Beantw.Schriftelijke Vragen Oekraiense vluchtelingen in gemeentelijk monument FVD - Beantw.Schr
Tekst van het document
SCHRIFTELIJKE VRAGEN (artikel 37 RvO) (schriftelijke vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. Bij de vragen wordt aangegeven of schriftelijk of mondelinge beantwoording wordt verlangd)
Van (naam raadslid)
Milan Schenk (FVD)
Aan
De voorzitter van de raad
Onderwerp:
Oekraïense vluchtelingen in gemeentelijk monument
Ingediend d.d.
14-02-2024
Verzoekt mondelinge/ schriftelijke beantwoording
Schriftelijk
Datum doorgezonden aan college/overige raadsleden door griffie: Inhoud schriftelijke vraag Het college heeft besloten om de Oekraïense vluchtelingen die momenteel opgevangen worden aan de Parklaan in Sassenheim vóór 15 juni 2024 te verplaatsen naar een gemeentelijk monument, namelijk het oude gemeentehuis van Sassenheim aan de Wilhelminalaan 1-3. Hier moeten 80 Oekraïners opgevangen gaan worden. Er leven grote zorgen bij zowel compleet overvallen omwonenden als bij onze fractie over dit collegebesluit kijkende naar de communicatie, de toenemende drukte in de straat en het gebrek aan een einddatum, die sowieso voorlopig niet in zicht zal zijn gezien de onwinbare oorlog die de NAVO voert tegen Rusland op Oekraïens grondgebied. Dat leidt voor de fractie van Forum voor Democratie tot de volgende vragen: In het persbericht van de gemeente Teylingen van 18 januari 2024 spreekt de burgemeester over ‘een duurzame opvanglocatie voor Oekraïense ontheemden zolang het nodig is’. Dit zou zorgen voor ‘duidelijkheid naar de omwonenden’.
Kan het college uitleggen waarom zij van mening is dat dit voor duidelijkheid naar omwonenden zorgt, terwijl er geen einddatum bekend is, deze opvanglocatie dus in theorie over 20 jaar nog steeds nodig zou kunnen zijn en omwonenden dus geen flauw idee hebben waar zij aan toe zijn en hoe de toekomst van hun leefomgeving eruit gaat zien? Tijdens de informatiebijeenkomst van 20 januari en ook in besloten sessies met raadsleden is er gesproken over het - zelfs na vertrek van de Oekraïners - blijven inzetten van het oude gemeentehuis voor diverse woonfuncties voor grotere doelgroepen, wat in feite per 15 juni 2024 een permanente overgang van pakweg 20 naar pakweg 100 bewoners van de Wilhelminalaan te Sassenheim betekent. Erkent het college de grote gevolgen hiervan voor de huidige bewoners in het kader van de druk op de leefbaarheid in de straat met als gevolg een zeer waarschijnlijke daling van de waarde van hun huizen? Zo ja, wat is het college van plan hieraan te doen? Het college beweert dat deze locatie geschikt is kijkende naar de effecten op de leefomgeving, zoals de veiligheid, het verkeer en milieu.
Kan het college uitleggen hoe zij tot dit standpunt is gekomen? Hoe kan er ooit geen sprake zijn van een drastische vermindering van de (verkeers)veiligheid, parkeergelegenheid en het (woon)milieu aan de Wilhelminalaan wanneer het aantal bewoners van deze straat prompt van pakweg 20 naar pakweg 100 schiet?
Snapt het college dat bewoners van de Wilhelminalaan zich compleet overvallen voelen door dit collegebesluit, aangezien zij op 18 januari geïnformeerd werden en werden uitgenodigd voor een informatiebijeenkomst die al twee dagen later zou gaan plaatsvinden? Het college zal een omwonendenoverleg starten, maar heeft reeds aangegeven dat het besluit sowieso wordt doorgezet. Wanneer de gehele buurt dus tégen is, komt de opvang er toch. Is het college het met de indiener eens dat dit omwonendenoverleg dan ook als een doekje voor het bloeden gezien mag worden en we te maken hebben met een schoolvoorbeeld van schijnparticipatie? Wat is het college van plan concreet te doen om de zorgen van omwonenden omtrent het gebrek aan een einddatum in het kader van een permanent gevoel van onduidelijkheid, het negatieve effect op het woongenot en de waarde van de woningen weg te nemen? Is het college bereid om alsnog een einddatum vast te leggen, om ditmaal écht duidelijkheid te bieden aan de omwonenden? Zo nee, waarom niet? Is het college zich bewust van de gevoeligheid die het opvangen van vluchtelingen in gemeentelijke monumenten met een grote historische waarde met zich meebrengt? Zo ja, waarom is dan toch voor deze locatie gekozen? Kunnen we deze beweging meer gaan verwachten, ook als gevolg van de aangenomen asieldwangwet?
Datum antwoordbesluit college: Antwoord college: Vraag 1: In het persbericht van de gemeente Teylingen van 18 januari 2024 spreekt de burgemeester over ‘een duurzame opvanglocatie voor Oekraïense ontheemden zolang het nodig is’. Dit zou zorgen voor ‘duidelijkheid naar de omwonenden’. Kan het college uitleggen waarom zij van mening is dat dit voor duidelijkheid naar omwonenden zorgt, terwijl er geen einddatum bekend is, deze opvanglocatie dus in theorie over 20 jaar nog steeds nodig zou kunnen zijn en omwonenden dus geen flauw idee hebben waar zij aan toe zijn en hoe de toekomst van hun leefomgeving eruit gaat zien? Antwoord 1: Het college heeft in het verleden gebruik moeten maken van (crisis)noodopvanglocaties, wat negatieve gevolgen heeft voor de leefbaarheid en voor de openbare voorzieningen. Te denken valt aan de inzet van een sporthal, oud verpleeghuis etc. Dit zijn geen duurzame oplossingen. Het college vindt het belangrijk om mensen die vluchten voor oorlog op humane wijze op te kunnen vangen. Daarbij zetten we vooral in op duurzamere opvanglocaties, die voor langere periode kunnen worden ingezet. De duidelijkheid zit in het feit dat de opvang voor Oekraïense ontheemden wordt ingezet voor zo lang als nodig is, omdat we niet weten hoe lang de oorlog voortduurt. Het biedt meer rust en duidelijkheid naar de Oekraïners die niet om de paar maanden moeten verhuizen.
Het bevordert hopelijk ook de integratie tussen Oekraïense ontheemden en omwonenden in een buurt. Vraag 2: Tijdens de informatiebijeenkomst van 20 januari en ook in besloten sessies met raadsleden is er gesproken over het - zelfs na vertrek van de Oekraïners - blijven inzetten van het oude gemeentehuis voor diverse woonfuncties voor grotere doelgroepen, wat in feite per 15 juni 2024 een permanente overgang van pakweg 20 naar pakweg 100 bewoners van de Wilhelminalaan te Sassenheim betekent. Erkent het college de grote gevolgen hiervan voor de huidige bewoners in het kader van de druk op de leefbaarheid in de straat met als gevolg een zeer waarschijnlijke daling van de waarde van hun huizen? Zo ja, wat is het college van plan hieraan te doen? Antwoord 2 : Door alle onzekerheden over de duur van de opvang die nodig is voor de Oekrainers, is het buitengewoon ingewikkeld om op dit moment vooruit te kijken en nu al te bespreken hoe het toekomstig gebruik van het voormalig gemeentehuis zal moeten zijn, omdat het college niet bekend is welke toekomstige ontwikkelingen zich zullen voordoen en welke
behoeften er zijn op het moment dat het pand leeg zal komen. Als er na de opvang van Oekraïners nieuwe ontwikkelingen zich aandienen zal er een voorstel aan het college en/of de gemeenteraad worden voorgelegd. Vraag 3: Het college beweert dat deze locatie geschikt is kijkende naar de effecten op de leefomgeving, zoals de veiligheid, het verkeer en milieu. Kan het college uitleggen hoe zij tot dit standpunt is gekomen? Hoe kan er ooit geen sprake zijn van een drastische vermindering van de (verkeers-)veiligheid, parkeergelegenheid en het (woon)milieu aan de Wilhelminalaan wanneer het aantal bewoners van deze straat prompt van pakweg 20 naar pakweg 100 schiet? Antwoord 3: Het inzetten van deze locatie als opvanglocatie voor Oekraiense ontheemden is getoetst en past binnen de huidige bestemming. (De huidige bestemming, Sassenheim Centrum, is vastgesteld op 31-10-2013) Daarmee is ook aangetoond dat deze bestemming passend is voor deze locatie in het kader van de leefbaarheid. Dit neemt niet weg dat de gemeente wel naar mogelijkheden kijkt om enig hinder voor omwonenden te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken; bijvoorbeeld door te kijken naar alternatieven voor parkeren. In het omwonendenoverleg zijn we ook met omwonenden in gesprek over allerlei thema’s op deze locatie zoals de parkeergelegenheid, verkeersveiligheid en (woon)milieu.
In het kader van veiligheid wordt een veiligheidsplan opgesteld. Dit plan omvat de fysieke en sociale veiligheid op en rondom de locatie. De bewonersgroep die wordt gehuisvest aan de Wilheminalaan zijn afkomstig van de Parklaan. Wij kennen deze bewoners als een rustige en homogene groep. Op de Parklaan is geen sprake van overlast en of incidenten geweest. Dit verwachten wij op de locatie aan de Wilheminalaan ook niet. Vraag 4: Snapt het college dat bewoners van de Wilhelminalaan zich compleet overvallen voelen door dit collegebesluit, aangezien zij op 18 januari geïnformeerd werden en werden uitgenodigd voor een informatiebijeenkomst die al twee dagen later zou gaan plaatsvinden? Antwoord 4: Het college is zich bewust dat een opvanglocatie impact kan hebben op de omgeving. En daarom heeft het college de omwonenden zo snel als mogelijk geïnformeerd om met hen in dezelfde week het gesprek aan te gaan. Daarna is op 31 januari een maandelijks omwonendenoverleg opgestart waar verschillende thema’s voor deze opvanglocatie aan bod komen en met elkaar gezocht wordt naar de best passende oplossingen. Vraag 5: Het college zal een omwonendenoverleg starten, maar heeft reeds aangegeven dat het besluit sowieso wordt doorgezet. Wanneer de gehele buurt dus tégen is, komt de opvang er toch.
Is het college het met de indiener eens dat dit omwonendenoverleg dan ook als een doekje voor het bloeden gezien mag worden en we te maken hebben met een schoolvoorbeeld van schijnparticipatie? Antwoord 5: Omdat deze locatie de enige geschikte mogelijkheid bleek voor directe opvang van de Oekrainers voor de datum van 15 juni, vervalt daarmee de mogelijkheid om met omwonenden nog in gesprek te gaan over welke locatie hiervoor het meest passend is. Wel raadplegen we de omwonenden over de verdere invulling en uitwerking van de opvang. Zo zal bij het volgende omwonendenoverleg de architect een toelichting geven op de plannen. Het college heeft daarbij geprobeerd duidelijk omwonenden te informeren waarover zij wel en niet kunnen participeren. Er zijn ook omwonenden die de gemeente hebben laten weten blij te zijn met hoe de opvang voor Oekrainers in hun gemeente wordt geregeld. Vraag 6: Wat is het college van plan concreet te doen om de zorgen van omwonenden omtrent het gebrek aan een einddatum in het kader van een permanent gevoel van onduidelijkheid, het negatieve effect op het woongenot en de waarde van de woningen weg te nemen? Antwoord 6 Het college vindt het belangrijk om een betrouwbaar gesprekspartner te zijn die zijn afspraken zal nakomen.
Het eerlijke antwoord is dat we nu niet weten voor hoe lang het nodig is, wat het meteen ook erg ingewikkeld maakt om al vooruit te kunnen kijken naar een periode die zal volgen na de opvang van de Oekrainers. Met een
onvoorspelbare en voortdurende oorlog is de verwachting dat de opvang van Oekraiense ontheemden in Nederland op korte termijn niet snel zal veranderen. In het omwonendenoverleg van februari hebben de aanwezigen aangegeven zich onder andere zorgen te maken over de periode na de opvang van de Oekrainers. Tijdens het overleg is aangeboden door de omwonenden om in een kleinere groep bewoners met de gemeente over deze zorgen verder door te spreken. Dit is ook in gang gezet. Vraag 7: Is het college bereid om alsnog een einddatum vast te leggen, om ditmaal écht duidelijkheid te bieden aan de omwonenden? Zo nee, waarom niet? Antwoord 7: Zie het antwoord op vraag 2 en vraag 6 Vraag 8: Is het college zich bewust van de gevoeligheid die het opvangen van vluchtelingen in gemeentelijke monumenten met een grote historische waarde met zich meebrengt? Zo ja, waarom is dan toch voor deze locatie gekozen? Kunnen we deze beweging meer gaan verwachten, ook als gevolg van de aangenomen asieldwangwet? Antwoord 8: Het college zoekt naar creatieve woonoplossingen en kansen voor de opvang van Oekraiense ontheemden, zodat de reguliere woningvoorraad voor inwoners niet verder onder druk komt te staan. De opvanglocaties zijn vooral in leegstaande panden, bijgebouwen van kerken of zoals in dit geval het voormalig gemeentehuis van Sassenheim.
Het college vindt het ook belangrijk om de monumentale waarde van dit pand te behouden. Uiteraard is de erfgoedcommissie hierbij betrokken. Het monumentale pand wordt door deze gebruiksfunctie juist beter onderhouden. De architect en aannemer houden bij de verdere uitwerking en invulling rekening met de monumentale waarde.
Datum afhandeling raadsvergadering:
Bijlagen:
SCHRIFTELIJKE VRAAG In artikel 37 van het Reglement van Orde is aangegeven welke procedure van toepassing is op schriftelijke vragen en mondelinge vragen. Schriftelijke vragen In het kort zijn er de volgende eisen aan het indienen van schriftelijke vragen ingevolge artikel 37 RvO te verbinden: schriftelijke vragen worden ingediend bij de voorzitter, via de griffier. De griffier draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad en het college worden gebracht. Beantwoording van schriftelijke vragen door het college vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen dertig dagen nadat de vragen zijn binnengekomen. Bij de vragen wordt aangegeven of schriftelijke dan wel mondelinge beantwoording wordt verlangd. Mondelinge beantwoording vindt plaats in de eerstvolgende raadsvergadering. Indien beantwoording binnen de gestelde termijn niet mogelijk is stelt het verantwoordelijk lid van het college de vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis, met daarbij aangegeven de beantwoordingtermijn. De antwoorden worden door het verantwoordelijk lid van het college aan de leden van de raad medegedeeld De vragen en antwoorden worden gelijktijdig met de ingekomen stukken aan de leden van de raad toegezonden.
De vragensteller kan, bij mondelinge beantwoording in dezelfde raad en bij schriftelijke beantwoording in de eerstvolgende raad, nadere inlichtingen vragen omtrent het gegeven antwoord (na behandeling van de op de agenda voorkomende onderwerpen). In het presidium is afgesproken dat zolang er geen beantwoording op de schriftelijke vraag is ontvangen of gegeven er geen inhoudelijk discussie kan plaatsvinden omtrent de schriftelijke vraag. In de toelichting van het RvO is het volgende aangegeven: Het vragenrecht geeft aan de leden van de raad het recht informatie te vragen over aangelegenheden die tot de bevoegdheid van het college of de burgemeester behoren. Het karakter van deze vragen is primair van informatieve strekking. In de hier aangegeven procedure wordt de vragensteller in de gelegenheid gesteld nadere inlichtingen over het antwoord te vragen aan degene die het antwoord heeft gegeven. Indien de vragensteller van mening is, dat de beantwoording van de vragen tot een besluit van de raad moet leiden, kan hij het recht van initiatief of het interpellatierecht benutten om het onderwerp of het voorstel op de agenda van de raad te krijgen.