CConstaterende datTeylingen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Brief GR FKGR 2026_1 - Bijlage 2 Brief GR FKGR 2026_1_Geredigeerd

Gemeenteraad 28 mei 2025, gemeente TeylingenBij agendapunt: Raadsvoorstel Zienswijze ontwerpbegroting 2026 GR Hecht1.206 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bestuurlijke werkgroep financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen Hollands Midden

Dagelijks en Algemeen Besturen van de Gemeenschappelijke Regelingen in de Regio Hollands-Midden Ter attentie van de secretaris

31 oktober 2024 Ons kenmerk Z/24/3752082 Onderwerp Financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen Hollands-Midden voor begrotingen 2026 Datum

Contactpersoon Doorkiesnummer

Geacht Bestuur Met de “Financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen” beschikken de gemeenten in de regio Hollands-Midden sinds 2010 over een gedragen instrument om, met alle gemeenschappelijke regelingen waarin zij deelnemen, uniforme afspraken te maken over indexering en algemene taakstelling voor de op te stellen begrotingen. Op 10 juli 2024 heb ik u een vooraankondiging voor het financieel kader voor de begroting 2026 gestuurd. De kaderstelling voor de begroting 2026 is op 22 oktober 2024 in de bestuurlijke werkgroep Financiële Kaderstelling Gemeenschappelijke Regelingen (FKGR) van de gemeenten in Hollands Midden besproken. Wat zijn de belangrijkste wijzigingen in het financieel kader voor 2026? 1. Uniforme taakstelling van 6% voor alle gemeenschappelijke regelingen vanaf 2026. Door krimp van het gemeentefonds vanaf 2026 verslechtert de financiële positie van gemeenten aanzienlijk. Er is sprake van een reële neergang van het gemeentefonds van 6% van 2025 naar 2026. Zie hiervoor de berekening in het onderzoeks- en advies rapport van Berenschot. (Bij een negental gemeenschappelijke regeling is een onderzoek verricht naar de mate waarin er sprake is van op korte termijn beïnvloedbare lasten.

Dit ten behoeve van de mogelijkheid dat gemeenschappelijke regelingen een bijdrage te leveren aan de bezuinigingsopgaven waar veel gemeente zich voor gesteld zien.) Daarbij komt dat een groot aantal gemeenten in Hollands Midden ook nog eens minder geld ontvangt uit het gemeentefonds door de nieuwe verdeling van het gemeentefonds. De overgangsregeling, om “nadeelgemeenten” geleidelijk aan te laten wennen aan het nadeel, loopt in 2026 af. Wij kunnen een verdere afbouw van de suppletie-uitkering niet uitsluiten

Datum

30 oktober 2024

Kenmerk

Z/24/3752082

Pagina

2 / 11

gelet op de nog lopende aanvullende onderzoeken naar de herijking van het gemeentefonds. Het effect verschilt per gemeente. Voor alle gemeenten in Hollands Midden gezamenlijk zou dit, bij ongewijzigde doorvoering, leiden tot een aanvullende daling van 0,58%. Wij vragen dan ook aan u om een bijdrage te leveren in deze neergang. Uit de daling van het gemeentefonds van ruim € 100 miljoen voor de achttien gemeenten van Hollands Midden, zoals blijkt uit het rapport van Berenschot, slaat bij een taakstelling van 6% € 12 miljoen neer bij gemeenschappelijke regelingen. De overige € 88 miljoen is reeds onderdeel van de lokale ombuigingsoperaties die in nagenoeg alle gemeenten plaatsvinden. Invulling van uw bijdrage aan deze neergang kan door bezuinigingsopties aan te bieden aan de gemeenten in de concept-begroting om deze taakstelling met gemeenten e.a. te kunnen invullen. Wij adviseren u om inzichtelijk te maken waar de beïnvloedbaarheid in de begroting zit (welke keuzes kunnen worden gemaakt), om van daaruit het pakket maatregelen dat optelt tot 6% te maken. Om u hierbij te ondersteunen heeft uw directie samen met adviseurs van Berenschot de beïnvloedbare lasten van uw organisatie in beeld gebracht. Overzichten uit het hiervoor ontwikkelde dashboard treft u in bijgaand rapport van Berenschot aan. Ombuigingen kunnen gepaard gaan met frictiekosten.

Veel gemeenschappelijke regelingen kennen een beperkte reservepositie. Wij adviseren om eventuele frictiekosten incidenteel bij gemeenten in rekening te brengen. Om tot bezuinigingen te komen zullen we op diverse niveaus met elkaar discussiëren en de voorstellen afwegen. Dat is een complex samenspel. Voor een nadere toelichting over het belang van het samenspel in de regio en de uitdaging om te komen tot besluitvorming over de invulling van de taakstellingen wijs u graag op hoofdstuk 4 van het rapport Financiële kaderstelling Gemeenschappelijke Regelingen 2026 van Berenschot. 2. Nieuwe methodiek voor bepaling van de groei van het gemeentefonds vanaf 2024. De groei het gemeentefonds is voortaan gekoppeld aan de ontwikkeling van het bruto binnenlands product (bbp). De indexatie is gesplitst in een volumedeel en een prijsdeel. Na het “ravijnjaar” 2026 groeit het gemeentefonds vanaf aanzienlijk minder doordat de “samen de trap op en -af” afspraak definitief is vervangen door een koppeling van het gemeentefonds aan de ontwikkeling van het bruto binnenlands product (bbp). De volumeontwikkeling van de fondsen is gebaseerd op een 8-jaars (t-9 t/m t-2) historisch gemiddelde van de ontwikkeling van het bbp. De indexatie voor inflatie volgt de prijs bbp van het lopende jaar. 2.1. Loon- en prijscompensatie vanaf 2026.

De nieuwe wijze van indexeren voor inflatie prijs bbp is soberder dan indexeren op basis van de indices van het CPB voor loon- en prijsontwikkeling sector overheid. Het verschil voor 2026 bedraagt 0,4%. (zie ook bijlage 1). Omdat gemeenschappelijke regelingen een relatief hoge salariscomponent in de lasten hebben geven wij het advies om de indexering te blijven baseren op de zgn. loon- en prijsontwikkeling (lpo) methodiek en vooralsnog niet

Datum

30 oktober 2024

Kenmerk

Z/24/3752082

Pagina

3 / 11

te indexeren volgens het bbp voor prijzen. Wel zullen wij een koppeling op afstand maken en op het moment dat er een verschil van cumulatief meer dan 2% ontstaat dan zullen wij adviseren dit verschil te corrigeren en een generieke correctie voor gemeenschappelijke regelingen toe te passen. Daarbij speelt ook de vraag in welke mate bij gemeenten de nieuwe bbp systematiek voor prijzen leidt tot financiële nadelen door ondercompensatie vanuit het Rijk. 2.2. De geadviseerde indexatie voor 2026 bedraagt 2,1% voor beloning werknemers en 2,7% voor netto materieel. Op 22 oktober 2024 is de bestuurlijke werkgroep FKGR bijeen geweest. Daarbij is de indexering voor 2026 zoals deze in 2020 is opgezet en is vastgesteld door de bestuurlijke werkgroep FKGR bepaald. De systematiek betreft een waardevaste indexering. Hierbij wordt de indexering voor 2026 gecorrigeerd voor ontwikkelingen in het jaar 2024 t/m 2025, zoals deze worden aangegeven in de laatst bekende septembercirculaire; de septembercirculaire 2024. In bijlage I is te zien, dat deze systematiek leidt tot correcties op zowel de indexering van personele lasten als de indexering van materiële lasten. • De indexering van personele lasten wordt gecorrigeerd met -1,4%% (tot 2,1%). • De indexering van materiële lasten wordt gecorrigeerd met +0,5%% (tot 2,7%).

Wij wijzen erop dat de indexeringsmethode volgens FKGR betekent dat de lasten met de in deze paragraaf aangegeven percentages mogen worden geïndexeerd en niet de gemeentelijke bijdragen per inwoner. Stijging van het aantal inwoners is niet altijd evenredig verbonden aan hogere lasten. Daarom is het van belang een eventuele volumestijging van de lasten afzonderlijk in beeld te brengen. 2.3. Compensatie volumeontwikkeling. De overgang van de compensatie voor volumeontwikkeling van het gemeentefonds naar het 8-jaars historisch gemiddelde (t-9 t/m t-2) betekent dat het gemeentefonds de komende jaren aanzienlijk minder hard groeit ten opzichte van de oude “Samen de trap op en -af afspraak”. De nieuwe afspraak is wel stabieler. Dat neemt niet weg dat de groei van het gemeentefonds niet toereikend is om de stijging van de kosten van gemeenten voor bevolkingsgroei en nieuwe uitdagingen voor de toekomst te compenseren. Daarom stellen wij voor dat u de stijging van de lasten door volumegroei afzonderlijk in beeld brengt in de kadernota en begroting en afzonderlijk voor besluitvorming voorlegt.

Datum

30 oktober 2024

Kenmerk

Z/24/3752082

Pagina

5 / 11

Bijlage 1.

Datum

30 oktober 2024

Kenmerk

Z/24/3752082

Pagina

6 / 11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Teylingen&id=18cfbe79-53ea-46dd-8cb9-fcc1bb447514