4. Toelichting_17.pdf.pdf
Tekst van het document
Gelet op de kenmerken van het project (zoals het karakter in vergelijking met de drempelwaarden uit het Besluit m.e.r.), de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten zullen geen belangrijke negatieve milieugevolgen optreden. Conclusie Het plan is niet binnen een kwetsbaar of waardevol gebied gelegen en heeft ook geen belangrijke nadelige milieugevolgen voor de omgeving, waardoor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling in het betreffende gebied niet m.e.r.-plichtig is.
5.11 Kabels en leidingen Planologisch relevante leidingen en hoogspanningsverbindingen dienen te worden gewaarborgd. Tevens dient rond dergelijke leidingen rekening te worden gehouden met zones waarbinnen mogelijke beperkingen gelden. Planologisch relevante leidingen zijn leidingen waarin de navolgende producten worden vervoerd: gas, olie, olieproducten, chemische producten, vaste stoffen/goederen; aardgas met een diameter groter of gelijk aan 18 inch;
27
defensiebrandstoffen; warmte en afvalwater, ruwwater of halffabrikaat voor de drink- en industriewatervoorziening met een diameter groter of gelijk aan 18 inch. Onderzoek en conclusie Er zijn geen planologisch relevante buisleidingen, hoogspanningsverbindingen of straalpaden aanwezig. Met eventueel aanwezige overige planologisch gezien niet-relevante leidingen (zoals rioolleidingen, leidingen nutsvoorzieningen, drainageleidingen) in of nabij het plangebied hoeft in het bestemmingsplan geen rekening te worden gehouden. Er wordt geconcludeerd dat het aspect kabels en leidingen de uitvoering van het plan niet in de weg staat.
5.12 Schiphol In het Luchthavenindelingenbesluit wordt een beperkingengebied aangegeven. Hierin worden beperkingengebieden ten aanzien van Schiphol weergegeven met betrekking tot externe veiligheid, geluidsbelasting, hoogtebeperkingen en vogelaantrekkende werking. In de Omgevingsverordening Provincie Zuid-Holland wordt aangegeven dat Schiphol voor de toekomst ruimte nodig heeft om uit te breiden. Daarom is op een kaart de zogenoemde 20 Ke-contour opgenomen. Binnen deze contouren mogen geen nieuwe uitleglocaties ten behoeve van woningbouw worden ontwikkeld. Herstructurering en intensivering in bestaand gebouwd gebied zijn binnen deze 20 Ke-contour nu en in de toekomst wel mogelijk. Onderzoek en conclusie Het plangebied ligt buiten het beperkingengebied uit het Luchthavenindelingenbesluit en buiten de 20 Ke-contour van de Omgevingsverordening. Daarom wordt geconcludeerd dat de ligging nabij Schiphol geen belemmering vormt voor de realisatie van dit plan.
5.13 Duurzame stedenbouw en duurzaam bouwen Duurzaam bouwen Gemeente Teylingen vindt duurzaam bouwen belangrijk. Duurzaam bouwen is zodanig bouwen dat zo min mogelijk negatieve effecten op het milieu en de menselijke gezondheid ontstaan, gedurende de hele levensloop van het bouwwerk en de gebouwde omgeving. Teylingen streeft er naar bij elk bouwplan de schade aan het milieu op korte en lange termijn zoveel mogelijk te beperken. Zij wil daarmee de kwaliteit en duurzaamheid van de ontwikkelingen op een zo hoog mogelijk niveau brengen. Het advies is om toekomstige ontwikkelingen energie neutraal te realiseren.
Om duurzaamheid in nieuwbouwplannen te borgen en inzichtelijk te maken adviseert de gemeente in te gaan op de volgende aspecten op gebouwniveau: Energie: Goede energieprestatie van gebouwen, bij voorkeur energie neutraal; Gebruikskwaliteit: Goede, toegankelijk, functioneel en veilige gebouwen; Circulair en milieu: Inzetten op hergebruikte en/of duurzaam geproduceerde materialen om zodoende schadelijke emissies en uitputting van grondstoffen als gevolg van de productie van bouwmaterialen te beperken; Toekomstwaarde: Inzetten op flexibele plattegronden, levensloopbestendig wonen, met maatregelen zoals drempelloos bouwen en eenvoudig aanpasbare (binnen-)constructies; Gezondheid: Realisatie van een gezonde woning door bijvoorbeeld het beperken van geluidsoverlast, voldoende frisse lucht, comfortabele ventilatie en voldoende daglicht. Deze komen onder andere terug in de wettelijke eisen uit het Bouwbesluit ten aanzien van energie (BENG) en milieu (MPG berekening), toegankelijkheidseisen van bouwwerken, politiekeurmerk, woonkeur eisen etc. Met toepassing van GPR gebouw wordt invulling gegeven aan de hierboven genoemde duurzaamheidsaspecten op gebouwniveau.
Daarnaast dient in het plan aandacht gegeven te worden aan duurzame stedenbouw: Flora en fauna: 'natuur inclusief' bouwen door te werken met natuurlijke materialen, en waar mogelijk groene daken realiseren, inbouwen van nestkasten en natuurlijkvriendelijke oevers aan te leggen; Waterhuishouding: lokaal opvangen van het hemelwater door afkoppeling naar het oppervlaktewater. Waterkwaliteit blijvend verbeteren door het werken met niet uitlogende materialen;
28
Klimaatbestendig bouwen tegen hitte- en droogtestress door voldoende groen in het plan; CO2-absorptie: Toepassen van CO2-absorberende materialen. Conclusie Binnen het plangebied wordt een bestaande woning uitgebouwd en een nieuw woning gerealiseerd. Deze nieuwe woning zal gasloos worden gebouwd. Bij de verdere planvorming zal het aspect duurzaamheid conform de wettelijke regels worden uitgewerkt en in het kader van de aanvraag omgevingsvergunning ter toetsing aan de gemeente worden voorgelegd.
5.14 Parkeren Parkeren Het parkeren vindt plaats op eigen terrein. Per woning is op het eigen terrein voldoende ruimte voor twee parkeerplaatsen. Er vindt geen afwenteling van de parkeerdruk op de omgeving plaats. Binnen de bestemming 'Tuin' in de functie 'specifieke vorm van tuin - parkeren erf 2' gelegd ten behoeve van het parkeren op het eigen erf. Conclusie Het aspect verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan.
29
Hoofdstuk 6 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.1
Algemeen
De procedure voor vaststelling van een bestemmingsplan is geregeld in de Wet ruimtelijke ordening. Aangegeven is dat tussen de gemeente en verschillende instanties waar nodig overleg over het plan moet worden gevoerd, voordat een ontwerpbestemmingsplan ter visie kan worden gelegd. Bovendien is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing (zienswijzenprocedure).
6.2
Overleg
Volgens artikel 3.1.1. Besluit ruimtelijke ordening moet het bestemmingsplan worden voorgelegd aan het Hoogheemraadschap en aan die diensten van provincie en rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. De eventuele reacties van de vooroverlegpartners van de gemeente worden in dit hoofdstuk opgenomen Ten aanzien van de gewijzigde afmeting van de keerlus is advies ingewonnen bij veiligheidsregio Hollands Midden / Brandweer Hollands Midden. Geconcludeerd is dat de keerlus voldoet aan de eisen welke gesteld zijn in de handreiking bluswatervoorziening en bereikbaarheid. In het kader van het vooroverleg zijn reacties ontvangen van het Hoogheemraadschap van Rijnland, Liander en de Veiligheidsregio Hollands Midden (VRHM). De reacties van Liander en de VRHM leiden niet tot wijziging van het bestemmingsplan. Het Hoogheemraadschap adviseert om in paragraaf 3.2.1 van de toelichting het woord 'omgevingsvergunning' te vervangen voor 'watervergunning'. Deze aanpassing is in de toelichting van het bestemmingsplan doorgevoerd. De Omgevingsdienst West-Holland (ODWH) heeft geadviseerd om paragraaf 5.5 'Archeologie' aan te passen omdat de toelichting niet strookt met de opgenomen dubbelbestemmingen. Deze paragraaf is naar aanleiding van het advies aangepast.
Beschreven is dat het gebied met de 'lage verwachting' in het voorliggende bestemmingsplan de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 6' krijgt.
6.3
Zienswijzen
Het ontwerp bestemmingsplan heeft van donderdag 23 december 2021 tot en met woensdag 2 februari 2022 ter inzage gelegen. Er zijn geen zienswijzen binnengekomen.
30
Hoofdstuk 7
Economische uitvoerbaarheid
Bij de voorbereiding van een initiatief dient, op grond van artikel 3.1.6 lid 1, sub f van het Bro, onderzoek plaats te vinden naar de (economische) uitvoerbaarheid van het voornemen. In principe dient bij vaststelling van een ruimtelijk besluit tevens een exploitatieplan vastgesteld te worden om verhaal van plankosten zeker te stellen. Op basis van 'afdeling 6.4 grondexploitatie', artikel 6.12, lid 2 van de Wro kan de gemeenteraad echter besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien: het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd is; het bepalen van een tijdvak of fasering als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, onder c, 4°, onderscheidenlijk 5°, niet noodzakelijk is; het stellen van eisen, regels, of een uitwerking van regels als bedoeld in artikel 6.13,tweede lid, onderscheidenlijk b, c of d, niet noodzakelijk is. De realisatie van de derde greenportwoning, inclusief de kosten die samenhangen met de procedure, komen voor rekening van aanvrager. Met initiatiefnemer wordt een anterieure overeenkomst gesloten voordat het ontwerpbestemmingsplan in procedure gaat. Voor de gemeente zijn er verder geen kosten te verhalen. Hiermee kan afgezien worden van het vaststellen van een exploitatieplan.
De economische uitvoerbaarheid van dit initiatief is met het afsluiten van de anterieure overeenkomst aangetoond. Eventueel uit te keren planschade komt voor rekening van de initiatiefnemer. Hierover zijn afspraken gemaakt in de anterieure overeenkomst. Op basis van deze gegevens kan geconcludeerd worden dat het plan economisch uitvoerbaar is.
31