CConstaterende datTeylingen
Koppel je AI →
Document · PDF

4. Goede onderbouwing fysieke leefomgeving.pdf - Goede onderbouwing fysieke leefomgeving

Gemeenteraad 11 december 2025, gemeente TeylingenBij agendapunt: Raadsvoorstel Principeverzoek vernieuwen en vergroten overslagstation VAB 's-Gravendamseweg 77 Voorhout31.147 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Nieuwbouw grondstoffenhal Voorhout Goede onderbouwing fysieke leefomgeving

MeerVAB B.V. 24 september 2025

Project Opdrachtgever

Nieuwbouw grondstoffenhal Voorhout MeerVAB B.V.

Referentie

Goede onderbouwing fysieke leefomgeving Definitief 24 september 2025 141856/25-014.926

Projectcode

141856

Document Status Datum

Projectleider Projectdirecteur

Auteur(s) Gecontroleerd door Goedgekeurd door

Paraaf

Adres

Witteveen+Bos Raadgevende ingenieurs B.V. Leeuwenbrug 8 Postbus 233 7400 AE Deventer +31 (0)570 69 79 11 www.witteveenbos.com KvK 38020751

Het kwaliteitsmanagementsysteem van Witteveen+Bos is gecertificeerd op basis van ISO 9001. © Witteveen+Bos Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt in enige vorm zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Witteveen+Bos noch mag het zonder dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd, behoudens schriftelijk anders overeengekomen. Witteveen+Bos aanvaardt geen aansprakelijkheid voor enigerlei schade die voortvloeit uit of verband houdt met het wijzigen van de inhoud van het door Witteveen+Bos geleverde document.

INHOUDSOPGAVE

1

AANLEIDING EN DOEL

7

1.1

Aanleiding

7

1.2

Doel

7

1.3

Projectgebied

8

1.4

Toetsing aan omgevingsplan

10

1.4.1 1.4.2 1.4.3

11 13 14

Beoordeling definitieve situatie Beoordeling tijdelijke situatie Strijdigheden definitieve en tijdelijke situatie

1.5

Buitenplanse omgevingsplanactiviteit met bindend advies gemeenteraad

14

1.6

Procedure buitenplanse omgevingsplanactiviteit

15

1.7

Leeswijzer

16

2

HUIDIGE EN TOEKOMSTIGE SITUATIE

17

2.1

Huidige situatie

17

2.2

Toekomstige situatie

18

2.2.1 2.2.2 2.2.3 2.2.4

18 20 20 21

Terreinindeling Gebouwen en bouwwerken Groeninrichting en waterberging Circulariteit en duurzaamheid

3

BELEID EN REGELGEVING

22

3.1

Rijksbeleid en Rijksregels

22

3.1.1 3.1.2

22 23

3.2

3.3

4

Nationale Omgevingsvisie Rijksinstructieregels

Provinciaal beleid

25

3.2.1 3.2.2 3.2.3

25 27 27

Omgevingsvisie Zuid-Holland Omgevingsprogramma Zuid-Holland Zuid-Hollandse Omgevingsverordening

Gemeentelijk beleid

30

3.3.1 3.3.2

30 32

Omgevingsvisie Teylingen ‘Een florerende toekomst voor Teylingen’ Welstandsnota gemeente Teylingen

FYSIEKE LEEFOMGEVING

38

4.1

4.2

4.3

Mer-beoordelingsplicht

38

4.1.1 4.1.2 4.1.3

38 38 39

Activiteiten en milieuzonering

40

4.2.1 4.2.2 4.2.3

40 40 41

4.5

4.7

4.8

4.9

4.10

Toetsingskader Resultaten Maatregelen Conclusie

42 42 44 44 45

4.4.1 4.4.2 4.4.3

45 47 47

Toetsingskader Resultaten Conclusie

Geur

47 Toetsingskader Resultaten Conclusie

47 48 49

Luchtkwaliteit

49

4.6.1 4.6.2 4.6.3

49 50 51

Toetsingskader Resultaten Conclusie

Stofhinder

51

4.7.1 4.7.2 4.7.3

Resultaten Maatregelen Conclusie

51 52 52

Schaduwwerking en lichthinder

52

4.8.1 4.8.2

52 55

Resultaten en maatregelen Conclusie

Weging van het waterbelang

55

4.9.1 4.9.2 4.9.3

55 56 57

Toetsingskader Resultaten Conclusie

Natuur 4.10.1 4.10.2 4.10.3

4.11

42

Trillingen

4.5.1 4.5.2 4.5.3 4.6

Toetsingskader Resultaten Conclusie

Geluid 4.3.1 4.3.2 4.3.3 4.3.4

4.4

Toetsingskader Resultaten Conclusie

57 Toetsingskaders Resultaten Conclusie

57 59 63

Verkeer, parkeren en bereikbaarheid voor hulpdiensten

64

4.11.1 4.11.2 4.11.3 4.11.4

64 65 66 67

Verkeer Parkeren Bereikbaarheid voor hulpdiensten Conclusie

4.12

4.13

4.14

4.15

4.16

4.17

Bodemkwaliteit

67

4.12.1 4.12.2 4.12.3

67 68 70

Toetsingskader Resultaten Conclusie

Archeologie

71

4.13.1 4.13.2 4.13.3

71 71 72

Toetsingskader Resultaten Conclusie

Ontplofbare oorlogsresten

72

4.14.1 4.14.2 4.14.3

72 72 73

Toetsingskader Resultaten Conclusie

Omgevingsveiligheid

73

4.15.1 4.15.2 4.15.3

73 73 75

Toetsingskader Resultaten Conclusie

Duurzaamheid

75

4.16.1 4.16.2 4.16.3

75 76 76

Resultaten Maatregelen Conclusie

Gezondheid

76

4.17.1 4.17.2 4.17.3

76 76 79

Toetsingskader Resultaten Conclusie

4.18

Integrale conclusie aanvaardbaarheid

79

5

ECONOMISCHE EN MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID (PARTICIPATIE)

80

5.1

Economische uitvoerbaarheid

80

5.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

80

5.2.1 5.2.2 5.2.3 5.2.4 5.2.5 5.2.6

80 81 82 83 84 84

Participatieplan Communicatie-uitgangspunten Ingezette participatiemiddelen Opbrengst participatie Aanpassingen Evaluatie en vervolg

Laatste pagina

84

Nr.

Bijlagenoverzicht*

I

Locatieonderzoek

19

II

Tekening nieuwe terreininrichting

1

III

Aanmeldnotitie MER-beoordeling

PM

IV

Akoestisch onderzoek

199

V

Geuronderzoek

52

VI

BBT-toets BREF afvalverwerking

14

VII

Weging van het waterbelang

32

VIII

Quickscan natuurtoets VAB-terrein 28 november 2021

61

IX

Quickscan natuurtoets VAB-terrein update 8 oktober 2024

42

X

Quickscan natuurtoets tijdelijke locatie 25 maart 2024

35

XI

30

XII

Aanvullend natuuronderzoek VAB-terrein - rugstreeppad en vleermuizen 18 november 2022 Memo onderzoek zomerverblijfplaatsen meervleermuis VAB-terrein

XIII

Activiteitenplan rugstreeppad 7 november 2024

35

XIV

Soortgericht onderzoek platte schijfhoren VAB-terrein 23 oktober 2024

19

XV

Stikstofonderzoek

38

XVI

Verkeersonderzoek

9

XVII

Milieuhygiënisch bodemonderzoek

242

XVIII

Verkennend asbest bodemonderzoek

42

XIX

Archeologisch bureauonderzoek

45

*Alle bijlagen zijn separaat bijgevoegd.

Aantal pagina's

3

1 AANLEIDING EN DOEL 1.1

Aanleiding

De gemeenschappelijke regeling VuilAfvoerBedrijf Duin- en Bollenstreek (GR VAB) beheert een vuiloverslagstation aan de 's-Gravendamseweg in Voorhout en is verantwoordelijk voor het verwerken van afvalstoffen van de vijf bollenstreekgemeenten Noordwijk, Katwijk, Teylingen, Lisse en Hillegom. Het overslagstation is technisch en economisch afgeschreven en voldoet niet meer aan hedendaagse eisen. Daarom hebben de gemeenteraden van de vijf gemeenten eind 2020 besloten het terrein te vernieuwen en te herinrichten. De nieuwe plannen omvatten betere afvaloverlag, wat aansluit bij de doelstelling om efficiënt en duurzaam te werken. Door veranderingen in de bedrijfsvoering, zoals de overgang van spoor- naar wegtransport voor afvalafvoer, is er ook behoefte aan een efficiëntere logistieke ruimte voor op- en overslag. Hiertoe wordt een nieuwe grondstoffenhal gerealiseerd op het terrein. Het VAB-bestuur is daarvoor een samenwerking met Meerlanden aangegaan en hiervoor is een gezamenlijke entiteit opgericht: MeerVAB B.V. Het herinrichten en de nieuwbouw op het overslagterrein is strijdig met de regels van het omgevingsplan (zie 1.4). Deze strijdigheid vormt voor MeerVAB B.V. de aanleiding voor de aanvraag van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit.

1.2

Doel

Doel van dit rapport Dit rapport dient ter onderbouwing van de omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Activiteiten die in strijd zijn met het omgevingsplan kunnen alleen worden verleend als sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (artikel 8.0a, lid 2, Besluit kwaliteit leefomgeving). Verder stelt de Omgevingsregeling specifieke eisen aan de aanvraag van een BOPA (artikel 7.207b, onder 2). Dit rapport bevat de noodzakelijke gegevens om de ruimtelijke gevolgen van de activiteit te beoordelen. Hieruit zal blijken dat de activiteit voldoet aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en dat de uitvoering ervan haalbaar is. Doel van het initiatief Het doel van het initiatief is om de verouderde gebouwen van het vuiloverslagstation te vervangen en een nieuw, toekomstbestendig gebouw te realiseren dat voldoet aan de huidige stand van de techniek. Daarnaast wordt de logistiek op het terrein geoptimaliseerd, zowel binnen de gebouwen als op het buitenterrein. Het uiteindelijke doel is een efficiëntere en betere afvaloverslag.

7 | 84

Witteveen+Bos | 141856_25-014.926 | Definitief

1.3

Projectgebied

Het overslagstation is gelegen aan de ’s-Gravendamseweg 77 te Voorhout in de gemeente Teylingen en heeft een perceelgrootte van ongeveer 1,4 hectare. Kadastraal zijn de percelen gelegen in kadastrale gemeente Voorhout, sectie A, nummers 4752, 4753, 4754, 7114, 7121,7123 en 7125 (zie afbeelding 1.1).

Afbeelding 1.1 Uitsnede kadastrale kaart met het overslagstation rood omrand

De locatie is centraal gelegen in het verzorgingsgebied (gemeente Noordwijk, Katwijk, Teylingen, Lisse en Hillegom), zie hiervoor onderstaande afbeelding.

Afbeelding 1.2 Ligging projectgebied in verzorgingsgebied (bron: Locatieonderzoek Asset+ B.V.)

8 | 84

Witteveen+Bos | 141856_25-014.926 | Definitief

Locatieafweging Naar aanleiding van de sloop- en renovatieopgave, en daarmee het mogelijke moment om te verhuizen, is in het kader van de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ onderzocht of er alternatieve locaties beschikbaar zijn die beter aansluiten bij de bedrijfsactiviteiten. In dit kader heeft gecertificeerd VBO-makelaar Asset+ B.V. een locatieonderzoek (zie bijlage I) uitgevoerd naar de beschikbaarheid van geschikte locaties. Het onderzoek bestond uit drie onderdelen: 1 desk- en fieldresearch: analyse van openbare bronnen en marktinformatie; 2 locatie-identificatie en toetsing: beoordeling van gevonden locaties op vooraf vastgestelde criteria, afzonderlijk en in combinatie (om te voorkomen dat een locatie op één punt direct zou afvallen), en; 3 locatiebezoeken: ter plaatse beoordelen van potentiële locaties, met name op ligging en infrastructuur. Alternatieve locaties op bestaande bedrijventerreinen Tabel 1.1 toont de potentiële alternatieve locaties en geeft een conclusie per locatie.

Tabel 1.1 Potentiële alternatieve locaties + conclusies Alternatieve locatie

Conclusie

Bedrijventerrein Gravendam (Noordwijkerhout)

Centrale ligging, maar slechts beperkt aantal percelen met milieucategorie 4.1 (onder de gewenste 4.2) en bouwhoogte tot 12 meter (onder de gewenste 14 meter). Er is geen grond beschikbaar en uitbreiding is niet voorzien.

Akzo Nobel locatie & bedrijventerrein Jagtlust (Sassenheim)

Akzo Nobel voldoet aan de criteria (milieucategorie 5, bouwhoogte 25 m, 80% bebouwingspercentage) maar ligt minder centraal. Nabijgelegen locaties hebben lagere milieucategorie, en een potentieel aangrenzend agrarisch perceel vereist een langdurige en onzekere bestemmingsplanwijziging1.

Bedrijventerrein ’s Gravendijk (Noordwijk)

Veel percelen met milieucategorie 4.2 en hoog bebouwingspercentage (>70%), maar bouwhoogte is slechts 12 meter en er is geen beschikbaarheid. Realisatie vereist aankoop of verplaatsing van bestaande bedrijven, wat kostbaar en onzeker is.

’t Heen & Klei Oost (Katwijk)

Verschillende percelen met milieucategorie 4.2–5.1, maar ’t Heen heeft geen vrije kavels en plannen voor herontwikkeling zijn onzeker en langdurig. Klei Oost heeft nog beperkt ruimte, maar geen zekerheid dat dit geschikt is of tijdig beschikbaar komt.

Klei Oost Zuid & uitbreiding Trappenberg-Kloosterschuur

Er is momenteel onvoldoende ruimte en over de uitbreiding bestaat nog geen concreet plan. De huidige bestemming staat slechts milieucategorie 3 toe en de bouwhoogte is beperkt tot 12 meter.

Bedrijfspanden of kavels Aanvullend is onderzocht of binnen of nabij het verzorgingsgebied van MeerVAB bestaande bedrijfspanden of kavels beschikbaar zijn die geschikt zouden kunnen zijn als alternatieve vestigingslocatie. Uit het marktonderzoek zijn echter geen locaties naar voren gekomen die: direct voldoen aan de gestelde eisen, of; met een redelijke juridische of ruimtelijke inspanning kunnen worden aangepast of getransformeerd. De belangrijkste belemmeringen hierbij zijn: het ontbreken van percelen van voldoende omvang binnen bestaande (bedrijfs)terreinen; bestemmingsplannen die geen ruimte bieden voor de gewenste milieucategorie of functie.

1

Een bedrijfsfunctie op deze gronden is in strijd met de gemeentelijke omgevingsvisie en met provinciaal beleid. De locatie maakt in beleid van gemeente en provincie deel uit van de open strandvlakte tussen Sassenheim en Voorhout en heeft de status van beschermd grasland.

9 | 84

Witteveen+Bos | 141856_25-014.926 | Definitief

Conclusie Uit het locatieonderzoek van Asset+ B.V. blijkt het volgende: geen mogelijkheden binnen bestaande bouw: op basis van het uitgevoerde marktonderzoek en de actuele beschikbaarheid van vastgoed kan geconcludeerd worden dat er binnen de bestaande bouwvoorraad geen locaties aanwezig zijn die voldoen aan de gestelde randvoorwaarden voor een alternatieve vestiging van MeerVAB; geen mogelijkheden op bedrijventerreinen: op basis van het uitgevoerde desk- en fieldresearch naar (nieuwbouw)locaties binnen bedrijventerreinen waar (her) ontwikkeling mogelijk is, is gebleken dat er op dit moment geen geschikte alternatieve locaties beschikbaar zijn die voldoen aan de door MeerVAB gestelde criteria; potentiële locaties in de toekomst zijn onzeker: er zijn enkele locaties die op termijn als geschikt alternatief kunnen worden gezien. De haalbaarheid hiervan is echter onzeker vanwege juridische, planologische, financiële en tijdgebonden aspecten. Met name de benodigde procedures voor bestemmingsplanwijzigingen en de onzekerheid van haalbaarheid hiervan vormt een groot risico. Een langjarig en onzeker traject betekent dat er op de huidige locatie gerenoveerd moet worden en gepaard gaat met een forse investering.

De slotconclusie die daaruit volgt is dat op basis van het onderzoek geconcludeerd kan worden dat er op dit moment geen alternatief gevonden kan worden binnen het verzorgingsgebied welke voldoet aan de gestelde criteria. De bestaande locatie is gelet op de resultaten van het onderzoek de meest geschikte en efficiënte locatie voor de nieuwbouw.

1.4

Toetsing aan omgevingsplan

Het overslagstation is gelegen binnen bestemmingsplan ‘Buitengebied Teylingen’ (geheel onherroepelijk in werking per 30 april 2015) en bestemmingsplan Buitengebied Teylingen, 1e herziening (vastgesteld 19 december 2019), welke van rechtswege onderdeel zijn van het (tijdelijke) omgevingsplan gemeente Teylingen (afbeelding 1.3).

Afbeelding 1.3 Uitsnede kaart omgevingsplan Teylingen met het overslagstation rood omrand

10 | 84

Witteveen+Bos | 141856_25-014.926 | Definitief

De volgende functies zijn van toepassing op de locatie van het overslagstation: conform bestemmingsplan ‘Buitengebied Teylingen’: 1 bedrijf; 2 specifieke vorm van bedrijf - vuilafvoerbedrijf; 3 bouwvlak (witte onderbroken lijn op afbeelding 1.3); 4 waarde - archeologie 3 (vervallen - vervangen door waarde - archeologie 8); conform bestemmingsplan Buitengebied Teylingen, 1e herziening: 5 waarde - archeologie 8.

1.4.1

Beoordeling definitieve situatie

Artikel 15.1 Bestemmingsomschrijving Conform artikel 15.1 onder a van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Teylingen’ zijn de voor 'Bedrijf' aangewezen gronden bestemd voor bedrijven vallende in de categorieën 1 en 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten, en conform artikel 15.1 onder g ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - vuilafvoerbedrijf ', tevens bestemd voor een vuilafvoerbedrijf uit categorie 4.2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten (milieudienstverlening, vuiloverslagstations). In het nieuwe overslagstation worden naast de overslag van afval (grondstoffen) ook afvalstoffen geshredderd. Het shredderen van huisvuil is vanuit veiligheidsoverwegingen noodzakelijk vanwege mogelijke aanwezigheid van lachgascilinders in het huisvuil. De aanwezigheid van de shredder betekent dat er niet alleen sprake is van de overslag van afval maar ook een bewerkingsstap in de stedelijk afvalstroom. De bewerkingsstap maakt het meer dan een overslagstation maar geen afvalbewerkingsbedrijf. Feit is dat de toekomstige activiteiten meer omvatten dan nu is toegestaan conform de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - vuilafvoerbedrijf’ van het bestemmingsplan. Er is sprake van strijdigheid.

Artikel 15.2 Bouwregels Op onderstaande afbeelding is de huidige (roze dikke lijn) en nieuwe bebouwing (zwarte dikke lijn) weergeven ten opzichte van het bouwvlak van het bestemmingsplan (lichtblauw onderbroken lijn).

Afbeelding 1.4 Huidige en nieuwe bebouwing ten opzichte van bouwvlak bestemmingsplan

Lid a van artikel 15.2 van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Teylingen’ beschrijft de regels t.a.v. bouwen op de gronden. Gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak en ten dienste van de bestemming worden

11 | 84

Witteveen+Bos | 141856_25-014.926 | Definitief

gebouwd. Op afbeelding 1.4 is te zien dat de nieuwe grondstoffenhal, aan de achterzijde van het perceel, voor een groot gedeelte buiten het bouwvlak (lichtblauw onderbroken lijn) wordt gebouwd. Het beheerdersgebouw valt binnen het bouwvlak, de luifel van het beheerdersgebouw valt gedeeltelijk buiten het bouwvlak. De fietsenstalling valt binnen het bouwvlak. Een aantal containers worden buiten het bouwvlak geplaatst. Er is voor de grondstoffenhal, luifel beheerdersgebouw en de containers sprake van strijdigheid. Lid c van artikel 15.2 van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Teylingen’ beschrijft het maximum oppervlak, goot en bouwhoogte. Voor bedrijfsgebouwen geldt het volgende: 1 maximum oppervlak per bouwvlak: het bestaande oppervlak + 10 %: · het bouwplan voorziet in een vergroting van het bebouwd oppervlakte van meer dan het bestemmingsplan toelaat (bestaand oppervlak + 10 % ). Volgens deze eis zou het bebouwd oppervlak maximaal 1.954 m2 mogen bedragen. Het bouwplan voorziet in een bebouwd oppervlak van 3.598 m2, dat is 1.644 m2 groter dan toegestaan volgens het bestemmingsplan. Er is sprake van strijdigheid; 2 maximum goothoogte is 8 m en maximum bouwhoogte is 10 m: · de grondstoffenhal heeft een nokhoogte van 14,75 m, 4,75 m hoger dan toegelaten. Er is sprake van strijdigheid. · het beheerdersgebouw heeft een bouwhoogte van 3,68 m. Er is geen sprake van strijdigheid.

Voor overige bouwwerken, geen gebouw zijnde geldt het volgende: 3 maximum bouwhoogte van 3 m: · bij het beheerdergebouw wordt een luifel gerealiseerd. De luifel is een bouwwerk, geen gebouw zijnde. De luifel krijgt een bouwhoogte van 6,37 m, 3,37 m hoger dan toegestaan. Er is sprake van strijdigheid. · de fietsenstalling wordt 2,88 m hoog. Er is geen sprake van strijdigheid. Artikel 15.3 Specifieke gebruiksregels Conform artikel 15.3, lid c, van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Teylingen’ zijn Bevi-inrichtingen uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf – bevi’. Onderhavig initiatief is geen Bevi-inrichting en daarom is er geen sprake van strijdigheid op dit punt. Conform artikel 15.3, lid e, van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Teylingen’ zijn Wgh-inrichtingen niet toegestaan. Onderhavig initiatief is geen Wgh-inrichting en daarom is er geen sprake van strijdigheid op dit punt. Conform artikel 15.3, lid f, van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Teylingen’ zijn activiteiten uit kolom 1 van de onderdelen C en D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage 1994 niet toegestaan in de gevallen, zoals genoemd in kolom 2 van de desbetreffende bijlage. In dit voormalige Besluit m.e.r. moest er daarbij sprake zijn van een capaciteit van meer dan 100 ton per dag.

Hiervan is geen sprake bij onderhavig initiatief en daarom is er geen sprake van strijdigheid op dit punt. Artikel 67 Waarde - Archeologie 8 Binnen het plangebied geldt de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 8 van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Teylingen, 1e herziening’. De gronden zijn behalve voor de andere aldaar geldende bestemming(en) mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden. Uit artikel 67.2 volgt kort samengevat: 1 op deze gronden mogen ten behoeve van de archeologische bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd met een bouwhoogte van ten hoogste 3 m; 2 ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag - met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels - uitsluitend worden gebouwd, indien: · er mag alleen gebouwd worden na het overleggen van een archeologisch onderzoeksrapport of bewijs dat er geen archeologische waarden zijn; · bouwactiviteiten mogen geen schade toebrengen aan archeologische waarden, of moeten gepaard gaan met maatregelen ter bescherming ervan.

12 | 84

Witteveen+Bos | 141856_25-014.926 | Definitief

Uit artikel 67.3 kan een verplichting tot de aanvraag van een omgevingsvergunning voor omgevingsplanactiviteit (uitvoeren van werken) volgen. Hiervan is sprake bij: het ophogen van de bodem met 0,5 m; grondwerkzaamheden, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, alsmede het graven of vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren en aanleggen van drainage; het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of ander wijze indrijven van voorwerpen; het verlagen of verhogen van het waterpeil; het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, voet-, ruiter- of rijwielpaden, banen of parkeergelegenheden en het aanleggen van andere oppervlakteverhardingen; het aanleggen van ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. Er is geen sprake van een strijdigheid met de bestemming Waarde - Archeologie 8. Er is reeds voorafgaand een archeologisch onderzoeksrapport uitgevoerd waarin is geconcludeerd dat de locatie kan worden vrijgegeven. Er is dan ook niet aan de orde dat bouwactiviteiten schade kunnen toebrengen aan aanwezige archeologische waarden. Aan de gestelde beschermingsvereisten wordt voldaan.

Dit betekent overigens geen vrijstelling van de omgevingsvergunning uitvoeren van werken. Het archeologisch onderzoek dat is uitgevoerd wordt verder toegelicht in paragraaf 4.14.

1.4.2

Beoordeling tijdelijke situatie

De huidige opstallen op de locatie aan de 's Gravendamseweg 77 worden gesloopt en op dezelfde locatie wordt een nieuwe overslaglocatie gerealiseerd. Het betreft hier een relatief smal perceel met weinig draaimogelijkheden voor voertuigen. Daarom wordt gedurende de sloop- en bouwfase een naastgelegen perceel gebruikt. Dit perceel is bereikbaar via een weg tussen deze twee percelen. Zie hiervoor het gebiedje op onderstaande afbeelding aangeduid met de rode pointer. Op deze tijdelijke locatie is ruimte voor opslag van materialen, een ketenpark en parkeerplaatsen van het bouwpersoneel. Hierdoor zullen de verkeersstromen tijdens de realisatiefase niet belemmerd worden. Artikel 15.1 Bestemmingsomschrijving Conform artikel 15.1 onder a van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Teylingen’ zijn de voor 'Bedrijf' aangewezen gronden bestemd voor bedrijven vallende in de categorieën 1 en 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten, en conform artikel 15.1 onder r ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - bedrijfsverzamelgebouw': een bedrijfsverzamelgebouw. Een tijdelijk ketenpark en tijdelijke parkeerplaatsen voor bouwpersoneel ten behoeve van de herinrichting en nieuwbouw van overslagstation valt niet onder de noemer ‘bedrijfsverzamelgebouw’. Er is sprake van strijdigheid.

13 | 84

Witteveen+Bos | 141856_25-014.926 | Definitief

Afbeelding 1.5 Tijdelijke locatie ketenpark en parkeerplaatsen bouwpersoneel (rode pointer)

1.4.3

Strijdigheden definitieve en tijdelijke situatie

Samenvattend is er sprake van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit op grond van de volgende artikelen van het bestemmingsplan Buitengebied Teylingen/ tijdelijke omgevingsplan Teylingen: voor de definitieve situatie: · artikel 15.1 onder a. en g. van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Teylingen’, nieuwe activiteiten strijdig met bestemming met bijbehorende aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf vuilafvoerbedrijf’; · artikel 15.2 onder a. beschreven bouwregels t.a.v. bouwvlak, nieuwe grondstoffenhal grotendeels en containers worden geheel buiten bouwvlak gebouwd respectievelijk geplaatst; · artikel 15.2 onder c. beschreven bouwregels, de nieuw te bouwen gebouwen overschrijden het maximum oppervlak per bouwvlak en de maximum goot- en bouwhoogte. voor de tijdelijke situatie: · artikel 15.1 onder r. van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Teylingen’, tijdelijke activiteiten strijdig met de bestemming met bijbehorende aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf bedrijfsverzamelgebouw'.

1.5

Buitenplanse omgevingsplanactiviteit met bindend advies gemeenteraad

Om het nieuwe overslagstation planologisch mogelijk maken wordt om een omgevingsvergunning voor een BOPA aangevraagd. Het betreft namelijk een concreet project op basis van een uitgewerkt plan, waarbij het

14 | 84

Witteveen+Bos | 141856_25-014.926 | Definitief

niet nodig is om de regels van naastgelegen percelen aan te passen of mogelijkheden in het omgevingsplan op de locatie te schrappen of de bestaande regels te wijzigen. De gemeenteraad Teylingen heeft in het ‘Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Teylingen houdende regels omtrent de lijst van activiteiten waarvoor advies met instemming van de raad benodigd is’ zichzelf als adviseur aangewezen voor omgevingsvergunningen voor (bepaalde gevallen van) buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Instemming is niet aan de orde (artikel 4.21 van het Omgevingsbesluit). In tegenstelling tot andere gevallen van advisering, is hier sprake van 'bindend advies': B&W moeten het advies in acht nemen (conform artikel 16.15b van de Omgevingswet). Een van de activiteiten in deze lijst van voorgenoemd besluit is een ‘Bouwen en/of uitbreiden van bestaande bebouwing waar het Omgevingsplan dit uitsluit, a) met een bebouwingsoppervlak van meer dan 150m2 in het buitengebied; b) met een bebouwingsoppervlak van meer dan 500m2 binnen stedelijk gebied. Onderhavige aanvraag is een dergelijke activiteit. Het bestaand bebouwd oppervlak betreft namelijk 1.776 m2, het nieuwe bebouwd oppervlak wordt 3.598 m2, wat een toename betreft van 1.822 m2. Er is dus voor dit initiatief sprake van bindend advies van de gemeenteraad.

1.6

Procedure buitenplanse omgevingsplanactiviteit

Uitgebreide procedure van toepassing Voor de omgevingsvergunning voor een BOPA geldt in principe de reguliere procedure met een beslistermijn van 8 weken met een mogelijkheid van verlenging met 6 weken. In sommige gevallen geldt voor de omgevingsvergunning voor de BOPA de uitgebreide procedure (afdeling 16.3 Omgevingswet en artikel 10.24 van het Omgevingsbesluit): - als dit is aangewezen in de Omgevingswet en/of het Omgevingsbesluit; - op verzoek van de aanvrager; - als het bevoegd gezag deze van toepassing verklaart. In afdeling 16.3 van de Omgevingswet over de Totstandkomingsprocedures en in artikel 10.24 van het Omgevingsbesluit wordt aangegeven wanneer de uitgebreide procedure van toepassing is. Deze procedure geldt voor een omgevingsvergunning voor een BOPA wanneer deze betrekking heeft op een milieubelastende activiteit die verband houdt met een IPPC-installatie of een Seveso-inrichting, tenzij het een wijziging betreft zonder significante nadelige gevolgen voor de gezondheid of het milieu. De omgevingsvergunning betreft meerdere activiteiten en vanwege de IPPC-installatie is de uitgebreide procedure van toepassing. Dit betekent dat ook voor de BOPA de uitgebreide procedure geldt. Het bevoegd gezag moet in deze procedure binnen zes maanden na indiening van de aanvraag een beslissing nemen.

Deze BOPA wordt gefaseerd aangevraagd In onderhavige omgevingsvergunning voor de BOPA wordt gebruik gemaakt van het in fasen aanvragen van de vergunning (conform artikel 12.27a Besluit kwaliteit leefomgeving). De eerste fase van de aanvraag omvat het onderdeel 'evenwichtige toedeling van functies aan locaties', waarbij bijvoorbeeld een bouwproject op de ruimtelijke en functionele uitgangspunten wordt getoetst (bouwenvelop). Op dit gedeelte van de aanvraag is dan ook de uitgebreide procedure van toepassing. De tweede fase omvat het concreet uitgewerkte bouwplan (omgevingsvergunning technische bouwactiviteit). Dit bouwplan wordt dan qua omvang en gebruik getoetst aan (het eerder verleende deel van) de eerste fase. Hierdoor kan eerst de planologische afwijking worden vastgesteld, voordat de meer gedetailleerdere tekeningen van het bouwplan moeten worden ingediend. Hierdoor is de procedure alvast gestart en dit creëert tijd voor het uitwerken van het bouwplan. De verlening van het eerste deel geeft ook zekerheid voor het tweede deel. Op het tweede deel van de BOPA is de reguliere procedure van toepassing.

15 | 84

Witteveen+Bos | 141856_25-014.926 | Definitief

1.7

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 wordt zowel de huidige als de toekomstige situatie beschreven. Dit hoofdstuk biedt een gedetailleerd overzicht van de bestaande situatie en de geplande veranderingen. Vervolgens behandelt hoofdstuk 3 de relevante beleidskaders en regelgeving die van toepassing zijn op het project. Hierin worden de juridische en beleidsmatige randvoorwaarden uiteengezet. Hoofdstuk 4 richt zich op de effecten van het project op de fysieke leefomgeving. Dit omvat een analyse van de mogelijke gevolgen voor de omgeving en de maatregelen die worden genomen om eventuele negatieve effecten te beperken. Tot slot bevat hoofdstuk 5 een motivatie met betrekking tot de financiële uitvoerbaarheid van het project en de gevoerde participatie. Dit hoofdstuk geeft inzicht in welke partijen het project financieren en de betrokkenheid van belanghebbenden gedurende het proces.

16 | 84

Witteveen+Bos | 141856_25-014.926 | Definitief

2 HUIDIGE EN TOEKOMSTIGE SITUATIE 2.1

Huidige situatie

In de huidige situatie vindt de overslag van huishoudelijk afval (PBD-afval1) en daarmee vergelijkbaar afval, bedrijfsafval ingezameld als KWD-afval2, GFT-afval3 en veegvuil plaats in twee ‘grondstofhallen’, overslaghal 1 en overslaghal 2 (zie afbeelding 2.1). Op het terrein is ruimte voor de opslag van enkele containers in afwachting van transport. De huidige werkplaats (beheerdersgebouw) is geschikt voor het uitvoeren van kleine reparaties. Op het terrein is één weegbrug naast het beheerdersgebouw aanwezig waar alle in- en uitgaande afvalstromen worden gewogen. Het huidige overslagstation is zowel technisch als economisch verouderd en voldoet niet langer aan de moderne standaarden. Het terrein, dat oorspronkelijk was ontworpen voor transport per spoor, is inmiddels achterhaald, aangezien transport per spoor sinds 2016 niet meer mogelijk is. Ook in de nieuwe situatie zal het transport over de weg plaatsvinden.

Bij de dagelijkse werkzaamheden doen zich verschillende problemen voor, die voor het overgrote deel te herleiden zijn tot de opstallen en de logistiek op het terrein, waaronder: logistieke bewegingen op het terrein; in- en uitgaande transporten worden gewogen op één weegbrug, wat zorgt voor wachttijden; geur- en geluidsoverlast voor de omgeving; algemene veiligheid op het terrein; het terrein is in zijn huidige vorm is niet toekomstbestendig; doordat vracht in een bunker wordt gestort, kan de aangeleverde vracht niet worden geïnspecteerd.

Afbeelding 2.1 Luchtfoto van de huidige situatie van het vuiloverslagstation

1

PBD-afval staat voor plastic, blik en drinkpakken

2

KWD-afval staat voor afval uit de kantoor-, winkel- en dienstensector

3

GFT-afval staat voor groente-, fruit- en tuinafval

17 | 84

Witteveen+Bos | 141856_25-014.926 | Definitief

2.2

Toekomstige situatie

Om de hierboven geschetste situatie te verbeteren worden de twee bestaande hallen gesloopt, een nieuwe hal gebouwd en het terrein geheel heringericht. Hieronder worden de ingrepen globaal beschreven.

2.2.1

Terreinindeling

Het nieuwe terrein (zie afbeelding 2.2 en bijlage II) is opgedeeld in twee zones. Op het voorterrein zijn 6 parkeerplekken voor vrachtwagens met oplegger, 18 parkeerplaatsen voor bezoekers en de fiets- en scooterstalling gesitueerd. Nabij het beheerdersgebouw zijn er 5 parkeerplaatsen voor personeel en 4 speciale parkeerplaatsen voor bedrijfsvoertuigen (mobiele kraan, shovel, rangeerauto en veegwagen). Op het midden van het terrein komt het beheerdersgebouw, bij de twee weegbruggen. Aan het beheerdersgebouw komt een luifel, waaronder de voorkant van de vrachtwagen staat bij het wegen. Door de efficiëntere terreinindeling is er meer ruimte voor parkeren en manoeuvreren en de routing bevat minder draaiingen voor vrachtwagens ten opzichte van de huidige situatie. Het terrein blijft voldoende ruimte bieden voor de opslag van enkele containers in afwachting van transport.

Afbeelding 2.2a Nieuwe terreinindeling (grotere versie in bijlage II)

18 | 84

Witteveen+Bos | 141856_25-014.926 | Definitief

Afbeelding 2.2b Nieuwe terreinindeling (grotere versie in bijlage II)

19 | 84

Witteveen+Bos | 141856_25-014.926 | Definitief

2.2.2

Gebouwen en bouwwerken

Grondstoffenhal De twee bestaande hallen worden gesloopt en vervangen door één nieuwe grondstoffenhal van 3.340 m². Deze nieuwe hal maakt het mogelijk de interne logistiek te optimaliseren. In de grondstoffenhal komt een shredder. Maten grondstoffenhal Lengte: circa 97,82 m Breedte: 34,15 m Bouwhoogte: 14,75 m Goothoogte: 13,75 m Hoogste punt luchtbehandelingskast/ uitblaas: 16 m Dubbele weegbrug De enkele weegbrug wordt vervangen door een dubbele weegbrug. Zo kan inkomend- en uitgaand vrachtverkeer separaat van elkaar gewogen worden. Uitgaand verkeer kan zowel over als langs de weegbrug, zodat er geen wachtrij ontstaat als er uitwegingen plaatsvinden. Beheerdersgebouw met werkplaats Het beheerdersgebouw bevat een kantoorruimte met zicht op het voorterrein (aankomend en vertrekkend verkeer), een lunchruimte, kleed- en toiletruimten en een werkplaats waar het uitvoeren van kleine reparaties en het onderhoud van terreinmaterieel. Over het beheerdersgebouw en de twee weegbruggen wordt een luifel gebouwd. Deze zorgt ervoor dat vrachtautochauffeurs droog kunnen aanmelden en afmelden bij het kantoor in het beheerdersgebouw. Maten beheerdersgebouw Lengte: 22,7 m Breedte: 7,78 m Bouwhoogte: 3,68 m Maten luifel beheerdersgebouw Lengte: 8,30 m Breedte: 21,52 m Bouwhoogte: 6,37 m Trafo In de bestaande situatie is al een trafo aanwezig voor de stroomvoorziening voor de gebouwen.

Deze zal worden gehandhaafd en waar nodig, aangepast aan de nieuwe situatie. Fietsenstalling en rookabri Voor de dagelijkse medewerkers op het terrein wordt voorzien in een fiets- en scooterstalling en ook in een rookabri. Deze objecten refereren qua architectuur aan de grondstoffenhal en het beheerdersgebouw. Maten fietsenstalling Lengte: 4,95 m Breedte: 11,64 m Hoogte: 2,88 m

2.2.3

Groeninrichting en waterberging

Vanwege de grote manoeuvreerruimte die het zware werkverkeer eist, zijn grote oppervlakken met gesloten (asfalt)verharding niet te voorkomen. Omdat het oppervlak aan gesloten verharding toeneemt ten opzichte

20 | 84

Witteveen+Bos | 141856_25-014.926 | Definitief

van de bestaande situatie, wordt dit gecompenseerd door oppervlaktewater in het ontwerp toe te voegen. Dit gebeurt door middel van een bredere watergang in het zuiden van het terrein en het toepassen van semi-gesloten verharding voor de parkeerplaatsen bestemd voor personenauto’s. Met de beplanting wordt zo veel mogelijk aangesloten op het omliggende landschap door middel van meer opgaande beplanting en beslotenheid aan de spoorzijde en openheid aan de polderzijde. Op het terrein kunnen soorten toegepast worden die meer opvallen vanuit sierwaarde. Bij de herinrichting wordt ruimte gereserveerd voor groen en biodiversiteit. Voor de rugstreeppad wordt de bestaande sloot verbreed en voorzien van een ondiep gedeelte waar ze kunnen foerageren. De sloot wordt ook afgescheiden van het overige oppervlaktewater waardoor het fungeert als separate poel, als paaiplek voor de rugstreeppad. Voor de slechtvalk, torenvalk, gierzwaluw, vleermuis en huismus worden nestkasten geïntegreerd in de grondstoffenhal. Ten noorden van het terrein wordt een wadi gerealiseerd, wat extra waterberging mogelijk maakt en meer ecologische waarde toevoegt.

2.2.4

Circulariteit en duurzaamheid

Bij het ontwerpen van gebouwen voor MeerVAB ligt de focus op aansluiting bij het karakter en de missie van MeerVAB. Dit gebeurt door actief op zoek te gaan naar mogelijkheden om circulaire grondstoffen en duurzame ontwerpprincipes toe te passen. Het doel is om gebouwen te creëren die functioneel en esthetisch aantrekkelijk zijn én bijdragen aan een duurzamere wereld. Circulaire materialen Voor de nieuw te realiseren gebouwen wordt er qua materiaal in eerste instantie de voorkeur gegeven aan hergebruikte, gerecyclede en hernieuwbare grondstoffen. Dit houdt in dat materialen worden ingezet die al een leven achter de rug hebben en een nieuwe functie krijgen binnen het ontwerp. Denk hierbij aan hergebruikt staal en biobased materialen zoals hout. Zo wordt de vraag naar traditionele bouwmaterialen verminderd en de afvalproductie geminimaliseerd. Modulair en demontabel ontwerpen Gebouwen worden ontworpen met modulariteit en demontabelheid in gedachten, zodat onderdelen eenvoudig kunnen worden gedemonteerd en hergebruikt in toekomstige projecten. Dit vermindert bouwafval en houdt materialen in een circulaire loop, waardoor hun waarde behouden blijft. Energie-efficiëntie en duurzaamheid Circulaire materialen worden gecombineerd met een focus op energie-efficiëntie en duurzaamheid in het ontwerp.

Energiezuinige systemen zoals zonnepanelen, regenwateropvang en hoogwaardige isolatie worden geïntegreerd om de ecologische voetafdruk van de gebouwen te verkleinen. De gerealiseerde gebouwen sluiten naadloos aan bij de behoeften van de opdrachtgevers en vormen een voorbeeld voor de industrie.

21 | 84

Witteveen+Bos | 141856_25-014.926 | Definitief

3 BELEID EN REGELGEVING Dit hoofdstuk behandelt het relevante landelijke, provinciale, regionale en gemeentelijke ruimtelijke beleid en regelgeving voor het initiatief. De relatie tussen het initiatief en deze beleidskaders en regels wordt beschreven en getoetst om te bepalen of het initiatief hiermee in overeenstemming is.

3.1

Rijksbeleid en Rijksregels

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie

Met de Nationale omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI is op 11 september 2020 vastgesteld. Het bevat doelstellingen voor de fysieke leefomgeving op thema’s zoals klimaatadaptatie, energietransitie, circulaire economie, duurzame verstedelijking en bescherming van waardevolle landschappen. De NOVI streeft naar een integrale benadering waarbij economische, ecologische en sociale aspecten in samenhang worden beschouwd. Het doel is om een duurzame, veilige en gezonde leefomgeving te creëren die future-proof is. De visie legt nadruk op samenwerking tussen verschillende overheidslagen, bedrijfsleven en burgers om de gestelde doelen te bereiken en biedt een kader voor regionale en lokale besluitvorming.

In de NOVI zijn vier hoofdprioriteiten benoemd: 1 ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie: Dit omvat maatregelen om Nederland weerbaar te maken tegen klimaatverandering en de transitie naar duurzame energiebronnen te bevorderen; 2 duurzaam economisch groeipotentieel: Dit richt zich op het versterken van de economie op een manier die duurzaam en toekomstbestendig is, onder andere door innovatie en circulaire economie; 3 sterke, leefbare en vitale steden en regio’s: Hierbij gaat het om het verbeteren van de kwaliteit van leven in steden en regio's, met aandacht voor woningbouw, infrastructuur, en groenvoorzieningen; 4 toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied: Dit behelst het behoud en de versterking van natuur, landschap en biodiversiteit, evenals de ondersteuning van duurzame landbouw en recreatie. Daarnaast zijn in de NOVI 21 nationale belangen beschreven, waarvan ‘ruimte voor een circulaire economie’ van toepassing is op de voorgenomen ontwikkeling. Relatie met voorgenomen ontwikkeling Het nationale belang 'ruimte voor een circulaire economie' uit de NOVI richt zich op het bevorderen van een economie waarin grondstoffen en materialen zo veel mogelijk worden hergebruikt en afval wordt geminimaliseerd.

Dit betekent een verschuiving van het traditionele lineaire economische model ('nemen, maken, weggooien') naar een circulair model waarin producten en materialen langer in de economie blijven en hun waarde behouden. Het nieuwe overslagstation bevordert de circulaire economie door afval te consolideren en daardoor efficiënter te transporteren (vermindering CO2-uitstoot). Geaccepteerde afvalstromen als PBD en GFT worden gecontroleerd of deze voldoende schoon zijn ten behoeve van recycling en hergebruik. Hierdoor kan vervolgens bijvoorbeeld organisch afval worden gecomposteerd of worden vergist om hernieuwbare energie te maken. Het overslagstation draagt bij aan afvalvermindering en duurzame afvalbeheerpraktijken.

22 | 84

Witteveen+Bos | 141856_25-014.926 | Definitief

Conclusie De ontwikkeling is in lijn met de NOVI.

3.1.2

Rijksinstructieregels

Artikel 8.0b, eerste lid onder a, van het Besluit kwaliteit leefomgeving bepaalt dat bij een aanvraag om een buitenplanse omgevingsvergunning de instructieregels in hoofdstuk 5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving het beoordelingskader vormen van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Afdeling 5.1 Besluit kwaliteit leefomgeving bevat over de volgende onderwerpen instructieregels met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties: - waarborgen veiligheid; - beschermen van waterbelangen; - beschermen van gezondheid en milieu; - beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed; - behoud van ruimte voor toekomstige functies; - behoeden staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten; - bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen. Relatie met voorgenomen ontwikkeling Hierna staat per Rijksinstructieregel beschreven hoe hiermee is omgegaan in het kader van het overslagstation. Waarborgen veiligheid Paragraaf 5.1.2.1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving bevat de algemene bepalingen over het waarborgen van de veiligheid.

De paragrafen 5.1.2.2 tot en met 5.1.2.7 Besluit kwaliteit leefomgeving bevatten specifieke regels over het waarborgen van de veiligheid die in acht moeten worden genomen bij het toelaten van beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties in verband met het externe veiligheidsrisico. Een overslagstation is niet een dergelijke functie. In en rond het overslagstation wordt vanzelfsprekend wel rekening gehouden met het belang van: - de mogelijkheden om een brand, ramp of crisis te voorkomen, beperken en bestrijden; - de mogelijkheden voor personen om zich daarbij in veiligheid te brengen; - de geneeskundige hulpverlening. De paragrafen 5.1.2.2 tot en met 5.1.2.7 Besluit kwaliteit leefomgeving bevatten specifieke regels over het waarborgen van de veiligheid voor bepaalde gevallen. Deze specifieke regels zijn niet van toepassing op het voornemen. In paragraaf 4.14 van dit rapport wordt verder ingegaan op het thema omgevingsveiligheid. Beschermen van waterbelangen Paragraaf 5.1.3.1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving bevat de algemene bepalingen over het beschermen van het waterbelang. In een BOPA moet rekening worden gehouden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen. Daarbij worden, voor een duiding van die gevolgen, de opvattingen van het bestuursorgaan dat is belast met het beheer van die watersystemen betrokken.

In paragraaf 4.8 van dit rapport wordt nader ingegaan op de weging van het waterbelang. De paragrafen 5.1.3.2 tot en met 5.1.3.5 Besluit kwaliteit leefomgeving bevatten specifieke regels over het waarborgen van het waterbelang voor respectievelijk primaire waterkeringen, kust, grote rivieren en IJsselmeergebied. Deze specifieke regels zijn niet van toepassing op het voornemen. Beschermen van gezondheid en milieu Voor het beschermen van gezondheid en milieu zijn instructieregels opgenomen voor geluid, trillingen, geur, de kwaliteit van de buitenlucht en bodemkwaliteit. In hoofdstuk 4 van dit rapport wordt op deze thema’s nader ingegaan. Deze zijn te vinden in: - paragraaf 4.3 voor geluid; - paragraaf 4.4 voor trillingen;

23 | 84

Witteveen+Bos | 141856_25-014.926 | Definitief

-

paragraaf 4.5 voor geur; paragraaf 4.6 voor luchtkwaliteit; paragraaf 4.12 voor bodemkwaliteit.

Beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed In paragraaf 5.1.5.4 van het Besluit kwaliteit leefomgeving is het principe van de Ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen. Artikel 5.129g bepaalt dat voor zover een omgevingsplan voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling, in de BOPA met het oog op het belang van zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand rekening wordt gehouden met de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling. En, als die stedelijke ontwikkeling is voorzien buiten het stedelijk gebied of buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied, de mogelijkheden om binnen dat stedelijk gebied of binnen dat stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied in die behoefte te voorzien. De laddertoets moet worden uitgevoerd wanneer sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Een stedelijke ontwikkeling is in het Besluit kwaliteit leefomgeving gedefinieerd als ‘een ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelvoorziening of een andere stedelijke voorziening en die voldoende substantieel is’. Of sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving.

Mede aan de hand van jurisprudentie is duidelijk welke ontwikkelingen al dan niet worden aangemerkt als (nieuwe) stedelijke ontwikkeling. Is er sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling (vraag 1)? Deze omgevingsvergunning maakt het vernieuwen van een overslagstation mogelijk. Het wordt gerealiseerd binnen het huidige perceel met bijbehorende bedrijfsbestemming en is daarmee geen uitbreiding van een bedrijventerrein (geen nieuw of groter ruimtebeslag). Er is daarnaast geen sprake van het aansnijden van open landschap of gebruik van gronden buiten bestaande stedelijke kernen. Er is wel sprake van een uitbreiding van 500 m² of meer van een bestaand bedrijfspand. Op basis van jurisprudentie betreft het dan een stedelijke ontwikkeling. Is er behoefte aan de stedelijke ontwikkeling (vraag 2)? Een vuiloverslagstation is essentieel voor de efficiënte inzameling en doorvoer van afval. Dit voorkomt ophoping van afval, beperkt risico’s op ziektes en ongedierte en waarborgt zo een gezonde leefomgeving. Door bundeling van transportstromen draagt het station bovendien ook buiten het plangebied bij aan een schoner en veiliger milieu.

Kan de ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied worden gerealiseerd (vraag 3)? In het kader van de sloop- en renovatieopgave, en daarmee het mogelijke moment om te verhuizen, is onderzocht (locatieonderzoek in bijlage I) of er alternatieve locaties beschikbaar zijn die beter aansluiten bij de bedrijfsactiviteiten. De conclusie die daaruit volgt is dat er op dit moment geen alternatief gevonden kan worden binnen het verzorgingsgebied welke voldoet aan de gestelde criteria. De bestaande locatie is gelet op de resultaten van het onderzoek de meest geschikte en efficiënte locatie voor de nieuwbouw. Conclusie laddertoets De ontwikkeling voldoet aan de principes van duurzame verstedelijking. Er is sprake van zorgvuldig ruimtegebruik, doordat er geen nieuwe gronden worden aangesneden voor deze stedelijke functie en de ontwikkeling plaatsvindt binnen bestaand stedelijk gebied. De noodzaak voor deze stedelijke ontwikkeling is aangetoond. Daarmee wordt de schaarse ruimte duurzaam en efficiënt benut, in lijn met de doelstellingen van de Ladder voor duurzame verstedelijking. Behoud van ruimte voor toekomstige functies In paragraaf 5.1.6 Besluit kwaliteit leefomgeving zijn een aantal reserveringsgebieden opgenomen, waar vanwege de voorzienbare toekomstige aanleg van werken of objecten, regels gelden over activiteiten die een dergelijke aanleg zouden kunnen bemoeilijken.

Het gaat om reserveringen voor gebieden rond autowegen, autosnelwegen en hoofdspoorwegen, gebieden voor de aanleg van buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, het aanleggebied voor de Tweede Maasvlakte voor diepzeegebonden activiteiten en de reservering van de Parallelle Kaagbaan.

24 | 84

Witteveen+Bos | 141856_25-014.926 | Definitief

Het overslagstation is niet gelegen in een aangewezen gebied voor toekomstige functies op grond van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten Deze Rijksinstructieregel is niet van toepassing op het overslagstation, omdat er geen sprake is van ligging bij, of belemmering van: - militaire terreinen of terreinen met een militair object (paragraaf 5.1.7.2 Bkl); - locaties voor elektriciteitsvoorziening (paragraaf 5.1.7.3 Bkl); - Rijksvaarwegen (paragraaf 5.1.7.4 Bkl); - communicatie-, navigatie- en radarapparatuur voor de burgerluchtvaart (paragraaf 5.1.7.5 Bkl); - landelijke fiets- en wandelroutes (paragraaf 5.1.7.6 Bkl); - hyperscale datacentra (paragraaf 5.1.7.7 Bkl). Toetsing aan de eisen die in het Besluit kwaliteit leefomgeving hieromtrent stelt is daarom niet nodig. Bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen In artikel 5.162 Besluit kwaliteit leefomgeving is bepaald dat, voor zover een omgevingsplan voorziet in nieuwe ontwikkelingen met gevolgen voor de inrichting van de openbare buitenruimte, in het omgevingsplan rekening wordt gehouden met het belang van het bevorderen van de toegankelijkheid van die openbare buitenruimte voor personen met een functiebeperking.

Het overslagstation is niet publiek toegankelijk en daarom is toetsing aan de eisen die het Besluit kwaliteit leefomgeving hieromtrent stelt niet nodig. Conclusie Het overslagstation voldoet aan de Rijksinstructieregels uit het Besluit kwaliteit leefomgeving.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie Zuid-Holland

Het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland omvat al het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. Het bestaat uit de Omgevingsvisie, het Omgevingsprogramma en de Omgevingsverordening. Met het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. De Omgevingsvisie Zuid Holland, vastgesteld op 24 september 2024 en herzien op 18 februari 2025, geeft onder het kopje ‘Hier wil ZuidHolland naartoe’ een beschrijving van de toekomst zoals de provincie die voor zich ziet. Om daar te komen zijn ambities, beleidsdoelen en beleidskeuzes geformuleerd. In de ambities wordt omschreven waar de provincie heen wil, de beleidsdoelen geven hier richting aan en de beleidskeuzes bepalen hoe de ambities bereikt dienen te worden. De provincie werkt hierin zowel thematisch als gebiedsgericht en houdt bij te maken keuzes te alle tijde oog voor de integraliteit van het Omgevingsbeleid. De ambities geven aan waar de provincie naar wil streven. De ambities komen voort uit het coalitieakkoord en worden vastgesteld in de Omgevingsvisie.

De zeven ambities zijn: 1 samenwerken aan Zuid-Holland; 2 bereikbaar Zuid-Holland; 3 schone energie voor iedereen; 4 een welvarend Zuid-Holland; 5 naar vitale balans water, natuur en landbouw; 6 sterke steden en dorpen in Zuid-Holland; 7 gezond en veilig Zuid-Holland. Ambitie 2 en ambitie 7 zijn voor onderhavig initiatief relevant. in ambitie 2 beschrijft de provincie dat zij streeft naar een vitale provincie te zijn met goed bereikbare steden en dorpscentra waar het fijn wonen, werken en recreëren is. Specifiek ten aanzien van

25 | 84

Witteveen+Bos | 141856_25-014.926 | Definitief

-

vrachtvervoer streeft de provincie naar een bewuste keuze: de bakfiets of uitstootvrije stadslogistiek in de binnenstad; vrachtwagen, trein, schip of buisleiding voor grotere afstanden; ambitie 7 beschrijft de provinciale taken die invloed hebben op gezondheid en veiligheid. Deze liggen voor een belangrijk deel op het terrein van de leefomgeving. Zuid-Holland besteedt aandacht aan gezondheid binnen alle beleidssectoren. Dit vraagt om een vernieuwende en samenhangende beleidsaanpak, en om extra inzet binnen bestaande provinciale taken. Specifiek ten aanzien van bedrijven schrijft de provincie dat de bedrijven in Zuid-Holland tot de meest vernieuwende ter wereld behoren. Ze zijn belangrijk voor de werkgelegenheid, maar moeten ook veilig zijn, met zo min mogelijk uitstoot van gevaarlijke stoffen. De provincie zorgt in haar rol als toezichthouder dat complexe bedrijven zich aan de regels houden. Daarbij wil Zuid-Holland dat bedrijven hun vernieuwingskracht inzetten voor de gezondheid en veiligheid van de inwoners.

Relatie met voorgenomen ontwikkeling Ambitie 2 gaat in op dat voor vrachtverkeer bewust gekozen moet worden voor het juiste vervoersmiddel. Het ophalen en wegbrengen van afval gebeurt over lange afstanden. Voor het ophalen van afval is zonder meer de vrachtwagen de meest geschikte vervoersmiddel. Voor het wegbrengen van afval vanaf de locatie is de locatie geschikt voor afvoer per spoor/ trein, per weg/ vrachtwagen en water/ schip. In het verleden is er ook sprake geweest van afvoer per spoor. Vervoer per spoor bleek helaas op den duur niet meer wenselijk voor de omgeving. Vanwege de grote hoeveelheid afval dat met de treinen vervoerd kan worden, duurt het ook een zekere tijd voordat een hele trein vol is met afval. In die tijd staat de trein stil en geeft dit geuroverlast. Het inladen van de treinen geeft bovendien geluidsoverlast. Ook speelde het feit mee dat het personenvervoer over het spoor intensiveerde waardoor de afvaltreinen nauwelijks in dit schema zijn in te passen. Daardoor is door de vijf betrokken gemeenten (Noordwijk, Katwijk, Teylingen, Lisse en Hillegom) bij de nieuwe aanbesteding in 2015 besloten dat ook de afvoer per weg/ vrachtwagen gaat plaatsvinden. Dit betreft in het kader van geluid- en geuroverlast ook het meest geschikte vervoersmiddel en daarmee ook bewust afgewogen ten opzichte van de andere vervoersmogelijkheden.

In een brief van 22 december 2017 met kenmerk: 2017153758 is door de omgevingsdienst geconstateerd dat alle afvalstoffen sinds 2016 per as werden afgevoerd. In deze brief werd verzocht in het kader van het toentertijd geldende zorgplichtartikel 2.1, lid 2 onder k van het Activiteitenbesluit, om meer informatie te geven over de beweegredenen waarom voor de afvoer van de afvalstoffen per vrachtwagen was gekozen. Bij brief van 17 januari 2018 met kenmerk H-20180037 is de omgevingsdienst geïnformeerd over de beweegredenen en heeft zij per brief van 15 maart 2018, met kenmerk 2018049105 aangegeven dat aan het verzoek is voldaan en hierbij niet aangegeven dat volledige afvoer per as niet voldoet. Hiermee wordt voldaan aan het betreffende zorgplichtartikel; nu onder de Omgevingswet artikel 2.11 specifieke zorgplicht van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Ambitie 7 van provincie Zuid-Holland richt zich op gezondheid en veiligheid binnen alle beleidssectoren, met een samenhangende aanpak en extra inzet op provinciale taken in de leefomgeving. De provincie houdt toezicht op complexe bedrijven, stimuleert innovatie en waarborgt dat zij veilig opereren met minimale uitstoot ter bescherming van inwoners. MeerVAB draagt op meerder manieren bij aan deze provinciale ambitie.

Allereerst is een goed werkend afvalophaalsysteem essentieel voor een gezonde leefomgeving, omdat het bijdraagt aan hygiëne, veiligheid en het verminderen van milieuvervuiling. Daarom is ook het doel van de nieuwbouw en de herinrichting van het vuiloverslagstation het optimaliseren van de logistiek op eigen terrein, zowel in de gebouwen als op het buitenterrein, met als uiteindelijke doel een efficiëntere en betere afvaloverslag. Daarnaast zijn de ontwerpen van de gebouwen niet alleen functioneel en esthetisch aantrekkelijk, maar ook de gezondheid en veiligheid van inwoners indirect bevorderen via een duurzame, circulaire aanpak. Door hergebruikte en biobased materialen te kiezen, modulair en demontabel te bouwen, en energie-efficiënte oplossingen zoals zonnepanelen en hoogwaardige isolatie toe te passen, vermindert MeerVAB milieubelasting, stimuleert innovatie en creëert toekomstbestendige gebouwen die als voorbeeld dienen voor de sector. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling draagt bij aan bij zowel ambitie 2 als ambitie 7 van de Omgevingsvisie ZuidHolland. Door bewust te kiezen voor vrachtvervoer bij het ophalen en afvoeren van afval wordt overlast

26 | 84

Witteveen+Bos | 141856_25-014.926 | Definitief

geminimaliseerd en efficiëntie vergroot, terwijl de herinrichting en duurzame ontwerpkeuzes van MeerVAB bijdragen aan een gezonde leefomgeving, innovatie stimuleren en de milieubelasting beperken.

3.2.2

Omgevingsprogramma Zuid-Holland

Het Omgevingsprogramma Zuid-Holland is een uitwerking van de beleidskeuzes uit de Omgevingsvisie. Het Omgevingsprogramma is een overzicht van alle maatregelen inclusief de onderliggende activiteiten. Het Omgevingsprogramma is 6 april 2021 vastgesteld door Provinciale Staten. Sindsdien is het Omgevingsprogramma enkele keren gewijzigd vastgesteld. Relatie Omgevingsprogramma met voorgenomen ontwikkeling Eén van de genoemde maatregelen in het Omgevingsprogramma betreft het ‘Bijdragen aan een CO 2emissiearme en circulaire industrie’. Een goede energievoorziening heeft een efficiënte, robuuste en slimme energie-infrastructuur nodig. Om de energietransitie aan te jagen wil de provincie stevig inzetten op innovatie. De provincie zet hierbij onder meer in op het vernieuwen van zowel het energie- als het grondstoffensysteem. In de grondstoffentransitie zet de provincie in op zorgvuldig omgaan met zowel schaarse grond- als brandstoffen. De provincie Zuid-Holland streeft naar een CO2-emissiearme en circulaire industrie door wettelijke energiebesparingsmaatregelen te handhaven en aanvullende instrumenten te bieden zoals subsidies voor verdiepende besparingsstudies en energiebesparende infrastructuur. Ze ondersteunt kleinschalige projecten met restwarmte en waterstof, ontwikkelt regionale netwerken voor innovatie, en biedt subsidies voor nieuwe technologieën.

Europese fondsen worden benut voor verduurzamingsprojecten. De provincie faciliteert de ruimtelijke vereisten voor duurzame clusters en helpt bedrijven barrières te overwinnen via gebiedsgerichte aanpakken. Het nieuwe overslagstation bevordert de circulaire economie door afval te consolideren en daardoor efficiënter te transporteren (vermindering CO2-uitstoot). Geaccepteerde afvalstromen als PBD en GFT worden gecontroleerd of deze voldoende schoon zijn ten behoeve van recycling en hergebruik. Hierdoor kan vervolgens bijvoorbeeld organisch afval worden gecomposteerd of worden vergist om hernieuwbare energie te maken. Het overslagstation draagt bij aan afvalvermindering en duurzame afvalbeheerpraktijken. Conclusie Het overslagstation is in lijn met het Omgevingsprogramma Zuid-Holland.

3.2.3

Zuid-Hollandse Omgevingsverordening

In de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening (ZHOV) zijn de regels over de fysieke leefomgeving van de provincie opgenomen. De ZHOV is geldig vanaf 1 januari 2024. De ZHOV is 15 december 2021 vastgesteld door Provinciale Staten. De Omgevingsverordening draagt bij aan het realiseren van het provinciaal ruimtelijke beleid zoals dat benoemd is in de Omgevingsvisie. De verordening omvat in aanvulling op de Omgevingsvisie toetsbare criteria waaraan planvorming moet voldoen. Voor het overslagstation zijn dit: - artikel 7.43 ZHOV Ruimtelijke kwaliteit; - artikel 7.45 ZHOV Ladder voor duurzame verstedelijking; - artikel 7.23 ZHOV Toekomstbestendig bouwen en ontwikkelen; - artikel 7.52 ZHOV Bedrijven. Relatie met voorgenomen ontwikkeling Hierna staat per bovengenoemd artikel uit de ZHOV beschreven hoe hiermee is omgegaan in het kader van het overslagstation. Gebieden met beschermingscategoriëen (artikel 7.42 ZHOV) De provincie Zuid-Holland heeft beschermde gebieden onderverdeeld in drie beschermingscategorieën: Beschermingscategorie 1, 2 en 3. Deze kennen geen externe werking. In de quickscan natuurtoets VAB-

27 | 84

Witteveen+Bos | 141856_25-014.926 | Definitief

terrein van 8 oktober 2024 (zie bijlage IX) is de ligging van het plangebied ten opzichte van deze de gebieden met beschermingscategorieën beoordeeld. Beschermingscategorie 1 Het plangebied ligt buiten gebieden met beschermingscategorie 1. Deze kennen geen externe werking. Er liggen twee typen gebieden dichtbij, namelijk: ‘Beschermd grasland in de bollenstreek’, ten zuiden van het plangebied en ‘Natuurnetwerk Nederland: Ecologische verbinding’, langs het spoor ten noorden van het plangebied (zie afbeelding 3.1). Op afbeelding 3.1 valt de uiterste zuidwestelijke hoek van het plangebied binnen het gebied ‘Beschermd grasland in de bollenstreek’. Het betreft hier een strook braakland met opslag van enkele bomen. Er is hier geen sprake van grasland en kan dan ook niet als ‘Beschermd grasland in de bollenstreek’ getypeerd worden. Beschermingscategorie 2 Het plangebied ligt buiten gebieden met beschermingscategorie 2. Deze kennen geen externe werking. Het dichtstbijzijnde gebied is ten zuiden van het plangebied, wat is aangemerkt als belangrijk weidevogelgebied. Beschermingscategorie 3 Het plangebied ligt buiten de bebouwde kom en dus binnen gebieden die zijn aangewezen als ‘Buitengebied’ onder beschermingscategorie 3 (zie afbeelding 3.1). De openheid en het groene karakter van het landschap worden echter niet onevenredig aangetast.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Teylingen&id=22e73696-5c93-45b8-9c3a-68de3012ef42