Bijlage 1 Evaluatie bomenbeleid Teylingen 20210118.pdf
Tekst van het document
Evaluatie Bomenbeleid Teylingen
Bestuurlijk opdrachtgever: Heleen Hooij Ambtelijk opdrachtgever: Marcel de Lijster Externe opdrachtnemer: Susanne Driesen (Bomenwacht) Projectleider: Paul Wolvers Datum: 18 januari 2021 Zaaknummer: Z-20-155163 Status: Definitief
Inhoudsopgave Samenvatting ................................................................................................................... 3 Inleiding en context ................................................................................................. 3 1.1.
Werkwijze ................................................................................................................ 3
1.2.
Vervolg .................................................................................................................... 4 VIGEREND PROVINCIAAL, REGIONAAL EN LOKAAL BELEID ..................................... 4 TE HANDHAVEN BELEIDS(UITGANGS)PUNTEN ......................................................... 5
3.1.
De juiste boom op de juiste plaats .............................................................................. 5
3.2.
Bijdrage van bomen aan de kwaliteit van de leefomgeving ............................................. 5
3.3.
Onderscheid naar status en locatie .............................................................................. 5 Evaluatie van gevoerde Bomenbeleid ....................................................................... 6
4.1.
Evaluatie door gemeente en inwoners .......................................................................... 6
4.2.
Kwaliteit van het bomenbestand ................................................................................. 6
4.3.
Kapvergunningstelsel................................................................................................. 6
4.4.
Bomen in ruimtelijke ontwikkeling ............................................................................... 7
4.5.
Overlast door bomen ................................................................................................. 8
4.6.
Communicatie over bomen ......................................................................................... 8
4.7.
Behaalde resultaten (Bomenbeleid hoofdstuk 6) ............................................................ 8 Aanbevelingen voor beleid ..................................................................................... 10
5.1.
Bescherming van bomen en groen.............................................................................. 10
5.2.
Onderhoud van bomen ............................................................................................. 11
5.3.
Communicatie en handhaving .................................................................................... 11
5.4.
Bepaling nulpunt bomenbestand ................................................................................ 11
5.5.
Blik op de toekomst .................................................................................................. 12 Vervolgstappen na evaluatie .................................................................................. 13 CONCLUSIE ............................................................................................................ 13
BIJLAGE ......................................................................................................................... 14
2
Samenvatting In 2015 is het bomenbeleid van Teylingen opgesteld en vastgesteld. Daarbij is bepaald dat dit bomenbeleid in 2020 geëvalueerd moest worden. Dit is vorig jaar gedaan middels een enquête naar het burgerpanel en inwoners die destijds bij het opstellen van het beleid hebben geparticipeerd, en naar medewerkers die (zijdelings) betrokken zijn bij uitvoering of toepassing van het bomenbeleid. Het huidige bomenbeleid bevat veel ingrediënten die bijdragen aan een goed functionerend bomenbestand, en die wenselijk en passend zijn bij de transitie naar de nieuwe beleidsinstrumenten onder de Omgevingswet, zoals de inzet op klimaatadaptatie, het beschermen van natuurwaarden en biodiversiteit, en inzet op passende participatie. Bij het opstellen van het beleid is destijds geen nulpunt voor het gemeentelijke bomenbestand bepaald. Daardoor is het nu lastig om te beoordelen in hoeverre diverse doelen ten aanzien van kwaliteit en kwantiteit zijn behaald. Daar waar mogelijk is wel een beoordeling gegeven. Inmiddels is de registratie van de kwaliteit en kwantiteit van het bomenbestand zodanig aangepast, dat nu wel een nulpunt bepaald kan worden. Dit is meegenomen in het advies.
Uit de evaluatie blijkt dat het huidige vergunningenstelsel ruimte laat voor discussie en onduidelijkheid over wanneer nu een vergunning kan worden toegekend, zowel bij waardevolle bomen, als bij overlast en participatietrajecten. Bij projecten voor ruimtelijke ontwikkeling blijkt vaak dat de richtlijnen voor behoud en aanplant van bomen niet voldoende uitgewerkt zijn om genoeg groen in een plan te houden. Daarnaast komt uit de evaluatie naar voren dat er weinig capaciteit voor boomtechnisch toezicht bij werkzaamheden beschikbaar is, waardoor bomen nogal eens beschadigd raken. Bewoners en medewerkers blijken weinig kennis te hebben over regels en beleid rondom bomen, en zien graag meer communicatie hierover, echter ontbreekt hiervoor de benodigde capaciteit vanuit beheer. Om deze zaken beter te regelen zijn aanbevelingen gedaan. Hiervoor kunnen een aantal vervolgstappen gezet worden. Deze zijn verderop in deze notitie in hoofdstuk 5 op een rij gezet.
Inleiding en context In 2015 is het bomenbeleid Teylingen opgesteld en vastgesteld. Daarbij is bepaald dat dit bomenbeleid in 2020 geëvalueerd moest worden, aan de hand van de resultaatseffecten uit hoofdstuk 6 van het beleidsdocument. Inmiddels vormt de gemeente Teylingen een ambtelijk samenwerkingsverband met de gemeenten Lisse en Hillegom. Om zo efficiënt en eenduidig mogelijk te kunnen werken is het wenselijk om, waar mogelijk en passend, werkwijzen van de 3 gemeenten op elkaar af te stemmen. Daarnaast zal per 1 januari 2022 de Omgevingswet in werking treden. Dit heeft invloed op de wijze waarop beleid vastgelegd en geregeld wordt. De bruikbaarheid van het beleid onder de Omgevingswet is meegenomen in de beoordeling en de adviezen.
1.1. Werkwijze Het bomenbeleid is geëvalueerd aan de hand van gesprekken met de bij de beleidsuitvoering betrokken medewerkers en informatie uit het gemeentelijk beheersysteem. Daarnaast zijn enquêtes uitgezet: naar het burgerpanel, naar de inwoners die ten tijde van het opstellen van het bomenbeleid hebben geparticipeerd en onder medewerkers die (zijdelings) betrokken zijn bij uitvoering of toepassing van het bomenbeleid. De uitkomsten van deze evaluatie, gecombineerd met en getoetst aan informatie uit andere gemeentelijke en regionale beleidsdocumenten, hebben geleid tot adviezen en aandachtspunten die kunnen worden meegenomen bij het aanpassen van het bomenbeleid. Bij de adviezen is het veranderende Omgevingsrechtsstelsel als uitgangspunt genomen. 3
1.2. Vervolg De uitkomsten van de evaluatie kunnen reden zijn om delen van het bomenbeleid aan te passen. Dit kan door aanvullende beleidsregels op te stellen en/of aanvullende richtlijnen te formuleren. Daarbij dient de werkwijze zoals deze vanuit de toekomstige Omgevingswet gevraagd (deregulering, ruimte voor initiatieven) wordt, gevolgd te worden. Aanpassing van het beleid richting de Omgevingswet betekent dat de (eventueel bijgestelde) visie en doelstellingen voor bomen een plek moeten krijgen in de nieuwe, integrale gemeentelijke Omgevingsvisie. De uitwerkingen daarvan, met bijbehorende richtlijnen en werkwijzen, moeten geborgd worden in een Omgevingsprogramma voor bomen. De kapregels, nu neergelegd in de Algemene Plaatselijke Verordening, gaan op in het gemeentelijke Omgevingsplan.
VIGEREND PROVINCIAAL, REGIONAAL EN LOKAAL BELEID In het Beleidsplan Groen 2016-2020 zijn diverse waarden van groen (en daarmee ook van bomen) vastgelegd. Deze sluiten aan bij de thema’s en doelen van de nieuwe Omgevingswet, en passen bij de visie en ambities die de gemeente Teylingen heeft ten aanzien van haar bomen. Leefbaarheid en sociale cohesie (participatie); Economie: wonen (kwaliteit van onderhoud en inrichting); Economie: bezoeken en verblijven (kwaliteit van beeld, recreatie); Gezondheid en gezond leven (activeren, participeren); Klimaatadaptatie; Natuurwaarden. De Duurzaamheidsagenda 2016-2018 richt zich op de ambitie van de gemeente om in 2030 volledig duurzaam te zijn. Het gaat in dit document voornamelijk om gebruik en productie van energie. Groen krijgt vooral een rol toebedeeld in het buitengebied, daarnaast wordt het stimuleren van natuurvriendelijke tuinen in de kernen benoemd. De Structuurvisie 2030 geldt als voorloper van de Omgevingsvisie. Hierin zijn de belangrijke structuren (grijs, blauw, rood, groen) en de visie daarop weergegeven. De nadruk ligt op het landschappelijke groen in het buitengebied en het cultuurgroen in de kernen. De bomen zijn nauwelijks benoemd. Hier is een verdere uitwerking nodig voor de boomstructuren, zowel binnen als buiten de kernen.
De Intergemeentelijke Structuurvisie van Greenport (ISG, 2016) is een vervolg op het Pact en Offensief van Teylingen, waarbij vooral is ingezet op de landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten van de regio. Er is sprake van een tuinbouwgebied in een kwetsbaar landschap, waarbij aandacht moet zijn voor behoud van de natuurwaarden: een open landschap met bollenteelt, graslanden en de diverse cultuurhistorische kenmerken en toeristische mogelijkheden. In de regio zijn een aantal ecologische verbindingszones. Ook hier gaat het vooral om de natuur tussen de kernen. De gemeenten Hillegom, Katwijk, Lisse, Noordwijk en Teylingen hebben in het Gebiedsprogramma B(l)oeiende Bollenstreek 2016-2020 vastgelegd dat ze een bollenstreek willen zijn die jaarrond groen met kleur is. Op deze manier willen ze de identiteit van de streek versterken, de belevingsmogelijkheden vergroten én de biodiversiteit verbeteren. Dit laatste wordt onder andere nagestreefd door de inzet van passende landschapselementen waarmee ook de (groene) netwerken worden versterkt. Provincie Zuid-Holland heeft haar Omgevingsvisie in 2019 vastgesteld. Daarin zijn doelstellingen voor de hele provincie vastgelegd, die daarmee ook gelden voor het grondgebied van gemeente Teylingen.
De provincie streeft naar een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving, en wil de groene kwaliteiten, zowel binnen als buiten de bebouwde gebieden, versterken en de samenhang tussen gebieden vergroten. Daarbij is een rol weggelegd voor de groenblauwe structuren. Ontwikkelingen moeten gericht zijn op Energievernieuwing en klimaatbestendigheid. Provincie Zuid-Holland wil ook de best bereikbare provincie zijn. 4
TE HANDHAVEN BELEIDS(UITGANGS)PUNTEN 3.1. De juiste boom op de juiste plaats Als gemeente kiezen we in ons bomenbeleid nadrukkelijk voor kwaliteit boven kwantiteit: een kleinere hoeveelheid goed functionerende bomen draagt beter bij aan de kwaliteit van de leefomgeving dan veel slecht functionerende bomen. Daarbij hoort ook de juiste boom op de juiste plaats: de grootte van de groeiplaats moet passen bij (de grootte van) de boom, en bij herplant moet telkens goed nagegaan worden of een boom op die locatie past, en welke boom dan geschikt is. Beheersintensieve bomen (vormbomen en knotbomen) worden bij voorkeur niet aangeplant, aangezien deze meer investeringen vragen en vaak alsnog overlast kunnen geven. Met deze uitgangspunten willen we toekomstige overlast door bomen voorkomen.
3.2. Bijdrage van bomen aan de kwaliteit van de leefomgeving In ons bomenbeleid hechten we veel waarde aan bomen en benoemen we de waarden die bomen bieden aan de leefomgeving. Bomen dragen bij aan: de opbouw van groenstructuren; natuurwaarden en daarmee de biodiversiteit; klimaatadaptatie, door vermindering van hittestress en waterbuffering. Door bij aanplant ook te kiezen voor uitheemse boomsoorten (laatste 4 jaar 50 procent van de aanplant), die passen bij het veranderende klimaat, wordt deze waarde ook naar de toekomst voortgezet; sociale cohesie, door gerichte inzet van participatie; de beeldkwaliteit van het beschermd dorpsgezicht van Warmond. Deze waarden sluiten aan bij een aantal van de pijlers van de Omgevingswet, te weten: participatie, klimaatadaptatie en biodiversiteit.
3.3. Onderscheid naar status en locatie Als gemeente delen we de bomen in naar beleidsstatus. Waardevolle- en monumentale (A) bomen moeten behouden blijven, zolang ze gezond en veilig zijn. Overige particuliere bomen zijn niet omgevingsvergunningsplichting. Overige gemeentelijke bomen moeten voldoen aan bepaalde voorwaarden voordat deze (al dan niet met vergunning) verwijderd mogen worden. Buiten de bebouwde kom wordt rekening gehouden met de Wet natuurbescherming (voorheen Boswet).
5
Evaluatie van gevoerde Bomenbeleid 4.1. Evaluatie door gemeente en inwoners Het bomenbeleid is in 2015 opgesteld met input vanuit inwoners (enquête en klankbordgroep). Daarom is ook in het kader van de evaluatie input gevraagd van inwoners, met een enquête bij de oorspronkelijke klankbordgroep en daarnaast bij het burgerpanel. Ook hebben een aantal medewerkers van de gemeente via een enquête hun mening gegeven. Daarnaast zijn de medewerkers die direct betrokken zijn bij de uitvoering van het bomenbeleid bevraagd. De uitgevoerde enquête is opgenomen in bijlage 1.
4.2. Kwaliteit van het bomenbestand Eén van de doelen van het Bomenbeleidsplan was het verbeteren van de kwaliteit van het bomenbestand. Omdat geen nulpunt is bepaald, kan niet getoetst worden of, en in hoeverre de kwaliteit verbeterd is. Wel kunnen de huidige situatie van het bomenbestand en de werkwijze bij boomgerelateerde zaken beoordeeld worden. Medewerkers hebben het idee dat de kwaliteit van het bomenbestand deels is verbeterd: er wordt eerder ingegrepen bij veiligheidsrisico’s en overlast. Anderzijds hebben nieuwe ziekten en aantastingen juist ook een negatieve invloed op de kwaliteit van de bomen. Inwoners ervaren over het algemeen (de laatste jaren) meer overlast van bomen en hebben het gevoel dat diverse bomen in de loop van de tijd zijn verdwenen zonder herplant.
4.3. Kapvergunningstelsel Het aantal vergunningaanvragen is vrij laag: gemiddeld worden jaarlijks ongeveer 20 kapvergunningen aangevraagd. Dit valt binnen de verwachtingen, aangezien voor particulieren alleen de bomen op de waardevolle bomenlijst nog vergunningsplichtig zijn. Voor deze bomen vormt de vergunningsplicht over het algemeen afdoende bescherming. De inwoners vinden dat meer en ook jongere particuliere bomen beschermd mogen worden. Op de waardevolle bomenlijst zijn naast solitaire bomen ook vlakken opgenomen. Dit blijkt in de beoordeling en in de communicatie lastig: om welke bomen gaat het precies? Het is dus onduidelijk welke bomen in de vlakken de monumentale status hebben. Medewerkers vinden het wenselijk dat dit beter vastgelegd wordt. De bomenlijst zou elke 5 jaar geactualiseerd moeten worden, maar dit is niet voor alle bomen gebeurd omdat criteria hiervoor niet afdoende waren om dit goed uit te voeren. De betrokken medewerkers weten niet met zekerheid te zeggen of alle bomen op de lijst ook nog buiten aanwezig zijn. In de Algemene Plaatselijke Verordening is de mogelijkheid opgenomen om een herplantplicht op te leggen bij afgeven van een kapvergunning. Echter is dit geen verplichte regel, en blijkt het dan ook lang niet altijd te worden gedaan. Dit kan verklaren waarom inwoners het idee hebben dat diverse gekapte bomen niet vervangen zijn.
Zowel inwoners als medewerkers vinden het wenselijk om herplant, of financiële compensatie daar waar geen ruimte is, verplicht te stellen. Het team vergunningen kijkt steeds kritischer naar de gunningsregels voor gemeentelijke bomen. Deze blijken nog weleens voor meerderlei uitleg vatbaar, en zijn daardoor niet eenduidig toetsbaar. Zo zijn gemeentelijke bomen niet vergunningsplichtig als er voldoende ruimte is voor participatie bij het verwijderen en vervangen. Daarbij blijkt echter niet sluitend vastgelegd wat ‘voldoende ruimte voor participatie’ inhoudt. De medewerkers geven ook aan dat het onduidelijk is in welke gevallen nu wel of geen participatie toegepast moet worden. Bewonersparticipatie, waarbij direct omwonenden kunnen meedenken binnen door de gemeente gestelde kaders, wordt door zowel de medewerkers als de inwoners als wenselijk gezien. Wel vinden de medewerkers het participatietraject lang. 6
Ook wordt het wenselijk gevonden om de kaders aan te scherpen. Bewoners kunnen bij participatietrajecten nu boomsoorten kiezen van een shortlist met suggesties voor nieuw te planten bomen. In de praktijk blijkt dat meestal gekozen wordt voor kleinere soorten (zoals Prunus sp.), en dat bij de keuze tussen groen en parkeerruimte meestal parkeerruimte voorkeur heeft. Men vindt het van belang om de kaders (minimale hoeveelheid te planten groen en bomen, met sturing op soorten en beleidscategorieën) van tevoren duidelijk vast te leggen én uit te leggen. Ook wordt benoemd dat het goed is om bewoners meer informatie te geven over boomsoorten en te verwachten groei en ze bewust te maken van de positieve invloed van voldoende en passend groen en bomen in hun omgeving. Inwoners ervaren het kunnen meedenken (binnen de door de gemeente meegegeven kaders) als positief, en zijn blij met het resultaat.
4.4. Bomen in ruimtelijke ontwikkeling In het bomenbeleid is vastgelegd dat bomen alleen geplant mogen worden als er voldoende bovenen ondergrondse groeiruimte beschikbaar is. In de praktijk blijkt dit vaak niet het geval en moeten plannen worden aangepast. Meestal worden dan minder bomen aangeplant, waarbij wel aandacht is voor een goede groeiplaats. Medewerkers zien dat in ontwerpen vaak niet genoeg rekening gehouden wordt met de groeiruimte die een boom nodig heeft. Ook bestaande bomen komen nogal eens in de knel. Er is vaak weinig financiële ruimte voor dure, innovatieve oplossingen om de beschikbare ruimte integraal en efficiënt te kunnen benutten voor alle gewenste inrichtingselementen. Voorbeeld hiervan is de wens voor meer bomen in de dorpskernen waarbij er ondergronds onvoldoende ruimte. Door middel van een technische constructie zou dit wel goed mogelijk zijn alleen zijn dit dure investeringen. Voorbeeld hiervan is een krattenconstructie (zie afbeelding 1 en 2) zoals op het Havengebied in Lisse is toegepast. Afbeelding 1
Afbeelding 2
Bij aanplant wordt gelet op diversiteit. De laatste jaren is de diversiteit in soort, leeftijd en grootte van het bomenbestand en de groenbeleving in het algemeen toegenomen, met een groter aandeel van uitheemse boomsoorten die bestand zijn tegen het veranderende klimaat. Bij werkzaamheden moet schade aan bomen voorkomen worden. De gemeente heeft momenteel één toezichthouder groen, waardoor in de praktijk niet overal voldoende tijd en aandacht voor is. Bij werkzaamheden gaat het nog niet altijd goed, en ontstaat regelmatig schade aan bomen. Zo nu en dan wordt gemeentelijk snippergroen verkocht aan particulieren. Het komt wel eens voor dat op een dergelijk perceel een gemeentelijke boom staat. Door de verkoop verdwijnen zo enerzijds bomen uit het gemeentelijk bomenbestand, anderzijds verdwijnen zo percelen waar mogelijk nog gemeentelijke bomen op een duurzame manier aangeplant hadden kunnen worden.
7
4.5. Overlast door bomen In het bomenbeleid zijn richtlijnen opgesteld om overlast te voorkomen. Zo wordt bij aanplant gelet op voldoende ruimte en de juiste boom op de juiste plaats. Ook zijn er richtlijnen wanneer sprake is van overlast en wanneer een boom in aanmerking komt voor verwijdering en eventueel vervanging door een beter passende boom. Aan de hand van deze richtlijnen kon zo een beperkt aantal overlastbomen per jaar getoetst en eventueel verwijderd worden. Deze werkwijze heeft de afgelopen jaren gezorgd voor minder bomen met gemelde overlast. Tot aan 2020 werd eenmaal per jaar getoetst, waarbij maximaal 12 bomen per keer verwijderd mochten worden, om potentiële kaalslag te voorkomen. Medewerkers zijn van mening dat deze beperking van maximaal 12 bomen per jaar nu kan worden losgelaten, omdat een grote hoeveelheid aanvragen en daarmee een potentiële kaalslag uitblijft. De slechtste bomen zijn inmiddels verwijderd, en de medewerkers verwachten dat door ruimte te geven aan kapaanvragen vanwege overlast, uiteindelijk de kwaliteit van het bomenbestand kan verbeteren. Medewerkers vinden de voorwaarden voor overlast en kap niet altijd even duidelijk om toe te passen. Inwoners geven ook aan slecht op de hoogte te zijn van de overlastregels.
Daarnaast ervaren zij de laatste jaren juist meer overlast (vooral van wortels die de verharding opdrukken, en daarnaast van luizendruip en groot wordende bomen, allemaal voorbeelden van al wat oudere bomen die niet genoeg ruimte en vaak een slechtere conditie hebben). Aandachtspunt is en blijft de plaatsing van zonnepanelen. Schaduwworp van bomen op zonnepanelen wordt door bewoners als overlast ervaren. De gemeente is echter van mening dat de waarden van bomen voor de omgeving niet zomaar wegvallen tegen de waarde van de schone energie van zonnepanelen. Vanwege het toenemende aantal meldingen hierover willen de betrokken medewerkers hier wel graag aanvullende richtlijnen voor.
4.6. Communicatie over bomen Als gemeente willen we graag meer en duidelijk communiceren over boomonderhoud, bomenbeheer en de werking van het bomenbeleid. Deze communicatie richting bewoners loopt tot nu toe nog niet geheel naar wens. Er zijn niet genoeg uren binnen het team beheer beschikbaar om regelmatig een bericht op te stellen en deze via communicatie te publiceren en zo bewoners op de hoogte te houden. Uit de enquête blijk dat bij een meerderheid van de bewoners het beleid niet bekend is, en ook de regels over kap, overlast en beheer van bomen zijn veelal onbekend. De interne communicatie van het bomenbeleid richting collega’s bij andere disciplines blijkt ook voor verbetering vatbaar. Bij vragen weet men wel de mensen te vinden die betrokken zijn bij groen en bomen, maar de inhoud van het bomenbeleid zelf is binnen de organisatie niet bekend. Aangegeven wordt dat het beleid en andere stukken lastig te vinden zijn en dat procedures onduidelijk zijn. Men wil hier graag meer aandacht voor.
4.7. Behaalde resultaten (Bomenbeleid hoofdstuk 6) In Hoofdstuk 6 van het Bomenbeleid staan resultaatseffecten geformuleerd. Deze zijn gesplitst in effecten op de korte termijn (bereikt binnen 2 jaar) en effecten op de lange termijn (eerste resultaten merkbaar na 5 jaar). Hieronder op een rijtje de beoogde effecten en een evaluatie daarvan. Effecten op de korte termijn (resultaten bereikt binnen 2 jaar, per 2017): Betere publicatie rondom het kapvergunningstelsel: Bewoners kunnen zich aanmelden bij een loket, waarbij ze automatisch bericht krijgen als er een omgevingsvergunning kappen in hun buurt wordt aangevraagd. Meer communicatie over boomonderhoud en boombeheer: Dit is nog steeds een ontwikkelpunt 8
Meer betrokkenheid van inwoners bij boomparticipatie (herinrichting en onderhoud): Dit is nu een standaard uitgangspunt bij boomvervanging. Nieuwe bomen worden alleen geplaatst met voldoende boven- en ondergrondse ruimte: Met het toepassen van het ‘Handboek bomen van Norminstituut Bomen’ is dit nu geborgd. Nieuwe bomen worden samen met direct omwonenden bepaald: Dit is standaard, uitgangspunt is hierbij ‘de juiste boom op de juiste plaats’. Monumentale bomen zijn beter beschermd: De APV is hierop aangepast. De welstandcommissie kan bij aanvragen van kapvergunningen die betrekking hebben op het beschermd dorpsgezicht niet altijd eenduidig toetsen of een vergunning verleend mag worden, omdat de gunningsregels op meerdere manieren uit te leggen blijken. De ‘Lijst waardevolle bomen’ moet nog worden geactualiseerd. Minder waardevolle bomen kunnen makkelijker worden vervangen: Voor alle gemeentelijke bomen met een stamdoorsnede van >20 cm is nog steeds een kapvergunning nodig. Ook als ze minder waardevol zijn. Dit is nog een ontwikkelpunt. Overlastbomen worden beperkt weggehaald: De huidige Overlastprocedure laat verwijdering van maximaal 12 bomen per jaar toe. Hierdoor worden niet alle bomen die problemen geven verwijderd. Minder schade bij werkzaamheden rondom bomen: De Bomenposter bij het ‘Handboek bomen’ wordt bij werkzaamheden van toepassing verklaard.
Resultaat bij de bomen nog niet meetbaar, ook door gebrek aan voldoende capaciteit voor handhaving. Beter toezicht bij werkzaamheden rondom bomen: Dit is een ontwikkelpunt, het ontbreekt aan capaciteit (FTE’s) om dit goed uit te voeren. Bij ontwerp en nieuwbouw wordt rekening gehouden met het nieuwe boombeleid: Het beleid landt steeds beter in de organisatie. Nog niet bij alle medewerkers is het beleid bekend. Bij integrale projecten wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met de bomen: Het beleid landt steeds beter in de organisatie. Nog niet bij alle medewerkers is het beleid bekend. Eigen maken van het nieuwe beleid in de organisatie: Ontwikkelpunt, het ontbreekt aan capaciteit (FTE’s) om dit goed uit te voeren.
Effecten op langere termijn (eerste resultaten merkbaar na 5 jaar, per 2020): De kwaliteit van het bomenbestand is verbeterd: We zijn gestart met strategisch boombeheer. Door middel van structurele boomveiligheids- en onderhoudscontroles is de monitoring verbeterd, worden maatregelen voor veiligheid en onderhoud beter opgevolgd en voldoen we daarmee beter aan de zorgplicht. Het aantal overlast bomen is verminderd: De afgelopen 5 jaar zijn er meerdere overlastbomen verwijderd, waardoor de overlast veroorzaakt door bomen is afgenomen. De onderhoudskosten van bomen zijn gedaald: De periode van 5 jaar is te kort om hier al resultaten te zien. Een grotere diversiteit in soort, leeftijd en grootte: Met de uitvoering van een aantal integrale projecten (waarbij de gehele inrichting van de openbare ruimte meegenomen is) zijn veel nieuwe verschillende bomen geplant. Voorbeelden hiervan zijn de Antoniuslaan, Essenlaan en Platanenlaan in Sassenheim. Meer groenbeleving in de buitenruimte: Door het toepassen van meer soortdiversiteit bij aanplant is er meer belevingswaarde gekomen. Denk hierbij aan de aanplant van groenblijvende bomen, winterbloeiers en bomen met een opvallende herfstkleur. Een grotere biodiversiteit: Er zijn steeds meer bomen aangeplant die een meerwaarde hebben voor de biodiversiteit. Bijvoorbeeld nectargevende bomen of bomen met eetbare vruchten voor vogels.
Minder ziekten en plagen: Er worden geen grootschalige monoculturen meer aangeplant, hierdoor hebben ziekten en plagen minder gevolgen. Meer klimaatbestendige bomen: We hebben de afgelopen jaren ervaring opgedaan met het op kleine schaal aanplanten van boomsoorten uit een warmer klimaat. Deze ervaring wordt nu gebruikt bij het meer en grootschaliger toepassen van deze boomsoorten.
9
Aanbevelingen voor beleid 5.1. Bescherming van bomen en groen De aanwijs- en beoordelingscriteria voor waardevolle bomen (A-bomen in het bomenbeleidsplan) blijken niet altijd eenduidig toetsbaar. Ook zijn hele vlakken als monumentaal aangemerkt, maar is vervolgens onduidelijk welke bomen nu wel of niet onder deze categorie moeten vallen. Actualisatie van de waardevolle bomenlijst zou elke 5 jaar moeten plaatsvinden, maar dit is niet voor alle bomen gebeurd. Het is nodig om de aanwijscriteria voor waardevolle bomen aan te passen (definities scherper, met toetsbare waarden) zodat deze eenduidig toetsbaar zijn. Voor structuren (lijnen, vlakken) zijn eigen, aanvullende criteria wenselijk. Uit de enquête onder de medewerkers van de gemeentelijke organisatie kwam naar voren dat er behoefte is aan een vastgelegde, duidelijke groenstructuur, als onderdeel van een integraal structuurplan (verkeer, stedenbouw, bomen) per kern. Daarnaast zijn de overige gemeentelijke bomen nu nog vergunningsplichtig, tenzij sprake is van voldoende participatie, een (verkeers)veiligheidsrisico (inclusief dode en zieke bomen) of gegronde overlast. Niet altijd is duidelijk wanneer voldoende aan deze voorwaarden is voldaan. Deze dienen eenduidiger en toetsbaar gemaakt te worden, zodat maar 1 interpretatie mogelijk is.
Mogelijk kan ook de vergunningsplicht voor de overige gemeentelijke bomen omgezet worden naar een meldplicht, waarbij bepaalde categorieën bomen gekapt mogen worden zolang ze voldoen aan toetsbare voorwaarden (inclusief herplant), conform de beleidsrichtlijnen. Dit is ook het signaal uit de gemeentelijke organisatie, waarbij het bomenbeleid van gemeente Lisse als passend voorbeeld voor inrichting van het vergunningenstelsel voor bomen wordt aangehaald. Daarnaast nemen we als gemeente het standpunt in dat bomen dermate waardevol zijn voor de leefomgeving, dat deze niet zomaar mogen wijken voor zonnepanelen. Daarom zijn aanvullende richtlijnen voor overlast door bomen bij zonnepanelen nodig. Het beschermd dorpsgezicht Warmond wordt nu beschermd door en getoetst aan het bestemmingsplan. Daarbij geeft de monumentencommissie advies. Na inwerkingtreding van de Omgevingswet gaat deze adviesfunctie over op de (verplicht) op te richten gemeentelijke commissie Omgevingskwaliteit, die vervolgens moet toetsen aan het gemeentelijke Omgevingsplan. Om krimp van het bomenbestand te voorkomen, zou aan kap van beschermde bomen (waardevolle solitaire bomen of structuren) een duidelijke verplichting tot herplant gekoppeld moeten worden, wat (alleen in uiterste gevallen) omgezet mag worden naar een financiële (passende) compensatie wanneer onvoldoende ruimte beschikbaar is voor een nieuwe boom.
Alleen als een particuliere waardevolle boom gekapt moet worden vanwege veiligheidsrisico’s, kan daar dan van worden afgeweken. Bij (her)ontwikkeling is het wenselijk om richtlijnen voor de inrichting met bomen naar beleidsstatus mee te geven voor het ontwerp, zowel wat betreft percentages (kwantiteit) als groeiplaatsinrichting en groeiruimte (kwaliteit). Zo kan in elk project gestreefd worden naar een minimaal percentage aan waardevolle bomen en boomstructuren, om het aandeel groen in de leefomgeving op peil te houden. Hoewel de verkoop van snippergroen een manier is voor de gemeente om geld binnen te krijgen, zorgt het wel voor afkalving van de groene leefomgeving. Het is van belang om hier duidelijke richtlijnen voor vast te leggen, wat betreft geschikte locaties en hoeveelheid oppervlakte die beschikbaar gesteld wordt voor verkoop, alsmede de voorwaarde dat de groene inrichting van het perceel behouden blijft. Percelen met gemeentelijke bomen zouden, om het gemeentelijke bomenbestand op peil te houden en boomstructuren niet te doorbreken, bij voorkeur niet verkocht moeten worden.
10
5.2. Onderhoud van bomen Gemeente Teylingen is licentiehouder van het Handboek Bomen van Norminstituut Bomen. Hierin staan werkwijzen en normen ten behoeve van reguliere inspectie, onderhoud, vervanging van en inrichting met bomen. Deze werkwijzen en normen zijn inmiddels landelijk geaccepteerd en onderschreven, en worden in een groot deel van de Nederlandse gemeenten en door aannemers toegepast. Daarmee kan het tot nu toe gehanteerde eigen Handboek Bomenbeheer komen te vervallen. Het beheer en onderhoud van bomen wordt al conform het Handboek Bomen uitgevoerd volgens het programma van Strategisch Bomenbeheer, met een cyclus van 3 jaar voor inspectie, veiligheidsmaatregelen en onderhoud. Ditzelfde programma draait al langere tijd met succes in Lisse. Met het bomenbeleid hadden we als gemeente een daling van de onderhoudskosten voor ogen. Aangezien we nog maar enkele jaren op deze manier bezig zijn, is lastig te zeggen hoever we nu staan, maar waarschijnlijk is deze doelstelling nog niet gerealiseerd. Op papier komt het budget uit, met een slimmere en efficiëntere inzet van de mensen, maar in de praktijk is er onvoldoende fte beschikbaar om het beleid naar wens uit te voeren, denk bijvoorbeeld aan toezicht en communicatie. Met inzet van meer fte kan dit in de komende jaren verbeterd te worden. De afgelopen jaren is flink gewerkt aan het wegnemen van (toekomstige) overlastbomen.
Om de procedure te versimpelen is het wenselijk om het verwijderen van maximaal 12 overlastbomen per jaar los te laten, en daarmee ook af te stappen van het eenmalige toetsmoment per jaar. Zo kan geconstateerde overlast direct worden aangepakt. Dit draagt bij aan de verbetering van de kwaliteit van de groene leefomgeving en een snelle service richting inwoner.
5.3. Communicatie en handhaving Het geldende bomenbeleid moet beter onder de aandacht komen en blijven bij alle disciplines binnen de gemeente, zodat bomen eerder in beeld komen bij activiteiten in de buitenruimte, en beter ingepast kunnen worden. Hiervoor is meer interne communicatie over bomen en het bomenbeleid nodig. Daarnaast is meer communicatie met inwoners wenselijk over regels, beheer en onderhoud. Dit draagt bij aan het verwachtingsmanagement van inwoners over momenten en resultaten van snoei, kap en aanplant, en geeft meer duidelijkheid over mogelijkheden bij het ervaren van overlast. Er is meer toezicht en handhaving nodig bij werkzaamheden, om schade te voorkomen. Dit zou een (nieuwe) rol voor de buitendienst kunnen zijn, mits zij daarvoor de juiste opleiding en machtigingen krijgen. Om de communicatie, toezicht en handhaving op voldoende niveau te krijgen, is meer inzet (fte) nodig. Voor de korte termijn wordt dit gedaan door met inhuur van derden en zodra duidelijk is hoeveel tijd dit precies zal vragen wordt dit structureel opgelost.
5.4. Bepaling nulpunt bomenbestand Het gevoerde bomenbeleid kan niet geëvalueerd worden op behaalde kwaliteiten in het bomenbestand, doordat voor diverse doelstellingen geen vertrekpunt (nulpunt) is vastgelegd, en daarmee de huidige situatie niet kan worden afgezet tegen de situatie bij het vaststellen van het beleidsplan. De huidige situatie kan nu wel bepaald worden. Onderdeel van de werkwijze van Strategisch Bomenbeheer is een goede registratie van de veiligheid, beheerbaarheid en daarmee kwaliteit van het bomenbestand, die elke 3 jaar wordt aangevuld met de gegevens van de laatst uitgevoerde boomveiligheidscontrole en onderhoudsinspectie. Na afronding van de volledige inspectieronde (als alle bomen minimaal één keer volgens de werkwijze van Strategisch Bomenbeheer zijn beoordeeld), kan het resultaat via een export van de gegevens vastgelegd worden.
11
Op basis van het nulpunt die daarmee dan vastgelegd wordt, tezamen met een toetsbare definitie van kwaliteit van het bomenbestand, kan bij de volgende beleidsevaluatie beter getoetst worden op de effecten van de (nieuwe) beleidsuitgangspunten.
5.5. Blik op de toekomst Voor de (nabije) toekomst worden diverse uitbreidingen van nieuwbouwwijken verwacht. Dit geeft kansen voor nieuwe bomen en boom/groenstructuren. Maar er zijn ook ontwikkelingen in bestaand stedelijk gebied (inbreiding). Daar zijn knelpunten met de groene (boom)structuren, wegverbreding en bestaande kabel- en leidingentracés te verwachten. Een goede afstemming, waarbij alle disciplines tot hun recht komen, is van belang. De diverse belangen (zoals groen, wegen, woningen en leidingen) dienen voorafgaand aan ontwikkelingen integraal te worden afgewogen. De uitkomsten en doelstellingen kunnen vastgelegd worden in de gemeentelijke omgevingsvisie. De kaderstellende randvoorwaarden en uitgangspunten in de gemeentelijke LIOR (Leidraad Inrichting Openbare Ruimte) dienen hieraan gekoppeld te worden om zo de haalbaarheid te garanderen. De algehele trend bij nieuwe aanplant is, vaak gestuurd vanuit ruimtegebrek, een keuze voor minder en kleinere groenvakken en bomen. Het is van belang om daar waar mogelijk toch ruimte te nemen of te creëren voor meer en groter groen. Hiervoor kan het rapport biodivers en duurzaam Teylingen (ook wel kansenkaart genoemd) gebruikt worden en die ook opgenomen kan worden in de gemeentelijke omgevingsvisie. Om de beperkte ruimte optimaal te kunnen benutten, zijn innovatieve oplossingen nodig.
Deze kunnen niet toegepast worden zonder dat daar aanvullend budget voor beschikbaar is. Gemeente Hillegom heeft inmiddels een omgevingsvisie vastgesteld. Hierin is aandacht voor de kwaliteit van groen, het versterken van groenstructuren, groen in de woonwijken en integrale afwegingen. In het kader van de samenwerking van Hillegom, Lisse en Teylingen op ambtenarenniveau, kunnen we als gemeente bij het opstellen van onze eigen omgevingsvisie met groen- en bomenbeleid qua werkwijze hierop op aanhaken.
12
Vervolgstappen na evaluatie 1. Opstellen en vaststellen van de criteria voor de beleidsstatussen van bomen en de bijbehorende beschermingsniveaus. 2. Actualiseren en aanvullen van de Lijst van waardevolle bomen aan de hand van de aanwijscriteria, en vastleggen op een digitale kaart. 3. Aanpassen van de verordeningsregels over het behoud van houtopstanden (APV) naar de aangepaste beschermingsniveaus en -richtlijnen. 4. Vaststellen van de aangepaste APV en de geactualiseerde Lijst van waardevolle bomen. 5. Bepalen van de (nieuwe) nulsituatie voor het gemeentelijke bomenbestand, aan de hand van de reeds lopende jaarlijkse inspectierondes. 6. Opstellen en bijhouden van lijst of registratie van kap en vervangende aanplant (ter plaatse of elders). 7. Borgen van de visie op bomen in samenhang met de andere gemeentelijke disciplines, met bijbehorende doelstellingen, in de gemeentelijke Omgevingsvisie. 8. Uitwerken van de doelstellingen en daarmee het actualiseren van het bomenbeleid in een omgevingsprogramma (uitvoeringsprogramma), met daarbij in ieder geval aandacht voor: a. Borgen van de werkwijze van Strategisch Bomenbeheer in beleid. b. Aanpassen van de richtlijnen voor overlast (o.a. toevoegen van zonnepanelen) en de werkwijze (loslaten van maximum aantal overlastbomen per jaar). c.
Richtlijnen voor behoud van goed functionerende bomen en voor passende nieuwe aanplant van en inrichting met genoeg, kwalitatief goede bomen verder uitwerken en borgen voor (her)inrichtingsprojecten. d. Richtlijnen voor bomen in snippergroen uitwerken. e. Uitwerking van benodigde communicatie (momenten, middelen, boodschappen) voor bomen en de daarbij benodigde inzet. f. Uitwerking van benodigde toezicht- en handhavingsinzet
CONCLUSIE De visie en doelstellingen voor onze bomen passen bij een duurzaam, toekomstgericht bomenbeleid en sluiten aan bij de denkwijze vanuit de nieuwe Omgevingswet. Bij het formuleren van een gemeentelijke omgevingsvisie kan hier goed gebruik van worden gemaakt. Aangezien het bomenbeleid pas 5 jaar geldt, is het niet wenselijk dit nu al geheel te vernieuwen. Meerdere beleidspunten vragen wel om een verdere uitwerking of verduidelijking, zodat uitvoering van het beleid eenduidiger kan. Het bomenbeleid kan op termijn samen met de nieuwe uitwerkingen worden opgenomen in een omgevingsprogramma voor bomen. In de uitwerking van de diverse onderdelen zal meer aandacht nodig zijn voor toetsbaarheid, eenduidige werkwijzen en richtlijnen, en meer communicatie naar bewoners en binnen de gemeentelijke organisatie. Daarnaast is het nodig om (gemeentebreed) te werken aan een meer integrale visie en werkwijze, zodat beheer en onderhoud van de openbare ruimte meer één geheel wordt en alle onderdelen elkaar aanvullen
13
BIJLAGE Rapportage van uitgevoerde enquête
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26