CConstaterende datTeylingen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 aangepast Bomenbeleid Teylingen na evaluatie 2020 (defintief) 20211208 - ter ondertekening.pdf

Gemeenteraad 16 december 2021, gemeente TeylingenBij agendapunt: Stemming over Raadsvoorstel Wijziging op het Bomenbeleid Teylingen 201512.988 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Voorbeelden:  adoptie van bomen, door een school of een bedrijf;  sponsoring van bomen (bijvoorbeeld een bedrijf verbindt zich aan een boom);  snoeien van leilindes door bewoners. In Teylingen zijn al twee ‘plukbossen’ aangelegd. Deze bomen mogen door de inwoners gebruikt worden om zelf vers fruit te plukken. De aanplant van bomen met eetbare vruchten wordt nog verder gestimuleerd.

27

4.5.2 Communicatie Door inwoners regelmatig te informeren, worden zij zich meer bewust van wat er nodig is om een kwalitatief hoogwaardig bomenbestand in stand te houden. Door uit te leggen waarom werkzaamheden wel of juist niet worden gedaan, kweken we begrip. Dit kan door de gemeentelijke website actueel te houden, regelmatig stukjes te plaatsen in het plaatselijke nieuwsblad en omwonenden te informeren als er in de buurt werkzaamheden plaatsvinden aan bomen. Verder wordt onderzocht welke communicatiemiddelen kunnen worden ingezet voor een beter contact met de inwoners. 4.5.3 Educatie De gemeente heeft een taak om het belang van bomen te benadrukken. Educatie is hiervoor een prima middel. Zo wordt elk jaar de boomfeestdag georganiseerd: er worden lespakketten uitgedeeld en op de scholen wordt aandacht besteed aan groen en bomen. Samen met de leerlingen worden er bomen geplant. Om het belang van bomen nog meer onder de aandacht te brengen kan een verkiezing ‘boom van het jaar’ of mooiste boom van Teylingen worden georganiseerd. Het belang van bomen is niet voor iedereen vanzelfsprekend. In particuliere tuinen zien we steeds minder ruimte voor groen/bomen. Een actie om het planten van bomen in 28

particuliere tuinen te promoten (bijvoorbeeld bij nieuwe inwoners) kan bijdragen aan een boomrijker Teylingen.

Beleid De laatste jaren krijgt participatie in het boombeheer steeds meer vorm. Door het opstellen van een uitvoeringsplan boomparticipatie voor de komende jaren kunnen we dit verder stimuleren. Communicatie en educatie zijn prima middelen die we blijven gebruiken om bomen onder de aandacht van onze inwoners te brengen.

5. Uitvoering 5.1. Financiën Voor het vervangen van bomen is er een vervangingsbudget. Dit budget is hoofdzakelijk voor het vervangen van bomen, maar wordt ook gebruikt voor financiering van het bomenfonds, onderzoek en groeiplaatsverbetering. De omlooptijd van een boom is per boom verschillend en afhankelijk van meerdere factoren zoals:  duurzaamheidklasse van de boom (een sierkers wordt ongeveer 40 jaar, een eik kan wel 300 jaar oud worden.)  groeiplaats (een goede groeiplaats biedt een boom voldoende ruimte en kan de omlooptijd van een boom aanzienlijk verlengen) Projecten met bomen worden zoveel mogelijk integraal opgepakt, en gefinancierd via het investeringsbudget. Gemiddeld is de omlooptijd voor bomen in het stedelijke milieu 40 jaar. Met het beschikbare budget kunnen we in Teylingen gemiddeld 180 bomen per jaar vervangen. Dit betekent dat de omlooptijd langer dan 40 jaar moet zijn. Deze kunnen we verlengen door het nieuwe bomenbeleid toe te passen en de volgende uitgangspunten te hanteren:

29

Nieuw beleid waarmee we de omlooptijd van bomen verlengen:  Bij de aanplant van nieuwe bomen zijn de locatie en functie bepalend.  Investeren in groeiplaats (bodemverbetering), zodat een nieuwe boom voldoende ruimte en voeding heeft om tot volle wasdom uit te groeien. Hiermee voorkomen we ook wortelopdruk.  Bij onvoldoende ondergrondse groeiruimte, bijvoorbeeld door de aanwezigheid van kabels en leidingen, wordt gekozen voor een kleine boom of soms helemaal geen boom.  De bovengrondse ruimte bepaalt de boomsoort en dus de uiteindelijke grootte van de boom.  Bij onvoldoende ruimte wordt er een kleine boom of soms helemaal geen boom geplant. Hiermee voorkomen we snoeiwerkzaamheden, overlast of voortijdige verwijdering van de boom.  We kiezen voor de juiste boom op de juiste plek en planten dus bomen die geschikt zijn voor de plaatselijke omstandigheden. Zo planten we eiken en beuken op hoge, droge zandgrond en elzen en wilgen op lage, natte veengrond.  Bomen die overlast kunnen geven, planten we op plekken waar ze geen hinder veroorzaken.  Op stedelijke groeiplaatsen worden bomen geplant die hiertegen bestand zijn (klimaatbestendige bomen).  We willen het aantal boomsoorten vergroten. Hiermee bereiken we een grotere (bio)diversiteit, voorkomen we monoculturen en is het bomenbestand beter bestand tegen plagen en ziekten.  Betere bescherming.

Hiermee voorkomen we het vroegtijdig vervangen van bomen als gevolg van schade door werkzaamheden. Monumentale bomen zijn bepalend bij renovaties/herinrichtingen en kunnen hierdoor behouden blijven.  Participatie/communicatie/educatie. Door inwoners te betrekken bij het boombeheer, wordt het belang van bomen bij inwoners vergroot en komen er minder verzoeken om bomen te verwijderen. Door deze acties/maatregelen verlengen we de omlooptijd van ons bomenbestand. De bomen gaan langer mee, geven minder overlast en de onderhoudswerkzaamheden verminderen. Op termijn wordt de kwaliteit van het bomenbestand steeds beter en zullen de vervangingskosten afnemen. De meeste maatregelen zijn van toepassing bij aanplant van nieuwe bomen. Het effect zal pas na meerdere jaren waarneembaar zijn. Tot die tijd is het beschikbare budget bepalend voor het aantal te vervangen bomen per jaar. Na vijf jaar zullen we evalueren of het gewenste effect is bereikt. Mocht dit niet zo zijn, dan kunnen we ervoor kiezen om:  door budgetverhoging alsnog het gewenste beeld te behalen;  het gewenste niveau bij te stellen;  het gewenste niveau later te bereiken.

30

5.2. Uitvoeringsplan 5.2.2 Uitvoeringplan boomparticipatie  Stimuleren boombeheer door derden Samen met de afdeling communicatie en de wijkregisseur worden projecten opgestart om het beheer door inwoners, instanties, bedrijven en scholen te stimuleren. Bijvoorbeeld het onderhoud van boomspiegels door omwonenden en de adoptie vaneen boom door een bedrijf, instantie of school. Hiervoor worden ook spelregels opgesteld.  Ondersteunen initiatieven Initiatieven op het gebied van bomen worden ondersteund. Bijvoorbeeld bij de aanleg van ‘plukbossen’ of groene schoolpleinen. Dit kan door het geven van advies en het beschikbaar stellen van ruimte en/of bomen.

 Hergebruik vrijgekomen hout Bij snoei of het kappen van bomen kan worden bekeken of het vrijgekomen hout hergebruikt kan worden. Dit kan in samenwerking met kunstenaars, scholen, vrijwilligers of door de buitendienst. o Vrijgekomen hout kan hergebruikt worden bij de inrichting van een speellocatie, door gebruik te maken van wilgentenen en/of boomstammen. o In samenwerking met kunstenaars kan vrijgekomen hout gebruikt worden voor kunstobjecten die weer een plaats in de omgeving krijgen. Bijvoorbeeld het omvormen van een boomstam tot een bankje of kunstobject. 

Educatie extern o Boomfeestdag Het jaarlijks organiseren van een educatief programma waarbij diverse scholen, instanties en groepen uit de samenleving worden betrokken bij het belang van bomen (in samenwerking met afdeling Maatschappelijke Ontwikkeling). o Boomverkiezing Organisatie van een verkiezing ‘boom van het jaar’ of mooiste boom van Teylingen. o Voorlichting belang van bomen Voorlichtingsprogramma of folder die de aanplant en het belang van bomen bij nieuwe inwoners promoot.

Educatie intern o Natuurlijker boombeheer  Maken van takkenrillen van vrijgekomen snoeihout. Dit alleen op plekken waar genoeg ruimte is en weinig kans op vandalisme. Het laten staan van boomskeletten die dienst kunnen doen als ‘spechtenboom’. Dit alleen op plekken waar ze geen gevaar vormen.  Hergebruik van vrijgekomen hout door de buitendienst. Bijvoorbeeld voor het maken van afzethekjes en planken.  Aanplant van bomen met lage vertakking die op termijn dienst kunnen doen als ‘klimboom’.  Waar mogelijk scheve bomen laten staan en omgevallen bomen laten liggen zodat hier nieuwe biotopen ontstaan. 31

o

Kennis  Opleiden van de medewerkers van de buitendienst, zodat zij meer kennis van bomen hebben. Hiermee kunnen zij het boombeheer op een nog betere manier uitvoeren en inwoners correct informeren.

6. Tot Slot Het nieuwe bomenbeleid is gebaseerd op de visie naar het jaar 2050. Wanneer blijkt dat de ideeën over boombeleid veranderen of dat door andere oorzaken het boombeleid niet meer actueel is, dan moet het beleid worden aangepast of herschreven. Om te kunnen nagaan of het nieuw boombeleid functioneert en voldoet aan onze verwachtingen, zullen we het na vijf jaar evalueren. Om dit te kunnen toetsen, stellen we nu een aantal resultaten vast. Wanneer is het nieuwe beleid geslaagd? Houdbaarheid en duurzaamheid maken onderdeel uit van het nieuwe beleid. Tenslotte planten we nu de bomen voor volgende generaties. De vervangingstijd bij bomen ligt gemiddeld op 40 jaar. Dit betekent dat de gevolgen van een nieuw beleid zeer geleidelijk merkbaar zijn. We willen immers geen kaalslag, maar een geleidelijke vervanging, zodat er een variatie in de leeftijdsopbouw is. De beperkte financiële middelen spelen hier ook een rol in. Toch kunnen we ook op korte termijn resultaten bereiken. De resultaten van het nieuwe beleid zijn daarom verdeeld in effecten op korte termijn en effecten op langer termijn.

Effecten op langere termijn (eerste resultaten merkbaar na 5 jaar):  de kwaliteit van het bomenbestand is verbeterd;  het aantal overlast bomen is verminderd;  de onderhoudskosten van bomen zijn gedaald;  een grotere diversiteit in soort, leeftijd en grootte;  meer groenbeleving in de buitenruimte;  een grotere biodiversiteit;  minder ziekten en plagen;  meer klimaatbestendige bomen.  Effecten op de korte termijn (resultaten bereikt binnen 2 jaar):  betere publicatie rondom het kapvergunningstelsel;  meer communicatie over boomonderhoud en boombeheer;  meer betrokkenheid van inwoners bij boomparticipatie (herinrichting en onderhoud);  nieuwe bomen worden alleen geplaatst met voldoende boven- en ondergrondse ruimte;  nieuwe bomen worden samen met direct omwonenden bepaald;  monumentale bomen zijn beter beschermd;  minder waardevolle bomen kunnen makkelijker worden vervangen;  overlast bomen worden beperkt weggehaald;  minder schade bij werkzaamheden rondom bomen;  beter toezicht bij werkzaamheden rondom bomen;  bij ontwerp en nieuwbouw wordt rekening gehouden met het nieuwe boombeleid;  bij integrale projecten wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met de bomen;  eigen maken van het nieuwe beleid in de organisatie. 32

De eerste evaluatie van het bomenbeleid heeft in 2020 plaatsgevonden. In bijlage B is het rapport met stappenplan voor het vervolg toegevoegd. De volgende evaluatie is voor 2025 voorzien.

Handboek Bomen Het nieuwe boombeleid is gemaakt vanuit boomtechnisch oogpunt. De openbare ruimte wordt echter ingericht en gebruikt door verschillende disciplines. In de praktijk zal blijken dat de wensen vanuit het boombeheer kunnen botsen met andere belangen, zoals verkeer, parkeren en kabels & leidingen. Hiervan zijn we ons bewust. Uitgangspunt is om binnen de aanwezige mogelijkheden de omstandigheden voor de bomen zo optimaal mogelijk te maken. Het Handboek Bomen van Norminstituut Bomen geeft eisen en richtlijnen om per situatie de juiste afwegingen te kunnen maken. Het boombeleid wordt vastgesteld en is een document dat is verankerd in de organisatie. Het geeft aan hoe we denken over onze bomen en hoe we ermee omgaan. Het Handboek Bomen geeft richtlijnen en praktische tools om dit te bereiken

33

Bijlagen A: Criteria voor beleidscategorieën Categorie 1: Waardevolle bomen of structuren (boomgroepen) Aanwijscriteria: 1. Beeldbepalendheid 2. Ecologische waarde 3. Cultuurhistorische waarde (solitair of als samenhangende groep) 4. Zeldzaamheid, uniciteit of dendrologie 5. Duurzame groeiplaats Randvoorwaarden: a. Plantjaar en boomgrootte b. Technische levensduur De 5 aspecten beeldbepalendheid, ecologische waarde, cultuurhistorische waarde, zeldzaamheid, uniciteit of dendrologie, en duurzame groeiplaats zijn de redenen of specifieke kenmerken voor aanwijzing. De randvoorwaarden voor aanwijzing bepalen of aangewezen bomen of houtopstanden ook daadwerkelijk op de bomenlijst kunnen worden opgenomen. Hierna volgt een toelichting op de verschillende aspecten. Aanwijscriteria waardevolle bomen De boom of houtopstand dient tenminste 1 van de volgende specifieke kenmerken te hebben. Beeldbepalendheid Een boom is beeldbepalend indien deze voor de beeldkwaliteit van de leefomgeving van grote waarde is of indien de boom een belangrijke positieve bijdrage levert aan het karakter en de herkenbaarheid op straat-, wijk‐ of dorpsniveau. Bij particuliere terreinen gaat het veelal om bomen in voor‐ en zijtuinen, die in het straatbeeld van Teylingen een grote rol spelen doordat de habitus (vorm van de boom) zichtbaar is vanuit openbaar toegankelijk gebied.

In sommige gevallen gaat het om bomen in achtertuinen die een beeldbepalende bijdrage leveren aan het groene karakter van de wijk of straat. De boom dient in ieder geval ofwel een zodanige omvang te hebben dat deze reeds vanuit 1 windrichting beeldbepalend is voor de omgeving, ofwel de boom is vanuit alle windrichtingen beeldbepalend, waarbij de omvang geen rol speelt. Een bijzondere, opvallende of aansprekende locatie van de boom kan mede bepalend zijn voor opname op de ‘Lijst van waardevolle bomen’. Een boom op een markante plek, of op een locatie die uitnodigt tot recreatie, wordt eerder aangewezen dan eenzelfde boom op een achteraflocatie. Soms is de manier waarop een boom is geplant of is gegroeid, bijvoorbeeld ten opzichte van andere bomen, van invloed op de manier waarop een boom zich manifesteert. Meestal hebben we te maken met solitaire beeldbepalende bomen, maar in specifieke gevallen geldt het ook voor 34

bomen in groepen, waarbij niet zozeer de individuele boom maar de groep als geheel van beeldbepalende waarde is. Zoals bij een groep van 2 of 3 bomen die tezamen één kroon vormen. Ecologische waarde Bomen kunnen een belangrijke functie hebben voor het voortbestaan van bepaalde flora en fauna. Het gaat hierbij om een structurele functie voor een bepaalde dier- of plantensoort. Een kolonieboom van blauwe reigers bijvoorbeeld die al jarenlang zo wordt gebruikt. Of een groeiplaats voor een bijzondere korstmossoort, maretak of andere bijzondere plantensoorten. Ook kunnen bomen als geleiding of verblijfplaats dienen voor vleermuizen, of zijn ze een belangrijk onderdeel van een ecologische verbindingsroute (zie daarvoor ook de structuurbomen). Daarnaast kunnen streekeigen, inheemse soorten van belang zijn vanwege de waarde als autochtoon plantmateriaal door hun genetische oorspronkelijkheid. Een dergelijke ecologische waarde kan worden vastgesteld door een ecoloog, of aan de hand van bestaande ecologische kaarten en/of gegevens. Cultuurhistorische waarde Bomen en bepaalde boomstructuren (lanen, groepjes) kunnen onderdeel zijn van de lokale geschiedenis of een bepaalde cultuurhistorische betekenis hebben. Het meest bekend zijn de herdenkingsbomen die ter gelegenheid van bijzondere gebeurtenissen zijn geplant.

Maar ook kan gedacht worden aan groene elementen die essentieel zijn voor een bepaald landschapstype. Oude knotbomen of houtwallen in het bebouwde gebied bijvoorbeeld markeren vaak vroegere erf- en perceelgrenzen. Ook bomen die onderdeel zijn van een beschermd dorpsgezicht (Warmond), vallen hier onder. Onder cultuurhistorische eigenschappen vallen onder andere:  Herdenkingsboom  Grensboom  Markeringsboom  Bakenboom  Ensemble met historisch pand  Boom in historische houtwal  Verzetsboom  Buurtboom  Karakteristieke snoeivorm  Ooggetuigeboom  Beschermd dorpsgezicht Warmond  Historische structuur Nadere toelichting historische structuren/ boomgroepen en beschermd dorpsgezicht Bepaalde lanen en bosjes (groepen) met oudere bomen kunnen verwijzen naar de geschiedenis van Teylingen. Zoals rijbeplantingen langs oude invalswegen of een laanbeplanting langs de oprijlaan van een (soms al verdwenen) buitenplaats, of een landgoedbos. Ook de (boom)beplanting van het beschermd dorpsgezicht van Warmond en Park Rusthoff vallen hier onder. In dit geval worden niet de bomen op zich als waardevol aangewezen, maar de samenhangende structuur die van oudsher zo gegroeid is, en vaak ook specifiek zo onderhouden is.

Zeldzaamheid, uniciteit of dendrologie Zeldzaamheid: Een boomsoort is voor Teylingse begrippen zeldzaam als er vermoedelijk minder dan 5 volwassen exemplaren van voorkomen binnen de gemeentegrenzen. Het gaat hierbij om boomsoorten en niet om variëteiten. 35

Uniciteit: Bomen kunnen uniek zijn binnen Teylingen vanwege hun grootte en/of groeivorm, bijvoorbeeld de grootste, dikste of scheefste boom van de wijk of dorp. Dendrologie: Bijzondere soorten kunnen boomkundig (dendrologisch) gezien waardevol zijn. Denk aan een exotische boomsoort of een bijzondere kweekvorm of variëteit. In ‘Dendrologie van de lage landen’ van J. de Koning en W. van den Broek (voorheen: ‘Nederlandse dendrologie’ van dr. B.K. Boom) staat aangegeven welke soorten en variëteiten voor Nederland zeldzaam zijn. Deze kunnen aangevuld worden met specifiek voor Teylingen zeldzame en bijzondere boomsoorten. Duurzame groeiplaats (Toekomstboom) Indien de plek/groeiplaats, zowel boven- als ondergronds, zodanig gunstig is dat de boom in potentie duurzaam verder kan uitgroeien tot een waardevolle boom, kan dit reden zijn de boom bij aanplant al aan te wijzen als waardevol. De normen voor groeiplaatsen zoals gesteld in het Handboek Bomen 2018 zijn hierbij leidend. Ondergronds is er dan voldoende vocht, zuurstof, voeding, doorwortelbare ruimte en een lage verdichtingsgraad van de bodem. Bovengronds gaat het om voldoende ruimte voor het doorontwikkelen van de kroon, stam en stamvoet. Randvoorwaarden waardevolle bomen Plantjaar en boomgrootte Een aansprekende omvang of leeftijd vergroot de waarde van een boom of boomgroep.

In eerste instantie geldt het plantjaar van de boom als criterium hiervoor. Van niet alle bomen is het plantjaar bekend, er is dan geselecteerd op basis van de stamdiameter en -omvang. Een boom wordt in de gemeente Teylingen waardevol genoemd als het plantjaar meer dan 60 jaar geleden is (vergelijkbaar met een stamdiameter van meer dan 60 centimeter op 1,3 meter boven maaiveld in geval van een onbekend plantjaar). Voor historisch waardevolle structuren wordt uitgegaan van een gemiddelde minimumleeftijd van 60 jaar. OF als er zodanig is of kan worden aangeplant (groeiplaats, ondergrondse en bovengrondse ruimte) dat de ambitieleeftijd van 100 jaar redelijkerwijs haalbaar is. Technische levensduur De boom dient een resterende technische levensduur te hebben van meer dan 5 jaar. Bomen met een zeer slechte levensverwachting komen niet in aanmerking voor aanwijzing. Bij historische structuren moet het grootste deel van de aan te wijzen structuur nog meer dan 5 jaar veilig kunnen staan. De technische levensduur dient op deskundige wijze te worden bepaald door een boomspecialist (European Tree Technician of gelijkwaardig niveau). Voor het bepalen van de technische levensduur zijn de volgende aspecten van belang:  De conditie van de boom in relatie tot het herstelvermogen van de boomsoort;  De mate waarin er sprake is van mechanisch onherstelbare veiligheidsproblemen; 36

 

De mate waarin er sprake is van parasitaire ziekten of aantastingen die het voortbestaan van de boom bedreigen; De mate waarin er sprake is van een afname in kwaliteit en/of kwantiteit van de ondergrondse groeiruimte.

Categorie 2: Structuurbomen Aanwijscriteria: 1. Stedenbouwkundige betekenis 2. Verbinding tussen groenelementen Randvoorwaarden: a. Plantjaar en boomgrootte b. Technische levensduur c. Groenstructuur De 2 aspecten Stedenbouwkundige betekenis, en Verbinding tussen groenelementen zijn de redenen of specifieke kenmerken voor aanwijzing. De 3 randvoorwaarden voor aanwijzing bepalen of een boomstructuur uiteindelijk kan worden opgenomen als aangewezen structuur. Hierna volgt een toelichting op de verschillende aspecten. Aanwijscriteria structuurbomen De boom heeft als onderdeel van een structuur tenminste 1 van de volgende specifieke kenmerken. Stedenbouwkundige betekenis Bomen in een laanvormige structuur kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan het karakter van de gemeente. Ze kunnen stedenbouwkundige structuren accentueren of versterken. Deze bomenstructuren begeleiden bijvoorbeeld wegen of wateren binnen de hoofdinfrastructuur of markeren een wijk- of gebiedsontsluiting. Een goed geplaatste structuur begeleidt het verkeer en kan ook verkeersremmend werken. Verbinding van groenelementen Lijn- of vlakvormige structuren kunnen een belangrijke meerwaarde geven aan andere groenelementen. Door bijvoorbeeld parken en bosgebieden via bomenrijen met elkaar te verbinden neemt de ecologische betekenis ervan toe.

Zo ontstaat er een natuurlijke migratieroute voor vogels en andere diersoorten. Ook kunnen lijnvormige elementen een belangrijke rol vervullen in de verbinding tussen dorp en buitengebied. Randvoorwaarden structuurbomen Plantjaar en boomgrootte Een aansprekende omvang of leeftijd vergroot de waarde van een bomenstructuur. In eerste instantie geldt het plantjaar van de bomenrij of -groep als criterium. Van niet alle bomen is het plantjaar bekend, er is dan geselecteerd op basis van de stamdiameter en -omvang. Een bestaande bomenrij of -groep kan in de gemeente Teylingen als structuurversterkend worden aangewezen als het plantjaar van het meerendeel van de bomen meer dan 40 jaar geleden is (vergelijkbaar met een stamdiameter van meer dan 40 centimeter op 1,3 meter boven maaiveld in geval van een onbekend plantjaar). 37

OF als er zodanig is of kan worden aangeplant (groeiplaats, ondergrondse en bovengrondse ruimte) dat de ambitieleeftijd van 80 jaar redelijkerwijs haalbaar is, eventueel met extra technische constructies. Technische levensduur De boom dient een resterende technische levensduur te hebben van meer dan 5 jaar. Bomen met een zeer slechte levensverwachting komen niet in aanmerking voor aanwijzing. De technische levensduur dient op deskundige wijze te worden bepaald door een boomspecialist (European Tree Technician of gelijkwaardig niveau). Voor het bepalen van de technische levensduur zijn de volgende aspecten van belang:  De conditie van de boom in relatie tot het herstelvermogen van de boomsoort;  De mate waarin er sprake is van mechanisch onherstelbare veiligheidsproblemen;  De mate waarin er sprake is van parasitaire ziekten of aantastingen die het voortbestaan van de boom bedreigen;  De mate waarin er sprake is van een afname in kwaliteit en/of kwantiteit van de ondergrondse groeiruimte. Groenstructuur Teylingen Lijn- of vlakvormige structuren zijn van grotere betekenis wanneer er een onderlinge samenhang is. Dit houdt in dat de afzonderlijke lijnstructuren aansluiten op andere lijnstructuren of groengebieden. Tezamen vormen de lijnstructuren een aansluitend netwerk, de groene dooradering van het dorp.

Dit netwerk van alle boom- en groenstructuren, als lijnen en punten weergegeven, vormt de groenstructuur (zowel de bestaande als de gewenste structuren). Deze groenstructuur kan worden vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders. Bomen die op basis van de aanwijscriteria voor structuurbomen redelijkerwijs aan deze structuurlijnen en -punten gekoppeld kunnen worden, worden gelabeld als structuurboom. (Nieuwe) bomenlijnen, die op basis van de aanwijscriteria tezamen in aanmerking zouden komen als bomenstructuur maar nog niet zijn vastgelegd in de groenstructuur, kunnen worden voorgedragen als potentiële nieuwe bomenstructuur bij een volgende actualisering van de vastgestelde groenstructuur. Categorie 3: Functionele bomen Randvoorwaarden: 1. Groeiplaats 2. Eigendom van gemeente Hierna volgt een toelichting op de verschillende aspecten. Randvoorwaarden functionele bomen Groeiplaats voor 40 jaar 38

Een boom dient in de gemeente Teylingen zodanig te worden aangeplant (groeiplaats, ondergrondse en bovengrondse ruimte) dat de ambitieleeftijd van 40 jaar redelijkerwijs haalbaar is. De normen voor groeiplaatsen zoals gesteld in het Handboek Bomen 2018 zijn hierbij leidend. Eigendom van gemeente Functionele bomen zoals geregistreerd binnen de gemeente Teylingen zijn eigendom van gemeente Teylingen.

Categorie 4: overige bomen Bomen die eigendom zijn van derden (particulieren, organisaties) en die niet vallen binnen categorie 1, 2 of 3, zijn niet geregistreerd. Het is wel mogelijk dat dergelijke bomen in de loop van de tijd passen binnen de criteria van categorie 1 (waardevol) en naar aanleiding van een verkennende schouw en daaropvolgend een volledige beoordeling als zodanig aangewezen kunnen worden. De betreffende eigenaar wordt op dat moment daarvan op de hoogte gesteld. Overigens kan een eigenaar een dergelijke boom ook zelf aandragen voor aanwijzing als waardevolle boom. Overzicht van alle categorieën Status

Waardevol (solitair, of historische structuur) Structuur

Functioneel Overig

Ambiti e leeftijd 100

Minimale leeftijd

Kenmerken

Eigendom

60

Bomen met grote waarde voor de omgeving (beleving, cultuurhistorie, dendrologie)

Gemeente of particulier/ derden

80

40 (bij bestaande structuur) n.v.t. n.v.t.

Bomen in structuurdragende lijnen of vlakken (stedenbouwkundig, landschappelijk, ecologisch) Groene aankleding leefomgeving Alle niet-waardevolle bomen

Gemeente

40 n.v.t.

Gemeente Particulier/ derden

Bijzonderheden Bomen buiten de bebouwde kom Voor bomen in het gemeentelijke buitengebied (vastgelegd als buiten bebouwde kom Wegenverkeerswet) is de Wet natuurbescherming, hoofdstuk 4 van toepassing, tenzij sprake is van: a. houtopstanden binnen de bij besluit van de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom; b. houtopstanden op erven of in tuinen; c. fruitbomen en windschermen om boomgaarden; d. naaldbomen, kennelijk bedoeld om te dienen als kerstbomen, indien niet ouder dan twintig jaar; e. kweekgoed; f. uit populieren of wilgen bestaande: 1. wegbeplantingen; 2. beplantingen langs waterwegen, en 3. eenrijige beplantingen langs landbouwgronden; 39

g. h.

het dunnen van een houtopstand; uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa, indien zij: 1. ten minste eens per tien jaar worden geoogst; 2. bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid, zijnde een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter, en 3. zijn aangelegd na 1 januari 2013.

Bomen buiten de bebouwde kom Wet natuurbescherming (voorheen bebouwde kom Boswet), die vallen onder 1 van bovenstaande uitzonderingen, kunnen een gemeentelijke beleidsstatus toegewezen krijgen. Het gaat dan met name om de bomen op erven of in tuinen die als waardevolle boom aangemerkt kunnen worden, en (oude) fruitbomen en windschermen om boomgaarden, en specifieke rijen populieren of wilgen, die een cultuurhistorische (structuur)waarde hebben. Snelgroeiende boomsoorten Voor een aantal boomsoorten gelden strengere eisen voor aanwijzing. Het gaat hier om bomen die snel groeien en zeer algemeen zijn. Door deze eigenschappen verdringen zij andere bomen. Bovendien hebben zij vaak ook een beperktere levensduur en raken ze sneller in verval. Ook wijkt de diktegroei bij deze soorten af, en kan deze niet gebruikt worden als leeftijdsindicatie. Aanwijzing van deze snelgroeiende soorten op basis van dezelfde criteria als die gelden voor andere soorten moet met enige terughoudendheid gebeuren. De boomsoorten die in dit document gelden als snelgroeiend zijn:  Populier  Wilg

40

Bijlagen B: Vervolgstappen na evaluatie 1. Opstellen en vaststellen van de criteria voor de beleidsstatussen van bomen en de bijbehorende beschermingsniveaus. 2. Actualiseren en aanvullen van de Lijst van waardevolle bomen aan de hand van de aanwijscriteria, en vastleggen op een digitale kaart. 3. Aanpassen van de verordeningsregels over het behoud van houtopstanden (APV) naar de aangepaste beschermingsniveaus en -richtlijnen. 4. Vaststellen van de aangepaste APV en de geactualiseerde Lijst van waardevolle bomen. 5. Bepalen van de (nieuwe) nulsituatie voor het gemeentelijke bomenbestand, aan de hand van de reeds lopende jaarlijkse inspectierondes. 6. Opstellen en bijhouden van lijst of registratie van kap en vervangende aanplant (ter plaatse of elders). 7. Borgen van de visie op bomen in samenhang met de andere gemeentelijke disciplines, met bijbehorende doelstellingen, in de gemeentelijke Omgevingsvisie. 8. Uitwerken van de doelstellingen en daarmee het actualiseren van het bomenbeleid in een omgevingsprogramma (uitvoeringsprogramma), met daarbij in ieder geval aandacht voor: a. Borgen van de werkwijze van Strategisch Bomenbeheer in beleid. b. Aanpassen van de richtlijnen voor behoud van bomen in relatie tot plaatsen van zonnepanelen en de werkwijze (loslaten van maximum aantal overlastbomen per jaar). c.

Richtlijnen voor behoud van goed functionerende bomen en voor passende nieuwe aanplant van en inrichting met genoeg, kwalitatief goede bomen verder uitwerken en borgen voor (her)inrichtingsprojecten. d. Richtlijnen voor bomen in snippergroen uitwerken. e. Uitwerking van benodigde communicatie (momenten, middelen, boodschappen) voor bomen en de daarbij benodigde inzet. f. Uitwerking van benodigde toezicht- en handhavingsinzet

41

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Teylingen&id=e568dc01-9891-48bb-9a4a-58e58f49d8d1