CConstaterende datTeylingen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Toelichting bestemmingsplan Akervoorderlaan 57.pdf

Gemeenteraad 26 april 2021, gemeente TeylingenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Akervoorderlaan 57 Voorhout11.544 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Gemeentelijk beleid Het beleid van Teylingen onder de naam 'Onder de grond 2015' heeft tot doel om het archeologisch erfgoed te behouden en te beschermen. Voor het nemen van beslissingen is een archeologische verwachtings-en beleidskaart opgesteld. Deze geeft inzicht in de archeologische waarden en verwachtingen in Teylingen. Op de archeologische beleidskaart zijn de archeologisch waardevolle gebieden aangegeven. De gebieden zijn onderverdeeld in verschillende categorieën, per gebied is een voorschrift aangegeven.

Figuur 5 Het lichtgele gebied heeft een middelhoge verwachtingswaarde ten aanzien van archeologie, het lichtbruine gebied heeft een hoge verwachtingswaarde. De rode cirkel geeft het plangebied aan.

Onderzoek Een deel van het plangebied heeft op basis van het vigerend bestemmingsplan Buitengebied Teylingen reeds de dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie 1', het andere deel heeft de dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie 2'. Archeologisch onderzoek is binnen het gebied aangeduid met Archeologie 1 noodzakelijk indien Ÿ grondroerende werkzaamheden worden verricht dieper dan 30 cm onder maaiveld en/of er hei- en schroefwerkzaamheden zullen worden verricht; óf Ÿ het te bouwen oppervlak een omvang heeft dat groter is dan 100 m². Ÿ voor de agrarische gronden geldt deze regel niet. Daar is archeologisch onderzoek nodig indien werkzaamheden plaatsvinden op een grotere diepte dan 70 cm onder maaiveld.

22

"Bestemmingsplan Akervoorderlaan 57, Voorhout"

Archeologisch onderzoek is binnen het gebied aangeduid met Archeologie 2 noodzakelijk indien Ÿ grondroerende werkzaamheden worden verricht dieper dan 100 cm onder maaiveld en/of er hei- en schroefwerkzaamheden zullen worden verricht; óf Ÿ het te bouwen oppervlak een omvang heeft dat groter is dan 500 m². In het bestemmingsplan zal de zelfde regeling worden opgenomen die ook nu reeds geldt. Cultuurhistorie In of in de directe omgeving van het plangebied zijn geen cultuurhistorisch waardevolle elementen aanwezig. Conclusie Het plangebied heeft op grond van de archeologische beleidskaart een middelhoge tot hoge archeologische verwachtingswaarde. Archeologisch waardevolle elementen worden het beste in situ bewaard. Zolang de grond niet geroerd wordt, blijven de waarden dan ook goed beschermd. Om de eventuele archeologische waarden te beschermen wanneer de grond wel wordt geroerd, is een dubbelbestemming in het bestemmingsplan opgenomen. Hierin is opgenomen dat bij bouwactiviteiten en/of aanlegactiviteiten archeologisch onderzoek dient te worden uitgevoerd.

4.11

Water

Toetsingskader Waterbeheer en watertoets Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van het Hoogheemraadschap van Rijnland, verantwoordelijk voor het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer. Bij het tot stand komen van dit bestemmingsplan is overleg gevoerd met de waterbeheerder. Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, allen met als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Deze nota's op Europees, nationaal en provinciaal niveau zijn alle verwerkt in het Waterbeheerplan 20162021 van het Hoogheemraadschap Rijnland. Het waterbeheerplan heeft via de keur een verordenende uitwerking gekregen. Waterbeheerplan WBP5 Het algemeen bestuur van Rijnland heeft op 9 maart 2016 het nieuwe Waterbeheerplan 'Waardevol Water' (WBP5) vastgesteld. Het WBP5 geeft richting aan het waterbeheer in de periode 2016 -2021. Daarmee realiseert Rijnland de ambities uit het coalitieakkoord, zodat het gebied nu en in de toekomst goed beschermd wordt tegen overstromingen en wateroverlast, er een goede waterkwaliteit ontstaat, het afvalwater op duurzame wijze wordt gezuiverd en de grondstoffen worden hergebruikt. In het WBP5 staat samenwerken centraal. Rijnland wil samen met zijn omgeving werken aan duurzaam en efficiënt waterbeheer tegen zo laag mogelijke maatschappelijke kosten.

Keur Op grond van de Waterwet is Rijnland als waterschap bevoegd om via een eigen verordening, de Keur, regels te stellen aan handelingen die het watersysteem beïnvloeden. Sinds 10 juni 2016 heeft Rijnland een nieuwe Keur. Bij de Keur horen de uitvoeringsregels. Hierin staan voorwaarden voor werkzaamheden die bewoners en bedrijven willen uitvoeren bij water en dijken. De Uitvoeringsregels kunnen een zorgplicht, een algemene regel en een beleidsregel bevatten. b. de zorgplicht geldt voor eenvoudige werkzaamheden met weinig risico; c. in de algemene regel staan voorwaarden voor activiteiten met een beperkt risico; d. in de beleidsregel staan voorwaarden voor activiteiten met een groter risico, waarvoor een watervergunning vereist is. De Keur en uitvoeringsregels staan op: https://www.rijnland.net/regels/keur-en- uitvoeringsregels. Onderzoek Het plangebied was grotendeels verhard door middel van bestrating en bouwwerken. Een groot deel van het terrein wordt (is) omgezet naar open grond: bollenvelden, een klein deel blijft verhard (gebouwen en erf). Compenserende maatregelen zijn niet nodig.

"Bestemmingsplan Akervoorderlaan 57, Voorhout"

23

Het plangebied is aangesloten op het gemeentelijke rioolstelsel. De oppervlaktewaterkwaliteit is dan ook niet in het geding. Het plangebied grenst niet aan een primaire watergang of overige watergangen (zie figuur). Primaire en overige watergangen hebben een beschermingszone waarbinnen beperkingen gelden om onderhoud aan de watergangen mogelijk te houden. In of nabij het plangebied zijn ook geen primaire of regionale waterkeringen aanwezig. Ook waterkeringen kennen een beschermingszone waarbinnen beperkingen gelden. Omdat het plangebied niet aan een watergang grenst, vindt er geen verslechtering van de bestaande situatie plaats.

Figuur 6 Uitsnede legger watergangen, plangebied (rode cirkel)

Conclusie De door dit bestemmingsplan mogelijk gemaakte ontwikkeling heeft geen negatieve gevolgen voor het waterhuishoudkundige systeem ter plaatse.

4.12

Ecologie

Beleid en normstelling Bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan dient onderzocht te worden of de Wet natuurbescherming (hierna: Wnb) en het beleid van de provincie ten aanzien van de bescherming van dier- en plantensoorten en de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland de uitvoering van het plan niet in de weg staan. In elk geval moet aannemelijk zijn dat vergunning of ontheffing van de van de bij of krachtens deze wet geldende verbodsbepalingen kan worden verkregen voor de activiteiten die met dit bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt. Dit is anders indien uit de Wnb voortvloeit dat een passende beoordeling moet worden gemaakt. Deze dient te zijn verricht ten tijde van vaststelling van het bestemmingsplan. Met de Wnb zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier- en plantensoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert diverse Europese regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving. Gebiedsbescherming De Wnb kent diverse soorten natuurgebieden, te weten: Ÿ Natura-2000 gebieden; Ÿ bijzondere nationale natuurgebieden. Het Natuurnetwerk Nederland wordt op basis van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) beschermd. Natura-2000 gebieden De Minister van Economische Zaken (EZ) wijst gebieden aan die deel uitmaken van het Europese netwerk van natuurgebieden: Natura 2000.

Een dergelijk besluit bevat de

24

"Bestemmingsplan Akervoorderlaan 57, Voorhout"

instandhoudingsdoelstellingen voor de leefgebieden van vogelsoorten (Vogelrichtlijn) en de instandhoudingsdoelstellingen voor de natuurlijke habitats en habitats van soorten (Habitatrichtlijn). Een bestemmingsplan dat afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, kan uitsluitend vastgesteld worden indien uit een passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan, onderscheidenlijk het project de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten. Indien deze zekerheid niet is verkregen, kan het plan worden vastgesteld, indien wordt voldaan aan de volgende drie voorwaarden: 1. alternatieve oplossingen zijn niet voorhanden; 2. het plan is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard, en 3. de nodige compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Natura 2000-netwerk bewaard blijft. De bescherming van deze gebieden heeft externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden verstoring kunnen veroorzaken en moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats.

Bijzondere nationale natuurgebieden De Minister van Economische Zaken (EZ) kan buitenom de gebieden die deel uitmaken van het Europese netwerk van natuurgebieden Natura 2000, ook gebieden aanwijzen als Bijzonder nationaal natuurgebied wanneer het gebied is opgenomen op een lijst als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Habitatrichtlijn of het gebied onderwerp is van een procedure als bedoeld in artikel 5 van de Habitatrichtlijn. De beschermende werking die geldt voor gebieden die behoren tot Natura 2000, geldt in dat geval ook voor het bijzondere nationaal natuurgebied. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) worden aangewezen in de provinciale verordening. Voor dit soort gebieden geldt het 'nee, tenzij' principe, wat inhoudt dat binnen deze gebieden in beginsel geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogen plaatsvinden. Soortenbescherming In de Wnb wordt een onderscheid gemaakt tussen: Ÿ soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn; Ÿ soorten die worden beschermd in de Habitatrichtlijn; en Ÿ de bescherming van overige soorten. De Wnb bevat onder andere verbodsbepalingen ten aanzien van het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, eieren en rustplaatsen van vogels als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn.

Gedeputeerde Staten (GS) kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen Provinciale Staten (PS) vrijstelling verlenen van dit verbod. De voorwaarden waaraan voldaan moet worden om ontheffing of vrijstelling te kunnen verlenen zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Vogelrichtlijn. Verder is het verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen of te verstoren. GS kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen PS vrijstelling verlenen van dit verbod. De gronden voor verlening van ontheffing of vrijstelling zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Habitatrichtlijn. Ten slotte is een verbodsbepaling opgenomen voor overige soorten. Deze soorten zijn opgenomen in de bijlage onder de onderdelen A en B bij de Wnb. De provincie kan ontheffing verlenen van deze verboden. Verder kan bij provinciale verordening vrijstelling worden verleend van de verboden. De noodzaak tot ontheffing of vrijstelling kan hierbij ook verband houden met handelingen in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden.

Onderzoek Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een natuur- of groengebied met een beschermde status, zoals Natura 2000. Het plangebied maakt ook geen deel uit van het NNN of een weidevogelgebied. De afstand tot het Natura 2000-gebied Coepelduinen is circa 10 km, de afstand tot Kennemerland-Zuid is circa 5,2 kilometer. Het plangebied is buiten beschermde natuurgebieden gelegen. Directe effecten zoals areaalverlies en versnippering kunnen hierdoor worden uitgesloten. Gezien afstand kan tevens verstoring van het natuurgebied worden uitgesloten. Qua stikstofdepositie, vermesting of verzuring

"Bestemmingsplan Akervoorderlaan 57, Voorhout"

25

genereert het plan geen problemen. Voor wat betreft het Natuurnetwerk Nederland kan worden gesteld, dat de planlocatie niet is gelegen in een gebied wat is aangewezen als ecologische verbindingszone. Dit geldt overigens ook voor belangrijke weidevogelgebieden en gebieden die zijn aangewezen als "strategische reserve natuur". Daarnaast zijn binnen het plangebied geen karakteristieke landschapselementen aanwezig. Op dit punt zijn geen planologische belemmeringen te verwachten. Op de percelen waarop het bestemmingsplan ziet is nu bollengrond aanwezig of een verharding. Er zijn geen bomen of bosschages aanwezig. Op de percelen zijn geen watergangen aanwezig en grenzen daar ook niet aan. Gezien deze toestand zijn er geen beschermde soorten te verwachten. De bouw van de greenportwoning heeft daarnaast ook geen extra negatieve effecten op de beschermde soorten die mogelijk in de omgeving verblijven, aangezien er al woningen en bollengrond in de directe omgeving aanwezig zijn. Er behoeft dan ook geen ecologische quickscan te worden uitgevoerd. Wel zal in het kader van zorgplicht rekening worden gehouden met onder meer het broedseizoen voor vogels. Verstorende activiteiten (zoals rooi- en bouwwerkzaamheden) worden niet in de broedperiode gestart. Opgemerkt moet worden dat de zorgplicht ook betrekking heeft op andere beschermde soorten.

Alle aangetroffen beschermde diersoorten dienen de kans te krijgen om te vluchten tijdens de bouwwerkzaamheden. Tot slot worden tijdens de werkzaamheden maatregelen genomen die voorkomen dat de rugstreeppad zich in het gebied gaat vestigen. Conclusie Het aspect natuur levert geen planologische belemmering op. Er hoeft geen ecologische quickscan naar beschermde soorten te worden uitgevoerd.

4.13

Landschap

Beleid Tot 1992 was feitelijk nog geen sprake van specifiek landschapsbeleid. In dat jaar verscheen de Nota Landschap, het eerste beleidsstuk met een expliciete visie op Landschap. Hierin werd een aanzet gegeven voor kwaliteitsbepaling voor landschap, gebaseerd op de begrippen identiteit en duurzaamheid. In de Nota Ruimte die het ministerie van VROM in 2006 uitbracht is nadrukkelijk ruimte voor landschapsbeleid. De Nota Ruimte is ontwikkelingsgericht en zet de trend voor decentralisatie (centraal wat moet, decentraal wat kan). Landschap komt in de nota aan de orde bij het uitgangspunt van generieke basiskwaliteit voor heel Nederland. Daarnaast is er de aanwijzing van Nationale Landschappen. Onderzoek Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een Nationaal Landschap en heeft dus geen beschermde status. Voor de locatie is een advies uitgebracht door PROF Consult Landschapsadvies met betrekking tot de inrichting. Daarbij is aandacht voor de landschappelijke identiteit en duurzame inpassing in het landschap van de locatie. Met dit advies wordt voldoende zorgvuldigheid betracht. Om de ruimtelijke kwaliteit te waarborgen wordt een voorwaardelijke verplichting opgenomen in de planregels. Conclusie Het aspect landschap levert geen planologische belemmering op.

De randvoorwaarden die in het bestemmingsplan zijn opgenomen ten aanzien van bouwvolume en –hoogte, alsmede de op de verbeelding aangegeven indeling zijn passend voor het beschermen van de lokale identiteit.

4.14

Brandveiligheid

Beleid en onderzoek De wettelijke norm voor de opkomsttijd van de brandweer bedraagt acht minuten voor gebouwen met een woonfunctie. Het bouwwerk ligt aan de doorgaande weg. De locatie is goed bereikbaar via diverse toegangswegen en de wegafmetingen zijn voldoende. Qua materieel is er voldoende

26

"Bestemmingsplan Akervoorderlaan 57, Voorhout"

capaciteit inzetbaar, zo nodig wordt er opgeschaald via de standaard alarmeringsprocedure. In de bestaande situatie zijn rondom de Akervoorderlaan bluswatervoorzieningen aanwezig. Er is onder andere een aantal brandkranen en een (hoofd)watergang aanwezig. Beide voorzieningen kunnen dienst doen als bluswatervoorziening ten behoeve van de brandweer. De opkomsttijd van de brandweer naar het plangebied wordt echter overschreden met twee tot drie minuten. Uitgaande van zelfredzame personen kan volstaan worden met goede alarmering. Dit zal naar voren komen bij de omgevingsvergunningsaanvraag activiteit bouwen / activiteit gebruik, door te voorzien in voldoende rookmelders in de ruimte(n) waarin een reële kans bestaat o het ontstaan van brand en waar geslapen zal worden. Conclusie Het aspect brandveiligheid levert geen planologische belemmering op. In de regels zal worden opgenomen dat in elke verblijfsruimte rookmelders aanwezig dienen te zijn.

"Bestemmingsplan Akervoorderlaan 57, Voorhout"

27

Hoofdstuk 5

Juridische planbeschrijving

In dit hoofdstuk wordt een toelichting gegeven op de planvorm voor het bestemmingsplan. Tevens wordt uiteengezet welke gedachten aan de juridische regeling ten grondslag liggen en welke regeling wordt voorgesteld.

5.1

Planvorm

Dit bestemmingsplan vormt het juridische kader waarbinnen in dit plangebied de beoogde nieuwe ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt. Deze ontwikkeling is gericht op het wijzigen van het juridischplanologisch kader om de herbouw van de bedrijfsgebouwen onmogelijk te maken en daarvoor in de plaats open bollengrond en één greenportwoning te realiseren. Daarnaast wordt door dit bestemmingsplan aansluiting gevonden bij het bestemmingsplan 'Buitengebied', zoals geldig is voor de omliggende percelen. Op deze wijze wordt ook aangesloten bij het inmiddels feitelijk gebruik van de percelen open bollenteelt.

5.2

Verbeelding

5.2.1 Wettelijke vereisten De Wro bepaalt dat ruimtelijke plannen digitaal en analoog beschikbaar moeten zijn. Hierbij vormt de inhoud van de digitale versie de beslissende versie. De digitalisering brengt met zich mee dat bestemmingsplannen digitaal uitwisselbaar en op vergelijkbare wijze gepresenteerd moeten worden. Met het oog hierop stellen de Wro en de onderliggende regelgeving eisen waaraan digitale en analoge plannen moeten voldoen. Zo bevat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) bindende afspraken waarmee bij het maken van bestemmingsplannen rekening moet worden gehouden. De SVBP kent (onder meer) hoofdgroepen van bestemmingen, een lijst met functie- en bouwaanduidingen, gebiedsaanduidingen en een verplichte opbouw van de planregels en het renvooi. Verbeelding en regels Uitgangspunt is dat de digitale verbeelding zoveel mogelijk informatie geeft over de in acht te nemen maten en volumes. De regels geven duidelijkheid over de bestemmingsomschrijving, de bouwregels en de specifieke gebruiksregels. Bestemmingsvlak en bouwvlak Elke bestemming bestaat doorgaans uit twee vlakken: een bestemmingsvlak en een bouwvlak. Het bestemmingsvlak geeft aan waar een bepaald gebruik toegestaan is. Het bouwvlak is een gebied dat op de plankaart is aangeven waarvoor de mogelijkheden om gebouwen te bouwen in de regels zijn aangegeven.

Aanduidingen Op de verbeelding is gebruik gemaakt van functieaanduidingen ten behoeve van de greenportwoning en ten behoeve van de dubbelbestemming Waarde - Archeologie. Voor afmetingen ten aanzien van het bouwen is geen gebruik gemaakt van maatvoeringsaanduidingen, maar van voorschriften.

28

"Bestemmingsplan Akervoorderlaan 57, Voorhout"

5.3

Uitleg van de planregels

5.3.1 Opbouw van de planregels De regels van het bestemmingsplan bestaan uit de volgende onderdelen: 1. inleidende regels; 2. bestemmingsregels; 3. algemene regels; 4. overgangs- en slotregels. 5.3.2 Inleidende regels In de inleidende regels zijn de begrippen en wijze van meten opgenomen. Artikel 1. Begrippen Dit artikel definieert de begrippen die in het bestemmingsplan worden gebruikt. Dit wordt gedaan om interpretatieverschillen te voorkomen.

Artikel 2. Wijze van meten Dit artikel geeft aan hoe de lengte, de breedte, de hoogte, de diepte en de oppervlakte en dergelijke van gronden en bouwwerken wordt gemeten of berekend. Alle begrippen waarin maten en waarden voorkomen worden in dit artikel verklaard.

5.3.3 Bestemmingsregels In het hoofdstuk bestemmingsregels zijn alle bestemmingen opgenomen die op de verbeelding voorkomen, met de daarbij behorende bestemmingsomschrijving.

Artikel 3. Bestemming Agrarisch – Bollenteelt – bollenzone 1 Open gronden zijn bestemd voor agrarisch gebruik, specifiek de bollenteelt, zonder bouwvlak. In de regels van dit bestemmingsplan is vastgesteld dat uitsluitend gebruik toelaatbaar is dat past in de regionale afspraken over het bloembollencomplex. Gezien het grote belang van de bollenteelt voor de streek, wordt groot belang toegekend aan open bollengrond. Afspraken zijn regionaal gemaakt over wat gerekend wordt tot het bloembollencomplex, dat overigens breder is dan de teelt en handel in bloembollen alleen. Het landschapsperspectief zoals opgenomen in de ISG, onderscheidt een vijftal zones, waarvoor verschillende beleidslijnen gelden. Dit bestemmingsplan valt volledig binnen bollenzone 1. In de studie Open Geest worden de gebieden die deel uitmaken van deze bollenzone aangeduid als zeer gave en kenmerkende open gebieden. De ISG geeft aan dat het beleid hier gericht is op het actief open maken van het gebied. Hier geldt in het ruimtelijk spoor een 'nee, tenzij-beleid' gericht op het wegnemen van verrommeling door het saneren van glasopstanden en onrendabele bedrijven. Schaalvergroting van bouwblokken en bouwvolumes is hier in beginsel niet toegestaan, tenzij dit op een ruimtelijk verantwoorde wijze samengaat met sanering en een forse kwaliteitsverbetering van het landschap.

Om deze reden is binnen deze bestemming geen agrarisch bouwvlak opgenomen.

Artikel 4. Bestemming Tuin Om aan de voorzijde van de greenportwoning ruimte voor groen te houden, is de bestemming tuin opgenomen. Binnen deze bestemming zijn uitsluitend ondergeschikte elementen toegestaan, zoals erkers, erfscheidingen en vergunningvrije bouwwerken op basis van de geldende regelgeving.

"Bestemmingsplan Akervoorderlaan 57, Voorhout"

29

Artikel 5. Bestemming Wonen - 11 Het vlak met de bestemming 'Wonen – 11' is bestemd voor de woonfunctie. Het gehele gebied is tevens bouwvlak. In de regels van dit bestemmingsplan is vastgesteld wat de maximale bouwmogelijkheden zijn binnen het bouwvlak. Buiten het bouwvlak mag in principe niet gebouwd worden, met uitzondering van datgene dat als gevolg van andere regelgeving is toegestaan (o.a. besluit omgevingsrecht). Voor de regels is aangesloten bij het bestemmingsplan Buitengebied, dat voor de omliggende percelen van toepassing is. De gemeente Teylingen hanteert voor de greenportwoningen specifiek de bestemming Wonen – 11.

Artikel 6. Dubbelbestemming Waarde – Archeologie 2 Het vlak met de bestemming 'Wonen – 11' is bestemd voor de woonfunctie. Het gehele gebied is tevens bouwvlak. In de regels van dit bestemmingsplan is vastgesteld wat de maximale bouwmogelijkheden zijn binnen het bouwvlak. Buiten het bouwvlak mag in principe niet gebouwd worden, met uitzondering van datgene dat als gevolg van andere regelgeving is toegestaan (o.a. besluit omgevingsrecht). Voor de regels is aangesloten bij het bestemmingsplan Buitengebied, dat voor de omliggende percelen van toepassing is. De gemeente Teylingen hanteert voor de greenportwoningen specifiek de bestemming Wonen – 11.

5.3.4 Algemene regels In de algemene regels zijn de antidubbeltelregel en de algemene afwijkings- en wijzigingsregels opgenomen. Tevens is het parkeren op eigen terrein geborgd.

Artikel 7. Anti-dubbeltelregel Dit artikel bevat een algemene regeling waarmee kan worden voorkomen dat er in feite meer wordt gebouwd dan het bestemmingsplan beoogt.

Artikel 8. Algemene bouwregels Om te voorkomen dat kleine ontwikkelingen leiden tot het volgen van aparte procedures, is in dit lid opgenomen dat voor bepaalde ontwikkelingen de bouwgrenzen overschreden mogen worden.

Artikel 9. Algemene gebruiksregels In dit artikel zijn algemene gebruiksregels opgenomen over parkeren, laden en lossen, evenementen en standplaatsen.

Artikel 10. Algemene afwijkingsregels In dit artikel wordt aangegeven in hoeverre afgeweken kan worden voor geringe afwijkingen van de bouwregels (maatvoering), voor zover al niet elders in de planregels in afwijkingen is voorzien. Overigens bestaat er een aantal bouwwerken dat los van het bestemmingsplan gebouwd kan worden en waarvoor een algemene bevoegdheid tot afwijken (zoals voorheen te doen gebruikelijk) geen zin meer heeft. Het betreft hier het vergunningvrij bouwen op basis van een algemene maatregel van bestuur.

Artikel 11. Algemene wijzigingsregels In dit artikel is opgenomen onder welke voorwaarden burgemeester en wethouders bevoegd zijn de in het plan opgenomen bestemmingen te wijzigen ten behoeve van overschrijding van bestemmingsgrenzen.

Artikel 12. Overige regels Indien wordt verwezen naar andere (wettelijke) regelingen dan is in dit artikel bepaald dat deze dienen te worden gelezen als op het tijdstip van de vaststelling van het plan.

30

"Bestemmingsplan Akervoorderlaan 57, Voorhout"

5.3.5

Overgangs- en slotregels

Artikel 13. Overgangsrecht In artikel 3.2.1 van het Bro zijn standaardregels opgenomen met betrekking tot het overgangsrecht voor bouwwerken en gebruik. Deze maken onderdeel uit van dit bestemmingsplan.

Artikel 14. Slotregel In de slotregel is aangegeven onder welke naam de regels kunnen worden aangeduid.

"Bestemmingsplan Akervoorderlaan 57, Voorhout"

31

Hoofdstuk 6

6.1

Uitvoerbaarheid

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

6.1.1 Overleg ex artikel 3.1.1 Bro In het kader van het wettelijk vooroverleg ex artikel 3.1.1 is het voorontwerpbestemmingsplan toegezonden aan de overlegpartners van de gemeente Teylingen. Hierop zijn drie reacties ontvangen, alle instemmend met de plannen. Deze reacties gaven geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. Tegelijkertijd met het vooroverleg heeft het voorontwerpbestemmingsplan met ingang van 31 januari 2019 gedurende 6 weken ter inzage gelegen. Er zijn geen zienswijzen ingediend.

6.1.2 Inspraak Het ontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van 4 juli 2019 gedurende 6 weken ter inzage gelegen. In de periode tot en met 14 augustus 2019 heeft eenieder de mogelijkheid gehad voor het indienen van zienswijzen tegen het ontwerpbestemmingsplan. In deze periode zijn door de gemeente Teylingen geen zienswijzen ontvangen. Derhalve is het bestemmingsplan niet aangepast.

6.2

Economische uitvoerbaarheid

Bij nieuwe ontwikkelingen moet onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro) tegelijk met het bestemmingsplan een exploitatieplan worden vastgesteld, tenzij het kostenverhaal anderszins is verzekerd. Het plan wordt geheel in particulier opdrachtgeverschap uitgevoerd. Aanwezige leidingen en infrastructurele voorzieningen zijn voldoende en hoeven niet te worden aangepast. Met in achtneming van het hiervoor gaande heeft de gemeente besloten geen exploitatieplan op te stellen. Voor zover kostenverhaal door de gemeente van toepassing is, regelt de anterieure overeenkomst tussen initiatiefnemer en gemeente dat de economische uitvoerbaarheid van het plan verzekerd is.

32

"Bestemmingsplan Akervoorderlaan 57, Voorhout"

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Teylingen&id=8be70426-27ac-459f-a516-460a93050154