CConstaterende datTeylingen
Koppel je AI →
Document · PDF

4. Regels - Chw bestemmingsplan Nieuw Boekhorst Voorhout

Gemeenteraad 1 februari 2024, gemeente TeylingenBij agendapunt: Bestemmingsplan ‘Bestemmingsplan Nieuw Boekhorst, Voorhout’21.229 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Chw bestemmingsplan Nieuw Boekhorst, Voorhout

Inhoudsopgave

Regels

3

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

4 4 18

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15 Artikel 16 Artikel 17 Artikel 18

Bestemmingsregels Agrarisch Agrarisch - Waardevolle graslanden Bedrijf Groen Natuur Tuin Verkeer Verkeer - Verblijfsgebied Water Wonen - 1 Woongebied Leiding - Hoogspanning Leiding - Riool Waarde - Archeologie Waterstaat - Waterkering 1 Waterstaat - Waterkering 2

20 20 22 24 25 26 27 29 30 31 32 35 42 43 44 47 48

Hoofdstuk 3 Artikel 19 Artikel 20 Artikel 21 Artikel 22 Artikel 23 Artikel 24 Artikel 25

Algemene regels anti-dubbeltelregel algemene bouwregels algemene gebruiksregels algemene aanduidingsregels algemene afwijkingsregels algemene wijzigingsregels overige regels

49 49 50 53 55 57 59 60

Hoofdstuk 4 Artikel 26 Artikel 27

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

63 63 64

2

Regels

3

Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1

Inleidende regels

Begrippen

plan

het bestemmingsplan 'Chw bestemmingsplan Nieuw Boekhorst, Voorhout' met identificatienummer NL.IMRO.1525.BP2022TEY01074-VA01 van de gemeente Teylingen. 1.2

bestemmingsplan

De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3

aanduiding

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4

aanduidingsgrens

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5

aanbouw

een toevoeging van een afzonderlijke ruimte aan een hoofdgebouw, dat in bouwkundig opzicht te onderscheiden is van het hoofdgebouw. 1.6

aangebouwd bijgebouw en overkapping

een bijgebouw of overkapping gebouwd tegen een op hetzelfde perceel gelegen hoofdgebouw en/of tegen een op hetzelfde perceel gelegen aan en/of uitbouw en/óf tegen een ander tegen dit hoofdgebouw gebouwd bijgebouw of overkapping. 1.7

aan-huis-gebonden beroep

een vrij beroep, waarvan de activiteiten niet publiek gericht zijn, dat op kleine schaal in een woning door de bewoner wordt uitgeoefend, waarbij de woning primair haar woonfunctie behoudt en de desbetreffende beroepsuitoefening een ruimtelijke uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie. Zoals arts, notaris of advocaat. 1.8

achtererf

de gronden die behoren bij het hoofdgebouw en gelegen zijn achter de achtergevel van het hoofdgebouw of achter een denkbeeldige lijn in het verlengde daarvan. Zie Figuur 2 in lid 1.143.2. 1.9

agrarisch hobbymatig gebruik

het voortbrengen van producten door middel van het hobbymatig telen van gewassen, of het hobbymatig houden van dieren ondergeschikt aan de onderliggende bestemming. 1.10

ambachtelijke bedrijven

een bedrijf op beperkte schaal, opgenomen in de categorieën 1 of 2 van de Bijlage 1 of daarmee naar aard, omvang en invloed vergelijkbaar zijn, dat is gericht op het geheel of overwegend door middel van handwerk vervaardigen, bewerken of herstellen van goederen en dat wordt uitgeoefend als klein ambachtelijk bedrijf. 1.11

antennedrager

een antennemast of andere constructie bedoeld voor de bevestiging van een antenne. 1.12

antenne-installatie

een installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in een of meer techniekkasten opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende bevestigingsconstructie.

4

1.13

archeologisch onderzoek

een onderzoek verricht door of namens een dienst of instelling die over een opgravingsvergunning beschikt. 1.14

archeologische waarde

de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende overblijfselen uit oude tijden. 1.15

bebouwing

een of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 1.16

bebouwingspercentage

het deel van het bouwperceel, of in de regels aangeduide aanduidingen op de verbeelding, uitgedrukt in procenten dat bebouwd mag worden. 1.17

bed en breakfast

het op kleine schaal tegen vergoeding aanbieden van ruimte voor nachtverblijf met een kortdurend en toeristisch karakter, al dan niet met ontbijt, in of bij een (bedrijfs)woning, zonder exploitatie van zaalaccommodatie en zonder zelfstandige kookgelegenheid. 1.18

bedrijf

een onderneming gericht op het produceren, bewerken, herstellen, installeren of inzamelen van goederen, alsmede verhuur, opslag en distributie van goederen. 1.19

bedrijfswoning

een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bestemd voor bewoning door (het huishouden van) één persoon, gezin of andere groep personen, die behoort bij en waarvan de bewoning verband houdt met de bedrijfsuitoefening of het beheer van het bedrijf of de instelling op het perceel waarop de woning zich bevindt. 1.20

bestaand

a. bij bebouwing: een gebouw of een bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan gebouwd is of gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen; b. bij gebruik: het legale gebruik zoals aanwezig op het tijdstip dat het plan ter inzage is gelegd. 1.21 bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen, die op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan tot stand zijn gekomen of zullen komen met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 1.22

bestemmingsgrens

de grens van een bestemmingsvlak. 1.23

bestemmingsvlak

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.24

Bevi-inrichting

een bedrijf zoals bedoeld in artikel 2 lid 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen. 1.25

bevoegd gezag

bevoegd gezag zoals bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 1.26

biologische tuin

een voor het publiek toegankelijke ruimte waarin het telen van bloemen, groenten en fruit en daarmee gelijk te stellen producten wordt uitgeoefend en verkoop van uit eigen tuin afkomstige producten plaatsvindt.

5

1.27

bordeelprostitutie

prostitutie, waarbij de seksueel-erotische dienstverlening in een besloten daarvoor specifiek bedoelde en ingerichte ruimte wordt aangeboden. 1.28

bouwen

het plaatsen, geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen, veranderen of vergroten. 1.29

bouwgrens

de grens van een bouwvlak. 1.30

bouwlaag

een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke hoogte of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen binnenwerks is begrensd, dit met inbegrip van de begane grond en een dakterras en met uitsluiting van een zolder en (parkeer)kelder, die beiden lager zijn dan 1,5 m of niet voor verblijf geschikt zijn. 1.31

bouwmarkt

een al dan niet overdekt detailhandelsonderneming, waarin een volledig of nagenoeg volledig assortiment aan bouwmaterialen en doe-het-zelfproducten uit voorraad wordt aangeboden. 1.32

bouwperceel

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.33

bouwperceelgrens

een grens van een bouwperceel. 1.34

bouwvlak

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten. 1.35

bouwwerk

elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. 1.36

brutovloeroppervlakte

de vloeroppervlakte van de ruimte, dan wel van meerdere ruimten van een vastgoedobject gemeten op vloerniveau langs de buitenomtrek van de (buitenste) opgaande scheidingsconstructie, die de desbetreffende ruimte(n) omhullen. 1.37

bijgebouw

een gebouw dat in functioneel en bouwkundig opzicht ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw. 1.38

bijzondere woonvorm

een woonvorm die niet op één lijn te stellen is met een huishouden, omdat: a. er geen sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling van de groep, of b. de bewoners zijn aangewezen op noodzakelijke en aanwezige permanente begeleiding of therapie ter plaatse of in de directe omgeving. 1.39 café een horecaonderneming, niet zijnde een discotheek of bar/dancing, uitsluitend of overwegend gericht op het verstrekken van dranken voor consumptie ter plaatse, met als nevenactiviteit het verstrekken van kleine etenswaren, al dan niet ter plaatse bereid. 1.40

consumentenvuurwerk

vuurwerk dat is bestemd voor particulier gebruik.

6

1.41

cultuurhistorische waarde

de aan een bouwwerk of gebied toegekende waarde in verband met ouderdom en/of historische gaafheid. 1.42

dakkapel

een constructie ter vergroting van een gebouw, die zich tussen de dakgoot en de nok van een dakvlak bevindt, waarbij deze constructie onder de noklijn is gelegen en de onderzijde van de constructie in het dakvlak is geplaatst. 1.43

dakopbouw

een constructie ter vergroting van een gebouw, die zich boven de dakgoot bevindt, waarbij deze constructie (deels) boven de oorspronkelijke nok uitkomt en de onderzijden van de constructie in één of beide dakvlak(ken) is (zijn) geplaatst. 1.44

dakterras

een buitenruimte, behorende bij het gebruik van het hoofdgebouw, dat bovenop het gehele of een gedeelte van een hoofdgebouw, aanbouw of uitbouw is gesitueerd. 1.45

detailhandel

het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen, die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. Waaronder niet begrepen een supermarkt of vergelijkbaar. 1.46

dienstverlening

het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen, zoals reis- en uitzendbureaus, kapsalons, pedicures, wasserettes, makelaarskantoren, internetwinkels en bankfilialen. 1.47

detailhandel in volumineuze goederen

een detailhandelsonderneming nader te onderscheiden in de volgende branchegroepen: a. detailhandel met betrekking tot woninginrichting waaronder meubelen, parket, zonwering en vloerbedekking; b. detailhandel in brand- en explosiegevaarlijke goederen; c. detailhandel in volumineuze goederen zoals auto's, boten, caravans, tenten, motoren, keukens, badkamers, landbouwwerktuigen en grove bouwmaterialen en daarmee rechtstreeks samenhangende artikelen zoals accessoires, onderhoudsmaterialen, onderdelen en/of materialen; d. bouwmarkten 1.48 dienstverlenend bedrijf en/of dienstverlenende instelling een onderneming of instelling waarvan de werkzaamheden bestaan uit het verlenen van economische of maatschappelijke diensten aan derden, waaronder zijn begrepen kapsalons, schoonheidsinstituten, fotostudio's en naar aard daarmee gelijk te stellen bedrijven en inrichtingen, maar met uitzondering van een garagebedrijf en een seksinrichting. 1.49

dove gevel

een bouwkundige constructie die een ruimte in een gebouw scheidt van de buitenlucht, waarin geen te openen delen aanwezig zijn en met een karakteristieke geluidswering conform NEN 5077 - die ten minste gelijk is aan het verschil tussen de geluidsbelasting van die constructie en 33 dB (ingeval van weg- en railverkeerslawaai) en 35 dB(A) (ingeval van industrielawaai), alsmede een bouwkundige constructie waarin alleen bij wijze van uitzondering te openen delen aanwezig zijn, mits die delen niet direct grenzen aan een geluidsgevoelige ruimte, zoals omschreven in artikel 1 van de Wet geluidhinder. 1.50

educatieve voorziening

voorzieningen inzake onderwijs, en daarmee gelijk te stellen voorzieningen. 1.51

eerste bouwlaag

de bouwlaag op de begane grond.

7

1.52

entreeportaal

een ruimte, waarin de hoofdtoegang van de woning is gelegen. 1.53

erf

al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover dit bestemmingsplan deze die inrichting niet verbiedt. 1.54

erker

a. is een uitbouw aan een gevel en bestaat hoofdzakelijk uit doorzichtige delen; b. is rechtstreeks toegankelijk vanuit achtergelegen ruimte en vormt één geheel hiermee; c. is geen entreeportaal van de woning; d. tot een erker kan ook een onder het raam gelegen borstwering behoren. 1.55 escortbedrijf het bedrijfsmatig, of in een omvang alsof die bedrijfsmatig is, prostitutie aanbieden door een natuurlijke persoon, groep van personen of rechtspersoon, die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend, zoals escortservices en bemiddelingsbureaus. 1.56

evenement

gebeurtenis, gericht op een groot publiek, met betrekking tot kunst, sport, ontspanning en cultuur. 1.57

evenemententerrein

gronden waarop evenementen plaatsvinden. 1.58

extensief beheerd grasland

kruiden- en faunarijk grasland met een extensief beheer en gebruik dat is gericht op de realisatie en instandhouding van soortenrijke lage begroeiingen zodanig dat een bijdrage wordt geleverd aan de natuurwaarden. 1.59

extensieve dagrecreatie

recreatie met weinig dynamiek die nauwelijks druk uitoefent op de omgeving, zoals wandelen, fietsen, skaten, paardrijden, vissen en natuurobservatie. 1.60

gebouw

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.61

geluidluwe zijde

gevel die ten opzichte van de andere gevels van een geluidgevoelig gebouw relatief weinig wordt belast door geluid. 1.62

geluidsbeperkende voorziening

een al dan niet gebouwde voorziening kennelijk bedoeld voor het beperken van geluidhinder, zoals een scherm of geluidwal. 1.63

geluidsgevoelige objecten

woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen, zoals bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder. 1.64

gestapelde woning

een woning, die zich bevindt in een woongebouw, dat bestaat uit vier of meer boven- of nagenoeg boven- elkaar gesitueerde woningen. 1.65

grondgebonden woning

woning die rechtstreeks toegankelijk is op het straatniveau en waarvan één van de bouwlagen aansluit op het maaiveld.

8

1.66

herhalingsplan

een plan, dat al is gerealiseerd óf waarvoor vergunning is verleend of voor een plan dat nog niet (geheel) is gerealiseerd maar wel voorziet in een vergunning dat identiek is aan reeds vergund bouwplan voor hetzelfde type woning als de betreffende woning. 1.67

hobbykas

een gebouw dat geheel of vrijwel geheel bestaat uit glas of ander doorzichtig materiaal en dat dient voor het hobbymatig telen van planten. 1.68

hobbymatig houden van dieren

het niet bedrijfsmatig en voor eigen particulier en hobbymatig gebruik houden van geringe aantallen vee zoals koeien, paarden, schapen en kippen. 1.69

hoofdgebouw

een gebouw of een functioneel en/of bouwkundig samenhangend complex van gebouwen, dat op een bouwperceel door aard, functie, constructie of afmetingen dan wel gelet op de bestemming als belangrijkste gebouw aangemerkt moet worden. 1.70

horecaonderneming

een onderneming, gericht op één of meer van de navolgende activiteiten: a. het verstrekken van ter plaatse te nuttigen dranken en/of etenswaar; b. het exploiteren van zaalaccommodatie; c. het bedrijfsmatig verstrekken van logies; d. het bovenstaande al dan niet in combinatie met een vermaaksfunctie, met uitzondering van een erotisch getinte vermaaksfunctie. 1.71 huishouden persoon of groep van personen, die een huishouding voert, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan, die binnen een woning gebruik maakt van dezelfde voorzieningen, niet zijnde bijzondere woonvorm. 1.72

(innovatieve) duurzaamheid

nieuwe bouwwerken, maatregelen, voorzieningen die aansluiten op de behoeften van heden zonder dat schadelijke gevolgen ontstaan voor toekomstige generaties. 1.73

jachthaven

een deel van het water en de daarbij behorende voorzieningen, zoals aanlegsteigers, meerpalen en een botenhelling, ten behoeve van het afmeren van recreatieve vaartuigen voor zover dit bestemd en ingericht is voor het voor onbepaalde tijd veilig en beschut achterlaten van onbemande pleziervaartuigen en eventueel voor het tijdelijk verblijf van bemande pleziervaartuigen. 1.74

kampeermiddel

Niet als een bouwwerk aan te merken vouwwagen, kampeerauto, caravan, stacaravan of hiermee gelijk te stellen verplaatsbare onderkomen, die bestemd is voor recreatief verblijf en waarbij de gebruiker(s) hun hoofdverblijf elders hebben. 1.75

kantoor

een voorziening gericht op het verlenen van diensten op administratief, financieel, architectonisch, juridisch of een daarmee naar aard gelijk te stellen gebied, waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen. 1.76

kap

een constructie van één of meerdere schuine dakvlakken ter afdekking van een gebouw. 1.77

kas

een bouwwerk van glas of ander lichtdoorlatend materiaal met een hoogte van 1,5 m of meer, ten behoeve van de teelt of veredeling van gewassen (trek-, tunnel-, schaduw-, boog-, gaasen rolkassen daaronder begrepen, maar met uitzondering van schuurkassen).

9

1.78

kinderdagverblijf

bijeenkomstfunctie voor het bedrijfsmatig opvangen, verzorgen, opvoeden en begeleiden van kinderen die het basisonderwijs nog niet hebben beëindigd, maar geen gastouderopvang als bedoeld in de Wet kinderopvang. 1.79

kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten

het in een woning door de bewoner op bedrijfsmatige wijze uitoefenen van activiteiten, voor zover sprake is van een inrichting type A, zoals bedoeld in het Activiteitenbesluit, en voor zover de woning in overwegende mate zijn woonfunctie behoudt met een ruimtelijke uitstraling die daarbij hoort. 1.80

kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen

voorzieningen ten behoeve van activiteiten als wandelen, fietsen, vissen, zwemmen, kanoën, roeien en natuurobservatie in de vorm van bijvoorbeeld aanlegsteigers, picknickplaatsen, observatiepunten, informatieborden en banken. 1.81

klikoberging

een bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat dient om kliko's uit het zicht te stallen. 1.82

klimaatadaptatie

bouwwerken, maatregelen, voorzieningen die de kwetsbaarheid voor klimaatverandering verminderen. 1.83

kolom

een constructie, die onderdeel uitmaakt van de erfafscheiding, waarbij de hoogte en de langste zijde van het grondvlak van de kolom een verhouding hebben van minimaal 2:1 en de langste zijde en de kortste zijde van dit grondvlak een verhouding hebben van maximaal 2:1. 1.84

laadpaal

voorziening met een of meer oplaadpunten, inclusief alle daarbij behorende en achterliggende installaties, en waarmee een elektrisch voertuig van stroom kan worden voorzien. 1.85

landschapswaarde

de aan een gebied toegekende waarde met betrekking tot het waarneembare deel van de aardoppervlakte, die wordt bepaald door de herkenbaarheid en de identiteit van de onderlinge samenhang tussen levende en niet-levende natuur. 1.86

maatschappelijke voorzieningen

educatieve, (para)medische, sociaal-culturele, levensbeschouwelijke en religieuze voorzieningen, voorzieningen ten behoeve van zorginstellingen en voorzieningen ten behoeve van de openbare dienstverlening, evenementen en verenigingsleven, alsmede ondergeschikte detailhandel en horeca in combinatie met en ten dienste van deze voorzieningen. 1.87

middeldure huurwoning

een huurwoning als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, onder j van het Besluit ruimtelijke ordening, met dien verstande dat op basis van de hardheidsclausule artikel 5 wordt afgeweken van de in de Doelgroepenverordening woningbouw gemeente Teylingen opgenomen regeling voor de jaarlijks te indexeren aanvangsprijs voor de woningen zoals opgenomen in artikel 1, aanhef, onderdeel c van de Doelgroepenverordening. Indexatie middeldure huur in totaliteit, ook bij aanvangshuur op CPI+ 1% (CPI: jaarmutatie van de consumentenprijsindex reeks alle huishoudens zoals het Centraal Bureau voor de Statistiek jaarlijks in januari publiceert over het voorafgaande kalenderjaar). 1.88

natuurwaarde

de aan een gebied toegekende waarde gekenmerkt door botanische, faunistische, biologische bodemkundige en morfologische elementen, zowel afzonderlijk als in onderlinge samenhang.

10

1.89

NEN

de door de Stichting Nederlands Normalisatie-instituut uitgegeven norm, zoals deze luidde op het moment van vaststelling van het plan. 1.90

niet-permanente verblijfsrecreatie

verblijfsrecreatie waarbij uitsluitend van seizoensgebonden standplaatsen/ kampeermiddelen gebruik wordt gemaakt. 1.91

nieuwe woningen

woningen die worden gerealiseerd na de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan. En waarbij er geen sprake is van herbouw of verbouw van een woning die reeds aanwezig is tijdens de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan. 1.92

nutsvoorzieningen

voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie, niet zijnde buurtaccu's. 1.93

ondergeschikte detailhandel

een detailhandelsvoorziening binnen een andere hoofdbestemming of functie dan detailhandel, ten behoeve van en ondergeschikt aan die andere bestemming/functie, in oppervlakte maximaal 10% van het totale bedrijfsvloeroppervlak (b.v.o.) met een maximum van 100 m² (b.v.o.) en/of maximaal 20% van de totale omzet. 1.94

onzelfstandige wooneenheid

een woning die geen eigen toegang heeft en die de bewoner niet kan bewonen zonder daarbij afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten de woning. 1.95

openbaar toegankelijk gebied

weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid onder b van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede pleinen, parken, plantsoenen, openbaar water en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitzondering van wegen uitsluitend bedoeld voor de ontsluiting van percelen door langzaam verkeer. 1.96

open constructies

erfafscheidingen bestaande uit lichte constructie met een overwegend transparante uitstraling. 1.97

openbare dienstverlening

alle vormen van maatschappelijke, ondersteunende dienstverlening van overheden afkomstig. 1.98

overig bouwwerk

een bouwkundige constructie van enig omvang, geen gebouw zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.99

overkapping

een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een gesloten dak. 1.100 peil a. de bovenkant van de afgewerkte beganegrondvloer voor gebouwen indien de bovenkant van de afgewerkte beganegrondvloer ligt tussen 0 en 0,15 m boven het bestaande gemiddelde aansluitende afgewerkte terrein; b. in alle andere gevallen is dit de bovenkant van het bestaande gemiddelde aansluitende afgewerkte terrein, waarbij plaatselijke, niet bij het verdere verloop van het terrein passende ophogingen of verdiepingen aan de voet van het bouwwerk, anders dan noodzakelijk voor de bouw daarvan, buiten beschouwing blijven.

11

1.101 pick-up points een locatie waar de consument uitsluitend via internet bestelde goederen kan afhalen of retourneren, waar uitsluitend logistiek en opslag van bestelde goederen gedurende een korte periode plaatsvindt en waarbij geen sprake is van uitstalling ten verkoop, of overige activiteiten. 1.102 pleziervaartuig elk vaartuig dat uitsluitend of hoofdzakelijk wordt gebruikt voor enige vorm van pleziervaart, waterrecreatie of watersport met uitzondering van een zeilplank. 1.103 praktijkruimte een gebouw of een gedeelte daarvan, dat dient voor het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, architectonisch, kunstzinnig, juridisch, medisch, paramedisch, therapeutisch of een daarmee naar aard gelijk te stellen gebied. 1.104 professioneel vuurwerk vuurwerk, niet zijnde consumentenvuurwerk. 1.105 prostitutie het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding. 1.106 prostitutiebedrijf een seksinrichting of een escortonderneming.

1.107 publieke voorzieningen dienstverlening, horecabedrijven uit ten hoogste categorie 1c van de Staat van horeca-activiteiten, publieksgerichte bedrijven, kantoren, praktijkruimte, aanvullende culturele en maatschappelijke voorzieningen zoals zijn opgenomen in bijlage 2 Lijst van aanvullende culturele- en maatschappelijke voorzieningen en ondergeschikte detailhandel in combinatie met en ten dienste van deze voorzieningen. 1.108 restaurant een horecaonderneming, uitsluitend of overwegend gericht op het verstrekken van maaltijden voor consumptie ter plaatse, met als nevenactiviteit het verstrekken van dranken. 1.109 schuilgelegenheid een bouwwerk of een bouwwerk, geen gebouw, zijnde bestemd voor het schuilen van dieren. 1.110 seksinrichting een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte in een gebouw of een vaartuig, waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof het bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden; hieronder wordt tevens verstaan een seksbioscoop, escortbedrijf, seksautomatenhal, sekstheater, parenclub, (raam)prostitutiebedrijf en een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar. 1.111 seksuele dienstverlening een bedrijfsmatige activiteit gericht op het verrichten van seksuele handelingen en/of het verrichten van erotisch/pornografische vertoningen.

1.112 sociale huurwoning een sociale huurwoning als bedoeld in artikel 1, aanhef, onderdeel a van de Doelgroepenverordening woningbouw gemeente Teylingen.

12

1.113 sociale koopwoning een koopwoning zoals vermeld in de Doelgroepenverordening woningbouw gemeente Teylingen, artikel 1, aanhef, onderdeel b, zijnde een koopwoning tot de kostengrens NHG (Nationale Hypotheek Garantie grens), ook zoals vastgesteld in de Voorwaarden en Normen Nationale Hypotheekgarantie (ook: Nationale Hypotheek Garantie grens), als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, onder e van het Besluit ruimtelijke ordening, gelezen in samenhang met artikel 3.10 Regeling uitvoering Crisis- en herstelwet en artikel 7ad van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet. 1.114 speelvoorziening alle voorzieningen, die uitnodigen om te spelen en te ontmoeten. 1.115 sportvoorziening gebruiksfunctie voor het beoefenen van sport. 1.116 Staat van Bedrijfsactiviteiten de Staat van Bedrijfsactiviteiten, die van deze regels deel uitmaakt. 1.117 Staat van Horeca-activiteiten de Staat van Horeca-activiteiten die van deze regels deel uitmaakt. 1.118 steigers een al dan niet drijvende waterbouwkundige constructie, waaronder mede begrepen aanmeervoorzieningen, voor het aanleggen van boten en overige aanmeervoorzieningen, zoals meerpalen.

1.119 terras een buiten de besloten ruimte van een inrichting liggend deel van een horecabedrijf waar staof zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie kunnen worden bereid of verstrekt. 1.120 uitbouw een vergroting van een ruimte van een hoofdgebouw, dat in bouwkundig opzicht te onderscheiden is van het hoofdgebouw. 1.121 verbeelding de digitale kaart, waarop de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden zijn aangegeven. 1.122 vliesgevel een bouwkundige constructie aangebracht aan de buitenzijde van een gevel van een gebouw met een geluidwerende functie ten behoeve van de betrokken gevel van het gebouw. 1.123 vlonder een constructie mede bedoeld voor het aanleggen van boten. 1.124 voldoende waterberging voldoende volgens de beleidsregels van het Hoogheemraadschap Rijnland, zoals dat geldt op het tijdstip van indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning. 1.125 volkstuinen gronden waarop voor particulier gebruik op recreatieve wijze voedings- en siergewassen worden geteeld. 1.126 voorgevel de gevel van het hoofdgebouw die door zijn aard, functie, constructie of ''uitstraling'' als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt.

13

1.127 voorgevelrooilijn de lijn waarin de voorgevel van een hoofdgebouw is gelegen, alsmede het verlengde daarvan. Zie Figuur 1 in lid 1.143.1. 1.128 voorkeurswaarde de voorkeurswaarde als bedoeld in de Wet geluidhinder. 1.129 vrijstaand bijgebouw een vrijstaand gebouw dat in functioneel en bouwkundig opzicht ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw. 1.130 vrijstaande woning een niet-aangebouwde woning. 1.131 Wabo Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 1.132 warmte-koude-opslag een bodemenergiesysteem, waarbij met behulp van een open of gesloten bronsysteem warmte/grondwater wordt onttrokken en warmte/grondwater na gebruik terug in de bodem ingebracht/geïnfiltreerd. 1.133 watergang een voor de waterbeheersing bestemde geul die meestal permanent water bevat zoals rivier, kanaal, beek, sloot, gracht, met uitzondering van duikers. 1.134 Wgh de Wet geluidhinder. 1.135 Wgh-inrichting bedrijf, zoals bedoeld in artikel 2.1 lid 3 van het Besluit omgevingsrecht, die in belangrijke mate geluidshinder kan veroorzaken. 1.136 wonen het duurzaam hoofdverblijf houden door een huishouden in een woning of wooneenheid. 1.137 woning een complex van ruimten, dat blijkens zijn indeling en inrichting bestemd is voor huisvesting van niet meer dan één huishouden.

1.138 woonzorgcomplex een complex met zorgeenheden met bijbehorende voorzieningen waarbij in meer of minder mate zorg wordt verleend aan de bewoners, alsmede maatschappelijke en commerciële voorzieningen en horeca, ondersteunend aan activiteiten binnen het complex. 1.139 zadeldak twee tegen elkaar geplaatste hellende dakvlakken boven twee (nagenoeg) evenwijdige muren, waarbij de andere muren tot onder of even boven de dakschilden zijn opgetrokken. 1.140 zelfstandige wooneenheid een zelfstandige woning is een woning met een eigen toegangsdeur die de bewoner van binnen en buiten op slot kan doen. In de woning moeten in elk geval aanwezig zijn: een eigen woon(slaap)kamer. een eigen keuken met aanrecht, aan- en afvoer voor water en een aansluitpunt voor een kooktoestel.

14

1.141 zelfstandig kantoor een gebouw of een gedeelte daarvan, dat dient voor het verlenen van diensten als genoemd onder het begrip 'kantoor', waarbij de dienstverlening niet ten dienste staat van en verbonden is aan de uitoefening van bedrijfsactiviteiten, maar een afzonderlijke eenheid vormt. 1.142 zijerf de gronden die behoren bij het hoofdgebouw en gelegen zijn aan de zijkant(en) van het hoofdgebouw en tussen een denkbeeldige lijn in het verlengde van de voor- en achtergevel van het hoofdgebouw. Zie Figuur 2 in lid 1.143.2. 1.143 FIGUREN ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------1.143.1

Figuur 1

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------1.143.2

Figuur 2

15

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------1.143.3

16

Figuur D

----------------------------------------------------------------------------------------------------------------

17

Artikel 2

Wijze van meten

Bij het toepassen van deze regels wordt als volgt gemeten/gerekend: 2.1

afstand

de afstand tussen bouwwerken onderling alsmede de afstand van bouwwerken tot bouwperceelsgrenzen wordt daar gemeten waar deze afstand het kleinst is. 2.2

bouwhoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. Bij ondergrondsbouwen: vanaf peil tot aan de bovenkant van de laagst gelegen afgewerkte vloer onder peil van een bouwwerk/gebouw. Indien in of op het water wordt gebouwd: vanaf het Normaal Amsterdams Peil dan wel een ander plaatselijk aan te houden (gemiddeld) oppervlaktewaterpeil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. Bij het bouwen binnen de molenbiotoop wordt de bouwhoogte gemeten vanaf het maaiveld van de molen (-0,2 m t.o.v. NAP). 2.3

breedte, lengte en diepte van een bouwwerk

tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en het hart van de scheidingsmuren; bij afwezigheid van een gevel: de rand van het bouwwerk geprojecteerd op het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.4

vloeroppervlakte

de gebruiksoppervlakte volgens het geldende Bouwbesluit. 2.5

dakhelling

langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.6

goothoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. druiplijn, het boeiboord, daktrim, de nagenoeg horizontale dakrand van een plat dak of een ander, daarmee gelijk te stellen constructiedeel. Indien in of op het water wordt gebouwd: het Normaal Amsterdams Peil dan wel een ander plaatselijk aan te houden (gemiddeld) oppervlaktewaterpeil tot aan de bovenkant van de goot c.q. druiplijn, het boeiboord, daktrim, de nagenoeg horizontale dakrand van een plat dak of een ander, daarmee gelijk te stellen constructiedeel. Bij het bouwen binnen de molenbiotoop wordt de goothoogte gemeten vanaf het maaiveld van de molen (-0,2 m t.o.v. NAP). 2.7

inhoud van een bouwwerk

tussen het peil, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.8

oppervlakte van een bouwwerk met wanden

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.9

bedrijfsvloeroppervlakte

de totale vloeroppervlakte van een in, winkel of bedrijf met inbegrip van de daartoe behorende magazijnen en overige dienstruimten.

18

2.10 de oppervlakte van een bouwwerk zonder wanden, zoals open overkappingen en daarmee vergelijkbare bouwwerken, geen gebouwen zijnde het overdekte grondoppervlak, dat loodrecht gelegen is onder het dakoppervlak. 2.11

oppervlakte, lengte en breedte van een woonschip

deze worden buitenwerks gemeten, met dien verstande dat functioneel ondergeschikte bouwdelen zoals gangboorden tot een maximum van 0,50 meter buiten beschouwing worden gelaten. 2.12 diepte en breedte van aanbouwen, uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen en -overkappingen De diepte van aanbouwen, uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen en – overkappingen aan de achtergevel wordt gemeten haaks vanuit de betreffende achtergevel van het hoofdgebouw. De breedte van aanbouwen, uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen en – overkappingen aan de zijgevel wordt gemeten haaks vanuit de betreffende zijgevel van het hoofdgebouw. 2.13

laagste geluidbelasting

Als uit een nader akoestisch onderzoek blijkt dat de geluidbelasting op een woning lager is dan de bepaalde hogere waarde, dan geldt die lagere geluidwaarde voor de desbetreffende woning. 2.14

akoestisch onderzoek

1. Als gebruik wordt gemaakt van of artikel 20, lid 20.2 of artikel 23, lid 23.4 of 25, lid 25.1, wordt voor het vaststellen van de geluidbelasting akoestisch onderzoek verricht. 2. Het akoestisch onderzoek wordt uitgevoerd overeenkomstig de Handleiding meten en rekenen industrielawaai of diens rechtsopvolger, en/of het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 of diens rechtsopvolger. 3. In aanvulling hierop kan het bevoegd gezag van uit het oogmerk van goede ruimtelijke ordening, of de in artikel 7c, eerste lid, van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet genoemde oogmerken, aanvullende eisen stellen aan het akoestisch onderzoek.

19

Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1

Bestemmingsregels

Agrarisch

Bestemmingsomschrijving

De voor Agrarisch aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bij de naastgelegen woning behorende tuinen en erven; b. behoud, versterking en herstel van natuur- en landschapswaarden, c. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - hobbymatig' tevens voor agrarisch hobbymatig gebruik; d. ter plaatse van de aanduidingen 'specifieke vorm van agrarisch - ontsluiting' tevens voor perceelsontsluitingen voor gemotoriseerd verkeer; en e. de bij deze bestemming behorende voorzieningen zoals groen, water op perceelniveau, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen, laad- en losvoorzieningen. 3.2 Bouwregels 3.2.1

Algemeen

Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, worden gebouwd; b. voor zover een maximum goothoogte is aangegeven bedraagt de goothoogte van gebouwen ten hoogste de ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m)' aangegeven hoogte; en c. voor zover een maximum bouwhoogte is aangegeven bedraagt de bouwhoogte van gebouwen ten hoogste de ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' aangegeven hoogte. 3.2.2 Bouwwerken geen gebouw zijnde en geen overkappingen zijnde Voor bouwwerken geen gebouw zijnde en geen overkappingen zijnde gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erfafscheidingen voor de voorgevel bedraagt ten hoogste 1 m; en b. in afwijking van sub a bedraagt de bouwhoogte van de erfafscheidingen op het zijerf en achtererf ten hoogste 2 m. 3.2.3 Aanduiding 'bijgebouwen' Ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' is het in afwijking van het bepaalde in lid 3.2.1 toegestaan bestaande bouwwerken in stand te houden en opnieuw op te richten.

3.3

Specifieke gebruiksregels

Met betrekking tot het gebruik gelden de volgende regels: a. een aan-huis-gebonden beroep mag uitsluitend worden uitgeoefend met inachtneming van de volgende regels: 1. de woonfunctie blijft als primaire functie gehandhaafd; 2. de vloeroppervlakte ten behoeve van aan-huis-gebonden beroepen bedraagt ten hoogste 30% van de vloeroppervlakte van de betrokken woning, inclusief aan- en uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen, met een maximum van 50 m² met inachtneming van de volgende voorwaarden: ten behoeve van de activiteiten is voorzien in voldoende parkeergelegenheid; het gebruik heeft geen nadelige invloed op de afwikkeling van het verkeer; er vindt geen horeca en geen detailhandel plaats, uitgezonderd een beperkte verkoop ondergeschikt aan een beroep aan huis; en er mogen in geringe mate publieksaantrekkende beroepsactiviteiten plaatsvinden.

20

3.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 3.4.1

Aanlegverbod zonder omgevingsvergunning

Het is verboden op of in de gronden met de bestemming Agrarisch zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, de volgende werken, voor zover geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het dempen, (ver)graven, vergroten of herprofileren van sloten, watergangen en open water; b. het ontginnen, ophogen, afgraven of egaliseren van gronden; c. uitvoeren van grondbewerkingen dieper dan 50 cm (ook diepwoelen en draineren); d. verwijderen van opgaande beplanting (m.u.v. erfbeplanting); e. beplanten van gronden met opgaande beplanting; f. het aanbrengen van oppervlakteverhardingen; of g. aanbrengen van ondergrondse transport-, energie of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. 3.4.2 Uitzonderingen op het aanlegverbod Het verbod van lid 3.4.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming betreffen; b. ten behoeve van een bouwplan, zoals bedoeld onder 3.2 worden uitgevoerd; of c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan.

3.4.3 Voorwaarde voor een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden De werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 3.4.1 zijn slechts toelaatbaar, als daardoor de natuur- en landschapswaarden niet onevenredig worden. Hiervoor moet advies worden ingewonnen bij een landschapsdeskundige.

21

Artikel 4 4.1

Agrarisch - Waardevolle graslanden

Bestemmingsomschrijving

De voor Agrarisch - Waardevolle graslanden aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. een biologische oogsttuin uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch met waarden - biologische tuin'; b. extensief beheerd grasland; c. behoud, versterking en herstel van natuur- en landschapswaarden, in de vorm van: 1. karakteristieke graslanden; 2. water; 3. kenmerkende landschapsstructuur; 4. weidevogels; 5. waardevolle oever- en slootvegetatie; 6. geriefhoutbosjes en houtwallen en -singels, en 7. compensatiegebied voor de rugstreeppad. d. extensieve dagrecreatie en educatieve activiteiten zoals workshops en rondleidingen, met dien verstande dat dit ter plaatse van de aanduiding 'natuur' niet is toegestaan; en e. bij deze bestemming behorende voorzieningen zoals groen, water, nutsvoorzieningen, toegangswegen, laad- en losvoorzieningen en voet- en fietspaden. 4.2

Bouwregels

Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, worden gebouwd; b. in afwijking van onderdeel a is bebouwing ten behoeve van de biologische tuin toegestaan, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding bebouwingszone', met dien verstande dat: 1. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding bebouwingszone' tevens een gebouw of bouwwerk, geen gebouw zijnde, met een maximale bruto vloeroppervlakte van 144 m2 en een maximale bouwhoogte van 13 m mag worden gerealiseerd. 2. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding bebouwingszone' twee hobbykassen mogen worden gebouwd, waarbij: de oppervlakte niet meer mag bedragen dan 220 m² per hobbykas; de goothoogte niet meer mag bedragen 3,5 m, en; de lengte ten hoogste 26 m bedraagt. 3. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding bebouwingszone' bouwwerken of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van schuilgelegenheid voor dieren, mogen worden gebouwd met een maximale oppervlakte 60 m2 en een maximale hoogte van 2 m. c. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m. 4.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.3.1

Aanlegverbod zonder omgevingsvergunning

Het is verboden op of in de gronden met de bestemming Agrarisch - Waardevolle graslanden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, de volgende werken, voor zover geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen of verharden van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; b. het aanleggen van een perceelontsluiting; c. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren; d. het aanleggen van dijken of andere taluds en het vergraven of ontgraven van reeds aanwezige dijken of taluds; e. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; f. het aanleggen of aanbrengen van oeverbeschoeiingen, kaden en aanlegplaatsen; g. het aanleggen van boven- of ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van

22

daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; h. het verwijderen, kappen of rooien van bomen of andere opgaande beplanting alsmede het verwijderen van oevervegetaties; of i. overige werkzaamheden die het leefgebied van de rugstreeppad kunnen aantasten. 4.3.2 Uitzonderingen op het aanlegverbod Het verbod van lid 4.3.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming betreffen; b. ten behoeve van een bouwplan, zoals bedoeld onder 4.2 worden uitgevoerd; of c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan. 4.3.3 Voorwaarde voor een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden De werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 4.3.1 zijn slechts toelaatbaar, als daardoor de natuur- en landschapswaarden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast en als het leefgebied voor de rugstreeppad behouden blijft. Hiervoor moet advies worden ingewonnen bij een landschapsdeskundige en ecoloog.

23

Artikel 5 5.1

Bedrijf

Bestemmingsomschrijving

De voor Bedrijf aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. ter plaatse van de aanduiding 'gemaal': bouwwerken ten behoeve van de waterhuishouding en naar de aard daarmee gelijk te stellen openbare nutsvoorzieningen; b. ter plaatse van aanduiding 'bedrijf van categorie 1' uitsluitend een bedrijf in ten hoogste milieucategorie 1 uit de Staat van Bedrijfsactiviteiten; c. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning' uitsluitend een bedrijfswoning; en d. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals groen, water, parkeervoorzieningen en perceelontsluitingen. 5.2

Bouwregels

Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: 5.2.1 Gebouwen en overkappingen a. gebouwen en overkappingen worden binnen het bouwvlak gebouwd; b. de bouwhoogte van gebouwen bedraagt ten hoogste de ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' aangegeven hoogte; c. de goothoogte en de bouwhoogte bedragen maximaal de goot- en bouwhoogte zoals aangegeven ter plaatse van de aanduiding respectievelijk 'maximum goothoogte (m)', 'maximum bouwhoogte (m)'; d. voor zover een maximum goothoogte is aangegeven bedraagt de goothoogte van gebouwen ten hoogste de ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m)' aangegeven hoogte; e. de afstand van gebouwen tot de bouwperceelgrens bedraagt ten minste 1 m, tenzij het gebouw in de bouwperceelgrens is gebouwd; f. indien gebouwen op een bouwperceel niet aaneen worden gebouwd, geldt een onderlinge afstand van ten minste 1 m; en g. de bouwhoogte van overkappingen bedraagt ten hoogste 3 m. 5.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde a. de bouwhoogte van erfafscheidingen bedraagt ten hoogste 2 m; en b. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m. 5.3

Specifieke gebruiksregels

Met betrekking tot het gebruik gelden de volgende regels: a. Bevi-inrichtingen zijn niet toegestaan; b. opslag van meer dan 10.000 kg consumentenvuurwerk is niet toegestaan; c. Wgh-inrichtingen zijn niet toegestaan; d. prostitutiebedrijven zijn niet toegestaan; e. activiteiten uit kolom 1 van de bijlagen C en D van het Besluit milieueffectrapportage 1994 zijn niet toegestaan in de gevallen, zoals genoemd in kolom 2 van de desbetreffende bijlage; en f. opslag van goederen met een stapelhoogte van ten hoogste 3 meter is toegestaan.

24

Artikel 6 6.1

Groen

Bestemmingsomschrijving

De voor Groen aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groen, water, al dan niet in de vorm van wadi's, voet- en fietspaden; b. sport- en speelvoorzieningen, met uitzondering van een voetbalkooi en skatepark; c. ter plaatse van de aanduiding 'ontsluiting' tevens voor de ontsluiting voor gemotoriseerd verkeer over rijwegen, trottoirs en bijbehorende voorzieningen; d. ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - publieke voorzieningen' tevens voor de ontsluiting van verkeer te water voor een jachthaven; e. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - parkeren' tevens voor parkeervoorzieningen; f. ter plaatse van de aanduiding 'volkstuin': tevens voor volkstuinen; g. één hooimijt; en h. bij de bestemming behorende voorzieningen zoals nutsvoorzieningen, ontsluiting van langzaamverkeer, waaronder verkeer te water, calamiteitenroutes, bruggen en duikers. 6.2

Bouwregels

Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. op deze gronden worden uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, gebouwd; b. de bouwhoogte van speelvoorzieningen bedraagt ten hoogste 5 m; c. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m; d. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'ontsluiting' mogen lantaarnpalen worden gebouwd met dien verstande dat de bouwhoogte van lantaarnpalen ten hoogste 9 m bedraagt; e. de bouwhoogte van een hooimijt bedraagt ten hoogste 7 m; en f. ter plaatse van de aanduiding 'volkstuin' mag één hobbykas worden gebouwd, waarbij: 1. de oppervlakte niet meer mag bedragen dan 12 m² per hobbykas; 2. de goothoogte niet meer mag bedragen 2,5 m; en 3. de lengte ten hoogste 4 m bedraagt. 6.3

Afwijken van de gebruiksregels

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 6.1, aanhef, onderdeel b voor het realiseren van een voetbalkooi en skatepark, mits: a. dit op niet meer dan 50 meter afstand van de bestemming Woongebied wordt gerealiseerd; en b. door middel van een akoestisch onderzoek wordt aangetoond dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

25

Artikel 7 7.1

Natuur

Bestemmingsomschrijving

De voor Natuur aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. behoud, herstel en ontwikkeling van natuur- en landschapswaarden, in het bijzonder in de vorm van compensatiegebied voor de rugstreeppad; b. ter plaatse van de aanduiding 'ecologische verbindingszone': tevens voor de realisatie en het behoud van ecologische waarden; c. extensieve dagrecreatie, ondergeschikt aan het bepaalde onder a; en d. bij de bestemming behorende voorzieningen zoals nutsvoorzieningen, oeverbeschoeiingen, water en toegangs- en onderhoudspaden. 7.2

Bouwregels

Op deze gronden mag niet worden gebouwd.

7.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 7.3.1

Aanlegverbod zonder omgevingsvergunning

Het is verboden op of in de gronden met de bestemming Natuur zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, de volgende werken, voor zover geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren; b. het aanleggen van dijken of andere taluds en het vergraven of ontgraven van reeds aanwezige dijken of taluds; c. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; d. het aanleggen of aanbrengen van oeverbeschoeiingen, kaden en aanlegplaatsen; e. het aanleggen van boven- of ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; of f. het verwijderen, kappen of rooien van bomen of andere opgaande beplanting alsmede het verwijderen van oevervegetaties; en g. overige werkzaamheden die het leefgebied van de rugstreeppad kunnen aantasten. 7.3.2 Uitzonderingen op het aanlegverbod Het verbod van lid 7.3.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming betreffen; b. ten behoeve van een bouwplan, zoals bedoeld onder 7.2 worden uitgevoerd; of c.

reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan. 7.3.3 Voorwaarde voor een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden De werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 7.3.1 zijn slechts toelaatbaar, als daardoor de natuur- en landschapswaarden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast en als het leefgebied voor de rugstreeppad behouden blijft. Hiervoor moet advies worden ingewonnen bij een landschapsdeskundige en ecoloog.

26

Artikel 8 8.1

Tuin

Bestemmingsomschrijving

De voor Tuin aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. tuinen bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen; b. parkeren bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen; c. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van tuin - ontsluiting' tevens ten behoeve van perceelsontsluiting voor gemotoriseerd verkeer; d. erkers ten behoeve van het wonen; e. luifel ter plaatse van entree van hoofdgebouwen; f. ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' uitsluitend bestaande bouwwerken; en g. bij de bestemming behorende voorzieningen zoals nutsvoorzieningen, ontsluiting van langzaam verkeer en calamiteitenroutes. 8.2

Bouwregels

8.2.1

Algemene bouwregels

Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, worden gebouwd; b. voor zover een maximum goothoogte is aangegeven bedraagt de goothoogte van gebouwen ten hoogste de ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m)' aangegeven hoogte; en c. voor zover een maximum bouwhoogte is aangegeven bedraagt de bouwhoogte van gebouwen ten hoogste de ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' aangegeven hoogte. 8.2.2 Specifieke bouwregels erkers Voor erkers gelden de volgende regels: a. in afwijking van het bepaalde in lid 8.2.1 is het toegestaan op deze gronden erkers te bouwen; b. voor erkers aan de voorgevel van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: 1. de diepte, gemeten vanuit de voorgevel van het hoofdgebouw, bedraagt ten hoogste 1,5 m; 2. de breedte van de erker bedraagt ten hoogste 50% van de breedte van de gevel; 3. de bouwhoogte bedraagt ten hoogste de hoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw vermeerderd met 0,30 m, hierbij mag de bouwhoogte niet meer bedragen dan de aanwezige goothoogte van de betreffende voorgevel; en 4. de afstand van de erker tot het betreffende openbaar toegankelijk gebied bedraagt ten minste 1,5 m; en c. voor erkers aan de zijgevel van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: 1.

de diepte, gemeten vanuit de zijgevel van het hoofdgebouw, bedraagt ten hoogste 1,5 m; 2. de breedte bedraagt ten hoogste 30% van de breedte van de zijgevel van het hoofdgebouw; 3. de bouwhoogte bedraagt ten hoogste de hoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw vermeerderd met 0,30 m, hierbij mag de bouwhoogte niet meer bedragen dan de aanwezige goothoogte van de betreffende zijgevel ; 4. de afstand van de erker tot het openbaar toegankelijk gebied bedraagt ten minste 1m; 5. de afstand tot de voorgevel van het hoofdgebouw bedraagt ten minste 1 m; en 6. de afstand tot de achtergevel van het hoofdgebouw bedraagt ten minste 0,5 m. 8.2.3 Specifieke bouwregels luifel ter plaatse van entree hoofdgebouw Voor luifels gelden de volgende regels: a. in afwijking van het bepaalde in lid 8.2.1 is het toegestaan op deze gronden luifels te bouwen; b. de diepte van de luifel bedraagt maximaal 1,50 meter; c. de breedte van de luifel bedraagt ten hoogste de breedte van de deur(en) van de entree vermeerderd met 1 m; d. de bouwhoogte van de luifel bedraagt ten hoogste de hoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw vermeerderd met 0,30 m, hierbij mag de bouwhoogte niet meer bedragen dan de aanwezige goothoogte van de gevel, waartegen de luifel wordt

27

gebouwd; en e. de luifel wordt gebouwd tegen de gevel, waarin de entree is gelegen. 8.2.4 Bouwwerken geen gebouw zijnde en geen overkappingen zijnde Voor bouwwerken geen gebouw zijnde en geen overkappingen zijnde gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erfafscheidingen bedraagt ten hoogste 1 m; b. in afwijking van sub a bedraagt de bouwhoogte van de erfafscheidingen op het zijerf en achtererf ten hoogste 2 m; c. in afwijking van sub a is het bij woningen met de bestemming Wonen - 1 toegestaan om een erfafscheiding te bouwen, die is samengesteld uit kolommen met een bouwhoogte van ten hoogste 1,5 meter met daartussen een open constructie met een bouwhoogte van ten hoogste 1,25 meter; d. de hoogte van klikobergingen mag ten hoogste 1,3 meter bedragen, het maximaal oppervlak bedraagt 2 m2; en e. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m. 8.2.5 Aanduiding 'bijgebouwen' Ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' is het in afwijking van het bepaalde in lid 8.2.1 toegestaan bestaande bouwwerken in stand te houden en opnieuw op te richten.

28

Artikel 9 9.1

Verkeer

Bestemmingsomschrijving

De voor Verkeer aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. rijwegen bestaande uit ten hoogste twee maal één rijstrook, alsmede opstelstroken, busstroken, voet- en fietspaden, hellingbanen, opritten, rotondes, bermen, bruggen, viaducten en duikers; b. ter plaatse van de aanduiding 'railverkeer': uitsluitend voor spoorwegverkeer en de daarbij behorende beheer- en onderhoudswerkzaamheden, alsmede ongelijkvloers kruisend verkeer; c. nutsvoorzieningen; en d. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals geluidwerende voorzieningen, groen, parkeervoorzieningen, perceelontsluitingen, water, wegmeubilair, duikers, speelvoorzieningen en kunstwerken. 9.2

Bouwregels

Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, worden gebouwd; b. ter plaatse van de aanduiding 'geluidscherm' mag een geluidsbeperkende voorziening worden gebouwd met een maximale hoogte van 3 m ten opzichte van de hoogte van de spoorstaven; c. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, anders dan ten behoeve van de verkeersregeling, de verkeers- of wegaanduiding, viaducten, bruggen of de verlichting bedraagt ten hoogste 7 m; d. de bouwhoogte van vlaggenmasten en lantaarnpalen bedraagt ten hoogste 9 m; en e. de ondergrondse bouwhoogte van de ondergrondse bouwwerken ten behoeve van ongelijkvloers kruisend verkeer bedraagt maximaal 15 meter beneden maaiveld.

29

Artikel 10 Verkeer - Verblijfsgebied 10.1

Bestemmingsomschrijving

De voor Verkeer - Verblijfsgebied aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen, alsmede opstelstroken, busstroken, voet- en fietspaden, hellingbanen, opritten, bermen, bruggen, viaducten en duikers; en b. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals groen, parkeervoorzieningen, perceelontsluitingen, nutsvoorzieningen, water, speelvoorzieningen, voorzieningen ten behoeve van afvalinzameling en wegmeubilair. 10.2

Bouwregels

Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd; b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m; en c. de bouwhoogte van vlaggenmasten en lantaarnpalen bedraagt ten hoogste 9 m.

30

Artikel 11 Water 11.1

Bestemmingsomschrijving

De voor Water aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. verkeer te water en over bruggen; b. water ten behoeve van de waterhuishouding en oevers; c. bruggen voor de ontsluiting van langzaam verkeer en calamiteitenroutes; d. ter plaatse van de aanduiding 'ontsluiting' tevens voor bruggen voor de ontsluiting voor gemotoriseerd verkeer over rijwegen, trottoirs en bijbehorende voorzieningen; en e. duikers en steigers. 11.2

Bouwregels

11.2.1 Algemeen Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd; b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, anders dan ten behoeve van de verkeersregeling of de verlichting en bruggen bedraagt ten hoogste 3 m; c. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'ontsluiting' mogen lantaarnpalen worden gebouwd met dien verstande dat de bouwhoogte van lantaarnpalen ten hoogste 9 m bedraagt; d. de minimale doorvaarthoogte van bruggen en doorvaarbare duikers bedraagt 1,4 m; en e. de minimale doorvaartbreedte van doorvaarbare duikers bedraagt 2,5 m. 11.2.2 Steigers a. in aanvulling op het bepaalde in artikel 11.2.1 worden ter plaatse van de aanduiding 'steiger uitgesloten' geen steigers gerealiseerd; b. steigers worden uitsluitend gerealiseerd in het openbaar toegankelijk gebied; c. de hoogte van een meerpaal is maximaal 2 meter en de omvang maximaal 25 cm bij een ronde, of 20 cm bij een vierkante paal; en d. de oppervlakte en breedte van steigers mag niet meer bedragen dan in onderstaande tabel 1 wordt weergegeven en met dien verstande dat de doorvaart niet gehinderd wordt en de steiger uitsluitend evenwijdig aan de oever mag worden gebouwd: Breedte oppervlaktewater Steiger Maximale breedte gemeten haaks op de oeverlijn

Maximaal oppervlak van de steiger

> 3 m en < 10 m

1/10 van de breedte van het oppervlaktewater

2,5 m2

> 10 m en < 20 m

idem

5 m2

> 20 m en < 50 m

idem

10 m2

> 50 m

idem

15 m2

Tabel 1

31

Artikel 12 Wonen - 1 12.1

Bestemmingsomschrijving

De voor Wonen - 1 aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het wonen in vrijstaande woningen met de mogelijkheid van aan-huis-gebonden beroepen; en b. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals erven, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen, perceelontsluitingen, tuinen en water. 12.2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Teylingen&id=cb191476-1581-4f29-8051-dd52fbd26e44