CConstaterende datTeylingen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen bij toelichting - alles bij elkaar geanonimiseerd

Gemeenteraad 17 april 2025, gemeente TeylingenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststellen bestemmingsplan “Uitbreiding Bedrijventerrein Oosteinde 16, Warmond”23.735 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Naam

Model: Groep:

M.2019.1217.01.R001 Onderzoek luchtkwaliteit Bedrijventerrein Oosteinde

---

------

------

------

------

------

------

%Int(D)

---

------

------

------

------

------

------

%Int(A)

---

------

------

------

------

------

------

%Int(N)

---

------

------

------

------

------

------

%LV(D)

---

------

------

------

------

------

------

%LV(A)

---

------

------

------

------

------

------

%LV(N)

---

------

------

------

------

------

------

%MV(D)

---

------

------

------

------

------

------

%MV(A)

---

------

------

------

------

------

------

%MV(N)

---

------

------

------

------

------

------

%ZV(D)

---

------

------

------

------

------

------

%ZV(A)

---

------

------

------

------

------

------

%ZV(N)

---

------

------

------

------

------

------

%Bus(D)

---

------

------

------

------

------

------

%Bus(A)

Type

Intensiteit Intensiteit

Intensiteit Intensiteit Intensiteit Intensiteit Intensiteit

Intensiteit Intensiteit Intensiteit Intensiteit Intensiteit

Intensiteit Intensiteit Intensiteit Intensiteit Intensiteit

Intensiteit Intensiteit Intensiteit Intensiteit Intensiteit

Intensiteit Intensiteit Intensiteit Intensiteit Intensiteit

Intensiteit Intensiteit Intensiteit Intensiteit Intensiteit

3-3-2021 14:09:31

---

------

------

------

------

------

------

%Bus(N)

Bijlage 1.4 Lijst wegen

Rijksweg A44 Rijksweg A44 Rijksweg A44 Rijksweg A44 Rijksweg A44

Rijksweg A44 Rijksweg A44 Rijksweg A44 Rijksweg A44 Rijksweg A44

Rijksweg A44 NOORDWIJKERHOUT 3 NOORDWIJKERHOUT 3 NOORDWIJKERHOUT 3 Rijksweg A44

Rijksweg A44 Rijksweg A44 Rijksweg A44 Rijksweg A44

1521874 1521875 1521876 1521877 1521878

1521879 1521880 1521881 1521882 1521883

1521884 1521885 1521893 1579544 1580271

Snelweg

Snelweg Snelweg Snelweg Snelweg Snelweg

Snelweg Snelweg Snelweg Snelweg Snelweg

Snelweg Snelweg Snelweg Snelweg Snelweg

Snelweg Snelweg Snelweg Snelweg Snelweg

Wegtype

V

100

100 100 100 120 120

100 100 100 100 100

120 120 120 120 100

100 100 120 120 120

3,00

3,00 3,00 3,00 3,00 3,00

3,00 3,00 3,00 3,00 3,00

3,00 3,00 3,00 3,00 3,00

3,00 3,00 3,00 3,00 3,00

Breedte

Geomilieu V2020.2 Licentiehouder: DGMR

1580272

Omschr.

1521869 1521870 1521871 1521872 1521873

0,00

0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

Totaal aantal

Luchtkwaliteit (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Luchtkwaliteit - STACKS

Naam

Model: Groep:

M.2019.1217.01.R001 Onderzoek luchtkwaliteit Bedrijventerrein Oosteinde

--

------

------

------

------

%Int(D)

--

------

------

------

------

%Int(A)

--

------

------

------

------

%Int(N)

--

------

------

------

------

%LV(D)

--

------

------

------

------

%LV(A)

--

------

------

------

------

%LV(N)

--

------

------

------

------

%MV(D)

--

------

------

------

------

%MV(A)

--

------

------

------

------

%MV(N)

--

------

------

------

------

%ZV(D)

--

------

------

------

------

%ZV(A)

--

------

------

------

------

%ZV(N)

--

------

------

------

------

%Bus(D)

--

------

------

------

------

%Bus(A)

Type

Intensiteit

Intensiteit Intensiteit Intensiteit Intensiteit Intensiteit

Intensiteit Intensiteit Intensiteit Intensiteit Intensiteit

Intensiteit Intensiteit Intensiteit Intensiteit Intensiteit

Intensiteit Intensiteit Intensiteit Intensiteit Intensiteit

3-3-2021 14:09:31

--

------

------

------

------

%Bus(N)

Bijlage 1.4 Lijst wegen

M.2019.1217.01.R001 Onderzoek luchtkwaliteit Bedrijventerrein Oosteinde Model: Groep:

Bijlage 1.6 Lijst toetspunten

Luchtkwaliteit (hoofdgroep) Lijst van Toetspunten, voor rekenmethode Luchtkwaliteit - STACKS

Naam

Omschr.

005a 005b 001 002 003

Vinkenbaan 8 (bedrijfspand Vinkenbaan 8 (bedrijfspand Oosteinde 14a (woning) Oosteinde 14a (bedrijfspand) Oosteinde 14b (woning)

Hoogte 1,50 1,50 1,50 1,50 1,50

004 006 007 008 009

Oosteinde 22 Vinkenbaan 3 Oosteinde 14c (woning) Beoordelingspunt 100 meter Beoordelingspunt 100 meter

1,50 1,50 1,50 1,50 1,50

010 011 012 013 014

Beoordelingspunt 100 meter Beoordelingspunt 100 meter Beoordelingspunt 100 meter Beoordelingspunt 100 meter Beoordelingspunt 100 meter

1,50 1,50 1,50 1,50 1,50

015

Beoordelingspunt 100 meter

1,50

Geomilieu V2020.2 Licentiehouder: DGMR

3-3-2021 14:42:55

M.2019.1217.01.R001 Onderzoek luchtkwaliteit bedrijventerrein Oosteinde Sectoren Energiebedrijven (35) Nijverheid (geen bouw en energiesector) Totaal/gemiddelde per bedrijf

Bijlage 1 Berekening emissie bedrijventerrein

Aantal bedrijven

PM10 (1)

PM10 per

1260 70245 71505

(mln kg) 0,11 7,88 7,99

(kg) 87 112 111,7

(1) https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/83390NED/table?ts=1571663320598

Onderdeel Gemiddeld kavel bedrijfsterrein (2) Kavel Oosteinde

Kavelgrootte (ha) 0,30 1,40

(2) https://www.fundainbusiness.nl/

Onderdeel Emissie per hectare* Emissie kavel Oosteinde

Emissie PM10

Emissie PM10

(kg/jr) 372,47 521,46

(kg/s)

Emissie PM10 per bron (kg/s)

1,65352E-05

8,26762E-07

*Berekend op basis van de gemiddelde kavelgrootte van een bedrijfsterrein

Onderdeel Emissie kavel Oosteinde

Emissie Nox

Emissie Nox

(kg/jr) 280,00

(kg/s) 8,87874E-06

Emissie NOx per bron (kg/s) 4,43937E-07

Onderzoek luchtkwaliteit bedrijventerrein Oosteinde

Bijlage 2 Titel

Resultaten

Vinkenbaan 8 (bedrijfspan Vinkenbaan 8 (bedrijfspan Oosteinde 14a (woning) Oosteinde 14a (bedrijfspa Oosteinde 14b (woning)

Oosteinde 22 Vinkenbaan 3 Oosteinde 14c (woning) Beoordelingspunt 100 mete Beoordelingspunt 100 mete

Beoordelingspunt 100 mete Beoordelingspunt 100 mete Beoordelingspunt 100 mete Beoordelingspunt 100 mete Beoordelingspunt 100 mete

Beoordelingspunt 100 mete

004 006 007 008 009

010 011 012 013 014

015

15,6

16,5 16,9 16,4 15,8 15,5

15,2 15,4 15,7 15,8 16,1

15,7 15,5 15,7 15,9 15,6

NO2 Concentratie [µg/m³]

Geomilieu V2020.2 Licentiehouder: DGMR

Omschrijving

005a 005b 001 002 003

Resultatentabel Luchtkwaliteit Luchtkwaliteit NO2 - Stikstofdioxide 2021

Naam

Rapport: Model: Resultaten voor model: Stof: Referentiejaar:

14,8

14,8 14,8 14,8 14,8 14,8

14,4 14,8 14,8 14,8 14,8

14,8 14,8 14,8 14,8 14,8

NO2 Achtergrond [µg/m³]

M.2019.1217.01.R001 Onderzoek luchtkwaliteit Bedrijventerrein Oosteinde

0,8

1,7 2,0 1,6 0,9 0,7

0,8 0,6 0,8 0,9 1,2

0,9 0,7 0,9 1,0 0,8

NO2 Bronbijdrage [µg/m³]

0

0 0 0 0 0

0 0 0 0 0

0 0 0 0 0

NO2 # Overschrijdingen uur limiet [-]

3-3-2021 14:05:02

Bijlage 2.1 Resultaten stikstofdioxide (NO2)

Vinkenbaan 8 (bedrijfspan Vinkenbaan 8 (bedrijfspan Oosteinde 14a (woning) Oosteinde 14a (bedrijfspa Oosteinde 14b (woning)

Oosteinde 22 Vinkenbaan 3 Oosteinde 14c (woning) Beoordelingspunt 100 mete Beoordelingspunt 100 mete

Beoordelingspunt 100 mete Beoordelingspunt 100 mete Beoordelingspunt 100 mete Beoordelingspunt 100 mete Beoordelingspunt 100 mete

Beoordelingspunt 100 mete

004 006 007 008 009

010 011 012 013 014

015

17,3

17,4 17,4 17,3 17,3 17,2

17,1 17,1 17,3 17,2 17,3

17,3 17,2 17,4 17,6 17,3

PM10 Concentratie [µg/m³]

Geomilieu V2020.2 Licentiehouder: DGMR

Omschrijving

005a 005b 001 002 003

Resultatentabel Luchtkwaliteit Luchtkwaliteit PM10 - Fijnstof Nee 2021

Naam

Rapport: Model: Resultaten voor model: Stof: Zeezoutcorrectie: Referentiejaar:

17,0

17,0 17,0 17,0 17,0 17,0

16,9 17,0 17,0 17,0 17,0

17,0 17,0 17,0 17,0 17,0

PM10 Achtergrond [µg/m³]

M.2019.1217.01.R001 Onderzoek luchtkwaliteit Bedrijventerrein Oosteinde

0,3

0,4 0,4 0,3 0,3 0,2

0,2 0,1 0,3 0,2 0,3

0,3 0,2 0,4 0,6 0,3

PM10 Bronbijdrage [µg/m³]

6

6 6 6 6 6

6 6 6 6 6

6 6 6 6 6

PM10 # Overschrijdingen 24 uur limiet [-]

3-3-2021 14:05:51

Bijlage 2.2 Resultaten fijnstof (PM10)

MILIEUKUNDIGE ONDERZOEKEN

Postbus 75 4140 AB Leerdam Prins Mauritsstraat 17 4141 JC Leerdam T +31 88 99 04 800

Oosteinde 16 Warmond

Ref.: NL202005637-R20-395 15 mei 2020

Greenib Onroerend Goed B.V.

RPS advies- en ingenieursbureau bv

Contactpersoon

de heer M. Muijsson

Auteur

Adres

Oosteinde 34

Projectleider

2361 HE Warmond

Gecontroleerd door Projectreferentie Versie

NL202005637-R20-395 1.0

Totaal aantal pagina’s

27

Handtekening

Handtekening

[Auteur / Adviseur]

[Controleur / Projectleider Water & Bodem]

Versie

Omschrijving

datum

0.1

Verkennend bodem- en waterbodemonderzoek Oosteinde 16 te Warmond

24 april 2020

1.0

Verkennend bodem- en waterbodemonderzoek, inclusief 2de fase afperking Oosteinde 16 te Warmond

15 mei 2020

Dit rapport is vertrouwelijk. Geen enkel deel van dit rapport mag aan derden openbaar worden gemaakt zonder schriftelijke toestemming van RPS advies- en ingenieursbureau bv of van de opdrachtgever. Alleen aan het originele complete rapport kunnen rechten worden ontleend. Dit rapport mag UITSLUITEND in zijn geheel worden gereproduceerd.

rps.nl Ref.: NL202005637-R20-395 | 15 mei 2020 Pagina 2 van 27

RPS advies- en ingenieursbureau bv, Leerdam RPS besteedt veel aandacht aan de uitvoering van zijn werkzaamheden en is hiervoor gecertificeerd volgens:

• • • •

NEN-EN-ISO 9001:ISO 14001 VGM Checklist Aannemers (VCA**) BRL SIKB 1000 (Monsterneming voor partijkeuringen grond; protocol 1001) vBRL SIKB 2000 (Beoordelingsrichtlijn voor het SIKB-procescertificaat veldwerk bij milieuhygiënisch (water)bodemonderzoek; protocollen 2001, 2002, 2003 en 2018)

•

BRL SIKB 6000 (Beoordelingsrichtlijn milieukundige begeleiding en evaluatie (water)bodemsanering; protocollen 6001 en 6003)

RPS advies- en ingenieursbureau bv is een onafhankelijk adviesbureau. Uitbesteding van werkzaamheden en/of analyses vindt plaats bij gecertificeerde en/of geaccrediteerde bedrijven (ISO 9001, ISO 14001, RvA-Testen en BRL SIKB 1000, 2000, 6000).

RPS is onafhankelijk en heeft, naast de relatie opdrachtgever - opdrachtnemer, geen enkele relatie met de opdrachtgever. Wij zijn door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat aangewezen als erkend monsternemer. Het procescertificaat en het hierbij behorende keurmerk zijn uitsluitend van toepassing op de monsterneming en de overdracht van de monsters aan een erkend laboratorium. Dit onderzoek is uitgevoerd volgens de NEN 5720, NEN 5740 en NTA 5755. Dit onderzoek betreft een momentopname. Naar gelang de tijd tussen onderzoek en toepassing groter is, dient voorzichtigheid betracht te worden bij het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.

rps.nl Ref.: NL202005637-R20-395 | 15 mei 2020 Pagina 3 van 27

INHOUDSOPGAVE 1 1.1 1.2 1.3 1.4

INLEIDING ................................................................................................................................... 6 Algemeen ..................................................................................................................................... 6 Aanleiding en doelstelling ............................................................................................................ 6 Toegepaste normen ..................................................................................................................... 6 Opbouw rapportage...................................................................................................................... 7

2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8 2.9 2.10

VOORONDERZOEK .................................................................................................................... 8 Ligging locaties en algemene gegevens ...................................................................................... 8 Watergang .................................................................................................................................... 9 Huidige en toekomstige situatie ................................................................................................... 9 Historische gegevens ................................................................................................................. 10 Eerder uitgevoerde (water)bodemonderzoeken ........................................................................ 10 Poly- en perfluoralkylstoffen (PFAS) .......................................................................................... 10 Achtergrondwaarden .................................................................................................................. 11 Geologie en geohydrologie ........................................................................................................ 11 Overige conditionerende aspecten ............................................................................................

11 Conclusie vooronderzoek ........................................................................................................... 12

3 3.1 3.2

ONDERZOEKSSTRATEGIE ..................................................................................................... 13 Onderzoeksopzet verkennend bodemonderzoek ...................................................................... 13 Onderzoeksopzet verkennend waterbodemonderzoek ............................................................. 14

4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5

RESULTATEN VELDWERK ..................................................................................................... 15 Algemeen ................................................................................................................................... 15 Resultaten verkennend bodemonderzoek ................................................................................. 15 Meetresultaten grondwater ........................................................................................................ 15 Onderzoek asbest-in-grond ........................................................................................................ 16 Resultaten verkennend waterbodemonderzoek ........................................................................ 16

5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7

CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK................................................................................ 17 Samenstelling analysemonsters ................................................................................................ 17 Toelichting toetsingskaders ........................................................................................................ 18 Resultaten en interpretatie verkennend bodemonderzoek ........................................................ 21 Resultaten en interpretatie actualisatieonderzoek zink .............................................................. 22 Resultaten en interpretatie grondwateronderzoek ..................................................................... 22 Resultaten onderzoek asbest-in-grond ...................................................................................... 23 Resultaten en interpretatie verkennend waterbodemonderzoek ............................................... 23

6 6.1 6.2 6.3 6.4

AFPERKEND ONDERZOEK ..................................................................................................... 24 Afperkend onderzoek fase 1 ...................................................................................................... 24 Veldwerk afperkend onderzoek .................................................................................................. 24 Chemisch analytisch onderzoek afperking ................................................................................ 24 Interpretatie ................................................................................................................................ 25

7 7.1 7.2 7.3 7.4

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ..................................................................................... 26 Conclusies landbodem ............................................................................................................... 26 Conclusies asbest-in-grond ........................................................................................................ 26 Conclusies waterbodem ............................................................................................................. 26 Aanbevelingen en hergebruiksmogelijkheden ........................................................................... 27

rps.nl Ref.: NL202005637-R20-395 | 15 mei 2020 Pagina 4 van 27

BIJLAGEN 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

Overzichtstekening en locatieoverzicht met monsternamepunten Boorprofielen Toetsingskader Bbk Analysecertificaten Getoetste analyseresultaten Foto’s van de onderzoekslocatie Bijlagen vooronderzoek

rps.nl Ref.: NL202005637-R20-395 | 15 mei 2020 Pagina 5 van 27

1

INLEIDING

1.1

Algemeen

In opdracht van Greenib Onroerend Goed B.V. heeft RPS advies- en ingenieursbureau bv (RPS) een milieukundig bodem- en waterbodemonderzoek uitgevoerd. Het onderzoek is uitgevoerd ter plaatse van Oosteinde 16 in Warmond. Naar aanleiding van de resultaten van het verkennend bodemonderzoek is een nader onderzoek naar de omvang van een sterke verontreiniging uitgevoerd nabij de voormalige schuur. Deze rapportage is het verslag van de uitgevoerde onderzoeken. Het onderzoek staat bij RPS geregistreerd onder nummer NL202005637.001.

1.2

Aanleiding en doelstelling

De aanleiding voor de onderzoeken is de voorgenomen bestemmingsplanwijziging en ontwikkeling van de locatie. Het doel van het verkennend bodemonderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater. Het doel van het actualisatieonderzoek is de aanwezigheid en omvang van de in 2015 aangetroffen ‘zinkverontreiniging’ in de grond te verifiëren. Het doel van het waterbodemonderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de waterbodem en het bepalen van de toepassings- en/of hergebruiksmogelijkheden van de bij de baggerwerkzaamheden vrijkomende baggerspecie. De onderzoeken hebben hiernaast tot doel om op basis van de vastgestelde milieuhygiënische kwaliteit, inzicht te geven in de bij uitvoering van de werkzaamheden te hanteren veiligheidsklasse (CROW 400).

1.3

Toegepaste normen

Het vooronderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5725:2017 (Nederlandse Norm: 'Bodem - Landbodem Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek') en NEN 5717:2017 (Nederlandse Norm: ‘Bodem – Waterbodem – Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek). Het vooronderzoek is uitgevoerd voorafgaand aan het feitelijk onderzoek van de bodem (= veld- en laboratoriumonderzoek). De bij het vooronderzoek verzamelde informatie is gebruikt voor het verkrijgen van een adequate invulling van het veld- en laboratoriumonderzoek en draagt bij aan de verklaring van de resultaten van het bodem- en waterbodemonderzoek. Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5740:2009+A1:2016 (Nederlandse Norm: ‘Bodem Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond’). Het afperkend bodemonderzoek (fase 2) is uitgevoerd conform de NTA 5755:2010 (Nederlandse Technische Afspraak: ‘Bodem – Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van nader onderzoek – Onderzoek naar de aard en omvang van bodemverontreiniging’).

Het waterbodemonderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5720:2017 (Nederlandse Norm: ‘Bodem – Waterbodem – Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch onderzoek) Het asbestonderzoek is uitgevoerd in de lijn van de NEN 5707:2015; Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest-in-bodem en partijen grond. rps.nl Ref.: NL202005637-R20-395 | 15 mei 2020 Pagina 6 van 27

De veldwerkzaamheden voor het verkennend bodemonderzoek zijn uitgevoerd conform de beoordelingsrichtlijn BRL 2000 (beoordelingsrichtlijn voor het SIKB proces-certificaat veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek) met onderliggende protocollen 2001 en 2002. De veldwerkzaamheden voor het verkennend waterbodemonderzoek zijn uitgevoerd conform de beoordelingsrichtlijn BRL 2000 met onderliggend protocol 2003. De veldwerkzaamheden voor het verkennend asbestonderzoek zijn uitgevoerd conform de beoordelingsrichtlijn BRL 2000 met onderliggend protocol 2018.

1.4

Opbouw rapportage

Deze rapportage beschrijft de opzet en resultaten van het verkennend bodem-, waterbodem, asbest in grond, en het afperkend bodemonderzoek ter plaatse van Oosteinde 16 in Warmond. •

• • • • •

In hoofdstuk 2 is een beeld gegeven van de onderzoekslocatie. Aspecten als ligging, terreininrichting en grondgebruik zijn hierbij toegelicht. In dit hoofdstuk is duidelijk gemaakt welke bodembelastende activiteiten in het verleden hebben plaatsgevonden en welke onderzoeken zijn uitgevoerd. Aan het eind van het hoofdstuk is de hypothese gesteld. Hoofdstuk 3 beschrijft de onderzoeksstrategieën. Hiernaast is een toelichting gegeven op het uitgevoerde veldonderzoek, de wijze van monstername en laboratoriumonderzoek. De resultaten van het veldonderzoek zijn weergegeven in hoofdstuk 4. Bodemopbouw en zintuiglijke waarnemingen zijn in dit hoofdstuk behandeld. De samenstelling van de mengmonsters en de resultaten van het laboratoriumonderzoek zijn weergegeven in hoofdstuk 5. In hoofdstuk 6 zijn de opzet, uitvoering en de resultaten van het afperkend bodemonderzoek beschreven. In hoofdstuk 7 zijn conclusies getrokken op basis van het veld- en laboratoriumonderzoek en zijn aanbevelingen gedaan.

rps.nl Ref.: NL202005637-R20-395 | 15 mei 2020 Pagina 7 van 27

2

VOORONDERZOEK

2.1

Ligging locaties en algemene gegevens

De onderzoekslocatie ligt aan de weg Oosteinde op het bedrijventerrein van Warmond en valt onder de gemeente Teylingen. De locatie ligt ten zuiden van de A44. De locatie is globaal weergegeven in figuur 2.1. In bijlage 1 is een gedetailleerde tekening van de onderzoekslocatie opgenomen.

Figuur 2.1: ligging onderzoekslocatie (bron: GoogleMaps)

In de onderstaande tabel zijn de algemene gegevens van de onderzoekslocatie samengevat. Tabel 2.1: algemene gegevens onderzoekslocatie algemene gegevens kadastrale aanduiding Warmond, E, 311, 312, 580 en 581 x-,y-coördinaten (globaal midden) x= 94789, y= 469381 (totale) oppervlakte locatie ca. 2,9 ha huidig gebruik weiland en sloot bestemming bedrijventerrein terreinverharding deels onverhard, stelcon en asfalt

informatiebron kadaster ArcGis ArcGis opdrachtgever opdrachtgever locatie-inspectie

Locatie-inspectie Tussen 17 t/m 19 februari 2020 heeft de heer M. van de Vliert en Thijmen Groeneveld, een locatie-inspectie uitgevoerd. Tijdens de locatie-inspectie is lokaal een puinverharding aangetroffen (verdacht op het voorkomen van asbest). Verder zijn er twee depots, één slibdepot, een hutje met asbestverdacht materiaal en een watergang aangetroffen. In bijlage 6 zijn foto’s van de onderzoekslocatie opgenomen.

rps.nl Ref.: NL202005637-R20-395 | 15 mei 2020 Pagina 8 van 27

2.2

Watergang

Op de onderzoekslocatie bevindt zich een ‘geregistreerde watergang’. De watergang betreft gegraven water en heeft een lengte van circa 104 m. De hoofdfunctie van de watergang is de berging en afvoer van water. Er is sprake van een laminair stromings- en sedimentatiepatroon en zijn conform de definitie uit de NEN 5717 getypeerd als ‘lintvormig water’. In de legger opgesteld door hoogheemraadschap van Rijnland is de sloot getypeerd als een ‘overige’ watergang. Deze watergang heeft voornamelijk een lokale transportfunctie en/of dient ter ontwatering. De onderstaande afbeelding is een schermafdruk van de interactieve leggerkaart van het hoogheemraadschap van Rijnland.

Figuur 2.2: interactieve leggerkaart Hoogheemraadschap Rijnland. Bron: https://rijnland.maps.arcgis.com/apps/webappviewer/index.html?id=b805cc019ee5468bbe68aa024e3d0178

Het water heeft een lage stroomsnelheid. Hierdoor is erosie minimaal en vindt er netto meer sedimentatie dan erosie plaats.

2.3

Huidige en toekomstige situatie

Op de onderzoekslocatie is veel begroeiing aanwezig. De woning en schuur op nummer 16 zijn (onlangs) gesloopt. Verder is er geen bebouwing aanwezig op de onderzoekslocatie. Het voornemen bestaat om op de onderzoekslocatie (2,9 hectare) een bedrijventerrein te ontwikkelen.

rps.nl Ref.: NL202005637-R20-395 | 15 mei 2020 Pagina 9 van 27

2.4

Historische gegevens

Ontwikkeling Op het kaartmateriaal afkomstig van de website Topotijdreis is de historische ontwikkeling van de locatie te zien. In bijlage 7 zijn enkele kaartuitsneden waarop de situatie van de onderzoekslocaties door de jaren heen is weergegeven. Op deze kaarten is goed te zien hoe in de loop der jaren het polderlandschap zich heeft ontwikkeld en hoe het uiteindelijk verder verstedelijkt. De onderzoekslocatie heeft (vanaf 1815 tot 1951) binnen agrarisch gebied gelegen. Rond 1951 is voor het eerst bebouwing waarneembaar op en nabij de onderzoekslocatie. Op de kaarten is te zien hoe het bedrijventerrein tussen 1951 en heden zich ontwikkelt. Bron: www.Topotijdreis.nl

(Bodembedreigende) activiteiten op de locaties Voor informatie over de bodemgesteldheid is het bodemloket van het gezamenlijk bevoegd gezag Wet bodem-bescherming (Wbb) geraadpleegd via www.bodemloket.nl. Uit informatie van deze website blijkt dat op de onderzoekslocatie twee ondergrondse tanks tot 1994 en 1998 in gebruik zijn geweest. Beide hebben de status ‘voldoende onderzocht’. Het uittreksel van de bodemrapportage is aan de rapportage toegevoegd als bijlage 7.

2.5

Eerder uitgevoerde (water)bodemonderzoeken

Rondom de voormalige woning (nr. 16) en schuur is in 2015 de bodemkwaliteit door RPS onderzocht. Het onderzoek is gerapporteerd in de rapportage “Oriënterend bodemonderzoek Oosteinde 16 in Warmond, kenmerk 1505948A00-R15-1002, RPS advies- en ingenieursbureau bv, d.d. 26 november 2015. Onderstaand is het bodemonderzoek kort samengevat: Oriënterend bodemonderzoek Oosteinde 16 in Warmond (RPS, 2015) In opdracht van Greenib Onroerend Goed B.V. heeft RPS in 2015 een bodemonderzoek uitgevoerd aan Oosteinde 16 in Warmond. Het uitgevoerde onderzoek valt binnen de huidige onderzoekslocatie. Aanleiding voor het bodemonderzoek zijn de voorgenomen graafwerkzaamheden rondom de bestaande bebouwing op het perceel Oosteinde 16 in Warmond. Het grondwater is niet onderzocht omdat de werkzaamheden boven het freatisch grondwater plaatsvinden. Uit de analyseresultaten blijkt dat de toplaag (0,0 tot 0,2 m -m) ter plaatse van boring 1 (nabij de voormalige schuur) sterk is verontreinigd met zink. De onderliggende laag tot 0,7 m -mv van boring 1 is matig verontreinigd met zink. Vermoedelijk zijn de verhoogde gehalten aan zink te relateren aan bijmengingen met puin of mogelijke uitloging vanaf een zinken dakgoot of bloembak. In de overige mengmonsters van zowel de boven- als de ondergrond zijn maximaal lichte verontreinigingen aan zware metalen, minerale olie en PAK(10) aangetroffen.

De boorpuntenkaart is als bijlage 7 toegevoegd aan de rapportage. Bron: Oriënterend bodemonderzoek Oosteinde 16 in Warmond, kenmerk 1505948A00-R15-1002, RPS advies- en ingenieursbureau bv, d.d. 26 november 2015

2.6

Poly- en perfluoralkylstoffen (PFAS)

Poly- en perfluoralkylstoffen (PFAS) zijn chemische stoffen die van nature niet in het milieu voorkomen. De stofgroep bestaat uit ruim 6.000 stoffen. Hiertoe behoren onder meer de stoffen perfluoroctaanzuur (PFOA), rps.nl Ref.: NL202005637-R20-395 | 15 mei 2020 Pagina 10 van 27

perfluoroctaansulfonaat (PFOS) en HFPO-DA (GenX). PFAS zijn stoffen die door mensen zijn gemaakt vanwege hun specifieke eigenschappen, zoals brandwerendheid en vuil- en waterafstotendheid. Ze worden toegepast in allerlei alledaagse toepassingen, zoals verf, blusschuim, pannen, kleding en cosmetica. Inmiddels worden er al meer dan vijftig jaar producten gemaakt en gebruikt waar PFAS in voorkomt. Door het wijdverbreide gebruik en door emissies en incidenten wordt PFAS in Nederland en breder in Europa, inmiddels niet alleen bij puntbronnen, maar diffuus verspreid in het milieu aangetroffen. In heel Nederland zijn de bovengrond en geroerde bodems verdacht op het (diffuus) voorkomen van PFAS. In de waterbodem komt PFAS voor in de bovenste lagen, maar soms ook in de diepere lagen. Bron: tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie en website bodemplus FAQ PFAS

2.7

Achtergrondwaarden

De omgevingsdienst West-Holland beschikt over een vastgestelde bodemkwaliteitskaart van gemeente Teylingen. Op de bodemfunctieklassenkaart is de onderzoekslocatie ingedeeld in de bodemfunctieklasse ‘Industrie’. In bijlage 7 is de bodemfunctieklassenkaart van de gemeente Teylingen opgenomen. Er is, voor zover bekend, geen toepassings- en ontgravingskaart beschikbaar van gemeente Teylingen.

2.8

Geologie en geohydrologie

Voor gegevens over bodemopbouw en geohydrologie is gebruikgemaakt van de ondergrondmodellen van het Dino-loket van TNO. In onderstaande tabel is het geohydrologisch profiel van de onderzoekslocatie beschreven. Tabel 2.2: geohydrologisch profiel onderzoekslocatie Pakket Diepte m-mv deklaag mv - 14,5 1e watervoerende pakket

14,5 - 18

18 - 36 scheidende laag

36 - 46

Geohydrologische formatie Samenstelling Holocene afzettingen complexe eenheid; zeer fijn, kleiig tot grindig zand; siltig tot zandig klei; lokaal kleiig veen. Boxtel complexe eenheid; zeer fijn en zeer grof zand, grindig of humeus; lokaal zandig, humeus leem; siltig tot zandig klei; kleiig veen Kreftenheye zandige eenheid; matig tot uiterst grof, grindig zand; siltig tot zandig klei Urk zandige eenheid; zeer fijn tot uiterst grof, lokaal grindig, lokaal schelphoudend zand; lokaal siltig tot zandig, humeus klei, lokaal kleiig veen.

De stromingsrichting van het freatisch grondwater op locatie wordt sterk beïnvloed door de aangrenzende watergangen.

2.9

Overige conditionerende aspecten

Archeologie Op de beleidsnota archeologie van de gemeente Teylingen ligt de onderzoeklocatie in zone categorie 6. In deze zone dient een waardestellend archeologisch rapport te worden overgelegd bij bodemverstorende activiteiten in plangebieden van >500 m2 en dieper dan 30 cm -mv. Bron: Beleidsnota Archeologie ‘Onder de grond’ gemeente Teylingen (https://www.teylingen.nl/inwoners-en-ondernemers/bouwen-enwonen/monumenten-en-archeologie/beleidsnota-archeologie-onder-de-grond-2015-vastgesteld.html)

rps.nl Ref.: NL202005637-R20-395 | 15 mei 2020 Pagina 11 van 27

Conventionele Explosieven Uit de VEO explosievenopsporingskaart (https://www.explosievenopsporing.nl/veo-bommenkaart/) valt op te maken dat er in de nabije omgeving van de onderzoekslocaties geen vooronderzoeken naar Conventionele Explosieven (CE) plaatsgevonden hebben. Bron: VEO Bommenkaart

Asbest Bij de locatie-inspectie (zie §2.2) is aandacht besteed aan de aanwezigheid van asbest en asbestverdachte toepassingen/activiteiten. Bij de locatie-inspectie is puinverharding aangetroffen wat mogelijk duidt op de aanwezigheid van een verontreiniging met asbest. Op deze plek is tijdens de veldwerkzaamheden ook puin aangetroffen in de toplaag van de bodem. Hierdoor is de onderzoekslocatie verdacht op asbest in grond. Kabels en leidingen Op 14 februari is een Klic-graafmelding gedaan bij het Kadaster. Hieruit blijkt dat op de locatie meerdere kabels aanwezig zijn. Er zijn geen aanvullende voorzorgsmaatregelen nodig. De Klic-kaart is als bijlage 7 aan het rapport toegevoegd.

2.10

Conclusie vooronderzoek

Verkennend bodemonderzoek Op basis van de informatie uit het vooronderzoek is de bodem, met uitzondering van de zeer lokale zinkverontreiniging, niet verdacht op het voorkomen van verontreinigingen. Lokaal is puinverharding aangetroffen op het maaiveld. Hier dient bij het uit te voeren bodemonderzoek rekening mee te worden gehouden. Verkennend waterbodemonderzoek Tijdens de locatie-inspectie is een watergang aangetroffen. Aangezien niet bekend is of deze watergang gedempt gaat worden is deze toegevoegd aan het uit te voeren bodemonderzoek. PFAS De land- en waterbodem zijn verdacht op het heterogeen voorkomen van een verontreiniging met PFAS. De verdenking op het voorkomen van PFAS komt voort uit het gestelde in het ‘tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie’. Gesteld wordt dat de bovenste circa 1,0 m van alle bodems en/of geroerde bodemlagen in Nederland verdacht zijn op het voorkomen van PFAS.

rps.nl Ref.: NL202005637-R20-395 | 15 mei 2020 Pagina 12 van 27

3

ONDERZOEKSSTRATEGIE

3.1

Onderzoeksopzet verkennend bodemonderzoek

Het verkennend bodemonderzoek wordt uitgevoerd conform de NEN 5740/A1:2016 strategie ‘onverdachte locatie (ONV)’. Parallel hieraan wordt er een actualisatieonderzoek uitgevoerd rondom de zink ‘spot’ van 2015. Hierbij worden op en direct rondom de bronlocatie in totaal vijf boringen tot 0,5 m -mv verricht. De toplaag (0,0-0,2 m-mv) van elke boring wordt hierbij onderzocht op de aanwezigheid van zink. De conform de gekozen onderzoeksstrategie uit te voeren werkzaamheden zijn weergegeven in tabel 3.1. De werkzaamheden worden uitgevoerd conform de beoordelingsrichtlijn SIKB 2000 met onderliggende protocollen 2001 en 2002. Tabel 3.1: overzicht werkzaamheden verkennend bodem (NEN5740) locatie

onderzoeks-

strategie

oppervlakte

boringen 0,5 m-

2,0 m-

mv

mv

analyses peilbuis

STAP +

STAPWb

Znd

4

-

-

5

PFAS(30)c

ONV

2,9 ha

27

8

4

-

-

5

-

-

locatie zink ‘spot’

a

6 bovengrond + 4 ondergrond -

a standaard pakket bodem: barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink (zware metalen), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK, 10 van VROM), PCB (7), minerale olie (GC), inclusief clean-up, droge stof, lutum en organisch stof (AS3000 voorbehandeling). b standaard pakket grondwater: barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink (zware metalen), vluchtige aromaten (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen, naftaleen en styreen (BTEXNS), gechloreerde koolwaterstoffen en chloorbenzenen, bromoform en minerale olie (GC). c PFAS (30) conform advieslijst (Bodem+, d.d. 12-07-2019). d Zink inclusief droge stof, lutum en organisch stof.

Het uitkomende bodemmateriaal wordt zintuiglijk beoordeeld op kleur en samenstelling en gedetailleerd weergegeven in profielbeschrijvingen. Grondmonsters worden genomen uit trajecten van maximaal 50 cm. Zintuiglijk verontreinigde bodemlagen worden apart bemonsterd, zodat gerichte analyse van deze lagen mogelijk is. Van de boringen in en rondom de zink ‘spot’ wordt de eerste 20 cm van de bodem geanalyseerd. Hiervoor is gekozen omdat tijdens het onderzoek van 2015 alleen in deze bodemlaag de sterke verontreiniging met zink is aangetroffen. Tijdens het uitvoeren van de veldwerkzaamheden wordt tevens aandacht besteed aan het voorkomen van asbest en asbestgelijkende materialen in de bodem. De einddiepte van de peilbuizen is circa 1,0 m onder de heersende grondwaterspiegel. De peilbuizen worden na plaatsing afgepompt. De peilbuizen worden een week na plaatsing nogmaals afgepompt en bemonsterd en in het veld onderzocht op troebelheid (NTU), pH (zuurgraad) en elektrische geleiding (EC).

rps.nl Ref.: NL202005637-R20-395 | 15 mei 2020 Pagina 13 van 27

De analyses worden door een RvA-geaccrediteerd milieulaboratorium uitgevoerd conform de geldende richtlijn. Voor analyses op grond en grondwater geldt het AS3000 (Accreditatieschema 3000). AS3000 beschrijft alle kwaliteitseisen vanaf het moment van monsteroverdracht aan het laboratorium tot en met de analyse en rapportage door het laboratorium.

3.2

Onderzoeksopzet verkennend waterbodemonderzoek

Het verkennend waterbodemonderzoek wordt uitgevoerd conform de NEN 5720 onderzoeksstrategie ‘lintvormig water, normale onderzoeksinspanning (LN)'. De veldwerkzaamheden en de bemonstering worden uitgevoerd op basis van de beoordelingsrichtlijn BRL 2000 (Beoordelingsrichtlijn voor het SIKB procescertificaat veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek) met het onderliggende VKB-protocol 2003 onder Kwalibo-erkenning. In de watergang worden tien steken door de sliblaag tot 0,5 m in de vaste waterbodem verricht. De monsters van de sliblaag worden hierbij in het veld samengevoegd tot een mengmonster. De deelmonsters van de vaste bodem worden daarentegen in het laboratorium gemengd tot een mengmonster. De uit te voeren werkzaamheden zijn samengevat in tabel 3.2. Tabel 3.2: uitgangspunten en opzet verkennend waterbodemonderzoek NEN 5720, strategie LN locatie lengte aantal steken tot 0,5 in vaste (m1) monstervakken bodem watergang

ca. 104 m

1

10

aantal analyses 2*

* Standaard pakket waterbodem: droge stof, organische stof, lutum, 9 zware metalen, PAK (10), PCB (7) en minerale olie.

De mengmonsters van de waterbodem worden na AS 3200 voorbehandeling geanalyseerd op droge stof en organische stof (gloeiverlies).

rps.nl Ref.: NL202005637-R20-395 | 15 mei 2020 Pagina 14 van 27

4

RESULTATEN VELDWERK

4.1

Algemeen

De veldwerkzaamheden ten aanzien van het verkennend bodemonderzoek zijn op 17 t/m 19 februari 2020 overeenkomstig de onderzoeksopzetten beschreven in hoofdstuk 3 uitgevoerd. De werkzaamheden zijn door heer M. van de Vliert en T. Groeneveld (RPS) uitgevoerd. Het waterbodemonderzoek is conform de onderzoeksopzet uitgevoerd op 27 februari 2020 door de heer P. van Vuuren. De werkzaamheden zijn hierbij uitgevoerd conform het gestelde in de BRL SIKB 2000, protocollen 2001 en 2003, onder Kwalibo-erkenning (certificaat K40562/11).

4.2

Resultaten verkennend bodemonderzoek

De boringen zijn verricht met een Edelmanboor, waarbij per maximaal 0,5 m bodemtraject en/of per laagwisseling monsters zijn genomen. Tijdens de veldwerkzaamheden is per monsternamepunt een beschrijving conform de NEN 5104 gemaakt van de bodem. De profielbeschrijvingen zijn opgenomen in bijlage 2. De bodem, aangetroffen van 0,0 tot 3,0 m-mv, is over het algemeen als volgt opgebouwd: • De toplaag van 0,0 tot 0,5 m-mv bestaat over het algemeen uit zwak humeus en zwak siltig zand. Plaatselijk is in de bovengrond een zwak zandige, zwak humeuze kleilaag aangetroffen. • Hieronder bevindt zich tot 1,0 m-mv een matig siltige kleilaag. • Hieronder bevindt zich tot 2,0 m-mv deels een veenlaag en deels een sterk siltige kleilaag. • Vanaf 2,0 m-mv tot aan de maximale onderzoeksdiepte van 3,0 m-mv bestaat de bodem deels uit sterk siltig klei of deels uit veen. Zintuigelijke waarnemingen Tijdens de boor -en bemonsteringswerkzaamheden is puin aangetroffen in de bovengrond van boring 09. Op basis van de aangetroffen bijmengingen met puin is de locatie verdacht op het voorkomen van asbest in grond. Om te bepalen of het puin asbesthoudend is, is een asbest-in-grondonderzoek uitgevoerd. De veldwerkresultaten zijn in paragraaf 4.4 behandeld. Daarnaast is in de bovengrond (0,0 - 0,2 m -mv) van boring 15 en 17 een sliblaag aangetroffen.

4.3

Meetresultaten grondwater

Tijdens de bemonstering van de peilbuizen op 27 februari 2020 zijn het elektrisch geleidingsvermogen (EC), de troebelheid (NTU) en de zuurgraad (pH) van het grondwater vastgesteld met behulp van een geijkte troebelheid/PH/EC-meter. De bemonstering is uitgevoerd door dhr. P. van Vuuren van RPS onder Kwaliboerkenning. Het EC wordt als maat gehanteerd voor de hoeveelheid opgeloste zouten in het water en wordt uitgedrukt in micro-Siemens per centimeter (µS/cm) of mili-Siemens per centimeter (mS/cm). In tabel 4.1 zijn de resultaten van deze metingen weergegeven.

rps.nl Ref.: NL202005637-R20-395 | 15 mei 2020 Pagina 15 van 27

Tabel 4.1 gegevens grondwatermonster nummer peilbuis filterstelling (m-mv)

pH

EC (µS/cm)

troebelheid (NTU)

01 02 03 04

7,1 7,2 7,0 7,3

1.151 1.415 1.071 1.621

22 11,9 17 34

2,0 - 3,0 1,7 - 2,7 1,6 - 2,6 2,0 - 3,0

De pH en EC zijn voor de onderzoekslocatie als normale waarden beschouwd. Met betrekking tot troebelheid dient te worden gesteld dat wanneer de waarde hoger ligt dan 10 NTU, eventueel gemeten verontreinigingen in het grondwater met slecht oplosbare organische parameters (onder andere PAK en PCB), deze mede veroorzaakt kunnen zijn door gronddeeltjes.

4.4

Onderzoek asbest-in-grond

In verband met het aantreffen van puin in de bodem is lokaal (boring 9) direct een indicatief asbest-ingrondonderzoek uitgevoerd. Ter plaatse van boring 9 is een inspectiegat gegraven van 30x30x50cm conform het gestelde in de BRL SIKB 2000, protocol 2018, onder Kwalibo-erkenning (certificaat K40562/11). Het monstermateriaal uit het inspectiegat is in het veld gezeefd over 20 mm. De fractie >20 mm is in het veld geïnspecteerd op asbestverdachte materialen. Van het gezeefde materiaal is één mengmonster samengesteld en ter analyse aangeboden aan het laboratorium van RPS Analyse in Breda Tijdens de uitvoering van het veldwerk zijn de volgende zaken geconstateerd: • De weersomstandigheden waren GEEN reden voor een verminderde visuele waarneming; er was geen neerslag, geen wind en geen mist. • In het inspectiegat is in de bovenlaag (tot 0,50 m -maaiveld) bijmengingen met puin (matig) waargenomen. In deze bodemlaag is visueel geen asbest aangetroffen. • In de onderliggende bodem tot maximaal 2,0 m -maaiveld is geen puin aangetroffen en deze laag is derhalve niet asbestverdacht. • De inspectie-efficiency van het grondonderzoek wordt geschat tussen de 70% en 90%. • Het gemiddelde soortelijk gewicht van de grond is in het veld bepaald op 1,5 ton/m³. • Het vochtgehalte was 27%. Het was derhalve niet noodzakelijk om tijdens het onderzoek aanvullende veiligheidsmaatregelen te treffen.

In bijlage 2 zijn de bodemprofielen conform NEN 5104 weergegeven.

4.5

Resultaten verkennend waterbodemonderzoek

De waterbodem is bemonsterd met een zuigerboor tot 0,5 m in de vaste bodem. Tijdens de veldwerkzaamheden is per monsternamepunt een beschrijving conform de NEN 5104 gemaakt van de aanwezige waterbodem. De profielbeschrijvingen zijn opgenomen in bijlage 2. De deelmonsters van de sliblaag zijn in het veld samengesteld tot een mengmonster. De vaste bodem is separaat per 0,5 m bemonsterd. De waterbodem bestaat uit een sliblaag variërend in dikte van 0,11 tot 0,39 m. Onder de sliblaag is een vaste bodem bestaande uit zwak kleiig veen aangetroffen. In de waterbodem zijn, met uitzondering van de sliblaag, zintuigelijk geen kenmerken waargenomen die mogelijk duiden op de aanwezigheid van een verontreiniging. rps.nl Ref.: NL202005637-R20-395 | 15 mei 2020 Pagina 16 van 27

5

CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK

5.1

Samenstelling analysemonsters

De deelmonsters van de bodem, de in het veld samengestelde mengmonster van de sliblaag en de deelmonsters van de vaste bodem ten behoeve van het milieuhygiënisch laboratoriumonderzoek zijn gekoeld overgedragen aan het RvA-geaccrediteerd milieulaboratorium van SYNLAB in Hoogvliet. Het laboratoriumonderzoek ten behoeve van het asbest-in-grondonderzoek is uitgevoerd in het RvA Testen geaccrediteerde milieulaboratorium van RPS Analyse in Breda. In de tabellen 5.1 t/m 5.4 zijn achtereenvolgens de specificaties voor de grond-, grondwater-, asbest-ingrond- en de waterbodemmonsters weergegeven. Het chemisch-analytisch onderzoek is conform de onderzoeksopzet in hoofdstuk 3 uitgevoerd. Tabel 5.1: samenstelling grond(meng)monsters monstercod samenstelling mengmonster e Onderzoekslocatie bovengrond BG01 01-1, 07-1, 08-1, 28-1, 32-1, 33-1, 34-1, 39-1 BG02 03-1, 11-1, 16-1, 27-1, 30-1, 35-1, 37-1, 38-1 BG03 04-1, 06-1, 14-1, 18-1, 19-1, 22-1, 26-1, 27-1 BG04 05-1, 10-1, 12-1, 20-1, 21-1, 24-1, 25-1, 29-1, 36-1 BG05 02-1, 05-1, 06-1, 13-1, 15-1, 17-1, 23-1 BG06 09-1 onderzoekslocatie ondergrond OG1 01-2, 03-2, 07-2, 08-2, 11-2, 11-3, 12-2 OG2 02-2, 04-2, 05-2, 06-2, 06-3, 09-2, 10-2 OG3 01-3, 03-3, 07-3, 08-3, 11-3, 12-3, 12-4 OG4 02-3, 02-4, 04-3, 05-3, 10-3 zink ‘spot’ 100 100-1 101 101-1 102 102-1 103 103-1 104 104-1

diepte (m -wb)

grondslag

analysepakket incl. AS3000

0,0 - 0,5 0,0 - 0,5 0,0 - 0,5 0,0 - 0,5 0,0 - 0,5 0,0 - 0,5

zand zand zand zand klei zand

STAPa+PFAS (30)b STAPa+PFAS (30)b STAPa+PFAS (30)b STAPa+PFAS (30)b STAPa+PFAS (30)b STAPa

0,5 - 1,4 0,5 - 1,1 0,9 - 2,0 1,0 - 1,9

klei klei klei veen

STAPa+PFAS (30)b STAPa+PFAS (30)b STAPa STAPa

0,0 - 0,2 0,0 - 0,2 0,0 - 0,2 0,0 - 0,2 0,0 - 0,2

zand zand zand zand zand

Znc Znc Znc Znc Znc

a standaard pakket bodem: barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink (zware metalen), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK, 10 van VROM), PCB (7), minerale olie (GC), inclusief clean-up, droge stof, lutum en organisch stof (AS3000 voorbehandeling). b PFAS (30) conform advieslijst (Bodem+, d.d. 12-07-2019). c Zink inclusief droge stof, lutum en organisch stof Tabel 5.2: overzicht grondwatermonsters monster boring

filterstelling

analysepakket incl. AS3000

(m-mv) 01-1-1 02-1-1 03-1-1 04-1-1

01 02 03 04

2,0 - 3,0 1,7 - 2,7 1,6 - 2,6 2,0 - 3,0

STAPWa STAPWa STAPWa STAPWa

a standaard pakket grondwater: barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink (zware metalen), vluchtige aromaten (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen, naftaleen en styreen (BTEXNS), gechloreerde koolwaterstoffen en chloorbenzenen, bromoform en minerale olie (GC).

rps.nl Ref.: NL202005637-R20-395 | 15 mei 2020 Pagina 17 van 27

Tabel 5.3: samenstelling (meng)monsterasbest-in-grond monstercode inspectiegat Asb-bp9

09

Tabel 5.4: samenstelling waterbodem(meng)monsters mengmonster samenstelling mengmonster MM-SL 01 t/m 10 MM-VB WB01 t/m WB10

diepte (m-mv)

analysepakket

0,0 tot 0,5

asbest in grond/puin (NEN5898)

diepte (m -wb) 0,11 - 0,39 0,23 - 0,94

grondslag slib veen

analysepakket incl. AS3000 STAPS* STAPS*

* Standaard pakket waterbodem: droge stof, organische stof, lutum, 9 zware metalen, PAK (10), PCB (7) en minerale olie.

5.2

Toelichting toetsingskaders

De analyseresultaten van het verkennend bodem- en asbest-in-grondonderzoek zijn getoetst aan de Wet bodembescherming en indicatief aan het Besluit bodemkwaliteit (Bbk). De analyseresultaten van het waterbodemonderzoek zijn getoetst aan de van toepassing zijnde generieke toepassingskaders en normwaarden uit het Bbk. Wet bodembescherming Toetsing van de analyseresultaten vindt plaats aan de toetsingswaarden zoals die op 1 juli 2013 van kracht zijn geworden (Circulaire Bodemsanering 2013, Staatscourant 16675, d.d. 27 juni 2013), zie ook ‘Toelichting op het Wbb’ in bijlage 3. De analyseresultaten zijn getoetst met BoToVa (Bodem Toets- en Validatieservice van SIKB-IHW) via de webapplicatie @MIS. In de Wbb wordt onderscheid gemaakt tussen de AW2000-waarde (voorheen: ‘streefwaarde’) en de interventiewaarden. Als actiewaarde (tussenwaarde) voor nader onderzoek geldt ½ maal de interventie- plus de achtergrondwaarde ((AW+I) * ½ ).

Hiervoor worden de navolgende coderingen gebruikt in dit rapport: AW2000 = achtergrondwaarde T = actiewaarde voor nader onderzoek (voorheen tussenwaarde) I = interventiewaarde Dit leidt tot de volgende indeling: gehalte < AW2000 - niet verontreinigd gehalte > AW2000 en < T - licht verontreinigd gehalte > T en < I - matig verontreinigd gehalte > I - sterk verontreinigd Alvorens de analyseresultaten te toetsen zijn deze naar standaard bodem omgerekend (organische stof 10% en humus 25%). Voor barium geldt dat per 1 april 2009 wettelijk geen eis meer is vastgesteld. Besluit bodemkwaliteit Het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) is gebaseerd op een risicobenadering met als uitgangspunt een directe relatie tussen de (chemische) kwaliteit en het gebruik van de bodem. In het Bbk zijn verschillende toepassingsmogelijkheden voor grond en baggerspecie opgenomen met daarbij behorende toetsingskaders. Voor het waterbodemonderzoek zijn de volgende toetsingskaders van toepassing: • Toetsingskader voor toepassen van baggerspecie op landbodem. • Toetsingskader voor toepassen van baggerspecie in oppervlaktewater. • Toetsingskader voor het verspreiden van baggerspecie op aangrenzend perceel. rps.nl Ref.: NL202005637-R20-395 | 15 mei 2020 Pagina 18 van 27

Toetsingskader Per- en Polyfluoralkylstoffen (PFAS) Vooruitlopend op de definitieve normstelling voor het toepassen van PFAS-houdende grond en baggerspecie is op 29 november 2019 een voorlopige norm boven de bepalingsgrens vastgesteld. In onderstaande tabel 5.5 zijn de toepassingsmogelijkheden van grond en baggerspecie op de landbodem boven grondwaterniveau weergegeven. In de tabel 5.6 is een overzicht gegeven van de voorlopige toepassingsnormen voor de overige onderscheiden situaties waarin grond en baggerspecie worden toegepast. Tabel 5.5: toepassingsnormen voor het toepassen van grond en baggerspecie op de landbodem boven grondwaterniveau1,2,3. (in µg/kg d.s.) Toepassingssituatie

Toepassingsnorm PFOS PFOA

PFAS

GenX

Op de landbodem Grond toepassen boven grondwaterniveau2 Bodemfunctieklasse bodemkwaliteitsklasse landbouw/natuur landbouw/natuur, wonen of industrie 0,9 0,8 0,8 0,8 wonen of industrie landbouw/natuur 0,9 0,8 0,8 0,8 wonen of industrie wonen of industrie 3,0 7,0 3,0 3,0 Grond en baggerspecie grootschalig toepassen boven grondwaterniveau2 3,0 7,0 3,0 3,0 Grond en baggerspecie toepassen in grondwaterbeschermingsgebieden 0,1 0,1 0,1 0,1 Grond en baggerspecie toepassen onder grondwaterniveau3, 0,9 0,8 0,8 0,8 met inbegrip van grootschalig toepassen In oppervlaktewater Grond toepassen 0,1 0,1 0,1 0,1 1. Op de waarden uit deze tabel hoeft geen bodemtypecorrectie te worden toegepast als het gehalte van organische stof minder dan 10% bedraagt. 2. Voor gebieden met een hoge grondwaterstand geldt in plaats van ‘boven grondwaterniveau’: tot ten hoogste 1 meter onder het maaiveld. Indien de grond als gevolg van zetting op termijn in de verzadigde zone terechtkomt wordt de grond geacht boven grondwater te zijn toegepast. 3. Voor gebieden met een hoge grondwaterstand geldt in plaats van ‘onder grondwaterniveau’: op een diepte van 1 meter en meer onder het maaiveld. Indien de grond als gevolg van zetting op termijn in de verzadigde zone terechtkomt wordt de grond geacht boven grondwater te zijn toegepast.

Tabel 5.6: overige toepassingsnormen voor het toepassen van grond en baggerspecie (in µg/kg d.s.)

Toepassingssituatie

Toepassingsnorm Op de landbodem Verspreiden baggerspecie op de kant of weilanddepot PFOS = 3 PFOA = 7 GenX = 3 andere PFAS = 3 Baggerspecie toepassen boven grondwaterniveau op een PFOS = 0,9 landbodem met de bodemfunctieklasse of overige individuele PFAS = 0,8 bodemkwaliteitsklasse landbouw/natuur2 Baggerspecie toepassen boven grondwaterniveau op een PFOS = 3 landbodem met de bodemfunctieklasse en van PFOA = 7 bodemkwaliteitsklasse wonen of industrie2 GenX = 3 andere PFAS = 3 Baggerspecie toepassen boven grondwaterniveau in alle PFAS 0,1 (=bepalingsgrens) grondwaterbeschermingsgebieden2 Baggerspecie grootschalig toepassen op de landbodem PFOS = 3 boven grondwaterniveau2 PFOA = 7 GenX = 3 andere PFAS = 3 Baggerspecie toepassen onder grondwaterniveau3, met PFOS = 0,9 inbegrip van grootschalig toepassen overige individuele PFAS = 0,8 In oppervlaktewater Baggerspecie toepassen in hetzelfde oppervlaktewatertoegestaan, geen kwaliteitsnorm lichaam of in stroomafwaarts gelegen aansluitende oppervlaktewaterlichamen

rps.nl Ref.: NL202005637-R20-395 | 15 mei 2020 Pagina 19 van 27

Baggerspecie toepassen in oppervlakte waterlichamen 0,1 (=bepalingsgrens) (ophogingen), met inbegrip van grootschalig toepassen Baggerspecie toepassen in niet vrijliggende diepe plassen (in PFOS = 3,7 open verbinding met Rijkswater) overige individuele PFAS = 0,8 Baggerspecie toepassen in diepe plassen 0,1 (=bepalingsgrens) 1. 2. 3.

Op de waarden uit deze tabel hoeft (tot 10%) geen bodemtypecorrectie toegepast te worden (dit is overeenkomstig de systematiek zoals die op dit moment al voor PAK geldt). Voor gebieden met een hoge grondwaterstand geldt in plaats van ‘boven grondwaterniveau’: tot ten hoogste 1 meter onder het maaiveld. Voor gebieden met een hoge grondwaterstand geldt in plaats van ‘onder grondwaterniveau’: op een diepte van 1 meter en meer onder het maaiveld.

Voor de toepassing van PFAS-houdende grond en baggerspecie is niet alleen het tijdelijk handelingskader van belang, maar dient vanzelfsprekend ook te worden voldaan aan alle verplichtingen die voor het toepassen voortvloeien uit het Besluit bodemkwaliteit. Bron: Tijdelijk handelingskader voor hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie

Voor de gemeenten die voorafgaand aan de publicatie van het tijdelijk handelingskader, al gebiedsspecifiek beleid hebben vastgesteld blijft dit beleid van kracht. Lokaal kunnen derhalve afwijkende normen voor hergebruik van PFAS-houdende grond gelden. Bron: website bodemplus, FAQ PFAS.

Asbest Per 24 februari 2000 is asbest opgenomen in de “Circulaire streefwaarden en interventiewaarden bodemsanering”, opgesteld door het Ministerie van VROM. Door het opnemen van asbest in deze circulaire is de Wet Bodembescherming (WBB) van toepassing verklaard op een met asbest-verontreinigde bodem. Per 1 januari 2003 is een interventiewaarde ingevoerd voor asbest-in-grond, baggerspecie en puin (granulaat). De interventiewaarde is gesteld op een gewogen concentratie van 100 mg/kg. Voor het berekenen van een gewogen concentratie wordt de concentratie aan serpentijne asbest opgeteld bij 10 maal de concentratie aan amfibole asbest. Voor asbest-in-grond, baggerspecie en puin(granulaat) is geen streefwaarde opgesteld. Per 1 maart 2003 is de restconcentratienorm voor toepassing en hergebruik van grond, baggerspecie en puin(granulaat) verontreinigd met asbest herzien. De restconcentratie is vastgesteld op een gewogen concentratie van 100 mg/kg. Tevens zijn de verpakkingseisen voor het vervoer van asbestbevattende bulkmaterialen, te weten grond en puin(granulaat), gewijzigd. Asbestbevattende bulkmaterialen mogen in afgesloten containerwagens, zonder verpakt te zijn in containerbags of big bags, worden getransporteerd mits de gemeten concentratie niet hoger is dan 1.000 mg/kg ds.

rps.nl Ref.: NL202005637-R20-395 | 15 mei 2020 Pagina 20 van 27

5.3

Resultaten en interpretatie verkennend bodemonderzoek

De analysecertificaten van de grond- en grondwatermonsters zijn opgenomen in bijlage 4. In bijlage 5 zijn de volledige Botova toetsingen aan de geldende achtergrond-/streef-, en interventiewaarden (Wbb) en maximale bodemkwaliteitswaarden (Bbk) opgenomen. Toetsingsresultaten grond In de geanalyseerde grond(meng)monsters zijn overschrijdingen van de toetsingswaarden conform de Wbb aangetoond. In de onderstaande tabel zijn de toetsingsresultaten samengevat. Tabel 5.7: samenvatting analyseresultaten grond(meng)monsters (meng) Wbb overschrijdende Bbk monster parameter(s)

overschrijdende PFOA PFOS parameter(s) (µg/kg ds) (µg/kg ds)

onderzoekslocatie bovengrond BG01 <achtergrondwaarde Hg (0,18) Pb (34) a BG02 >achtergrondwaarde Hg (0,78) Pb (57) Zn (100) PAK(10) (7,5) PCB(7) (12) BG03 <achtergrondwaarde Hg (0,14) Pb (38) a

Hg (0,18) Pb (34) a Hg (0,78) Pb (57) Zn (100) PAK(10) (7,5) PCB(7) (12) Hg (0,14) Pb (38) a

BG04

>achtergrondwaarde Hg (0,2) Pb (38) Zn (78) BG05 >achtergrondwaarde Ko (13) Cu (58) Mo (2,0) Zn (130) BG06 >achtergrondwaarde Ko (6,3) Ni (23) Zn (80) PAK(10) (5,4) PCB(7) (21) onderzoekslocatie ondergrond OG1 <achtergrondwaarde ~ OG2 <achtergrondwaarde ~ OG3 >achtergrondwaarde Ko (7,2) Mo (1,8) Ni (18) OG4 <achtergrondwaarde Mo (2,4) a a

AT Industrie

AT Wonen Industrie

Industrie

AT AT Industrie AT

overige PFAS (µg/kg ds)

0,9

1,0

<0,1

0,65

1,2

<0,1

1,7

1,2

Hg (0,2) Pb (38) Zn (78) Ko (13) Cu (58) Mo (2,0) Zn (130) Ko (6,3) Ni (23) Zn (80) PAK(10) (5,4) PCB(7) (21)

1,1

1,4

PFBA (0,17) PFHxA (0,11) PFHpA (0,14) <0,1

1,2

0,75

<0,1

-

-

-

~ ~ Ko (7,2) Mo (1,8) Ni (18) Mo (2,4) a

0,23 0,19 -

<0,1 0,16 -

<0,1 <0,1 -

-

-

-

= geen klasse-bepalende parameter

-

= niet geanalyseerd

~

= geen overschrijdende parameter(s)

AT = altijd toepasbaar

Over het algemeen is de bodem licht tot niet verontreinigd met de onderzochte parameters. In de mengmonsters BG02, BG04, BG05 en BG06 zijn lichte verontreinigingen in de bovengrond aangetoond met enkele zware metalen, PAK en/of PCB. De ondergrond, met uitzondering van OG3, voldoet aan de achtergrondwaarde en is beoordeeld als ‘altijd toepasbaar’. De bodem van OG3 overschrijdt de achtergrondwaarde en is beoordeeld als ‘klasse industrie’ vanwege lichte verontreinigingen met enkele zware metalen.

rps.nl Ref.: NL202005637-R20-395 | 15 mei 2020 Pagina 21 van 27

In alle (onderzochte) mengmonsters zijn gehalten aan PFOA en PFOS aangetoond. De gehalten aan PFOA en/of PFOS in de bovengrond overschrijden de tijdelijke achtergrondwaarden voor betreffende stoffen. De grond mag derhalve alleen elders toegepast worden als grond van de bodemkwaliteitsklasse wonen of industrie. In de ondergrond zijn gehalten aan PFOA en/of PFOS aangetoond die de detectiegrens overschrijden maar niet de tijdelijke achtergrondwaarden voor betreffende stoffen. Hierdoor wordt toepassing elders door de aanwezigheid van PFAS niet beperkt. Alleen in mengmonster BG03 zijn overige PFAS verbindingen aangetoond die de detectiegrens overschrijden. Op basis van de analyseresultaten wordt gesteld dat bij werkzaamheden geen aanvullende arbeidshygiënische veiligheidsmaatregelen genomen hoeven worden (CROW 400). Er kan worden volstaan met de basishygiëne.

5.4

Resultaten en interpretatie actualisatieonderzoek zink

In de onderstaande tabel zijn de toetsingsresultaten van de ‘zink spot’ samengevat. Tabel 5.8: samenvatting analyseresultaten grondmonsters ‘zinkspot’ (meng) Wbb monster 100-1 101-1 102-1 103-1 104-1 ~

>interventiewaarde <achtergrondwaarde >interventiewaarde <achtergrondwaarde <achtergrondwaarde

overschrijdende parameter(s) Zn (1.000) ~ Zn (410) ~ ~

= geen overschrijdende parameter(s)

Ter plaatse van de zink ‘spot’ is in de toplaag (0,0-0,20 m-mv) van boring 100 en 102 een sterk verhoogd gehalte (overschrijding interventiewaarde) aan zink aangetroffen. In de bodem van de overige monsters zijn geen verhoogde gehalten aan zink gemeten. De overschrijding van de interventiewaarde voor zink in monster 100-1 en 102-1 geeft aanleiding tot het uitvoeren van een afperkend bodemonderzoek. De opzet en resultaten hiervan zijn in hoofdstuk 6 uitgewerkt.

5.5

Resultaten en interpretatie grondwateronderzoek

In het grondwater zijn overschrijdingen van de toetsingswaarden conform de Wbb aangetoond. In de onderstaande tabel zijn de toetsingsresultaten samengevat. tabel 5.9: samenvatting toetsingsresultaten grondwatermonsters monster

filterstelling

overschrijding Wbb

kritische parameters

<streefwaarde <streefwaarde <streefwaarde >streefwaarde

Mo (9,6) Zn (82)

(m-mv) 01-1-1 02-1-1 03-1-1 04-1-1

2,0 - 3,0 1,7 - 2,7 1,6 - 2,6 2,0 - 3,0

In de geanalyseerde grondwatermonsters zijn, met uitzondering van monster 04-1-1 (>streefwaarde), geen verhoogde gehalten gemeten. Alleen in monster 04-1-1 zijn licht verhoogde gehalten aan molybdeen en zink aangetoond. Vermoedelijk zijn dit van nature voorkomende stoffen met verhoogde achtergrondwaarden.

rps.nl Ref.: NL202005637-R20-395 | 15 mei 2020 Pagina 22 van 27

5.6

Resultaten onderzoek asbest-in-grond

Het analysecertificaat van het asbest-in-grondmonster is opgenomen in bijlage 4. In het geanalyseerde asbest-in-grondmonster is geen asbest aangetoond. Doordat er ook geen materiaalmonster uit de grove fractie is samengesteld, is gesteld dat de puinhoudende grond niet-asbesthoudend is.

5.7

Resultaten en interpretatie verkennend waterbodemonderzoek

In tabel 5.10 zijn de analyseresultaten van het verkennend waterbodemonderzoek samengevat. Tabel 5.10: overzicht gemeten overschrijdingen in de waterbodemmonsters (meng) klasse kritische parameter klasse landbodem kritische parameter verspreiden aangrenzend monster waterbodem perceel MM-SL

A

MM-VB

B

AT

Hg (0,18) Pb (62) Zn (130) PAK(10) (5,28) PCB(101) (2,3) Ko (15) Mo (5,6) Ni (36)

wonen

Hg (0,18) Pb (62) Zn (130) PAK(10) (5,28)

verspreidbaar

NT >I

Ni (36)

-

= Altijd toepasbaar

NT>I = Niet toepasbaar overschrijding interventiewaarde * Geen klasse-bepalende parameter

De sliblaag is beoordeeld als ‘klasse A’ voor toepassing in oppervlaktewater en is beoordeeld als ‘klasse wonen’ voor toepassing in/op landbodem. Verder is de sliblaag verspreidbaar op aangrenzend perceel. De vaste bodem is beoordeeld als ‘klasse B’ voor toepassing in oppervlaktewater en is beoordeeld als ‘nooit toepasbaar’ op landbodem. In de vaste bodem wordt de interventiewaarde voor nikkel overschreden. Op basis van de analyseresultaten wordt gesteld dat bij uitvoering van baggerwerkzaamheden geen aanvullende arbeidshygiënische veiligheidsmaatregelen genomen hoeven worden (CROW 400).

rps.nl Ref.: NL202005637-R20-395 | 15 mei 2020 Pagina 23 van 27

6

AFPERKEND ONDERZOEK

6.1

Afperkend onderzoek fase 1

De overschrijding van de interventiewaarde voor zink in monster 100-1 en 102-1 heeft aanleiding gegeven tot het uitvoeren van een vervolg (afperkend) bodemonderzoek. Een en ander teneinde vast te stellen of op de locatie al dan niet sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Er is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging wanneer op de locatie meer dan 25 m3 grond sterk verontreinigd is. In het afperkend onderzoek zijn rondom boring 102 twee raaien (allen op 3,5m afstand van elkaar) met boringen verricht om de verontreinigingssituatie in horizontale richting af te kunnen perken. Er zijn direct voldoende boringen gezet (nrs. 105 t/m 117) en monsters genomen zodat bij een ongunstige uitslag direct een aanvullend laboratoriumonderzoek kan worden ingezet. Ten behoeve van de verticale afbakening (verificatie) is boring 100 herplaatst. De bodemlaag vanaf 0,2 mmv wordt hier geanalyseerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Teylingen&id=c5ba2ef9-50e4-46b0-bdde-81667ef05def