Bijlage 5 Bijlage 1 bij toelichting- verkennend bodemonderzoek.pdf
Tekst van het document
Menneweg 14-16 te Sassenheim Milieuhygiënisch vooronderzoek Verkennend bodemonderzoek
Kenmerk Datum
: 1810L953/JSM/rap1 : 29-11-2018
Opdrachtgever
: Mevrouw E.B. Janssen en mevrouw N. Janssen Menneweg 14-16 2172 HE Sassenheim
Auteur : Mevrouw J. Smeets MSc. Controle : De heer ir. A. van Dortmont / Senior projectleider / 29 november 2018 Vrijgave : De heer ir. A. van Dortmont / Senior projectleider / 29 november 2018
BRL SIKB 2000 VKB-protocol 2001, 2002
Inhoudsopgave 1.
INLEIDING ........................................................................................................................................... 3
2.
MILIEUHYGIENISCH VOORONDERZOEK ......................................................................................... 5 2.1
AANLEIDING VOORONDERZOEK ................................................................................................. 5
2.2
AFBAKENING ONDERZOEKSGEBIED .......................................................................................... 5
2.3
POTENTIELE BRONNEN VAN BODEMVERONTREINIGING ........................................................ 6
2.4
BODEMKWALITEIT EN ASBEST .................................................................................................... 6
2.5
BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE ..................................................................................... 7
2.6
BEINVLOEDING .............................................................................................................................. 7
2.7
BODEMVERONTREINIGING .......................................................................................................... 8
2.8
TERREINVERKENNING ................................................................................................................. 9
2.9
BEOORDELING ............................................................................................................................ 10
2.10 CONCLUSIE EN HYPOTHESESTELLING ................................................................................... 10 3.
VERKENNEND BODEMONDERZOEK ............................................................................................. 11 3.1
ONDERZOEKSSTRATEGIE ......................................................................................................... 11
3.2
UITVOERING VELDONDERZOEK................................................................................................ 11
3.3
UITVOERING LABORATORIUMONDERZOEK ............................................................................ 13
3.4
BESPREKING ONDERZOEKSRESULTATEN .............................................................................. 14
3.5
INTERPRETATIE .......................................................................................................................... 16
3.6
TOETSING HYPOTHESE ............................................................................................................. 16
3.7
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN .......................................................................................... 17
4.
BETROUWBAARHEID ...................................................................................................................... 18
Bijlagen Milieuhygiënisch vooronderzoek 1 Kaarten en tekeningen 1.1 Topografische kaart 2 2.1 2.2 2.3
Informatie vooronderzoek Rapportage omgevingsdienst Fotoreportage Rapportage Bodemloket
Verkennend bodemonderzoek 3 Situatietekeningen 3.1 Situatietekening met boorpunten 4.
Formulieren veldonderzoek
5.
Boorstaten en legenda
6. 6.1 6.2
Analysecertificaten Certificaten grond Certificaten grondwater
7 7.1 7.2
Toetsingstabellen Toetsingstabellen grond Toetsingstabellen grondwater
1810L953/JSM/rap1 Pagina 2 van 18
1.
INLEIDING
In opdracht van mevrouw E.B. Janssen en mevrouw N. Janssen is een milieuhygiënisch vooronderzoek en een verkennend milieukundig bodemonderzoek uitgevoerd. De onderzoekslocatie is gelegen aan de Menneweg 14-16 te Sassenheim.
Afbeelding 1: Onderzoeksterrein, foto genomen in de noordwesthoek, richting oosten.
Afbeelding 2: Onderzoeksterrein, foto genomen in de zuidwesthoek, richting oosten.
Aanleiding en doelstelling De aanleiding tot het uitvoeren van het bodemonderzoek is de geplande verkoop van het terrein. In dit kader wenst de opdrachtgever inzicht in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. De doelstelling van het verkennend bodemonderzoek is het bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit van de landbodem (grond en grondwater) ter plaatse van de onderzoekslocatie. Verklaring onafhankelijkheid Uit oogpunt van onafhankelijkheid verklaart IDDS geen eigenaar te zijn, of in de nabije toekomst te worden, van het terrein waarop het bodemonderzoek en de advisering betrekking heeft. Milieuhygiënisch vooronderzoek Voorafgaand aan een verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740+A1;2016 dient een milieuhygiënisch vooronderzoek te worden uitgevoerd conform de NEN 5725;2017. Op basis van de informatie uit het vooronderzoek wordt een onderzoekshypothese geformuleerd. Het doel van het vooronderzoek is inzicht te verkrijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen ter plaatse van de onderzoekslocatie. Hierbij wordt een inschatting gemaakt van de aard, mate, oorzaak en ligging van mogelijke verontreinigingen. Ook kunnen de resultaten van het vooronderzoek worden gebruikt bij de interpretatie van de resultaten van het bodemonderzoek.
Om dit doel te bereiken wordt relevante informatie over de onderzoekslocatie en eventueel de beïnvloeding vanuit de directe omgeving verzameld, geanalyseerd en geïnterpreteerd. De te verzamelen informatie is afhankelijk van de aanleiding en het doel van het vooronderzoek en heeft betrekking op locatiegegevens, bodemopbouw, geohydrologie, te verwachten bodemkwaliteit en potentieel bodembedreigende activiteiten op de locatie waar het vooronderzoek betrekking op heeft. Verkennend bodemonderzoek Ter bepaling van de milieuhygiënische bodemkwaliteit binnen de begrenzing van de onderzoekslocatie, is de norm NEN 5740+A1;2016 gehanteerd. Deze norm beschrijft de werkwijze voor het opstellen van de onderzoeksstrategie bij een verkennend bodemonderzoek naar de (mogelijke) aanwezigheid van bodemverontreiniging en de werkwijze voor het bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en eventueel vrijkomende grond. Op basis van de informatie uit het milieuhygiënisch vooronderzoek wordt een onderzoekshypothese geformuleerd. Elke uit het milieuhygiënisch vooronderzoek resulterende onderzoekshypothese over de aan- of afwezigheid van bepaalde verontreinigende stoffen en de wijze van verspreiding wordt getoetst met een locatiespecifieke onderzoeksstrategie.
1810L953/JSM/rap1 Pagina 3 van 18
Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt het milieuhygiënisch vooronderzoek stapsgewijs besproken. Het milieuhygiënisch vooronderzoek bestaat achtereenvolgens uit het vaststellen van de aanleiding en de afbakening van het onderzoeksgebied. Vervolgens wordt informatie verzameld van de voorgeschreven onderzoeksaspecten en worden de onderzoeksvragen beantwoord. Op basis hiervan worden conclusies getrokken en wordt de hypothese voor de onderzoekslocatie vastgesteld. In hoofdstuk 3 wordt het verkennend bodemonderzoek stapsgewijs besproken. Als eerste stap wordt, op basis van de bij het milieuhygiënisch vooronderzoek voor de locatie vastgestelde hypothese, de onderzoeksstrategie vastgesteld. Vervolgens worden de uitvoering en resultaten van het veld- en laboratoriumonderzoek apart besproken. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de vastgestelde hypothese getoetst en worden indien van toepassing, aanbevelingen gedaan met betrekking tot eventueel te nemen vervolgstappen. In hoofdstuk 4 wordt de betrouwbaarheid van het uitgevoerde onderzoek toegelicht.
1810L953/JSM/rap1 Pagina 4 van 18
2.
MILIEUHYGIENISCH VOORONDERZOEK
2.1
AANLEIDING VOORONDERZOEK
Afhankelijk van de aanleiding voor het verrichten van het vooronderzoek moet antwoord worden verkregen op een aantal onderzoeksvragen. Als eerste stap in het vooronderzoek dient derhalve de aanleiding te worden vastgesteld. In de NEN 5725 zijn zeven aanleidingen tot vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. Opgemerkt wordt dat er sprake kan zijn van een combinatie van meerdere aanleidingen. In dat geval dienen de onderzoeksvragen voor elke afzonderlijke aanleiding te worden beantwoord. Voor onderhavig onderzoek is de volgende aanleiding / zijn de volgende aanleidingen vastgesteld: A.
Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek.
De onderzoeksvragen, behorende bij de vastgestelde aanleiding, zijn in de navolgende paragrafen in tabelvorm aangegeven. Per onderzoeksvraag is, direct onder de betreffende vraag, het antwoord opgenomen.
2.2
AFBAKENING ONDERZOEKSGEBIED
Vraag: Wat is de afbakening van de onderzoekslocatie en is deze voldoende? De globale ligging van de onderzoekslocatie is weergegeven op de overzichtskaart die in bijlage 1.1 is opgenomen. In tabel 2.1 is de uitwerking met betrekking tot voornoemde onderzoeksvraag opgenomen. TABEL 2.1: Afbakening onderzoeksgebied Vraag
Bronnen
Adres
Menneweg 14-16
Plaats
Sassenheim
Gemeente
Teylingen
Provincie
Zuid-Holland
RD-coördinaten
Omschrijving: globaal middelpunt onderzoekslocatie
#1
X: 96.075 Kadastraal
#2
Y: 470.732
Gemeente
: Sassenheim
Sectie
:A
Nummers
: 9286 en 9287
#3
Hoogte maaiveld
Circa – 0,10 m NAP
Oppervlaktes (m²)
Circa 1.400
totaal
#3
Circa 360
bebouwd
#5
Circa 300
verhard (tegels)
Noord
Wonen met tuin
Oost
Kinderdagverblijf
Zuid
Wonen met tuin
West
Wonen met tuin
Belendingen
Afbakening VO
25 meter buiten kadastrale grenzen
Afbakening voldoende
Ja
#4
#1: www.teylingen.nl #2: www.nak.nl #3: perceelloep.nl #4: www.ahn.nl #5: bagviewer.kadaster.nl
1810L953/JSM/rap1 Pagina 5 van 18
2.3
POTENTIELE BRONNEN VAN BODEMVERONTREINIGING
Vraag: Is sprake van potentiële bronnen van bodemverontreiniging, zowel vanuit het verleden als het heden? Zo ja, wat zijn de potentiële bronnen van bodemverontreiniging, waar liggen ze en wat zijn de verdachte parameters? In tabel 2.2 is de uitwerking met betrekking tot voornoemde onderzoeksvraag opgenomen. TABEL 2.2: Potentiële bronnen van bodemverontreiniging Vraag
Bronnen
Huidig gebruik
Wonen met tuin en bedrijfspand Potentiële bronnen aanwezig?
Voormalig gebruik
#1 Nee
Voor een onbekende periode was de locatie in gebruik als kleding wasserij/stomerij Potentiële bronnen aanwezig?
Ja
Bron
VOCl
Toekomstig gebruik
Wonen met tuin en bedrijfspand
Conclusie van potentiele bronnen
In het verleden zijn op locatie verontreinigende stoffen gebruikt bij bedrijfsactiviteiten
ODWH
#1: bagviewer.kadaster.nl
2.4
BODEMKWALITEIT EN ASBEST
Vraag: Is de bodem asbestverdacht? Welke kwaliteitsklasse is toegekend aan de bodem in de bodemkwaliteitskaart en welke lagen zijn daarbij onderscheiden? In tabel 2.3 is de uitwerking met betrekking tot voornoemde onderzoeksvraag opgenomen.
TABEL 2.3: Bodemkwaliteit en asbest Vraag Asbest
Bronnen Vanwege de lange gebruikshistorie van het perceel kunnen bijmengingen in de bodem, waaronder de aanwezigheid van asbest, niet uitgesloten kan worden.
Topo tijdreis
De bebouwing op locatie dateert uit een periode (1975), echter maakt dit de bodem niet verdacht op het voorkomen van asbest in de bodem.
BAG-viewer
Er is geen informatie beschikbaar over de aanwezigheid van asbest in de bodem. Bodemkwaliteit
Conclusie bodemkwaliteit en asbest
Bovengrond (0,0 - 0,5 m-mv)
Onbekend
Ondergrond (0,5- 2,0 m-mv)
Onbekend
Bodemfunctieklasse
Wonen
ODWH
De bodem is niet verdacht op het voorkomen van asbest. De bodemkwaliteit van de locatie is onbekend. Met de bodemfunctieklasse wonen worden hooguit licht tot matige verontreinigingen verwacht.
1810L953/JSM/rap1 Pagina 6 van 18
2.5
BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE
Vraag: Wat is de bodemopbouw en geohydrologie en is er binnen het onderzoeksgebied sprake van verschillende fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen? Zo ja, welke fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen zijn er en waar bevinden deze zich? In tabel 2.4 is de uitwerking met betrekking tot voornoemde onderzoeksvraag opgenomen. TABEL 2.4: Bodemopbouw en geohydrologie Vraag
Bronnen
Bodemopbouw (lokaal)
0,0 - 4,0 m-mv
Bodemopbouw (regionaal)
Pakket
Ligging (m t.o.v. NAP)
Lithologie
Holocene afzettingen, complexe eenheid
0 – 13,5
Complexe eenheid, bestaande uit een afwisseling van zandige klei, midden en fijn zand, klei en veen en een weinig grof zand.
Formatie van Boxtel, 4e zandige eenheid
13,5 – 16,0
Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en fijn zand, met weinig zandige klei en grof zand en een spoor klei, veen en grind.
Formatie van Kreftenheye, 2e en 3e zandige eenheid
16,0 – 34,0
Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en grof zand, met weinig zandige klei, fijn zand en grind en een spoor klei en veen.
Formatie van Urk 1e , 2e, 3e, 4e en 5e zandige eenheid
34,0 – 46,0
Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en grof zand, met weinig fijn zand en grind en een spoor klei, zandige klei en veen.
Grondwater (lokaal)
Zand
Grondwaterstand freatisch
Circa 1,1 m-mv
#1
#2
#1
Een eenduidige stromingsrichting van het grondwater is niet bekend Voor zover bekend wordt het grondwater op en in de nabijheid van de onderzoekslocatie niet beïnvloed door menselijk handelen (drainage, bemalingen, etc). Bodemvreemde lagen
Op de locatie zijn, zover bekend, geen gedempte sloten of opgehoogde terreindelen aanwezig.
topotijdreis GoogleEarth kadviewer
Conclusie ten aanzien Er wordt voornamelijk zandgrond verwacht met een grondwaterspiegel van van vigerende circa 1,0 m-mv. bodemonderzoek #1: Bodemrapportage Menneweg 20 door IDDS (rapportkenmerk: 1404G305/DBI/rap1, d.d. 24 oktober 2014). #2: www.dinoloket.nl/ondergrondmodellen
2.6
BEINVLOEDING
Vraag: Is sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving van de bodemkwaliteit of de kwaliteit van het grondwater? Zo ja, welke beïnvloeding en waar? In tabel 2.5 is de uitwerking met betrekking tot voornoemde onderzoeksvraag opgenomen. TABEL 2.5: Beïnvloeding Vraag Beïnvloeding
Bronnen Mogelijke beïnvloeding: Menneweg 73
Conclusie
Bloembollen- en bloemknollenkwekerij
Periode: 1935 - 1937
Ondergrondse HBO-tank
Periode: onbekend - 1994
Verbandmiddelenfabriek
Periode: 1943 - onbekend
ODMH
Er is geen aanwezig om beïnvloeding van de omgeving te verwachten op de bodemkwaliteit van het te onderzoeken perceel.
1810L953/JSM/rap1 Pagina 7 van 18
2.7
BODEMVERONTREINIGING
Vraag: Wordt op de locatie of een deel daarvan (een geval van ernstige) bodemverontreiniging vermoed? Zo ja, waar bevindt deze zich? In tabel 2.6 is de uitwerking met betrekking tot voornoemde onderzoeksvraag opgenomen. TABEL 2.6: Bodemverontreiniging Vraag
Bronnen
In het verleden is op de locatie bodemonderzoek/bodemsanering verricht, waarbij de volgende verontreinigingen zijn aangetroffen: Bodemsanering
Ibozo / onbekend / 16 maart 2001
Met de voor ons beschikbare informatie is het resultaat van dit onderzoek onbekend.
ODWH
In het verleden zijn in de nabije omgeving bodemonderzoek en bodemsaneringen verricht, waarbij de volgende (rest)verontreinigingen zijn aangetroffen dan wel achtergebleven: Menneweg 16a en 16b Verkennend onderzoek
Van Dijk / 5309.06 / 20 februari 2006
De grond is licht verontreinigd met PAK. Het grondwater is licht verontreinigd met chroom.
ODWH
Verkennend onderzoek
IDDS / onbekend / 29 juni 2000
Verkennend onderzoek
Omegam / 11026686-1 / 31 augustus 1995
De bovengrond is sterk verontreinigd met zink, matig verontreinigd met koper en arseen en licht verontreinigd met chroom. Het grondwater is licht verontreinigd met zink en chroom.
ODWH
Oriënterend onderzoek
Oranjewoud / onbekend / 31 augustus 1996
Het slib is ingedeeld als zijnde klasse 3 (bevatte kwik en DDT).
ODWH
Indicatief onderzoek
CBB / onbekend / 1 juli 1987
Menneweg 73 De bovengrond is licht verontreinigd met zink en PAK. De ondergrond is licht verontreinigd met minerale olie en PAK. Het grondwater is licht verontreinigd met Chroom.
ODWH
Van Goghlaan 1 - 16
Charley Tooroplaan 2 – 8 (voormalig Menneweg 14) De bovengrond is licht verontreinigd met PAK. Het grondwater is licht verontreinigd met nikkel.
ODWH
Diffuse verontreinigingen Er wordt geen diffuse verontreiniging verwacht Conclusie Mogelijk is de bodem verontreinigd. Op locatie heeft een wasserij gezeten, op de locatie van deze bedrijven worden vaak bodemverontreinigingen met VOCl aangetroffen.
1810L953/JSM/rap1 Pagina 8 van 18
2.8
TERREINVERKENNING
De terreinverkenning heeft tot doel om te controleren of de gedocumenteerde informatie overeenkomt met de daadwerkelijke situatie ter plaatse en deze aan te vullen met relevante waarnemingen. De terreinverkenning is op 26 oktober 2018 uitgevoerd. Op basis van de terreinverkenning blijkt het navolgende: -
Er zijn 3 putdeksels waargenomen: twee putten werden gebruikt om het afvalwater van de wasserij te lozen naar de riolering en een (oude) gasput. Er zijn geen bijzonderheden waargenomen die kunnen duiden op een mogelijke verontreiniging van de bodem. Er zijn geen bijzonderheden waargenomen die van invloed kunnen zijn op het uit te voeren bodemonderzoek. Conclusie ten aanzien van terreinverkenning. Naar aanleiding van de terreinverkenning hebben zich geen wijzigingen of wel wijzigingen voorgedaan ten opzichte van de reeds verkregen gegevens uit het vooronderzoek.
De navolgende afbeeldingen geven een beeld van de onderzoekslocatie. Een fotoreportage is opgenomen in bijlage 2.
Afbeelding 3: Onderzoekslocatie, beeld vanuit noordwesthoek richting zuiden.
1810L953/JSM/rap1 Pagina 9 van 18
2.9
BEOORDELING
Vraag: Is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem afdoende bekend of is bodemonderzoek noodzakelijk? Het vooronderzoek is beoordeeld op afwijkingen ten opzichte van de NEN 5725;2017. Indien er sprake is van afwijkingen zijn deze omschreven en is de reden van afwijking aangegeven. Beoordeeld is in hoeverre de afwijking gevolgen heeft op de betrouwbaarheid en in hoeverre er sprake is van beperkingen in relatie tot de onderzoeksvragen. Vervolgens is beoordeeld in hoeverre de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem, op basis van de resultaten van het vooronderzoek, afdoende bekend is, of in hoeverre bodemonderzoek noodzakelijk is. In tabel 2.7 is de uitwerking met betrekking tot voornoemde onderzoeksvraag opgenomen.
TABEL 2.7: Beoordeling Vraag Zijn er afwijkingen opgetreden ten opzichte van de NEN 5725;2017 Afwijking
Geen
Is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem afdoende bekend of is bodemonderzoek noodzakelijk? Onvoldoende
2.10
De milieuhygiënische kwaliteit van de bodem is niet afdoende bekend. Informatie ontbreekt over de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem.
CONCLUSIE EN HYPOTHESESTELLING
Vraag: Welke hypothese is van toepassing? Op basis van de resultaten van het vooronderzoek zijn conclusies getrokken over de verwachting van de milieuhygiënische bodemkwaliteit en de aanwezige verontreinigende stoffen. Op basis van de getrokken conclusie is een hypothese geformuleerd. De hypothese betreft voor elke (deel)locatie, in zowel het horizontale als het verticale vlak, de verwachting met betrekking tot de aanwezigheid van bodemverontreiniging. Bij het vervolgonderzoek, zie hoofdstuk 3, dient de hypothesestelling als basis voor de onderzoeksstrategieën uit de desbetreffende normdocumenten. De hypothese en strategie zijn complementair aan elkaar. TABEL 2.8: Conclusie en hypothese Vraag (Deel)locatie
Menneweg 14-16
Oppervlakte m2
Circa 1.400
Conclusie
Grond
Verdacht op VOCl
Grondwater
Verdacht op VOCl
NEN 5740
Verdacht op VOCl
Hypothese
1810L953/JSM/rap1 Pagina 10 van 18
3.
VERKENNEND BODEMONDERZOEK
3.1
ONDERZOEKSSTRATEGIE
De onderzoeksstrategie is gebaseerd op de hypothese zoals deze is vastgesteld op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek, zie hoofdstuk 2. De onderzoeksstrategie is aangegeven in tabel 3.1. TABEL 3.1: Onderzoeksstrategie Locatie
Onderzoeksstrategie
1. Menneweg 14-16
Eigen*
*Voldoet minimaal aan de NEN5740: ONV-NL. Vanwege mogelijke verontreiniging met VOCl zijn alle boringen doorgezet tot 2,0 m-mv en zijn rondom het bedrijfsgebouw twee peilbuizen geplaatst.
3.2
UITVOERING VELDONDERZOEK
Een samenvatting van de tijdens het veldonderzoek uitgevoerde werkzaamheden is opgenomen in de navolgende tabel. De posities van de genoemde meetpunten zijn weergegeven op de situatietekening die in bijlage 3 is opgenomen.
TABEL 3.2: Samenvatting veldonderzoek Uitvoeringsperiode
26-10-2018
Uitvoerende partij
VeldXpert
BRL SIKB / VKB protocol*
BRL SIKB 2000 VKB protocol 2001, 2002
Onderzoeksaspect
Menneweg 14-16
Meetpunten Type
Diepte [m-mv]
Aantal
Boring Peilbuis
2,0 2,5
8 2
Codering
Bijzonderheden
03 t/m 10 01 en 02
-
Uitvoeringswijze Tijdens het veldonderzoek is niet afgeweken van de beoordelingsrichtlijn. Het veldverslag met daarin de gegevens van het veldwerkbureau en de namen van de veldwerkers is opgenomen in bijlage 4. Het procescertificaat en het hierbij behorende keurmerk zijn van toepassing op de activiteiten met betrekking tot het veldonderzoek en de overdracht van de monsters, inclusief de daarbij behorende veldwerkregistratie aan een erkend laboratorium of aan de opdrachtgever. Tijdens het verrichten van het veldonderzoek is de bodem zintuiglijk beoordeeld op de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen en is de bodemopbouw beschreven.
1810L953/JSM/rap1 Pagina 11 van 18
Bodemopbouw Per meetpunt is de texturele, minerale en organische samenstelling van de bodem nauwkeurig beschreven. Op basis van deze beschrijving is per meetpunt een boorstaat vervaardigd. De boorstaten zijn opgenomen in bijlage 5. De globale opbouw van de bodem ter plaatse van de gehele onderzoekslocatie, gebaseerd op de boorstaten, wordt als volgt omschreven: -
De grond, vanaf het maaiveld tot de geboorde diepte van circa 2,5 m-mv, bestaat uit matig fijn zand. Plaatselijk is een sterk zandige kleilaag waargenomen vanaf een diepte van circa 0,4 tot 0,8 m-mv.
Zintuiglijk waargenomen bijzonderheden Het opgeboorde bodemmateriaal is visueel geïnspecteerd op afwijkingen en op het voorkomen van bodemvreemde bijmengingen die kunnen duiden op een mogelijke verontreiniging van de bodem. Het materiaal is met name beoordeeld op de aard, grootte en gradatie van voorkomen. Sommige verontreinigingen die in de bodem aanwezig zijn, kunnen aan de geur herkend worden. Benadrukt dient te worden dat, indien tijdens de veldwerkzaamheden passieve geurwaarnemingen worden gedaan, deze gekarakteriseerd worden en per boorpunt worden beschreven. Indien er sprake is van afwijkingen en/of bijmengingen zijn deze, per meetpunt en per bodemlaag, aangegeven in de boorstaten die zijn opgenomen in bijlage 5. Op basis van de boorstaten blijkt in hoofdlijnen het navolgende: -
In de grond zijn geen bodemvreemde bijmengingen aangetroffen.
Asbest Het veldonderzoek is uitgevoerd door veldwerkers welke zijn opgeleid voor het herkennen van asbestverdachte materialen. Tijdens de uitvoering van het bodemonderzoek is het maaiveld van de onderzoekslocatie, evenals het opgeboorde en vrijgegraven bodemmateriaal visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen (fractie > 20 mm). Indien asbestverdacht materiaal is aangetroffen is dit, per boorpunt en per bodemlaag, aangegeven in de boorstaten die zijn opgenomen in bijlage 2. Op basis van de visuele inspectie op asbest blijkt het navolgende: -
Op het maaiveld en in de grond is geen asbestverdacht materiaal (fractie > 20 mm) aangetroffen.
Grondwater Voorafgaand aan de bemonstering van het grondwater is de actuele grondwaterstand opgenomen ten opzichte van het maaiveld. Van het bemonsterde grondwater is in het veld de zuurgraad (pH), het elektrisch geleidingsvermogen (EC) en de mate van troebelheid (NTU) gemeten. Het bemonsterde grondwater is zintuiglijk beoordeeld op eventuele afwijkingen die kunnen duiden op een bodemverontreiniging. In de navolgende tabel zijn de resultaten opgenomen van de uitgevoerde metingen en verrichtte waarnemingen. TABEL 3.3: Metingen uitgevoerd aan het grondwater Peilbuis
Filterstelling
Monstername
Grondwaterstand
pH
EC
Troebelheid
Zintuiglijke afwijkingen / overige bijzonderheden
[m-mv]
d.d.
[m-mv]
[S/cm]
[NTU]
01
1,5 – 2,5
02-11-2018
0,95
6,73
2.896
11,4
Geen bijzonderheden
02
1,5 – 2,5
02-11-2018
1,00
7,23
481
8,5
Geen bijzonderheden
1810L953/JSM/rap1 Pagina 12 van 18
Op basis van de veldwaarnemingen en metingen blijkt het navolgende: -
3.3
Aan het bemonsterde grondwater zijn geen afwijkingen waargenomen die kunnen duiden op een eventuele bodemverontreiniging. De gemeten waarden voor de zuurgraad, het elektrisch geleidingsvermogen en de troebelheid duiden niet op een eventuele verontreiniging van het grondwater. Opgemerkt wordt dat het elektrisch geleidingsvermogen varieert en de troebelheid in peilbuis 01 licht verhoogt is.
UITVOERING LABORATORIUMONDERZOEK
Voor de verrichting van het chemisch onderzoek zijn de monsters overgebracht naar een (RvA) geaccrediteerd en AS3000 erkend laboratorium. De naam en contactgegevens van het betreffende laboratorium, alsmede de data waarop de monstervoorbehandeling en het analytisch onderzoek is uitgevoerd, zijn aangegeven op de analysecertificaten die in bijlage 6 zijn opgenomen. Analysestrategie Bij de selectie van de grond(meng)monsters is, voor het verkrijgen van een representatief beeld van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem, rekening gehouden met de bodemopbouw en eventuele zintuiglijk waargenomen afwijkingen. Voor het verkrijgen van een ruimtedekkend beeld is eveneens rekening gehouden met de situering van de boringen. In tabel 3.4 is een overzicht gegeven van de monsters, waar van toepassing de monstersamenstelling, de monstertrajecten en de uitgevoerde analyses. Samenstelling analysepakketten In het standaard pakket voor grond zijn de volgende analyses opgenomen: -
Zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink). PAK (polycyclische aromatische koolwaterstoffen). Minerale olie (GC). PCB (PolyChloorBifenylen).
Ten behoeve van de toetsing van de analyseresultaten zijn van alle grondmonsters de percentages lutum en/of organische stof bepaald. In het standaard pakket voor grondwater zijn de volgende analyses opgenomen: -
Zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink). BTEXNS (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen, naftaleen en styreen). VOCl (vluchtige organochloorverbindingen). Minerale olie.
Uitsplitsing nikkel Wegens een interventiewaarden-overschrijding van de parameter nikkel in één grondmengmonster (M01) is het betreffende grondmengmonster uitgesplitst en zijn de boringen separaat geanalyseerd op de parameter nikkel.
1810L953/JSM/rap1 Pagina 13 van 18
3.4
BESPREKING ONDERZOEKSRESULTATEN
De resultaten van de chemische analyses zijn weergegeven op de analysecertificaten, die in bijlage 6 zijn opgenomen. De analyseresultaten zijn, waar van toepassing, getoetst middels de Bodem Toets en Validatieservice (BoToVa). De toetsingstabellen zijn opgenomen in bijlage 7. Wet bodembescherming (Wbb) Voor de interpretatie van de resultaten van de chemische analyses van de grondmonsters zijn de meetwaarden, conform bijlage G van de Regeling bodemkwaliteit, gecorrigeerd voor de gemeten percentages lutum en/of organische stof. De gecorrigeerde meetwaarden zijn vergeleken met het toetsingskader van de Wet bodembescherming. Dit toetsingskader bestaat uit de achtergrondwaarden, zoals opgenomen in bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit, en de interventiewaarden, zoals opgenomen in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 (Staatscourant nr. 16675, 27 juni 2013). Naast het wettelijk kader zijn de gecorrigeerde meetwaarden getoetst aan de tussenwaarden, zijnde het rekenkundig gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarden voor de betreffende stof. Indien de gecorrigeerde meetwaarde voor één of meerdere stoffen de tussenwaarde overschrijdt kan in potentie sprake zijn van een geval van ernstige bodemverontreiniging (Handhavingsuitvoeringsmethode Wbb, versie 7.5 van het SIKB) en is het uitvoeren van nader bodemonderzoek in veel gevallen noodzakelijk. In tabel 3.4.
zijn de resultaten van het veld- en laboratoriumonderzoek opgenomen alsmede de resultaten van de uitgevoerde toetsingen. <AW / <S >AW / >S >T >I
niet verontreinigd: het gehalte / de concentratie is lager dan of gelijk aan de achtergrondwaarde (grond) of streefwaarde (grondwater), dan wel de rapportagegrens; licht verontreinigd: het gehalte overschrijdt de achtergrondwaarde (grond) of streefwaarde (grondwater) en is lager dan of gelijk aan de tussenwaarde, zijnde licht verontreinigd; matig verontreinigd: het gehalte overschrijdt de tussenwaarde en is lager dan of gelijk aan de interventiewaarde; sterk verontreinigd: het gehalte overschrijdt de interventiewaarde.
1810L953/JSM/rap1 Pagina 14 van 18
TABEL 3.4: Overzicht monsters, monstersamenstelling, analyses en toetsingsresultaten Monstercodes, deelmonsters en bodemlagen (bodemlagen in cm-mv)
Matrix en eventuele bijzonderheden
Analyse
Toetsingsresultaten (GSSD) Wbb > AW / > S (licht verhoogd)
>T (matig verhoogd)
>I (sterk verhoogd)
2
1. Menneweg 14-16 (ONV-NL; circa 1.400 m ) Bovengrond
M01= 01(5-50)+02(0-20)+03(5-50)+04(5-50)+05(0-50)
Zand; geen bijzonderheden
NEN 5740 grond
Koper: Lood: Molybdeen: Zink: Minerale olie:
41 85 3,2 261 500
-
Nikkel:
Bovengrond
M02= 06(0-30)+07(0-50)+08(0-30)+09(0-30)+10(0-30)
Zand; geen bijzonderheden
NEN 5740 grond
Lood:
85
-
-
Ondergrond
M03= 01(150-200)+06(130-180)+07(150-200)+10(70-120)
Zand; geen bijzonderheden
NEN 5740 grond
-
-
-
Ondergrond
M04= 03(50-80)+05(50-80)+09(30-80)
Klei; geen bijzonderheden
NEN 5740 grond
-
-
-
Grondwater
01 (150-250)
Grondwater; geen bijzonderheden
NEN 5740 grondwater
-
-
-
Grondwater
02 (150-250)
Grondwater; geen bijzonderheden
NEN 5740 grondwater
Molybdeen:
-
-
5,3
114
2. Uitsplitsing M01
-
Bovengrond
01.1 (5-50)
Zand; geen bijzonderheden
Nikkel
-
-
-
Bovengrond
02.1 (0-20)
Zand; geen bijzonderheden
Nikkel
-
-
Nikkel:
Bovengrond
03.1 (5-50)
Zand; geen bijzonderheden
Nikkel
-
-
-
Bovengrond
04.1 (5-50)
Zand; geen bijzonderheden
Nikkel
-
-
-
Bovengrond
05.1 (0-50)
Zand; geen bijzonderheden
Nikkel
-
-
-
117
: Geen overschrijdingen
1810L953/JSM/rap1 Pagina 15 van 18
3.5
INTERPRETATIE
Bovengrond De bovengrond ter plaatse van de onderzoekslocatie is overwegend opgebouwd uit zand. In de bovengrond zijn zintuiglijk geen bijmengingen met bodemvreemde materialen (puin etc.) waargenomen. In M01 overschrijden de gehalten koper, lood, molybdeen, zink en minerale olie de desbetreffende achtergrondwaarden. Het gehalte nikkel overschrijdt de interventiewaarde. De gehalten van de overige onderzochte parameters zijn alle lager dan de betreffende achtergrondwaarden. In M02 overschrijdt het gehalte lood de desbetreffende achtergrondwaarde. De gehalten van de overige onderzochte parameters zijn alle lager dan de betreffende achtergrondwaarden. Het grondmengmonster M01 is uitgesplitst en geanalyseerd op de parameter nikkel. Uit de analyseresultaten blijkt dat de bovengrond van boring 02 sterk verontreinigd is met nikkel, de overige boringen zijn niet verontreinigd met nikkel. Echter, de omvang van de nikkel verontreiniging is onbekend en zal in de toekomst bij grondwerkzaamheden verder onderzocht moeten worden. De oorzaak van het verhoogd aangetoonde gehalte nikkel is onbekend. Er is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging als een bodemvolume van meer dan 25 m3 sterk verontreinigd is. Ondergrond De ondergrond ter plaatse van de onderzoekslocatie is overwegend opgebouwd uit zand.
In de ondergrond zijn zintuiglijk geen bijmengingen met bodemvreemde materialen (puin etc.) waargenomen. In M03 en M04 zijn de gehalten van alle onderzochte parameters lager dan de betreffende achtergrondwaarden. Grondwater De gemiddelde grondwaterstand bevindt zich op circa 0,98 m-mv. Tijdens het veldonderzoek zijn zintuiglijk geen afwijkingen waargenomen aan het bemonsterde grondwater. In het grondwater uit peilbuis 01 zijn de concentraties van alle onderzochte parameters lager dan de betreffende streefwaarden. In het grondwater uit peilbuis 02 overschrijdt de concentratie molybdeen de desbetreffende streefwaarden. De concentraties van de overige onderzochte parameters zijn alle lager dan de betreffende streefwaarden. 3.6
TOETSING HYPOTHESE
De op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek vastgestelde onderzoekshypothese is getoetst aan de resultaten van het verkennend bodemonderzoek. De toetsing van de hypothese is in onderstaande tabel opgenomen. Indien van toepassing is, bij een (gedeeltelijk) onjuiste hypothese de invloed op representativiteit van het onderzoek in relatie met de gevolgde onderzoeksstrategie aangegeven.
TABEL 3.5: Hypothese en onderzoeksstrategie (Deel)locatie
Menneweg 14-16
Hypothese
Verdacht op VOCl
Toetsing
Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de hypothese: verdacht op VOCl verworpen. De locatie is niet verontreinigd met VOCl. De hypothese: onverdacht op voorkomen van de overige parameters is echter ook verworpen. De bovengrond is plaatselijk sterk verontreinigd met nikkel. Gezien de omvang en mate van de nikkelverontreiniging onbekend is wordt geadviseerd deze nader te onderzoeken.
1810L953/JSM/rap1 Pagina 16 van 18
3.7
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
Op basis van de onderzoeksresultaten is het navolgende geconcludeerd: De bovengrond is plaatselijk sterk verontreinigd met nikkel (boring 2). In de overige boringen en het grondwater zijn hooguit lichte verontreinigingen aangetoond. Op basis van de onderzoeksresultaten en conclusies wordt het navolgende aanbevolen: Geadviseerd wordt om nader bodemonderzoek te verrichten naar de mate en omvang van de aangetroffen verontreiniging. Nader bodemonderzoek dient uitsluitsel te verschaffen omtrent het feit of er ten aanzien van de verontreiniging in de grond sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging in de zin van de Wet bodembescherming. Van een geval van ernstige bodemverontreiniging wordt gesproken indien de gemiddelde concentratie van een verontreinigde stof in 25 m 3 grond en/of 100 m3 grondwater of meer de bijbehorende interventiewaarde overschrijdt. Voor gevallen van ernstige bodemverontreiniging geldt, vanuit voornoemde wetgeving, een saneringsnoodzaak. De risico’s voor de volksgezondheid en het milieu die als gevolg van de aangetoonde bodemverontreiniging aanwezig kunnen zijn, bepalen of het geval van ernstige bodemverontreiniging spoedig moet worden gesaneerd. Als sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging zijn handelingen in de verontreinigde bodem alleen toegestaan nadat het bevoegd gezag heeft ingestemd met een saneringsplan hiervoor.
1810L953/JSM/rap1 Pagina 17 van 18
4.
BETROUWBAARHEID
Het onderhavige onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen geaccepteerde inzichten en methoden. Echter, een bodemonderzoek is gebaseerd op het nemen van een beperkt aantal monsters en chemische analyses. IDDS streeft naar een zo groot mogelijke representativiteit van het onderzoek. Toch blijft het mogelijk dat lokaal afwijkingen in de milieuhygiënische kwaliteit of opbouw van het bodemmateriaal voorkomen, ten opzichte van de in onderhavig rapport beschreven situatie. IDDS acht zich niet aansprakelijk voor eventuele schade die als gevolg van deze afwijkingen zou kunnen ontstaan. Hierbij dient tevens te worden gewezen op het feit dat het uitgevoerde onderzoek een momentopname is. Beïnvloeding van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (grond en grondwater) zou plaats kunnen vinden na uitvoering van dit onderzoek door, bijvoorbeeld het bouwrijp maken van de locatie, het aanvoeren van grond van elders, toevoeging van bodemvreemde materialen of het naar de onderzoekslocatie verspreiden van verontreinigingen van verder gelegen terreinen via het grondwater. Naarmate de periode tussen de uitvoering van het onderzoek en het gebruik van de resultaten langer wordt, zal meer voorzichtigheid betracht moeten worden.
In veel gevallen hanteren de beoordelende instanties termijnen (doorgaans maximaal 3 jaar voor een bedrijfslocatie en maximaal 5 jaar voor een woonlocatie) waarbinnen de onderzoeksresultaten representatief worden geacht te zijn. Bij het gebruik van de resultaten van dit onderzoek dient het doel van het onderzoek goed in ogenschouw te worden genomen. Zo zullen de resultaten van een onderzoek naar het voorkomen en/of verspreiding van één specifieke verontreinigende stof geen uitsluitsel bieden omtrent de aanwezigheid aan verhoogde concentraties van overige, niet onderzochte verontreinigende stoffen.
1810L953/JSM/rap1 Pagina 18 van 18
Bijlage 1 Kaarten en tekeningen 1.1 Topografische kaart
N
0
250
500
750
1000m
Omschrijving
Ligging onderzoekslocatie
locatie aanduiding
Bijlage nr. integrale expertise bij ruimtelijke ontwikkeling IDDS 's-Gravendijckseweg 37 2201 CZ Noordwijk IDDS.NL
Postbus 126 2200 AC Noordwijk info@idds.nl T 071 - 402 85 86
1.1 Formaat: Schaal:
A4 1:25000
Bijlage 2 Informatie vooronderzoek 2.1 Rapportage omgevingsdienst
bodeminformatieMenneweg 14-16 Sassenheim L953 Omgevingsrapportage
Pagina 1 van 18
-
22-10-2018
Inhoudsopgave Voorblad Inhoudsopgave Inleiding Mode Peer B.V. Van Goghlaan 1-9/2-16 Charley Tooroplaan 2-8 (vm. Menneweg 14) Menneweg 16a en 16b Menneweg 16 Kaarten Disclaimer Toelichting
Pagina 2 van 18
-
22-10-2018
Voor U ligt een rapportage van de Omgevingsdienst West-Holland met de beschikbare informatie over de milieu-hygiënische kwaliteit van grond van het door U opgevraagde perceel.
Dit rapport is een samenvatting van gegevens afkomstig uit het bodeminformatiesysteem van de Omgevingsdienst West-Holland. Het bodeminformatiesysteem bevat gegevens met betrekking tot uitgevoerde bodemonderzoeken, aanwezige, gesaneerde en buiten gebruik gestelde ondergrondse brandstoftanks, historische bodembedreigende activiteiten en actuele bodembedreigende activiteiten.
Met nadruk wordt gesteld dat dit rapport een geautomatiseerde samenvatting is van het bodeminformatiesysteem van de Omgevingsdienst West-Holland aanwezige gegevens. Voor nadere informatie over de in deze rapportage genoemde rapporten dienen de betreffende dossiers te worden geraadpleegd. Rapporten kunt u aanvragen bij ODWH via bip@odwh.nl. Er kan niet worden uitgesloten dat elders relevante informatie aanwezig is, die niet in de informatiesystemen van de Omgevingsdienst West-Holland en dus in deze samenvatting is opgenomen.
Dit rapport bestaat uit vier delen: 1. Deze pagina bevat een tekening van het geselecteerde gebied. 2. Informatie over het geselecteerde gebied, per locatie gegroepeerd (de in het bodeminformatiesysteem van de Omgevingsdienst West-Holland aangetroffen informatie over locaties die zich binnen het geselecteerde gebied bevinden. 3. Disclaimer 4. Toelichting op de rapportage. Hier vindt u de uitleg van de gegevens die in dit rapport zijn vermeld.
Als u vragen heeft over de in dit rapport vermelde gegevens dan kunt u contact opnemen met de Omgevingsdienst West-Holland via email bip@odwh.nl
Pagina 3 van 18
-
22-10-2018
Locatie: Mode Peer B.V. Locatie Adres
Menneweg 73 2172HB SASSENHEIM
Locatiecode
AA060400093
Locatienaam
Mode Peer B.V.
Plaats
Teylingen
Locatiecode bevoegd gezag WBB
ZH152509124
Status Vervolg WBB
Voldoende onderzocht
Beoordeling
Status rapporten
Verkennend onderzoek NEN 5740
Beschikking
Status besluiten Is van voor 1987
Onverdacht/Niet verontreinigd
Status asbest Ja
Uitgevoerde onderzoeken Datum
Type
Naam
Auteur Referentie Archief
29-06-2000
Verkennend onderzoek NEN Mode Peer 5740 B.V.
DIV MDWH
IDDS
Conclusie overheid bg: Zn, PAK>s, og: mo, PAK>s, gw: Cr>s
Beschikbare documenten per onderzoek Geen gegevens beschikbaar
Verontreinigende activiteiten Voldoende onderzocht
Activiteit
Start Einde Vervallen
Benoemd
Verontreinigd Spoed
bloembollen- en bloemknollenkwekerij
1935 1937 Nee
Nee
>I
Nee
Nee
hbo-tank (ondergronds)
9999 1994
Per definitie
>A
Nee
Ja
verbandmiddelenfabriek
1943 9999 Nee
Nee
>I
Nee
Nee
Niet van toepassing
Geconstateerde verontreinigingen Geen gegevens beschikbaar
Beschikbare documenten Geen gegevens beschikbaar
Besluiten Geen gegevens beschikbaar
Sanering Geen gegevens beschikbaar
Pagina 4 van 18
-
22-10-2018
Saneringscontouren Geen gegevens beschikbaar
Zorgmaatregelen Geen gegevens beschikbaar
Pagina 5 van 18
-
22-10-2018
Locatie: Van Goghlaan 1-9/2-16 Locatie Adres
Van Goghlaan 1 16 2172DB SASSENHEIM
Locatiecode
AA060400190
Locatienaam
Van Goghlaan 1-9/2-16
Plaats
Teylingen
Locatiecode bevoegd gezag WBB
ZH152509208
Status Vervolg WBB
Voldoende onderzocht
Beoordeling
Status rapporten
Orienterend bodemonderzoek
Beschikking
Status besluiten Is van voor 1987
Ernstig, niet urgent
Status asbest Ja
Uitgevoerde onderzoeken Datum
Type
Naam
Auteur
Referentie Archief
31-08-1995
Verkennend onderzoek NVN 5740
Van Goghlaan 1-9/2-16
Omegam
DIV MDWH
bg: Zn>I, Cu, As>t Cr>s, gw: Zn, Cr>s
15-01-1996
Orienterend bodemonderzoek
Van Goghlaan 1-9/2-16
Oranjewoud
DIV MDWH
slib klasse 3 (Hg + DDT)
Beschikbare documenten per onderzoek Geen gegevens beschikbaar
Verontreinigende activiteiten Geen gegevens beschikbaar
Geconstateerde verontreinigingen Geen gegevens beschikbaar
Beschikbare documenten Geen gegevens beschikbaar
Besluiten Geen gegevens beschikbaar
Sanering Geen gegevens beschikbaar
Saneringscontouren Geen gegevens beschikbaar
Pagina 6 van 18
-
22-10-2018
Conclusie overheid
Zorgmaatregelen Geen gegevens beschikbaar
Pagina 7 van 18
-
22-10-2018
Locatie: Charley Tooroplaan 2-8 (vm. Menneweg 14) Locatie Adres
Charley Tooroplaan 2 -8 2172DA SASSENHEIM
Locatiecode
AA060400281
Locatienaam
Charley Tooroplaan 2-8 (vm. Menneweg 14)
Plaats
Teylingen
Locatiecode bevoegd gezag WBB
ZH152509294
Status Vervolg WBB
Voldoende onderzocht
Beoordeling
Status rapporten
Indicatief onderzoek
Beschikking
Status besluiten Is van voor 1987
Onverdacht/Niet verontreinigd
Status asbest Ja
Uitgevoerde onderzoeken Datum
Type
Naam
Auteur Referentie Archief
01-07-1987
Indicatief onderzoek
Charley Tooroplaan 2-8 (vm. Menneweg 14)
CBB
DIV MDWH
Conclusie overheid BG PAK >A; GW Ni >A
Beschikbare documenten per onderzoek Geen gegevens beschikbaar
Verontreinigende activiteiten Activiteit
Start Einde Vervallen
erfverharding met kolengruis en/of sintels
9999 9999
Niet van toepassing
Benoemd
Verontreinigd Spoed
Per definitie
>A
Geconstateerde verontreinigingen Geen gegevens beschikbaar
Beschikbare documenten Geen gegevens beschikbaar
Besluiten Geen gegevens beschikbaar
Sanering Geen gegevens beschikbaar
Saneringscontouren Geen gegevens beschikbaar
Pagina 8 van 18
-
22-10-2018
Nee
Voldoende onderzocht Ja
Zorgmaatregelen Geen gegevens beschikbaar
Pagina 9 van 18
-
22-10-2018
Locatie: Menneweg 16a en 16b Locatie Adres
Menneweg 16A 2172HE SASSENHEIM
Locatiecode
AA060400426
Locatienaam
Menneweg 16a en 16b
Plaats
Teylingen
Locatiecode bevoegd gezag WBB
ZH152509431
Status Vervolg WBB
Voldoende onderzocht
Beoordeling
Status rapporten
Verkennend onderzoek NEN 5740
Beschikking
Status besluiten Is van voor 1987
Onverdacht/Niet verontreinigd
Status asbest Nee
Uitgevoerde onderzoeken Datum
Type
Naam
Auteur
Referentie Archief
20-02-2006
Verkennend onderzoek NEN 5740
Menneweg 16a en 16b
Van Dijk
SA/06/014
Beschikbare documenten per onderzoek Geen gegevens beschikbaar
Verontreinigende activiteiten Geen gegevens beschikbaar
Geconstateerde verontreinigingen Geen gegevens beschikbaar
Beschikbare documenten Geen gegevens beschikbaar
Besluiten Geen gegevens beschikbaar
Sanering Geen gegevens beschikbaar
Saneringscontouren Geen gegevens beschikbaar
Zorgmaatregelen Geen gegevens beschikbaar
Pagina 10 van 18
-
22-10-2018
DIV MDWH
Conclusie overheid bg: PAK>S og: PAK>S gw: Cr>S
Pagina 11 van 18
-
22-10-2018
Locatie: Menneweg 16 Locatie Adres
Menneweg 16 2172HE SASSENHEIM
Locatiecode
AA152500205
Locatienaam
Menneweg 16
Plaats
Teylingen
Locatiecode bevoegd gezag WBB
ZH152509025
Status Vervolg WBB
Voldoende onderzocht
Beoordeling
Status rapporten
Bodemsanering bedrijven (BSB)
Beschikking
Status besluiten Is van voor 1987
Onverdacht/Niet verontreinigd
Onverdacht op basis preHO
Status asbest Ja
Uitgevoerde onderzoeken Datum
Type
16-03-2001 Bodemsanering bedrijven (BSB)
Naam
Auteur Referentie
Archief
Menneweg 16
Ibozo
DIV MDWH
Conclusie overheid
Beschikbare documenten per onderzoek Geen gegevens beschikbaar
Verontreinigende activiteiten Activiteit
Start
Einde Vervallen
Benoemd
Verontreinigd
Spoed Voldoende onderzocht
chemische wasserij/stomerij
9999
9999
Ja
Nee
Nee
Ja
wasserij (natwasserij)
9999
9999
Nee
Ja
Nee
Ja
Geconstateerde verontreinigingen Geen gegevens beschikbaar
Beschikbare documenten Geen gegevens beschikbaar
Besluiten Datum 13-09-2001
Besluit
Kenmerk
Status
Geen vervolg (geen adm Nazorg)
DWM/2001/3390
Definitief
Sanering Geen gegevens beschikbaar
Saneringscontouren Geen gegevens beschikbaar
Pagina 12 van 18
-
22-10-2018
Zorgmaatregelen Geen gegevens beschikbaar
Pagina 13 van 18
-
22-10-2018
Pagina 14 van 18
-
22-10-2018
Deze rapportage betreft een geautomatiseerde samenvatting van de op het moment van de aanvragen aanwezige gegevens in de informatiesystemen van de Omgevingsdienst West-Holland. De basisgegevens uit de informatiesystemen zijn in de regel door derden aangeleverd.
Er kan niet worden uitgesloten dat elders relevante informatie aanwezig is, die niet in de informatiesystemen van de Omgevingsdienst West-Holland en dus in deze samenvatting is opgenomen. Ook is het vanzelfsprekend mogelijk dat na het moment van aanvragen aanvullende gegevens door de Omgevingsdienst West-Holland worden verkregen, of dat recent verkregen informatie nog niet in het informatiesysteem is ingevoerd. Deze rapportage dient derhalve te worden gezien als een momentopname.
Vanwege het mobiele karakter van sommige bodemverontreinigingen kan ook niet worden uitgesloten dat de verontreinigingssituatie sinds het uitvoeren van een bodemonderzoek is gewijzigd. Aangezien het invoeren van gegevens mensenwerk is, kan evenmin worden uitgesloten dat bij het invoeren invoer- en/of interpretatiefouten zijn gemaakt.
De Omgevingsdienst West-Holland is niet aansprakelijk voor enige directe schade dan wel enige andere indirecte incidentele of gevolgschade als blijkt dat in de praktijk de verontreinigingssituatie anders is dan in dit rapport is vermeld. In dit geval van koop/verkoop adviseert de Omgevingsdienst om bij twijfel representativiteit van de in dit rapport vermelde gegevens alsnog bodemonderzoek op de betreffende locatie te laten uitvoeren.
Deze rapportage kan in de regel niet worden gebruikt bij meldingen of vergunningsaanvragen waarvoor een bodemonderzoek is vereist. Kopieën van de in deze rapporten kunnen hier mogelijk wel voor worden gebruikt. Dit is afhankelijk van de onderzoekeisen vanuit de melding/vergunning en de aard, ouderdom en kwaliteit van het betreffende onderzoek.
Aan de totstandkoming van deze omgeving is uiterste zorg besteed. Desondanks is het gezien de aard van het gebruikte materiaal mogelijk dat kleine fouten in de exacte ligging van objecten voorkomen of dat de kaarten anderszins foutieve informatie afbeelden. De Omgevingsdienst West-Holland aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade als gevolg van het gebruik van de informatie. Wel stelt de Omgevingsdienst West-Holland het op prijs dat onjuistheden aan haar worden gemeld. Dit kan door een e-mail te sturen naar bip@odwh.nl
Pagina 15 van 18
-
22-10-2018
Toelichting Samenstelling van bodeminformatie in het bodeminformatiesysteem (BIS) Verontreinigende activiteiten (HBB) Dat verontreinigende stoffen toch in de bodem terecht komen is vaak het gevolg van bedrijfsactiviteiten. Maar er kan ook sprake zijn van bodemverontreiniging door bijvoorbeeld het ophogen van terreinen voor het bouwrijp maken, het lekken van een brandstoftank of een ongeval. Op basis van (archief)onderzoek zijn potentiële verontreinigingen op basis van (voormalige)bedrijfsactiviteiten (UBI’s) en de bekende bodemverontreinigingen in beeld gebracht, het zgn. landsdekkend beeld (LDB, 2004). De potentiële verontreinigingen vormen het zgn. HistorischBodemBestand (HBB). Deze gegevens vormen de basis voor de werkvoorraad van de provincie. Afhankelijk van de score van de UBI behoort een locatie tot de werkvoorraad (potentiële)bodemverontreiniging die voor 2030 gesaneerd danwel beheerst moet zijn of de spoedeisende werkvoorraad die voor 2015 gesaneerd danwel beheerst moet zijn. Ook voor het bewaken van de voortgang van de bodemsaneringsoperatie van de locaties waar de provincie bevoegd gezag is en de eigen werkprocessen maakt de provincie gebruikt van het BIS.
Het Wbb-traject / vervolg Wbb (potentiële)bodemverontreinigingslocaties doorlopen een zgn. Wbb-traject van onderzoek en sanering totdat de locatie niet meer tot de werkvoorraad van de provincie behoort. De locatie is dan voldoende onderzocht of gesaneerd. Indien op de locatie na sanering nog een restverontreiniging achterblijft (bijv. indien een verontreiniging wordt afgedekt met een verharding of leeflaag) dan is sprake van nazorg. Nazorgmaatregelen worden vastgelegd en gecontroleerd. In dit rappor twordt per locatie aangegeven in welke fase van het Wbb-traject een locatie zich bevindt (Vervolg Wbb-traject):
Wbb traject starten De locatie behoort op basis van vooronderzoek of vanuit het HBB tot de werkvoorraad van de provincie maar er is nog geen (historisch)onderzoek uitgevoerd. Op enig moment zal onderzoek plaats moeten vinden.
Bodemonderzoek uitvoeren Vooronderzoek of historisch onderzoek geeft aanleiding om bodemonderzoek te doen. Daarbij kan sprake zijn van verkennend of nader onderzoek.
Saneringsonderzoek uitvoeren Op basis van nader onderzoek is bepaald dat gesaneerd moet worden. Het saneringsonderzoek is gericht op de inventarisatie van de mogelijke wijzen van sanering en zal uitmondend in een keuze van de wijze van sanering
Saneringsplan opstellen Als op is vastgesteld dan sanering moet worden uitgevoerd dient een saneringsplan opgesteld te worden. Het saneringsplan wordt door het bevoegd gezag beschikt. In de beschikking op het saneringsplan kan het bevoegd gezag nadere eisen stellen aan de sanering. De saneerder voert de sanering uit overeenkomstig het door het bevoegd gezag goedgekeurde saneringsplan en de voorschriften die zij aan de instemming hebben verbonden.
Sanering en/of evaluatie uitvoeren Als het bevoegd gezag heeft ingestemd met het saneringsplan kan de sanering worden uitgevoerd. Na afronding van de sanering stelt de saneerder een evaluatierapport op. Op basis van het evaluatierapport zal het bevoegd gezag beoordelen of een sanering voldoende is uitgevoerd. Voldoende gesaneerde locatie behoren daarmee niet meer tot de werkvoorraad van de provincie.
Pagina 16 van 18
-
22-10-2018
Zorgmaatregelen uitvoeren Na sanering kan sprake zijn van restverontreiniging (bijv. indien sprake is van een afdeklaag als saneringsmaatregel). Deze maatregelen kunnen bestaan uit beperkingen in het gebruik van de locatie of het voorkomen blootstelling aan of verspreiding van de restverontreiniging.
Gesaneerd Indien een sanering is uitgevoerd wordt door het bevoegd gezag het evaluatierapport beoordeeld. Indien met een beschikking wordt ingestemd met de uitgevoerde sanering (aan de saneringsdoelstelling is voldaan) behoort de locatie niet meer tot de werkvoorraad van de provincie. Wel kan nog sprake zijn van nazorg zoals bijvoorbeeld het in stand houden van een afdeklaag of het verplicht melden van gewijzigd gebruik.
Geen werkvoorraad (meer) De locatie behoort op basis van de UBI score niet tot de werkvoorraad of is voldoende onderzocht of gesaneerd.
Toelichting op de gerapporteerde informatie
Locatie Algemene gegevens waaronder de locatie in het BIS bekend is. Daarnaast wordt aangegeven of de locatie betrekking heeft op een verontreiniging die na 1 januari 1987 is ontstaan (een zorgplicht geval dat onmiddellijk ongedaan gemaakt moet worden/zijn).
Status In de wet bodembescherming wordt onderscheid gemaakt tussen ernstige en niet ernstige verontreinigingen. Op basis daarvan wordt bepaald of een locatie door het bevoegd gezag wordt opgepakt. Voordat het bevoegd gezag hierover in een beschikking een uitspraak doet wordt de beoordeling op basis van historisch- en/of verkennend onderzoek vastgelegd (beoordeling). Indien er een uitspraak is van het bevoegd gezag dan wordt dat vermeld bij het veld ‘Beschikking’.
Sanering In een saneringsplan wordt aangegeven hoe de sanering wordt uitgevoerd. Dit kan in fasen gebeuren of in delen van de verontreiniging. Indien het bevoegd gezag een termijn heeft afgegeven voor het starten van de sanering dan wordt dat hier vermeld. Door het beoordelen van een evaluatierapport van de sanering wordt tevens de einddatum van de sanering bepaald.
Uitgevoerde onderzoeken Een lijst van rapporten die betrekking hebben op de locatie. Deze rapporten worden in het geval van ernstige verontreiniging beoordeeld door het bevoegd gezag Wbb (provincie). Door uitwisseling van gegevens met gemeenten worden ook rapporten vermeld die in het bezit zijn van de betreffende gemeente maar die niet bij de provincie aanwezig zijn.
(mogelijk) Verontreinigende activiteiten Dit is een overzicht van potentieel verontreinigende (bedrijfs)activiteiten die op de locatie (mogelijk) zijn uitgevoerd, worden vermoed (HBB) en/of zijn onderzocht. Met ‘vervallen’ wordt aangegeven of een activiteit werkelijk op de locatie heeft plaatsgevonden. Met ‘Benoemd’ wordt aangegeven of deze activiteit ook in de bodemonderzoeken zijn benoemd. Vervolgens wordt aangegeven of er een verontreiniging veroorzaakt door deze activiteit aanwezig is.
Pagina 17 van 18
-
22-10-2018
Geconstateerde Verontreinigingen Indien verontreinigingen in de grond of het grondwater zijn aangetroffen wordt in deze tabel aangegeven in welke mate overschrijding van de normen heeft plaatsgevonden. Tevens wordt vermeld welke omvang de verontreiniging heeft en op welke diepte deze zit.
Besluiten Op basis van de aangeleverde rapporten doet het bevoegd gezag uitspraak over de mate van verontreiniging (ernst), de spoedeisendheid van saneren (spoed), te nemen maatregelen voor, na en tijdens sanering, saneringsplannen en de uitvoering van de sanering (evaluatie). In dit overzicht worden de door de provincie genomen besluiten vermeld.
Saneringscontouren Indien sprake is van sanering in delen of fasen dan worden meerdere contouren vermeld. Per fase of deel wordt aangegeven welke saneringsvariant voor de boven- of ondergrond uiteindelijk is uitgevoerd.
Zorgmaatregelen Indien na sanering nog verontreiniging is achtergebleven, zullen maatregelen worden genomen om blootstelling aan of verspreiding van de restverontreiniging te voorkomen. Deze maatregelen worden in het BIS geregistreerd. Het bevoegd gezag houdt toezicht op het in stand houden van deze maatregelen.
Pagina 18 van 18
-
22-10-2018
2.2 Fotoreportage
2.3 Rapportage Bodemloket
Rapport Bodemloket ZH152509025 Menneweg 16 Datum: 23-10-2018
Legenda
Locatie Voortgang onderzoek
Mijnsteengebieden
1/3
ZH152509025 Menneweg 16
Inhoud 1
Algemeen
1.1 Administratieve gegevens 1.2 Statusinformatie 1.3 Verontreinigende (onderzochte) activiteiten 1.4 Onderzoeksrapporten 1.5 Besluiten 1.6 Saneringsinformatie 1.7 Contactgegevens 2
Disclaimer
1
Algemeen Dit rapport is opgesteld met de gegevens uit http://www.bodemloket.nl/
1.1
Administratieve gegevens Locatienaam:
Menneweg 16
Identificatiecode volgens bevoegd gezag:
ZH152509025
Locatiecode gemeentelijk BIS:
AA152500205
Adres:
MENNEWEG 16 2172HE SASSENHEIM
Gegevensbeheerder:
Omgevingsdienst West-Holland
Als de gegevensbeheerder de provincie is, kan er bij de gemeente en/of de omgevingsdienst waar de locatie onder valt meer informatie beschikbaar zijn.
1.2
1.3
1.4
1.5
Statusinformatie Vervolg:
voldoende onderzocht.
Omschrijving:
De resultaten van het uitgevoerde (historische) bodemonderzoek geven aan dat de (voormalige) activiteiten en/of de onderzoekslocatie voldoende zijn onderzocht in het kader van de Wet bodembescherming.
Verontreinigende (onderzochte) activiteiten Omschrijving
Start
Eind
wasserij (natwasserij) (930110)
onbekend
onbekend
chemische wasserij/stomerij (930120)
onbekend
onbekend
Onderzoeksrapporten Type
Auteur
Nummer
Datum
Bodemsanering bedrijven (BSB)
Ibozo
AD3596.RP1
2001-03-16
Besluiten Type
2/3
Kenmerk
Datum
Geen vervolg (geen adm Nazorg)
1.6
2001-09-13
Saneringsinformatie Bovengronds
1.7
DWM/2001/3390
Ondergronds
Start
Eind
Contact Gedetailleerde informatie over deze locatie kunt u opvragen bij Omgevingsdienst West-Holland Bodem Informatie Punt (BIP Telefoonnummer: 071-4083100 E-mail: BIP@odwh.nl Bodeminformatiemodule ODWH
2
Disclaimer De bodeminformatie omvat alleen informatie die bij de provincie en gemeenten bekend is. Wanneer er geen gegevens op de kaart staan kunnen we niet met zekerheid zeggen dat de ondergrond schoon is. Andersom wijzen historische bedrijfsactiviteiten op de kaart niet zonder meer op bodemverontreiniging. Om daar duidelijkheid in te krijgen moet de bodem verder onderzocht worden. De inhoud van deze bodeminformatiekaart is met de grootste zorg samengesteld. Toch kan het voorkomen dat de informatie verouderd is of onjuistheden bevat. Wij vragen daarvoor uw begrip. Neem voor de meest actuele situatie van een locatie contact op met de gegevensbeheerder van de locatie. De contactgegevens van de gegevensbeheerder staat hierboven. Uw reactie stellen we op prijs. Het geeft ons gelegenheid de fouten en gebreken te herstellen. Rijkswaterstaat beheert de website Bodemloket. Vragen over de werking van de website kunt u stellen via onze helpdesk: http://www.bodemplus.nl/helpdesk.
3/3
Rapport Bodemloket Geen locatiecode Sassenheim tbv aanleg glasvezel Datum: 23-10-2018
Legenda
Locatie Voortgang onderzoek
Mijnsteengebieden
1/3
Geen locatiecode Sassenheim tbv aanleg glasvezel
Inhoud 1
Algemeen
1.1 Administratieve gegevens 1.2 Statusinformatie 1.3 Verontreinigende (onderzochte) activiteiten 1.4 Onderzoeksrapporten 1.5 Besluiten 1.6 Saneringsinformatie 1.7 Contactgegevens 2
Disclaimer
1
Algemeen Dit rapport is opgesteld met de gegevens uit http://www.bodemloket.nl/
1.1
Administratieve gegevens Locatienaam:
Sassenheim tbv aanleg glasvezel
Identificatiecode volgens bevoegd gezag: Locatiecode gemeentelijk BIS:
AA152500373
Adres:
SASSENHEIM
Gegevensbeheerder:
Omgevingsdienst West-Holland
Als de gegevensbeheerder de provincie is, kan er bij de gemeente en/of de omgevingsdienst waar de locatie onder valt meer informatie beschikbaar zijn.
1.2
1.3
Statusinformatie Vervolg:
uitvoeren OO.
Omschrijving:
Er moet op de locatie een oriënterend onderzoek worden uitgevoerd naar de aard en ernst van de (mogelijke) verontreiniging. De basis voor dit onderzoek is het 'Protocol Oriënterend Onderzoek' (Sdu, 1993).
Verontreinigende (onderzochte) activiteiten Omschrijving
1.4
Start
Onderzoeksrapporten Type
Auteur
Verkennend onderzoek Search Milieu NEN 5740
1.5
2/3
Nummer
Datum
25.15.00120.1
2015-04-08
Besluiten Type
1.6
Eind
Saneringsinformatie
Kenmerk
Datum
Bovengronds
1.7
Ondergronds
Start
Eind
Contact Gedetailleerde informatie over deze locatie kunt u opvragen bij Omgevingsdienst West-Holland Bodem Informatie Punt (BIP Telefoonnummer: 071-4083100 E-mail: BIP@odwh.nl Bodeminformatiemodule ODWH
2
Disclaimer De bodeminformatie omvat alleen informatie die bij de provincie en gemeenten bekend is. Wanneer er geen gegevens op de kaart staan kunnen we niet met zekerheid zeggen dat de ondergrond schoon is. Andersom wijzen historische bedrijfsactiviteiten op de kaart niet zonder meer op bodemverontreiniging. Om daar duidelijkheid in te krijgen moet de bodem verder onderzocht worden. De inhoud van deze bodeminformatiekaart is met de grootste zorg samengesteld. Toch kan het voorkomen dat de informatie verouderd is of onjuistheden bevat. Wij vragen daarvoor uw begrip. Neem voor de meest actuele situatie van een locatie contact op met de gegevensbeheerder van de locatie. De contactgegevens van de gegevensbeheerder staat hierboven. Uw reactie stellen we op prijs. Het geeft ons gelegenheid de fouten en gebreken te herstellen. Rijkswaterstaat beheert de website Bodemloket. Vragen over de werking van de website kunt u stellen via onze helpdesk: http://www.bodemplus.nl/helpdesk.
3/3
Bijlage 3 Situatietekeningen 3.1 Situatietekening met boorpunten
41 75
1
8195
ge
ls
d in
gr
te
D
C
y
le
03
r ha
o
to
s
ga
02
ls ge
06
07 D
L
L
ls ge
te
D
D
D
09
D
08
L
8788
L
L
L
D
9286
D
L
b
D
16
18
D
7969
a 16
10
D
8787
L
L
D
05 te
d in gr
D
73
D
7
9287
04
6 -1 14
n
01
be
To
an
la
p ro
D
7482
L
75
X
Datum
8
8196 3
8197
8
1
8195
6
41
L
L DL D
DL
L
Datum:
A4 1:500 1:5000
els
gri
teg
nd
03
ar Ch
ley
laa op
04
n
gri
06
ga
02
05
nd
els teg
8199
els teg
s
07
8788
09
08
9
9286
7969
16a
10
8787
9359
16b
18
73-
73d
9411
7482
0
5
15 Maatvoering in meters tenzij anders aangegeven
10
N
20m
L953-BO-01
Tekeningnummer
1.1
Versie nr.
BODEMONDERZOEK
Omschrijving
3.1
Bijlage nr.
Menneweg 14-16, Sassenheim
Locatie
1810L953/JSM
Projectnummer
1/1
Blad nr.
Mevrouw E.B. Janssen en mevrouw N. Janssen
Opdrachtgever
Get. Wijziging
7
9287
8198
01
16 14-
ton be
or To
2
Water
N:\IDDS MILIEU\3. PROJECTEN\L001-L999\L953\01 MILIEU - ONDERZOEK\TEKENWERK\L953 JSM.DWG
14-11-2018
Formaat: Schaal: Schaal situatie:
HNA COB
Akkoord