Bijlage B3 Impactanalyse Polderclusters VRHM def_2.docx - IBijlage B3 Impactanalyse Polderclus
Tekst van het document
Groen: droge verdieping(en) Rood: geen verdiepingen
Afbeelding 12 – bebouwing begane grond en bebouwing met verdieping
7 mei 2019 Pagina 35
6 Overzicht polderclusters met pijnpunten 6.1 Pijnpunten polderclusters Ieder poldercluster heeft zijn eigen kenmerken, deze kenmerken spelen een rol bij de impact van een overstroming. Dit geldt ook voor de aanwezige infrastructuur in een clusterpolder. Immers; hoe meer (vitale) infrastructuur getroffen wordt, hoe groter de (keten)effecten. Om naar de pijnpunten van de verschillende polderclusters te kunnen kijken, zijn alle kenmerken van de polderclusters naast elkaar gezet en is uiteindelijk naar een totale impact gekeken. Daarbij zijn de diverse effecten van de polderclusters gewogen. Belangrijke indicatoren bij de weging van de totale impact zijn geweest: inrichting gebied, tijdsverloop, waterdiepte, uitval (vitale) infrastructuur, grootte effectgebied en leefbaarheid. Dit alles heeft geresulteerd in een VRHM impactclassificatie van de polderclusters. Poldercluster 1 klein
2 klein
3 groot
4 klein
diep
minder diep
minder diep
minder diep
mengvorm
mengvorm
mengvorm
stedelijk
nee
ja
ja
nee
snel
snel*
langzaam
gemiddeld
verticaal & zeer beperkt horizontaal
verticaal & horizontaal
verticaal & horizontaal
verticaal & beperkt horizontaal
Handelingsperspectief
klein
gemiddeld*
groot
gemiddeld
Groter potentieel effectgebied
beperkt
ja, voor VRK
beperkt
beperkt
mogelijk
ja, beperkt
Oppervlakte polder Polderdiepte Stedelijk / landelijk gebied Polderkade / duiker Tijdsverloop overstroming Evacuatiestrategie
Uitval (vitale) infrastructuur Watervrij in dagen
Leefbaarheid effectgebied Impactclassificatie VRHM
34
Ja volledig/beperkt* 44
hoog
gemiddeld
ja, volledig
38 14 onleefbaar (acuut) Onleefbaar onleefbaar (acuut) levensbedreigend onleefbaar (acuut) (acuut) levensbedreigend landelijk gebied, levensbedreigend levensbedreigend* stedelijk gebied overlast laag
gemiddeld
* afhankelijk van breslocatie
Poldercluster 1 bijvoorbeeld bestaat voor een groot deel uit stedelijk gebied, stroomt snel (>2 meter) vol, het gebied is onleefbaar en er is weinig tijd/mogelijkheden voor bewoners om te handelen of schade te beperken. Daarom is dit cluster ingedeeld in impactclassificatie hoog.
7 mei 2019 Pagina 36
6.2 Aandachtspunten per veiligheidsketen Pro-actie en preventie fase Bij een aantal scenario’s wordt het gebied voor langere tijd onleefbaar. Mensen kunnen slechts voor korte tijd schuilen en toegangswegen hebben maar een beperkte capaciteit. Het vooraf opstellen van een evacuatiestrategie en het communiceren van een handelingsperspectief, dragen bij aan een betere voorbereiding van mensen die in het gebied wonen en werken. Om de gevolgen van overstromingen te beperken kan ook naar de ruimtelijke inrichting van het gebied gekeken worden. Dit zou op langere termijn in het bredere thema klimaatadaptie opgepakt moeten worden. Op korte termijn kan er al via risicoadvisering aan verdere bewustwording gewerkt worden en kan het thema overstromingen meegenomen worden bij het beoordelen van ruimtelijke plannen. Acute fase Vooral het tijdstip waarop de overstroming plaats vindt, de exacte locatie van de bres, de snelheid waarmee de bres wordt opgemerkt en de mogelijkheden om het overstroomde gebied te beperken, bepalen waar de aandacht in de responsfase naar uit gaat. Algemene aandachtspunten zijn: - Uitwisseling van (actuele) informatie vanuit ketenpartners is tijdens responsfase cruciaal om een volledig beeld te krijgen en omvang (keten)effecten in te kunnen schatten.
- Prioriteit ligt bij (preventieve) maatregelen die Hoogheemraadschap Rijnland kan nemen om overstromingsgebied te beperken. - Bij een overstroming poldercluster 1 en 2 is het effectgebied waarschijnlijk groter dan VRHM, hier zal samenwerking met VR Kennemerland moeten worden gezocht. - Alarmering via WAS-palen is voor beperkte tijd mogelijk, ook andere (alarmering) en communicatiemiddelen zijn gezien uitval of overbelasting infrastructuur beperkt aanwezig. - Continuïteit hulpdiensten en gemeente staat onder druk (beschikbaarheid personeel, bereikbaarheid gebied, onderlinge communicatie). Dit vraagt veerkracht van hulpdiensten en gemeentelijke organisatie(s). - Schuilen is voor beperkte tijd mogelijk en vraagt de nodige veerkracht van bewoners. - Redding zal zo spoedig mogelijk in gang moeten worden gezet, hier is voldoende capaciteit voor nodig. - Prioriteit redding minder zelfredzamen, bieden van gezondheidszorg en opvangen slachtoffers. - In poldercluster 4 is Croda gevestigd, in dit bedrijf liggen toxische stoffen opgeslagen. Omdat deze stoffen in het oppervlaktewater en bodem terecht kunnen komen, kan DCMR Milieudienst Rijnmond bij een (potentiële) overstroming betrokken worden. Recovery fase Algemene aandachtspunten zijn: - Leegpompen en schoonmaken gebied. - Bergen eventueel dodelijke slachtoffers. - Emotionele nazorg bieden aan slachtoffers overstroming.
- (Tijdelijke) huisvesting voor mensen die niet op korte/lange termijn terug naar eigen woning kunnen. - Verwijderen en afvoeren dode dieren door destructiebedrijf. - Herstel (vitale) infrastructuur en sociale voorzieningen. - Herstel schade door milieuvervuiling. - Aandacht voor juridische afhandeling van bijvoorbeeld schadeclaims. - Herstel cultureel erfgoed en natuur.
7 mei 2019 Pagina 37
Bijlage 1. Kaart met clustergebieden polders
7 mei 2019 Pagina 38
Bijlage 2. Waterdieptekaart na 24 uur poldercluster 1
7 mei 2019 Pagina 39
Bijlage 3. Waterdieptekaart na 24 uur poldercluster 2
Grietpolder (scenario Ringvaart)
Vriesekoopschepolder (scenario Westeinderplassen)
7 mei 2019 Pagina 40
Bijlage 4. Waterdieptekaart na 24 uur poldercluster 3
7 mei 2019 Pagina 41
Bijlage 5. Waterdieptekaart na 24 uur poldercluster 4
7 mei 2019 Pagina 42
Bijlage 6. Gebiedspecifieke informatie
Informatie Stedin: infrastructuur Korte Akkeren (Uitval transformatoren in rood aangegeven)
7 mei 2019 Pagina 43