4. Goflo bijlagenbundel (omgevingsonderzoeken e.d.).pdf - Goflo bijlagenbundel (omgevingsonderzoeke
Tekst van het document
Archeologisch bureauonderzoek voor het plangebied aan de Charbonlaan te Sassenheim
Gemeente Teylingen
HOLLANDIA archeologen
2
C OLOF O N Hollandia reeks nr. Titel:
1322 Archeologisch bureauonderzoek voor het plangebied aan de Charbonlaan te Sassenheim, gemeente Teylingen Toponiem: Sassenheim Charbonlaan Gemeente: Teylingen Onderzoeksmeldingsnummer Archis: 5860986001 Hoekcoördinaten: 95.781/471.382 (N) 95.738/471.351 (W) 95.818/471.341 (O) 95.782/471.312 (Z) Perceel: SSH00-A-6607 Auteur: Dhr. J.A.C.J. Wilmes In opdracht van: Stek Wonen t.a.v. dhr. Hofman Wetenschappelijke leiding: Dhr. M. Langeveld Illustraties: Dhr. J.A.C.J. Wilmes, tenzij anders vermeld. Concept versie: Maart 2026 Oplage: 7 ISSN: 1572-3151
© Hollandia archeologen, Zaandijk/Rotterdam 2025 Tuinstraat 27a 1544 RS Zaandijk 075 - 622 49 57 info@archeologen.com Noordsingel 117 3035 EM Rotterdam 010 - 7370931 rotterdam@archeologen.com
I N H OU D S O P G AV E Inhoudsopgave Samenvatting5 1. Inleiding7 2. Het onderzoeksgebied 9 3. Beleid11 4. Doel en methode 13 5. Aardwetenschappelijke gegevens 15 6. Historische gegevens 21 7. Archeologische gegevens 25 8. Archeologische verwachting 29 9. Conclusie en advies 31 Literatuurlijst33 Bijlagen35 Bijlage 1: Archeologische perioden Bijlage 2: Archeologische stappenplan
3
4
SAM E N VAT TI N G In november 2025 heeft Hollandia archeologen Rotterdam een archeologisch bureauonderzoek verricht naar de aanwezige archeologische waarden voor een bouwplan aan het perceel Sassenheim A 6607 gelegen aan de Charbonlaan, Jacoba van Beierenlaan en Westerstraat in Sassenheim, gemeente Teylingen. Hier wil men de huidige eensgezinswoningen slopen voor nieuwe appartementencomplexen. In het kader van de aanvraag voor de omgevingsvergunning is dit archeologisch bureauonderzoek opgesteld. Op basis van de geraadpleegde aardwetenschappelijke, historische en archeologische gegevens van het gebied geldt een middelhoge verwachting op het aantreffen van archeologische sporen uit de neolithicum tot en met de nieuwe tijd C. Het plangebied bevindt zich op strandwalafzettingen die gunstig voor bewoning gezien de hogere ligging in de omgeving. Tevens bevinden nabij het plangebied meerdere AMK terreinen, waaronder de historische dorpskern waaraan het plangebied grenst. Het plangebied is tenminste vanaf 1662 al in gebruik als perceel, echter betreft dit land- en akkerbouwgronden wat zich zal voortduren tot de huidige bebouwing in 1921 en 1954. Op basis van het funderingsplan, zoals beschreven in hoofdstuk 1 en 2 van dit bureauonderzoek, zal de ontgravingsdiepte van de bouwwerkzaamheden maximaal 0,8 m -mv bedragen. Onder de fundering zullen echter heipalen worden aangebracht.
Aangezien de heipalen dieper reiken dan 1,0 m -mv en het te bebouwen gebied een oppervlak van meer dan 500 m² beslaat, overschrijden de grondwerkzaamheden de vrijstellingsgrenzen van het gemeentelijk archeologisch beleid en het bestemmingsplan van de gemeente Teylingen. Gezien de middelhoge verwachting op archeologische resten in de strandwalafzettingen direct onder het maaiveld, wordt een vervolgonderzoek aanbevolen in de vorm van een inventariserend veldonderzoek met verkennende boringen. Advies Op basis van de resultaten van dit bureauonderzoek en afgezet tegen de voorgelegde plannen wordt geconcludeerd dat de aanwezige archeologische waarden binnen het plangebied in voldoende mate zijn vastgesteld. Hoewel de ontgravingsdiepte (0,8 m -mv) van de grondwerkzaamheden binnen de vrijstellingsgrens valt, zullen onder de fundering heipalen worden geplaatst die dieper reiken dan de vrijstellingsgrens (1,0 m -mv) van het archeologisch gemeentelijk beleid. Tevens zal het te bebouwen oppervlak meer dan 500 m² bedragen, waardoor ook aan deze vrijstellingsgrens niet wordt voldaan. Aangezien de grondwerkzaamheden de vrijstellingsgrenzen van het gemeentelijk beleid overschrijden, dient een inventariserend veldonderzoek door middel van verkennende boringen te worden uitgevoerd.
Zodoende kan worden bepaald in hoeverre de ondergrond is verstoord en op welke diepten eventuele potentiële archeologische niveaus zich bevinden. De uitvoerder van deze werkzaamheden dient te beschikken over het certificaat BRL SIKB 4003. Het onderzoek dient nader te worden uitgewerkt in een plan van aanpak dat ter goedkeuring aan de gemeente Teylingen moet worden voorgelegd, aangezien de gemeente nadere eisen aan het onderzoek kan stellen. Dit is slechts een aanbeveling en uiteindelijk is het aan de bevoegde overheid, de gemeente Teylingen, om een beslissing te nemen over de eventuele archeologische vervolgstappen. Mocht de gemeente geen verder archeologisch onderzoek wensen, dan dient conform art. 5.10 Erfgoedwet de Rijksoverheid onverwijld op de hoogte gesteld te worden wanneer er tijdens de werkzaamheden archeologische resten worden aangetroffen.
5
Afbeelding
1.
Bouwschet-
sen van de huidige bebouwing
en
de
geplande
nieuwbouw binnen het plangebied. Bron: mailcorrespondentie opdrachtgever.
6
7
8
9
3300
10
7600
11
B
7600
12
7600
4800
I
vlaggenmast
tre
en e
6
5
4
kanaalplaat 200 mm
entree
kanaalplaat 200 mm
lift
7
werkkast
hydrofoor
7
8
9
10
11
12
13
4
5
kanaalplaat 200 mm
6
kanaalplaat 200 mm
cvz
H
kanaalplaat 200 mm
postkasten
14
15
16
17
ziggo
kpn
liander
18
3300
O
1
2
3
6
7
20 48 kanaalplaat 200 mm
1
21
kanaalplaat 200 mm
7600
19
31
4
M3
7600
32
5
2
kanaalplaat 200 mm
3
G
30 21 parkeerplekken
15
N
22
48 bergingen 23
16
8
24 7600
28
47
kanaalplaat 200 mm
M2
7600
29
kanaalplaat 200 mm
F
17 25
M berging
27
18
26
A
A
19
auto
7600
9 20
L 33
38
34 7600
21
46 8
10
11
12
13
35
14
M1
37
kabouterplantsoen
36
K
10
42
ka
na
39
44
alp
12
laa
t 20
0
5550
45
43
mm
40 0
J
2
4
schaal 1:200 (m1)
41
be
rg
ing
opdrachtgever : Kolpa project
mm
C
0
onderdeel
t 20
76
6100
alp
laa
00
5680
10090
datum werk nr. schaal getekend filenaam
11
na
3
4
5
6
00
B
A
:
beg
: 20-11: 2023-1 : 1:200 : TD / M : C:\Users\m
strevelsweg 700/406
Renvooi
00
76
: Sasse
kol
2 B 67
D
9
ka
E
Funderingsbalken: hoogte 600 mm breedte gemiddeld 500-550 mm betonkwaliteit C30/37
1
25382 Charbonlaan Sasseheim
Taanderstraat 19 2222 BG Katwijk
Naam
Fundering + begane grondvloer Datum
E info@bogaards.nl T 071 - 403 23 23 W www.bogaards.nl
Marcel Zandbergen 26-11-2025
3
1
I N LE I D I NG In oktober 2025 heeft Hollandia Archeologen, in opdracht van Stek Wonen, een archeologisch bureauonderzoek opgesteld voor de huizen gesitueerd rondom het Madeliefjesplein aan de Charbonlaan in Sassenheim, gemeente Teylingen (zie afb. 1-2). Het overleggen van een archeologisch rapport, waarin de archeologische waarde van het betrokken terrein in voldoende mate is vastgesteld, is onderdeel van de aanvraag van een omgevingsvergunning die benodigd is voor de toekomstige plannen. De aanleiding voor het bureauonderzoek is de geplande ontwikkeling van het perceel aan de Charbonlaan, waar de oude bebouwing uit 1921 en 1954 (Kadaster)zal worden gesloopt ten behoeve van nieuwe appartementen. Het is onbekend hoe de huidige bebouwing is gefundeerd, echter wordt door de uitvoerder van de bouw aangenomen dat de woningen op staal zijn gefundeerd. Tevens wordt verondersteld dat onder de bewoning een kruipruimte bevindt. Over deze ruimte zijn ten tijde van dit onderzoek echter geen gegevens bekend. De nieuwe fundering zal bestaan uit funderingsbalken van circa 600 mm breed en 600 mm hoog, waaronder een werkvloer van 50 mm zal worden aangebracht. Onder de funderingsbalken worden heipalen geplaatst. Over de heipalen zijn nog geen gegevens bekend, aangezien deze nog nader moeten worden bepaald door de uitvoerder van de grondwerkzaamheden.
Op de fundering zal een BG-vloer met een dikte van 300 mm worden aangebracht. Aangezien het gebouw 0,15 m boven het oorspronkelijk maaiveld komt te liggen, zal de totale ontgravingsdiepte 0,8 m -mv bedragen. De met de plannen gepaard gaande grondroering vormt mogelijk een bedreiging voor het archeologisch bodemarchief. Het bureauonderzoek brengt de bekende bodemkundige, historische en archeologische gegevens van het plangebied en de nabije omgeving (onderzoeksgebied is straal van 500 m rond het plangebied) in kaart om in een vroeg stadium een zo nauwkeurig mogelijk beeld te vormen van de te verwachten archeologische resten. Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek wordt een advies geformuleerd met betrekking tot de noodzaak van archeologische vervolgstappen, waarover de gemeente Teylingen vervolgens het definitieve besluit neemt. In het Archeologisch Informatiesysteem van Nederland (ARCHIS) is het onderzoek aangemeld onder onderzoeksmeldingsnummer 5860986001. Het bureauonderzoek is opgesteld volgens protocol 4002 van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) versie 4.2.
7
Afbeelding 2. De locatie van het plangebied op een luchtfoto. Het plangebied is rood omkaderd. Bron: ESRI, bewerking Hollandia Archeologen.
het plangebied op een luchtfoto, met een projectie van de KLIC-gegevens. Het plangebied
is
omkaderd.
Bron:
Kadaster, bewerking Hollandia Archeologen.
De digitale informatie moet verplicht aanwezig zijn als u graaft. KLIC-nummer: 25O0160606 - 1 Overzichtskaart
pagina: 1 van 1 schaal:
1:517
datatransport KL1011 datatransport KL1049 datatransport KL1051 datatransport KL1089 datatransport KL1111 datatransport KL1497 gas lage druk KL1040 laagspanning KL1040 middenspanning KL1040 riool vrijverval GM1525 water KL1090
Afbeelding 3. De locatie van
8
0
10
20 meter
linksonder: X: 95.733,0 Y: 471.308,0 rechtsboven: X: 95.825,0 Y: 471.388,0
2
H E T O N D E R Z OE KSGE BIE D Algemeen Het plangebied bevindt zich ter hoogte van het Madeliefjeplein in Sassenheim, gemeente Teylingen. De centrumcoördinaten (RD) van het plangebied zijn 95.779/471.350 en het maaiveld binnen het plangebied verloopt van ongeveer 0,50 m NAP tot ongeveer 0,80 m NAP (Actueel Hoogtebestand Nederland). Huidige situatie Het plangebied bestaat uit 26 eengezinswoningen die ingeklemd zitten tussen de Charbonlaan (huisnummers 12 tot en met 23), Westerstraat (huisnummers 2, 4, 6 en 8) en Jacoba van Beierenlaan (huisnummers 1, 3, 5, 7, 9, 11, 13, 15, 17 en 19). Al deze woningen behoren tot hetzelfde perceel; Sassenheim A 6607 met de kadastrale code SSH00. De woningen gelegen aan de Charbonlaan en Jacoba van Beierenlaan zijn gebouwd in 1921 en de woningen gelegen aan de Westerstraat hebben een bouwjaar uit 1954. Het totale oppervlakte van het perceel is 3053 m2. Toekomstige situatie De aanleiding voor de gebiedsontwikkeling is de sloop van de 26 eengezinswoningen ten behoeve voor circa 48 nieuwe appartementen met nieuwe parkeervakken. De gebiedsontwikkeling zal het gehele perceel bevatten waarbij de ontgravingsdiepte maximaal 0,8 m -mv zal zijn gebaseerd op het concept van de funderingsplannen. De fundering zal op funderingsbalken (dikte van 0,6 m) plaatsvinden waaronder een werkvloer (dikte van 0,05 m) komt te liggen.
Boven het op de fundering zal een BG-vloer komen te liggen die gedeeltelijk (0,15 m) onder het huidige maaiveld komt te liggen. Onder de fundering worden heipalen gezet aangezien de grond niet draagkrachtig genoeg is voor de nieuwe fundering. De locaties, diepten en breedten van de heipalen zijn nog niet bekend, aangezien deze nog nader moeten worden bepaald. Wel is bekend dat de heipalen dieper dan 1,0 m -mv zullen reiken. Mogelijke verstoringen Op de Verstoringsbronnenkaart van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) zijn ter plaatse van het plangebied geen ‘vergraven gronden’ of ‘20e eeuwse landinrichtingsprojecten’ gekarteerd. Er is een KLIC-oriëntatiemelding gedaan voor het plangebied om eventueel aanwezige kabels en leidingen in kaart te brengen. Op deze oriëntatiemelding (afb. 3) is te zien dat rondom en in het plangebied diverse kabels en leidingen liggen, waaronder datatransporten, gasleidingen, elektriciteitskabels en waterleidingen. De aanleg van deze voorzieningen zal reeds verstoring van de bodem hebben veroorzaakt. Milieukundig onderzoek Er is voor dit archeologisch bureauonderzoek geen milieukundig onderzoek uitgevoerd.
9
Afbeelding
4.
Het
bestem-
mingsplangebied
Sas-
senheim-Centrum,
zoals
vastgesteld in 2013. Het plangebied is rood omkaderd en heeft een ‘specifieke vorm van waarde - 1’ toegekend gekregen.
Bron: www.omge-
vingswet.overheid.nl,
bewer-
king Hollandia Archeologen.
10 Afbeelding
5.
Een
snede
van
de
archeologi-
uit-
sche
beleidskaart
van
gemeente
Teylingen.
plangebied
is
zwart
de Het
omka-
derd. Bron: mailcorrespondentie Erfgoed Leiden, bewerking Hollandia Archeologen.
3
B EL E I D Het huidige wettelijke kader voor de bescherming van archeologische waarden is het gevolg van de ondertekening van het Verdrag van Valletta (ook wel Verdrag van Malta genoemd) in 1992. Bij de implementatie van het verdrag op nationaal niveau werd in 2007 de Monumentenwet 1988 gewijzigd door de invoering van de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz). Daarbij vonden twee belangrijke wijzigingen plaats. Ten eerste moest de bescherming van archeologische vindplaatsen beter worden geborgd in het ruimtelijke ordeningsproces. Deze regels zijn sinds 1 januari 2024 opgenomen in de Omgevingswet. Ten tweede werden voorwaarden voor het verrichten van archeologisch onderzoek, de kwaliteitseisen voor onderzoeksinstellingen en het beheer van archeologische vondsten wettelijk vastgelegd. Een belangrijk uitgangspunt van de Erfgoedwet is dat archeologische informatie behouden moet blijven voor toekomstige generaties en de verstoorder betaalt. Binnen het plangebied is het bestemmingsplan Sassenheim-Centrum van toepassing (vastgesteld op 31-10-2013, zie afb. 4). Het bestemmingsplan bevat 4 verschillende archeologische waarden, waarbij het plangebied tot ‘specifieke vorm van waarde - 1’ is gerekend.
Hierbij geldt dat er archeologisch onderzoek dient plaats te vinden indien er sprake is van bodemwerkzaamheden met een diepte meer dan 30 cm onder het maaiveld of als de werkzaamheden in dit gebied een grotere omvang heeft dan 100 m2. Aangezien deze parameters overschreden worden bij de geplande bodemroering in het plangebied, dient er archeologisch (voor)onderzoek plaats te vinden. Het archeologisch beleid van de gemeente Teylingen is vastgelegd in de beleidsnota Onder de grond 2015, dat op 18 november 2015 in werking is getreden (Bekker, 2015). Hierin zijn ook archeologische verwachtings- en beleidskaarten voor de gemeente opgenomen, gebaseerd op de bekende landschappelijke, historische en archeologische gegevens in 2015. De archeologische waardenkaart voor de gemeente is recentelijk geactualiseerd door Brandenburgh (2020) waarbij het plangebied is gekarteerd als archeologische waarde categorie 7. De categorie 7 gebieden zijn beschreven als zones met een middelhoge verwachting die gevormd zijn door een afgegraven strandwal met een kalkrijke top. Bij categorie 7 gelden de vrijstellingsgrenzen voor bodemingrepen minder dan 100 cm -mv/500 m2.
11
12
4
D OE L E N M E THODE Het doel van een bureauonderzoek is om aan de hand van bestaande bronnen informatie te verzamelen over bekende of te verwachten archeologische waarden binnen een bepaald gebied. Dit omvat de aan- of afwezigheid, het karakter en de omvang, de datering, gaafheid en conservering en de relatieve kwaliteit van de archeologische waarden. Afhankelijk van de omvang van de werkzaamheden, de aard van de geplande bodemroering en de vraagstelling dienen aanvullende gegevens verzameld te worden. Het bureauonderzoek resulteert in een rapport met een gespecificeerd verwachtingsmodel. Op basis van dit verwachtingsmodel wordt een (selectie)advies gegeven. Het bevoegd gezag, in dit geval de gemeente Teylingen, kan hierop een (selectie)besluit maken ten aanzien van eventueel vervolgonderzoek. Tevens kan door middel van het bureauonderzoek in een vroeg stadium in de planvorming rekening gehouden worden met aanwezige archeologische waarden in de bodem. Bij een bureauonderzoek worden, indien voorhanden, bronnen geraadpleegd die informatie verschaffen over de geologie en archeologie van het betreffende gebied. Onder andere wordt gebruik gemaakt van: 1. Kaartmateriaal, zoals bodemkundige, geomorfologische, geologische en historische kaartgegevens evenals beleidskaarten zoals gemeentelijke en provinciale verwachtingskaarten. 2.
Gegevens omtrent eerder verricht onderzoek en vondstmeldingen in het gebied uit de database van het Archeologisch Informatiesysteem (ARCHIS) van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE). 3. Relevante geologische, historische en archeologische literatuur. De opdrachtgever zorgt ervoor dat de rapportage wordt ingediend bij de gemeente die als bevoegd gezag fungeert. Op verzoek kan de opsteller van het rapport dit ook verzorgen. Binnen twee maanden na afronding van het standaardrapport wordt de rapportage aangeleverd bij Archis, en wordt het onderzoek in Archis afgemeld. De digitale documentatie wordt eveneens binnen twee maanden na afronding van het standaardrapport aangeleverd bij een e-depot (DS05).
13
Afbeelding
6.
bied op
de geomorfologi-
Het
plange-
sche kaart. Het plangebied
M76
M92
M76
M76
is omkaderd. Op deze kaart staan ook de locaties van
M92
de in hoofdstuk 5 besproken DINOLoket PDOK,
boringen.
bewerking
B76
Bron:
Hollandia
M81 M76
Archeologen.
M46
B30F0462
B30F045
14 Afbeelding 7. Het plangebied op de bodemkaart. Het plangebied
is
omkaderd.
PDOK,
bewerking
Bron:
EZ50A
Hollandia
Archeologen. pZg21w
WO
pMn55C pZg21w opVc
EZg21 pMv51
opVc
5
A AR DW E T E NSCHA PPE LIJ KE GE GEVEN S Type gegevens Bron Geologie
Omschrijving
De Mulder et al. 2003; Zandige strand- en oeverafzettingen (Formatie Vos 2015; Geologische van Naaldwijk; Laagpakket van Zandvoort), strandwallen en lage duinen (Laagpakket van kaart Schoorl). Onder deze afzettingen bevinden getijdenafzettingen (Laagpakket van Wormer) en veenpakketen (Formatie van Nieuwkoop).
Geomorfologie (zie afb. 6)
Geomorfologische kaart Niet gekarteerd (bebouwd gebied). Ten noorden en noordoosten bevinden ingesloten (PDOK) strandvlaktes (M76); Vlaktes ontstaan door afgraving en/of egalisatie van duinen of strandwallen (M92) en een strandwal (B76). Verder bevinden zich oostelijk ook ontgonnen veenvlaktes (M81) en rivierkomvlaktes (M46).
Bodemkunde (zie afb. 7)
Bodemkaart (PDOK)
Hoogte van het AHN maaiveld
Niet gekarteerd (bebouwd gebied). In de directe omgeving van het plangebied bevinden; Beekeerdgronden (leemarm en zwak lemig fijn zand; pZg21w), Kalkhoudende enkeerdgronden (matig fijn zand; E250A), Moerige eerdgronden met een moerige bovengrond of moerige tussenlaag op niet-gerijpte zavel of klei (WO), Lage enkeerdgronden (leemarm en zwak lemig fijn zand; Ezg21) Kalkarme leek-/ woudeerdgronden (zavel, profielverloop 5; pMn55C), Liedeerdgronden (zavel, profielverloop 1; pMv51) en Weideveengronden op zeggeveen, rietzeggeveen of (mesotroof) broekveen (opVc). Tussen 0,50 m +NAP en 0,70 m +NAP
Genese van het landschap Het plangebied maakt deel uit van het Zuid-Hollandse kustgebied (Berendsen, 2004). Dit gebied omvat het huidige strand, alle strandwallen, strandvlakten en de duinen die aan de oostzijde van het strand voorkomen. Het ontstaan van dit gebied hangt samen met zeespiegelstijgingen die vanaf het begin van het Holoceen (circa 11.700 jaar geleden) het gebied sterk beïnvloed hebben. De kust bestond uit een lagune die werd afgeschermd van de zee door een serie zandbanken en -platen. Tussen deze banken en platen lag een aantal zeegaten: getijdegeulen waardoor zeewater de lagune in kon stromen. Door de alsmaar stijgende zeespiegel werd de lagune met bijbehorende wadden, geulen en banken geleidelijk landinwaarts verplaatst. Dit stopte toen vanaf ongeveer 5000 jaar geleden toen de stijging van de zeespiegel in snelheid afnam. Hierdoor kon de kust zich in combinatie met een toegenomen sedimentaanvoer vanuit de zee en de rivieren uitbouwen. De zandbanken groeiden aaneen en vormden een strandwal met aan de zeezijde een strand. De meeste zeegaten raakten daarbij verzand (Hijma 2010). Dit aanhoudende proces leidde tot een uitbouw van de kust, waardoor een afwisseling van strandvlaktes en strandwallen elkaar opvolgden en een gesloten kust ontstond. De strandvlaktes werden gevormd tijdens
Tabel 1. Samenvatting van de relevante aardwetenschappelijke gegevens over de regio van het plangebied.
15
Afbeelding
8.
DINOLoket
Lithostratigrafie
Lithologie
0.00
boring B30F0462, een geolo-
AAOP 1.00 [m]
1.00 [m]
gische boring op 01-09-1990. Bron: www.dinoloket.nl. 2.00 [m]
2.00 NAZA 3.00 [m]
ID:
B30F0462
RD locatie:
95650 (x), 471275 (y), RD
WGS84 locatie:
603719 (lon), 5787301 (lat)
Verticale positie:
0.00 [m] (NAP)
Startdatum:
01-09-1990
Beschikbare informatie: Digitale opnamegegevens
1.00 [m]
BeschrijfMethode(s):
ONB
Kwaliteit interpretatie:
Geautomatiseerd toegekend
4.00
Diepte in meters ten opzichte van maaiveld/waterbodem
Lithostratigrafie AAOP 2.80 [m]
NAWO NI NIBA BXWI 0.90 [m]
8.00
Klei 2.05 [m]
10.00 1.15 [m]
NAWO 0.30 [m]
0.30 [m]
NIBA 0.30 [m] 0.40 [m] BXWI 1.10 [m] 14.00
9.
DINOLoket
boring B30F0458, een geologische boring op 28-11-1989. Bron: www.dinoloket.nl.
Zand fijne categorie Zand midden categorie
1.10 [m]
Afbeelding
Lithologie Veen
NAWO 8.20 [m]
12.00
16
NAZA
6.00
0.35 [m] 0.35 [m]
rustige perioden door een geleidelijke aanwas van zand. De hoger gelegen delen op het strand raakten daarbij geleidelijk begroeid en lokaal ontstonden enkele duinen. In perioden met toegenomen stormen werd zand vanuit zee op de strandvlakte geworpen, waardoor langs de kustlijn een strandwal ontstond. Het strand, dat achter de strandwal kwam te liggen, werd afgesloten van de zee. Achter de strandwallen en strand vond grootschalige veenvorming plaats, waarbij het Hollandveen Laagpakket werd gevormd (de Mulder et al. 2003). Door het ontbreken van begroeiing op de strandwallen ontwikkelden zich door verstuiving één tot twee meter hoge duinen, die geologisch gezien tot de Oude Duinen wordt gerekend (Zagwijn en Van Staalduinen, 1975; Van der Valk, 1992). Doordat het grondwater landinwaarts met de zeespiegel steeg, trad in de strandvlaktes (tussen de strandwallen) veenvorming op, evenals in het gebied achter de strandwallen. De uitbreiding van de kust vond op deze manier plaats tot ongeveer 2500 jaar geleden. Vanaf toen nam de snelheid van de zeespiegelstijging nog verder af, maar werd er zowel vanuit zee als vanuit de riviermondingen minder zand aangevoerd naar het kustgebied. De afgenomen aanvoer leidde er in combinatie met golfwerking en getijdewerking toe dat delen van de kust en de rivierdelta’s werden geërodeerd.
Het zand dat daarbij vrijkwam kwam op het strand terecht, verstoof en leidde tot de vorming van de zogenaamde Jonge Duinen (Zagwijn & Van Staalduinen 1975). De eerste aanzet vond plaats in de vroege middeleeuwen, maar de duinvorming was het sterkst in de loop van de middeleeuwen. Het oude kustlandschap van strandwallen en oude duinen raakten daarbij begraven onder een dik pakket duinzand. In het begin van 20ste eeuw zijn de strandwallen op grote schaal afgegraven. De top van de strandwallen is oorspronkelijk kalkarm en is niet geschikt voor de bollenteelt. Door diepdelven zijn de kalkloze gronden (gedeeltelijk) kalkrijk geworden en daarmee geschikt voor de bloembollenteelt. Hierdoor zijn veel strandwallen tot ongeveer 0 m NAP afgegraven. Ook het veen in de strandvlakten is vaak afgegraven voor enerzijds turfwinning en om de grond geschikt te maken voor de bollenteelt. Grote delen van de Oude Duinen zijn afgegraven en omgespit waardoor eventuele archeologische vindplaatsen vanaf het neolithicum zijn verdwenen (Heunks, 1995 in Kruithof et al., 2020). Op de gemeentelijke archeologische verwachtingskaart is het plangebied gekarteerd als deels afgegraven strandwal met een kalkrijke top, in lijn liggend met de archeologische beleidskaart beschreven in hoofdstuk 3 (Brandenburgh, 2020; zie ook afb. 5).
Op de bodemkaart van de Bollenstreek is het plangebied niet gekarteerd (Van der Meer, 1952). Grondboringen van www.dinoloket.nl Ten behoeve van bodemkundig en geologisch onderzoek zijn in het recente verleden binnen het onderzoeksgebied boringen verricht. Deze gegevens zijn te raadplegen via het dinoloket (www.dinoloket.nl). De boringen geven een eerste inzicht in de ondergrond van het onderzoeksgebied. Boring 1 (B30F0462, zie afb. 8): Ongeveer 150 meter ten zuidoosten van het plangebied is een geologische boring gezet waarbij tot 14 m -NAP (tevens 14 m -mv) geboord is. Hierbij bevat de eerste 1.00 m een antropogene opgebrachte laag bestaand uit matig fijn kleiig zand. Daarna zijn twee lagen matig fijn zand (van 1 m tot 4 m -NAP) behorende tot het Laagpakket van Zandvoort
17
opgeboord. Vervolgens is het Laagpakket van Wormer opgeboord tot 12.20 m -NAP waarna het afgewisseld wordt met dunne veenlagen (circa 0.3 m) van de Formatie van Nieuwkoop. Het Laagpakket van Wormer bestaat uit diverse kleiige zand- en zanderige kleilagen die verschillen in de concentratie siltigheid. Opvallend aan deze boring is het ontbreken van het Laagpakket van Schoorl waar de archeologisch resten te verwachten zijn. Vermoedelijk is deze laag afgegraven ten behoeve van de anthropocene laag, die mogelijk fungeert als een recente ophogingslaag. Deze hypothese wordt ondersteund door de diepte waar de anthropocene laag bevindt, aangezien deze ligt waar normaliter het Laagpakket van Schoorl bevindt in de omgeving (vanaf 0,00 m +NAP tot circa 1,00 m -NAP) en de aanwezigheid van het Laagpakket van Zandvoort onder de anthropocene laag. Tevens ontbreekt een Hollandveen Laagpakket. Mogelijk zijn in de top van het Laagpakket van Zandvoort archeologische resten aanwezig indien deze niet is afgegraven, echter kan dit niet met zekerheid vastgesteld worden.
18
Boring 2 (B30F0458, zie afb. 9): Op 300 meter ten oosten van het plangebied is een geologische boring gezet waarbij tot 25,02 m -NAP (25,00 m -mv) is geboord. Hierbij is eerst het Laagpakket van Schoorl (0-1.10 m -mv) opgeboord bestaand uit matig grof zand, gevolgd door een veenlaag van de Formatie van Nieuwkoop (1.10-2.20 m -mv). Hierna volgt de formatie van Naaldwijk dat bestaat uit het Laagpakket van Walcheren (klei; 2.20-2.40 m -mv), Laagpakket van Zandvoort (2 lagen matig grof zand; 2.40-6.30 m -mv) en het Laagpakket van Wormer (meerdere kleilagen waarvan de bovenste humeus zijn; 6.30-6.60 m en 6.80-13.70 m -mv). Tussen de kleilagen van het Laagpakket van Wormer bevind zich ook een dunne veenlaag behorende tot de Formatie van Nieuwkoop tussen 6.60-6.80 m -mv. Tot slot zijn vanaf 13.70 m -mv de Formatie van Boxtel (matig fijn zand; 13.70-18.40 m -mv) en de Formatie van Kreftenheye (matig fijn grinderig- en grof zand; 18.40-25.00 m -mv) opgeboord. Opvallend aan deze boring is de maaiveldhoogte waarop de top van het Laagpakket van Schoorl bevindt. De boring ligt op 0,02 m +NAP, wat de hoogte is waarop de strandwallen vaak werden afgegraven ten behoeve voor bollenteelt. Het is dus mogelijk dat de boring op een ondergrond bevindt die gebruikt is voor bollenteelt tijdens de 20ste eeuw.
Er is geen monster genomen van de bovenste laag van de boring, waardoor er geen gegevens bekend zijn van de hoeveelheid kalk in deze laag. Er kan dus niet met zekerheid gesteld worden dat het Laagpakket van Schoorl is afgegraven ten behoefte van de bollenteelt. Onder het Laagpakket van Schoorl ligt een veenlaag dat vermoedelijk het Hollandveen pakket is waarop archeologische resten tot en met de vroege middeleeuwen verwacht kunnen worden. Dit is gebaseerd op de stratigrafische ligging van de veenlaag onder het Laagpakket van Zandvoort. Het is daardoor zeer onwaarschijnlijk dat de veenlaag tot het Basisveen behoort. De kleilaag van het Laagpakket van Walcheren is ontstaan door de doorbraak van de oorspronkelijk gesloten barrièrekust, waarbij het vermoedelijk niet langdurig onder invloed stond van de getijden gezien de dikte (10 cm) van deze laag. Aangezien deze laag onder de veenlaag ligt, is het een relatief oude afzetting van het Laagpakket van Walcheren. Mogelijk zijn in de top van het Laagpakket van Zandvoort archeologische resten aanwezig indien deze niet is afgegraven, echter kan dit niet met zekerheid vastgesteld worden.
19
Afbeelding 10. Een kaart van enkele percelen nabij de kerk in Sassenheim uit 1662. Het plangebied is bij benadering aangegeven met een zwarte cirkel.
Bron:
https://beeld-
bankstichtingoudsassenheim. nl, Recordnummer 06336.
20 Afbeelding 11. Uitsnede van de
kadastrale
minuut
van
1811-1832. Het plangebied is omkaderd rood. Bron: HISGIS, bewerking Hollandia Archeologen.
6
H ISTO R I S C H E GE GE V E NS De strandwal waarop Sassenheim is gelegen, is een van de oudst gevormde strandwallen in de regio. Deze strandwal is circa 5000 jaar geleden ontstaan wat betekent dat het gebied sinds het Neolithicum mogelijk al bewoond was. De eerste vermelding van de nederzetting Sassenheim dateert echter uit de de 9de eeuw, waarbij kerkelijke bronnen het dorp Sagnem vermelden. Volgens deze bronnen bevond er een (houten) kerk op een duinhoogte waar tegenwoordig de huidige dorpskerk is gesitueerd (Rijnlandse geschiedenis, 2024, zie afb. 11). Het plangebied bevindt zich aan de historische dorpskern van Sassenheim. De historische dorpskern heeft zich ontwikkeld als een bebouwingslint op de zuidwestnoordoost georiënteerde strandwal, hoofdzakelijk langs de huidige Hoofdstraat en de Kerklaan. Rond Sassenheim ontstonden in de 13de eeuw drie ridderhofsteden: het kasteel van de heren van Alkemade (zuidzijde van Sassenheim), de hofstad Ter Leede (ten noordoosten van Sassenheim) en ten noorden van het dorp de 13e-eeuwse omgrachte waterburcht Slot Teylingen, ook bekend als de Ruïne van Teylingen (AMKnummer: 4037; zie hoofdstuk 8). Aan de Hoofdstraat, op circa 50 meter ten noordoosten van het plangebied, bevindt zich de Protestantse dorpskerk van Sassenheim, daterend uit de 16de eeuw.
Nabij de dorpskerk werden er in de 17de en 18de eeuwen aan de Hoofdstraat meerdere buitenverblijven gebouwd door rijke kooplieden uit de naburige steden. Op de oudste kaart die gebruikt wordt voor dit bureauonderzoek (afb. 10), is te zien dat in 1662 al bewoning aan de Hoofdstraat plaats vond. Hoewel het plangebied al gedeeltelijk gekarteerd (perceel 775) is op deze kaart, vond er geen bewoning plaats in het plangebied. De kadastrale minuut van 1811-1832 (zie afb. 11) laat zien dat het plangebied onderdeel was van meerdere percelen: 716, 717, 722 en 723. Deze percelen waren niet bebouwd en fungeerde als landbouw en natuurgronden. De percelen 716-718 behoorden tot de Gemeente Sassenheim en fungeerde als boomgaarden. De overige twee percelen waren eigendom van Agatha Sara Lans, een weduwe van G.G. Lans wonende in Amsterdam. Op het kleine perceel (722) stond een stukje bos, terwijl het grote perceel in gebruik was als weiland (723). Gedurende de 19de eeuw breidde het dorp Sassenheim zich steeds meer uit rondom de historische dorpskern, waarbij de gebieden rondom het plangebied volledig bebouwd werden. Dit was echter niet het geval voor het plangebied wat onbebouwd bleef en onderdeel was van de Overplaats, een stuk weiland gelegen aan de vroegere Buitenbeek.
Dit gebied behoorde tot het landgoed Rusthoff van de familie Charbon, een welvermogende familie uit Amsterdam waarnaar de Charbonlaan vernoemd is. De eerste bebouwing in het gebied is te zien op een Bonneblad uit 1895, waarbij een niet gespecificeerd gebouw op het weiland staat (zie ook afb. 12). Dit gebouw is nog niet te zien op het Bonneblad uit 1873 en is tussen 1873 en 1895 gebouwd gebaseerd op het historisch kaartmateriaal. Er zijn geen historische gegevens bekend over dit gebouw en het gebruik hiervan. Opvallend is dat het plangebied op basis van de historische kaarten niet in gebruik als bollenveld is geweest, echter kan dit niet volledig uitgesloten worden. Pas vanaf 1921 werd het perceel grotendeels bebouwd. Dit betreft de huidige bebouwing aan de Charbonlaan en Jacoba van Beierenlaan, zichtbaar op afbeelding 13. De vier woningen gelegen aan de Westerstraat (oostelijk gedeelte plangebied) werden pas in 1954 gebouwd (Kadastrale kaart).
21
Afbeelding 12. Uitsnede van het Bonneblad van 1907. Het plangebied is rood omkaderd. Bron:
www.topotijdreis.nl,
bewerking Hollandia Archeologen.
22 Afbeelding 13. Een ansichtkaart van de huizen langs de
Charbonlaan
(links)
en
de Jacoba van Beierenlaan (rechts).
Op
de
voorgrond
de Buitenbeek, oorspronkelijk gelegen in de Overplaats, die behoorde bij het landgoed Rusthoff van de familie Charbon. Van de Buitenbeek is de huidige vijver overgebleven. De foto dateert uit de jaren ’20, ten tijden van de eerste bebouwing in het gebied.
Bron:
https://beeld-
bankstichtingoudsassenheim. nl, Recordnummer 00349.
Dorpskerk De huidige Protestanse dorpskerk is de opvolger van een Romaanse voorganger uit de 12e eeuw, welke was opgetrokken in tufsteen. Tijdens archeologisch onderzoek in de jaren zeventig van de vorige eeuw zijn resten van het oorspronkelijke Romaanse schip aangetroffen. De toren van de kerk is vermoedelijk in het midden van de 13e eeuw aan het toenmalige kerkgebouw toegevoegd. De huidige Protestans kerk dateert uit de 16de eeuw. In 1574 liep de kerk aanzienlijke schade op tijdens het Leidens Ontzet. De kerk is door Nederduits-gereformeerden in de periode 1592–1595 herstelt, waarna het gebouw zijn functie en beeldbepalende waarde binnen de dorpskern heeft behouden. In 1720 werd de kerk vergroot door een lagere aanbouw. De opgang van de Bataafse Republiek in 1795 maakte een einde aan de positie van de Nederduits Gereformeerde Kerk als staatskerk. Na de Franse tijd werd in 1816 de naam ‘Nederduits-gereformeerd’ officieel vervangen door ‘Nederlandshervormd’. In 2007 is de officiële naam van het kerkgebouw ‘Dorpskerk’ geworden. Het is sindsdien één van de twee kerken van de Protestantse Gemeente Sassenheim. De Dorpskerk is in de laatste eeuw diverse keren grondig verbouwd en gerestaureerd. De laatste grote restauratie vond plaats in de jaren ‘70 van de vorige eeuw (Stichting Oud Sassenheim, 2023).
23 Afbeelding 14. Een tekening van de Dorpskerk rond 1730. De
tekenaar
Bron:
is
onbekend.
https://beeldbankstich-
tingoudsassenheim.nl, Recordnummer 13650.
Afbeelding
15.
Overzichts-
kaart met de locaties van de
in
het
plangebied
de
onderzoeken dingen,
omgeving en
zoals
van
uitgevoerde vondstmelbeschreven
in hoofdstuk 7. Het plangebied is rood omkaderd.Bron: ARCHIS, bewerking Hollandia
24
7
ARC HE OLOG ISCHE G E G E V E NS Het plangebied grenst aan het AMK-terrein 15352, wat bestaat uit de historische dorpskern van Sassenheim. De begrenzing van deze historische kern is bepaald op grond van de historische kaart uit 1849-1859. Binnen dit AMK-terrein bevindt een ander AMKterrein, namelijk de Dorpskerk en het gebied rondom deze kerk (AMK-nummmer 4043). Zoals beschreven in hoofdstuk 6 dateert de eerste bebouwing van deze kerk tot de late middeleeuwen. Buiten de kerk liggen nog fundamenten van de oorspronkelijke kerk uit de 12de eeuw. Door de eeuwenlange begravingen is het terrein buiten de kerk ongeveer een halve meter opgehoogd en volledig omgewoeld. In 1999 werden bij onderzoek door het ADC net buiten het huidige kerkhof-areaal twee skeletten in de overblijfselen van grafkisten aangetroffen, evenals twee waterputten uit de Middeleeuwen en Nieuw tijd (OMN-nummer 2088029100, ARCHIS). Op 500 m ten noordwesten van het plangebied ligt het AMK-terrein 4037, wat het terrein met de ruïne van het kasteel Slot Teylingen uit de late middeleeuwen is. Dit is een ruïne met een zware ringmuur met een weergang op bogen en een aan de noordkant tegen de ringmuur gelegen donjon. Op grond van de vondsten is een datering voor de tweede helft van de 13de eeuw waarschijnlijk.
Het terrein heeft meerdere bewoningsfasen gehad gedurende de late middeleeuwen en de nieuwe tijd waarbij diverse structuren van het oorspronkelijke kasteel zijn vervallen of gesloopt. Sinds 1890 heeft het rijk meerdere herstelwerkzaamheden aan de ruïne verricht (ARCHIS). Voor dit bureauonderzoek zijn de archeologische gegevens geraadpleegd die binnen een straal van ca. 500 m rondom het plangebied zijn uitgevoerd (zie afb. 15). Daarbij is uitsluitend gekeken naar vondstmeldingen en veldonderzoeken. Indien er meerdere onderzoeken in het plangebied hebben plaatsgevonden, wordt het onderzoek omschreven wat het beste aansluit op dit bureauonderzoek. Tevens worden alleen afgeronde onderzoeken besproken, waardoor bijvoorbeeld OMN-melding 5796453001ondanks zijn relevante ligging en onderzoek niet besproken wordt. Deze archeologische onderzoeken en waarnemingen worden hieronder en in tabel 2 besproken. Op 75 m ten noordwesten van het plangebied is er door ADC Archeoprojecten is een archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek door middel van boringen uitgevoerd ter hoogte van Willibrorduslaan 71 (OMN-nummer 2242528100; Hanemaaijer & van der Zee, 2009). Bij dit inventariserend veldonderzoek zijn 5 boringen uitgevoerd, die gemiddeld een diepte van 2,90 m -mv hebben bereikt.
Hierbij zijn mariene afzetting van het wormer laagpakket, veenpakket van het Hollandveen en anthropoceen opgebrachte lagen van zand en grind aangetroffen. De anthropocene laag direct op het veenpakket is geïnterpreteerd als een akkerlaag dat ontstaan is door drie-steek-delven. De eerste 1,50 m van de ondergrond is verstoord en er zijn geen archeologische resten aangetroffen tijdens het onderzoek. In 2020 heeft Aeres Milieu op 50 m ten noorden van het plangebied aan de Westerstraat 8a een archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek door middel van boringen uitgevoerd (OMN-nummer 4877695100; Kruithof et al., 2020). Gedurende het onderzoek zijn er 6 boringen gezet, die varieerde van een diepte van 1,20 m -mv tot 2,00 m -mv. Tijdens deze boringen zijn er strandwalafzettingen bestaand uit kalkloos matig fijn zand aangetroffen vanaf een diepte tussen 0,3 m -mv en 1,45 m -mv. Boven dit pakket is een zwak tot matig humeus fijn zandpakket aangetroffen dat vermoedelijk een verstoring is door recente bodembewerking en bollenteelt. Tijdens het onderzoek
25
zijn er geen archeologische indicatoren aangetroffen. Het ontbreken van bodemvorming en de beperkte dikte van de ontkalkte top duidt op een lage kans voor het aantreffen van archeologische resten als gevolg van verstoringen. Ten noordoosten van het plangebied, op circa 100 m afstand, heeft De Steekproef een archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek uitgevoerd aan het Hortusplein (OMN-nummer 4593335100; Exaltus, 2018). Het veldonderzoek is door middel van zeven verkennende boringen uitgevoerd, die tot een diepte tussen 2,00 m -mv en 2,75 m -mv zijn gezet. Tijdens het veldonderzoek is een zanderige toplaag (tussen de 1,40 m en 1,80 m dik) opgeboord dat tijdens de 20ste eeuw doorgegraven is. Hieronder is in 2 boringen een veenpakket aangetroffen met een dikte tussen de 0,6 en 0,9 m. Onder het veenpakket of direct onder de zanderige toplaag is geoxideerd strandwalzand aangetroffen waarbij de top niet ontkalkt is. Gezien het ontbreken van archeologische resten en de diepe bodemverstoring, werd er geen vervolgonderzoek geadviseerd.
26
Het vierde onderzoek dat wordt besproken is gelegen aan de Hoofdstraat 205, Sassenheim, op ongeveer 50 m ten oosten van het plangebied (OMN-nummer 2448041100; Moerman, 2014). Dit onderzoek is een archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek wat door middel van 5 boringen is uitgevoerd. Deze boringen zijn tot een diepte van 2,0 m -mv gezet, op 1 boring na die tot een diepte van 4,0 m -mv is gezet. Uit de boringen blijkt dat de ondergrond bestaat uit een pakket kalkarm tot kalkloos zand op een pakket kalkrijk zand, waarbij ook een veenlaag van circa 0.30 m tussen het kalkarme zandpakket was aangetroffen bij 2 boringen. De bovenste laag bestaat uit een puinhoudend zandpakket, waarbij de ondergrond tussen de 0,70 m -mv en 1,40 m -mv verstoord is. De laag onder dit pakket behoort tot de strandwal die ontkalkt is. Er zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen, en de verwachting van archeologische resten zijn laag waarbij alleen diepe sporen zoals de opgebrachte waterput mogelijk aanwezig zijn. In 2004 heeft ADC Archeoprojecten een archeologisch onderzoek door middel van proefsleuven uitgevoerd rond de Dorpskerk in Sassenheim (OMN-nummer 2088029100, ARCHIS). Dit onderzoek ligt op 150 m ten oosten van het plangebied en bevat het noordelijk en oostelijk gebied van de kerk.
De oudste sporen van hete onderzoek dateren uit de late middeleeuwen, hoewel enkele Romeinse keramiek scherven geborgen zijn. Gedurende de werkzaamheden zijn diverse middeleeuwse en nieuwe tijdse bewoningssporen aangetroffen waaronder een middeleeuwse boederij met waterresevoir en 2 inhumatiegraven, een stenen huis uit de 17de eeuw en 5 armenhuisjes. Ook is er Pingsdorff aardewerk aangetroffen in een van de proefsleuven. Na het proevensleuven onderzoek zijn beide deelgebieden vrij gegeven door de ROB voor planontwikkeling. Op 100 m ten zuidoosten van het plangebied gelegen aan de Hoofdstraat 222-224 heeft Econsultancy een archeologisch proefsleuvenonderzoek uitgevoerd (OMN-nummer 4641927100; Brussé & Beurskens, 2019). Hierbij zijn drie proefsleuven aangelegd met een gezamenlijke oppervlakte van circa 175 m². In twee van de drie proefsleuven zijn sporen aangetroffen die dateren uit de nieuwe tijd en waarschijnlijk te maken hebben met Villa Rusthoff. Deze sporen zijn gevonden vanaf een hoogte van 0,05 m +NAP tot 0,33 m -NAP. Onder deze sporen vallen; muurrestanten van twee kelders, metalen en glazen voorwerpen en kuilen. De oudste vondst dateert uit de late-bronstijd tot in de ijzertijd en is een wandfragment van een handgevormde pot die niet heet is afgebakken.
Daarnaast zijn er ook vondsten uit de late middeleeuwen aangetroffen De vindplaats heeft een lage waardering gekregen met een selectieadvies van niet behoudenswaardig, en is vrijgegeven voor verdere ruimtelijke ontwikkeling.
Type gegevens
Zaakidentificatienummer Ligging ten opzichte Omschrijving van plangebied
AMK terrein
15352
Direct aan het plangebied
Terrein van hoge archeologische waarde, bestaand uit de Dorpskerk (late middeleeuwen) en stad (middeleeuwen laat-nieuwe tijd C).
AMK terrein
4043
100 m ten noordoosten
Terrein van zeer hoge archeologische waarde late middeleeuwen-nieuwe tijd C (Dorpskerk), liggend in AMK terrein 15352.
AMK terrein
4037
500 m ten noordwesten
Terrein van zeer hoge archeologische waarde uit de late middeleeuwen, bestaand uit de ruïnes van het kasteel Slot Teylingen.
Archeologisch booronderzoek
2242528100
75 m ten noordwesten Siltige kalkrijk standvlakte-afzettingen aangetroffen tussen 2,30 m -mv en 3,30 m -mv Geen archeologische indicatoren en geen vervolgonderzoek geadviseerd.
Archeologisch booronderzoek
4877695100
50 m ten noorden
Ontkalkte top strandwalafzettingen aangetroffen tussen 0,30 m -mv en 1,45 m. Geen archeologische indicatoren en geen vervolgonderzoek geadviseerd.
Archeologisch booronderzoek
4593335100
100 m ten noordoosten
Top geoxideerde strandwalafzettingen aangetroffen tussen 1,80 m -mv en 2,50 m -mv. Oorspronkelijke top strandwalafzettingen vermoedelijk niet intact door diepe bodemverstoring. Geen archeologische indicatoren en geen vervolgonderzoek geadviseerd.
Archeologisch booronderzoek
2448041100
50 m ten oosten
Ontkalkte top strandwalafzettingen aangetroffen tussen 0,70 m -mv en 1,40 m. Geen archeologische indicatoren en geen vervolgonderzoek geadviseerd.
Archeologisch 2088029100 proefsleuvenonderzoek
150 m ten oosten
Archeologische sporen gevonden die dateren tussen de late middeleeuwen en de nieuwe tijd C. Het betreft diverse bewoningssporen uit verschillende fases. Tevens Romeins aardewerk gevonden.
Archeologisch 4641927100 proefsleuvenonderzoek
100 m ten zuidoosten
Archeologische sporen gevonden die dateren tussen de late middeleeuwen en de nieuwe tijd C. Grootste gedeelte sporen en vondstmateriaal komt uit de nieuwe tijd waaronder bebouwingsresten.
Tabel 2. Overzicht van de omschreven archeologische gegevens in het onderzoeksgebied.
27
Periode
28
Verwachting Diepte
Omvang
Omschrijving van de te verwachten resten
Laat neolithicumMiddelhoog vroege middeleeuwen
Vanaf 0.0 m -NAP, in de top van de strandwalafzettingen (Laagpakket van Schoorl) indien intact.
< 200 m2 Nederzettingssporen, cultuur- en akkerlagen, ploegsporen, greppels, kuilen, haarden, begravingen, aardewerk, natuursteen, voorwerpen van been, metaal, hout en gewei, leer, archeobotanisch en zoölogisch materiaal.
Late middeleeuwen
Middelhoog
Vanaf 0.0 m -NAP, in de top van de strandwalafzettingen (Laagpakket van Schoorl) indien intact.
Divers
Nederzettingssporen, water- en beerputten, sporen van landbewerking, land- en akkerbouw en percelering, ploegsporen, ophogings- en cultuurlagen, sloten, greppels, kuilen, begravingen, natuursteen, aardewerk, voorwerpen van been, metaal, hout en gewei, leer, glas en archeobotanisch en zoölogisch materiaal.
Nieuwe tijd A
Middelhoog
Vanaf 0.0 m -NAP, in de top van de strandwalafzettingen (Laagpakket van Schoorl) indien intact.
Divers
Nederzettingssporen, water- en beerputten, sporen van landbewerking, land- en akkerbouw en percelering, ploegsporen, ophogings- en cultuurlagen, sloten, greppels, kuilen, natuursteen, aardewerk, voorwerpen van been, metaal, hout en gewei,, glas en archeobotanisch en zoölogisch materiaal.
Nieuwe tijd B-C
Middelhoog
Direct onder het maaiveld
Divers
Water- en beerputten, sporen van landbewerking, land- en akkerbouw en percelering, ploegsporen, ophogings- en cultuurlagen, sloten, greppels, kuilen, aardewerk, voorwerpen van been, metaal, hout en gewei, leer, glas, militaire resten uit WOII en archeobotanisch en zoölogisch materiaal.
Tabel 3. Samenvatting van de gespecificeerde archeologische verwachting voor het onderzoeksgebied per periode met de mogelijke dieptes, omvang en aard van de te verwachten waarden.
8
ARC HE OLOG ISCHE V E RWACHT IN G Het plangebied ligt in het westelijk kustgebied van Zuid-Holland dat wordt gekenmerkt door langgerekte strandwallen waarop duinen zijn gevormd. In de lager gelegen strandvlaktes is als gevolg van de relatieve zeespiegelstijging veenvorming opgetreden. Deze veenvorming is te zien in enkele boringen ten (noord)oosten van het plangebied (o.a. OMN-nummers 4593335100 en 2448041100, zie hoofdstuk 7). De natuurlijke bodemopbouw bestaat uit Oud duin met bodemvorming. Het westelijk duingebied vormt een dynamisch landschap dat voortdurend in beweging was. Dit leidde zowel tot erosie als tot het afdekken van goed bewaarde (cultuur)lagen. Gebaseerd op de boringen uit het DINO-loket en op nabijgelegen archeologische onderzoeken, bevindt het plangebied zich op de strandwalafzettingen waarbij in de top van deze afzettingen archeologisch relevante sporen en vondstmateriaal verwacht wordt. De jongste sporen worden al direct onder het maaiveld verwacht (0,50 m +NAP tot 0,80 m +NAP), indien de sporen niet verstoord zijn. Gezien de hogere ligging van het plangebied ten opzichte van de omgeving, is het plangebied gunstig voor bewoning vanaf het laat neolithicum.
In directe nabijheid van het plangebied (100 en 150 m) zijn scherven uit de late-bronstijd/ijzertijd en Romeinse tijd gevonden, en op de plaats van de huidige Dorpskern stond al vanaf de 9de eeuw een houten kerk volgens geschreven bronnen. Verder zijn er op grotere afstand van het plangebied ook archeologische vindplaatsen uit deze periodes bekend. Op basis van deze gegevens is de verwachting op archeologische resten in het plangebied middelhoog. Gelet op de ligging van het plangebied naast de historische dorpskern en de Dorpskerk, en het bijbehorend archeologisch onderzoek dat heeft plaatsgevonden (OMN-nummer 2088029100), is de verwachting voor de late middeleeuwen en de nieuwe tijd A ook middelhoog. Voor de nieuwe tijd B en C is de verwachting ook middelhoog. Dit is gebaseerd op historisch kaartmateriaal (hoofdstuk 6) waarbij te zien dat het plangebied tenminste vanaf 1662 tot en met 1873 als weiland, boomgaard en bosgrond is gebruikt. Het gebied is gedurende deze periode niet bewoond geweest en zal dus geen nederzettingssporen bevatten. De verwachting op sporen van landbewerking, land- en akkerbouw en percelering is echter groot. De verwachte archeologische sporen uit elke periode die benoemd is in dit hoofdstuk, zijn weergegeven in tabel 3.
Hoewel de kans op sporen uit deze periodes middelhoog is, is het wel aannemelijk dat de bovenste bodemlagen door de aanleg van de wijk zijn verstoord aangezien dit bij de ondergrond in de directe nabije omgeving van het plangebied ook is gebeurd (o.a OMN-nummers 2448041100 en 4877695100, zie hoofdstuk 7). Dit is echter niet met zekerheid te zeggen tot de ondergrond onderzocht is op mogelijke verstoringen.
29
30
9
C ONC LU S I E E N A DV IE S In het kader van de geplande nieuwbouw op het perceel Sassenheim A 6607 gelegen aan de Charbonlaan, Jacoba van Beierenlaan en Westerstraat te Sassenheim, gemeente Teylingen, zal de ondergrond worden verstoord. Gezien het plangebied volgens het bestemmingsplan is aangeduid met een hoge archeologische verwachting (specifieke vorm van waarde - 1), geldt op grond van artikel 19 van het bestemmingsplan Sassenheim Centrum een onderzoeksplicht bij bodemverstorende werkzaamheden dieper dan 30 cm onder het maaiveld en met een oppervlak groter dan 100 m². Om aan deze verplichting te voldoen en het archeologische belang zorgvuldig mee te wegen in het ruimtelijk besluitvormingsproces, is een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd. Op basis van de archeologische beleidskaart van de gemeenten Hillegom, Lisse, Noordwijk en Teylingen is het plangebied gekarteerd als archeologische waarde categorie 7 waarvoor een middelhoge verwachting geldt. Bij deze archeologische waarde geldt de vrijstellingsgrenzen van 100 cm -mv /500 m2 (Brandenburgh, 2020). Gebaseerd op het concept van de funderingsplannen, zullen de grond- en bouwwerkzaamheden een diepte van meer dan 1,0 m -mv reiken en een oppervlak van meer dan 500 m² beslaan, waardoor vervolgonderzoek nodig wordt geacht.
Op basis van de geraadpleegde aardwetenschappelijke, historische en archeologische gegevens geldt voor het plangebied een middelhoge verwachting voor archeologische resten uit het late neolithicum tot en met de nieuwe tijd C. Het plangebied bevindt zich op strandwalafzettingen, waarbij het gesitueerd is op een Oude Duin. Deze locatie vormde vanaf het laat neolithicum een gunstige locatie voor bewoning gezien de hogere ligging in de omgeving. In de omgeving van het plangebied zijn archeologische resten uit het late neolithicum tot en met de vroege middeleeuwen gevonden. Vanaf de periode late middeleeuwen ligt het plangebied naast de historische dorpskern van Sassenheim en zijn er ook nederzettingssporen uit deze periode nabij het plangebied gevonden. Op historische kaartmateriaal is te zien dat het plangebied al tenminste vanaf 1662 als perceel in gebruik is geweest. Het betreft echter gebruik als weiland, boomgaard en bosgrond, wat onveranderd blijft tot de huidige bebouwing uit 1921 en 1954. De archeologische resten in het plangebied bevinden zich direct onder het maaiveld als het plangebied niet is opgehoogd gedurende de huidige bebouwing. Aangezien de geplande werkzaamheden onder het maaiveld zal plaatsvinden, is de kans op aantasting van archeologische resten uit de bovenstaande periodes groot.
31
De archeologische verwachting hangt verder nauw samen met de intactheid van de bodem binnen het plangebied. De dichtstbijzijnde archeologische onderzoeken rondom het plangebied laten zien dat de ondergrond van de omgeving vaak verstoord is door het afgraven van de strandwallen voor bollenteelt aan het begin van de 20ste eeuw (Heunks, 1995 in Kruithof et al., 2020). Met behulp van het uitvoeren van een verkennend booronderzoek kan eerst worden getoetst in hoeverre de bodem intact is of dat deze reeds verstoord is door de afgraving van de top van de strandwal en/of de realisatie van de huidige bebouwing.
A ANVUL L ENDE INFO RM AT I E
OP W W W.HOLL AN DIA-A RCHEOLOG I E. NL
Advies Op basis van de resultaten van dit bureauonderzoek en afgezet tegen de voorgelegde plannen wordt geconcludeerd dat de aanwezige archeologische waarden binnen het plangebied in voldoende mate zijn vastgesteld. Hoewel de ontgravingsdiepte (0,8 m -mv) van de grondwerkzaamheden binnen de vrijstellingsgrens valt, zullen onder de fundering heipalen worden geplaatst die dieper reiken dan de vrijstellingsgrens (1,0 m -mv) van het archeologisch gemeentelijk beleid. Tevens zal het te bebouwen oppervlak meer dan 500 m² bedragen, waardoor ook aan deze vrijstellingsgrens niet wordt voldaan. Aangezien de grondwerkzaamheden de vrijstellingsgrenzen van het gemeentelijk beleid overschrijden, dient een inventariserend veldonderzoek door middel van verkennende boringen te worden uitgevoerd. Zodoende kan worden bepaald in hoeverre de ondergrond is verstoord en op welke diepten eventuele potentiële archeologische niveaus zich bevinden. De uitvoerder van deze werkzaamheden dient te beschikken over het certificaat BRL SIKB 4003. Het onderzoek dient nader te worden uitgewerkt in een plan van aanpak dat ter goedkeuring aan de gemeente Teylingen moet worden voorgelegd, aangezien de gemeente nadere eisen aan het onderzoek kan stellen.
Dit is slechts een aanbeveling en uiteindelijk is het aan de bevoegde overheid, de gemeente Teylingen, om een beslissing te nemen over de eventuele archeologische vervolgstappen. Mocht de gemeente geen verder archeologisch onderzoek wensen, dan dient conform art. 5.10 Erfgoedwet de Rijksoverheid onverwijld op de hoogte gesteld te worden wanneer er tijdens de werkzaamheden archeologische resten worden aangetroffen.
32
LIT E R AT U URLIJST Berendsen, H.J.A., (2005). De vorming van het land. Inleiding in de geologie en de geomorfologie. Assen. Brandenburgh, C.R., (2020). Graven in archieven. Een niet-gravend verstoringenonderzoek in de bollengemeenten Hillegom, Lisse, Noordwijk en Teylingen. Erfgoed Leiden. Brussé, S., & Beurskens P., (2019). Rapportage proefsleuvenonderzoek Hoofdstraat 222-224 te Sassenheim in de gemeente Teylingen. Econsultancy-rapport 8182.001. Cohen, K.M., Stouthamer, E., Pierik, H.J., Geurts, A.H., (2012). Rhine-Meuse Delta Studies’ Digital Basemap for Delta Evolution and Palaeogeography. Utrecht. Exaltus, R., (2018). Sassenheim, Hortusplein, Gemeente Teylingen (ZH.). Een Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O). De Steekproef-rapport 2018-02/09 Hanemaaijer, M., & Zee R., van der, (2009). Sassenheim, Willbrorduslaan 71, gemeente Teylingen. ADC ArcheoProjecten rapport 1937. Hijma, M.P., (2010). From river valley to estuary: the early-mid Holocene transgression ofthe Rhine-Meuse valley, the Netherlands. [Uitgegeven PhD-proefschrift, Utrecht University]. Utrecht. Kruithof, L., Hagens, D., en Feest, N.J.W. van der, (2020). Archeologisch bureau- en verkennend veldonderzoek door middel van boringen Westerstraat 8a te Sassenheim. Aeres Milieu rapport AM19344 Meilink, B., (2004). Sassenheim centrum, proefsleuven rond de NH kerk.
ADC ArcheoProjecten rapport 296. Moerman, S., (2014). Archeologisch bureauonderzoek & IVO verkennende fase: Hoofdstraat 205, Sassenheim, gemeente Teylingen. IDDS Archeologie-rapport 1664 Mulder, E.F.J. de, Geluk, M.C., Ritsema, I.L., Westerhof, W.E., Wong, T.E., (2003). De ondergrond van Nederland. Houten. Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer, Nederlandse Archeologie, versie 4.1. SIKB, Gouda.
(2016).
Kwaliteitsnorm
Meer, K. van der, (1952). De Bloembollenstreek: Resultaten van een veldbodemkundig onderzoek in het bloembollengebied tussen Leiden en het Noordzeekanaal. [Uitgegeven PhD-proefschrift, Landbouwhogeschool Wageningen], Wageningen Vos, P., 2015, Origin of the Dutch Coastal Landscape: Long-term landscape evolution of the Netherlands during the Holocene, described and visualized in national, regional and local palaeogeographical map series, Barkhuis. Zagwijn, W.H. & Staalduinen, C.J. van (red.), (1975). Toelichting bij de geologische overzichtskaarten van Nederland. Haarlem.
33
Websites www.AHN.nl ARCHIS https://bagviewer.kadaster.nl www.dinoloket.nl www.erfgoedatlas.nl ESRI HISGIS www.ikme.nl https://noord-hollandsarchief.nl/beelden/beeldbank PDOK www.rce.webpublisher.nl - Verstoringsbronnenkaart https://www.rijnlandgeschiedenis.nl/ www.ruimtelijkeplannen.nl https://www.stichtingoudsassenheim.nl www.topotijdreis.nl
34
Inhoudsopgave
BIJL AGEN
Bijlage 1: Archeologische perioden Bijlage 2: Archeologisch stappenplan
35
Late-Middeleeuwen
B 1.250-1.500
Late-Middeleeuwen
A 1.050-1.250
Vroege-Middeleeuwen
D
900-1.050
C
725-900
B
525-725
A Laat-Romeinse tijd
Miden-Romeinse tijd
36
Vroeg-Romeinse tijd
450-525 B
350-450
A
270-350
B
150-270
A
70-150
B
25-70
A
12-25
Late-IJzertijd
12 na Chr.250 v. Chr.
Midden-IJzertijd
500-250
Vroege-IJzertijd
800-500
Late-Bronstijd
1.100-800
Midden-Bronstijd
B 1.500-1.100 A 1.800-1.500
Vroege-Bronstijd
2.000-1.800
Midden-Neolithicum
Vroeg-Neolithicum
B
2.450-2.000
A
2.850-2.450
B
3.400-2.850
A
4.200-3.400
B
4.900-4.200
A
5.300-4.900
Laat-Mesolithicum
6.450-4.900
Midden-Mesolithicum
7.100-6.450
Vroeg-Mesolithicum
8.800-7.100
Laat-Paleolithicum
B 18.000-8.800
MESOLITHICUM NEOLITHICUM
A 1.500-1.650
Laat-Neolithicum
A 35.000-18.000
Midden-Paleolithicum
300.000-35.000
Vroeg-Paleolithicum
-300.000
PALEOLITHICUM
Nieuwe tijd
MIDDELEEUWEN
B 1.650-1.850
ROMEINSE TIJD
Nieuwe tijd
IJZERTIJD
C 1.850-heden
BRONSTIJD
Nieuwe tijd
NIEUWE TIJD
BIJ L AGE 1 : ARC H EOLOGISCH E PERIODEN
B IJL AG E 2 : ARCHE OLOG ISCHE STAPPEN PL AN In het “stappenplan archeologie” wordt aangegeven welk traject bij planvorming bewandeld moet worden als het gaat om het inpassen van archeologische waarden en verwachtingen. Het is van groot belang om in een zo vroeg mogelijk stadium van de planvorming rekening te houden met de archeologische waarden en verwachtingen en wel voordat men aanvangt met de globale invulling van een plangebied. Het stappenplan gaat uit van een brede inventarisatie van wat er bekend is over de archeologische waarden. Op basis daarvan wordt zeer gericht ingezoomd op voor het plan(gebied) relevante archeologische informatie. Na iedere stap wordt beredeneerd gekozen voor meer diepgaand onderzoek op specifieke plekken, zodat uiteindelijk voldoende bekend is over aanwezige vindplaatsen om gemotiveerde afweging in het ruimtelijke-ordeningsproces te kunnen maken. I. Bureauonderzoek Het doel van bureauonderzoek is het verwerven van informatie - aan de hand van bestaande bronnen - over bekende of verwachte archeologische waarden binnen of relevant voor het plangebied. Daarnaast moet het bureauonderzoek inzicht bieden in eventueel benodigd inventariserend onderzoek (stap II, zie onder). Een bureauonderzoek bestaat uit een archief- en literatuuronderzoek van archeologische en bodemkundige gegevens die bij RCE, provincie, gemeente en/of andere instanties (b.v.
universiteiten, musea) bekend zijn over het betreffende gebied. Het Bureauonderzoek dient de volgende aspecten te behandelen: • • • • • • •
•
• •
• •
Aangeven wat de aanleiding is voor het bureauonderzoek en om welk gebied het gaat in verband met het bepalen van het onderzoekskader. Beschrijven van het huidige gebruik van de locatie op basis van beschikbare relevante gegevens. Beschrijven van het historische grondgebruik of de historische ontwikkeling van het gebied op basis van geofysische, fysische en historisch geografische gegevens. Een korte impressie over de ontstaansgeschiedenis van het landschap. Een impressie van de bewoningsgeschiedenis. Beschrijven bekende archeologische waarden. Archeologisch waardevolle terreinen zoals deze zijn opgenomen in het Centraal Monumenten Archief (CMA) van de RCE. Dezelfde terreinen zijn tevens opgenomen op de Archeologische Monumentenkaarten (AMK) van de provincies. Archeologisch waardevolle terreinen genieten wettelijke bescherming (ex artikel 3 en 6 van de Monumentenwet) of dienen een planologische bescherming te krijgen binnen het bestemmingsplan. Archeologische vindplaatsen zoals deze in het Centraal Archeologisch Archief (CAA) van de RCE aanwezig zijn. Clustering van vindplaatsen kan wijzen op de aanwezigheid van bewoningssporen uit het verleden. Beschrijven van de archeologische verwachtingen en opstellen van een gespecificeerd en onderbouwd verwachtingsmodel van de verwachte archeologische waarden.
Aan de hand van de door de RCE ontwikkelde Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden. Gebieden met een hoge of middelhoge archeologische verwachtingswaarde of trefkans komen in ieder geval voor een nader archeologisch onderzoek in aanmerking. Aan de hand van een meer gedetailleerde provinciale c.q. gemeentelijke verwachtingskaart. Rapportage met daarin advisering ten behoeve van het vervolgtraject gerelateerd aan de verschillende stadia van het planvormingsproces.