingsafspraken met dit convenant te bekrachtigen. Evaluatie
Zoals opgenomen in het convenant is de samenwerkingsstructuur DBS een flexibel model. Indien daar aanleiding toe is of wenselijk wordt geacht zal de werking ervan worden geëvalueerd en kunnen afspraken aangepast worden. Aanpassingen van het convenant zullen aan de gemeenteraden worden voorgelegd. Bijlagen en achtergrondinformatie
Bijlage 1 Bestuursconvenant Regionale samenwerking Duin- en Bollenstreek
Namens het college van Teylingen, Dhr. Jeroen F.A. Tomassen Secretaris
Mevr. C.G.J. Breuer Burgemeester
Raadsbesluit
De raad van de gemeente Teylingen, gelezen het voorstel van het college van 4 november 2025 met als onderwerp Bestuursconvenant Regionale samenwerking Duin- en Bollenstreek (DBS) gelet op de behandeling in de raadscommissie- en raadsvergadering, gelet op artikel 1 lid 4 van de Wet gemeenschappelijke regelingen,
Besluit:
Op grond van artikel 1 lid 4 van de Wet gemeenschappelijke regelingen het college toestemming te verlenen voor het aangaan van het Bestuursconvenant Regionale samenwerking Duin- en Bollenstreek.
Aldus besloten in de raadsvergadering van 11 december 2025,
Mevr. M. van Egeraat Griffier
Mevr. C.G.J. Breuer Voorzitter