6. Besluit op aanvraag
Tekst van het document
Bezoekadres Zuid-Hollandplein 1 2596 AW Den Haag
Zaaknummer Ons Kenmerk Datum
: : :
01060187 ODH678015 6 december 2023
Postadres Postbus 14060 2501 GB Den Haag (070) 21 899 02 vergunningen@odh.nl www.odh.nl
Beschikking Wet natuurbescherming - Soortenbescherming Onderwerp Op 30 januari 2023 hebben wij de ontvangst geregistreerd van een aanvraag om ontheffing als bedoeld in artikel 3.8, eerste lid, van de Wet natuurbescherming. De aanvraag heeft betrekking op de sloop van de woning en schuren en de nieuwbouw van drie woningen op het perceel van Boekenburglaan 61 te Voorhout en is aangevraagd namens de grondeigenaar. Het perceel bevindt zich aan de rand van de te realiseren woonwijk ‘Nieuw Boekhorst’ gelegen tussen de N444, de Noordelijke Randweg, het treinspoor, de Meidoornrode en de Boekenburglaan te Voorhout. De aanvraag betreft het opzettelijk vangen en doden van de rugstreeppad, het onder zich hebben en vervoeren van de rugstreeppad alsmede het opzettelijk verstoren en het beschadigen of vernielen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de rugstreeppad. Ontheffing wordt gevraagd voor het overtreden van de verbodsbepaling zoals genoemd in: -
Artikel 3.5, eerste lid, van de Wet natuurbescherming voor wat betreft het opzettelijk vangen en doden en van de rugstreeppad (Epidalea calamita);
-
artikel 3.5, tweede lid, van de Wet natuurbescherming voor wat betreft het opzettelijk verstoren van de rugstreeppad (Epidalea calamita);
-
artikel 3.5, derde lid, van de Wet natuurbescherming voor wat betreft het opzettelijk vernielen of rapen van eieren van de rugstreeppad (Epidalea calamita);
-
artikel 3.5, vierde lid, van de Wet natuurbescherming voor wat betreft het beschadigen of vernielen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de rugstreeppad (Epidalea calamita);
-
artikel 3.6, tweede lid, van de Wet natuurbescherming voor wat betreft het anders dan voor verkoop onder zich hebben en vervoeren van de rugstreeppad (Epidalea calamita).
De ontheffing wordt aangevraagd voor de periode van 6 maart 2024 tot en met 6 maart 2029.
Besluit Wij besluiten: I.
de aangevraagde ontheffing te verlenen aan de grondeigenaar van Boekenburglaan 61;
II.
voor het vangen van de rugstreeppad de volgende vangmiddelen aan te wijzen als bedoeld in artikel 3.25, eerste lid, van de Wet natuurbescherming: emmer;
III.
de voorschriften 1 tot en met 15 te verbinden aan deze ontheffing;
IV.
de aanvraag en het document van 16 maart 2023 onderdeel te laten zijn van deze ontheffing;
V.
dat deze ontheffing geldig is vanaf bekendmaking van dit besluit tot en met 31 december 2033.
Ondertekening Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, voor dezen,
ing. L. Hopman Hoofd Toetsing & Vergunningverlening Milieu van de Omgevingsdienst Haaglanden
Rechtsmiddelen Op de voorbereiding en bekendmaking van dit besluit is de coördinatieregeling als bedoeld in artikel 3.30 van de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro) van toepassing, zoals ook benoemd in paragraaf 3.3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: Wabo). Vanwege deze coördinatieregeling geschiedt de kennisgeving van deze beschikking door de gemeente Teylingen; die ook zal voorzien in de informatie over de mogelijkheid een beroepschrift in te dienen met betrekking tot tegen deze beschikking.
ODH678015
2 / 20
VOORSCHRIFTEN Algemene voorschriften 1.
De ontheffinghouder dient: a. de start van de werkzaamheden te melden (startmelding); b. het ecologisch werkprotocol op te sturen bij de startmelding van de werkzaamheden; c. relevante wijzigingen in de uitvoering uiterlijk één week van tevoren te melden. Het betreft wijzigingen die van invloed kunnen zijn op de effectbeoordeling van de aanvraag en/of de uitvoering van de voorgestelde mitigerende en/of compenserende maatregelen; d. de datum van beëindiging van de werkzaamheden uiterlijk één week van tevoren te melden. Bovenstaande meldingen dienen gericht te worden aan de Unit Groen Bodem en Opsporing van de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid, Postbus 550, 3300 AN te Dordrecht, telefoonnummer 078-7708585, e-mailadres meldingwnb@ozhz.nl onder vermelding van ‘flora en fauna’. De meldingen mogen schriftelijk of digitaal worden gedaan.
2.
De ontheffinghouder is ervoor verantwoordelijk dat zijn personeel of derden die betrokken zijn bij de uitvoering van het project, op de hoogte zijn van de voorschriften in deze ontheffing en de maatregelen in het rapport ‘Boekenburglaan 61 Activiteitenplan’ van 14 december 2022 en het document van 16 maart 2023. Hiervoor dient een ecologisch werkprotocol te worden opgesteld en op de locatie aanwezig te zijn. In het ecologisch werkprotocol dient in ieder geval het volgende te worden opgenomen: a. de voorwaarden zoals opgenomen in deze ontheffing; b. aanduiding van de locatie van het plangebied; c. de uit te voeren werkzaamheden; d. de periode waarin de werkzaamheden uitgevoerd worden; e. de mitigerende en compenserende maatregelen; f. de momenten waarop ecologische begeleiding ingeschakeld wordt; g. het logboek van de ecologische begeleiding dat door de ecologisch deskundige wordt bijgehouden.
3.
Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden dient een afschrift van deze ontheffing, het ecologisch werkprotocol inclusief het logboek van de ecologische begeleiding (i.c. controle, vrijgave werkzaamheden) op de locatie van de werkzaamheden aanwezig te zijn en op verzoek te worden getoond aan de daartoe bevoegde toezichthouders of opsporingsambtenaren. De genoemde documenten mogen, mits leesbaar, digitaal worden getoond.
4.
De werkzaamheden dienen ecologisch begeleid te worden door een deskundige1 op het gebied van de rugstreeppad.
1
Onder een deskundige wordt verstaan: Een ecologisch deskundige is iemand die ecologisch advies geeft of werkzaamheden begeleidt op het gebied van leefgebieden en/of (beschermde) soorten. Hij of zij heeft schriftelijk aantoonbare ervaring en specifieke ecologische kennis, voortkomend uit een afgeronde mbo-, hbo- of universitaire opleiding, met als zwaartepunt Nederlandse ecologie. De ecologisch deskundige heeft voldoende kennis en jarenlange ervaring om ecologisch onderzoek uit te kunnen voeren en advies te kunnen geven. Hij of zij: • (her)kent de functionaliteit van leefgebieden van (beschermde) soorten; • heeft kennis van de algemeen erkende onderzoeks- en monitoringsmethoden; • kan resultaten onderbouwd rapporteren en ecologische werkprotocollen uitwerken; • kan ontheffing aanvragen opstellen of daarbij ondersteunen; • kan anticiperen op en heeft voortschrijdend inzicht in het uitvoeren van ecologisch werk in de praktijk (inclusief vrijstellingen en gedragscodes); • kan specifieke ecologische maatregelen toepassen en begeleiden; • zet zich aantoonbaar actief in op het gebied van de soortenbescherming en is werkzaam bij Nederlandse natuurorganisaties, (semi)overheidsinstanties en/of een ecologisch adviesbureau dat bij voorkeur is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus. ODH678015 3 / 20
5.
De ontheffinghouder dient, met inachtneming van de voorschriften in deze ontheffing, de maatregelen uit te voeren zoals beschreven in het rapport ‘Boekenburglaan 61 Activiteitenplan’ van 14 december 2022 en het document van 16 maart 2023.
6.
Indien een of meerdere in voorschrift 5 bedoelde maatregelen onverhoopt niet uitvoerbaar zijn, dienen hiervoor minimaal gelijkwaardige maatregelen voor wat betreft de functionaliteit en effectiviteit te worden getroffen.
7.
Tijdig, uiterlijk één maand, voordat de in voorschrift 6 bedoelde maatregelen worden uitgevoerd, dienen deze ter goedkeuring aan de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid te worden voorgelegd.
Specifieke voorschriften 8.
2
Voorafgaand aan de werkzaamheden dient het gebied vrij te worden gemaakt van rugstreeppadden. Voor het afvangen gelden de volgende voorwaarden: a. er wordt niet afgevangen in de kwetsbare winterperiode, van 1 november tot en met 1 april. Mits de klimatologische omstandigheden het toelaten, kan het afvangen eveneens plaatsvinden tussen 1 maart tot 1 april. Dit is ter beoordeling aan de ecologisch deskundige (vs. 4); b. het wegvangen en verplaatsen van de rugstreeppad dient te worden uitgevoerd door en/of onder begeleiding van de ecologisch deskundige; c. aan de binnenzijde van de amfibieënschermen wordt elke 25 meter minimaal één emmer ingegraven; d. de emmers dienen aan de onderzijde geperforeerd te zijn, en te worden voorzien van schuilmogelijkheden voor de rugstreeppad (bijv. kluit aarde, gras en/of schors). Deze schuilmogelijkheden mogen er niet toe leiden dat de rugstreeppad uit de emmer kunnen klimmen; e. de emmers dienen één schuin geplaatste grillige stok/tak te bevatten, zodat muizen uit de emmers kunnen klimmen; f. er dient gaas 10 centimeter boven de emmers geplaatst te worden, zodat er bescherming is tegen roofvogels en andere dieren; g. de emmers dienen dagelijks in de ochtend te worden gecontroleerd op de aanwezigheid van individuen.
Gedurende het weekend of tijdens periodes waarbij de emmers niet binnen 24 uur gecontroleerd worden, dienen de emmers afgesloten te worden, zodat individuen niet te lang gevangen zitten; h. de gevangen individuen dienen zo snel mogelijk in alternatief leefgebied, in de ecologische verbindingszone Noordelijke Randweg of de noordelijke driehoek, uitgezet te worden. Wanneer het compensatiegebied nog niet functioneel is, dienen de individuen uitgezet te worden in het kerngebied van het plangebied, waar op dat moment nog geen werkzaamheden plaatsvinden (fase 3 van de nieuwbouwwerkzaamheden); i. indien in de voortplantingsperiode, die loopt van 15 april tot en met 31 augustus, wordt afgevangen, dient tevens (tijdelijk) voortplantingswater in het plangebied gecontroleerd te worden op de aanwezigheid van ei-snoeren en/of larven. Deze dienen direct te worden afgevangen en uitgezet te worden in voortplantingswater in het compensatiegebied waar verdere opgroei gegarandeerd kan worden; j. er dienen minimaal vijf aaneengesloten dagen, met gunstige weersomstandigheden (temperatuur boven het vriespunt) géén exemplaren van de rugstreeppad afgevangen te zijn, vóórdat het plangebied mag worden vrijgegeven voor het starten van de werkzaamheden; k. er dient rekening gehouden te worden met de weersomstandigheden.
Droogte, hitte of regenval maken dat vangemmers tijdelijk dichtgezet moeten worden of vaker gecontroleerd moeten worden. Dit is ter beoordeling aan de ecologisch deskundige (vs. 4); l. bij het afvangen moeten de gebruikte afvangmaterialen, zoals emmers, handschoenen en laarzen voor- en achteraf ontsmet worden conform het Desinfectie protocol veldwerk van RAVON. 2
Zie ook https://www.ravon.nl/Portals/2/Bestanden/Publicaties/Hygiene_protocol.pdf.
ODH678015
4 / 20
m. van het afvangen dient verslag te worden gedaan in het logboek (vs. 2), waarbij wordt opgenomen door wie, op welke datum en tijd, waar en hoeveel individuen zijn weggevangen en verplaatst. 9.
De compensatiegebieden dienen te worden ingericht zoals beschreven in paragraaf 3.2.2 van het ‘Activiteitenplan Nieuw Boekhorst’ van 7 oktober 2022. Hierbij geldt het volgende: a. In het compensatiegebied Noordelijke Randweg dient leefgebied ten behoeve van de rugstreeppad ingericht te worden met een totale oppervlakte van 0,7 hectare met daarin vijf poelen van circa 30 cm diep, onder het peil van de Haarlemmertrekvaart. Voor dit gebied geldt de compensatiefactor in de toelichting hieronder, zoals overgenomen in afbeelding 3.6 van het ‘Activiteitenplan Nieuw Boekhorst’ van 7 oktober 2022. b. Het compensatiegebied Noordelijke driehoek dient in totaal circa 5,8 hectare ingericht te worden ten behoeve van de rugstreeppad, met daarbij in de moestuinen en het meeste noordelijke gedeelte tenminste zes poelen van circa 30 cm diep, onder het peil van de Haarlemmertrekvaart. Voor dit gebied gelden de compensatiefactoren in de toelichting hieronder, zoals overgenomen in afbeelding 3.8 van het ‘Activiteitenplan Nieuw Boekhorst’ van 7 oktober 2022.
10. Indien bij de optimalisatie en inrichting van de compensatiegebieden de ecologische verbindingszone Noordelijke Randweg en de noordelijke driehoek niet uitgesloten kan worden dat rugstreeppadden worden verwond of gedood, dienen individuen, alvorens de werkzaamheden worden uitgevoerd, weggevangen te worden, zoals genoemd in voorschrift 8. Dit ter beoordeling aan de ecologisch deskundige (vs. 4). Deze beoordeling dient in het logboek te worden opgenomen. Gevangen dieren dienen te worden uitgezet in delen van de compensatiegebieden die reeds geschikt zijn voor de rugstreeppad. Indien dit nog niet het geval is, dienen zij in het kerngebied van het plangebied, waar nog geen werkzaamheden plaatsvinden (fase 3 van de nieuwbouwwerkzaamheden) te worden uitgezet. 11. Toegangswegen ten behoeve van de bouwwerkzaamheden, die naar het plangebied worden gerealiseerd, dienen, indien nodig, voorzien te worden van een amfibieëngoot. Deze dienen te worden aangesloten op de amfibieënschermen zodat rugstreeppadden buiten het plangebied blijven. 12. De amfibieënschermen en amfibieëngoten dienen functioneel te zijn gedurende de periode waarin deze worden ingezet én in de actieve periode van de rugstreeppad, de periode van 1 april tot en met 1 november.
Hiertoe dienen amfibieënschermen en -roosters minimaal één keer per week te worden gecontroleerd op functionaliteit en - indien nodig - dient de functionaliteit terstond, maar uiterlijk binnen één week, weer hersteld te worden. Van de controles dient verslag te worden gedaan in het ecologisch logboek (vs. 2), waarin wordt opgenomen wanneer de controles zijn uitgevoerd en wat de bevindingen en eventuele acties zijn geweest. 13. Aan deze ontheffing is een monitoringsverplichting verbonden voor de ecologische verbindingszone Noordelijke Randweg en de noordelijke driehoek. De monitoring dient conform het voorstel in hoofdstuk 4 van het ‘Nieuw Boekhorst Activiteitenplan’ van 7 oktober 2022 te worden uitgevoerd in het eerste, tweede, derde, vijfde en zevende jaar na inrichting van het compensatiegebied. De monitoring dient te worden uitgevoerd conform de richtlijnen opgenomen in de Handleiding Meetnet Amfibieën van RAVON (2020) 3, waarbij de volgende randvoorwaarden van toepassing zijn:
3
Zie https://www.ravon.nl/Portals/2/Bestanden/HelpMee/Handleiding_MA_Amfibieen_Portaal.pdf?v=202303281640&v=202303281640. ODH678015 5 / 20
a.
b. c.
d.
ieder monitoringsjaar dient een kwalitatieve ecologische beoordeling te worden gedaan door de ecologisch deskundige (vs. 4). Hieruit moet blijken hoe het functioneel leefgebied van de rugstreeppad zich heeft ontwikkeld en welke effecten zijn opgetreden. Er dient concreet te zijn gemotiveerd welke SMARTdefinitie4 wordt gegeven aan een goede, matige en slechte kwaliteit van het functioneel leefgebied van de rugstreeppad, zodat dit ook heldere handvatten geeft voor behoud van kwaliteit en het nemen van maatregelen ter verbetering, indien noodzakelijk; de resultaten van de monitoring en de ecologische beoordeling dienen per monitoringsjaar vóór 1 februari van het opvolgende jaar te worden aangeleverd bij de Omgevingsdienst Zuid-Holland-Zuid (vs. 1); de resultaten dienen te worden opgeleverd in een korte rapportage, waarin in ieder geval dient te worden opgenomen: een heldere conclusie over de effectiviteit van de maatregelen, het beheer en een voorstel voor verdere optimalisatie of extra maatregelen, mocht het verwachte resultaat uitblijven en aanwijsbaar zijn toe te schrijven aan de uitvoering van de betreffende maatregelen.
Voorstellen voor optimalisatie en extra maatregelen mogen worden uitgevoerd na goedkeuring van het voorstel door de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid; indien de monitoringsresultaten hiertoe aanleiding geven, kunnen aanvullende maatregelen door de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid worden opgelegd. Deze maatregelen dienen tevens opgenomen te worden in de uitvoeringsovereenkomsten zoals genoemd in voorschrift 15.
14. De wijze waarop het periodiek onderhoud en beheer van de compensatiegebieden wordt geborgd (een beheerplan), dient uiterlijk zes maanden na ontheffingverlening ter goedkeuring te worden voorgelegd aan Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid. Er dient hierbij in ieder geval rekening gehouden te worden met het volgende: a. de kwetsbare periodes van de rugstreeppad; b. handmatig beheer en onderhoud van de alternatieve voortplantingswateren heeft de voorkeur boven het gebruik van machinaal gereedschap; c. de voortplantingswateren dienen gecontroleerd te worden en vrij te blijven op de aanwezigheid van vissen. Indien vissen aanwezig zijn, dient beschreven te worden hoe het water weer visvrij wordt gemaakt; d. indien er gemaaid wordt, dient een maaihoogte van minimaal acht centimeter boven maaiveld aangehouden te worden, om te voorkomen dat rugstreeppadden worden gedood. Daarnaast dient de rijsnelheid te worden gematigd tot maximaal 5 km/u en dient er in één richting te worden gemaaid; e. de beheermaatregelen dienen te worden gefaseerd in tijd en ruimte, zodat er te allen tijde voldoende leefgebied beschikbaar is; f. de pionierssituatie moet te allen tijde gewaarborgd worden en de frequentie van de beheermaatregelen moet hier op afgestemd zijn. 15.
De uitvoering van en verantwoordelijkheid voor het beheer van de compensatiegebieden dient vastgelegd te worden in een uitvoeringsovereenkomst, inclusief pachtovereenkomst(en). Deze overeenkomst dient in overeenstemming te zijn met de voorschriften in deze ontheffing, in het bijzonder die hierboven genoemd onder voorschrift 14. Deze overeenkomst dient uiterlijk drie maanden na goedkeuring van het beheerplan (vs. 14) te worden toegezonden aan Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid (vs. 1). Aanwijzingen voor gebruik • Voor alle soorten - beschermd én onbeschermd - geldt de zorgplicht zoals bedoeld in artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming. Op grond hiervan dient zoveel als redelijkerwijs mogelijk is schade aan deze soorten te worden voorkomen. • Ontheffinghouder dient direct contact op te nemen met Omgevingsdienst Haaglanden indien blijkt dat er verbodsbepalingen worden overtreden waarvoor geen ontheffing is verleend. Dit kan het geval zijn als er negatieve effecten optreden op soorten waarvoor geen ontheffing is verleend of als er onverwachte negatieve 4
Smart: specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdgebonden. ODH678015 6 / 20
•
effecten van de activiteiten optreden. Dit kan via het e-mailadres vergunningen@odh.nl, onder vermelding van het zaaknummer 01060187. Gedurende de werkzaamheden dient rekening te worden gehouden met het broedseizoen van vogels. Verstoring van broedgevallen van vogels dient te worden voorkomen. Voor het broedseizoen wordt geen standaardperiode gehanteerd in het kader van de Wet natuurbescherming. Van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode.
ODH678015
7 / 20
OVERWEGINGEN Aanleiding Op 30 januari 2023 hebben wij de ontvangst geregistreerd van een aanvraag om ontheffing als bedoeld in artikel 3.8, eerste lid, van de Wet natuurbescherming. De aanvraag heeft betrekking op de sloop van de woning en schuren en de nieuwbouw van drie woningen op het perceel van Boekenburglaan 61 te Voorhout en is aangevraagd namens de grondeigenaar. Het perceel bevindt zich aan de rand van de te realiseren woonwijk ‘Nieuw Boekhorst’ gelegen tussen de N444, de Noordelijke Randweg, het treinspoor, de Meidoornrode en de Boekenburglaan te Voorhout. De aanvraag betreft het opzettelijk vangen en doden van de rugstreeppad, het onder zich hebben en vervoeren van de rugstreeppad alsmede het opzettelijk verstoren en het beschadigen of vernielen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de rugstreeppad. Ontheffing wordt gevraagd voor het overtreden van de verbodsbepaling zoals genoemd in: -
Artikel 3.5, eerste lid, van de Wnb voor wat betreft het opzettelijk vangen en doden van de rugstreeppad (Epidalea calamita);
-
artikel 3.5, tweede lid, van de Wnb voor wat betreft het opzettelijk verstoren van de rugstreeppad (Epidalea calamita);
-
artikel 3.5, derde lid, van de Wnb voor wat betreft het opzettelijk vernielen of rapen van eieren van de rugstreeppad (Epidalea calamita);
-
artikel 3.5, vierde lid, van de Wnb voor wat betreft het beschadigen of vernielen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de rugstreeppad (Epidalea calamita);
-
artikel 3.6, tweede lid, van de Wnb voor wat betreft het anders dan voor verkoop onder zich hebben en vervoeren van de rugstreeppad (Epidalea calamita).
De ontheffing wordt aangevraagd voor de periode van 6 maart 2024 tot en met 6 maart 2029. Bij de aanvraag zijn de volgende, voor dit besluit relevante, documenten toegevoegd: - Boekenburglaan 61 Activiteitenplan, Witteveen + Bos Raadgevende ingenieurs B.V., referentie: 129715/22018.208, 14 december 2022; - Bijlage I: Boekenbruglaan 61 Quickscan natuur, Witteveen + Bos Raadgevende ingenieurs B.V., referentie: 129715/22-014.095, 4 oktober 2022; - Bijlage II: Woningbouw ontwikkeling Nieuw Boekhorst Nader soortenonderzoek rugstreeppad, Witteveen + Bos Raadgevende ingenieurs B.V., referentie: 121840/21-016.514, 4 november 2021; - Brief Toepassen coördinatieregeling herontwikkeling Boekenburglaan 61, Besluit van College van burgemeester en wethouders Teylingen, zaakkenmerk en documentkenmerk Z-22-274510/D – 584077, 4 oktober 2022; - Brief Raadsvoorstel Besluitvormend - toepassing coördinatieregeling herontwikkeling Boekenburglaan 61 in Voorhout, Gemeente Teylingen, zaaknummer Z-22-284120, 13 december 2022; - Notitie Beantwoording vragen m.b.t. aanvraag Wnb herontwikkeling Boekenburglaan 61, Wittenveen + Bos Raadgevende Ingenieurs B.V., referentie 129715_23-002.728, 10 februari 2023.
Op 16 maart 2023 is het volgende document ontvangen: - Notitie Toekomstig leefgebied rugstreeppad binnen Nieuw Boekhorst, Witteveen + Bos Raadgevende ingenieurs B.V., referentie: 121840/23-004.670, 16 maart 2023. ODH678015
8 / 20
Ambtshalve is het volgende document betrokken bij dit besluit: - Nieuw Boekhorst Activiteitenplan, Witteveen + Bos Raadgevende ingenieurs B.V., referentie: 121840/22014.300, 7 oktober 2022.
Procedure De gemeenteraad van Teylingen heeft bij besluit van 13 december 2022 de coördinatieregeling als bedoeld in artikel 3.30 van de Wro van toepassing verklaard op de voorbereiding en bekendmaking van de besluiten die nodig zijn voor de realisatie van het project ‘Herontwikkeling Boekenburglaan 61 in Voorhout’.5 Op grond van artikel 3.30, tweede lid en artikel 3.31, eerste en derde lid, van de Wro, is op de voorbereiding van dit besluit tevens de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing, zoals ook benoemd in paragraaf 3.3 van de Wabo. De voorbereiding, bekendmaking en vaststelling van de besluiten die nodig zijn voor de realisatie van dit project worden hiermee gebundeld. Dit betekent dat er één gecombineerde procedure wordt doorlopen in plaats van verschillende procedures naast elkaar. Voor de gehele woonwijk Nieuw Boekhorst, waarbinnen Boekenburglaan 61 gelegen is, wordt een aparte bestemmingsplanprocedure doorlopen en een aparte ontheffingaanvraag Wnb ingediend; onder de paraplu van de coördinatieregeling. Verlenging Met toepassing van artikel 5.1, tweede lid, van de Wnb hebben wij op 13 februari 2023 de termijn voor de afhandeling van de aanvraag met zeven weken verlengd. Bevoegd gezag De handeling wordt verricht binnen de provincie Zuid-Holland.
Gelet op de bepalingen in artikel 1.3 van de Wnb zijn wij bevoegd gezag voor de beoordeling van de aanvraag. Zienswijzen De ontwerpbeschikking heeft ter inzage gelegen van 22 juni 2023 tot en met 2 augustus 2023. Er zijn geen zienswijzen ingebracht. Wijziging ten opzichte van ontwerpbeschikking Ten opzichte van de ontwerpbeschikking is er één wijziging aangebracht, in verband met de parallel lopende ontheffing met zaaknummer 01047917. Dit hebben wij gedaan zodat deze beschikking goed aansluit op de parallelle ontheffing voor het omringende gebied Nieuw Boekhorst, waarvoor we een wijziging hebben opgenomen naar aanleiding van de opgenomen zienswijze: - Naar aanleiding van de zienswijze hebben wij voorschrift 13 met betrekking tot de monitoring verduidelijkt. - Er is een praktische vraag gesteld hoe het beheer uitgevoerd kan worden op de eilandjes met paddenpoelen. Dit komt voor het inzicht en de verantwoordelijkheid van de uitvoerder. In de voorschriften is geborgd dat een beheerplan ter goedkeuring wordt voorgelegd aan de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid. Hierin wordt beoordeeld of de beheermaatregelen voldoende zijn om het leefgebied van de rugstreeppad in stand te houden. - Er is een praktische vraag gesteld hoe het beheer ten aanzien van exoten (o.a. pampagras en grote waternavel) wordt uitgevoerd.
Dit komt tevens voor het inzicht en de verantwoordelijkheid van de uitvoerder, die te allen tijde zorg dient te dragen dat het leefgebied geschikt blijft voor de rugstreeppad. 5
Per brief met zaaknummer Z-22-284120 van 2 februari 2023, zie ook https://teylingen.bestuurlijkeinformatie.nl/Agenda/Document/fe0e97507b78-4e52-8607-f94686d01a62?documentId=23bcef02-1cea-4ad2-8d6c-015301228f51&agendaItemId=0b39222e-b926-4d9a-a962-a143f2cd98ef. ODH678015 9 / 20
-
-
Er wordt opgemerkt dat in de huidige situatie niet voldaan wordt aan de genoemde compensatiefactoren met betrekking tot de kwaliteit van de verschillende gebiedsdelen in het compensatiegebied. Ons inziens is hierbij geen rekening gehouden met dat deze delen nog ingericht en beheerd moeten gaan worden ten behoeve van de rugstreeppad, na ontheffingverlening. Bij de inrichting wordt het leefgebied geoptimaliseerd voor de rugstreeppad. Om deze reden zien wij geen aanleiding om andere compensatieeisen te stellen. Er wordt genoemd dat een juiste visie ontbreekt met betrekking tot het NNN-gebied (NNN: Natuurnetwerk Nederland) en de compensatie ten aanzien van de rugstreeppad. Onderhavige ontheffingaanvraag heeft enkel betrekking op de rugstreeppad en niet op de inrichting van het NNN-gebied en de desbetreffende soorten waarvoor het gebied wordt ingericht. In de beschikking is opgenomen dat bepaalde delen van het NNN-gebied ingericht en beheerd worden ten aanzien van de rugstreeppad. Hiermee blijft ruimte beschikbaar voor overige (doel)soorten (waaronder waterspitsmuis, dwergspitsmuis en hermelijn). Voor de verdere inrichting van het NNN-gebied verwijzen wij naar de Provincie Zuid-Holland.
Ten opzichte van de ontwerpbeschikking nemen wij ambtshalve een aanvulling op in onderhavige ontheffing. Deze heeft betrekking op het plaatsen van amfibieënschermen in het zuidelijk deel van het plangebied; fase 1 van de nieuwbouwwerkzaamheden. Vooruitlopend op verlening van onderhavige ontheffing, zijn, met goedkeuring van de Omgevingsdienst Haaglanden en de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid (hierna: OZHZ), in september 2023 amfibieënschermen geplaatst. Aan het plaatsen van de amfibieënschermen hebben wij, met de OZHZ, diverse voorwaarden opgelegd om het plangebied toegankelijk te houden gezien. De amfibieënschermen zijn, zowel aan de binnen- als buitenzijde van het scherm, voorzien van aardwallen zodat het gebied toegankelijk blijft voor de rugstreeppad (en overige soorten). Tevens is het plaatsen van de amfibieënschermen uitgevoerd onder begeleiding van de ecologisch deskundige en conform een ecologisch werkprotocol en de voorschriften in de ontheffing. Wanneer de schermen pas na het afgeven van de ontheffing, op zijn vroegst in april 2024 ingegraven kunnen worden, treedt een verhoogd risico op het gevaar dat ei-snoeren en juveniele padden verplaatst moeten worden. Hiermee is de kans op het verwonden en doden van de rugstreeppad aanzienlijk groter. Daarnaast is het mogelijk dat de start van het voortplantingsseizoen eerder optreedt door de klimatologisch omstandigheden.
Om die reden hebben wij in de voorschriften geborgd dat het afvangen van de rugstreeppad vanaf maart 2024 kan plaatsvinden mits de omstandigheden dit toelaten. Dit betekent dat het plaatsen van de amfibieënschermen in september 2023 gunstig is geweest omdat dit dan buiten de kwetsbare winterperiode van de rugstreeppad heeft plaatsgevonden. Daarnaast kan het plaatsen van amfibieënschermen in het voorjaar voor meer verstoring zorgen voor weidevogels, waarvan het broedseizoen start vanaf maart. Ambtshalve hebben wij de volgende relevante stukken toegevoegd aan het ontheffingdossier: - Brief Toezicht Wet natuurbescherming Ontwikkelproject Nieuw Boekhorst in Voorhout, Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid, kenmerk: D-23-2350818, 26 september 2023 (ODH897320); - Ecologisch werkprotocol Rugstreeppad en algemene soorten irt het plaatsen van paddenschermen Voorhout, VanderHelm Milieubeheer B.V., kenmerk: TONB20230559, 22 september 2023 (ODH897328); - Tekening schermen De Driehoek (ODH897322); - Tekening schermen De Vijver (ODH897325).
Toetsingskader en grondslag beschikking De aanvraag is getoetst aan de artikelen 3.5, 3.6, 3.8 en 3.25 van de Wnb en de Beleidsregel uitvoering Wet natuurbescherming Zuid-Holland. De rugstreeppad is een van nature in Nederland in het wild levend dier van een soort zoals opgenomen in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn. De rugstreeppad is tevens opgenomen in Bijlage II bij het Verdrag van Bern. ODH678015
10 / 20
Op grond van artikel 3.5, eerste, tweede, derde en vierde lid, van de Wnb is het verboden: - de rugstreeppad opzettelijk te vangen; - de rugstreeppad opzettelijk te verstoren; - eieren van de rugstreeppad opzettelijk te vernielen of rapen; - voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de rugstreeppad te beschadigen of te vernielen. Op grond van artikel 3.6, tweede lid, van de Wnb is het verboden anders dan voor verkoop, de rugstreeppad onder zicht te hebben of te vervoeren. Op grond van artikel 3.8, vijfde lid, van de Wnb wordt een ontheffing slechts verleend indien: - er geen andere bevredigende oplossing bestaat; - de ontheffing nodig is omdat één van de belangen genoemd in artikel 3.8, vijfde lid, aanhef en onder b, van de Wnb aan de orde is; en - er geen afbreuk wordt gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan. Op grond van artikel 3.25, eerste lid, van de Wnb dienen bij het verlenen van een ontheffing als bedoeld in artikel 3.8, eerste lid, van de Wnb de middelen te worden aangewezen die voor het vangen van de aldaar bedoelde dieren mogen worden gebruikt.
Beoordeling Aanvraag Onderliggende aanvraag heeft betrekking op de sloop van alle aanwezige bebouwing van het perceel Boekenburglaan 61, wat bestaat uit een woning, kas en schuren. Tevens wordt het erf en aanwezige beplanting verwijderd. Vervolgens kunnen op dit perceel drie woningen worden gebouwd. Op het moment van schrijven is de exacte uitvoeringsperiode niet bekend. Om die reden en vanwege de monitoringsverplichting ten aanzien van de rugstreeppad, hebben wij een langere ontheffingperiode aangehouden. Toelichting woonwijk Nieuw Boekhorst De woonwijk Nieuw Boekhorst wordt gerealiseerd tussen de N444, de Noordelijke Randweg, het treinspoor, de Meidoornrode en de Boekenburglaan. De werkzaamheden staan gepland te starten vanaf september 2023. De werkzaamheden worden hierbij verdeeld over meerdere jaren (mede afhankelijk van de vraag naar woningen). In het eerste jaar (jaar 0) wordt geschikt compensatiegebied voor de rugstreeppad gecreëerd door de ecologische verbindingszone Noordelijke Randweg te optimaliseren voor de rugstreeppad en de noordelijke driehoek in te richten ten behoeve van de rugstreeppad. Deze compensatiegebieden liggen aan de noordwestzijde van de Noordelijke Randweg en het treinspoor. Naar verwachting is dit in april 2024 afgerond.
Daarnaast wordt vanaf het voorjaar van 2024 gestart met het uitrasteren van het plangebied Nieuw Boekhorst met amfibieënschermen en het afvangen van rugstreeppadden. Zowel het afvangen van rugstreeppadden als het realiseren van de nieuwbouw vindt gefaseerd plaats. Naar verwachting duren de totale werkzaamheden acht jaar, waarbij de snelheid van de ontwikkeling afhankelijk is van de vraag naar woningen. Voor het project Nieuw Boekhorst wordt een aparte bestemmingsplanprocedure doorlopen en een aparte ontheffingaanvraag Wnb ingediend Overtreding verbodsbepaling(en) Om te bepalen of er sprake is van overtreding van de Wnb heeft in 2021 nader onderzoek plaatsgevonden naar de aanwezigheid van de rugstreeppad binnen het gehele plangebied Nieuw Boekhorst, waarbij het perceel Boekenburglaan 61 tevens is meegenomen. Bij het onderzoek is op punten afgeweken van het Kennisdocument Rugstreeppad (BIJ12, 2017). Er moet in de periode 15 april tot en met 31 mei minimaal twee avonden geluisterd worden naar kooractiviteit van de rugstreeppad, maar omdat april en mei in 2021 een bijzonder koude periode ODH678015
11 / 20
betrof, met een gemiddelde temperatuur van slechts 9 °C, is besloten de bezoeken aan het eind van deze periode en na deze periode uit te voeren.6 De twee veldbezoeken zijn uitgevoerd op 28 mei en 7 juni tijdens gunstige weersomstandigheden. Daarnaast dient in de maanden juni of juli een veldbezoek overdag uitgevoerd te worden om geschikte voortplantingswateren te onderzoeken op de aanwezigheid van ei-snoeren of larven. Echter omdat ei-snoeren en larven in poldersloten lastig te vinden zijn, heeft dit veldbezoek begin augustus plaatsgevonden. Juveniele rugstreeppadjes zijn de eerste maand na de metamorfose overdag actief en kunnen in de periode van juni tot en met half september gemakkelijk op de oevers van het voortplantingswater worden waargenomen. Omdat gedurende alle drie de veldbezoeken waarnemingen zijn gedaan van de rugstreeppad, is daarmee voldoende aannemelijk gemaakt dat de functies van het plangebied voor de rugstreeppad in kaart zijn gebracht. Hiermee zijn wij van mening dat de onderzoeksinspanning voldoende is geweest. Gedurende het eerste veldbezoek op 28 mei is koorzang van de rugstreeppad gehoord. In het centrale gedeelte van de polder (hierna: kerngebied), in een oppervlakte van circa negen hectare, zijn tientallen roepende rugstreeppadden gehoord. Geschat wordt dat hier minimaal 100 tot 150 roepende rugstreeppadden aanwezig waren.
Ten westen van het kerngebied zijn twee trekkende volwassen rugstreeppadden aangetroffen. Tijdens het tweede veldbezoek op 7 juni is eveneens koorzang van de rugstreeppad gehoord, echter was de intensiteit van de koorzang minder dan tijdens het eerste bezoek. In het kerngebied zijn in zes sloten gemiddeld tien tot twintig roepende rugstreeppadden per sloot waargenomen. Tijdens het derde veldbezoek op 4 augustus, welke overdag werd uitgevoerd, zijn verspreid over de polder juveniele rugstreeppadden aangetroffen. Buiten het plangebied Nieuw Boekhorst is op twee locaties koorzang gehoord gedurende de eerste twee veldbezoeken. Het betrof de poel, met een oppervlakte van circa 0,62 hectare, in de ecologische verbindingszone Noordelijke Randweg ten (zuid)westen van het plangebied en een watergang, met een oppervlakte van circa 0,25 hectare, nabij de spoorlijn in de noordelijke driehoek. Beide locaties die gedurende het soortgericht onderzoek zijn meegenomen, liggen buiten het plangebied en buiten de invloedssfeer van de nieuwbouwwerkzaamheden. In totaal wordt het aantal roepende mannelijke rugstreeppadden op circa 150 tot 200 exemplaren geschat. Aangezien enkel de geslachtsrijpe mannen aan koorzang doen, wordt de totale populatie rugstreeppadden geschat op circa 300 tot 400 exemplaren. In het plangebied is voornamelijk sprake van voortplantings- en zomerhabitat.
Overwinteringsmogelijkheden zijn aanwezig nabij tuinen, schuren en rommelhoekjes. Hoewel gedurende het onderzoek in het plangebied Boekenburglaan 61 geen individuen van de rugstreeppad zijn aangetroffen, kan niet uitgesloten worden dat de rugstreeppad zich hier bevindt en gebruik maakt van het plangebied als zomer- en winterhabitat. De rugstreeppad kan gebruik maken van rommelige hoekjes en beplanting of muizenholletjes om weg te kruipen. Met de geplande werkzaamheden gaat zomer- en winterhabitat van de rugstreeppad verloren en zullen individuen opzettelijk worden verstoord. Daarnaast dienen individuen en mogelijk ook ei-snoeren en larven te worden weggevangen om verwonden en doden te voorkomen. Ondanks het treffen van mitigerende maatregelen valt niet honderd procent uit te sluiten dat toch een enkel individu gewond zal raken of gedood zal worden. Met het uitvoeren van de werkzaamheden worden de verbodsbepalingen zoals bedoeld in artikel 3.5, eerste, tweede, derde en vierde lid, en artikel 3.6, tweede lid, van de Wnb overtreden. De daarvoor mitigerende en compenserende maatregelen zullen hieronder worden beschreven, onder staat van instandhouding.
Voorgestelde maatregelen Om negatieve effecten van de werkzaamheden op de rugstreeppad tot een minimum te beperken, worden maatregelen voorgesteld zoals beschreven in het rapport ‘Boekenburglaan 61 Activiteitenplan’ van 14 december 2022 en het document van 16 maart 2023. Deze maatregelen zien onder andere op het ontoegankelijk maken van 6
Zie ook https://www.knmi.nl/nederland-nu/klimatologie/maand-en-seizoensoverzichten/2021/lente. ODH678015 12 / 20
het plangebied voor en het afvangen van rugstreeppadden in de actieve periode van de rugstreeppad en het treffen van mitigerende en compenserende maatregelen. De werkzaamheden dienen te worden uitgevoerd onder begeleiding van een ecologische deskundige op het gebied van de rugstreeppad. Dit is opgenomen in voorschrift 4.
ODH678015
13 / 20
Staat van instandhouding Compensatiegebieden Als gevolg van de werkzaamheden in het huidige plangebied, maar ook in het plangebied van de gehele woonwijk Nieuw Boekhorst, gaat voortplantings-, zomer- en winterhabitat van de rugstreeppad verloren. Onderliggende aanvraag wordt meegenomen in de compensatieopgave van zowel het plangebied Boekenburglaan 61 als het overkoepelende plangebied Nieuw Boekhorst. In het plangebied Nieuw Boekhorst betreft dit circa negen hectare aan functioneel leefgebied. Ter compensatie hiervan wordt buiten de plangebieden nieuw leefgebied voor de rugstreeppad gerealiseerd in twee gebieden grenzend aan het plangebied. Dit betreffen de ecologische verbindingszone Noordelijke Randweg ten noordwesten van het plangebied en de noordelijke driehoek ten noorden van het plangebied. Hierbij wordt voor de berekening van de te compenseren oppervlakte gewerkt met factoren. Dit houdt in dat het compensatiegebied een factor 1 krijgt wanneer het van gelijkwaardige kwaliteit is als het huidige leefgebied. Wanneer delen van het compensatiegebied optimaal worden ingericht voor de rugstreeppad en van betere kwaliteit zijn dan het huidige leefgebied, krijgt dit een factor 2.
Hoewel niet meegenomen in de compensatieopgave, zal de toekomstige woonwijk Nieuw Boekhorst tevens gedeeltelijk geschikt zijn voor de rugstreeppad omdat de inrichting van het groen-blauw raamwerk afgestemd wordt op de rugstreeppad. Via eco-passages onder de Noordelijke Randweg kunnen rugstreeppadden zich vanuit het nieuwe leefgebied verplaatsen van en naar de nieuwe woonwijk na het afronden van alle werkzaamheden. De twee compensatiegebieden worden als volgt ingericht: Compensatiegebied ecologische verbindingszone Noordelijke Randweg Het gebied de ecologische verbindingszone Noordelijke Randweg is onderdeel van het NNN. Het ontwerp van deze zone is reeds vastgesteld en wordt, ter aanvulling op het oorspronkelijke ontwerp, geoptimaliseerd voor de rugstreeppad. Er zijn hierbij reeds vijf poelen opgenomen in het ontwerp, welke geschikt gemaakt en gehouden worden voor de rugstreeppad door hier een aangepast beheer toe te passen. De poelen zijn circa 30 cm diep en liggen onder het peil van de Haarlemmertrekvaart, waardoor hier vrijwel altijd water in aanwezig zal zijn. Voor dit leefgebied met een totale oppervlakte van 0,7 hectare, wordt gerekend met een compensatiefactor 2, omdat dit veel geschikter wordt geacht dan het leefgebied in het huidige plangebied. De hogere delen binnen de verbindingszone zijn reeds geschikt als landbiotoop voor de rugstreeppad.
Ter aanvulling is reeds de wegberm (het talud langs de Noordelijke Randweg) toegankelijk gemaakt voor de rugstreeppad, door het verplaatsen van het amfibieënscherm van de onderzijde van het talud naar de bovenzijde van het talud. Doordat het talud hoger gelegen is, is dit geschikt als overwinteringsplek voor de rugstreeppad. Voor de wegberm, met een totale oppervlakte van 0,9 hectare, wordt gerekend met een compensatiefactor 1, omdat dit voornamelijk geschikt is als overwinteringsgebied en daarmee vergelijkbaar is als het huidige leefgebied in het kerngebied van de polder. Om de ecologische verbindingszone zo optimaal geschikt te houden voor de r0ugstreeppad, wordt het volgende beheer toegepast, waarbij fasering van belang is: 1. de natuurlijke poelen worden geschoond en gebaggerd wanneer deze teveel vegetatie en/of slib bevatten. Er dient gemiddeld eens per drie jaar gefaseerd geschoond te worden. In combinatie met monitoring, kan indien nodig bijgestuurd worden; 2. graaf- en andere beheeractiviteiten ten behoeve van de poelen worden uitgevoerd tussen oktober tot en met maart, wanneer de rugstreeppadden zich op het land bevinden; 3. de landbiotoop wordt beheerd door het kaal houden van de bodem en zorg dragen voor voldoende vergraafbaar zand. De landbiotoop wordt eens in de drie jaar, in de zomerperiode, kaal gemaakt.
Dit wordt gefaseerd uitgevoerd waarbij elk jaar een derde deel kaal wordt gemaakt; 4. graaf- en andere beheeractiviteiten in de landbiotoop worden altijd gefaseerd uitgevoerd, omdat een deel van de rugstreeppaddenpopulatie zich (altijd) op het land bevindt. Dit betreft dieren die niet meedoen aan de voortplanting en een deel van de vrouwtjes, omdat deze zich snel na de ei-afzet ook weer op het land bevinden. ODH678015
14 / 20
Rekening houdend met de compensatiefactoren, wordt in de ecologische verbindingszone Noordelijke Randweg circa 2,3 hectare geschikt leefgebied gecompenseerd voor de rugstreeppad. Dit hebben wij opgenomen in voorschrift 9. Compensatiegebied noordelijke driehoek In de noordelijke driehoek wordt gecompenseerd door het deels vergelijkbaar te maken met het huidige kerngebied en deels te verbeteren ten opzichte van het kerngebied. In de delen die verbeterd worden, worden poelen gerealiseerd en wordt het landbiotoop geschikt gehouden door een pionierssysteem in stand te houden. Ook hier geldt dat de poelen circa 30 cm diep zijn en onder het peil liggen van de Haarlemmer Trekvaart, waardoor hier vrijwel altijd water in aanwezig zal zijn. De noordelijke driehoek zal uit verschillende onderdelen bestaan. De strook langs de oever van de Haarlemmer Trekvaart behoort tevens tot het NNN en sluit aan op de ecologische verbindingszone Noordelijke Randweg7. Een deel zal bestaan uit stadlandbouw, waar biologisch geteeld zal worden. Dit gebied zal vergelijkbaar zijn met het huidige kerngebied. Een ander deel zal bestaan uit volkstuinen, waarvan 70% wordt ingericht voor de rugstreeppad. Hier worden poelen aangelegd en wordt extensief beheer toegepast.
Een gedeelte zal in gebruik blijven als grasland voor extensief agrarisch gebied en tot slot wordt de meest noordelijke punt geheel geschikt gemaakt voor de rugstreeppad. Ook hier worden poelen aangebracht met daaromheen geschikt landbiotoop en makkelijk vergraafbaar zand. Tevens zal in dit gedeelte aangepast beheer plaatsvinden ten behoeve van de rugstreeppad. In de noordelijke driehoek kunnen alle tussengelegen sloten als voortplantingswater voor de rugstreeppad dienen. Om de noordelijke driehoek zo optimaal geschikt te maken en te houden voor de rugstreeppad, wordt het volgende beheer toegepast: 1. in het deel met stadlandbouw vindt geen aangepast beheer plaats. Dit gedeelte kan gebruikt worden als overwinteringsplaats voor de rugstreeppad, omdat er voldoende pallets, tegels, schuurtjes, kassen en rommelhoekjes aanwezig zullen zijn. Dit gedeelte met een oppervlakte van 1,5 hectare krijgt de compensatiefactor 1; 2. het deel van volkstuinen dat voor 70% wordt ingericht voor de rugstreeppad worden natuurlijke poelen en poelen met betonnen bodem aangebracht en wordt het landbiotoop geschikt gehouden voor de rugstreeppad. Hierbij krijgt 0,476 hectare compensatiefactor 2, en 0,952 hectare compensatiefactor 1; o de natuurlijke poelen worden geschoond en gebaggerd wanneer deze teveel vegetatie en/of slib bevatten. Er dient gemiddeld eens per drie jaar geschoond te worden.
o de landbiotoop wordt beheerd door het kaal houden van de bodem en zorg dragen voor voldoende vergraafbaar zand. De landbiotoop wordt eens in de drie jaar, in de zomerperiode, kaal gemaakt. Dit wordt gefaseerd uitgevoerd waarbij elk jaar een derde deel kaal wordt gemaakt; 3. het grasland met een oppervlakte van 1,6 hectare wordt extensief beheerd door de pachter van dit gebied. De percelen zullen begraasd worden door vee. De bemesting van het land wordt aangepast door in de eerste twee jaar nog éénmaal het land te bemesten met ruwe stalmest. Hierna zal dit niet meer plaatsvinden. Dit gedeelte krijgt een compensatiefactor van 1; 4. het gebied van 0,35 hectare dat geschikt maakt voor de rugstreeppad krijgt hetzelfde beheer als genoemd onder punt 2. Dit gedeelte krijgt een compensatiefactor van 2; 5. in de ecologische verbindingszone langs de Haarlemmer Trekvaart wordt een deel van circa 0,96 hectare zeer geschikt gemaakt voor de rugstreeppad, met poelen en landbiotoop. Hier geldt tevens hetzelfde beheer als benoemd onder punt 2 en dit krijgt de compensatiefactor 2. Het overige deel zal deels uit water en vergelijkbaar grasland als het huidige plangebied bestaan. Hiervan is krijgt circa 0,38 hectare een compensatiefactor van 1.
7
Zie ook de ambitiekaart van de Provincie Zuid-Holland: https://atlas.zuid-holland.nl/GeoWeb56/index.html?viewer=Natuurbeheerplan. ODH678015 15 / 20
Rekening houdend met de compensatiefactoren en het feit dat er reeds een habitat van circa 0,25 geschikt is, wordt in de noordelijke driehoek circa 6,75 hectare geschikt leefgebied gecompenseerd voor de rugstreeppad. Dit hebben wij opgenomen in voorschrift 9. Wegvangen van individuen uit de compensatiegebieden In beide compensatiegebieden is de aanwezigheid van de rugstreeppad reeds vastgesteld. De ecologisch deskundige dient te beoordelen of bij het inrichten en optimaliseren van de compensatiegebieden mogelijk sprake is van het verwonden en doden van rugstreeppadden. Deze beoordeling dient in het logboek te worden opgenomen. Wanneer niet uitgesloten kan worden dat hierbij rugstreeppadden worden verwond of gedood, dienen de rugstreeppadden weggevangen te worden alvorens de inrichtingswerkzaamheden starten. De dieren dienen in dat geval weggevangen te worden zoals beschreven onder het kopje ‘Wegvangen van individuen’ op pagina 14 van dit besluit. Weggevangen rugstreeppadden dienen verplaatst en uitgezet te worden in delen van de compensatiegebieden die reeds gereed en geschikt zijn voor de rugstreeppad of het kerngebied van het plangebied (fase 3 van de nieuwbouwwerkzaamheden, zoals weergegeven in afbeelding 1.3 van het rapport ‘Boekenburglaan 61 Activiteitenplan’ van 14 december 2022). Dit hebben wij opgenomen in voorschrift 10.
Ecologische verbindingen en inrichting woonwijk Nieuw Boekhorst Zoals reeds benoemd zal de nieuwe woonwijk Nieuw Boekhorst een groen-blauw raamwerk krijgen. Hoewel de woonwijk zelf niet wordt meegenomen in de totale compensatieopgave voor de rugstreeppad, brengt de toekomstige situatie mogelijkheden met zich mee voor de rugstreeppad. De woonwijk krijgt een ecologische structuur binnen de wijk, bestaande uit natte en droge structuren. Dit groen-blauwe netwerk zal tevens aansluiten op andere groene structuren in de omgeving, zoals richting het bebouwd gebied in Voorhout en het omringende landschap. De woonwijk wordt niet specifiek ingericht ten aanzien van de rugstreeppad, omdat ook andere soorten gebruik kunnen maken van de verbindingen van de ecologische structuur. In de woonwijk zal voornamelijk ruimte zijn voor geschikt overwinteringshabitat, wat grotendeels vorstvrij zal zijn. Dit zal bestaan uit rommelige hoekjes in tuinen en parken en bijvoorbeeld muizenholletjes die in het gebied aanwezig zullen zijn. In de woonwijk zal een verscheidenheid bestaan uit geschikt vorstvrije overwinteringslocaties. Het oppervlaktewater in de woonwijk is in mindere mate geschikt voor voortplantingswater voor de rugstreeppad, omdat dit water diep is en er sprake zal zijn van concurrentie door andere amfibieën en predatie door vissen. Een uitzondering hierop is het toekomstige ‘Oeverpark’.
Dit betreft een natte en moerassige strook van noordwest naar zuidoost aan de noordzijde van het plangebied. Deze strook sluit aan op de bestaande duiker onder de Noordelijke Randweg en loopt tot aan de Spoorlaan ter hoogte van de watergang de Molentocht. Het Oeverpark behoudt een open karakter met enkele clusters van bomen, wadi’s, kleine poelen en flauwe oevers. Daarnaast bestaat de mogelijkheid dat particulieren geschikte tuinvijvers aanleggen. Om die reden bestaat de mogelijkheid dat ook in de woonwijk Nieuw Boekhorst op kleine schaal voortplanting plaats kan vinden. Door middel van ecologische verbindingen, bestaande uit amfibieëntunnels en duikers met looprichels (hierna: ecoduikers) kunnen rugstreeppadden zich vanuit de compensatiegebieden naar de woonwijk begeven. Er zijn twee amfibieëntunnels onder de Noordelijke Randweg aangelegd. Deze bevinden zich ter hoogte van de zuidzijde en het midden van het huidige plangebied. Tevens zijn er twee ecoduikers aanwezig, welke zich bevinden ter hoogte van het midden en de noordzijde van het plangebied. Door middel van amfibieënschermen langs de Noordelijke Randweg wordt voorkomen dat individuen slachtoffer worden van het verkeer. De schermen hebben een geleidende functie omdat rugstreeppadden die tegen de schermen aanlopen, langs de schermen lopen en zo de amfibieëntunnels zullen tegenkomen.
Tot slot wordt er gekeken naar de mogelijkheid om een bestaande duiker onder het spoor tevens te voorzien van een looprichel, welke de woonwijk Nieuw Boekhorst en met name het Oeverpark, laat aansluiten op de watergang de Molentocht in de nieuwe woonwijk Hooghkamer ten noordoosten van het plangebied. ODH678015
16 / 20
Totale oppervlakte compensatiegebieden In de ecologische verbindingszone Noordelijke Randweg en de noordelijke driehoek wordt gezamenlijk 2,3 + 6,7 ha = 9,05 ha leefgebied gecompenseerd voor de rugstreeppad. Binnen deze compensatie is in de vorm van poelen en geschikt landhabitat voldoende voortplantingswater en leefgebied aanwezig voor een populatie van circa 400 rugstreeppadden. Hiermee en mede gelet op het feit dat in de toekomstige situatie tevens gebruikt gemaakt kan worden van de woonwijk Nieuw Boekhorst, zijn wij van mening dat er gedurende en na werkzaamheden voldoende uitwijkmogelijkheden aangeboden worden ter compensatie voor hetgeen dat verloren gaat. Beheerplan compensatiegebieden Bij het uitvoeren van het beheer in de ecologische verbindingszone dient rekening te worden gehouden met de rugstreeppad en andere soorten die gebruik maken van deze zone. De gemeente Teylingen is verantwoordelijk voor het beheer en het inschakelen van een aannemer. Het beheer dient vastgelegd te worden in een beheerplan, waarin de maatregelen ten aanzien van de rugstreeppad duidelijk uiteengezet en geborgd dienen te worden. Omdat er op het moment van schrijven nog geen beheerplan bestaat, dient uiterlijk zes maanden na verzending van deze ontheffing een beheerplan ter goedkeuring te worden voorgelegd aan de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid.
In dit beheerplan dient rekening gehouden te worden met de wijze waarop het beheer ten aanzien van de rugstreeppad wordt uitgevoerd met betrekking tot onder andere de voortplantingspoelen en maaiwerkzaamheden. Dit en overige voorwaarden hebben wij opgenomen in voorschrift 14. De aanvrager heeft aangegeven dat de uitvoering van en verantwoordelijkheid voor het beheer van de compensatiegebieden wordt uitbesteedt, dat dient te worden vastgelegd in een uitvoeringsovereenkomst. Het beheer van het gebied zoals aangegeven in het oranje in afbeelding 3.3 van het rapport ‘Boekenburglaan 61 Activiteitenplan’ van 14 december 2022, wordt onderdeel van een pachtovereenkomst met de grondeigenaar. Deze dient eveneens opgenomen te worden in de uitvoeringsovereenkomst. Voorgaande hebben wij opgenomen in voorschrift 15. Wegvangen van individuen uit het plangebied Voorafgaand aan de sloop- en nieuwbouwwerkzaamheden, dient het plangebied vrijgemaakt te worden van rugstreeppadden middels het afvangen van individuen. Gevangen individuen worden verplaatst naar de compensatiegebieden, welke volledig ingericht zullen zijn, o.a. ten behoeve van de rugstreeppad, voordat de werkzaamheden en het afvangen zal plaatsvinden. Het afvangen dient plaats te vinden door het plangebied uit te rasteren met amfibieënschermen.
Dit scherm dient te bestaan uit stevig plastic wat minimaal 10 centimeter wordt ingegraven en tenminste 50 cm hoog wordt. Aan de binnenzijde van het scherm worden om de 25 meter emmers ingegraven om de rugstreeppadden te vangen. In deze emmers dient schuilmateriaal (bijvoorbeeld een kluit aarde, gras en/of schors) te worden aangebracht voor rugstreeppadden. De schuilmaterialen mogen er logischerwijs niet toe leiden dat de rugstreeppadden uit de emmers kunnen klimmen. Daarnaast dient in de emmers een schuingeplaatste grillige stok te worden geplaatst zodat kleine zoogdieren (muizen) uit zichzelf de emmer kunnen verlaten. De onderzijde van de emmer dient geperforeerd te worden zodat water weg kan lopen. Tot slot dient tevens een gaas 10 centimeter boven de emmers geplaatst te worden om bescherming te bieden tegen roofvogels en andere dieren. Hierbij dient erop gelet te worden dat het gaas niet gebruikt kan worden als loopplank. De emmers dienen in de actieve periode, die loopt van 1 april tot en met 1 november, te worden ingezet om individuen weg te vangen. Indien de klimatologische omstandigheden het toelaten, kan eventueel ook in de periode van 1 maart tot en met 1 april worden afgevangen. Dit is ter beoordeling aan de ecologisch deskundige. Bij het afvangen dienen de emmers dagelijks in de ochtend gecontroleerd te worden.
Wanneer emmers langer dan 24 uur niet gecontroleerd kunnen worden, dienen deze middels een deksel te worden afgesloten. Gevangen individuen dienen zo snel als mogelijk te worden uitgezet in geschikt leefgebied voor de rugstreeppad in de compensatiegebieden. Wanneer na minimaal vijf aaneengesloten dagen met gunstige weersomstandigheden (temperatuur boven het vriespunt) geen individuen meer worden gevangen, mag het plangebied worden ODH678015
17 / 20
vrijgegeven. Indien het niet mogelijk is om volledig buiten het voortplantingsseizoen, die loopt van 15 april tot en met 31 augustus, rugstreeppadden weg te vangen, dient tevens (tijdelijk) voortplantingswater in het plangebied gecontroleerd te worden op de aanwezigheid van ei-snoeren of larven. Indien deze worden aangetroffen, dienen zij te worden weggevangen en direct verplaatst te worden naar geschikt voortplantingswater in de compensatiegebieden, waar verdere opgroei gegarandeerd kan worden. Tot slot dienen de gebruikte afvangmaterialen, zoals emmers, handschoenen, laarzen e.d. voor- en achteraf ontsmet te worden conform het “Desinfectie protocol veldwerk” van RAVON. Van het wegvangen dient verslag te worden gedaan in het ecologisch logboek. Bovenstaande hebben wij opgenomen in voorschrift 8. Als extra voorwaarde voor het wegvangen en uitzetten van individuen, ei-snoeren en/of larven, achten wij het redelijk om op te leggen dat de volledige inrichting van de compensatiegebieden gereed dient te zijn en reeds tot voldoende ontwikkeling zijn gekomen om geschikt te zijn als leefgebied voor de rugstreeppad. De ecologisch deskundige dient te bepalen wanneer het compensatiegebied voldoende geschikt is om hier dieren te kunnen uitzetten na wegvangen. Hiervan dient tevens verslag te worden gedaan in het ecologisch logboek.
Wanneer de ecologisch deskundige constateert dat de compensatiegebieden nog niet voldoende tot ontwikkeling zijn gekomen, dienen gevangen individuen, ei-snoeren en/of larven eerst uitgezet te worden in het kerngebied van het plangebied (fase 3 van de nieuwbouwwerkzaamheden) waar op dat moment nog geen werkzaamheden plaatsvinden. Dit hebben wij opgenomen in voorschrift 8. Toegangswegen ten behoeve van de werkzaamheden, die naar het plangebied worden gerealiseerd, dienen indien nodig voorzien te worden van een amfibieëngoot. Deze dienen aangesloten te worden op de amfibieënschermen, zodat dieren die in de goot vallen aan de buitenzijde van het scherm blijven en het plangebied daarmee niet kunnen betreden. Dit hebben wij opgenomen in voorschrift 11. De amfibieënschermen en -goten dienen functioneel te zijn voor de periode dat deze worden ingezet. De functionaliteit dient in de actieve periode van de rugstreeppad, die loopt van 1 april tot en met 1 november, minimaal éénmaal per week gecontroleerd te worden. Deze controles dienen te worden opgenomen in het ecologisch logboek. Dit hebben wij opgenomen in voorschrift 12. Bovenstaande voorgestelde maatregelen worden getroffen conform de richtlijnen uit het Kennisdocument Rugstreeppad (BIJ12, 2017). Hiermee wordt zoveel als mogelijk voorkomen dat rugstreeppadden worden verwond of gedood.
Monitoring De rugstreeppad komt in Nederland plaatselijk zeer algemeen voor. De aangetroffen rugstreeppadden betreffen het grootste deel van de populatie die hier plaatselijk in het poldergebied en in de directe omgeving van het poldergebied voorkomt. Omdat een groot deel van de populatie rugstreeppadden een negatief effect ondervindt en er nieuw leefgebied gerealiseerd wordt voor de rugstreeppad, achten wij het niet onredelijk om een monitoringsverplichting op te leggen. Hierbij volgen wij het voorstel zoals genoemd in hoofdstuk 4 van het rapport ‘Boekenburglaan 61 Activiteitenplan’ van 14 december 2022. De eerste drie jaar na inrichting van de compensatiegebieden vindt monitoring plaats middels het uitrasteren en wegvangen van individuen uit het plangebied. Er wordt tevens onderzoek uitgevoerd gericht op koorzang van de rugstreeppad om te bepalen of er nog rugstreeppadden in het plangebied aanwezig zijn. Dit dient uitgevoerd te worden conform de eisen van het meest recent geldende Kennisdocument Rugstreeppad (BIJ12). Vervolgens vindt er na één, twee, drie, vijf en zeven jaar ná inrichting van het compensatiegebied monitoring plaats in het compensatiegebied. Ook hierbij wordt geluisterd naar koorzang om de grootte van de populatie rugstreeppadden in het compensatiegebied vast te stellen.
Door de eerste drie jaar aansluitend te monitoren, kan een goed beeld gevormd worden van de populatieomvang en wordt zoveel mogelijk ondervangen dat bij verschillende omstandigheden wordt gemonitord en bijvoorbeeld niet toevallig alleen tijdens droge jaren. Indien nodig kan in een vroeg stadium worden bijgestuurd in het beheer van het compensatiegebied, wanneer blijkt dat ODH678015
18 / 20
onderdelen van het gebied nog niet optimaal functioneren ten behoeve van de rugstreeppad. Vervolgens wordt in jaar vijf en zeven nogmaals gemonitord of het beheer nog steeds effectief is en zorgt voor geschikt functioneel leefgebied voor de rugstreeppad op de langere termijn, of dat bijsturing in het beheer nodig is. De monitoring zal per monitoringsjaar resulteren in een monitoringsrapport. In het rapport wordt tevens advies gegeven over het beheer. Indien uit het rapport en de monitoringsresultaten blijkt dat aanvullende maatregelen opgelegd dienen te worden, dient dit tevens opgenomen te worden in de uitvoeringsovereenkomst. Dit hebben wij opgenomen in voorschrift 13. Conclusie staat van instandhouding De rugstreeppad is reeds aangetroffen in de verder te ontwikkelen compensatiegebieden. Gezien dit feit en op grond van het vorenstaande zijn wij van mening dat de maatregelen, met inachtneming van de voorschriften en de monitoringsplicht, voldoende zijn om negatieve effecten te voorkomen dan wel tot een minimum te beperken en dat de werkzaamheden niet leiden tot verslechtering van de staat van instandhouding van de rugstreeppad.