CConstaterende datTeylingen
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording Schriftelijke_vragen_D66_Uitvoeringsprogramma_Energietransitie T - Schriftelijke_vragen_D66_Uit.docx

Commissie DEB 18 januari 2023, gemeente TeylingenBij agendapunt: Raadsmemo Uitvoeringsprogramma Energietransitie (D66)3.708 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

SCHRIFTELIJKE VRAGEN (artikel 37 RvO) (schriftelijke vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. Bij de vragen wordt aangegeven of schriftelijk of mondelinge beantwoording wordt verlangd)

Van (naam raadslid)

D66

Aan

De voorzitter van de raad

Onderwerp:

Uitvoeringsprogramma Energietransitie

Ingediend d.d.

22 november 2022

Verzoekt mondelinge/ schriftelijke beantwoording

Schriftelijk

Datum doorgezonden aan college/overige raadsleden door griffie:

Inhoud schriftelijke vragen

Over het uitvoeringsprogramma energietransitie heeft D66 de volgende vragen. De vragen zijn in volgorde van de opbouw van het document. 1. Het college heeft zich voor de uitvoering van de energietransitie hoe, wat en wanneer te bereiken doelen gesteld. Heeft het college een plan B paraat staan mochten de doelen in dit uitvoeringsprogramma niet gehaald worden? 2. Op pagina 6 staat ‘het ontwikkelen van energie-neutrale nieuwbouwwijken’. Waarom geen energieleverende c.q. plus-op-meter nieuwbouwwijken ontwikkelen? 3. Door de grote toename van woningen in Teylingen zal de vraag naar energie groeien. a. Hoe denkt het college dat de bevolkingsgroei in Teylingen de energievraag en haalbaarheid van energiebesparing zullen beïnvloeden? b. Welke plannen heeft het college voor de diverse nieuwbouwplannen om ondanks de bevolkingsgroei en daarmee de groei van vraag naar energie, toch te komen tot minder energiegebruik in Teylingen? 4. Op bladzijde 11 staat dat VVE’s ondersteuning zullen krijgen. Wanneer komt de ondersteuning beschikbaar? Waar zal deze uit bestaan? 5. Op pagina 11 worden tal van informatiecampagnes, bijeenkomsten en ondersteuning voor lokale initiatieven om inwoners te bereiken en te stimuleren benoemd. Zoals

eerdere campagnes echter hebben laten blijken bereikt de gemeente met haar campagnes maar een deel van de inwoners. a. Heeft het college een beeld welke inwoners moeilijk te bereiken zijn? b. Hoe gaat het college ervoor zorgen dat mensen die door eerdere campagnes niet bereikt zijn, in de toekomst alsnog geïnformeerd en gestimuleerd worden om energie te besparen? c. Gedragsverandering bereiken is het moeilijkste dat er is. Wat geeft het college het vertrouwen dat dit met de maatregelen en acties uit het uitvoeringsprogramma nu wel lukt? 6. Op bladzijde 19 wordt aangegeven dat energie-coöperaties ondersteund gaan worden. Op wat voor manier? Graag met toelichting en onderbouwing. 7. Op pagina 11 worden voor de wijze van informeren hoofdzakelijk ‘instant-momenten’ van informeren benoemd: informatiebijeenkomsten, brieven, mailings e.d. Is het mogelijk fysieke informatiepunten (pop-up store of een duurzaamheidswinkel (van de gemeente)) in de dorpen van Teylingen in te richten die inwoners kunnen bezoeken voor al hun vragen omtrent de energietransitie in Teylingen? 8. Naar aanleiding van de tabel Overzicht Opgaven op bladzijde 17: heeft het college een plan wanneer de groei van zonnepanelen op daken in een dorpskern relatief achterblijft? 9.

Het zal in de toekomst voor inwoners financieel minder aantrekkelijk worden om zonnepanelen op daken te installeren, geen subsidies meer afbouw en van de salderingsregeling. Hoe denkt het college dat deze ontwikkelingen de effectiviteit van de opgave Zon op daken zullen beïnvloeden? Welke stappen gaat het college hierop zetten? 10. Op pagina 22 stelt het uitvoeringsprogramma dat er verder onderzoek naar zoekgebieden en zoeklocaties gedaan zal worden. Deze onderzoeken zijn al gedaan door de provincie die een zoekgebiedenkaart heeft opgesteld. Waarom gaat het college deze onderzoeken doen? Wanneer gaan deze onderzoeken beginnen? Wat is duur hiervan en wanneer kan de raad de resultaten hiervan verwachten? 11. De ontwikkelingen op het gebied van stikstof en het tekort aan ervaren personeel vertragen de bouw en vergunningverlening van mogelijke zonnevelden en/of windmolens. Hoeveel tijd heeft het college nodig om nog eens extra onderzoek te doen en hoe wil zij dit uitvoeren? 12. Op pagina 23 wordt een onderzoek naar mogelijkheden voor het opwekken van zonneenergie langs spoor genoemd. Waarom zijn onderzoeken langs de spoorwegroutes nog niet opgepakt in Holland Rijnland verband?

13. We leven in een tijd waar steeds meer innovatieve implementaties komen van zonnepanelen. Waarom wordt er in het uitvoeringsprogramma nauwelijks aandacht gegeven aan het stimuleren en realiseren van innovatieve oplossingen? 14. Het ondersteunen van het isoleren van huizen zou mooi gecombineerd kunnen worden met het stimuleren van het gebruik van natuurlijke materialen zoals hennep, vlas, gras, houtwol of van gerecyclede grondstoffen. Dit zal ook stimuleren tot een hogere productie van deze materialen en daarmee een bijdrage leveren aan CO2- en stikstofreductie. Hoe staat het college hier tegenover? Hoe zou het college dit willen bevorderen? 15. De energietransitie behelst de transitie van opwekking van energie, van verbruiken van energie en van opslag van energie. Het uitvoeringsprogramma focust vooral op besparen en opwekking. a. Is het college bezig met een visie hoe vernieuwend gekeken kan worden naar collectieve systemen waar energieopwekking, gunstige gebruiksverdelingen, opslag, slim georganiseerd kan worden? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wat is de visie hierop van het college? b.

In de Volkskrant van 19 november werd een heel artikel gewijd aan energie terug leverende elektrische auto’s: De e-auto als elektriciteitscentrale voor thuis? Er moeten nog veel problemen overwonnen worden (volkskrant.nl) Nu zijn de elektrische auto’s daartoe nog niet in staat maar te verwachten valt dat dit de komende jaren wel een vlucht zal nemen. Wat is de visie hierop van het college? Hoe denkt het college hierop te kunnen anticiperen? c. Wordt er gekeken naar systemen om energieopwekking te combineren met de warmtesystemen? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wat is de visie hierop van het college? d. Wordt er gekeken naar collectieve systemen (voor energie als voor warmte) op bijvoorbeeld straat, wijkniveau? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wat is de visie hierop van het college?

D a t u m a n t w o o r d b e s l u i t c o l l e g e : 20 december 2022

Antwoord college:

[Herhaal de vragen en geef daaronder het antwoord van het college aan] Vraag 1: Het college heeft zich voor de uitvoering van de energietransitie hoe, wat en wanneer te bereiken doelen gesteld. Heeft het college een plan B paraat staan mochten de doelen in dit uitvoeringsprogramma niet gehaald worden? Antwoord 1: Het college heeft vertrouwen in het opgestelde plan. We monitoren de uitvoering van het plan jaarlijks en evalueren het plan na 4 jaar. Als tussentijds blijkt dat bijsturing nodig is zal het college hierop anticiperen. Er is geen plan B opgesteld.

Vraag 2: Op pagina 6 staat ‘het ontwikkelen van energie-neutrale nieuwbouwwijken’. Waarom geen energieleverende c.q. plus-op-meter nieuwbouwwijken ontwikkelen? Antwoord 2: Plus-op-de-meter woningen is een stapje verder dan energie-neutrale nieuwbouwwijken en steeds meer in ontwikkeling voor een wijk die helemaal zelfvoorzienend is ‘smart grid’ (om vraag en aanbod van energie dag- en nacht op elkaar af

te stemmen). Bouwend Nederland is hier ook al mee bezig, zie link: Plus-Op-De-MeterWonen is next-level duurzaam bouwen - Bouwend Nederland. Het is vooral een politieke keuze om hiervoor te kiezen. De huidige ambitie is dat Teylingen in 2050 volledig energieneutraal moet zijn. Vraag 3: Door de grote toename van woningen in Teylingen zal de vraag naar energie groeien. a) Hoe denkt het college dat de bevolkingsgroei in Teylingen de energievraag en haalbaarheid van energiebesparing zullen beïnvloeden? b) Welke plannen heeft het college voor de diverse nieuwbouwplannen om ondanks de bevolkingsgroei en daarmee de groei van vraag naar energie, toch te komen tot minder energiegebruik in Teylingen? Antwoord 3a: Bij het opstellen van de Lokale Energiestrategie is rekening gehouden met de toename van huishoudens. De doelen van energie besparing zijn daarop afgesteld. Antwoord 3b: Zie antwoord 3a. Vraag 4: Op bladzijde 11 staat dat VVE’s ondersteuning zullen krijgen. Wanneer komt de ondersteuning beschikbaar? Waar zal deze uit bestaan Antwoord 4: Voor de VvE doelgroep wordt momenteel een project voorbereid in samenwerking met het Duurzaam Energieloket. Hierbij worden de VvE-besturen van Teylingen in Q1 van 2023 aangeschreven en uitgenodigd voor een informatiebijeenkomst.

Tijdens deze bijeenkomst worden de VvE’s geïnformeerd over het proces van verduurzaming, subsidiemogelijkheden en de energiebespaarlening van het Nationaal Warmtefonds. Na afloop kunnen VvE-besturen zich aanmelden voor een intake bezoek om de VvE specifieke mogelijkheden verder door te nemen. Dit leidt tot een beeld van de huidige energiezuinigheid en de verbeteropties. Hierna volgt het traject van verdere ondersteuning bij het komen tot een MJOP of besluitvorming. Vraag 5: Op pagina 11 worden tal van informatiecampagnes, bijeenkomsten en ondersteuning voor lokale initiatieven om inwoners te bereiken en te stimuleren benoemd. Zoals eerdere campagnes echter hebben laten blijken bereikt de gemeente met haar campagnes maar een deel van de inwoners. a) Heeft het college een beeld welke inwoners moeilijk te bereiken zijn? b) Hoe gaat het college ervoor zorgen dat mensen die door eerdere campagnes niet bereikt zijn, in de toekomst alsnog geïnformeerd en gestimuleerd worden om energie te besparen? c) Gedragsverandering bereiken is het moeilijkste dat er is.

Wat geeft het college het vertrouwen dat dit met de maatregelen en acties uit het uitvoeringsprogramma nu wel lukt? Antwoord 5: Om iedereen te kunnen bereiken gebruiken we verschillende manieren om te communiceren: naast de kanalen als de gemeentepagina, websites en sociale media, zullen we ook mensen proberen te bereiken op markten, met bijeenkomsten live en online, via buurtteams (met de inzet van Buurkracht), met een op een gesprekken van de energiecoaches. Voor elk wat wils dus.

Mensen bereiken is echter niet genoeg, mensen in beweging krijgen is veel belangrijker. Dat kost veel moeite, zoals u terecht opmerkt en met alleen informatie komen we er niet. We gebruiken daarom kennis uit de gedragspsychologie om zo effectief mogelijk te communiceren en acties te organiseren. Ook de energiebesparingscampagne (vanaf januari 2023) is gebaseerd op deze kennis en zet in op de sociale norm als stimulans voor het gedrag. De campagne ondersteunt acties en initiatieven door het gedrag te laten zien van mede-inwoners, want dat werkt aanstekelijk en inspireert. Daarnaast stimuleren we initiatieven zetten we buurtteams op. Het gaat om het volledige pakket, de combinatie van communicatie en acties. Verder willen we door gebruik van data veel gerichter gaan communiceren wat inwoners kunnen doen om hun huis te isoleren. We geven mensen een stappenplan. Per type huis, inkomensgroep, opleidingsniveau, leefsituatie en leefstijl is behoefte aan andere informatie en een andere manier van communiceren. We hopen dit op buurt- of straatniveau te kunnen doen. Het onderzoek is nog gaande. Vraag 6: Op bladzijde 19 wordt aangegeven dat energie-coöperaties ondersteund gaan worden. Op wat voor manier? Graag met toelichting en onderbouwing.

Antwoord 6: Het college wil graag energiecoöperaties ondersteunen bij projecten waarbij bijvoorbeeld gemeentelijke grond of eigendom een rol speelt. Ook kan een versnellende werking ontstaan bij het lokaal of bovenlokaal verbinden van partijen waarmee coöperaties (onderling) kunnen samenwerking. Het college ziet ook ondersteuning voor zich bij het lerend vermogen van de energiecoöperaties in de regio, zoals bijvoorbeeld voor meer ‘solar parking’ projecten. Vraag 7: Op pagina 11 worden voor de wijze van informeren hoofdzakelijk ‘instantmomenten’ van informeren benoemd: informatiebijeenkomsten, brieven, mailings e.d. Is het mogelijk fysieke informatiepunten (pop-up store of een duurzaamheidswinkel (van de gemeente)) in de dorpen van Teylingen in te richten die inwoners kunnen bezoeken voor al hun vragen omtrent de energietransitie in Teylingen? Antwoord 7: We hebben de energiecoaches en het Duurzaam Bouwloket (het energieloket van de gemeente) waar mensen telefonisch terecht kunnen en persoonlijk advies kunnen krijgen. Ook bemannen onze energiecoaches een spreekuur in de bibliotheek. Daarnaast zijn er plannen voor acties in winkelstraten of op de markt en we denken ook aan het huren van een zgn. energiebus voor buurtacties. Een duurzaamheidswinkel of iets dergelijk moet regelmatig open zijn en vraagt veel mensen en middelen.

We houden het in het achterhoofd als optie, maar gezien de hoeveelheid mogelijkheden die we nu te bieden hebben, vinden we dit nu niet zinvol. Vraag 8: Naar aanleiding van de tabel Overzicht Opgaven op bladzijde 17: heeft het college een plan wanneer de groei van zonnepanelen op daken in een dorpskern relatief achterblijft? Antwoord 8: De doelstellingen van Teylingen zijn over de gehele gemeente bepaald op basis van een potentieberekening. Hierdoor zijn geen subdoelen voor kernen of wijken. De ambitie is om zoveel mogelijk zon op daken te realiseren. Dit doen we door zoveel mogelijk inwoners met een geschikt dak hierbij te stimuleren. Er is geen plan voor wanneer de groei hiervan in een dorpskern relatief achterblijft. Wel zullen we kijken welke belemmerende factoren verwijderd kunnen worden. Vraag 9: Het zal in de toekomst voor inwoners financieel minder aantrekkelijk worden om zonnepanelen op daken te installeren, geen subsidies meer afbouw en van de salderingsregeling. Hoe denkt het college dat deze ontwikkelingen de effectiviteit van de opgave Zon op daken zullen beïnvloeden? Welke stappen gaat het college hierop zetten? Antwoord 9: Het college ziet dat inwoners kiezen voor zonne-energie om verschillende redenen, niet alleen een duurzame overweging, maar ook een financiële. Door de afbouw van de salderingsregeling zal het terugleveren geleidelijk minder gunstig worden.

De prognose vanuit netbeheerders en installateurs is dat mensen het aantal panelen zullen afstemmen op hun verbruik. Voor de gemiddelde rijtjeswoning met een vierpersoonshuishouden geldt veelal dat het dakoppervlak vaak net wel of net niet

voldoende ruimte biedt om het verbruik van zonnestroom op te kunnen wekken. Meer opwekken dan nodig komt bij de gemiddelde woning niet snel voor. Degene met groter geschikt dakoppervlak zullen meer stil moeten staan bij de financiële impact van de afbouw van de salderingsregeling. In dat geval kan het zijn dat ook zij vooral het aantal panelen neerleggen dat nodig is om hun verbruik op te wekken. De stijgende energieprijzen maken het tevens steeds aanlokkelijker om zelf stroom op te wekken i.p.v. af te nemen van een leverancier. Wij monitoren of de toename van zonne-energie in de pas loopt met de doelstellingen en passen onze aanpak daarop aan. Daarbij houden we rekening met de invloed van (maatschappelijke) ontwikkelingen in de energietransitie die komende jaren zullen ontstaan. Vraag 10: Op pagina 22 stelt het uitvoeringsprogramma dat er verder onderzoek naar zoekgebieden en zoeklocaties gedaan zal worden. Deze onderzoeken zijn al gedaan door de provincie die een zoekgebiedenkaart heeft opgesteld. Waarom gaat het college deze onderzoeken doen? Wanneer gaan deze onderzoeken beginnen? Wat is duur hiervan en wanneer kan de raad de resultaten hiervan verwachten? Antwoord 10: Het toestaan van het ontwikkelen van grootschalige zonnevelden en/of windturbines is een besluit dat door de raad genomen moet worden.

Bij het opstellen van de RES 1.0 is regionaal gewerkt aan een kaart met zoekgebieden. Deze helpt gemeenten in de zoektocht naar locaties voor zonnevelden en/of windturbines. Bij het vaststellen van de LES heeft de raad aangegeven dat meer onderzoek nodig is om te kunnen besluiten over het wel of niet toestaan van het ontwikkelen van grootschalige zonnevelden en/of windturbines. In het UP is dit vertaalt met de actie ‘van zoekgebieden naar zoeklocaties’. Volgens de (voorlopige) planning starten we Q1/2 2023. Bij het uitwerken van dit project kan het college meer inzicht geven over de mogelijke doorlooptijd. Vraag 11: Het college legt haar prioriteiten eerst bij het onderzoek dat nodig is om ervoor te zorgen dat de raad een goed en gewogen besluit kan nemen over het wel of niet toestaan van de ontwikkeling van grootschalige duurzame energie. Het college is zich bewust van de perikelen rondom stikstof en het tekort aan personeel. Extra onderzoek op deze thema’s is op dit moment niet voorzien. Antwoord 11: Het college legt haar prioriteiten eerst bij het onderzoek dat nodig is om ervoor te zorgen dat de raad een goed en gewogen besluit kan nemen over het wel of niet toestaan van de ontwikkeling van grootschalige energie. Het college is zich bewust van de perikelen rondom stikstof en het tekort aan personeel. Extra onderzoek op deze thema’s is op dit moment niet voorzien.

Vraag 12: Hier is bij het opstellen van de RES zeker aandacht voor geweest. Spoor wordt daarbij gezien als infrastructuur, net zoals autowegen. Omdat deze vorm van opwek veel minder oplevert dan de grootschalige opgave waar de RES voor staat, heeft zon langs spoor niet de hoogste prioriteit. Antwoord 12: Hier is bij het opstellen van de RES zeker aandacht voor geweest. Spoor wordt daarbij gezien als infrastructuur, net zoals autowegen. Omdat deze vorm van opwek veel minder oplevert dan de grootschalige opgave waar de RES voor staat is, heeft zon langs spoor niet de hoogste prioriteit. Vraag 13: We leven in een tijd waar steeds meer innovatieve implementaties komen van zonnepanelen. Waarom wordt er in het uitvoeringsprogramma nauwelijks aandacht gegeven aan het stimuleren en realiseren van innovatieve oplossingen? Antwoord 13: Het college prioriteert het informeren, stimuleren en faciliteren van inwoners op het gebied van energie besparen en zon op dak. Daarbij sluiten we onze ogen niet voor innovatieve oplossingen. Vraag 14: Het ondersteunen van het isoleren van huizen zou mooi gecombineerd kunnen worden met het stimuleren van het gebruik van natuurlijke materialen zoals hennep, vlas, gras, houtwol of van gerecyclede grondstoffen. Dit zal ook stimuleren tot een hogere productie van deze materialen en daarmee een bijdrage leveren aan CO2- en stikstofreductie.

Hoe staat het college hier tegenover? Hoe zou het college dit willen bevorderen?

Antwoord 14: Het college is in de basis voorstander om het gebruik van biobased

isolatiematerialen te bevorderen. Door meer bekendheid en voorlichting te geven over de voordelen van en wijze van toepassing van biobased isolatiematerialen. Vraag 15: De energietransitie behelst de transitie van opwekking van energie, van verbruiken van energie en van opslag van energie. Het uitvoeringsprogramma focust vooral op besparen en opwekking. a) Is het college bezig met een visie hoe vernieuwend gekeken kan worden naar collectieve systemen waar energieopwekking, gunstige gebruiksverdelingen, opslag, slim georganiseerd kan worden? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wat is de visie hierop van het college? b) In de Volkskrant van 19 november werd een heel artikel gewijd aan energie terug leverende elektrische auto’s: De e-auto als elektriciteitscentrale voor thuis? Er moeten nog veel problemen overwonnen worden (volkskrant.nl) Nu zijn de elektrische auto’s daartoe nog niet in staat maar te verwachten valt dat dit de komende jaren wel een vlucht zal nemen.

Wat is de visie hierop van het college? Hoe denkt het college hierop te kunnen anticiperen? c) Wordt er gekeken naar systemen om energieopwekking te combineren met de warmtesystemen? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wat is de visie hierop van het college? d) Wordt er gekeken naar collectieve systemen (voor energie als voor warmte) op bijvoorbeeld straat, wijkniveau? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wat is de visie hierop van het college? Antwoord 15a: Het college focust momenteel op energie besparen en opwekking, omdat dit bewezen technieken zijn die een bewoner zonder spijt kan toepassen. Daarnaast kijken we vooruit voor wat betreft buurtbatterijen en energieopslag ‘smart grid’. Het op grote schaal toepassen van buurtbatterijen en energieopslag is nog niet mogelijk en niet kosteneffectief. Het college staat open voor initiatieven op kleine schaal met als doel om ervaring met buurtbatterijen op te doen. In Voorhout is op kleine schaal ervaring opgedaan met het plaatsen van een buurtbatterij in de nieuwe wijk Hooghkamer (ca. 20 woningen met 2 deelauto’s). Wel is aanvullend beleid of een nieuwe decentrale markt nodig. De opslag van energie en efficiënt en slim gebruik van energie ‘smart grid’ met een buurtbatterij is echter nog volop in ontwikkeling.

Het eigendom versus netbeheerder, de hoge investeringskosten, beheer, vervanging buurtbatterij, de toename van elektrische auto’s, afstemming met netbeheerders, brandveiligheid, de ruimte en de locatie zijn belangrijke aandachtspunten. Buurtbatterijen en energieopslag op wijkniveau (als soort trafo’s energie reguleren) is waarschijnlijk in de toekomst meer mogelijk, zodat dit op grote schaal kan bijdragen aan de netproblematiek en de energietransitie. Antwoord 15b: Het college ziet anticiperen als enige optie. Het is hierdoor nog niet van belang hierop een visie te hebben. De markt is momenteel in ontwikkeling, we volgen deze ontwikkelingen en wanneer we zien dat die leiden tot werkzaamheden voor de gemeente zullen we hierop anticiperen. Antwoord 15c: Het college gaat warmtescenario’s uitwerken. Hiermee gaan we de warmteopties van Teylingen verder in kaart brengen. Deze opties zijn in balans in vraag en opwek, het type voeding is daarbij afhankelijk van de bron. Antwoord 15d: Zie antwoord 15c.

Datum afhandeling raadsvergadering:

Bijlagen:

SCHRIFTELIJKE VRAAG In artikel 37 van het Reglement van Orde is aangegeven welke procedure van toepassing is op schriftelijke vragen en mondelinge vragen. Schriftelijke vragen In het kort zijn er de volgende eisen aan het indienen van schriftelijke vragen ingevolge artikel 37 RvO te verbinden: schriftelijke vragen worden ingediend bij de voorzitter, via de griffier. De griffier draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad en het college worden gebracht. Beantwoording van schriftelijke vragen door het college vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen dertig dagen nadat de vragen zijn binnengekomen. Bij de vragen wordt aangegeven of schriftelijke dan wel mondelinge beantwoording wordt verlangd. Mondelinge beantwoording vindt plaats in de eerstvolgende raadsvergadering. Indien beantwoording binnen de gestelde termijn niet mogelijk is stelt het verantwoordelijk lid van het college de vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis, met daarbij aangegeven de beantwoordingtermijn. De antwoorden worden door het verantwoordelijk lid van het college aan de leden van de raad medegedeeld De vragen en antwoorden worden gelijktijdig met de ingekomen stukken aan de leden van de raad toegezonden.

De vragensteller kan, bij mondelinge beantwoording in dezelfde raad en bij schriftelijke beantwoording in de eerstvolgende raad, nadere inlichtingen vragen omtrent het gegeven antwoord (na behandeling van de op de agenda voorkomende onderwerpen). In het presidium is afgesproken dat zolang er geen beantwoording op de schriftelijke vraag is ontvangen of gegeven er geen inhoudelijk discussie kan plaatsvinden omtrent de schriftelijke vraag. In de toelichting van het RvO is het volgende aangegeven: Het vragenrecht geeft aan de leden van de raad het recht informatie te vragen over aangelegenheden die tot de bevoegdheid van het college of de burgemeester behoren. Het karakter van deze vragen is primair van informatieve strekking. In de hier aangegeven procedure wordt de vragensteller in de gelegenheid gesteld nadere inlichtingen over het antwoord te vragen aan degene die het antwoord heeft gegeven. Indien de vragensteller van mening is, dat de beantwoording van de vragen tot een besluit van de raad moet leiden, kan hij het recht van initiatief of het interpellatierecht benutten om het onderwerp of het voorstel op de agenda van de raad te krijgen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Teylingen&id=57d4cf71-688d-4f10-9fe2-9e81fba8feed