Beantwoording raadsvragen Teylingen Stand van zaken handhaving ISG.doc
Tekst van het document
SCHRIFTELIJKE VRAGEN (artikel 37 RvO) (schriftelijke vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. Bij de vragen wordt aangegeven of schriftelijk of mondelinge beantwoording wordt verlangd)
Van (naam raadslid)
Sybrinne de Vries (CDA), Don Verhoeff (GroenLinks), Paul Witteman (PvdA) en Dion Piket (fractie Piket)
Aan
De voorzitter van de raad
Onderwerp:
Stand van zaken handhaving ISG
Ingediend d.d.
17 september 2021
Verzoekt mondelinge/ schriftelijke beantwoording
Schriftelijke beantwoording
Datum doorgezonden aan college/overige raadsleden door griffie:
17 september 2021
Inhoud schriftelijke vraag
Schriftelijke vragen van Dion Piket (Fractie Piket), Don Verhoeff (GroenLinks), Sybrinne de Vries (CDA) en Paul Witteman (PvdA) aan het college van B&W over de stand van zaken handhaving strijdig en “oneigenlijk gebruik” Bollengronden en Graslanden. Deze leden vinden het belangrijk dat het karakter van de Duin- en Bollenstreek nu, maar ook voor toekomstige generaties wordt bewaard. Zij vinden dan ook dat gecontroleerd moet worden op het juiste gebruik van gronden en opstallen en waar nodig handhavend moet worden opgetreden. Dat controleren en handhaven moet echter wel “met verstand” gebeuren. In dat kader wijzen deze leden op percelen grond die voor de bollen- en/of bloementeelt niet (meer) rendabel (te maken) zijn. In dat verband heerst er binnen de gemeente Teylingen bij een aantal inwoners onrust en onduidelijkheid over de inzet van controle en handhaving bij het strijdig of “oneigenlijk gebruik” van bollen- en graslanden, mede in relatie tot het ISG-beleid. Deze leden hebben hierover de volgende vragen: 1. Herinnert het college zich haar antwoorden op eerdere vragen van de CDA-fractie (d.d. 18-12-2020) over de controle en handhaving van het strijdig of “oneigenlijk gebruik” van paardenweitjes op bollengrond en dat tot en met augustus 2020 in totaal in 93 gevallen sprake was van het gebruik van gronden die strijdig leken met het ISG-beleid? 2.
Wat is kwantitatief de stand van zaken, van augustus 2020 tot en met einde derde kwartaal van dit jaar, van controle en handhaving met betrekking tot strijdig of “oneigenlijk gebruik” van bollengronden en graslanden? 3. Zijn alle mogelijke potentiële gevallen van strijdig of “oneigenlijk gebruik” binnen Teylingen in beeld en is de inventarisatie daarmee afgerond? Zo nee, wanneer is die inventarisatie dan definitief gereed?
4. In hoeveel van al deze gevallen, absoluut en relatief, is er (in beginsel) daadwerkelijk van strijdig of “oneigenlijk gebruik” van bollengronden en graslanden vastgesteld? 5. Op grond van welke uniforme (handhavings-)criteria precies is die selectie gemaakt en waren deze bij de (potentiële) overtreders bekend, alvorens zij een aanschrijving tot bestuursdwang van het college hebben gekregen? Zo nee, waarom niet? 6. Wordt er een onderscheid gemaakt in de aanpak van handhaving tussen enerzijds eigenaren van de percelen bollengrond en/of graslanden en pachters of gebruikers daarvan anderzijds? Zo ja, waar precies in de aanpak is dat onderscheid aanwezig en waarom is daarvan sprake? 7. Worden eigenaren van percelen bollengrond en/of grasland waarop sprake is van strijdig of “oneigenlijk gebruik” de keuze gegeven om het bestaande gebruik te bestendigen, maar dat zij daarvoor wel een bedrag aan compensatie moeten betalen? Is daarmee dan daarna tegelijkertijd bij het strijdige of “oneigenlijke gebruik” sprake van een gedoogsituatie of wordt de bestemming dan met het feitelijke gebruik in overeenstemming gebracht? In hoeveel gevallen is dit gebeurd en hoeveel m2 oppervlakte aan grond betreft dat? Graag een uitgebreide toelichting in het antwoord van het college? 8.
Zijn ondertussen alle (potentiële) overtreders door het college aangeschreven? Zo nee, waarom niet en wanneer uiterlijk zal dat wel gebeuren? 9. Is er, alvorens de aanschrijving te verzenden, vooraf (fysiek, digitaal en/of telefonisch) overleg geweest met al deze (potentiële) overtreders, wat is de aard en het doel van dat gesprek (geweest) en in hoeveel gevallen van het totaal, zoals bedoeld in vraag 4, heeft dat geleid tot het uiteindelijk niet verzenden van de aanschrijving door het college? 10. Welke redenen en/of overwegingen hebben het college er uiteindelijk in die gevallen toe gebracht toch geen aanschrijving te verzenden? 11. Wat betekent dat concreet voor de huidige (formele) bestemming en de gebruiksvoorwaarden van het desbetreffende perceel grond en ook de gebruikers daarvan? 12. Hoeveel aanschrijvingen, absoluut en relatief, zijn er uiteindelijk door het college daadwerkelijk verzonden aan alle (potentiële) overtreders, wat is daarvan de precieze inhoud en tot welke rechtsgevolgen leidt dat bij de (potentiële) overtreders? 13. In hoeveel gevallen is er een (last onder) dwangsom opgelegd, tot welke hoogte (per dag/week/maand) en in hoeveel gevallen is deze ook daadwerkelijk verbeurd verklaard? 14.
Welke rechtsmiddelen staan voor de aangeschreven (potentiële) overtreders open, in hoeveel gevallen, absoluut en relatief, is daarvan door hun gebruik gemaakt en heeft dat geleid tot een wijziging/herziening van het eerder genomen besluit van het college om betrokkenen aan te schrijven?
15. In hoeveel van alle gevallen is uiteindelijk een gang naar de voorzieningen- en/of bestuursrechter voorzien en heeft de gemeente voldoende personele en financiële middelen tot haar beschikking om al die gevallen tot een goed einde te brengen? 16. In hoeveel gevallen heeft de voorzieningen- en of bestuursrechter al een uitspraak gedaan en in hoeveel van die gevallen is het college in het gelijk gesteld? 17. Heeft in de gevallen, waarin het college niet in het gelijk is gesteld, dat nog aanleiding gegeven tot een wijziging/herziening van de aanpak in de andere gevallen? Zo nee, waarom niet? 18. Wat is tot dit moment het resultaat van de handhaving voor het daadwerkelijk gebruik van de omstreden percelen bollengrond of graslanden? Hoeveel m2 oppervlakte van het totaal aan m2 is daarvan daadwerkelijk teruggebracht tot bollengrond c.q. grasland en is het gebruik nu wel in overeenstemming met de bestemming en de voorwaarden die daarvoor gelden? 19. Een mooi en duurzaam initiatief zoals de zelfoogsttuin Elsgeesterhof, kon wegens “oneigenlijk” gebruik van bollengrond geen doorgang vinden op het door de initiatiefnemers gekozen perceel grond.
Hebben zich ook andere initiatiefnemers bij het college gemeld? Hoeveel sinds 1 januari 2020 en wat is de aard daarvan en het verzoek aan het college? In hoeveel van die gevallen heeft het college het initiatief en/of het verzoek afgewezen en/of gehonoreerd en op welke gronden?
Datum antwoordbesluit college:
Antwoord college: [Herhaal de vragen en geef daaronder het antwoord van het college aan]
Vraag 1: Herinnert het college zich haar antwoorden op eerdere vragen van de CDA-fractie (d.d. 18-12-2020) over de controle en handhaving van het strijdig of “oneigenlijk gebruik” van paardenweitjes op bollengrond en dat tot en met augustus 2020 in totaal in 93 gevallen sprake was van het gebruik van gronden die strijdig leken met het ISG-beleid? Antwoord 1: Ja. Vraag 2: Wat is kwantitatief de stand van zaken, van augustus 2020 tot en met einde derde kwartaal van dit jaar, van controle en handhaving met betrekking tot strijdig of “oneigenlijk gebruik” van bollengronden en graslanden? Antwoord 2: Inmiddels is het aantal gevallen van mogelijk strijdig gebruik in Teylingen toegenomen van 93 naar 107. Van de 107 percelen (bollengrond en weidegrond) zijn er tot op heden 77 bezocht en opgepakt. Er zijn gesprekken gevoerd met de eigenaren en huurders van de betreffende percelen. Het is goed om te zien dat er 32 gevallen zijn waarbij het strijdig of oneigenlijk gebruik is opgeheven. Dit heeft erin geresulteerd dat er een oppervlakte van 67.365 m2 bollengrond weer in overeenstemming met de bestemming is gebracht. Van de 32 gevallen zijn er drie die gelegaliseerd worden op basis van het
overgangsrecht, waarbij geen bollengrond compensatie betaald hoeft te worden. Van de overige 45 opgepakte gevallen kan er gemeld worden dat er vier gevallen zijn waarbij een Last onder Dwangsom is opgelegd. Eén geval heeft geleid tot een rechtszaak, we zijn nog in afwachting van de uitspraak. Vraag 3: Zijn alle mogelijke potentiële gevallen van strijdig of “oneigenlijk gebruik” binnen Teylingen in beeld en is de inventarisatie daarmee afgerond? Zo nee, wanneer is die inventarisatie dan definitief gereed? Antwoord 3: Nee. Voor 17 percelen die bezocht zijn dient nog een advies opgesteld te worden. Ook dienen nog 30 percelen bezocht te worden om de strijdigheid op locatie te inventariseren, vervolgens zal advies over legalisatie worden ingewonnen. Zodra er een advies ligt, wordt dit met de eigenaar/huurder van het perceel besproken en worden er, indien nodig, vervolg afspraken gemaakt. Tijdens de uitvoering van het project lopen we tegen andere percelen op die strijdig of oneigenlijk worden gebruikt. Soms worden ze aangewezen door de eigenaar van een perceel waarop we handhaven, maar we komen ze ook tegen tijdens onze locatiebezoeken. De inventarisatie is feitelijk afgerond, maar vanuit het gelijkheidsbeginsel kunnen we een strijdig perceel dat ons aangewezen wordt of dat we tegenkomen ook niet laten liggen. Het project loopt in ieder geval tot en met 2023.
De verwachting is dat er tot die tijd sporadisch nog een perceel met strijdig gebruik bij kan komen. Vraag 4: In hoeveel van al deze gevallen, absoluut en relatief, is er (in beginsel) daadwerkelijk van strijdig of “oneigenlijk gebruik” van bollengronden en graslanden vastgesteld? Antwoord vraag 4: In Teylingen zijn er tot op heden 67 gevallen van strijdig of “oneigenlijk gebruik” van (specifiek) bollengronden.
Vraag 5: Op grond van welke uniforme (handhavings-)criteria precies is die selectie gemaakt en waren deze bij de (potentiële) overtreders bekend, alvorens zij een aanschrijving tot bestuursdwang van het college hebben gekregen? Zo nee, waarom niet? Antwoord vraag 5: De selectie van strijdige percelen is in eerste aanleg gemaakt in het kader van werkzaamheden voor het bestemmingsplan Buitengebied Teylingen. Basis zijn luchtfoto’s en een visuele inspectie per fiets door het landelijk gebied waarbij werd waargenomen dat er soms andere (strijdige) zaken op het bollenland en de waardevolle graslanden gebeuren. De inventarisatie heeft geleid tot een lijst welke de basis vormt voor de handhaving van het buitengebied. Voor het project is een Plan van Aanpak (PvA) geschreven en vastgesteld. Basis van dit PvA is het hanteren van de menselijke maat en een proces gebaseerd op communicatie. We sturen geen brief naar de eigenaren van percelen die oneigenlijk worden gebruikt, maar gaan eerst in gesprek. We doen dit om te vernemen of de eigenaren zich bewust zijn van het strijdig of oneigenlijk gebruik, hoe het gebruik tot stand is gekomen en waarom. Vanuit onze kant leggen we in dat gesprek goed uit waarom we op bezoek komen, wat onze opdracht is en vooral welk doel met deze handhaving wordt beoogd.
Ook leggen we uit dat het onze voorkeur heeft om zonder juridische procedures een eventuele overtreding te beëindigen. Dit lukt vaak door eigenaren voldoende tijd te geven om het oneigenlijke gebruik te stoppen.
Vraag 6: Wordt er een onderscheid gemaakt in de aanpak van handhaving tussen enerzijds eigenaren van de percelen bollengrond en/of graslanden en pachters of gebruikers daarvan anderzijds? Zo ja, waar precies in de aanpak is dat onderscheid aanwezig en waarom is daarvan sprake? Antwoord vraag 6: Uiteraard spreken we eerst met de eigenaar van het perceel. Als hij zijn perceel heeft verpacht of verhuurd bespreken we met de eigenaar hoe hij de huurder of pachter op de hoogte gaat stellen van de handhaving. Vaak komen we dan in gesprek met de huurder of pachter. Dat is van belang om vast te kunnen stellen wat een redelijke termijn is om de strijdigheid te beëindigen. Een huurder of pachter kan immers zelf ook weer contractuele afspraken hebben gemaakt. Feitelijk komt het er op neer dat we de eigenaar formeel aanspreken, maar ook afspraken maken met de pachter of huurder om de menselijk maat te vinden voor het beëindigen van de strijdigheid.
Vraag 7: Worden eigenaren van percelen bollengrond en/of grasland waarop sprake is van strijdig of “oneigenlijk gebruik” de keuze gegeven om het bestaande gebruik te bestendigen, maar dat zij daarvoor wel een bedrag aan compensatie moeten betalen? Is daarmee dan daarna tegelijkertijd bij het strijdige of “oneigenlijke gebruik” sprake van een gedoogsituatie of wordt de bestemming dan met het feitelijke gebruik in overeenstemming gebracht? In hoeveel gevallen is dit gebeurd en hoeveel m2 oppervlakte aan grond betreft dat? Graag een uitgebreide toelichting in het antwoord van het college? Antwoord vraag 7: Na het eerste gesprek op locatie met de eigenaar van het perceel grond dat strijdig wordt gebruikt verzamelen we alle informatie in een Rapport van Bevindingen (RvB). In een RvB staat de feitelijke informatie (bijvoorbeeld NAW gegevens eigenaar, oppervlakte, bestemming, aangetroffen strijdigheid ect.) aangevuld met alle gegevens uit het gesprek. Ook luchtfoto’s en foto’s die we terplekke maken (uiteraard met toestemming) maken deel uit van het RvB. Vervolgens wordt onderzocht of het strijdig gebruik op een of andere manier te legaliseren is, of dat legalisatie mogelijk is met bollengrondcompensatie. Ook kan de conclusie zijn dat legalisatie niet mogelijk is.
Legalisatie kan mogelijk zijn, bijvoorbeeld door overgangsrecht of dat aantoonbaar is dat het strijdig gebruik dateert voor 1996 (Pact van Teylingen). In die gevallen hoeft geen bollengrondcompensatie te worden betaald. In alle andere gevallen wordt beoordeeld of het strijdig gebruik past op de locatie. Als positief wordt geadviseerd over legalisatie dan wordt de eigenaar van het perceel hierover geïnformeerd en wordt aangegeven hoeveel compensatie moet worden betaald. Legalisatie met bollengrondcompensatie betekent dat het strijdig gebruik gelegaliseerd wordt nadat de eigenaar hiervoor heeft betaald. Met deze compensatie wordt elders in de bollenstreek grond opgewaardeerd tot 1e klas bollengrond zodat geen bollenareaal verloren gaat. Indien en voor zover het strijdige gebruik kan worden gelegaliseerd, wordt daarvoor de vereiste ruimtelijke procedure gevolgd. Er zijn in Teylingen tot op heden geen gevallen die gelegaliseerd kunnen worden middels het betalen van bollengrondcompensatie.
Voor verdere beantwoording zie het antwoord bij vraag 2.
Vraag 8: Zijn ondertussen alle (potentiële) overtreders door het college aangeschreven? Zo nee, waarom niet en wanneer uiterlijk zal dat wel gebeuren? Antwoord vraag 8: Zoals bovenstaand vermeld schrijven wij overtreders niet aan, maar gaan we op locatie in gesprek.
Vraag 9: Is er, alvorens de aanschrijving te verzenden, vooraf (fysiek, digitaal en/of telefonisch) overleg geweest met al deze (potentiële) overtreders, wat is de aard en het doel van dat gesprek (geweest) en in hoeveel gevallen van het totaal, zoals bedoeld in vraag 4, heeft dat geleid tot het uiteindelijk niet verzenden van de aanschrijving door het college? Antwoord vraag 9: In de antwoorden van vraag 5 en 7 staat het proces beschreven en wordt verwezen naar het vastgestelde PvA.
Vraag 10: Welke redenen en/of overwegingen hebben het college er uiteindelijk in die gevallen toe gebracht toch geen aanschrijving te verzenden? Antwoord vraag 10: Als een eigenaar beslist het strijdig gebruik te beëindigen, leggen we dit altijd vast. Vaak willen de eigenaren dat ook omdat met vastlegging op papier komt te staan wat ze precies moeten doen om de strijdigheid te beëindigen. Maar we zien dit niet als een juridisch traject, het heeft als doel om misverstanden te voorkomen.
Vraag 11: Wat betekent dat concreet voor de huidige (formele) bestemming en de gebruiksvoorwaarden van het desbetreffende perceel grond en ook de gebruikers daarvan? Antwoord vraag 11: Na handhaving van het strijdig gebruik is het de bedoeling dat de grond weer gebruikt wordt voor de teelt van bollen. Dat is immers de bestemming van de grond. In enkele gevallen blijft de grond na handhaving braak liggen, terwijl het perceel wel economisch rendabel te betelen is. De verwachting is dat dit niet lang duurt. Braakliggende grond kost immers geld en levert niets op. Wat we ook zien is dat bollengrond die al wat langer oneigenlijk wordt gebruikt weer in cultuur moet worden gebracht. Vaak gebeurt dit door er een tot twee jaar wortels op te zetten. Vraag 12: Hoeveel aanschrijvingen, absoluut en relatief, zijn er uiteindelijk door het college daadwerkelijk verzonden aan alle (potentiële) overtreders, wat is daarvan de precieze inhoud en tot welke rechtsgevolgen leidt dat bij de (potentiële) overtreders?
Antwoord vraag 12: In Teylingen zijn er in totaal negen gevallen waarbij een vooraankondiging is verstuurd. Bij vier gevallen is er een last onder dwangsom verstuurd. In de aanschrijvingen worden de strijdigheden op het perceel genoemd en wordt aangegeven op welke wijze de strijdigheden opgeheven kunnen worden. De eigenaar krijgt een redelijk termijn om de strijdigheden op het perceel te beëindigen en beëindigd te houden. Indien het de eigenaar niet lukt om voor de gestelde termijn de strijdigheid te beëindigen, dan verbeurt de eigenaar het bedrag van de opgelegde dwangsom.
Vraag 13: In hoeveel gevallen is er een (last onder) dwangsom opgelegd, tot welke hoogte (per dag/week/maand) en in hoeveel gevallen is deze ook daadwerkelijk verbeurd verklaard? Antwoord vraag 13: Zie het antwoord bij vraag 12, op dit moment zijn er nog geen dwangsommen verbeurd.
Vraag 14: Welke rechtsmiddelen staan voor de aangeschreven (potentiële) overtreders open, in hoeveel gevallen, absoluut en relatief, is daarvan door hun gebruik gemaakt en heeft dat geleid tot een wijziging/herziening van het eerder genomen besluit van het college om betrokkenen aan te schrijven? Antwoord vraag 14: In de gevallen waarin het niet lukt om in overleg tot beëindiging van de overtreding te komen wordt er gekozen om een vooraankondiging last onder dwangsom te verzenden. Tegen deze vooraankondiging kan een zienswijze worden ingediend. Als de overtreding dan nog steeds voortduurt wordt er een last onder dwangsom opgelegd. Tegen dit dwangsombesluit staat bezwaar open en afhankelijk van de uitkomst van dit traject kan de aangeschrevene ook beroep en hoger beroep aantekenen. Als er sprake is van spoedeisendheid kan ook een voorlopige voorziening bij de bestuursrechter worden gevraagd.
Vraag 15: In hoeveel van alle gevallen is uiteindelijk een gang naar de voorzieningen- en/of bestuursrechter voorzien en heeft de gemeente voldoende personele en financiële middelen tot haar beschikking om al die gevallen tot een goed einde te brengen? Antwoord vraag 15: We hebben in Teylingen inmiddels bij 32 percelen een eind aan het strijdig gebruik kunnen maken zonder een juridisch traject op te hoeven starten. In totaal bij vier gevallen is dit niet gelukt en zijn we een juridisch traject in gegaan. De eigenaar van een perceel is naar het programma “Mr. Visser doet uitspraak” gestapt. Dit is ook op de televisie gekomen. De uitspraak van Mr. Visser was duidelijk; de gemeente heeft het recht, en zelfs de plicht te handhaven op strijdig gebruik ten opzichte van de bestemming. Er zijn geen financiële of personele problemen, de bezetting voor dit project is op orde.
Vraag 16: In hoeveel gevallen heeft de voorzieningen- en of bestuursrechter al een uitspraak gedaan en in hoeveel van die gevallen is het college in het gelijk gesteld? Antwoord vraag 16: De bestuursrechter zal binnenkort een uitspraak doen op één lopende zaak.
Vraag 17: Heeft in de gevallen, waarin het college niet in het gelijk is gesteld, dat nog aanleiding gegeven tot een wijziging/herziening van de aanpak in de andere gevallen? Zo nee, waarom niet? Antwoord vraag 17: N.v.t.
Vraag 18: Wat is tot dit moment het resultaat van de handhaving voor het daadwerkelijk gebruik van de omstreden percelen bollengrond of graslanden? Hoeveel m2 oppervlakte van het totaal aan m2 is daarvan daadwerkelijk teruggebracht tot bollengrond c.q. grasland en is het gebruik nu wel in overeenstemming met de bestemming en de voorwaarden die daarvoor gelden? Antwoord vraag 18: Zie antwoord vraag 2.
Vraag 19: Een mooi en duurzaam initiatief zoals de zelfoogsttuin Elsgeesterhof, kon wegens “oneigenlijk” gebruik van bollengrond geen doorgang vinden op het door de initiatiefnemers gekozen perceel grond. Hebben zich ook andere initiatiefnemers bij het college gemeld? Hoeveel sinds 1 januari 2020 en wat is de aard daarvan en het verzoek aan het college? In hoeveel van die gevallen heeft het college het initiatief en/of het verzoek afgewezen en/of gehonoreerd en op welke gronden? Antwoord vraag 19: Nee, tot nu toe niet.
Datum afhandeling raadsvergadering:
Bijlagen:
SCHRIFTELIJKE VRAAG In artikel 37 van het Reglement van Orde is aangegeven welke procedure van toepassing is op schriftelijke vragen en mondelinge vragen. Schriftelijke vragen In het kort zijn er de volgende eisen aan het indienen van schriftelijke vragen ingevolge artikel 37 RvO te verbinden: schriftelijke vragen worden ingediend bij de voorzitter, via de griffier. De griffier draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad en het college worden gebracht. Beantwoording van schriftelijke vragen door het college vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen dertig dagen nadat de vragen zijn binnengekomen. Bij de vragen wordt aangegeven of schriftelijke dan wel mondelinge beantwoording wordt verlangd. Mondelinge beantwoording vindt plaats in de eerstvolgende raadsvergadering. Indien beantwoording binnen de gestelde termijn niet mogelijk is stelt het verantwoordelijk lid van het college de vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis, met daarbij aangegeven de beantwoordingtermijn. De antwoorden worden door het verantwoordelijk lid van het college aan de leden van de raad medegedeeld De vragen en antwoorden worden gelijktijdig met de ingekomen stukken aan de leden van de raad toegezonden.
De vragensteller kan, bij mondelinge beantwoording in dezelfde raad en bij schriftelijke beantwoording in de eerstvolgende raad, nadere inlichtingen vragen omtrent het gegeven antwoord (na behandeling van de op de agenda voorkomende onderwerpen). In het presidium is afgesproken dat zolang er geen beantwoording op de schriftelijke vraag is ontvangen of gegeven er geen inhoudelijk discussie kan plaatsvinden omtrent de schriftelijke vraag. In de toelichting van het RvO is het volgende aangegeven: Het vragenrecht geeft aan de leden van de raad het recht informatie te vragen over aangelegenheden die tot de bevoegdheid van het college of de burgemeester behoren. Het karakter van deze vragen is primair van informatieve strekking. In de hier aangegeven procedure wordt de vragensteller in de gelegenheid gesteld nadere inlichtingen over het antwoord te vragen aan degene die het antwoord heeft gegeven. Indien de vragensteller van mening is, dat de beantwoording van de vragen tot een besluit van de raad moet leiden, kan hij het recht van initiatief of het interpellatierecht benutten om het onderwerp of het voorstel op de agenda van de raad te krijgen.