Bijlage 12 bij toelichting - Nota van beantwoording zienswijzen.pdf - Bijlage 12 bij toelichting
Tekst van het document
Zaaknummer gemeente Teylingen: Z-23-345608
Versie: 4 december 2024 Domein Ruimte
Nota van beantwoording zienswijzen ontwerpbestemmingsplan
Zienswijzen ...............................................................................................................................................................4
Ambtshalve wijzigingen ..........................................................................................................................................13
Conclusie .................................................................................................................................................................15
2
3
4
Bladzijde 2 van 18
Inleiding ................................................................................................................................................................. 3
1
Inhoudsopgave
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan Uitbreiding bedrijventerrein Oosteinde 16, Warmond
Inleiding
Bladzijde 3 van 18
De oorspronkelijke zienswijzen zijn (indien noodzakelijk geanonimiseerd) als bijlage toegevoegd aan deze nota.
De zienswijzen zijn in hoofdstuk 2 van deze nota samengevat weergegeven en voorzien van een beantwoording. Per zienswijze is aangegeven of de zienswijze heeft geleid tot aanpassing van het bestemmingsplan.
Overzicht ontvangen zienswijzen Zienswijze 1 (Hoogheemraadschap van Rijnland): ontvangen op 19 december 2023. Zienswijze 2 (Provincie Zuid-Holland): ontvangen op 12 januari 2024. Zienswijze 3: ontvangen op 22 januari 2024. Zienswijze 4: ontvangen op 23 januari 2024.
Ter inzage ontwerpbestemmingsplan Het ontwerpbestemmingsplan heeft van donderdag 14 december 2023 tot en met woensdag 24 januari 2024 voor zes weken ter inzage gelegen waarbij eenieder in de gelegenheid is gesteld om een zienswijze in te dienen. Er zijn in totaal 4 zienswijzen ontvangen binnen de termijn waarbinnen het ontwerpbestemmingsplan ter inzage heeft gelegen. Dit betekent dat de zienswijzen ontvankelijk zijn en in behandeling zijn genomen.
1
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan Uitbreiding bedrijventerrein Oosteinde 16, Warmond
Zienswijzen
Daarnaast wordt verzocht om de tekst met betrekking tot de Keur Rijnland 2020 te verwijderen en deze te vervangen door de Waterschapsverordening, welke per 1 januari 2024 in gebruik is genomen. Ook heeft dit consequenties voor de Watertoets (paragraaf 4.7.2 van de toelichting).
, zonder hierbij een jaartal te benoemen. Dit vanwege de regelmatige actualisatie van deze legger en het feit dat het plan wordt getoetst aan de legger op het moment dat een daadwerkelijke vergunningaanvraag wordt ingediend.
Samenvatting zienswijze Het hoogheemraadschap stelt voor om de toelichting van het plan te wijzigen. Daarbij
Bladzijde 4 van 18
Beantwoording gemeente Wij hebben in het aangepaste bestemmingsplan de legger oppervlaktewateren vermeld zonder specifiek jaartal. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 is inderdaad de Waterschapsverordening het nieuwe toetsingskader voor watergerelateerde activiteiten. Wij zijn daarom in het vast te stellen bestemmingsplan ingegaan op de op 1 januari in werking getreden Waterschapsverordening. In deze Waterschapsverordening zijn de verschillende doelen voor het beheergebied van Rijnland vastgelegd. De toelichting van het bestemmingsplan en de Watertoets (paragraaf 4.7.2. plantoelichting) zijn waar nodig hierop aangepast.
2.1 Zienswijze 1 (Hoogheemraadschap van Rijnland)
2
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan Uitbreiding bedrijventerrein Oosteinde 16, Warmond
Conclusie De toelichting van het bestemmingsplan is aangepast.
Artikel 6.9a lid 3 geeft aan dat, indien sprake is van een grote buitenstedelijke bouwlocatie, geen motivering nodig is voor aantasting van het landschap noch voor een keuze buiten bestaand stads- en dorpsgebied. Daarmee is artikel 6.9a lid 1 niet van toepassing voor deze ontwikkeling. Echter is het binnen het bestemmingsplan nog steeds nodig om aan te tonen, bij voorkeur met een beeldkwaliteitsplan of paragraaf, dat de ruimtelijke kwaliteit ten minste gelijk blijft (conform artikel 6.9 lid 1). Dit heeft volgens de provincie te maken met het feit dat de ontwikkeling gelegen is binnen de beschermingscategorie 3. De provincie geeft aan dat een beeldkwaliteitsparagraaf of -plan toegevoegd dient te worden aan het bestemmingsplan, zodat de ruimtelijke kwaliteit verduidelijkt wordt.
Samenvatting zienswijze De provincie Zuid-Holland geeft middels een zienswijze aan dat de ontwikkeling gelegen is binnen de beschermingscategorie 3 Buitengebied, zoals is opgenomen in kaart 14, bijlage 2 van de omgevingsverordening. Als gevolg hiervan zijn de artikelen 6.9 en 6.9a van de verordening van toepassing. De uitbreiding van het bedrijventerrein is opgenomen als een 3ha locatie voor zachte plancapaciteit, waarmee de locatie bekend is als grote buitenstedelijke bouwlocatie voor de realisatie van bedrijvigheid.
2.2 Zienswijze 2 (Provincie Zuid-Holland)
Bladzijde 5 van 18
Artikel 6.9 van de Omgevingsverordening geeft aan dat bij een bestemmingsplan die een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt, zoals het onderhavige bestemmingsplan, de ruimtelijke kwaliteit ten minste hetzelfde blijft. Met een beeldkwaliteitsparagraaf kan inzicht worden gegeven in de ruimtelijke kwaliteit. Mede naar aanleiding van deze zienswijze is voor inzicht in de ruimtelijke kwaliteit in het kader van artikel 6.9 lid 1 van de Omgevingsverordening een beeldkwaliteitsparagraaf opgesteld. Hiermee is aangetoond dat de ruimtelijke kwaliteit gewaarborgd blijft. De beeldkwaliteitsparagraaf is benoemd in de toelichting van het bestemmingsplan en is tevens als voorwaardelijke verplichting toegevoegd aan de regels (artikel 14.3) van het bestemmingsplan. Dit document is als bijlage bij de regels en toelichting toegevoegd.
belemmering zijn voor het onderhavige plan.
bestemmingsplan zijn vóór die periode opgesteld, waardoor per abuis deze beschermingscategorie niet is benoemd in de toelichting. Dit is hersteld in de toelichting van het bestemmingsplan. Het neemt niet weg dat er bij het ontwerpbestemmingsplan wel is gekeken naar de regels voor
Beantwoording gemeente Eind 2022 is in de Omgevingsverordening Zuid-Holland voor de ontwikkellocatie de
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan Uitbreiding bedrijventerrein Oosteinde 16, Warmond
Conclusie De toelichting van het bestemmingsplan is aangepast en een beeldkwaliteitsparagraaf is toegevoegd als bijlage bij de toelichting en regels. Tevens is de kaart met profielen (pagina 22 en 23) van de beeldkwaliteitsparagraaf als voorwaardelijke verplichting in artikel 14.3 van de regels opgenomen door een verwijzing naar bijlage 2 bij de regels.
2. Naar aanleiding van diverse zienswijzen is een beeldkwaliteitsparagraaf opgesteld. In de beeldkwaliteitsparagraaf is onder meer uitgewerkt hoe vorm en inhoud wordt gegeven aan de landschappelijke inpassing van de uitbreiding van het bedrijventerrein. De beeldkwaliteitsparagraaf is in de toelichting van het bestemmingsplan benoemd en de beeldkwaliteitsparagraaf is als bijlage toegevoegd aan de regels. Bovendien is een voorwaardelijke verplichting gekoppeld aan de beeldkwaliteitsparagraaf, waardoor juridisch is vastgelegd dat de landschappelijke inpassing binnen de groenbestemming ook daadwerkelijk gerealiseerd wordt (daarbij wordt verwezen naar pagina 22 en 23 van de beeldkwaliteitsparagraaf). Aan de oostzijde van het plan is voorzien in een ruim profiel met onder meer een groenstrook, aarden wal, waterloop en opnieuw een groenstrook en aansluitende berm (totale breedte 23 meter). De aanleg van de waterloop draagt bij aan de voor het plan noodzakelijke watercompensatie en is afgestemd met het Hoogheemraadschap van Rijnland. Het profiel is grotendeels verwerkt op de verbeelding van het bestemmingsplan (bestemmingen groen, water). De afbeelding van het principeprofiel hebben wij ter illustratie toegevoegd aan de Nota van beantwoording (bijlage 1).
Hiermee is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing waarbij groen en water voorzien in een buffer die mogelijke overlast van geluid, licht en zicht zoveel mogelijk beperkt. Ook laat de beeldkwaliteitsparagraaf de inpassing op gebouwniveau zien, zoals verspringingen in de bouwhoogte en beplanting tegen de gevels. 3. Met het hierboven (onder 2) beschreven profiel, inclusief groenstrook met bomen, is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing van de nieuwe bedrijfsbebouwing en door indiener bedoelde weg. Voor de functionaliteit en de veiligheid van het bedrijventerrein is het wenselijk dat de bedrijfsbebouwing rondom voldoende bereikbaar is. De ontsluiting van het bedrijventerrein vindt plaats via de interne wegenstructuur van het reeds bestaande, private bedrijventerrein.
2. Destijds is door indiener van de zienswijze aangegeven in principe welwillend tegenover het initiatief te staan. Wel zijn daar een aantal aandachtspunten meegegeven. Indiener wil zo min mogelijk overlast hebben van geluid, licht en zicht van de gebouwen. Indiener stelde toen voor om een zicht ontnemende groenstrook aan te leggen. Volgens indiener zou initiatiefnemer met deze punten rekening houden in de verdere planvorming.
3. Indiener kan zich echter niet vinden in het ontwerpbestemmingsplan dat ter inzage heeft gelegen. In het huidige bestemmingsplan staan volgens indiener de gebouwen
Bladzijde 6 van 18
Beantwoording gemeente 1. Uit de ingediende zienswijze blijkt dat er twee jaar geleden contact is geweest tussen de initiatiefnemer en de indiener van de zienswijze over het plan om het bedrijventerrein uit te breiden. Destijds is de suggestie gedaan om een zicht ontnemende groenstrook te realiseren aan de oostzijde van het plangebied op de locatie waar nu een brede waterbestemming is ingetekend. De initiatiefnemer heeft aangegeven hier rekening mee te houden in de planvorming.
Samenvatting zienswijze 1. Indiener is twee jaar terug door initiatiefnemer op de hoogte gebracht over het plan om het bestemmingsplan te wijzigen ten behoeve van het uitbreiden van het bedrijventerrein.
2.3 Zienswijze 3
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan Uitbreiding bedrijventerrein Oosteinde 16, Warmond
Conclusie De verbeelding, regels en toelichting van het bestemmingsplan zijn aangepast en er is een beeldkwaliteitsparagraaf toegevoegd als bijlage bij de toelichting en regels.
2. Volgens indiener wordt er onvoldoende afstand aangehouden tussen de nieuwe functie en de
Samenvatting zienswijze 1. Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. De Omgevingswet stimuleert vroegtijdige participatie. Indiener is van mening dat er geen enkele vorm van participatie heeft plaatsgevonden
Bladzijde 7 van 18
2. Naar aanleiding van de ingediende zienswijze is voor bepaalde milieuaspecten advies ingewonnen bij de Omgevingsdienst West-Holland (ODWH) en de GGD. Dit advies is als bijlage bij deze nota bijgevoegd en
Beantwoording gemeente 1. Het ontwerp van het bestemmingsplan is ter inzage gelegd vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024. Dit betekent dat de Omgevingswet formeel niet van toepassing is en dat het bestemmingsplan wordt afgehandeld overeenkomstig de Wet ruimtelijke ordening. Toch is de initiatiefnemer vroegtijdig in gesprek gegaan met alle omwonenden van het plangebied. Initiatiefnemer heeft alle omwonenden uitgenodigd op een bewonersavond op 19 januari 2022. De indiener van de zienswijze was hierbij aanwezig en heeft die avond ook een aantal aandachtspunten meegegeven. De gemeente is dan ook niet van mening dat er geen enkele vorm van vroegtijdige participatie heeft plaatsgevonden.
4. Met het beschreven inpassingsprofiel zal eventuele hinder in de vorm van licht, geluid en zicht worden voorkomen dan wel zoveel mogelijk worden beperkt. Van belang is dat de op het bedrijventerrein toegestane milieucategorie overeenkomt met de VNG, waarbij rekening is gehouden met de afstand van de bedrijfsactiviteiten tot gevoelige functies, zoals woningen van derden.
4. Om geen oppervlak van het bouwvlak te verspillen zou men de weg langs de sloot kunnen weglaten en alleen de weg vanuit het westen gebruiken met aan het einde een mogelijkheid tot keren. Daarmee kan voor een groot deel overlast door licht, geluid en zicht worden voorkomen.
2.4 Zienswijze 4
Initiatiefnemer streeft naar eenrichtingsverkeer rondom de nieuwe bedrijfsbebouwing. Daarnaast heeft initiatiefnemer ervoor gekozen om tegemoet te komen aan de suggestie om een aarden wal te realiseren, zodat het zicht en eventuele overlast van het bedrijventerrein zoveel mogelijk weggenomen/beperkt wordt. In de beeldkwaliteitsparagraaf is beschreven hoe deze groenstrook met aarden wal, met een hoogte van 1,5 meter, wordt vormgegeven.
vol in het zicht zonder enige groenstrook en loopt er zelfs nog een weg voorlangs. Indiener doet daarom de suggestie om een aarden wal met groenstrook aan te leggen met daarbij een strook met hoge bomen.
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan Uitbreiding bedrijventerrein Oosteinde 16, Warmond
Conclusie De verbeelding en toelichting van het bestemmingsplan zijn aangepast en er is een beeldkwaliteitsparagraaf toegevoegd als bijlage bij de toelichting en regels. Daarnaast is een bezonningsstudie als bijlage bij de toelichting toegevoegd.
perceel van indiener.
3. Indiener is van mening dat de waterbestemming aan de oostzijde van het plangebied nadelig is voor de activiteiten van het aangrenzend bollenteeltbedrijf. Dit zou mede komen doordat de kans groot is dat de te realiseren sloot zou kunnen overstromen en dat dit van nadelige invloed is op de aanwezige
eventuele drift van gewasbeschermingsmiddelen.
Bladzijde 8 van 18
3. Het bollenbedrijf van indiener moet voldoen aan de eisen uit het Activiteitenbesluit (en sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet aan de eisen uit het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal)). In het Activiteitenbesluit staan de afstanden van de teeltvrije zone gedefinieerd. Het gaat om artikel 3.80 lid 1a (zie bijlage 1). Er moet tussen het gebied waar bestrijdingsmiddelen worden gebruikt en een watergang een teeltvrije zone zijn van tenminste 150 centimeter. In het bestemmingsplan is een waterbestemming opgenomen. Zolang tussen deze watergang en de bollengronden een teeltvrije zone van 150 cm aanwezig is, wordt voldaan aan de eisen uit het Activiteitenbesluit (en het Besluit activiteiten leefomgeving). In dit geval wordt een groenstrook van circa 800 centimeter tussen de watergang en de bollengronden gerealiseerd (dit is een grotere afstand ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan), zoals blijkt uit principeprofiel 2 op pagina 23. Wij verwijzen hierbij ook naar de beantwoording van zienswijze 3, onderdeel 2. Op basis van artikel 3.65 van de Activiteitenregeling zijn er bepaalde maatregelen die het bedrijf moet nemen ten behoeve van het
is tevens verstrekt aan de indiener van de zienswijze. Er is geen regelgeving over drift van gewasbeschermingsmiddelen zoals wordt gesteld. Het bedrijf hoeft geen spuitvrije zone aan te houden ter bescherming van mensen die zich bevinden in of rond het pand op het te realiseren bedrijventerrein. Het bedrijf wordt dan ook niet belemmerd in de bedrijfsvoering. Met betrekking tot een goed woon- en leefklimaat wordt bij het realiseren van nieuwe woningen binnen 50 meter van bollengebieden of gebieden waar intensief gespoten wordt een jaarrond bladhoudende haag met een minimale hoogte van 1,5 meter aan de zijde waar het perceel grenst aan bollenvelden voorgeschreven. Het gaat hier echter om een bedrijfslocatie waar medewerkers niet langdurig verblijven. Volgens advies van de GGD vallen bedrijfspanden niet onder de noemer Daarom is hier geen sprake van een gevoelig gebouw. Onder langdurig verblijf verstaat de gemeente (Omgevingsdienst West-Holland) een dagelijks verblijf gedurende minimaal een jaar met een verblijftijd van minimaal 14 18 uur per dag. Omdat hier geen sprake van is, worden er in het bestemmingsplan geen maatregelen in de vorm van een jaarrond bladhoudende windhaag voorgeschreven.
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan Uitbreiding bedrijventerrein Oosteinde 16, Warmond
5. In de regels van het bestemmingsplan is een regeling (artikel 14.2) opgenomen dat bij een aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen van het gebouw aangetoond dient te worden dat voldaan wordt aan het gemeentelijke parkeerbeleid. Dit dient plaats te vinden op eigen terrein. Er is voldoende ruimte om een bedrijfsgebouw met bijbehorende parkeerplaatsen te realiseren op eigen terrein.
6. Naar aanleiding van meerdere ingediende zienswijzen is ten behoeve van dit plan een beeldkwaliteitsparagraaf opgesteld. Daarbij zijn de kwaliteiten van het landschap en de aanwezigheid van bomen en het bosachtige karakter van het gebied als startpunten genomen. De landschappelijke invulling krijgt aan de verschillende zijden van het plangebied een verschillend karakter. Aan de zuid- en oostzijde wordt de landschappelijke invulling gekenmerkt door de overgang van water via een natuurvriendelijke oever en kruidenrijk grasland naar het bos. De
5. Indiener geeft aan dat voor een goede ruimtelijke ordening onderzoek dient plaats te vinden naar de parkeerbehoefte. Hiervoor is bovendien een voorwaardelijke verplichting in de planregels dat er voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein komen met een beschrijving op welke wijze die gerealiseerd gaan worden noodzakelijk.
6. Volgens indiener is de maximale toegestane bouwhoogte van 13 meter te hoog. De landelijke uitstraling wordt volledig om zeep geholpen door een kolossaal bedrijventerrein van 13 meter hoog. De bouwhoogte dient aanzienlijk verlaagd te worden, om de negatieve
Bladzijde 9 van 18
4. De weg bevindt zich, in het gewijzigde bestemmingsplan, op meer dan 50 meter van de woning. De woning betreft een bedrijfswoning welke direct naast het bestaande bedrijf is gelegen. Zie verder de beantwoording op zienswijze 3, onderdelen 2, 3 en 4.
4. Aan de oostzijde is een extra verkeersbestemming toegevoegd, waardoor een tweede ontsluitingsroute mogelijk wordt gemaakt. Indiener vreest voor overlast door verkeer over nieuwe weg langs woning.
realiseren van een verwaarloosbaar bodemrisico (ook in relatie tot de aanwezig porriehoop). Met het voldoen aan het 2e tot en met het 9e lid van artikel 3.65 (lid 6 t/m 9 zijn hier niet relevant) zijn er geen extra nadelige gevolgen voor het realiseren van nieuw oppervlaktewater en wordt het bedrijf van indiener ook niet extra beperkt door de nieuwe sloot. Door de realisatie van dit plan wordt de bedrijfsvoering van het bedrijf van indiener van de zienswijze niet belemmerd.
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan Uitbreiding bedrijventerrein Oosteinde 16, Warmond
8. Bij de provincie Zuid-Holland is deze locatie aangewezen als uitbreidingslocatie voor een bedrijventerrein (3ha locatie voor zachte plancapaciteit). Ook in de gemeentelijke structuurvisie is deze locatie aangeduid als mogelijke ontwikkellocatie voor bedrijventerreinen. Naar aanleiding van diverse zienswijzen is een beeldkwaliteitsparagraaf opgesteld, dat aan de oostzijde voorziet in een ruimer profiel met meer groen. Zie de beantwoording van zienswijze 3, onderdeel 2, 3 en 4. 9. Het plangebied van de initiatiefnemer is in de huidige situatie voor een Bollenteelt - bollenzone
8. Indiener vraagt zich af wat de noodzaak is om de uitbreiding van het bestaande bedrijventerrein zo dicht naast het perceel van de indiener te plaatsen.
9. De gronden zijn momenteel -
Bladzijde 10 van 18
7. Zie voor de beantwoording zienswijze 3, onderdelen 2, 3 en 4.
principeprofielen zijn opgenomen op pagina 23 van de beeldkwaliteitsparagraaf (en als bijlage bij deze nota) en zijn ook geborgd met het opnemen van de bestemmingen water en groen op de verbeelding en een voorwaardelijke verplichting in de regels. Ook voorziet de beeldkwaliteitsparagraaf in maatregelen op gebouwniveau, zoals verspringen in de bouwhoogte en beplanting tegen de gevels die bij kunnen dragen aan een goede inpassing van de bedrijfsbebouwing. Aan de noord- en westzijde wordt bestaand bosgebied gekoesterd en toekomstbestendig gemaakt met gebiedseigen beplanting. Uit een bezonningsstudie (uitgevoerd op 6 maart 2024) is gebleken dat een bedrijfsgebouw van 13 meter hoog geen invloed heeft op de hoeveelheid zonlicht op omliggende bollenvelden, desalniettemin is ervoor gekozen om aan de zijde van de indiener een deel van het bedrijfsgebouw lager vorm te geven (met een diepte van 6 meter aan de oostzijde van het bouwvlak is een maximale bouwhoogte van 11 meter toegestaan). Dit is als zodanig verwerkt in de verbeelding van het bestemmingsplan. Voor het overige deel is wel 13 meter aangehouden, omdat dit aansluit op de bestaande toegestane hoogtes van het bedrijventerrein De Wetering. Deze bezonningsstudie is toegevoegd als bijlage bij de toelichting van het bestemmingsplan.
7. Indiener vreest voor overlast door lichten van bedrijventerrein.
gevolgen zo veel mogelijk te beperken. Bovendien is de indiener bang dat met een bedrijfsgebouw van 13 meter in de middag/avond zonlicht wordt weggenomen van de bollenvelden. Dit kan desastreuze gevolgen hebben voor de bloemenen bloembollenteelt op de naastgelegen gronden.
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan Uitbreiding bedrijventerrein Oosteinde 16, Warmond
11. Er is een beeldkwaliteitsparagraaf opgesteld, waarin inzicht is gegeven in de goede landschappelijke inpassing van het bedrijventerrein en een goede afscherming (buffers) ten opzichte van het omringende landschap en woningen in de omgeving. Initiatiefnemer heeft ervoor gekozen om tegemoet te komen aan het voorstel om een aarden wal te realiseren, zodat het zicht en eventuele overlast van het bedrijventerrein zoveel mogelijk weggenomen/beperkt wordt. Zie ook de beantwoording bij onderdeel 8 van de deze zienswijze, inclusief de daar genoemde verwijzingen.
11. Volgens indiener ontbreekt landschappelijk inpassingsplan, waarbij tegemoetgekomen wordt aan de belangen van indiener. Door de maximum bouwhoogte te verlagen, een gunstigere situering van het bedrijventerrein, het weghalen/verplaatsen van de sloot en weg zouden de nadelige gevolgen al deels weggenomen kunnen worden. Daarnaast stelt indiener voor om een aardenwal te realiseren, zodat het zicht en de overlast van het bedrijventerrein weggenomen/beperkt wordt.
Bladzijde 11 van 18
10. In paragraaf 3.1.3 is uitvoerig ingegaan op de behoefteramingen van de vraag naar bedrijfsterreinen in de regio en de afstemming die regionaal en met de provincie Zuid-Holland plaats heeft gevonden over de uitbreiding van het bedrijventerrein. De provincie heeft de locatie aangewezen als uitbreidingslocatie voor een bedrijventerrein (3ha locatie zachte plancapaciteit). Ook in de gemeentelijke structuurvisie (2015) en ontwerp omgevingsvisie is de locatie aangeduid als ontwikkellocatie voor bedrijventerrein. Uitbreiding van een bestaand bedrijventerrein met gebruik van al aanwezige infrastructuur biedt voordelen boven de realisatie van een heel nieuw bedrijventerrein.
Dagrecreatie Daarnaast wordt in de zienswijze verwezen naar de Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport 2016 (ISG), waarin het doel is gesteld om de bollenteelt te beschermen zodat bollengrond niet onnodig verloren gaat. De gronden van het plangebied van onderliggend bestemmingsplan zijn echter gelegen buiten het werkingsgebied van de GOM hier dus niet van toepassing.
10. Indiener stelt zich op het standpunt dat zonder onderzoek naar omliggende terrein voor het realiseren van een bedrijventerrein niet voldaan kan worden aan de ladder voor duurzame verstedelijking en dus ook niet aan een goede ruimtelijke ordening.
Bollenteeltis ervan overtuigd dat deze gronden daarom uitsluitend bedoeld zijn voor bollenteelt. Daardoor wordt indiener beperkt in uitbreidingsmogelijkheden.
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan Uitbreiding bedrijventerrein Oosteinde 16, Warmond
12. Planschade kan worden voorkomen door de juiste maatregelen te treffen.
Bladzijde 12 van 18
12. Voor wat betreft planschade wordt de gemeentelijke planschadeprocedure aangehouden. Een verzoek tot planschade kan op dit moment nog niet ingediend worden. Dit is pas mogelijk wanneer een bestemmingsplan onherroepelijk in werking is getreden. De zienswijze leidt op dit punt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan Uitbreiding bedrijventerrein Oosteinde 16, Warmond
Planwijzigingen
Bladzijde 13 van 18
Naast wijzigingen in het bestemmingsplan naar aanleiding van ingediende zienswijzen, zijn er ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan tevens 'ambtshalve' wijzigingen aangebracht in het vast te stellen bestemmingsplan, namelijk in de Regels. De ambtshalve planwijzigingen zijn gemaakt in verband met stikstof en de gewijzigde AERIUS Calculator (berekening). In de specifieke gebruiksregels van de bestemming 'Bedrijf' is de volgende regel toegevoegd: vrachtwagens mogen niet langer dan twee uren aanwezig zijn op het bedrijventerrein, met uitzondering van elektrische vrachtwagens. Tevens is met betrekking tot deze regel een afwijkingsmogelijkheid toegevoegd. In de specifieke gebruiksregels van de bestemming 'Bedrijf' is de regel met betrekking tot stikstof emissie (lid 3.3 onder i.) aangepast, waarbij de emissie is bijgesteld conform het geactualiseerde stikstofdepositie-onderzoek.
Om tegemoet te komen aan twee andere zienswijzen zijn aanpassingen gedaan in de toelichting van het bestemmingsplan.
Daarnaast is een wijziging, ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan, doorgevoerd in de regels van het bestemmingsplan. In artikel 14.3 is een voorwaardelijke verplichting toegevoegd die ziet op de realisatie en instandhouding van het groen en een aarden wal van 1,5 meter hoog. Deze voorwaardelijke verplichting is gekoppeld aan pagina 22 en 23 van de opgestelde beeldkwaliteitsparagraaf, waarbij met behulp van een situeringstekening van de profielen en de profielen zelf is aangegeven hoe dit vormgegeven wordt.
Zoals aangegeven zijn er planwijzigingen gemaakt naar aanleiding van ingediende zienswijzen. Daarbij zijn, om tegemoet te komen aan een tweetal zienswijzen, juridische planwijzigingen doorgevoerd. De volgende wijzigingen zijn in dat kader, ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan, doorgevoerd in de verbeelding van het bestemmingsplan: De bestemming 'Bedrijf' is 8 meter opgeschoven in noordwestelijke richting ofwel is 8 meter verplaatst ten opzichte van de zuidoostelijke plangrens. Het zuidoostelijke deel van de bestemming 'Verkeer' is grotendeels 8 meter opgeschoven in noordwestelijke richting ofwel is grotendeels 8 meter verplaatst ten opzichte van de zuidoostelijke plangrens. Het zuidoostelijke bestemmingsvlak 'Water' is 6 meter opgeschoven in noordwestelijke richting ofwel is 6 meter verplaatst ten opzichte van de zuidoostelijke plangrens. Samenhangend met de voorgaande drie wijzigingen zijn de bestemmingsvlakken 'Groen' en andere delen van de bestemming 'Verkeer' aangepast. Op het verschoven bestemmingsvlak en bouwvlak van de bestemming 'Bedrijf' is de aanduiding maximum bouwhoogte aangepast, waarbij aan de (zuid)oostrand van het bouwvlak een aanduidingsvlak van 6 meter breed is toegevoegd met een maximum bouwhoogte van 11 meter in plaats van een maximum bouwhoogte van 13 meter.
3
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan Uitbreiding bedrijventerrein Oosteinde 16, Warmond
Bladzijde 14 van 18
Tevens is de toelichting van het bestemmingsplan aangepast, onder meer vanwege aangepaste/vernieuwde onderzoeken en vanwege de wijzigingen in de regels en verbeelding. Ook is een beeldkwaliteitsparagraaf toegevoegd aan het bestemmingsplan, waarbij deze beeldkwaliteitsparagraaf is opgenomen als een bijlage bij de toelichting en regels.
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan Uitbreiding bedrijventerrein Oosteinde 16, Warmond
Conclusie
Bladzijde 15 van 18
De aangebrachte wijzigingen in het bestemmingsplan zijn gedaan naar aanleiding van de ingebrachte zienswijzen.
4
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan Uitbreiding bedrijventerrein Oosteinde 16, Warmond
Bijlage 1
Bladzijde 16 van 18
principeprofielen (pagina 22 en 23 van de beeldkwaliteitsparagraaf)
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan Uitbreiding bedrijventerrein Oosteinde 16, Warmond
Bladzijde 17 van 18
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan Uitbreiding bedrijventerrein Oosteinde 16, Warmond
advies Omgevingsdienst West-Holland en GGD
Bladzijde 18 van 18
Naar aanleiding van de ingediende zienswijzen is wat betreft de milieuaspecten op 15 april 2024 advies gevraagd aan de Omgevingsdienst West-Holland (ODWH) en GGD Hollands Midden. Op 3 mei 2024 is onderstaand advies ontvangen van de ODWH en GGD.
Bijlage 2
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan Uitbreiding bedrijventerrein Oosteinde 16, Warmond
Datum Betreft Ons kenmerk Telefoon Email Contactpersoon
25-4-2024 Gevoelige bestemmingen en open teelt 162481
Omgevingsdienst West-Holland
Geachte mevrouw
,
De GGD adviseert over ruimtelijke kwesties rond het vestigen van gevoelige bestemmingen nabij open teelt met intensief gebruik van bestrijdingsmiddelen of andersom. U stelde op donderdag 18 april de vraag aan GGD Hollands Midden wat verstaat de GGD onder gevoelige bestemmingen? . De directe aanleiding is een zienswijze tegen het ontwerpbestemmingsplan uitbreiding bedrijventerrein Oosteinde 16 in Warmond. Gevoelige bestemmingen/gebouwen: - Gevoelige bestemmingen zijn woonvormen waar mensen langdurig verblijven. Het gaat hierbij om woningen en gebouwen met een gezondheidszorgfunctie met bedden. - Tijdelijke bestemmingen zoals recreatie valt daar niet onder. Tijdelijke bestemmingen zoals arbeidsmigrantenwoningen vallen daar wel onder. - Kinderdagverblijven en scholen zijn geen woonbestemmingen, maar vallen wel onder gevoelige bestemmingen omdat het gaat om kinderen, die extra kwetsbaar zijn. - Bedrijfspanden (kantoren/opslag/productiebedrijven, etc) vallen niet onder de noemer . Het advies om in nieuwe situaties zoveel als mogelijk afstand te houden tussen landbouwgrond en gevoelige bestemmingen is dus alleen van toepassing op de hierboven gedefinieerde situaties die wel onder gevoelige bestemmingen/gebouwen vallen. Wij hopen u met dit advies voldoende te hebben geïnformeerd. Mocht u nog vragen hebben, dan kunt u contact opnemen met het team Medische Milieukunde via of .
Met vriendelijke groet, Beleidsmedewerker Medische Milieukunde Gezondheidsbescherming, Toezicht en GHOR GGD Hollands Midden