CConstaterende datTeylingen
Koppel je AI →
Document · PDF

5. Bijlage bij toelichting 9 - archeologisch bureauonderzoek_1.pdf - Bijlage bij toelichting 9 - ar

Commissie Ruimte 12 januari 2021, gemeente TeylingenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Rijksstraatweg 63 Sassenheim5.828 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Transect-rapport 1873 Sassenheim Rijksstraatweg 63 Gemeente Teylingen (ZH) Een Archeologisch Bureauonderzoek

Auteur

J.Melman MSc

Versie

Definitieve versie

Projectcode

18080046

Datum

30-08-2019

Opdrachtgever

Buro SRO ’t Goylaan 11 3525 AA Utrecht

Uitvoerder

Transect Overijsselhaven 127 3433 PH Nieuwegein

Onderzoeksmelding

4638639100

Bevoegde overheid

Gemeente Teylingen

Adviseur namens gemeente

Erfgoed Leiden

Beheer documentatie

Transect, Nieuwegein

Naam Drs. T. Nales Senior KNA Prospector

Datum 04-10-2018

Paraaf

ISSN: 2211-7067

© Transect, Nieuwegein Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Transect aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.

Overijsselhaven 127 3433 PH Nieuwegein

T: 030-7620705 F: 030-7620706 E: informatie@transect.nl

Samenvatting In opdracht van Buro SRO heeft Transect in september 2018 een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in een plangebied aan de Rijksstraatweg 63 te Sassenheim (gemeente Teylingen). De aanleiding voor het onderzoek is een bestemmingsplanwijziging en de aanvraag van een omgevingsvergunning ten behoeve van de realisatie van twee nieuwe vrijstaande woningen en nieuwe bedrijfsbebouwing. Bij de voorgenomen werkzaamheden zal grondverzet plaatsvinden, waardoor de oorspronkelijke bodem en daarmee eventueel aanwezige archeologische resten in het gebied kunnen worden verstoord. In het plangebied geldt in het vigerende bestemmingsplan een dubbelbestemming Waarde Archeologie 1. Een archeologisch onderzoek is verplicht bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 100 m2 en dieper dan 30 cm -Mv. Dit betekent dat gezien de omvang van de voorgenomen bodemingrepen archeologisch vooronderzoek nodig is. Op basis van het archeologisch bureauonderzoek is er een lage verwachting op de aanwezigheid van (intacte) archeologische resten binnen het plangebied. Slechts een klein deel van het plangebied heeft een hoge archeologische verwachting, de rest van het gebied heeft geen archeologische verwachting. Er zijn overtuigende aanwijzingen voor de aanwezigheid van verregaande grondverstoringen. Hiermee zijn hoogstwaarschijnlijk alle archeologische resten vergraven geraakt.

Het plangebied is namelijk geregistreerd als een uitgeveend en ingegraven grond, zoals uit de gemeentelijke verwachtingskaart en bronmateriaal valt af te leiden. Tevens heeft zich in het plangebied een bloembollenkwekerij gevestigd, waarmee latere bodemverstoringen in het gebied ook niet uit te sluiten zijn. Advies Er zijn op basis van het bureauonderzoek geen bezwaren tegen de beoogde ontwikkelingen binnen het plangebied. Derhalve wordt geadviseerd het plangebied geheel vrij te geven en de archeologische dubbelbestemming op te heffen op het gehele plangebied. Wel dient het de aanbeveling om de initiatiefnemer erop te wijzen dat op het moment dat tijdens graafwerkzaamheden onverhoopt toch archeologische zaken worden aangetroffen, er een wettelijke plicht geldt deze vondsten te melden bij de bevoegde overheid (gemeente Teylingen, Erfgoedwet 2016, artikel 5.10). Bovenstaande vormt een advies. Op grond van de resultaten van het rapport en het advies zal het bevoegd gezag (de gemeente Teylingen) een besluit nemen over de daadwerkelijke omgang met eventueel aanwezige archeologische waarden binnen het plangebied.

Inhoudsopgave 1.

Aanleiding

1

2.

Aard en doel van het archeologisch vooronderzoek

2

3.

Afbakening plan- en onderzoeksgebied, huidig gebruik

3

4.

Planvorming en consequenties toekomstig gebruik

5

5.

Beleidskader

6

6.

Landschappelijke achtergronden

7

7.

Archeologische verwachtingen en bekende waarden

10

8.

Historische situatie en bodemverstoringen

13

9.

Gespecificeerde archeologische verwachting

18

10.

Conclusie en advies

19

11.

Geraadpleegde bronnen

20

Bijlage 1: Archeologische beleidskaart van de gemeente Teylingen

22

Bijlage 2: Archeologische verwachtingskaart van de gemeente Teylingen

23

Bijlage 3: Geomorfologie

24

Bijlage 4: Hoogtekaart

25

Bijlage 5: Bodemkaart

26

Bijlage 5: Archeologische informatie

27

1.

Aanleiding

In opdracht van Buro SRO heeft Transect1 in september 2018 een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in een plangebied aan de Rijksstraatweg 63 te Sassenheim (gemeente Teylingen). De aanleiding voor het onderzoek is een bestemmingsplanwijziging en de aanvraag van een omgevingsvergunning ten behoeve van de realisatie van twee nieuwe vrijstaande woningen en nieuwe bedrijfsbebouwing. Bij de voorgenomen werkzaamheden zal grondverzet plaatsvinden, waardoor de oorspronkelijke bodem en daarmee eventueel aanwezige archeologische resten in het gebied kunnen worden verstoord. In het plangebied geldt in het vigerende bestemmingsplan een dubbelbestemming Waarde Archeologie 1. Een archeologisch onderzoek is verplicht bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 100 m2 en dieper dan 30 cm -Mv. Dit betekent dat gezien de omvang van de voorgenomen bodemingrepen archeologisch vooronderzoek nodig is. Het onderzoek is uitgevoerd in overeenstemming met de eisen van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), versie 4.1.

1 Transect b.v. voldoet aan de eisen zoals gesteld in de kwaliteitsnorm ‘BRL SIKB 4000’, versie 4.1, en is gecertificeerd door

middel van een procescertificaat. Transect b.v. is certificaathouder van de volgende protocollen: ‘KNA Protocol 4001 Programma van Eisen’, ‘KNA Protocol 4002 Bureauonderzoek’, ‘Protocol 4003 Inventariserend Veldonderzoek, variant Overig’, ‘Protocol 4003 Inventariserend Veldonderzoek, variant Proefsleuven’ en ‘Protocol 4004 Opgraven’, en staat geregistreerd bij het RCE en de SIKB.

1

2. Aard en doel van het archeologisch vooronderzoek Om de archeologische waarde van het plangebied te kunnen bepalen is gekozen voor een bureauonderzoek (BO). Het doel van het archeologisch bureauonderzoek is het specificeren van de archeologische verwachting. Dat wil zeggen het aan de hand van beschikbare en nieuwe informatie over de archeologie, cultuurhistorie, geomorfologie, bodemkunde en het grondgebruik definiëren van de kans dat binnen het plangebied sprake is van archeologische resten. Het resultaat van het archeologisch bureauonderzoek is een rapport met een conclusie voor wat betreft het risico dat eventueel aanwezige archeologische waarden in het plangebied worden verstoord als gevolg van de voorgenomen bodemingrepen. Aan de hand hiervan wordt een advies met eventuele vervolgstappen geformuleerd. Met het rapport kan de bevoegde overheid een beslissing nemen in het kader van de vergunningverlening. Het rapport bevat, waar mogelijk, gegevens over de aan- of afwezigheid, diepteligging, aard, omvang, ouderdom, gaafheid, conservering en (relatieve) kwaliteit van archeologische waarden. Het bureauonderzoek is uitgevoerd conform protocol 4002 van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, versie 4.1 (KNA 4.1).

In dit kader is onder andere het centraal Archeologisch Informatiesysteem (Archis) van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) geraadpleegd, waarin Archeologische MonumentenKaart (AMK) is opgenomen. Aanvullende (cultuur)historische informatie is verkregen uit divers voorhanden historisch kaartmateriaal. Om inzicht te krijgen in de opbouw en ontwikkeling van het landschap zijn onder andere de bodemkaart en beschikbaar geomorfologisch kaartmateriaal geraadpleegd. Deze informatie is aangevuld met relevante informatie uit achtergrondliteratuur.

2

3. Afbakening plan- en onderzoeksgebied, huidig gebruik Gemeente

Teylingen

Plaats

Sassenheim

Toponiem

Rijksstraatweg 63

Kaartblad

30F

Centrumcoördinaat

94.332 / 469.875

Binnen het archeologisch bureauonderzoek is onderscheid gemaakt in het plangebied en het onderzoeksgebied. Het plangebied is het gebied waarin de geplande bodemingrepen zullen plaatsvinden. Het onderzoeksgebied omvat het plangebied en een deel van het direct omringende gebied en wordt bij het onderzoek betrokken om tot een beter inzicht te komen in de archeologische, (cultuur)historische en bodemkundige situatie in het plangebied. Het onderzoeksgebied beslaat in dit geval een straal van circa 500 meter rond het plangebied. Het plangebied omvat een bedrijfsterrein met een woning en een braakliggend terrein aan de Rijksstraatweg 63 in Sassenheim (gemeente Teylingen). De ligging van het plangebied is weergegeven in figuur 1. Kadastraal omvat het plangebied de gehele percelen SSH00 Sectie B, nummers 1830, 3930 en 3932. In het zuidoosten grenst het plangebied aan de Rijksstraatweg. In het noordwesten grenst het plangebied aan een sloot en de overige grenzen worden gevormd door de perceelgrenzen van de aanliggende kavels. De bebouwing zal in de toekomstige planvorming behouden blijven en er zal nieuwe bebouwing gerealiseerd worden op de braakliggende delen van het plangebied. Rondom de gebouwen in het plangebied is verder sprake van grasland en erfverharding. In totaal beslaat het plangebied een oppervlakte van circa 2,0 ha. .

3

Figuur 1: Ligging van het plangebied op een topografische kaart bron topografische kaart: PDOK.

4

4. Planvorming en consequenties toekomstig gebruik Kader

Bestemmingsplan en omgevingsvergunning

Planvorming

Nieuwbouw bedrijfshallen en twee woningen

Bodemverstorende werkzaamheden

Graaf- en heiwerkzaamheden

In het plangebied bestaat het voornemen om de huidige bedrijfsbebouwing uit te breiden met nieuwbouw en twee nieuwe vrijstaande woningen te realiseren. De bestaande bebouwing in het terrein zal binnen het nieuwe plan behouden blijven. Voor deze ontwikkelingen zijn een bestemmingsplanwijziging en een omgevingsvergunning nodig, omdat er bodemingrepen gepland zijn. Deze bodemingrepen kunnen leiden mogelijk tot een onevenredige verstoring van het archeologisch bodemarchief in het plangebied. Hierom is onderhavig archeologisch onderzoek uitgevoerd om een uitspraak te kunnen doen over de aanwezigheid en zo mogelijk de aard en omvang van eventueel aanwezige waardevolle archeologische resten in het plangebied en het effect van de herontwikkeling hierop.

Figuur 2: Overzicht van de ontwikkelingsplannen van het plangebied.

5

5. Beleidskader Onderzoekskader

Aanvraag bestemmingsplanwijziging en omgevingsvergunning

Beleidskader

Bestemmingsplan

Onderzoeksgrens

150 m2 en dieper dan 30 cm –Mv

In 1992 heeft Nederland het Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed ondertekend; ook wel het Verdrag van Malta of Valletta genoemd, naar het eiland en de plaats waar het is ondertekend. Het Verdrag is in 1998 geratificeerd en op 1 september 2007 via de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz) geïmplementeerd. De Wamz is een wijzigingswet en omvat een wijziging van de Monumentenwet 1988, de Wet Milieubeheer, de Ontgrondingenwet en de Woningwet, op grond waarvan overheden onder andere bij bodemingrepen verplicht rekening moeten houden met het behoud van archeologische waarden. Sinds juli 2016 is het behoud en beheer van het Nederlandse erfgoed geregeld door één integrale Erfgoedwet. De omgang met archeologie in de fysieke leefomgeving zal in de nieuwe Omgevingswet worden geregeld, die (naar verwachting) in 2021 in werking zal treden. Het archeologiebeleid van de gemeente Teylingen inzake het plangebied staat verwoord in het bestemmingsplan “Sassenheim West” uit 2012 en is gebaseerd op de archeologische beleidskaart van de gemeente (bijlage 1). Op deze kaart is per zone vastgelegd welke archeologische verwachting een gebied heeft. Het overgrote deel van het plangebied heeft volgens de beleidsadvies kaart geen archeologische verwachting en een strook in het westen van het plangebied heeft een hoge archeologische verwachting.

Op de gemeentelijke verwachtingskaart (bijlage 2) is een verduidelijking van het beleid aangegeven. Het gebied met een hoge archeologische verwachting is onderdeel van een gebied met duinen en strandwallen en heeft daarmee een hoge verwachting op archeologische resten vanaf het Neolithicum. Het gebied zonder archeologische verwachting is op deze kaart aangeduid als uitgeveende en ingevaren grond. In het bestemmingsplan is het gebied met een hoge archeologische verwachting aangeduid als een zone Waarde – Archeologie 1. Aan dit gebied zijn in het bestemmingsplan aanvullend vrijstellingsgrenzen geformuleerd. Initiatieven die kleiner zijn dan 100 m 2 en niet dieper reiken dan 30 cm -Mv worden vrijgesteld van archeologisch onderzoek. Aangezien er voor het plangebied meerdere verwachtingen gelden, gelden voor het gehele gebied de regels met betrekking tot de hoogste verwachting. Omdat de voorgenomen ingreep de vrijstellingsgrenzen voor dit gebied overschrijdt, geldt op basis van het bestemmingsplan een archeologische onderzoeksplicht.

6

6. Landschappelijke achtergronden Archeoregio

Hollands kustgebied

Geomorfologie

Strandwal

Maaiveld

0 m NAP

Bodem

Lage enkeerdgrond

Grondwater

II*

Landschap Sassenheim maakt deel uit van het Zuid-Hollandse kustgebied (Berendsen, 2005). Dit gebied omvat het huidige strand, alle strandwallen, -vlakten en de duinen die aan de oostzijde van het strand voorkomen. Het ontstaan van dit gebied hangt samen met de zeespiegelstijgingen, die reeds vanaf het begin van het Holoceen (circa 10000 jaar geleden) het gebied sterk hebben beïnvloed. Vanaf toen stond het kustgebied onder invloed van een sterke zeespiegelstijging. De kust bestond uit een lagune die werd afgeschermd van de zee door een serie zandbanken en -platen. Tussen deze banken en platen lagen een aantal zeegaten: getijdegeulen waardoor zeewater de lagune in kon stromen. Door de alsmaar stijgende zeespiegel werd de lagune met bijbehorende wadden, geulen en banken geleidelijk landinwaarts verplaatst. Dit stopte toen vanaf circa 5000 jaar gelegen de stijging van de zeespiegel in snelheid afnam. Hierdoor kon de kust zich in combinatie met een toegenomen sedimentaanvoer vanuit de zee en de rivieren uitbouwen. De zandbanken groeiden zodoende aaneen en vormden een strandwal met aan de zeezijde een strand. De meeste zeegaten raakten daarbij verzand (Hijma, 2010). Dit aanhoudende proces leidde tot een uitbouw van de kust, waardoor een afwisseling van strandvlaktes en -wallen elkaar opvolgden en een gesloten kust ontstond.

De strandvlaktes werden gevormd tijdens rustige perioden door een geleidelijke aanwas van zand. De hoger gelegen delen op het strand raakten daarbij geleidelijk begroeid en lokaal ontstonden enkele duinen. Het strand liep daarbij alleen bij springtij onder water. In perioden met toegenomen stormen werd zand vanuit zee op de strandvlakte geworpen, waardoor langs de kustlijn een strandwal ontstond. Het strand, dat achter de strandwal kwam te liggen, werd afgesloten van de zee. Door het ontbreken van begroeiing op de strandwallen ontwikkelden zich door verstuiving één tot twee meter hoge duinen, die geologisch gezien tot de Oude Duinen wordt gerekend (Zagwijn en Van Staalduinen, 1975; Van der Valk, 1992). Doordat het grondwater landinwaarts met de zeespiegel steeg trad in de strandvlaktes (tussen de strandwallen) veenvorming op, evenals in het gebied achter de strandwallen. De uitbreiding van de kust vond op deze manier plaats tot ongeveer 2500 jaar geleden. Vanaf toen nam de snelheid van de zeespiegelstijging nog verder af, maar werd er zowel vanuit zee als vanuit de riviermondingen minder zand aangevoerd naar het kustgebied. De afgenomen aanvoer leidde in combinatie met golfwerking en getijdewerking ertoe dat delen van de kust en de rivierdelta’s die voor de kust in zee uitstaken (zoals die van de Rijn) werden geërodeerd.

Het zand, dat bij deze erosie vrijkwam, kwam op het strand terecht, verstoof en leidde tot de vorming van de zogenaamde Jonge Duinen (Zagwijn en Van Staalduinen, 1975). De eerste aanzet vond reeds plaats in de Vroege Middeleeuwen, maar de duinvorming was het sterkst in de loop van de Middeleeuwen. Het oude kustlandschap van strandwallen en oude duinen raakte daarbij begraven onder een dik pakket duinzand Geomorfologie Op de geomorfologische kaart is het plangebied gekarteerd als strandwal (kaartcode 3K28; bijlage 3). In de omgeving van het plangebied zijn meerdere strandwallen gekarteerd die in lange stroken parallel

7

aan de kust lopen. Tussen de strandwallen zijn vlakte van getij-riviermondafzettingen aangetroffen. Dit zijn relatief natte gebieden, waarbij de strandwallen relatief hoog en drooggelegen waren. Op het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN; bijlage 4) is te zien dat het plangebied zich op een hoogte van circa 0 m NAP bevindt. Waar de strandwal is gekarteerd ligt relatief hoger ten opzichte van de rest van het landschap ten noordwesten van het plangebied, dat op circa -0.7 m NAP ligt. Het is onduidelijk in hoeverre het natuurlijke landschap dit hoogteverschil heeft veroorzaakt of dat er sprake is geweest van afgravingen. Bodem Op de bodemkaart staat het plangebied aangegeven als een lage enkeerdgrond (kaartcode EZg21; bijlage 5). Lage enkeerdgronden zijn gronden die zich kenmerken door het voorkomen van een antropogene humeuze bovengrond met een dikte van minimaal 50 cm. Ze liggen over het algemeen laag in het landschap en de humeuze grond is opgebracht ten behoeve van de bemesting voor de bollenteelt. Onder het humeuze dek ligt onveranderd strand- of duinzand dat geelgrijs tot grijs van kleur zal zijn. Meer detailinformatie omtrent de bodemopbouw in het plangebied is verkregen aan de hand van een oude bodemkaart uit de jaren ’50 uit de vorige eeuw, toen het plangebied nog niet bebouwd was (Van de Meer, 1951).

De ligging van het plangebied op deze kaart is weergegeven in figuur 3. Hierop is te zien dat het plangebied grotendeels in een zone met uitgeveende en ingevaren grond ligt (code B8). Dit zijn over het algemeen zones in strandvlaktes waar veen is ontgonnen en bovenliggende kleiafzettingen zijn vergraven. Een kleine strook in het zuidwesten ligt in een zone met kalkhoudende zanderijgrond (kaartcode Wz2). Op grond hiervan kan de verwachting uitgesproken worden dat in het plangebied vermoedelijk delen van de oorspronkelijke strandwal afgegraven zijn. Grondwatertrap De grondwatertrap is een maat voor de vochttoestand in de bodem. Informatie hieromtrent is vanuit archeologische optiek met name relevant met betrekking tot het bepalen van een verwachte mate van conservering van eventuele archeologische resten in het plangebied. In het plangebied is grondwatertrap II* gekarteerd. Dit betekent over het algemeen dat er sprake is van relatief natte, lagergelegen gronden, waarbij de gemiddeld hoogste grondwaterstand zich tussen de 25 en 40 cm – Mv bevindt en de gemiddeld laagste grondwaterstand tussen de 50 en 80 cm –Mv. Vanuit archeologisch oogpunt betekenen dergelijke grondwaterstanden dat naar verwachting zowel organische als anorganische archeologische resten in de bodem geconserveerd kunnen zijn gebleven (o.a. aardewerk, natuursteen, bewerkt vuursteen).

Onverbrand organisch vondstmateriaal (zoals leer, textiel en hout) kan binnen een diepte van 80 cm –Mv nog aanwezig zijn, maar zal naar verwachting als gevolg van de sterke schommelingen van het grondwater door oxidatie zijn aangetast.

8

Figuur 3: Het plangebied op de bodemkaart van de bollenstreek van Van der Meer (1951). Het plangebied ligt grotendeels in een zone ‘uitgeveende en ingevaren grond’ (kaartcode B8) en een zuidwestelijke strook ligt in een zone met kalkhoudende zanderijgrond (kaartcode Wz2).

9

7. Archeologische verwachtingen en bekende waarden Wettelijk beschermd monument

Nee

AMK terrein

Nee

Verwachting gemeentelijke kaart

Hoog

Archeologische waarden en/of informatie

Nee

Archeologische verwachting Het plangebied heeft volgens het centraal archeologisch informatiesysteem (Archis) van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) geen archeologisch wettelijk beschermde status en is ook niet opgenomen op de Archeologische MonumentenKaart (AMK). Op de gemeentelijke verwachtingskaart kent het terrein deels een hoge archeologische verwachting en deels geen verwachting (bijlage 2). Deze hoge archeologische verwachting is gebaseerd op de ligging van het plangebied op een strandwal. De overige zones kennen geen verwachting voor archeologische resten vanwege de aanwezigheid van uitgeveende en ingevaren grond. Bekende waarden In het plangebied zijn voor zover bekend in het verleden geen archeologische waarnemingen gedaan en heeft in het verleden niet eerder onderzoek plaatsgevonden. Er zijn geen vondstmelding en enkele onderzoeksmeldingen in een straal van 500 meter rondom het plangebied aanwezig. Van meerdere van deze onderzoeksmeldingen zijn de resultaten niet openbaar raadpleegbaar. • Direct ten zuidwesten van het plangebied, aan de Rijksstraatweg 59 is een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd ten behoeve van de realisatie van nieuwbouw en parkeergelegenheid. Op basis van het bureauonderzoek geldt een hoge verwachting op archeologische resten vanaf het Laat Neolithicum tot de Nieuwe tijd, vanwege de ligging van het plangebied op een strandwal.

Op basis van het booronderzoek is vastgesteld dat de bodem tot een diepte van 60 tot 75 cm -Mv. recentelijk verstoord is. In het grootste deel van het plangebied bestaat de bodem uit kalkrijke strandafzettingen, waar een lage archeologische verwachting voor geld. In het noordwestelijke deel zijn echter duinafzettingen aangetroffen op een diepte van 0,71 m NAP. Hiervoor geldt een hoge verwachting op archeologische resten uit de periode Neolithicum – IJzertijd. Er is geadviseerd de bodemingrepen te beperken tot een maximale diepte van 70 cm -Mv. Indien dit niet mogelijk is wordt een karterend booronderzoek aangeraden in het gebied waar de duinafzettingen zijn aangetroffen (Sprangers en Vader, 2014; onderzoeksmelding 2424210100). • Direct ten zuidoosten van het plangebied is een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd op het perceel aan de Rijksstraatweg 54 – 56. Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van de sloop van de toentertijd huidige bebouwing en de realisatie van nieuwbouw. Het booronderzoek heeft uitgewezen dat vanaf een diepte van 1,5 m -NAP tot 1,0 m -NAP sprake is van onverstoorde Oude Duinafzettingen. In één van de boringen is daarboven veen aangetroffen met een dikte van 10 cm. Het is onduidelijk of het gaat om omgewerkt materiaal of om een restant ‘Hollandveen’.

Hierboven, en in de rest van de boringen boven op de Oud-Duin-afzettingen, is een pakket humeuze bovengrond aangetroffen. Het gaat waarschijnlijk om een oude bollenakker. Er zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen in deze lagen. Het plangebied is derhalve vrijgegeven voor de beoogde ontwikkelingen (Van der Zee, 2006; onderzoeksmelding 2124024100). • Ten oosten van het plangebied is in het kader van nieuwbouw een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd op het perceel aan de hoek met de Rijksstraatweg en de Warmonderweg. Gedurende het inventariserende veldonderzoek is vastgesteld dat de bodemopbouw ter plaatste bestond uit een dikke enkeerdgrond met een dikte van 0,75 en 1,0 m -Mv. Onder deze enkeerdgrond is

10

•

•

•

•

ongeroerd strandwalzand aanwezig met een abrupte overgang. Er wordt geen intact sporenniveau meer verwacht in de strandwal. Deze conclusie is gebaseerd op de dikte van de eerdlaag. Deze duidt op structurele bodemverstoringen door ploegen of omzetten. Er is zodoende geen archeologisch vervolgonderzoek geadviseerd (Bex, 2011; onderzoeksmelding 2317478100). 150 meter ten noordoosten van het plangebied is een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd aan de Hoofdstraat 5-9 in het kader van woningbouw. Tijdens het booronderzoek is een bouwvoor van 5 á 10 cm dikte aangetroffen vanaf het maaiveld. Onder deze bouwvoor is direct het moedermateriaal aangetroffen (de C-horizont). De oorspronkelijke bodem is daarmee vermoedelijk vergraven geweest. De C-horizont bestaat uit strandafzettingen van het Laagpakket van Zandvoort. Bij twee boringen zijn in dit pakket nog andere afzettingen aangetroffen. Op 190 cm onder het maaiveld is in een boring een donkergrijs humeus zandlaagje aangetroffen van enkele centimeters. Bij een andere boring is op 270 cm -Mv een laagje matig fijn zand met schelpresten aangetroffen. Onder dit zand is klei aangetroffen met een humeuze band en houtresten. Dit duidt mogelijk op de aanwezigheid van een lagune achter een strandwal. Er zijn, op een enkele spikkel houtskool na, geen archeologische indicatoren aangetroffen (Van Klaveren, 2005; onderzoeksmelding 2067228100).

Direct ten westen van het plangebied is een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd aan de Oosthoutlaan, ten behoeve van de uitbreiding van een industriegebied. Dit plangebied ligt geomorfologisch gezien in de strandvlakte ten westen van de strandwal waarop het huidige plangebied gelegen is. In het zuidoostelijke deel van het plangebied zijn op een diepte van 190 cm Mv strandafzettingen aangetroffen. Deze afzettingen worden afgedekt door een laag veen, die tot een diepte van 90 cm -Mv rijkt. Hierboven is (verwaaid) duinzand aangetroffen. In een deel van het plangebied zijn de strandafzettingen niet binnen 380 cm -Mv aangetroffen. Hier is wel een pakket klei aangetroffen. Het gaat mogelijk om een doorbraakgeul van de Oude Rijn uit de Late IJzertijd. Er zijn in enkele boringen archeologische indicatoren aangetroffen. Het gaat om enkele fragmenten houtskool op een diepte van 160 cm en een fragment bot op een diepte van 180 cm -Mv. Dit bot is aangetroffen boven op het vermoedelijke duinzand. De vondst van deze archeologische indicatoren en de mogelijke aanwezigheid van een duin, geeft aanleiding om een vervolgonderzoek uit te voeren in het zuidelijke deel van het plangebied (Nales en Blom, 2009; onderzoeksmelding 2253236100).

Er is hier dan ook een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd, maar hieruit zijn in de top van het duinzand geen archeologische resten gevonden (Moerman, 2015; onderzoeksmelding 2466445100). Op 150 meter ten zuidoosten van het plangebied is in het kader van de uitbreiding van het Van der Valk hotel, een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd. Uit het onderzoek blijkt dat het plangebied aan de rand van het estuarium van de Oude Rijn gelegen is. Vanaf een diepte van 1,80 m -Mv zijn strandvlakte-afzettingen aangetroffen. Boven deze afzettingen is een 50 cm dik pakket Hollandveen aangetroffen, waarboven zich 40 cm ongelamineerde kleien bevinden. Deze laatste afzettingen zijn geïnterpreteerd als komafzettingen van de Oude Rijn. In een deel van het plangebied is in deze afzettingen een brandlaag aangetroffen die zijn oorsprong vermoedelijk kent in de IJzertijd of Romeinse tijd. Boven deze afzettingen is een bouwvoor aangetroffen. Er is aanbevolen een proefsleuvenonderzoek uit te voeren. Het is onduidelijk in hoeverre deze ook heeft plaatsgevonden (Van der Zee en Stiller, 2005; onderzoeksmelding 2106756100). Een archeologisch vooronderzoek is 300 meter ten oosten van het huidige plangebied uitgevoerd ten behoeve van de uitbreiding van een fabriek aan de Hoofdstraat 20.

Uit het bureauonderzoek kwam de verwachting dat het plangebied zich op de overgang tussen een strandwal en strandvlakte bevindt. Eventuele archeologische resten zouden zich op de strandwal kunnen bevinden. Uit het booronderzoek blijkt echter dat het gebied zich geheel in de strandvlakte bevindt. Bovenop de strandvlakte heeft veenvorming plaatsgevonden. De top van dit veen is echter geheel verstoord geraakt. In het grootste gedeelte van het gebied is ook de top van de

11

strandvlakte verstoord geraakt. In een klein gebied is de overgang van het veen naar de strandvlakte wel intact maar hier zijn verder geen archeologische indicatoren in aangetroffen. Derhalve is het plangebied vrijgegeven voor de beoogde ontwikkelingen (Blom en Nales, 2009, onderzoeksmelding 2229090100). • 450 meter ten noordoosten van het plangebied, aan de Hoofdstraat 20, is een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in verband met de herontwikkeling van het plangebied. Uit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied ligt op een strandwal, met in het zuiden een overgang naar een strandvlakte of lagune met veen. De top van de strandwal wordt verwacht op een diepte van 0,75 m -Mv en er wordt verwacht dat dit mogelijk een archeologisch interessant niveau is. Het karterend veldonderzoek heeft aangetoond dat de bodem in het plangebied verstoort is tot een diepte van 1,0 tot 2,5 m -Mv. Eventuele archeologische resten op de strandwal zijn hiermee ook verstoord. Er wordt geadviseerd geen vervolgonderzoek uit te voeren (Wilbers, 2016; onderzoeksmelding 4008344100). • Op 350 meter ten noordenoosten van het plangebied zijn enkele vondsten gedaan op een bollenakker. Het gaat om vroegmiddeleeuwse en laatmiddeleeuwse vondsten; een zilveren munt en een gouden triens.

De vondstlocatie is administratief en de daadwerkelijke locatie van de vondsten kan daarmee dichter of verder weg van het plangebied gelegen zijn (vondstmelding 3160274100). Op basis van bovenstaande informatie valt af te leiden dat in de omgeving van het plangebied verschillende onderzoeken zijn uitgevoerd, maar dat er geen resten zijn aangetroffen. De redenen die hiervoor gegeven worden hangen met name samen met een veronderstelde natheid van het landschap. Aanwijzingen (brandlagen en houtskool) die mogelijk op nederzetting wijzen zijn wel gevonden. Ook varieert de bodemopbouw in het gebied sterk. Dit hangt met name samen met de mate van intactheid van de bodemopbouw in het plangebied (vervening, ontgraving). Het plangebied staat ook te boek als grotendeels verveend, waarmee de verwachting laag is dat juist hier archeologische resten aanwezig moeten zijn.

12

8. Historische situatie en bodemverstoringen Historische bebouwing

Nee

Historisch gebruik

Bouwland

Huidig gebruik

Jachthaven, woning en tuin

Bodemverstoringen

Als gevolg van de aanleg van de huidige bebouwing en vervening

Cultuurhistorische achtergrond en historisch grondgebruik De cultuurhistorische achtergrond van het plangebied wordt bepaald door de ligging op een strandwal en langs de Rijksstraatweg. De strandwallen hebben voor lange periode een hoge en droge ligging gehad ten opzichte van de rest van het landschap. De weg waaraan het plangebied ligt, de Rijksstraatweg, is al voor lange periode een belangrijke handelsweg tussen Leiden en Haarlem. Het dorp Sassenheim is eveneens langs deze weg gesticht, mogelijk al in de 9de eeuw (geschiedenisvanzuidholland.nl). Aan de westelijke zijde van deze weg zijn in de loop der eeuwen boerderijen gebouwd op de rand van een uitgestrekte veenvlakte, die in de Late Middeleeuwen werd ontgonnen. In de 17de en 18de eeuw zijn langs de huidige Rijksstraatweg en Hoofdstraat zomerverblijven gebouwd door rijke kooplieden (bron: www.stichtingoudsassenheim.nl). Vanaf 1860 kwam de bloembollenindustrie op in Sassenheim, waartoe de omgeving van het plangebied werd ingericht.. Op historische kaarten vanaf het begin van de 19de eeuw tot 1950 is te zien dat het plangebied in gebruik is geweest als bouwland (figuur 4-9). Tot de huidige bebouwing op de kaarten (vanaf het midden van de 20e eeuw) verschijnt, verandert deze situatie niet (figuur 10-11).

Huidig gebruik en bodemverstoringen Het plangebied is op dit moment bebouwd met één woning in het midden van het plangebied en twee bedrijfshallen. De rest van het gebied ligt braak. In het plangebied zijn meerdere bodemverstoringen bekend. Zo is het plangebied op de verwachtingskaart van de gemeente Teylingen aangegeven als een gebied dat is uitgeveend en ingevaren. Deze informatie is afkomstig van een oude bodemkaart van Van der Meer (1951). De uitgeveende en ingevaren gronden betreffen, volgens de toelichting bij de beleidskaart, zones in de strandvlaktes waar veen is ontgonnen en bovenliggende Rijn-sedimenten dus zijn vergraven. Volgens deze kaart is het onwaarschijnlijk dat intacte strandwallen of duinen aanwezig zijn in een gebied waar structurele veenwinning heeft plaatsgevonden. Ook in Bodemloket is het plangebied aangeduid als mogelijk vervuild, vanwege de aanwezigheid van een bloembollen- en bloemknollenkwekerij tussen 1972 en 1976 (www.bodemloket.nl). Het kweken van bloembollen gaat over het algemeen gepaard met het diep omwerken van de grond. De verwachting is dat deze activiteiten voor bodemverstoringen hebben gezorgd.

13

Figuur 4: Plangebied op de kadastrale minuut (1811 – 1832). Bron: beeldbank RCE.

Figuur 5: Plangebied op een topografische kaart uit 1850. Bron: topotijdreis.nl

14

Figuur 6: Historische kaart van het plangebied uit 1880. Bron: topotijdreis.nl

Figuur 7: Historische kaart van het plangebied uit 1900. Bron: topotijdreis.nl

15

Figuur 8: Historische kaart van het plangebied uit 1930. Bron: topotijdreis.nl

Figuur 9: Historische kaart van het plangebied uit 1955. Bron: topotijdreis.nl

16

Figuur 10: Historische kaart van het plangebied uit 1955. Bron: topotijdreis.nl

Figuur 11: Historische kaart van het plangebied uit 1980. Bron: topotijdreis.nl

17

9. Gespecificeerde archeologische verwachting Kans op archeologische waarden

Laag

Periode

Alle periodes

Complextypen

Niet van toepassing

Stratigrafische positie

Niet van toepassing

Oorspronkelijk is het plangebied gelegen op een strandwal, die hiermee bewoningsmogelijkheden geboden heeft vanaf het Neolithicum (de periode toen de strandwal vormde). Tot het moment de strandwal vernatte, is deze geschikt geweest voor bewoning vanaf die tijd. Ook de ligging langs een weg, waarvan de oorsprong mogelijk al teruggaat tot vóór de 9 de eeuw een vestigingsfactor. Langs deze weg zijn immers op verschillende plaatsen boerderijen en landhuizen gesticht. Deze zijn op verschillende historische kaarten in de omgeving van het plangebied te zien. Ter plaatse van het plangebied ontbreken deze echter. Hiermee is de verwachting op resten uit de periode Late Middeleeuwen-Nieuwe tijd in het plangebied laag. Tevens is vastgesteld dat het plangebied een grotendeels uitgeveend gebied is. Hierbij zijn een groot deel van de afzettingen van de Oude Rijn en het veen (waarschijnlijk tot in de strandafzettingen) weggehaald, waarna er weer is teruggestort. Een kleine uitzondering vormt een smalle strook in het zuidwestelijk deel van het plangebied. Deze informatie suggereert dat de verwachting op archeologische resten in het plangebied laag is, aangezien deze naar verwachting allemaal verstoord zijn geraakt. Dit verklaart waarom het plangebied op de gemeentelijke verwachtingskaart grotendeels geen verwachting heeft gekregen.

Later is het gebied in gebruik genomen ten behoeve van een bloembollenkwekerij. Het is zelfs niet uitgesloten dat deze activiteit ook voor een relatief diepgaande bodemverstoring in het terrein heeft plaatsgevonden. De verwachting dat hiermee nog waardevolle archeologische waarden binnen het plangebied te verwachten zijn, is zodoende laag. Volgens de verwachtingskaart is sprake van een kleine intacte strook grond. Deze strook grond heeft op basis van het AHN geen afwijkende hoogte, waardoor de verwachting is dat deze strook grond eveneens verstoord is geraakt, zoals de rest van het plangebied. Daarnaast, gezien de resultaten van de onderzoeken in de omgeving en de geringe archeologische informatiewaarde die dit kleine stuk kan bieden, kan gesteld worden dat in het hele plangebied sprake is van een lage archeologische verwachting. De trefkans dat binnen dit gebied (waardevolle) archeologische resten gevonden worden, is klein.

18

10.

Conclusie en advies

Conclusie Op basis van het archeologisch bureauonderzoek is er een lage verwachting op de aanwezigheid van (intacte) archeologische resten binnen het plangebied. Slechts een klein deel van het plangebied heeft een hoge archeologische verwachting, de rest van het gebied heeft geen archeologische verwachting. Er zijn overtuigende aanwijzingen voor de aanwezigheid van verregaande grondverstoringen. Hiermee zijn hoogstwaarschijnlijk alle archeologische resten vergraven geraakt. Het plangebied is namelijk geregistreerd als een uitgeveend en ingegraven grond, zoals uit de gemeentelijke verwachtingskaart en bronmateriaal valt af te leiden. Tevens heeft zich in het plangebied een bloembollenkwekerij gevestigd, waarmee latere bodemverstoringen in het gebied ook niet uit te sluiten zijn. Advies Er zijn op basis van het bureauonderzoek geen bezwaren tegen de beoogde ontwikkelingen binnen het plangebied. Derhalve wordt geadviseerd het plangebied geheel vrij te geven en de archeologische dubbelbestemming op te heffen op het gehele plangebied. Wel dient het de aanbeveling om de initiatiefnemer erop te wijzen dat op het moment dat tijdens graafwerkzaamheden onverhoopt toch archeologische zaken worden aangetroffen, er een wettelijke plicht geldt deze vondsten te melden bij de bevoegde overheid (gemeente Teylingen, Erfgoedwet 2016, artikel 5.10). Bovenstaande vormt een advies.

Op grond van de resultaten van het rapport en het advies zal het bevoegd gezag (de gemeente Teylingen) een besluit nemen over de daadwerkelijke omgang met eventueel aanwezige archeologische waarden binnen het plangebied.

19

11.

Geraadpleegde bronnen

Archeologische kaarten en databestanden: • Archeologische Monumenten Kaart (AMK), Rijksdienst voor Cultureel erfgoed (RCE), Amersfoort, 2007. • Archeologisch Informatie Systeem III (Archis3), Rijksdienst voor Cultureel erfgoed (RCE), Amersfoort, 2016. • Archeologische verwachtings- en beleidskaart van de gemeente Teylingen • www.ahn.nl • www.ruimtelijkeplannen.nl • www.topotijdreis.nl • www.bodemloket.nl • www.bodemdata.nl • www.bagviewer.geodan.nl Literatuur: • • • • • • •

• • • • •

•

•

Bakker, H. de, 1966. De subgroepen van het systeem voor bodemclassificatie voor Nederland. In: Boor en Spade. Bakker, H. de en J. Schelling, 1989. Systeem van bodemclassificatie voor Nederland. De hogere niveaus. Wageningen. Bennema, J. & L.J. Pons, 1952, Donken, fluviatiel Laagterras en Eemzee-afzettingen in het westelijk gebied van de grote rivieren. Boor en Spade 5: 126-137. Berendsen, H.J.A., 2005. De vorming van het land. Assen (Fysische geografie van Nederland). Vierde, geheel herziene druk. Berendsen, H.J.A./ E. Stouthamer (eds.), 2001. Palaeogeographical development of the RhineMeuse delta, the Netherlands. Assen. Bex, J., 2011. Archeologisch onderzoek perceel hoek Rijksstraatweg-Warmonderweg te Sassenheim, gemeente Teylingen. Grontmij archeologische rapporten 1033. Blom, J. M. en T. Nales, 2009. Archeologisch Bureauonderzoek & Inventariserend Veldonderzoek (IVO), door middel van boringen, Hoofdstraat 20, Sassenheim, gemeente Teylingen. Becker en vaan de Graaf bv Cohen, K.M., E. Stouthamer, H.J. Pierik, A.H. Geurts, 2012. Digitaal Basisbestand Paleogeografie van de Rijn‐Maas Delta. Dept. Fysische Geografie. Universiteit Utrecht. Digitale Dataset. Klaveren, H. W., 2005. Inventariserend veldonderzoek Hoofdstraat 5-9 te Sassenheim. Synthegra 2005-53. Meer, K. van der, 1951.

De Bodemkartering van Nederland, deel XI, De Bloembollenstreek, ’sGravenhage, Wageningen (Stichting voor bodemkartering). Mulder, E.F.J., M.C. Geluk, I.L. Ritsema, W.E. Westerhoff en T.E. Wong, 2003. De ondergrond van Nederland. Houten. Nales, T. en J. M. Blom, 2009. Archeologisch bureauonderzoek & inventariserend veldonderzoek (IVO) verkennende fase (d.m.v. boringen); Oosthoutlaan, Sassenheim, Gemeente Teylingen. Becker & Van de Graaf BV Sprangers, J. en A. Vader, 2014. Plangebied Rijksstraatweg 59 in Sassenheim, gemeente Teylingen; archeologisch vooronderzoek: een bureau- en inventariserend veldonderzoek (verkennende fase). RAAP-notitie 4695. Stenvert, R., C. Kolman, S. van Ginkel-Meester, E. Stades-Vischer, S. Broekhoven en R. Rommes, 2004. Monumenten in Nederland. Zuid-Holland. Rijksdienst voor de Monumentenzorg, Zeist / Waanders Uitgevers, Zwolle. 20

• • •

Wilbers, A. W. E., 2016. Inventariserend veldonderzoek, karterende fase, hoofdstraat 20, Sassenheim, gemeente Teylingen. IDDS archeologie rapport 1917. Van der Zee, R. M., 2006. Locatie ‘Rijksstraatweg 54-56’, te Sassenheim, gemeente Teylingen. Een inventariserend veldonderzoek. Jacobs en Burnier Van der Zee, R. M. en D. R. Stiller, 2005. Locatie ‘Warmonderweg 8’ gemeente Sassenheim. Een inventariserend veldonderzoek. Jacobs en Burnier

21

Bijlage 1: Archeologische beleidskaart van de gemeente Teylingen

22

Bijlage 2: Archeologische verwachtingskaart van de gemeente Teylingen

23

Bijlage 3: Geomorfologie

24

Bijlage 4: Hoogtekaart

25

Bijlage 5: Bodemkaart

26

Bijlage 5: Archeologische informatie

27

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Teylingen&id=3fab549c-b6f1-4c9e-8bad-7abecca34bf6