Bijlage 6 Bijlage 2 bij toelichting- aanvullend bodemonderzoek.pdf
Tekst van het document
Menneweg 14-16 te Sassenheim Aanvullend bodemonderzoek
Kenmerk Datum
: 1902M340/JHA/rap1 : 28 maart 2019
Opdrachtgever : Dhr. G.T. Lamboo Teylingerlaan 94 2215 RT Voorhout
Goedkeuring
Datum
Dhr. J. van Haaster BBE (Adviseur)
Opsteller, auteur
28-03-2019
Dhr. ir. A. van Dortmont (Senior projectleider)
2e lezerschap, vrijgave rapportage
28-03-2019
Handtekening
BRL SIKB 2000 VKB-protocol 2001
INHOUDSOPGAVE 1.
INLEIDING ............................................................................................................................. 3
2.
TERREINGEGEVENS EN ONDERZOEKSOPZET .............................................................. 4 2.1
AFBAKENING ONDERZOEKSGEBIED ....................................................................... 4
2.2
RESULTATEN VOORGAAND BODEMONDERZOEK ................................................. 5
2.3
ONDERZOEKSOPZET ................................................................................................. 5
3.
VELDONDERZOEK .............................................................................................................. 6 3.1
UITVOERING VELDONDERZOEK ............................................................................... 6
3.2
UITVOERING LABORATORIUMONDERZOEK ........................................................... 7
3.3
BESPREKING ONDERZOEKSRESULTATEN ............................................................. 8
3.4
INTERPRETATIE ........................................................................................................ 10
4.
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ............................................................................... 11
5.
BETROUWBAARHEID ....................................................................................................... 12
Bijlagen 1 1.1 1.2
Kaarten en tekeningen Topografische kaart Situatietekening
2.
Fotoreportage
3.
Formulieren veldonderzoek
4.
Boorstaten en legenda
5.
Analysecertificaat grond
6.
Toetsingstabel grond
7.
Rapportage voorgaand onderzoek
1902M340/JHA/rap1 Pagina 2 van 12
1.
INLEIDING
In opdracht van de heer G.T. Lamboo is een aanvullend milieukundig bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de locatie Menneweg 14-16 te Sassenheim. Aanleiding en doelstelling Het onderzoek is uitgevoerd vanwege de in het voorgaand bodemonderzoek van IDDS, d.d. 29-11-2018 (rapport kenmerk 1810L953/JSM/rap1) vastgestelde verontreiniging met nikkel. Doelstelling van het aanvullend onderzoek is het vaststellen of ter plaatse van de locatie sprake is van een saneringsnoodzaak. Hiertoe dient de omvang van de verontreiniging met nikkel in de bodem te worden vastgesteld. Op basis hiervan kan worden vastgesteld of ter plaatse van de onderzoekslocatie sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Verklaring onafhankelijkheid Uit oogpunt van onafhankelijkheid verklaart IDDS geen eigenaar te zijn, of in de nabije toekomst te worden, van het terrein waarop het bodemonderzoek en de advisering betrekking heeft. Leeswijzer De terreingegevens, een samenvatting van voorgaand bodemonderzoek en de opzet van onderhavig onderzoek, zijn in hoofdstuk 2 beschreven. Een beschrijving van de bodemopbouw en de resultaten van zowel het zintuiglijk als het chemisch onderzoek, alsmede de toetsing en interpretatie aan het vanuit de wet- en regelgeving vigerende toetsingskader, zijn weergegeven in hoofdstuk 3.
Op basis van de verzamelde onderzoeksresultaten is chemische bodemkwaliteit van de locatie beoordeeld. Deze beoordeling is ondergebracht in hoofdstuk 4 (conclusies en aanbevelingen). Daarnaast worden aanbevelingen gedaan met betrekking tot eventueel te nemen vervolgstappen. In hoofdstuk 5 is de betrouwbaarheid van het onderzoek toegelicht.
1902M340/JHA/rap1 Pagina 3 van 12
2.
TERREINGEGEVENS EN ONDERZOEKSOPZET
2.1
AFBAKENING ONDERZOEKSGEBIED
De globale ligging van de onderzoekslocatie is weergegeven op de overzichtskaart, welke in bijlage 1.1 is opgenomen. In tabel 2.1 is de afbakening van het onderzoeksgebied weergegeven. TABEL 2.1: Afbakening onderzoeksgebied Bronnen Adres
Menneweg 14-16
Plaats
Sassenheim
Gemeente
Teylingen
Provincie
Zuid-Holland
RD-coördinaten
Omschrijving: globaal middelpunt onderzoekslocatie
#1
X: 96.075 Kadastraal
#2
Y: 470.732
Gemeente
: Sassenheim
Sectie
:A
Nummers
: 9286 en 9287
#3
Hoogte maaiveld
Circa – 0,10 m NAP
Oppervlaktes (m²)
Circa 1.400
totaal
#3
Circa 360
bebouwd
#5
Circa 300
verhard (tegels)
Noord
Wonen met tuin
Oost
Kinderdagverblijf
Zuid
Wonen met tuin
West
Wonen met tuin
Belendingen
#4
#1: www.teylingen.nl #2: www.nak.nl #3: perceelloep.nl #4: www.ahn.nl #5: bagviewer.kadaster.nl
1902M340/JHA/rap1 Pagina 4 van 12
2.2
RESULTATEN VOORGAAND BODEMONDERZOEK
Ter plaatse van de onderzoekslocatie is (recent) een milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek uitgevoerd door IDDS, d.d. 29-11-2018 (rapport kenmerk 1810L953/JSM/rap1). In betreffend onderzoek wordt geconcludeerd dat de bovengrond ter plaatse van boring 02 sterk verontreinigd is met nikkel. De overige bovengrond is hooguit licht verontreinigd met zware metalen en minerale olie. De ondergrond is niet verontreinigd. Het grondwater is plaatselijk licht verontreinigd met molybdeen. Betreffend voorgaand bodemonderzoek is weergegeven in bijlage 7.
2.3
ONDERZOEKSOPZET
Voor het bepalen van de omvang van de verontreiniging met nikkel, richt het onderzoek zich op het vaststellen van het voorkomen van de verontreiniging in zowel het horizontale als het verticale vlak. Ter plaatse van de locatie van boring 02 uit voorgaand onderzoek van IDDS, d.d. 29-11-2018 (rapport kenmerk 1810L953/JSM/rap1) wordt één boring tot 1,5 m-mv geplaatst. De ondergrond wordt vervolgens geanalyseerd op het gehalte nikkel om de verontreiniging met nikkel in verticale mate af te kunnen perken. In de nabije omgeving van boring 02 uit voorgaand onderzoek van IDDS, d.d. 29-11-2018 (rapport kenmerk 1810L953/JSM/rap1) worden een vijftal boringen tot 1,5 m-mv geplaatst. De bovengrondmonsters van betreffende boringen worden vervolgens geanalyseerd op de gehalten nikkel om de verontreiniging met nikkel in horizontale mate af te kunnen perken.
1902M340/JHA/rap1 Pagina 5 van 12
3.
VELDONDERZOEK
3.1
UITVOERING VELDONDERZOEK
Een samenvatting van de tijdens het veldonderzoek uitgevoerde werkzaamheden is opgenomen in tabel 3.1. De posities van de genoemde meetpunten zijn weergegeven op de situatietekening, welke in bijlage 1.2 is opgenomen. Ter illustratie is in bijlage 2 een fotoreportage opgenomen. TABEL 3.1: Samenvatting veldonderzoek Uitvoeringsperiode 18-03-2019 Uitvoerende partij
VeldXpert
BRL SIKB / VKB protocol*
BRL SIKB 2000 VKB protocol 2001
Onderzoeksaspect
Menneweg 14-16 (aanvullend onderzoek nikkel)
Meetpunten Type
Diepte [m-mv]
Aantal
Boring
1,5
6
Codering
Bijzonderheden
101 t/m 106
Geen bijzonderheden
Uitvoeringswijze Tijdens het veldonderzoek is niet afgeweken van de beoordelingsrichtlijn. Het veldverslag met daarin de gegevens van het veldwerkbureau en de namen van de veldwerkers is opgenomen in bijlage 3. Het procescertificaat en het hierbij behorende keurmerk zijn van toepassing op de activiteiten met betrekking tot het veldonderzoek en de overdracht van de monsters, inclusief de daarbij behorende veldwerkregistratie aan een erkend laboratorium of aan de opdrachtgever. Uit oogpunt van onafhankelijkheid verklaart IDDS geen eigenaar te zijn van het terrein waarop het bodemonderzoek en de advisering betrekking heeft. Tijdens het verrichten van het veldonderzoek is de bodem zintuiglijk beoordeeld op de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen en is de bodemopbouw beschreven. Bodemopbouw Per meetpunt is de texturele, minerale en organische samenstelling van de bodem nauwkeurig beschreven. Op basis van deze beschrijving is per meetpunt een boorstaat vervaardigd. De boorstaten zijn opgenomen in bijlage 4. De globale opbouw van de bodem ter plaatse van de gehele onderzoekslocatie, gebaseerd op de boorstaten, bestaat vanaf het maaiveld tot de geboorde diepte van circa 1,5 m-mv uit matig fijn zand.
Zintuiglijk waargenomen bijzonderheden Het opgeboorde bodemmateriaal is visueel geïnspecteerd op afwijkingen en op het voorkomen van bodemvreemde bijmengingen die kunnen duiden op een mogelijke verontreiniging van de bodem. Het materiaal is met name beoordeeld op de aard, grootte en gradatie van voorkomen. Sommige verontreinigingen die in de bodem aanwezig zijn, kunnen aan de geur herkend worden. Benadrukt dient te worden dat, indien tijdens de veldwerkzaamheden passieve geurwaarnemingen worden gedaan, deze gekarakteriseerd worden en per boorpunt worden beschreven. Indien er sprake is van afwijkingen en/of bijmengingen zijn deze, per meetpunt en per bodemlaag, aangegeven in de boorstaten, welke zijn opgenomen in bijlage 4. Op basis van de boorstaten blijkt dat ter plaatse van boring 102 zintuiglijk sporen baksteen zijn aangetroffen. In de overige boringen zijn geen bijmengingen met bodemvreemde materialen aangetroffen. 1902M340/JHA/rap1 Pagina 6 van 12
Asbest Het veldonderzoek is uitgevoerd door veldwerkers welke zijn opgeleid voor het herkennen van asbestverdachte materialen. Tijdens de uitvoering van het bodemonderzoek is het maaiveld van de onderzoekslocatie, evenals het opgeboorde en vrijgegraven bodemmateriaal visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen (fractie > 20 mm). Indien asbestverdacht materiaal is aangetroffen is dit, per boorpunt en per bodemlaag, aangegeven in de boorstaten, welke zijn opgenomen in bijlage 4. Op basis van de visuele inspectie op asbest blijkt dat op het maaiveld en in de grond geen asbestverdacht materiaal (fractie > 20 mm) is aangetroffen.
3.2
UITVOERING LABORATORIUMONDERZOEK
Voor de verrichting van het chemisch onderzoek zijn de monsters overgebracht naar een (RvA) geaccrediteerd en AS3000 erkend laboratorium. De naam en contactgegevens van het betreffende laboratorium, alsmede de data waarop de monstervoorbehandeling en het analytisch onderzoek is uitgevoerd, zijn aangegeven op het analysecertificaat, welke in bijlage 5 is opgenomen. Analysestrategie Ten behoeve van het afbakenen van de verontreiniging met nikkel in het verticale vlak is ter plaatse van boring 102 een grondmonster van de ondergrond (0,5 – 1,0 m-mv) geanalyseerd op het gehalte nikkel. Boring 102 is direct naast boring 02 geplaatst uit voorgaand onderzoek van IDDS, d.d. 29-11-2018 (rapport kenmerk 1810L953/JSM/rap1). Ten behoeve van het afbakenen van de verontreiniging met nikkel in het horizontale vlak zijn van boringen 101, 103, 104, 105 en 106 de separate bovengrondmonsters geanalyseerd op de gehalten nikkel. In tabel 3.4 is een overzicht gegeven van de monsters, waar van toepassing de monstersamenstelling, de monstertrajecten en de uitgevoerde analyses. Ten behoeve van de toetsing van de analyseresultaten zijn van alle grondmonsters de percentages lutum en/of organische stof bepaald.
1902M340/JHA/rap1 Pagina 7 van 12
3.3
BESPREKING ONDERZOEKSRESULTATEN
De resultaten van de chemische analyses zijn weergegeven op het analysecertificaat, welke in bijlage 5 is opgenomen. De analyseresultaten zijn, waar van toepassing, getoetst middels de Bodem Toets en Validatieservice (BoToVa). De toetsingstabellen zijn opgenomen in bijlage 6. Wet bodembescherming (Wbb) Voor de interpretatie van de resultaten van de chemische analyses van de grondmonsters zijn de meet-waarden, conform bijlage G van de Regeling bodemkwaliteit, gecorrigeerd voor de gemeten percentages lutum en/of organische stof. De gecorrigeerde meetwaarden zijn vergeleken met het toetsingskader van de Wet bodembescherming. Dit toetsingskader bestaat uit de achtergrondwaarden, zoals opgenomen in bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit, en de interventiewaarden, zoals opgenomen in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 (Staatscourant nr. 16675, 27 juni 2013). Naast het wettelijk kader zijn de gecorrigeerde meetwaarden getoetst aan de tussenwaarden, zijnde het rekenkundig gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarden voor de betreffende stof. Indien de gecorrigeerde meetwaarde voor één of meerdere stoffen de tussenwaarde overschrijdt kan in potentie sprake zijn van een geval van ernstige bodemverontreiniging (Handhavingsuitvoeringsmethode Wbb, versie 7.5 van het SIKB) en is het uitvoeren van nader bodemonderzoek in veel gevallen noodzakelijk. In tabel 3.4.
zijn de resultaten van het veld- en laboratoriumonderzoek opgenomen alsmede de resultaten van de uitgevoerde toetsingen. <AW / <S niet verontreinigd: het gehalte / de concentratie is lager dan of gelijk aan de achtergrond-waarde (grond), dan wel de rapportagegrens; >AW / >S licht verontreinigd: het gehalte overschrijdt de achtergrondwaarde (grond) en is lager dan of gelijk aan de tussenwaarde, zijnde licht verontreinigd; >T matig verontreinigd: het gehalte overschrijdt de tussenwaarde en is lager dan of gelijk aan de interventiewaarde; >I sterk verontreinigd: het gehalte overschrijdt de interventiewaarde.
1902M340/JHA/rap1 Pagina 8 van 12
TABEL 3.4: Overzicht monsters, monstersamenstelling, analyses en toetsingsresultaten Monstercodes, deelmonsters en Matrix en eventuele Analyse bodemlagen bijzonderheden (bodemlagen in cm-mv)
Toetsingsresultaten (GSSD) Wbb > AW / > S (licht verhoogd)
>T (matig verhoogd)
>I (sterk verhoogd)
Verkennend bodemonderzoek Menneweg 14-16 (2018) Bovengrond
M01: 01(5-50)+02(0-20)+03(5-50)+ 04(5-50)+05(0-50)
Zand; geen bijzonderheden
NEN 5740 grond
Koper Lood Molybdeen Zink Minerale olie
41 85 3,2 261 500
-
Nikkel
Bovengrond
M02: 06(0-30)+07(0-50)+08(030)+ 09(0-30)+10(0-30)
Zand; geen bijzonderheden
NEN 5740 grond
Lood
85
-
-
Ondergrond
M03: 01(150-200)+06(130180)+ 07(150-200)+10(70-120)
Zand; geen bijzonderheden
NEN 5740 grond
-
-
-
Ondergrond
M04: 03(50-80)+05(50-80)+ 09(30-80)
Klei; geen bijzonderheden
NEN 5740 grond
-
-
-
Grondwater
01 (150-250)
Grondwater; geen bijzonderheden
NEN 5740 grondwater
-
-
-
Grondwater
02 (150-250)
Grondwater; geen bijzonderheden
NEN 5740 grondwater
Molybdeen
-
-
Bovengrond
01.1 (5-50)
Zand; geen bijzonderheden
Nikkel
-
-
-
Bovengrond
02.1 (0-20)
Zand; geen bijzonderheden
Nikkel
-
-
Nikkel
Bovengrond
03.1 (5-50)
Zand; geen bijzonderheden
Nikkel
-
-
-
Bovengrond
04.1 (5-50)
Zand; geen bijzonderheden
Nikkel
-
-
-
Bovengrond
05.1 (0-50)
Zand; geen bijzonderheden
Nikkel
-
-
-
5,3
Aanvullend bodemonderzoek Menneweg 14-16 (2019) Bovengrond
101-1: 101 (10-50)
Zand, geen bijzonderheden
Nikkel
-
-
-
Ondergrond
102-2: 102 (50-100)
Zand, geen bijzonderheden
Nikkel
-
-
-
Bovengrond
103-1: 103 (0-50)
Zand, geen bijzonderheden
Nikkel
-
-
-
Bovengrond
104-2: 104 (10-50)
Zand, geen bijzonderheden
Nikkel
-
-
-
Bovengrond
105-2: 105 (10-50)
Zand, geen bijzonderheden
Nikkel
-
-
-
Bovengrond 106-2: 106 (10-50) -: Geen overschrijdingen
Zand, geen bijzonderheden
Nikkel
-
-
-
1902M340/JHA/rap1 Pagina 9 van 12
114
117
3.4
INTERPRETATIE
Op basis van de onderzoeksresultaten kan het volgende worden gesteld: De grond ter plaatse van de onderzoekslocatie is opgebouwd uit zand. In de bovengrond zijn ter plaatse van boring 102 zintuiglijk sporen baksteen aangetroffen. In de overige boringen zijn geen bijmengingen met bodemvreemde materialen aangetroffen. Horizontale afbakening In de bovengrondmonsters (0,0 – 0,5 m-mv) van boringen 101, 103, 104, 105 en 106 zijn geen verhoogde gehalten nikkel aangetoond. Het voorkomen van de verontreiniging met nikkel is in het horizontale vlak afdoende afgebakend. Verticale afbakening In het ondergrondmonster (0,5 – 1,0 m-mv) van boring 102 is geen verhoogd gehalte nikkel aangetoond. Het voorkomen van de verontreiniging met nikkel is in het verticale vlak afdoende afgebakend. Op basis van de onderzoeksresultaten van onderhavig onderzoek en voorgaand verkennend bodemonderzoek van IDDS, d.d. 29-11-2018 (kenmerk 1810L953/JSM/rap1) is het gehalte nikkel enkel sterk verhoogd aangetoond in boring 02 op een diepte van 0,0 – 0,5 m-mv. Er is, ingevolge de Wet bodembescherming, sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging indien een volume groter dan 25 m 3 grond is verontreinigd in een gemiddelde concentratie groter dan de interventiewaarde.
Op basis van de resultaten van onderhavig onderzoek is ons inziens aangetoond dat het volumecriterium voor grond niet overschreden wordt en dat vanuit de Wet bodembescherming geen sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging.
1902M340/JHA/rap1 Pagina 10 van 12
4.
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
In opdracht van de heer G.T. Lamboo is een aanvullend milieukundig bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de locatie Menneweg 14-16 te Sassenheim. Aanleiding en doelstelling Het onderzoek is uitgevoerd vanwege de in het voorgaand bodemonderzoek van IDDS, d.d. 29-11-2018 (rapport kenmerk 1810L953/JSM/rap1) vastgestelde verontreiniging met nikkel. Doelstelling van het aanvullend onderzoek is het vaststellen of ter plaatse van de locatie sprake is van een saneringsnoodzaak. Hiertoe dient de omvang van de verontreiniging met nikkel in de bodem te worden vastgesteld. Op basis hiervan kan worden vastgesteld of ter plaatse van de onderzoekslocatie sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Conclusies Op basis van de onderzoeksresultaten van onderhavig onderzoek en voorgaand verkennend bodemonderzoek van IDDS, d.d. 29-11-2018 (kenmerk 1810L953/JSM/rap1) is ons inziens, geen sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Bij handhaving van het huidige gebruik zijn vanuit de Wet bodembescherming geen saneringsmaatregelen noodzakelijk. Geadviseerd wordt onderhavige rapportage bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor te leggen aan het bevoegd gezag, zijnde gemeente Teylingen, om na te gaan of zij kunnen instemmen met de onderzoeksresultaten en bovengenoemde conclusies. IDDS Milieu Noordwijk (ZH)
1902M340/JHA/rap1 Pagina 11 van 12
5.
BETROUWBAARHEID
Het onderhavige onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen geaccepteerde inzichten en methoden. Echter, een bodemonderzoek is gebaseerd op het nemen van een beperkt aantal monsters en chemische analyses. IDDS streeft naar een zo groot mogelijke representativiteit van het onderzoek. Toch blijft het mogelijk dat lokaal afwijkingen in de milieuhygiënische kwaliteit of opbouw van het bodemmateriaal voorkomen, ten opzichte van de in onderhavig rapport beschreven situatie. IDDS acht zich niet aansprakelijk voor eventuele schade die als gevolg van deze afwijkingen zou kunnen ontstaan. Hierbij dient tevens te worden gewezen op het feit dat het uitgevoerde onderzoek een momentopname is. Beïnvloeding van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (grond en grondwater) zou plaats kunnen vinden na uitvoering van dit onderzoek door, bijvoorbeeld het bouwrijp maken van de locatie, het aanvoeren van grond van elders, toevoeging van bodemvreemde materialen of het naar de onderzoekslocatie verspreiden van verontreinigingen van verder gelegen terreinen via het grondwater. Naarmate de periode tussen de uitvoering van het onderzoek en het gebruik van de resultaten langer wordt, zal meer voorzichtigheid betracht moeten worden.
In veel gevallen hanteren de beoordelende instanties termijnen (doorgaans maximaal 3 jaar voor een bedrijfslocatie en maximaal 5 jaar voor een woonlocatie) waarbinnen de onderzoeksresultaten representatief worden geacht te zijn. Bij het gebruik van de resultaten van dit onderzoek dient het doel van het onderzoek goed in ogenschouw te worden genomen. Zo zullen de resultaten van een onderzoek naar het voorkomen en/of verspreiding van één specifieke verontreinigende stof geen uitsluitsel bieden omtrent de aanwezigheid aan verhoogde concentraties van overige, niet onderzochte verontreinigende stoffen.
1902M340/JHA/rap1 Pagina 12 van 12
BIJLAGE 1 1.1 OVERZICHTSKAART 1.2 SITUATIETEKENING
N
0
250
500
750
1000m
Omschrijving
Ligging onderzoekslocatie
locatie aanduiding
Bijlage nr. integrale expertise bij ruimtelijke ontwikkeling IDDS 's-Gravendijckseweg 37 2201 CZ Noordwijk IDDS.NL
Postbus 126 2200 AC Noordwijk info@idds.nl T 071 - 402 85 86
1.1 Formaat: Schaal:
A4 1:25000
41 75
Legenda Projectlocatie L
Bebouwing
2
Elektra
L
L
75
42
A9286
7482
Kadastraal nummer
Data
D
14-18 Huisnummer Menneweg Straatnaam
4 L
D
Gas
L
Water
D L
X
D
6
L
73
L
n
op or
08
To
L
D
D
07
DL
09
7
75
42
814 43 75
6
73d
08
8
Ch
nd
gri
els
09 105
10
104
14-
106
s
teg
ga 05
1
els
16a
teg
01 16b
9287
D
8195
18
3
D
8788
06
8787 8196
7969
7
L DL
8197
8198
8199
9359
9
5
9411
gh n Go
n Va
gh Go
L
Va
8
laa
n
L
laa
n
106
D
L
s
101 16
03 els
10
L
L
DL
L
9286
teg
103 02 102
ton
be
105
07
gri
04
nd
104
s
ga
0
D
L
L
s
l ge
a 16
05 te
5
10
15
20m
Maatvoering in meters tenzij anders aangegeven
01 16
06
73-
n
op
ar
L
D
L
9287
7482
laa
or
To ley
14
el
1
D
6 -1
101
2
4
L
L
02 102
75
8
814
103
d in
L
41
9286
ls ge te
D
D
n
gr
g te
L
to
N
D
D
04 be
D
d
in
gr
03
Boring, aanvullend onderzoek
D
C
D
1XX
L
L
ha
y rle
a la
Boring met peilbuis, voorgaand onderzoek
D
8
-7
Boring, voorgaand onderzoek
X
3d
b
3 2 Versie nr.
8788
18-03-2019 HNA Aanvullend bodemonderzoek Datum Get. Wijziging
Opdrachtgever
8787
Dhr.G.T. Lamboo 8195
Projectnummer
18 integrale expertise bij ruimtelijke ontwikkeling IDDS 's-Gravendijckseweg 37 2201 CZ Noordwijk IDDS.NL
3
1902M340
Postbus 126 2200 AC Noordwijk info@idds.nl T 071 - 402 85 86
Locatie Akkoord
7
7969
Getekend: Vrijgegeven:
HNA JHA
Formaat: Schaal: Schaal situatie:
A4 1:500 1:5000
Datum:
14-11-2018
Menneweg 14-16, Sassenheim Omschrijving
BODEMONDERZOEK Tekeningnummer
Versie nr.
Bijlage nr.
Blad nr.
M340-BO-01
1.1
3.1
1/1
N:\IDDS MILIEU\3. PROJECTEN\M001-M999\M340\01 MILIEU - ONDERZOEK\TEKENWERK\M340 JHA.DWG
BIJLAGE 2 FOTOREPORTAGE
Foto 1:
Foto 2:
Foto 3:
Foto 4:
Foto 5:
BIJLAGE 3 RAPPORTAGE MONSTERNEMING
IDDS Milieu s’-Gravendijkseweg 37 2200 AC Noordwijk T.a.v.: J. van Haaster Noordwijk 18-03-2019 Projectnummer: 1902M340 Uw Kenmerk : 1902M340 Betreft project : Menneweg 14 Sassenheim Geachte heer Van Haaster, Hierbij doen wij u de rapportage toekomen betreffende de uitgevoerde werkzaamheden naar aanleiding van uw opdracht op de bovengenoemde locatie. De werkzaamheden zijn uitgevoerd onder het certificaat van VeldXpert van de BRL SIKB 2000. Voor de het plaatsen van de boringen en peilbuizen, nemen van grondmonsters en eventueel inmeten van de boringen tijdens het veldwerk is uitgegaan van VKB-protocol 2001. Het procescertificaat van VeldXpert en het hierbij behorende keurmerk zijn uitsluitend van toepassing op de activiteiten inzake monsterneming en de overdracht van de monsters, inclusief de daarbij behorende veldwerkregistratie, aan een erkend laboratorium of de opdrachtgever. VeldXpert verklaart hierbij geen eigenaar te zijn van de locatie waar de veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd of in de nabije toekomst te worden. Deze rapportage de onderhavige brief samen met - de veldwerktekening, - FV04 Veldwerk verslag - Uitdraai Boorstaten - Foto reportage Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet,
Dirk Lange Planner VeldXpert
BRL SIKB 2000 VKB-protocollen 2001
BIJLAGE 4 BOORSTATEN EN LEGENDA
Boring:
101
Boring:
102
Datum:
18-03-2019
Datum:
18-03-2019
0
0
-10
beton Geen olie-water reactie, Betonboor, Beton Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, sporen roest, geen olie-water reactie, donkerbruin, Edelmanboor
1 50
0
0 1
-50
50
2 100 3
3 -150
150
-150
150
Boring:
103
Boring:
104
Datum:
18-03-2019
Datum:
18-03-2019
0
0 1
tuin Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, geen olie-water reactie, donkerbruin, Edelmanboor
-50
50
Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, geen olie-water reactie, lichtbruin, Edelmanboor
2 100
0
0
1
-10
2
tuin Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, geen olie-water reactie, donkerbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, geen olie-water reactie, lichtbruin, Edelmanboor
50 3 100
3 150
Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, geen olie-water reactie, lichtbruin, Edelmanboor
2
100
tuin Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, sporen baksteen, geen olie-water reactie, donkerbruin, Edelmanboor
4 -150
Projectcode: 1902M340
150
Projectnaam: Menneweg 14 te Sassenheim
-150
Pagina 1 / 2
0
Boring:
105
Boring:
106
Datum:
18-03-2019
Datum:
18-03-2019
0
1
-10
2
tuin Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, geen olie-water reactie, donkerbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, geen olie-water reactie, neutraalbruin, Edelmanboor
50
0
-50
-100
Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, geen olie-water reactie, lichtbruin, Edelmanboor -150
Projectcode: 1902M340
tuin Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, geen olie-water reactie, donkerbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, geen olie-water reactie, lichtbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, geen olie-water reactie, neutraalbruin, Edelmanboor
3
4 150
-10
2 50
3 100
0
1
100 4 150
Projectnaam: Menneweg 14 te Sassenheim
-150
Pagina 2 / 2
Legenda (conform NEN 5104) grind
klei
geur
Grind, siltig
Klei, zwak siltig
Grind, zwak zandig
Klei, matig siltig
geen geur zwakke geur matige geur sterke geur
Grind, matig zandig
Klei, sterk siltig
Grind, sterk zandig
Klei, uiterst siltig
Grind, uiterst zandig
Klei, zwak zandig
uiterste geur
olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie matige olie-water reactie sterke olie-water reactie Klei, matig zandig
Klei, sterk zandig
zand
uiterste olie-water reactie
p.i.d.-waarde >0
Zand, kleiïg
>1 >10 Zand, zwak siltig
>100
leem
>1000
Zand, matig siltig
Leem, zwak zandig
>10000
Zand, sterk siltig
Leem, sterk zandig
monsters geroerd monster
Zand, uiterst siltig
overige toevoegingen zwak humeus
veen Veen, mineraalarm
matig humeus
ongeroerd monster volumering
overig bijzonder bestanddeel
Veen, zwak kleiïg
sterk humeus
Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand
Veen, sterk kleiïg
zwak grindig
Veen, zwak zandig
matig grindig
Veen, sterk zandig
sterk grindig
Gemiddeld laagste grondwaterstand slib
water
peilbuis blinde buis
casing
hoogste grondwaterstand gemiddelde grondwaterstand laagste grondwaterstand zand afdichting bentoniet/mikoliet/klei afdichting
grind afdichting filter
BIJLAGE 5 ANALYSECERTIFICAAT GROND
IDDS Milieu B.V. T.a.v. de heer J. van Haaster Postbus 126 2200 AC NOORDWIJK ZH
Uw kenmerk : 1902M340-Menneweg 14-16 te Sassenheim Ons kenmerk : Project 869763 Validatieref. : 869763_certificaat_v1 Opdrachtverificatiecode : NNKX-QAMV-LXQI-CXGM Bijlage(n) : 3 tabel(len) + 2 bijlage(n)
Amsterdam, 22 maart 2019 Hierbij zend ik u de resultaten van het laboratoriumonderzoek dat op uw verzoek is uitgevoerd in de door u aangeboden monsters. De resultaten hebben uitsluitend betrekking op de monsters, zoals die door u voor analyse ter beschikking werden gesteld. Het onderzoek is, met uitzondering van eventueel uitbesteed onderzoek, uitgevoerd door Eurofins Omegam volgens de methoden zoals ze zijn vastgelegd in het geldende accreditatie-certificaat L086 en/of in de bundel "Analysevoorschriften Eurofins Omegam". De in dit onderzoek uitgevoerde onderzoeksmethoden van de geaccrediteerde analyses zijn in een aparte bijlage als onderdeel van dit analyse-certificaat opgenomen. De methoden zijn, voor zover mogelijk, ontleend aan de accreditatieprogramma's/schema's en NEN- EN- en/of ISO-voorschriften. Ik wijs u erop dat het analyse-certificaat alleen in zijn geheel mag worden gereproduceerd. Ik vertrouw erop uw opdracht volledig en naar tevredenheid te hebben uitgevoerd. Heeft u naar aanleiding van deze rapportage nog vragen, dan verzoek ik u contact op te nemen met onze klantenservice. Hoogachtend, namens Eurofins Omegam,
Ing. J. Tukker Manager productie
Op dit certificaat zijn onze algemene voorwaarden van toepassing. Dit analyse-certificaat mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd.
Eurofins Omegam B.V. H.J.E. Wenckbachweg 120 NL-1114 AD Amsterdam-Duivendrecht Nederland
T +31-(0)20-597 66 80 CSOmegam@eurofins.com www.eurofins.nl
IBAN NL 16 BNPA 0227667980 BIC BNPANL2A BTW nr. NL8139.67.132.B01 KvK nr. 34215654
Tabel 1 van 3 ANALYSECERTIFICAAT Project code Project omschrijving Opdrachtgever
: 869763 : 1902M340-Menneweg 14-16 te Sassenheim : IDDS Milieu B.V.
Monsterreferenties 5914336 = 101-1 101 (10-50) 5914337 = 102-2 102 (50-100) 5914338 = 103-1 103 (0-50) Opgegeven bemonsteringsdatum Ontvangstdatum opdracht Startdatum Monstercode Matrix
: : : : :
Monstervoorbewerking S AS3000 (steekmonster) S gewicht artefact S soort artefact S voorbewerking AS3000
g
18/03/2019 18/03/2019 18/03/2019 5914336 Grond
18/03/2019 18/03/2019 18/03/2019 5914337 Grond
18/03/2019 18/03/2019 18/03/2019 5914338 Grond
uitgevoerd n.v.t. n.v.t. uitgevoerd
uitgevoerd n.v.t. n.v.t. uitgevoerd
uitgevoerd n.v.t. n.v.t. uitgevoerd
Algemeen onderzoek - fysisch S droge stof % S organische stof (gec. voor lutum) % (m/m ds) S lutumgehalte (pipetmethode) % (m/m ds)
91,9 1,2 4,1
82,8 0,6 2,2
89,5 1,9 1,6
Anorganische parameters - metalen S nikkel (Ni) mg/kg ds
5
4
5
Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. - De met een 'Q' gemerkte analyses zijn door RvA geaccrediteerd (registratienummer L086). - De met een 'S' gemerkte analyses zijn door RvA geaccrediteerd (L086) en op basis van het schema AS 3000 erkend. Opdrachtverificatiecode: NNKX-QAMV-LXQI-CXGM
Ref.: 869763_certificaat_v1
Tabel 2 van 3 ANALYSECERTIFICAAT Project code Project omschrijving Opdrachtgever
: 869763 : 1902M340-Menneweg 14-16 te Sassenheim : IDDS Milieu B.V.
Monsterreferenties 5914339 = 104-2 104 (10-50) 5914340 = 105-2 105 (10-50) 5914341 = 106-2 106 (10-50) Opgegeven bemonsteringsdatum Ontvangstdatum opdracht Startdatum Monstercode Matrix
: : : : :
Monstervoorbewerking S AS3000 (steekmonster) S gewicht artefact S soort artefact S voorbewerking AS3000
g
18/03/2019 18/03/2019 18/03/2019 5914339 Grond
18/03/2019 18/03/2019 18/03/2019 5914340 Grond
18/03/2019 18/03/2019 18/03/2019 5914341 Grond
uitgevoerd n.v.t. n.v.t. uitgevoerd
uitgevoerd n.v.t. n.v.t. uitgevoerd
uitgevoerd n.v.t. n.v.t. uitgevoerd
Algemeen onderzoek - fysisch S droge stof % S organische stof (gec. voor lutum) % (m/m ds) S lutumgehalte (pipetmethode) % (m/m ds)
87,6 9,9 2,1
84,6 1,6 2,6
83,0 2,7 <1
Anorganische parameters - metalen S nikkel (Ni) mg/kg ds
4
<4
<4
Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. - De met een 'Q' gemerkte analyses zijn door RvA geaccrediteerd (registratienummer L086). - De met een 'S' gemerkte analyses zijn door RvA geaccrediteerd (L086) en op basis van het schema AS 3000 erkend. Opdrachtverificatiecode: NNKX-QAMV-LXQI-CXGM
Ref.: 869763_certificaat_v1
Tabel 3 van 3 ANALYSECERTIFICAAT Project code Project omschrijving Opdrachtgever
: 869763 : 1902M340-Menneweg 14-16 te Sassenheim : IDDS Milieu B.V.
Opmerkingen m.b.t. analyses Opmerking(en) algemeen Organische stof gehalte (gecorrigeerd voor lutum en vrij ijzer in de vorm van Fe2O3) Het organische stofgehalte is gecorrigeerd voor het in het analysecertificaat gerapporteerde lutumgehalte. Indien het lutumgehalte niet is gerapporteerd is de correctie uitgevoerd met een lutumgehalte van 5,4% (gemiddeld lutumgehalte Nederlandse bodem, AS3010/AS3210, prestatieblad organische stofgehalte in grond/waterbodem). Indien het vrij ijzergehalte is bepaald en groter is dan 5 % m/m, is bij de berekening van het organische stof gecorrigeerd voor dat gehalte aan vrij ijzer.
Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. Opdrachtverificatiecode: NNKX-QAMV-LXQI-CXGM
Ref.: 869763_certificaat_v1
Bijlage 1 van 2 ANALYSECERTIFICAAT Project code Project omschrijving Opdrachtgever
: 869763 : 1902M340-Menneweg 14-16 te Sassenheim : IDDS Milieu B.V.
Barcodeschema's Monstercode Uw referentie
monster
diepte
barcode
5914336
101-1 101 (10-50)
101
0.1-0.5
3241487AA
5914337
102-2 102 (50-100)
102
0.5-1
3241473AA
5914338
103-1 103 (0-50)
103
0-0.5
3241922AA
5914339
104-2 104 (10-50)
104
0.1-0.5
3241480AA
5914340
105-2 105 (10-50)
105
0.1-0.5
3241482AA
5914341
106-2 106 (10-50)
106
0.1-0.5
3241494AA
Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. Opdrachtverificatiecode: NNKX-QAMV-LXQI-CXGM
Ref.: 869763_certificaat_v1
Bijlage 2 van 2 ANALYSECERTIFICAAT Project code Project omschrijving Opdrachtgever
: 869763 : 1902M340-Menneweg 14-16 te Sassenheim : IDDS Milieu B.V.
Analysemethoden in Grond (AS3000) AS3000 In dit analysecertificaat zijn de met 'S' gemerkte analyses uitgevoerd volgens de analysemethoden beschreven in het "Accreditatieschema Laboratoriumanalyses voor grond-, waterbodem- en grondwateronderzoek (AS SIKB 3000)". Het laboratoriumonderzoek is uitgevoerd volgens de onderstaande analysemethoden. Deze analyses zijn vastgelegd in het geldende accreditatie-certificaat met bijbehorende verrichtingenlijst L086 van Eurofins Omegam BV. voorbewerking AS3000 Droge stof Organische stof (gec. voor lutum) Lutumgehalte (pipetmethode) Nikkel (Ni)
: Conform AS3000 en NEN-EN 16179 : Conform AS3010 prestatieblad 2 : Conform AS3010 prestatieblad 3 en gelijkwaardig aan NEN 5754 : Conform AS3010 prestatieblad 4; gelijkwaardig aan NEN 5753 : Conform AS3010 prestatieblad 5 en NEN-EN-ISO 17294-2 en destructie conform NEN 6961
Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. Opdrachtverificatiecode: NNKX-QAMV-LXQI-CXGM
Ref.: 869763_certificaat_v1
BIJLAGE 6 TOETSING GROND
Tabel 1: Gemeten gehalten in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Grondmonster Certificaatcode Boring(en) Traject (m -mv) Humus Lutum Datum van toetsing Monsterconclusie Monstermelding 1 Monstermelding 2 Monstermelding 3
% ds % ds
101-1 869763 101 0,10 - 0,50 1,2 4,1 25-3-2019 Voldoet aan Achtergrondwaarde
Meetw
GSSD
OVERIG Droge stof Lutum Organische stof (humus) Aard artefacten Gewicht artefacten
% % % g
91,9 4,1 1,2
91,9 (6)
METALEN Nikkel [Ni]
mg/kg ds
5
12
Index
-0,35
102-2 869763 102 0,50 - 1,00 0,60 2,2 25-3-2019 Voldoet aan Achtergrondwaarde
Meetw
GSSD
82,8 2,2 0,6
82,8 (6)
4
11
Index
-0,37
103-1 869763 103 0,00 - 0,50 1,9 1,6 25-3-2019 Voldoet aan Achtergrondwaarde
Meetw
GSSD
89,5 1,6 1,9
89,5 (6)
5
15
Index
-0,31
Tabel 2: Gemeten gehalten in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Grondmonster Certificaatcode Boring(en) Traject (m -mv) Humus Lutum Datum van toetsing Monsterconclusie Monstermelding 1 Monstermelding 2 Monstermelding 3
% ds % ds
104-2 869763 104 0,10 - 0,50 9,9 2,1 25-3-2019 Voldoet aan Achtergrondwaarde
Meetw
GSSD
OVERIG Droge stof Lutum Organische stof (humus) Aard artefacten Gewicht artefacten
% % % g
87,6 2,1 9,9
87,6 (6)
METALEN Nikkel [Ni]
mg/kg ds
4
12
Projectcode: 1902M340
Index
-0,35
105-2 869763 105 0,10 - 0,50 1,6 2,6 25-3-2019 Voldoet aan Achtergrondwaarde
Meetw
GSSD
84,6 2,6 1,6
84,6 (6)
<4
<8
Index
-0,42
106-2 869763 106 0,10 - 0,50 2,7 1,0 25-3-2019 Voldoet aan Achtergrondwaarde
Meetw
GSSD
83,0 <1 2,7
83,0 (6)
<4
<8
Index
-0,42
GTA < 8,88 8,88 8,88 6 # GSSD Index
: Geen toetsnorm aanwezig : kleiner dan de detectielimiet : <= Achtergrondwaarde : <= Interventiewaarde : > Interventiewaarde : Heeft geen normwaarde : verhoogde rapportagegrens : Gestandaardiseerde meetwaarde : (GSSD - AW) / (I - AW) - Getoetst via de BoToVa service, versie 2.0.0 -
Tabel 3: Normwaarden conform de Wet Bodembescherming
METALEN Nikkel [Ni]
Projectcode: 1902M340
mg/kg ds
AW
WO
IND
I
35
39
100
100
BIJLAGE 7 RAPPORTAGE VOORGAAND ONDERZOEK
Menneweg 14-16 te Sassenheim Milieuhygiënisch vooronderzoek Verkennend bodemonderzoek
Kenmerk Datum
: 1810L953/JSM/rap1 : 29-11-2018
Opdrachtgever
: Mevrouw E.B. Janssen en mevrouw N. Janssen Menneweg 14-16 2172 HE Sassenheim
Auteur : Mevrouw J. Smeets MSc. Controle : De heer ir. A. van Dortmont / Senior projectleider / 29 november 2018 Vrijgave : De heer ir. A. van Dortmont / Senior projectleider / 29 november 2018
BRL SIKB 2000 VKB-protocol 2001, 2002
Inhoudsopgave 1.
INLEIDING ........................................................................................................................................... 3
2.
MILIEUHYGIENISCH VOORONDERZOEK ......................................................................................... 5 2.1
AANLEIDING VOORONDERZOEK ................................................................................................. 5
2.2
AFBAKENING ONDERZOEKSGEBIED .......................................................................................... 5
2.3
POTENTIELE BRONNEN VAN BODEMVERONTREINIGING ........................................................ 6
2.4
BODEMKWALITEIT EN ASBEST .................................................................................................... 6
2.5
BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE ..................................................................................... 7
2.6
BEINVLOEDING .............................................................................................................................. 7
2.7
BODEMVERONTREINIGING .......................................................................................................... 8
2.8
TERREINVERKENNING ................................................................................................................. 9
2.9
BEOORDELING ............................................................................................................................ 10
2.10 CONCLUSIE EN HYPOTHESESTELLING ................................................................................... 10 3.
VERKENNEND BODEMONDERZOEK ............................................................................................. 11 3.1
ONDERZOEKSSTRATEGIE ......................................................................................................... 11
3.2
UITVOERING VELDONDERZOEK................................................................................................ 11
3.3
UITVOERING LABORATORIUMONDERZOEK ............................................................................ 13
3.4
BESPREKING ONDERZOEKSRESULTATEN .............................................................................. 14
3.5
INTERPRETATIE .......................................................................................................................... 16
3.6
TOETSING HYPOTHESE ............................................................................................................. 16
3.7
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN .......................................................................................... 17
4.
BETROUWBAARHEID ...................................................................................................................... 18
Bijlagen Milieuhygiënisch vooronderzoek 1 Kaarten en tekeningen 1.1 Topografische kaart 2 2.1 2.2 2.3
Informatie vooronderzoek Rapportage omgevingsdienst Fotoreportage Rapportage Bodemloket
Verkennend bodemonderzoek 3 Situatietekeningen 3.1 Situatietekening met boorpunten 4.
Formulieren veldonderzoek
5.
Boorstaten en legenda
6. 6.1 6.2
Analysecertificaten Certificaten grond Certificaten grondwater
7 7.1 7.2
Toetsingstabellen Toetsingstabellen grond Toetsingstabellen grondwater
1810L953/JSM/rap1 Pagina 2 van 18
1.
INLEIDING
In opdracht van mevrouw E.B. Janssen en mevrouw N. Janssen is een milieuhygiënisch vooronderzoek en een verkennend milieukundig bodemonderzoek uitgevoerd. De onderzoekslocatie is gelegen aan de Menneweg 14-16 te Sassenheim.
Afbeelding 1: Onderzoeksterrein, foto genomen in de noordwesthoek, richting oosten.
Afbeelding 2: Onderzoeksterrein, foto genomen in de zuidwesthoek, richting oosten.
Aanleiding en doelstelling De aanleiding tot het uitvoeren van het bodemonderzoek is de geplande verkoop van het terrein. In dit kader wenst de opdrachtgever inzicht in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. De doelstelling van het verkennend bodemonderzoek is het bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit van de landbodem (grond en grondwater) ter plaatse van de onderzoekslocatie. Verklaring onafhankelijkheid Uit oogpunt van onafhankelijkheid verklaart IDDS geen eigenaar te zijn, of in de nabije toekomst te worden, van het terrein waarop het bodemonderzoek en de advisering betrekking heeft. Milieuhygiënisch vooronderzoek Voorafgaand aan een verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740+A1;2016 dient een milieuhygiënisch vooronderzoek te worden uitgevoerd conform de NEN 5725;2017. Op basis van de informatie uit het vooronderzoek wordt een onderzoekshypothese geformuleerd. Het doel van het vooronderzoek is inzicht te verkrijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen ter plaatse van de onderzoekslocatie. Hierbij wordt een inschatting gemaakt van de aard, mate, oorzaak en ligging van mogelijke verontreinigingen. Ook kunnen de resultaten van het vooronderzoek worden gebruikt bij de interpretatie van de resultaten van het bodemonderzoek.
Om dit doel te bereiken wordt relevante informatie over de onderzoekslocatie en eventueel de beïnvloeding vanuit de directe omgeving verzameld, geanalyseerd en geïnterpreteerd. De te verzamelen informatie is afhankelijk van de aanleiding en het doel van het vooronderzoek en heeft betrekking op locatiegegevens, bodemopbouw, geohydrologie, te verwachten bodemkwaliteit en potentieel bodembedreigende activiteiten op de locatie waar het vooronderzoek betrekking op heeft. Verkennend bodemonderzoek Ter bepaling van de milieuhygiënische bodemkwaliteit binnen de begrenzing van de onderzoekslocatie, is de norm NEN 5740+A1;2016 gehanteerd. Deze norm beschrijft de werkwijze voor het opstellen van de onderzoeksstrategie bij een verkennend bodemonderzoek naar de (mogelijke) aanwezigheid van bodemverontreiniging en de werkwijze voor het bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en eventueel vrijkomende grond. Op basis van de informatie uit het milieuhygiënisch vooronderzoek wordt een onderzoekshypothese geformuleerd. Elke uit het milieuhygiënisch vooronderzoek resulterende onderzoekshypothese over de aan- of afwezigheid van bepaalde verontreinigende stoffen en de wijze van verspreiding wordt getoetst met een locatiespecifieke onderzoeksstrategie.
1810L953/JSM/rap1 Pagina 3 van 18
Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt het milieuhygiënisch vooronderzoek stapsgewijs besproken. Het milieuhygiënisch vooronderzoek bestaat achtereenvolgens uit het vaststellen van de aanleiding en de afbakening van het onderzoeksgebied. Vervolgens wordt informatie verzameld van de voorgeschreven onderzoeksaspecten en worden de onderzoeksvragen beantwoord. Op basis hiervan worden conclusies getrokken en wordt de hypothese voor de onderzoekslocatie vastgesteld. In hoofdstuk 3 wordt het verkennend bodemonderzoek stapsgewijs besproken. Als eerste stap wordt, op basis van de bij het milieuhygiënisch vooronderzoek voor de locatie vastgestelde hypothese, de onderzoeksstrategie vastgesteld. Vervolgens worden de uitvoering en resultaten van het veld- en laboratoriumonderzoek apart besproken. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de vastgestelde hypothese getoetst en worden indien van toepassing, aanbevelingen gedaan met betrekking tot eventueel te nemen vervolgstappen. In hoofdstuk 4 wordt de betrouwbaarheid van het uitgevoerde onderzoek toegelicht.
1810L953/JSM/rap1 Pagina 4 van 18
2.
MILIEUHYGIENISCH VOORONDERZOEK
2.1
AANLEIDING VOORONDERZOEK
Afhankelijk van de aanleiding voor het verrichten van het vooronderzoek moet antwoord worden verkregen op een aantal onderzoeksvragen. Als eerste stap in het vooronderzoek dient derhalve de aanleiding te worden vastgesteld. In de NEN 5725 zijn zeven aanleidingen tot vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. Opgemerkt wordt dat er sprake kan zijn van een combinatie van meerdere aanleidingen. In dat geval dienen de onderzoeksvragen voor elke afzonderlijke aanleiding te worden beantwoord. Voor onderhavig onderzoek is de volgende aanleiding / zijn de volgende aanleidingen vastgesteld: A.
Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek.
De onderzoeksvragen, behorende bij de vastgestelde aanleiding, zijn in de navolgende paragrafen in tabelvorm aangegeven. Per onderzoeksvraag is, direct onder de betreffende vraag, het antwoord opgenomen.
2.2
AFBAKENING ONDERZOEKSGEBIED
Vraag: Wat is de afbakening van de onderzoekslocatie en is deze voldoende? De globale ligging van de onderzoekslocatie is weergegeven op de overzichtskaart die in bijlage 1.1 is opgenomen. In tabel 2.1 is de uitwerking met betrekking tot voornoemde onderzoeksvraag opgenomen. TABEL 2.1: Afbakening onderzoeksgebied Vraag
Bronnen
Adres
Menneweg 14-16
Plaats
Sassenheim
Gemeente
Teylingen
Provincie
Zuid-Holland
RD-coördinaten
Omschrijving: globaal middelpunt onderzoekslocatie
#1
X: 96.075 Kadastraal
#2
Y: 470.732
Gemeente
: Sassenheim
Sectie
:A
Nummers
: 9286 en 9287
#3
Hoogte maaiveld
Circa – 0,10 m NAP
Oppervlaktes (m²)
Circa 1.400
totaal
#3
Circa 360
bebouwd
#5
Circa 300
verhard (tegels)
Noord
Wonen met tuin
Oost
Kinderdagverblijf
Zuid
Wonen met tuin
West
Wonen met tuin
Belendingen
Afbakening VO
25 meter buiten kadastrale grenzen
Afbakening voldoende
Ja
#4
#1: www.teylingen.nl #2: www.nak.nl #3: perceelloep.nl #4: www.ahn.nl #5: bagviewer.kadaster.nl
1810L953/JSM/rap1 Pagina 5 van 18
2.3
POTENTIELE BRONNEN VAN BODEMVERONTREINIGING
Vraag: Is sprake van potentiële bronnen van bodemverontreiniging, zowel vanuit het verleden als het heden? Zo ja, wat zijn de potentiële bronnen van bodemverontreiniging, waar liggen ze en wat zijn de verdachte parameters? In tabel 2.2 is de uitwerking met betrekking tot voornoemde onderzoeksvraag opgenomen. TABEL 2.2: Potentiële bronnen van bodemverontreiniging Vraag
Bronnen
Huidig gebruik
Wonen met tuin en bedrijfspand Potentiële bronnen aanwezig?
Voormalig gebruik
#1 Nee
Voor een onbekende periode was de locatie in gebruik als kleding wasserij/stomerij Potentiële bronnen aanwezig?
Ja
Bron
VOCl
Toekomstig gebruik
Wonen met tuin en bedrijfspand
Conclusie van potentiele bronnen
In het verleden zijn op locatie verontreinigende stoffen gebruikt bij bedrijfsactiviteiten
ODWH
#1: bagviewer.kadaster.nl
2.4
BODEMKWALITEIT EN ASBEST
Vraag: Is de bodem asbestverdacht? Welke kwaliteitsklasse is toegekend aan de bodem in de bodemkwaliteitskaart en welke lagen zijn daarbij onderscheiden? In tabel 2.3 is de uitwerking met betrekking tot voornoemde onderzoeksvraag opgenomen.
TABEL 2.3: Bodemkwaliteit en asbest Vraag Asbest
Bronnen Vanwege de lange gebruikshistorie van het perceel kunnen bijmengingen in de bodem, waaronder de aanwezigheid van asbest, niet uitgesloten kan worden.
Topo tijdreis
De bebouwing op locatie dateert uit een periode (1975), echter maakt dit de bodem niet verdacht op het voorkomen van asbest in de bodem.
BAG-viewer
Er is geen informatie beschikbaar over de aanwezigheid van asbest in de bodem. Bodemkwaliteit
Conclusie bodemkwaliteit en asbest
Bovengrond (0,0 - 0,5 m-mv)
Onbekend
Ondergrond (0,5- 2,0 m-mv)
Onbekend
Bodemfunctieklasse
Wonen
ODWH
De bodem is niet verdacht op het voorkomen van asbest. De bodemkwaliteit van de locatie is onbekend. Met de bodemfunctieklasse wonen worden hooguit licht tot matige verontreinigingen verwacht.
1810L953/JSM/rap1 Pagina 6 van 18
2.5
BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE
Vraag: Wat is de bodemopbouw en geohydrologie en is er binnen het onderzoeksgebied sprake van verschillende fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen? Zo ja, welke fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen zijn er en waar bevinden deze zich? In tabel 2.4 is de uitwerking met betrekking tot voornoemde onderzoeksvraag opgenomen. TABEL 2.4: Bodemopbouw en geohydrologie Vraag
Bronnen
Bodemopbouw (lokaal)
0,0 - 4,0 m-mv
Bodemopbouw (regionaal)
Pakket
Ligging (m t.o.v. NAP)
Lithologie
Holocene afzettingen, complexe eenheid
0 – 13,5
Complexe eenheid, bestaande uit een afwisseling van zandige klei, midden en fijn zand, klei en veen en een weinig grof zand.
Formatie van Boxtel, 4e zandige eenheid
13,5 – 16,0
Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en fijn zand, met weinig zandige klei en grof zand en een spoor klei, veen en grind.
Formatie van Kreftenheye, 2e en 3e zandige eenheid
16,0 – 34,0
Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en grof zand, met weinig zandige klei, fijn zand en grind en een spoor klei en veen.
Formatie van Urk 1e , 2e, 3e, 4e en 5e zandige eenheid
34,0 – 46,0
Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en grof zand, met weinig fijn zand en grind en een spoor klei, zandige klei en veen.
Grondwater (lokaal)
Zand
Grondwaterstand freatisch
Circa 1,1 m-mv
#1
#2
#1
Een eenduidige stromingsrichting van het grondwater is niet bekend Voor zover bekend wordt het grondwater op en in de nabijheid van de onderzoekslocatie niet beïnvloed door menselijk handelen (drainage, bemalingen, etc). Bodemvreemde lagen
Op de locatie zijn, zover bekend, geen gedempte sloten of opgehoogde terreindelen aanwezig.
topotijdreis GoogleEarth kadviewer
Conclusie ten aanzien Er wordt voornamelijk zandgrond verwacht met een grondwaterspiegel van van vigerende circa 1,0 m-mv. bodemonderzoek #1: Bodemrapportage Menneweg 20 door IDDS (rapportkenmerk: 1404G305/DBI/rap1, d.d. 24 oktober 2014). #2: www.dinoloket.nl/ondergrondmodellen
2.6
BEINVLOEDING
Vraag: Is sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving van de bodemkwaliteit of de kwaliteit van het grondwater? Zo ja, welke beïnvloeding en waar? In tabel 2.5 is de uitwerking met betrekking tot voornoemde onderzoeksvraag opgenomen. TABEL 2.5: Beïnvloeding Vraag Beïnvloeding
Bronnen Mogelijke beïnvloeding: Menneweg 73
Conclusie
Bloembollen- en bloemknollenkwekerij
Periode: 1935 - 1937
Ondergrondse HBO-tank
Periode: onbekend - 1994
Verbandmiddelenfabriek
Periode: 1943 - onbekend
ODMH
Er is geen aanwezig om beïnvloeding van de omgeving te verwachten op de bodemkwaliteit van het te onderzoeken perceel.
1810L953/JSM/rap1 Pagina 7 van 18
2.7
BODEMVERONTREINIGING
Vraag: Wordt op de locatie of een deel daarvan (een geval van ernstige) bodemverontreiniging vermoed? Zo ja, waar bevindt deze zich? In tabel 2.6 is de uitwerking met betrekking tot voornoemde onderzoeksvraag opgenomen. TABEL 2.6: Bodemverontreiniging Vraag
Bronnen
In het verleden is op de locatie bodemonderzoek/bodemsanering verricht, waarbij de volgende verontreinigingen zijn aangetroffen: Bodemsanering
Ibozo / onbekend / 16 maart 2001
Met de voor ons beschikbare informatie is het resultaat van dit onderzoek onbekend.
ODWH
In het verleden zijn in de nabije omgeving bodemonderzoek en bodemsaneringen verricht, waarbij de volgende (rest)verontreinigingen zijn aangetroffen dan wel achtergebleven: Menneweg 16a en 16b Verkennend onderzoek
Van Dijk / 5309.06 / 20 februari 2006
De grond is licht verontreinigd met PAK. Het grondwater is licht verontreinigd met chroom.
ODWH
Verkennend onderzoek
IDDS / onbekend / 29 juni 2000
Verkennend onderzoek
Omegam / 11026686-1 / 31 augustus 1995
De bovengrond is sterk verontreinigd met zink, matig verontreinigd met koper en arseen en licht verontreinigd met chroom. Het grondwater is licht verontreinigd met zink en chroom.
ODWH
Oriënterend onderzoek
Oranjewoud / onbekend / 31 augustus 1996
Het slib is ingedeeld als zijnde klasse 3 (bevatte kwik en DDT).
ODWH
Indicatief onderzoek
CBB / onbekend / 1 juli 1987
Menneweg 73 De bovengrond is licht verontreinigd met zink en PAK. De ondergrond is licht verontreinigd met minerale olie en PAK. Het grondwater is licht verontreinigd met Chroom.
ODWH
Van Goghlaan 1 - 16
Charley Tooroplaan 2 – 8 (voormalig Menneweg 14) De bovengrond is licht verontreinigd met PAK. Het grondwater is licht verontreinigd met nikkel.
ODWH
Diffuse verontreinigingen Er wordt geen diffuse verontreiniging verwacht Conclusie Mogelijk is de bodem verontreinigd. Op locatie heeft een wasserij gezeten, op de locatie van deze bedrijven worden vaak bodemverontreinigingen met VOCl aangetroffen.
1810L953/JSM/rap1 Pagina 8 van 18
2.8
TERREINVERKENNING
De terreinverkenning heeft tot doel om te controleren of de gedocumenteerde informatie overeenkomt met de daadwerkelijke situatie ter plaatse en deze aan te vullen met relevante waarnemingen. De terreinverkenning is op 26 oktober 2018 uitgevoerd. Op basis van de terreinverkenning blijkt het navolgende: -
Er zijn 3 putdeksels waargenomen: twee putten werden gebruikt om het afvalwater van de wasserij te lozen naar de riolering en een (oude) gasput. Er zijn geen bijzonderheden waargenomen die kunnen duiden op een mogelijke verontreiniging van de bodem. Er zijn geen bijzonderheden waargenomen die van invloed kunnen zijn op het uit te voeren bodemonderzoek. Conclusie ten aanzien van terreinverkenning. Naar aanleiding van de terreinverkenning hebben zich geen wijzigingen of wel wijzigingen voorgedaan ten opzichte van de reeds verkregen gegevens uit het vooronderzoek.
De navolgende afbeeldingen geven een beeld van de onderzoekslocatie. Een fotoreportage is opgenomen in bijlage 2.
Afbeelding 3: Onderzoekslocatie, beeld vanuit noordwesthoek richting zuiden.
1810L953/JSM/rap1 Pagina 9 van 18
2.9
BEOORDELING
Vraag: Is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem afdoende bekend of is bodemonderzoek noodzakelijk? Het vooronderzoek is beoordeeld op afwijkingen ten opzichte van de NEN 5725;2017. Indien er sprake is van afwijkingen zijn deze omschreven en is de reden van afwijking aangegeven. Beoordeeld is in hoeverre de afwijking gevolgen heeft op de betrouwbaarheid en in hoeverre er sprake is van beperkingen in relatie tot de onderzoeksvragen. Vervolgens is beoordeeld in hoeverre de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem, op basis van de resultaten van het vooronderzoek, afdoende bekend is, of in hoeverre bodemonderzoek noodzakelijk is. In tabel 2.7 is de uitwerking met betrekking tot voornoemde onderzoeksvraag opgenomen.
TABEL 2.7: Beoordeling Vraag Zijn er afwijkingen opgetreden ten opzichte van de NEN 5725;2017 Afwijking
Geen
Is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem afdoende bekend of is bodemonderzoek noodzakelijk? Onvoldoende
2.10
De milieuhygiënische kwaliteit van de bodem is niet afdoende bekend. Informatie ontbreekt over de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem.
CONCLUSIE EN HYPOTHESESTELLING
Vraag: Welke hypothese is van toepassing? Op basis van de resultaten van het vooronderzoek zijn conclusies getrokken over de verwachting van de milieuhygiënische bodemkwaliteit en de aanwezige verontreinigende stoffen. Op basis van de getrokken conclusie is een hypothese geformuleerd. De hypothese betreft voor elke (deel)locatie, in zowel het horizontale als het verticale vlak, de verwachting met betrekking tot de aanwezigheid van bodemverontreiniging. Bij het vervolgonderzoek, zie hoofdstuk 3, dient de hypothesestelling als basis voor de onderzoeksstrategieën uit de desbetreffende normdocumenten. De hypothese en strategie zijn complementair aan elkaar. TABEL 2.8: Conclusie en hypothese Vraag (Deel)locatie
Menneweg 14-16
Oppervlakte m2
Circa 1.400
Conclusie
Grond
Verdacht op VOCl
Grondwater
Verdacht op VOCl
NEN 5740
Verdacht op VOCl
Hypothese
1810L953/JSM/rap1 Pagina 10 van 18
3.
VERKENNEND BODEMONDERZOEK
3.1
ONDERZOEKSSTRATEGIE
De onderzoeksstrategie is gebaseerd op de hypothese zoals deze is vastgesteld op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek, zie hoofdstuk 2. De onderzoeksstrategie is aangegeven in tabel 3.1. TABEL 3.1: Onderzoeksstrategie Locatie
Onderzoeksstrategie
1. Menneweg 14-16
Eigen*
*Voldoet minimaal aan de NEN5740: ONV-NL. Vanwege mogelijke verontreiniging met VOCl zijn alle boringen doorgezet tot 2,0 m-mv en zijn rondom het bedrijfsgebouw twee peilbuizen geplaatst.
3.2
UITVOERING VELDONDERZOEK
Een samenvatting van de tijdens het veldonderzoek uitgevoerde werkzaamheden is opgenomen in de navolgende tabel. De posities van de genoemde meetpunten zijn weergegeven op de situatietekening die in bijlage 3 is opgenomen.
TABEL 3.2: Samenvatting veldonderzoek Uitvoeringsperiode
26-10-2018
Uitvoerende partij
VeldXpert
BRL SIKB / VKB protocol*
BRL SIKB 2000 VKB protocol 2001, 2002
Onderzoeksaspect
Menneweg 14-16
Meetpunten Type
Diepte [m-mv]
Aantal
Boring Peilbuis
2,0 2,5
8 2
Codering
Bijzonderheden
03 t/m 10 01 en 02
-
Uitvoeringswijze Tijdens het veldonderzoek is niet afgeweken van de beoordelingsrichtlijn. Het veldverslag met daarin de gegevens van het veldwerkbureau en de namen van de veldwerkers is opgenomen in bijlage 4. Het procescertificaat en het hierbij behorende keurmerk zijn van toepassing op de activiteiten met betrekking tot het veldonderzoek en de overdracht van de monsters, inclusief de daarbij behorende veldwerkregistratie aan een erkend laboratorium of aan de opdrachtgever. Tijdens het verrichten van het veldonderzoek is de bodem zintuiglijk beoordeeld op de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen en is de bodemopbouw beschreven.
1810L953/JSM/rap1 Pagina 11 van 18
Bodemopbouw Per meetpunt is de texturele, minerale en organische samenstelling van de bodem nauwkeurig beschreven. Op basis van deze beschrijving is per meetpunt een boorstaat vervaardigd. De boorstaten zijn opgenomen in bijlage 5. De globale opbouw van de bodem ter plaatse van de gehele onderzoekslocatie, gebaseerd op de boorstaten, wordt als volgt omschreven: -
De grond, vanaf het maaiveld tot de geboorde diepte van circa 2,5 m-mv, bestaat uit matig fijn zand. Plaatselijk is een sterk zandige kleilaag waargenomen vanaf een diepte van circa 0,4 tot 0,8 m-mv.
Zintuiglijk waargenomen bijzonderheden Het opgeboorde bodemmateriaal is visueel geïnspecteerd op afwijkingen en op het voorkomen van bodemvreemde bijmengingen die kunnen duiden op een mogelijke verontreiniging van de bodem. Het materiaal is met name beoordeeld op de aard, grootte en gradatie van voorkomen. Sommige verontreinigingen die in de bodem aanwezig zijn, kunnen aan de geur herkend worden. Benadrukt dient te worden dat, indien tijdens de veldwerkzaamheden passieve geurwaarnemingen worden gedaan, deze gekarakteriseerd worden en per boorpunt worden beschreven. Indien er sprake is van afwijkingen en/of bijmengingen zijn deze, per meetpunt en per bodemlaag, aangegeven in de boorstaten die zijn opgenomen in bijlage 5. Op basis van de boorstaten blijkt in hoofdlijnen het navolgende: -
In de grond zijn geen bodemvreemde bijmengingen aangetroffen.
Asbest Het veldonderzoek is uitgevoerd door veldwerkers welke zijn opgeleid voor het herkennen van asbestverdachte materialen. Tijdens de uitvoering van het bodemonderzoek is het maaiveld van de onderzoekslocatie, evenals het opgeboorde en vrijgegraven bodemmateriaal visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen (fractie > 20 mm). Indien asbestverdacht materiaal is aangetroffen is dit, per boorpunt en per bodemlaag, aangegeven in de boorstaten die zijn opgenomen in bijlage 2. Op basis van de visuele inspectie op asbest blijkt het navolgende: -
Op het maaiveld en in de grond is geen asbestverdacht materiaal (fractie > 20 mm) aangetroffen.
Grondwater Voorafgaand aan de bemonstering van het grondwater is de actuele grondwaterstand opgenomen ten opzichte van het maaiveld. Van het bemonsterde grondwater is in het veld de zuurgraad (pH), het elektrisch geleidingsvermogen (EC) en de mate van troebelheid (NTU) gemeten. Het bemonsterde grondwater is zintuiglijk beoordeeld op eventuele afwijkingen die kunnen duiden op een bodemverontreiniging. In de navolgende tabel zijn de resultaten opgenomen van de uitgevoerde metingen en verrichtte waarnemingen. TABEL 3.3: Metingen uitgevoerd aan het grondwater Peilbuis
Filterstelling
Monstername
Grondwaterstand
pH
EC
Troebelheid
Zintuiglijke afwijkingen / overige bijzonderheden
[m-mv]
d.d.
[m-mv]
[S/cm]
[NTU]
01
1,5 – 2,5
02-11-2018
0,95
6,73
2.896
11,4
Geen bijzonderheden
02
1,5 – 2,5
02-11-2018
1,00
7,23
481
8,5
Geen bijzonderheden
1810L953/JSM/rap1 Pagina 12 van 18
Op basis van de veldwaarnemingen en metingen blijkt het navolgende: -
3.3
Aan het bemonsterde grondwater zijn geen afwijkingen waargenomen die kunnen duiden op een eventuele bodemverontreiniging. De gemeten waarden voor de zuurgraad, het elektrisch geleidingsvermogen en de troebelheid duiden niet op een eventuele verontreiniging van het grondwater. Opgemerkt wordt dat het elektrisch geleidingsvermogen varieert en de troebelheid in peilbuis 01 licht verhoogt is.
UITVOERING LABORATORIUMONDERZOEK
Voor de verrichting van het chemisch onderzoek zijn de monsters overgebracht naar een (RvA) geaccrediteerd en AS3000 erkend laboratorium. De naam en contactgegevens van het betreffende laboratorium, alsmede de data waarop de monstervoorbehandeling en het analytisch onderzoek is uitgevoerd, zijn aangegeven op de analysecertificaten die in bijlage 6 zijn opgenomen. Analysestrategie Bij de selectie van de grond(meng)monsters is, voor het verkrijgen van een representatief beeld van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem, rekening gehouden met de bodemopbouw en eventuele zintuiglijk waargenomen afwijkingen. Voor het verkrijgen van een ruimtedekkend beeld is eveneens rekening gehouden met de situering van de boringen. In tabel 3.4 is een overzicht gegeven van de monsters, waar van toepassing de monstersamenstelling, de monstertrajecten en de uitgevoerde analyses. Samenstelling analysepakketten In het standaard pakket voor grond zijn de volgende analyses opgenomen: -