CConstaterende datTeylingen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Was-Wordt-lijst.docx

Gemeenteraad 3 juni 2021, gemeente TeylingenBij agendapunt: Wijziging Algemene Plaatselijke Verordening8.388 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Was-wordt-tabel Wijziging Algemene Plaatselijke Verordening Teylingen 2021 Inleiding Deze was-wordt-tabel is een hulpmiddel om snel inzichtelijk te hebben welke inhoudelijke wijzigingen er zijn in de nieuwe APV ten opzichte van de huidige APV. In onderstaand overzicht zijn de oude en nieuwe tekst naast elkaar gezet. Hierin is met kleur aangegeven wat de verschillen zijn. De verschillende kleuren betekenen het volgende: Rood = verwijderd Groen = (inhoudelijk) nieuwe tekst Blauw = tekst die gewijzigd is Onder iedere wijziging wordt een beknopte toelichting gegeven op de wijziging. De uitgebreide toelichting over het hele artikel is terug te vinden in de toelichting op de APV. De wijzigingen: Artikel 1:2 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 1:2 Beslistermijn

Artikel 1:2 Beslistermijn

1. Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag. 2. Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken verlengen. 3. In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing indien beslist wordt op een aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 2:11 of artikel 4:11

1. Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag. 2. Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken verlengen. 3. In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing indien beslist wordt op een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 2:11, 2:12 of artikel 4:11

Toelichting In de bestaande tekst wordt in het derde lid gesproken over een aanvraag om een ontheffing, dit moet zijn een aanvraag om een vergunning.

1

Art. 2:12 wordt in het derde lid toegevoegd, omdat de vergunning voor het maken of veranderen van een uitweg is aangewezen in artikel 2.2, eerste lid, onder e van de Wabo en geldt als verbod om deze activiteit uit te voeren zonder omgevingsvergunning. Artikel 2:1 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden

Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden

1. Het is verboden op een openbare plaats, of op openbaar water, deel te nemen aan een samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden. 2. Het is verboden anderen en ambtenaren in functie in het openbaar uit te jouwen, na te schreeuwen of met aanstootgevende taal lastig te vallen of op een andere wijze overlast aan te doen. 3. Degene die op een openbare plaats: a. aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; b. aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft tot toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; of c. zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing; is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen. 4. Het is verboden zich te begeven naar of zich te bevinden op een openbare plaats, of op openbaar water, die door of vanwege het bevoegde bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet. 5. Het bepaalde in de voorgaande leden geldt niet voor betogingen,

1. Het is verboden op een openbare plaats, of op openbaar water, deel te nemen aan een samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden. 2. Degene die op een openbare plaats: a. aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; b. aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft tot toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; of c. zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing; is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen. 3.Het is verboden zich te begeven naar of zich te bevinden op een openbare plaats, of op openbaar water, die door of vanwege het bevoegde bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet. 4. Het bepaalde in de voorgaande leden geldt niet voor betogingen, vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties 5. Het is verboden messen, knuppels, slagwapens of andere voorwerpen die als wapens kunnen worden gebruikt, 2

vergaderingen en godsdienstige en op een zodanige wijze mee te voeren levensbeschouwelijke samenkomsten dat de openbare orde in gevaar komt als bedoeld in de Wet openbare of kan komen. 6. Het in het vijfde lid gestelde verbod manifestaties geldt niet voor zover in het daarin 6. Het is verboden messen, knuppels, geregelde onderwerp wordt voorzien slagwapens of andere voorwerpen die door wapens behorende tot de als wapens kunnen worden gebruikt, categorieën I, II, III en IV Wet wapens op een zodanige wijze mee te voeren en munitie. dat de openbare orde in gevaar komt 7. De burgemeester kan ontheffing of kan komen. verlenen van het in het derde lid gestelde verbod. 7. Het in het zesde lid gestelde verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door wapens behorende tot de categorieën I, II, III en IV Wet wapens en munitie. 8. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het vierde lid gestelde verbod.

Toelichting Het tweede lid is verwijderd, omdat het in strijd is met het recht op vrijheid van meningsuiting (artikel 7, lid 3, Grondwet en artikel 10 Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens). Dat recht kan alleen beperkt worden bij een wet in formele zin. Het beledigen van een ambtenaar in functie is strafbaar gesteld in artikel 266 resp. artikel 267 Wetboek van Strafrecht op basis waarvan kan worden gehandhaafd wanneer ambtenaren in functie in het openbaar uitgejouwd, na geschreeuwd of met aanstootgevende taal lastiggevallen worden. Artikel 2:9 wordt toegevoegd Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2:9 Vertoningen op openbare plaatsen

Artikel 2:9 Vertoningen op openbare plaatsen

(Vervallen)

1. Het is verboden op een openbare plaats akoestische muziek ten gehore te brengen, tenzij: a. de plaats niet langer dan een uur wordt ingenomen; en b. de afstand tussen de ene en de andere plaats die wordt ingenomen minimaal 75 meter is; en c. de plaats niet eerder die dag is ingenomen; en d. verkeersstromen niet worden gehinderd. 3

2. De burgemeester kan openbare plaatsen aanwijzen waar het verboden is akoestische muziek ten gehore te brengen en het bepaalde in het eerste lid onder a tot en met d niet van toepassing is. 3. Het is verboden ten behoeve van publiek als straatartiest, straatfotograaf, tekenaar of filmoperateur op te treden op of aan de door de burgemeester aangewezen openbare plaatsen. 4. De burgemeester kan de werking van de verboden als bedoeld in het tweede en derde lid beperken tot bepaalde dagen en uren.

Toelichting Dit artikel is in het verleden uit de APV gehaald. Op verzoek van de politie is het artikel weer opgenomen. De reden hiervoor is de meldingen van overlast die de politie regelmatig krijgt doordat straatmuzikanten vaak van ’s morgens vroeg tot ’s avonds hun instrument bespelen. Dit gebeurt vaak bij supermarkten en in winkelstraten. De klachten/meldingen komen van omwonenden. Zeker met mooi weer en als de ramen open staan kan zo’n straatmuzikant bij langdurig spelen als hinderlijk worden ervaren. Om de mogelijke overlast voor omwonenden te beperken is in het eerste lid benoemd onder welke voorwaarden akoestische muziek ten gehore mag worden gebracht. Voorts heeft de burgemeester de mogelijkheid om dagen/tijden aan te wijzen waarop in het geheel geen akoestische muziek ten gehore mag worden gebracht.

Artikel 2:10 wordt als volgt gewijzigd Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2:10 Voorwerpen op of aan de openbare plaats

Artikel 2:10 Voorwerpen op of aan de openbare plaats

1. Het is verboden de openbare plaats anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als: a. degene die voornemens is de openbare plaats anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie niet voorafgaand aan dit gebruik een melding doet aan het college en tot het gebruik

1. Het is verboden een openbare plaats anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als dat gebruik: a. schade toebrengt of kan toebrengen aan de weg, de bruikbaarheid van de weg belemmert of kan belemmeren, dan wel een belemmering vormt of kan vormen voor het beheer of onderhoud van de weg; of 4

overgaat zonder dat het college dit gebruik heeft goedgekeurd; b. het beoogde gebruik hinder oplevert, schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg; c. het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; d. het gebruik het plaatsen van reclame- en aankondigingsborden of reclame- en aankondigingsspandoeken betreft. 2. Het college reageert uiterlijk 8 weken na ontvangst van de melding, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a. 3. Het college kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen van de belemmering van de bruikbaarheid van de weg, het garanderen van een vrije doorgang voor voetgangers of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen ten aanzien van terrassen, uitstallingen en reclameborden. 4. Het bevoegd bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid onder a, b, c en d gestelde verbod. 5. In afwijking van het vierde lid kan het bevoegd gezag een omgevingsvergunning verlenen voor het in het eerste lid bedoelde gebruik, voor zover dit een activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j. of k. van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 6.

Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op: a. evenementen als bedoeld in artikel 2:24; b. standplaatsen als bedoeld in artikel 5:18; c. overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling een

b. niet voldoet aan redelijke eisen van welstand. 2. Van een belemmering voor de bruikbaarheid van de weg is in ieder geval sprake wanneer niet tenminste een vrije doorgang voor voetgangers wordt gelaten op voetpaden en op de rijbaan voor fietsers of gemotoriseerd verkeer. 3. Het college kan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen voor terrassen, uitstallingen en reclameborden. 4. Het bevoegde bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het verbod. 5. De ontheffing wordt verleend als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag als het in het eerste lid bedoelde gebruik een activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j. of k. van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 6. Het verbod is niet van toepassing op: a. evenementen als bedoeld in artikel 2:24; b. standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17; c. terrassen als bedoeld in artikel 2:28; d. het plaatsen van reclame- en aankondigingsborden op van gemeentewege aangegeven locaties op basis van een met de gemeente gesloten overeenkomst; e. het van gemeentewege plaatsen van verkiezingsborden ten behoeve van politieke partijen. f. overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling een vergunning voor het gebruik van de weg is verleend;

5

vergunning voor het gebruik van de weg is verleend; d. het plaatsen van reclame- en aankondigingsborden op van gemeentewege aangegeven locaties op basis van een met de gemeente gesloten overeenkomst; e. het van gemeentewege plaatsen van verkiezingsborden ten behoeve van politieke partijen.

7. Het verbod is voorts niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatwerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, of de Omgevingsverordening ZuidHolland.

7. Het verbod in het eerste lid van dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatwerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, of de Omgevingsverordening Zuid-Holland. 8. Op de aanvraag om een ontheffing bedoeld in het vierde lid is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Toelichting Artikel 2:10 is herschreven. Er is nu een breed gestelde algemene regel opgenomen. Deze algemene regel biedt meer ruimte aan burger en bedrijfsleven. De gedachte is dat voor een groot aantal voorwerpen die in de openbare ruimte worden geplaatst een vergunning of melding overbodig is, omdat deze voorwerpen volstrekt geen overlast veroorzaken of zelfs bijdragen aan de leefbaarheid. In het vierde lid is aangegeven dat het bevoegd bestuursorgaan ontheffing kan verlenen van het verbod. Artikel 2:24 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2:24 Definities 1. In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van: a. bioscoopvoorstellingen;

Artikel 2:24 Definities 1. In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van: a. bioscoop- en theatervoorstellingen;

b. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet en artikel 5:22 van deze verordening; 6

c. kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;

b. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet en artikel 5:22;

d. het in een inrichting in de zin van de Drank en Horecawet gelegenheid geven tot dansen;

c. kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;

e. betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties;

d. het in een inrichting in de zin van de Drank en Horecawet gelegenheid geven tot dansen;

f.

e. betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties;

activiteiten als bedoeld in artikel 2:9 en 2:39 van deze verordening.

g. Sportwedstrijden, niet zijnde vechtsportevenementen als bedoeld in het tweede lid, onder f

f.

g. sportwedstrijden, niet zijnde vechtsportevenementen als bedoeld in het tweede lid onder f.

2.Onder evenement wordt mede verstaan: a. een herdenkingsplechtigheid; b. een braderie; c. een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3 van deze verordening, op de weg;

2. Onder evenement wordt mede verstaan: a. een herdenkingsplechtigheid; b. een braderie;

d. een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg;

c. een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3 van deze verordening, op de weg;

e. een straatfeest of buurtbarbecue op één dag (klein evenement); f.

activiteiten als bedoeld in artikel 2:9 en 2:39;

d. een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg;

een vechtsportgala.

e. een straatfeest of buurtbarbecue; f.

een vechtsportgala.

3. In deze afdeling wordt onder klein evenement verstaan een eendaags evenement waarbij: a. het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 100 personen; b. de activiteiten plaatsvinden tussen 09.00 uur en 24.00 uur; c. geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 09.00 uur en na 24.00 uur, voorts dient in dit tijdsbestek het maximaal toelaatbare gemiddelde geluidsniveau (meetperiode 1 minuut) van 65 dB(A) op de gevels van omringende 7

woningen niet te wordt overschreden. Indien er geen woningen aanwezig zijn dan geldt de genoemde geluidsnorm op een afstand van 25 meter van het evenement; d. de activiteiten niet plaatsvinden op de rijbaan, (brom)fietspad of parkeerplaats of anderszins een belemmering vormen voor het verkeer en de hulpdiensten; en e. slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan 25 vierkante meter per object.

Toelichting Lid 1, sub a is aangepast waarbij nu niet alleen maar bioscoop- maar ook theatervoorstelling onder deze uitzonderingen vallen. Artikel 160 van de Gemeentewet is gewijzigd per 01-01-2019 waardoor de verwijzing in lid 1 sub b niet meer juist is. Dit is aangepast. Lid 3 is toegevoegd waarbij de omschrijving van een klein evenement is verruimd waardoor meerdere kleine evenementen onder de begripsbepaling vallen en hierdoor meer mogelijkheden zijn om een klein evenement te organiseren onder de gestelde voorwaarden. In de huidige APV stond dit beschreven onder artikel 2:25, tweede lid. Het tijdstip waar vanaf muziek ten gehore mag worden gebracht is gewijzigd van 07.00 uur naar 09.00 uur. Vanuit de praktijk is gebleken dat 09.00 uur een meer aanvaardbaar tijdstip is. Het vereiste van een organisator is niet nodig omdat de aanvrager verantwoordelijk is voor het evenement. Artikel 2:25 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2:25 Evenementenvergunning

Artikel 2:25 Evenementenvergunning

1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren. 2. Geen vergunning is vereist voor een klein evenement, indien: a. het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 100 personen;

1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren. 2. Geen vergunning is vereist voor een klein evenement, als de organisator ten minste twee weken voorafgaand aan het evenement

8

3.

4.

5.

6.

7.

8.

b. het evenement tussen 07.00 en 24.00 uur plaats vindt; c. geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 07.00 uur of na 24.00 uur; d. het evenement geen belemmering vormt voor het verkeer en de hulpdiensten; e. slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan 25 m2 per object; f. er een organisator is; g. de organisator binnen 10 werkdagen voorafgaand aan het evenement daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester. De burgemeester kan binnen 5 werkdagen na ontvangst van de melding als bedoeld in het tweede lid besluiten een klein evenement te verbieden, indien er aanleiding is te vermoeden dat daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt. Het verbod van het eerste lid geldt niet voor een wedstrijd op of aan de weg, voor zover in het geregeld onderwerp wordt voorzien door artikel 10 juncto 148, van de Wegenverkeerswet 1994. In afwijking van artikel 1:2, lid 1, beslist de burgemeester binnen 13 weken op een aanvraag evenementenvergunning.

In afwijking van artikel 1:8, lid 2, kan de vergunning worden geweigerd als de aanvraag daarvoor minder dan 13 weken voor de beoogde datum van de beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is Indien de aanvraag een speelvergunning voor een circus betreft dient de aanvraag, in afwijking van lid 6 en artikel 1:8, lid 2, vóór 1 september van het jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor de vergunning wordt aangevraagd, te worden ingediend. De burgemeester beslist op een aanvraag voor een speelvergunning voor een circus, in afwijking van het lid 5 en artikel 1:2, lid 1, uiterlijk 1 november van het jaar voorafgaand

daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester. 3. De burgemeester kan binnen een week na ontvangst van de melding als bedoeld in het tweede lid besluiten een klein evenement te verbieden, als er aanleiding is te vermoeden dat daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt. 4. Het verbod is niet van toepassing op een wedstrijd op of aan de weg, in situaties waarin voorzien wordt door artikel 10 juncto 148, van de Wegenverkeerswet 1994. 5. In afwijking van artikel 1:2, eerste lid, beslist de burgemeester binnen 13 weken op een aanvraag evenementenvergunning. 6. In afwijking van artikel 1:8, tweede lid, kan de vergunning worden geweigerd als de aanvraag daarvoor minder dan 13 weken voor de beoogde datum van de beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is 7. Indien de aanvraag een speelvergunning voor een circus betreft dient de aanvraag, in afwijking van het zesde lid en artikel 1:8, tweede lid, vóór 1 september van het jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor de vergunning wordt aangevraagd, te worden ingediend. 8. De burgemeester beslist op een aanvraag voor een speelvergunning voor een circus, in afwijking van het vijfde lid en artikel 1:2, eerste lid, uiterlijk 1 november van het jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor de vergunning wordt aangevraagd. 9.

De burgemeester kan criteria vaststellen aan de hand waarvan een aanvraag als bedoeld in het zevende lid wordt beoordeeld. 10. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing

9

aan het jaar waarvoor de vergunning wordt aangevraagd. 9. De burgemeester kan criteria vaststellen aan de hand waarvan een aanvraag als bedoeld in lid 6 wordt beoordeeld. 10. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Toelichting Artikel 2:25, tweede lid is aangepast aan de wijziging van artikel 2:24 waarin de omschrijving van een klein evenement is verruimd. Artikel 2:31 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2:31 Verboden gedragingen

Artikel 2:31 Verboden gedragingen

Het is verboden in een openbare inrichting: a. de orde te verstoren; b. zich te bevinden na sluitingstijd of gedurende de tijd dat de inrichting gesloten dient te zijn op grond van een besluit krachtens artikel 2:30, eerste lid. c. Op het terras spijzen of dranken te verstrekken aan personen die geen gebruik maken van het terras.

Het is verboden in een openbare inrichting: a. de orde te verstoren; b. zich te bevinden na sluitingstijd, tenzij het personeel betreft, of gedurende de tijd dat de inrichting gesloten dient te zijn op grond van een besluit krachtens artikel 2:30, eerste lid. c. op het terras spijzen of dranken te verstrekken aan personen die geen gebruik maken van het terras.

Toelichting Het gebeurt regelmatig dat na sluitingstijd van een openbare inrichting personeel nog aanwezig is om op te ruimen en/of schoon te maken. De aanpassing in de tekst is nodig om duidelijk te maken dat personeel na sluitingstijd in de openbare inrichting kan/mag verblijven zonder dat toezichthouders hierop moeten handhaven. Artikel 2:39 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2:39 Speelgelegenheden

Artikel 2:39 Speelgelegenheden

10

1. Het is verboden zonder vergunning van 1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelgelegenheid de burgemeester een speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. te exploiteren of te doen exploiteren. 2. Het verbod is niet van toepassing op: 2. Het verbod is niet van toepassing op: a. speelautomatenhallen waarvoor op a. speelautomatenhallen waarvoor op grond van artikel 30c, eerste lid, grond van artikel 30c, eerste lid, onder b, van de Wet op de onder b, van de Wet op de Kansspelen vergunning is Kansspelen vergunning is verleend; verleend; b. speelgelegenheden waarvoor de b. speelgelegenheden waarvoor de raad van bestuur van de raad van bestuur van de kansspelautoriteit bevoegd is kansspelautoriteit bevoegd is vergunning te verlenen; en vergunning te verlenen; en c. speelgelegenheden waar de c.

speelgelegenheden waar de mogelijkheid wordt geboden om mogelijkheid wordt geboden om het kleine kansspel als bedoeld in het kleine kansspel als bedoeld in artikel 7c van de Wet op de artikel 7c van de Wet op de kansspelen te beoefenen, of te kansspelen te beoefenen, of te spelen op speelautomaten als spelen op speelautomaten als bedoeld in artikel 30 van de Wet bedoeld in artikel 30 van de Wet op de kansspelen, of de handeling op de kansspelen, of de handeling als bedoeld in artikel 1, onder a, als bedoeld in artikel 1, onder a, van de Wet op de kansspelen te van de Wet op de kansspelen te verrichten. verrichten. 3. De burgemeester weigert de 3. Onverminderd het bepaalde in vergunning: artikel 1:8 weigert de a. indien naar zijn oordeel moet burgemeester de vergunning: worden aangenomen dat de woon a. indien naar zijn oordeel moet en leefsituatie in de omgeving van worden aangenomen dat de woonde speelgelegenheid of de en leefsituatie in de omgeving van openbare orde op ontoelaatbare de speelgelegenheid of de openbare wijze nadelig worden beïnvloed orde op ontoelaatbare wijze nadelig door de exploitatie van de worden beïnvloed door de speelgelegenheid; exploitatie van de speelgelegenheid; b. indien de exploitatie van de b. indien de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met speelgelegenheid in strijd is met een een geldend bestemmingsplan. geldend bestemmingsplan.

4. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 4. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. tijdig beslissen) niet van toepassing.

Toelichting Lid 3 is aangepast omdat de weigeringsgronden, genoemd in artikel 1:8 eerste lid onder a. de openbare orde, b. de openbare veiligheid, c. de volksgezondheid en d. de bescherming van het milieu en het tweede lid, ook van toepassing zijn. Artikel 2:40 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

11

Artikel 2:40 Kansspelautomaten

Artikel 2:40 Kansspelautomaten

1. In dit artikel wordt verstaan onder: a. Wet: de Wet op de kansspelen; b. kansspelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder c, van de Wet; c. hoogdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30, onder d, van de Wet; d. laagdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30, onder e, van de Wet. 2. In hoogdrempelige inrichtingen zijn 2 kansspelautomaten toegestaan. 3. In laagdrempelige inrichtingen zijn kansspelautomaten niet toegestaan.

1. In hoogdrempelige inrichtingen zijn twee kansspelautomaten toegestaan. 2. In laagdrempelige inrichtingen zijn kansspelautomaten niet toegestaan.

Toelichting De definities in het eerste lid zijn opgenomen in de Wet op de kansspelen. In art. 2:38a is reeds bepaald dat begrippen die in de Wet op de kansspelen voorkomen in afdeling 7 van de APV dezelfde betekenis hebben. Het eerste lid kan daarom vervallen. Het artikel is daarmee overeenkomstig de model-APV. Artikel 2:47 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2:47 Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen

Artikel 2:47 Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen

1. Het is verboden: 1. Het is verboden: a. op een openbare plaats te klimmen a. op een openbare plaats te klimmen of zich te bevinden op een beeld, of zich te bevinden op een beeld, monument, overkapping, monument, overkapping, constructie, openbare constructie, openbare toiletgelegenheid, voertuig, hek, toiletgelegenheid, voertuig, hek, om heining of om heining of andere afsluiting, andere afsluiting, verkeersmeubilair en daarvoor niet verkeersmeubilair en daarvoor niet bestemd straatmeubilair; bestemd straatmeubilair; b. zich op een openbare plaats b. zich op een openbare plaats zodanig op te houden dat aan zodanig op te houden dat aan weggebruikers of bewoners van weggebruikers of bewoners van nabij de weg gelegen woningen nabij de weg gelegen woningen onnodig overlast of hinder wordt onnodig overlast of hinder wordt veroorzaakt veroorzaakt 2. Het is verboden op of aan de weg in 2. De burgemeester kan openbare een voertuig of een tijdelijk plaatsen of delen daarvan aanwijzen waar het op door de 12

onderkomen te overnachten of daartoe burgemeester te bepalen gelegenheid te bieden. tijdstippen verboden is zich op te 3. Het is verboden op of aan openbaar houden of te verblijven. water een vaartuig voor anker te laten 3. Het is verboden op of aan de weg in een voertuig of een tijdelijk liggen dan wel daarin te overnachten of onderkomen te overnachten of daartoe daartoe gelegenheid te bieden. 4. Het college kan gebieden en tijdstippen gelegenheid te bieden. aanwijzen waar respectievelijk waarop 4. Het is verboden op of aan openbaar water een vaartuig voor anker te laten het verbod, bedoeld in het tweede en liggen dan wel daarin te overnachten derde lid, niet van toepassing is en kan of daartoe gelegenheid te bieden. voor het verblijven in die gebieden: a. nadere regels stellen in het belang 5. Het college kan gebieden en tijdstippen van de openbare orde, aanwijzen waar respectievelijk waarop volksgezondheid, veiligheid, het verbod, bedoeld in het derde en milieuhygiëne en het aanzien van vierde lid, niet van toepassing is en de gemeente; kan voor het verblijven in die b. beperkingen stellen naar soort en gebieden: a. nadere regels stellen in het belang aantal voer- of vaartuigen en de van de openbare orde, maximale verblijfsduur en tijden. 5.

Het verbod geldt niet voor zover in het volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het aanzien van daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 424, 426bis of de gemeente; b. beperkingen stellen naar soort en 431 van het Wetboek van Strafrecht of aantal voer- of vaartuigen en de artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994. maximale verblijfsduur en tijden. 6. Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 424, 426bis of 431 van het Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994. Toelichting Lid 2 is nieuw toegevoegd. Op grond van dit lid kan de burgemeester plaatsen en tijdstippen aanwijzen waarop men zich op die plaatsen niet mag ophouden of verblijven. Het gaat hier voornamelijk om tijdstippen in de late avond en in de nacht. Bijvoorbeeld: wanneer bij een hangplek tot diep in de nacht door omwonenden overlast wordt ervaren, kan deze plek worden aangewezen waarbij men tussen 23.00 uur en 07.00 uur (of eerder of later) daar niet mag verblijven. Artikel 2:73a wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2:73a Verbod carbidschieten

Artikel 2:73a Verbod carbidschieten

1. Het is verboden acetyleengas afkomstig van een reactie tussen calciumacetylide (carbid) en water of gasmengsel met vergelijkbare

1. Het is verboden acetyleengas afkomstig van een reactie tussen calciumacetylide (carbid) en water of gasmengsel met vergelijkbare

13

eigenschappen op explosieve wijze te verbranden.

eigenschappen op explosieve wijze te verbranden.

2. Het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet wapens en munitie, de Wet milieugevaarlijke stoffen, de Wet vervoer gevaarlijke stoffen of het Wetboek van Strafrecht.

2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod voor de periode van 31 december 10.00 uur tot 1 januari 02.00 uur van het daaropvolgende jaar. 3. Het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet wapens en munitie, de Wet vervoer gevaarlijke stoffen of het Wetboek van Strafrecht.

Toelichting: Bij de jaarwisseling 2020-2021 gold een landelijk vuurwerkverbod. Om te voorkomen dat ondeskundige personen gingen carbid schieten, is artikel 2:73a opgenomen. Om de veiligheid van de gebruikers en van omstanders te waarborgen is het wenselijk om het verbod te behouden. Echter is het tweede lid toegevoegd op grond waarvan het college ontheffing kan verlenen om carbid te schieten tijdens de jaarwisseling, bijvoorbeeld aan personen of verenigingen die bekend zijn met carbid schieten en die dit veilig en verantwoord uitvoeren. Aan de ontheffing kunnen voorschriften verbonden worden. De Wet milieugevaarlijke stoffen is reeds opgenomen in de Wet milieubeheer. Artikel 4:2 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 4:2 Aanwijzing collectieve festiviteiten

Artikel 4:2 Aanwijzing collectieve festiviteiten

1. De geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Besluit gelden niet voor door het college aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen. 2. De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve van sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel 3.148, eerste lid van het Besluit gelden niet voor door het college aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen. 3. In een aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid, kan het college

1. De geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Besluit gelden niet voor door het college aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen. 2. De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve van sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel 3.148, eerste lid van het Besluit gelden niet voor door het college aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen. 3. In een aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid, kan het college 14

bepalen dat de aanwijzing slechts geldt in één of meer delen van de gemeente Teylingen. 4. Het college maakt de aanwijzing ten minste vier weken voor het begin van een nieuw kalenderjaar bekend. 5. Het college kan wanneer een collectieve festiviteit redelijkerwijs niet te voorzien was, een festiviteit terstond als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid aanwijzen. 6. Het equivalente geluidsniveau LAeq, veroorzaakt door de inrichting, bedraagt niet meer dan 80 dB(A) en 95 dB(C), gemeten op de gevel van geluidsgevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter. 7. In geval er in- en aanpandige woningen zijn mag het equivalente geluidniveau LAeq veroorzaakt door de inrichting, niet meer bedragen dan 60 dB(A) in een geluidsgevoelige ruimte van de woning. 8. Op de dagen als bedoeld in het eerste lid wordt het, binnen de bebouwing van de inrichting, ten gehore brengen van extra muziek - hoger dan de geluidsnorm als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit van zondag tot en met donderdag uiterlijk om 24.00 uur beëindigd en op zaterdagnacht (de nacht van vrijdag op zaterdag) en zondagnacht (de nacht van zaterdag op zondag) uiterlijk om 00.30 uur. 9.

Op de dagen als bedoeld in het eerste lid wordt het, op het buitenterrein van de inrichting, ten gehore brengen van extra muziek – hoger dan de geluidsnorm als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit – uiterlijk om 23.00 uur beëindigd. 10. In een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid kan het college afwijken van de in het zesde lid genoemde geluidsnormen en van de in het achtste en negende lid bepaalde eindtijden.

bepalen dat de aanwijzing slechts geldt in één of meer delen van de gemeente Teylingen. 4. Het college maakt de aanwijzing ten minste vier weken voor het begin van een nieuw kalenderjaar bekend. 5. Het college kan wanneer een collectieve festiviteit redelijkerwijs niet te voorzien was, een festiviteit terstond als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid aanwijzen. 6. Het equivalente geluidsniveau LAeq, veroorzaakt door de inrichting, bedraagt niet meer dan 80 dB(A) en 95 dB(C), gemeten op de gevel van geluidsgevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter. 7. De geluidsnorm, bedoeld in het zesde lid, is inclusief onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten beschouwing gelaten. 8. In geval er in- en aanpandige woningen zijn mag het equivalente geluidniveau LAeq veroorzaakt door de inrichting, niet meer bedragen dan 60 dB(A) in een geluidsgevoelige ruimte van de woning. 9. Op de dagen als bedoeld in het eerste lid wordt het, binnen de bebouwing van de inrichting, ten gehore brengen van extra muziek - hoger dan de geluidsnorm als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit van zondag tot en met donderdag uiterlijk om 24.00 uur beëindigd en op zaterdagnacht (de nacht van vrijdag op zaterdag) en zondagnacht (de nacht van zaterdag op zondag) uiterlijk om 00.30 uur. 10.

Op de dagen als bedoeld in het eerste lid wordt het, op het buitenterrein van de inrichting, ten gehore brengen van extra muziek – hoger dan de geluidsnorm als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit – uiterlijk om 23.00 uur beëindigd. 11. In een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid kan het college afwijken van de in het zesde lid genoemde geluidsnormen en van de in het 15

negende en tiende lid bepaalde eindtijden.

Toelichting Lid 7 is toegevoegd omdat in het Activiteitenbesluit onversterkte muziek uitgezonderd is bij het bepalen van de geluidsniveaus. De reden hiervoor is dat maatregelen ter beperking van de geluidsemissies moeilijk zijn. Dit betekent dat voor onversterkte muziek in principe geen maximum geluidsnorm geldt. Op basis van artikel 2.18, eerste lid, onder f en vijfde lid, van het Activiteitenbesluit hebben gemeenten wel de mogelijkheid om dit in een gemeentelijke verordening aan te passen. De reguliere geluidsnormen gelden niet bij festiviteiten, waardoor bedrijven dan meer geluid mogen produceren. Om de omgeving enige bescherming te bieden en geluidniveaus van onversterkte muziek bij festiviteiten te begrenzen is onversterkte muziek meegenomen in de geluidsnorm. Artikel 4:6a wordt verplaatst naar afdeling 2: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 4:6a Verbod oplaten ballonnen

Artikel 4:9a Verbod oplaten ballonnen

1. Onder “ballon” wordt verstaan: een licht omhulsel van welk materiaal dan ook gevuld met een gas dat lichter is dan lucht of gevuld met hete lucht afkomstig van vuur of een brandstofelement.

1. Onder “ballon” wordt verstaan: een licht omhulsel van welk materiaal dan ook gevuld met een gas dat lichter is dan lucht of gevuld met hete lucht afkomstig van vuur of een brandstofelement.

2. Het is verboden om ballonnen op te laten in de open lucht. Het is tevens verboden het oplaten van ballonnen in de open lucht te organiseren.

2. Het is verboden om ballonnen op te laten in de open lucht, waaronder tevens moet worden begrepen het organiseren ervan.

3. Het college kan ontheffing verlenen van het in het tweede lid gestelde verbod.

3. Het college kan ontheffing verlenen van het in het tweede lid gestelde verbod.

4. Het verbod in het tweede lid is niet van toepassing op:

4. Het verbod in het tweede lid is niet van toepassing op:

a. ballonnen waarbij de richting en/of hoogte door menselijk ingrijpen wordt bepaald (een luchtballon voor personenvervoer);

a.

ballonnen waarbij de richting en/of hoogte door menselijk ingrijpen wordt bepaald (een luchtballon voor personenvervoer); b. ballonnen die noodzakelijk zijn voor bijvoorbeeld meteorologische of andere wetenschappelijke waarnemingen. 5. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve

b. ballonnen die noodzakelijk zijn voor bijvoorbeeld meteorologische of andere wetenschappelijke waarnemingen. 5. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve 16

beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Toelichting Artikel 4:6a Verbod oplaten ballonnen stond in de APV onder Afdeling 1. ‘Voorkomen of beperken geluidhinder en hinder door verlichting’. Dit artikel hoort thuis onder Afdeling 2. ‘Bodem-, weg-, en milieuverontreiniging’. Het artikel wordt vernummerd van 4:6a naar 4:9a. In het tweede lid zijn nu twee afzonderlijke verboden opgenomen. Door het organiseren van het oplaten van ballonnen onder de werking van het verbod tot het oplaten van ballonnen te laten vallen is slechts één ontheffing nodig. Bovendien kan op deze manier ook al handhavend worden opgetreden als het oplaten van ballonnen georganiseerd wordt en hoeft niet te worden gewacht tot de ballonnen daadwerkelijk worden opgelaten. Artikel 5:13 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen of leden- of donateurwerving

Artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen of leden- of donateurwerving

1. Het is verboden zonder vergunning van 1. Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare inzameling het college een openbare inzameling van geld of goederen te houden of van geld of goederen te houden of daartoe een intekenlijst aan te bieden, daartoe een intekenlijst aan te bieden, dan wel in het openbaar leden of dan wel in het openbaar leden of donateurs te werven als daarbij te donateurs te werven als daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd. doel is bestemd. 2. Onder een inzameling van geld of 2.

Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede verstaan: het bij goederen wordt mede verstaan: het bij het aanbieden van goederen, waartoe het aanbieden van goederen, waartoe ook worden gerekend geschreven of ook worden gerekend geschreven of gedrukte stukken, dan wel bij het gedrukte stukken, dan wel bij het aanbieden van diensten aanvaarden aanbieden van diensten aanvaarden van geld of goederen, indien daarbij te van geld of goederen, indien daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd. doel is bestemd. 3. Het verbod geldt niet voor een 3. Het verbod geldt niet voor een inzameling die in besloten kring wordt inzameling of werving die wordt gehouden. gehouden: 4. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 a. in besloten kring; van de Algemene wet bestuursrecht b. door een instelling die is (positieve fictieve beschikking bij niet ingedeeld in het door het tijdig beslissen) van toepassing. 17

college vastgestelde collecteen wervingsrooster, mits de inzameling of werving overeenkomstig dat collecteen wervingsrooster en met inachtneming van de door het college gegeven voorschriften plaatsvindt. 4. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Toelichting Toevoegen van artikel 5:13 lid 3 sub b geeft het college de bevoegdheid tot het vaststellen van een collecte- en wervingsrooster. Hierdoor kunnen de grote landelijke collectes aangesloten bij het Centraal Bureau Fondsenwerving (CBF) worden uitgezonderd van de vergunningplicht. Instellingen met het CBF-keurmerk zijn aan streng en uitgebreid toezicht onderworpen, zodat er derhalve géén risico is om deze instellingen uit te zonderen van de vergunningplicht. De vrijstelling van de vergunningplicht betekent veel minder administratieve lasten voor zowel aanvragers als gemeente en de instellingen hoeven geen leges te betalen. Omdat aan het CBF geen wetgevende bevoegdheid toekomt, moet het college het collecte- en wervingsrooster vaststellen. Artikel 5:23 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 5:23 Organiseren van een snuffelmarkt

Artikel 5:23 Organiseren van een snuffelmarkt

1. Het is verboden een snuffelmarkt te 1. Het is verboden een snuffelmarkt te organiseren: organiseren: a. wegens strijd met een geldend a. wegens strijd met een geldend bestemmingsplan, bestemmingsplan, beheersverordening, beheersverordening, exploitatieplan of exploitatieplan of voorbereidingsbesluit; voorbereidingsbesluit; b. als de burgemeester het b. als de burgemeester het organiseren van de snuffelmarkt organiseren van de snuffelmarkt verboden heeft in het belang van verboden heeft in het belang van de openbare orde, de openbare de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of veiligheid, de volksgezondheid of het milieu; of het milieu; of c. als degene die voornemens is een c. als degene die voornemens is een snuffelmarkt te organiseren snuffelmarkt te organiseren daarvan niet tevoren melding heeft daarvan niet tevoren melding heeft gedaan. gedaan. 18

2. De organisator doet de melding als bedoeld in het eerste lid, onder c, binnen vier weken voorafgaand aan de snuffelmarkt met vermelding van:

2. De organisator doet de melding als bedoeld in het eerste lid, onder c, binnen zes weken voorafgaand aan de snuffelmarkt met vermelding van: a. naam en adres van de organisator; a. naam en adres van de organisator; b. adres van het gebouw waar de b. adres van het gebouw waar de snuffelmarkt gehouden wordt; snuffelmarkt gehouden wordt; c. de dagen en tijdstippen waarop de c. de dagen en tijdstippen waarop de snuffelmarkt wordt gehouden; snuffelmarkt wordt gehouden; d. de frequentie van het houden van d. de frequentie van het houden van de snuffelmarkt; de snuffelmarkt; e. het soort van goederen en e. het soort van goederen en diensten dat wordt aangeboden en diensten dat wordt aangeboden en verhandeld; verhandeld; f. het aantal standplaatsen; en f. het aantal standplaatsen; en g. het te verwachten aantal g. het te verwachten aantal bezoekers. bezoekers. 3. De snuffelmarkt kan worden gehouden 3. De snuffelmarkt kan worden gehouden als de burgemeester niet binnen vier als de burgemeester niet binnen 4 weken na ontvangst van de melding weken na ontvangst van de melding heeft beslist dat het organiseren van heeft beslist dat het organiseren van de snuffelmarkt wordt verboden in het de snuffelmarkt wordt verboden in het belang van de openbare orde, de belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu.

De volksgezondheid of het milieu. De burgemeester geeft daarvan binnen burgemeester geeft daarvan binnen 2 vier weken na ontvangst van de weken na ontvangst van de melding melding aan de organisator met opgaaf aan de organisator met opgaaf van van redenen bericht. redenen bericht. 4. Het verbod geldt niet voor ruimten die 4. Het verbod geldt niet voor ruimten die uitsluitend dan wel nagenoeg geheel en uitsluitend dan wel nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel voortdurend in gebruik zijn als winkel in de zin van de Winkeltijdenwet. in de zin van de Winkeltijdenwet.

Toelichting In lid 3 wordt de termijn waarbinnen de organisator de melding doet verruimd van vier naar zes weken. Vervolgens is de termijn waarop de burgemeester bericht geeft aan de organisator na ontvangst van de melding verruimd van twee naar vier weken. In de praktijk is gebleken dat deze extra tijd nodig is voor de behandeling van de melding en heeft de organisator nog twee weken de tijd om een en ander af te gelasten als de burgemeester de snuffelmarkt verbiedt. Artikel 5:25 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 5:25 Ligplaats vaartuigen

Artikel 5:25 Ligplaats vaartuigen 19

1. Het is verboden zonder vergunning van het college met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te stellen op door het college aangewezen gedeelten van openbaar water. 2. Onder ligplaats innemen, hebben dan wel beschikbaar stellen wordt verstaan het (laten) afmeren en het vervolgens doen of laten liggen van een vaartuig aan of op de oever, aan de oeverbescherming, aan of op een natuurlijke of een voor dit doel aangebrachte voorziening of aan een ander vaartuig, anders dan voor aanleggen. 3. Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen van een ligplaats met dan wel voor een vaartuig op niet krachtens het eerste lid aangewezen gedeelten van openbaar water: a. nadere regels stellen in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het uiterlijk aanzien van de gemeente; b. beperkingen stellen naar soort en aantal vaartuigen. 4. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Woningwet, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de Wet milieubeheer, het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet, de Vaarwegenverordening ZuidHolland 2015 of de Provinciale landschapsverordening. 5.

Het college kan aan de rechthebbende op een vaartuig aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het uiterlijk aanzien van de gemeente.

1. Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te stellen op of in openbaar water. 2. Het college kan gedeelten van openbaar water aanwijzen waar met vergunning ligplaats kan worden ingenomen. 3. Het verbod geldt niet voor vaartuigen die ligplaats innemen bij woningen die grenzen aan openbaar water, mits het een vaartuig betreft waarvan de rechthebbende de eigenaar is van het aangrenzende perceel. 4. Onder ligplaats innemen, hebben dan wel beschikbaar stellen, wordt verstaan het (laten) afmeren en het vervolgens doen of laten liggen van een vaartuig aan of op de oever, aan de oeverbescherming, aan of op een natuurlijke of een voor dit doel aangebrachte voorziening of aan een ander vaartuig, anders dan voor aanleggen. 5. Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen van een ligplaats met dan wel voor een vaartuig op niet krachtens het eerste lid aangewezen gedeelten van openbaar water: a. nadere regels stellen in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het uiterlijk aanzien van de gemeente; b. beperkingen stellen naar soort en aantal vaartuigen. 6.

Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Woningwet, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de Wet milieubeheer, het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet, de Omgevingsverordening ZuidHolland.

20

6. De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te volgen.

7. Het college kan aan de rechthebbende op een vaartuig aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het uiterlijk aanzien van de gemeente. 8. De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te volgen.

Toelichting Lid 1 is gewijzigd en onderverdeeld in lid 1, 2 en 3. Door een onderverdeling te maken is duidelijker omschreven dat het innemen van een ligplaats buiten de hier genoemde plaatsen verboden is. In lid 4 worden de vaarwegenverordening Zuid-Holland 2015 en de Provinciale landschapsverordening vervangen door de Omgevingsverordening Zuid-Holland. Artikel 5:26 vervalt Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 5:26 Aanwijzingen ligplaats

Artikel 5:26 Aanwijzingen ligplaats

1. Het college kan aan de rechthebbende op een vaartuig aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het aanzien van de gemeente. 2. De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door of vanwege het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te volgen. 3. Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet voor zover in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de

(Vervallen)

21

Omgevingsverordening Zuid-Holland of het vigerende bestemmingsplan.

Toelichting Artikel 5:26 is vervallen in verband met gewijzigde regelgeving omtrent woonschepen en hetgeen is opgenomen in artikel 5:25. Artikel 5:27 vervalt Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 5:27 Verbod innemen ligplaats

Artikel 5:27 Verbod innemen ligplaats

Het is verboden een ligplaats in te nemen, te hebben of beschikbaar te stellen in strijd met het krachtens artikel 5:26, tweede lid bepaalde.

(Vervallen)

Toelichting Het vervallen van artikel 5:27 heeft ook te maken met de gewijzigde regelgeving omtrent woonschepen en hetgeen reeds is opgenomen in artikel 5:25.

22

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Teylingen&id=a685809b-6d74-4f69-9275-b01a6b594976