CConstaterende datTeylingen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Concept verordening watertoeristenbelasting Teylingen 2021.docx

Gemeenteraad 8 juli 2021, gemeente TeylingenBij agendapunt: Raadsvoorstel Invoering toeristenbelasting1.064 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsbesluit concept verordening watertoeristenbelasting Teylingen 2022 De raad van de gemeente Teylingen; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 1 juni ; gelet op artikel 224 van de Gemeentewet; besluit: vast te stellen de volgende verordening: CONCEPT VERORDENING WATERTOERISTENBELASTING TEYLINGEN 2022. Artikel 1 Definities Deze verordening verstaat onder: a.

vaartuig: een vaartuig dat is bestemd of wordt gebezigd voor vakantie of andere recreatieve doeleinden;

b.

lengte: de lengte over alles;

c.

vaste ligplaats: een ligplaats die naar plaatselijk gebruik, zulks ter beoordeling van namens het college van burgemeester en wethouders aangewezen gemeenteambtenaren, is bestemd voor het regelmatig afmeren of ter anker leggen van een zelfde vaartuig gedurende een periode van ten minste een maand;

d.

etmaal: een aaneengesloten tijdvak van 24 uren, aanvangend om 21.00 uur;

e.

maand: een aaneengesloten tijdvak van 30 etmalen;

f.

kapitein: de gezagvoerder van een vaartuig of degene die deze vervangt.

Artikel 2 Belastbaar feit Ter zake van het houden van verblijf binnen de gemeente op vaartuigen waarvoor in welke vorm dan ook een vergoeding wordt betaald door personen, die niet als ingezetene in de basisregistratie personen van de gemeente zijn opgenomen, wordt onder de naam ‘watertoeristenbelasting’ een directe belasting geheven.

Artikel 3 Belastingplicht 1. Belastingplichtig is degene die tegen vergoeding gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 2 door het ter beschikking stellen van ligplaatsen of vaartuigen. 2.

De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene ter zake van wiens verblijf de belasting verschuldigd wordt.

3.

Indien met toepassing van het eerste lid geen belastingplichtige is aan te wijzen, is belastingplichtig de kapitein, de eigenaar of de gebruiker van een vaartuig dan wel een andere persoon die werkelijk verblijf houdt aan boord van een dergelijk vaartuig.

Artikel 4 Vrijstellingen De belasting wordt niet geheven ter zake van het verblijf: a.

door degenen die verblijf houden aan boord van:

een vaartuig dat is ingericht en wordt gebruikt tot verpleging of verzorging van zieken, van gebrekkigen, van hulpbehoevenden of van bejaarden;

kano’s, roei- en volgboten;

motor- en zeilboten met een lengte van ten hoogste 4 meter;

een vaartuig dat zich op last of bevel van de overheid in het gemeentelijke watergebied bevindt;

b.

van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 , die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voornoemde wet , en voor zover deze persoon verblijf houdt in een gelegenheid als bedoeld in artikel 2 van de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers;

c.

waarvoor de gemeente belasting heft ingevolge de forensenbelasting;

d.

waarvoor de gemeente belasting heft ingevolge de toeristenbelasting.

Artikel 5 Maatstaf van heffing 1. De belasting wordt geheven naar het aantal etmalen dat verblijf is gehouden. Het aantal etmalen verblijf wordt gesteld op de som van het aantal etmalen dat elke in artikel 2 bedoelde persoon verblijf heeft gehouden. 2.

Voor de toepassing van dit artikel wordt een gedeelte van een etmaal voor een vol etmaal gerekend.

Artikel 6 Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing 1. Voor vaartuigen met een vaste ligplaats wordt het aantal etmalen forfaitair vastgesteld. 2.

Bij de forfaitaire berekening wordt, indien een belastingplichtige als bedoeld in artikel 3, eerste lid, is aangewezen: a.

het aantal personen die verblijf hebben gehouden, bepaald op 2,13.

b.

het aantal etmalen dat door de onder a bedoelde personen verblijf is gehouden, bepaald op 18,5.

Artikel 7 Opteren voor niet forfaitaire maatstaf van heffing 1. Belastingplichtige kan in de aangifte verzoeken de maatstaf van heffing in afwijking van het bepaalde in artikel 6 vast te laten stellen op het werkelijk aantal etmalen, indien blijkt dat dit aantal lager is dan het op grond van artikel 6 berekende aantal. 2.

Dit verzoek wordt gehonoreerd, tenzij de verblijfsregistratie zoals bedoeld in artikel 14 niet of niet juist is bijgehouden.

Artikel 8 Belastingtarief Het tarief bedraagt per persoon per etmaal € 1,00.

Artikel 9 Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 10 Wijze van belastingheffing 1. De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. 2. Er kan een voorlopige aanslag worden opgelegd voor ten hoogste het bedrag waarop de aanslag vermoedelijk zal worden vastgesteld.

Artikel 11 Aanslaggrens Belastingaanslagen van minder dan € 10,00 worden niet opgelegd.

Artikel 12 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet de aanslag worden betaald uiterlijk drie maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet. 2. In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

Artikel 13 Aanmeldingsplicht 1. De belastingplichtige bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden, voordat hij voor de eerste maal na het in werking treden van deze verordening gelegenheid tot verblijf verschaft, zulks schriftelijk te melden aan de door het college van burgemeester en wethouders aangewezen gemeenteambtenaren, bedoeld in de artikelen 231, tweede lid, onderdelen b en d, dan wel 232, vierde lid, onderdelen a en c, van de Gemeentewet. 2.

Het eerste lid geldt niet voor de belastingplichtige die in het jaar voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze verordening een aanslag watertoeristenbelasting heeft ontvangen of daarvoor aangifte heeft gedaan.

Artikel 14 Registratieplicht 1. De belastingplichtige bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden verblijfhoudenden te registreren in een daarvoor bestemd gemeentelijk verstrekt verblijfregister. 2.

Het college van burgemeester en wethouders stelt genoemd verblijfregister kosteloos beschikbaar.

3.

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de inrichting en het gebruik van het verblijfregister.

4.

De verplichting als bedoeld in de voorgaande leden geldt niet voor zover de belastingplichtige gebruik maakt van de forfaitaire berekeningswijze van de heffingsmaatstaf als bedoeld in art. 6.

5.

De verplichting als bedoeld in voorgaande leden geldt niet voor zover de belastingplichtige een gedegen registratie voert waaruit het verblijf van verblijfhoudenden kan worden vastgesteld.

Artikel 15 Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2022. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2022.

Artikel 16 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: “Verordening watertoeristenbelasting Teylingen 2022”. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 8 juli,

voorzitter

R. van Dijk

griffier

C.J.G. Breurer

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Teylingen&id=7f6a74a8-adea-4f1d-9ece-33b4705be08e