3. iWKp module Kringmaatregelen Noordwijk 2022-2026_concept dd 2022-04-04.pdf
Tekst van het document
Eenmalig
€ 25.000
2021
3. Afstemming tussen de kernen t.a.v. behandelen van overlastmeldingen, grondwater informatieverstrekking en voorbereiding grondwater bij rioolvervanging.
Eenmalig
€ 10.000
2021
4. Jaarlijks evalueren meldingen en metingen
Jaarlijks
€ 5.000
2020->
5. Opstellen richtlijnen voor het ontwerp en aanleg drainagesystemen.
Eenmalig
€ 5.000
2020
6. Uitbreiden grondwatermodel Noordwijk aan Zee met Noordwijk-Binnen, Noordwijkerhout en de Zilk
Eenmalig
€ 25.000
2022
7. Effectberekeningen klimaatverandering grondwater en droogte, incl. Noordwijk-Binnen, Noordwijkerhout en De Zilk
Eenmalig
€ 10.000
2022
8. Wekelijks berekenen en online delen actuele grondwaterstanden met model Noordwijk aan Zee
Jaarlijks
€ 7.000
2023->
9. Uitvoeren archiefonderzoek veen-/kleigebieden om risico’s op funderingsschade door droogte te bepalen
Eenmalig
€ 8.000
2021
10. Strategie ondergrond in bestemmingplannen. Opstellen richtlijnen voor ondergrondse bouw om zo negatieve invloeden hiervan op het grondwater te voorkomen, n.a.v. paraplu bestemmingsplan Noordwijk aan Zee.
Eenmalig
€ 7.000
2021/2022
11. Opstellen samenhangende handelingskaart ondergrond t.a.v. regenwater, oppervlaktewater, grondwaterwater. Bedoeld als kompas voor maatregelen in wijken. 12. Pilot onderzoek functionering infiltratiesystemen en drainagesystemen (alle kernen) 13. Actualiseren grondwater maatregelenplan inclusief analyse grondwaterstanden.
Eenmalig
€ 15.000
2021
Eenmalig
€ 25.000
2020/1
Eenmalig
€ 8.000
2022
14. Opstellen operationeel onderhoudsplan drainagesystemen, inclusief veldwerk t.b.v. benodigde doorspuitfrequentie
Eenmalig
€ 5.000
2020
15. In stand houden, beheren en dataontsluiting van meetlocaties, geen vervanging loggers voorzien
Jaarlijks
€ 25.000
2020->
Onderzoek, beleidsacties
Onderhoud, beheer
INTEGRAAL AFVALWATERKETENPLAN BOLLENSTREEK VERSIE NOORDWIJK 2020 68
MAATREGELEN ZUIVERINGSKRING NOORDWIJK
Maatregelen planperiode 2017-2021
eenmalig
Kosten/
jaarlijks
Uren
Jaarlijks
€ 20.000
Planning
Maatregelen 16. Extra budget voor beheersen bemalingsrisico’s rioolvervanging in risicogebieden
2020->
-> betekent ‘en de periode erna’ Tabel 24: Kosten acties waarvoor budget nodig is
Acties binnen huidige werkzaamheden en budgetten van werken Voorkomen grondwaterproblemen bij nieuwbouw 17. Bij nieuwbouwprojecten: grondwateronderzoek uitvoeren, voorwaarden en aandachtspunten meegeven aan bouwer, watertoetsproces doorlopen, bevindingen en voorwaarden vastleggen in bestemmingsplan, exploitatieovereenkomst en/of in overleg afstemmen met betreffende partijen. Binnen budget van nieuwbouw. Grondwater bij werken door gemeente 18. Als voorbereiding van werken in de openbare ruimte doelmatigheid drainage en omgevingsbeïnvloeding (bemalingadvies) van het werk beoordelen, beslissing motiveren en vastleggen om te voldoen aan de grondwaterzorgplicht. Monitoren grondwaterstand voor, tijdens en na het werk. Binnen budget van het werk. 19. Treffen grondwatermaatregelen in openbaar gebied gelijktijdig met reeds geplande rioolvervangingen, indien doelmatig, binnen budget van het werk. (On)mogelijkheden infiltreren afstromend regenwater 20. Als voorbereiding van infiltratieprojecten beoordelen of infiltreren leidt tot een ongewenste grote stijging van de grondwaterstand (in lagere delen), beslissing motiveren en vastleggen om te voldoen aan de grondwaterzorgplicht. Monitoren grondwaterstand voor, tijdens en na het werk waar nodig. Grondwater bij projecten door derden 21.
Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning stemt de gemeente af of door de aanvrager voldoende onderzoek is gedaan naar de effecten van bouwwerken op de grondwaterstand, in zowel gebruiksfase als uitvoeringsfase (in afstemming met bevoegd gezag voor bouwfase: waterschap). Grondwater en wijzigen oppervlaktewaterpeil 22. Bij voorgenomen peilbesluit door waterschap: actief en tijdig afstemmen grondwateraspecten bebouwde gebieden, om te waarborgen dat het thema grondwater voldoende wordt beoordeeld. Anticiperen op gevolgen klimaatverandering 23. Bij ieder project in de openbare ruimte rekening houden met gevolgen klimaatverandering voor grondwater en de kansen die het project biedt om gevolgen te beperken, om beetje bij beetje op doelmatige wijze de gemeente klimaatbestendig te maken. Planmatig beheer en onderhoud drainagesystemen 24. Het opnemen en actueel houden van de systemen en achterliggende kenmerken (omhulling, dimensies, materiaal, instelniveau, et cetera) in het beheersysteem. 25. Aanpassen instelniveau regelbare horizontale drainage-infiltratieleidingen indien meldingen of metingen daartoe aanleiding geven. 26. Uitvoeren onderhoud aan drainagesystemen. Beheer en analyse grondwatermeetnet 27. Jaarlijks kort analyseren metingen in relatie tot meldingen, beoordelen en vastleggen of vervolgactie nodig is.
INTEGRAAL AFVALWATERKETENPLAN BOLLENSTREEK VERSIE NOORDWIJK 2020 69
MAATREGELEN ZUIVERINGSKRING NOORDWIJK
4.1.13
Bijlage achtergrond grondwater streefwaarden
In den lande is het gebruikelijk om één streefwaarde voor de grondwaterstand te hanteren, vaak 0,7 m onder straatniveau. Soms wordt nader onderscheid gemaakt in type perceelgebruik, zoals woonstraten, tuinen, sportvelden, et cetera. Hier is ervoor gekozen om de gewenste grondwaterstand af te stemmen op wijken. De afstemming van de gewenste grondwaterstand voor overige openbare terreinen vindt projectmatig plaats met maatwerk. Er is gekozen voor een bandbreedte met bepaalde grondwaterstanden en handelperspectief. De bandbreedte is gehanteerd om de focus niet zozeer op een bepaalde grondwaterstand te leggen, maar op doelmatigheid en maatwerk. Er is gekozen voor 0,7 m omdat bij een dergelijke ontwateringsdiepte het particuliere belang in (met name oudere, kwetsbare) wijken bij het ontwerp van maatregelen is meegenomen. Uitgangspunt van dit drainageniveau zijn wensen die aan wegen worden gesteld en de bouwwijze van (relatief oude) woningen met een kruipruimte, zie onderstaande figuur. Het beleid is nadrukkelijk niet afgestemd op het drooghouden van kelders, die waterdicht behoren te zijn. Als streefwaarde voor lage grondwaterstanden is voor veengebieden 0,3 m onder polderpeil aangehouden, omdat een zakking van circa 0,3 m ‘natuurlijk’ is door verdamping na een droge zomerperiode van circa drie weken.
Een lagere grondwaterstand kan duiden (in een gebied zonder hevige wegzijging) op een onnatuurlijk lage grondwaterstand. Voor het duingebied leidt een lage grondwaterstand nauwelijks tot risico voor de omgeving, omdat nauwelijks veenlagen en houten paalfunderingen aanwezig zijn.
Figuur 13: Voorbeeld van het verloop van de grondwaterstand bij openbaar terrein ten opzichte van particuliere percelen, in zandige gebieden.
Nieuwbouw Bij nieuwe woningen worden dikkere vloerconstructies met isolatie (0,35 à 0,5 m) toegepast. De kruipruimte komt dan dieper te liggen. Hierdoor wordt de gewenste grondwaterstand (vaak onrealistisch veel) lager, circa 1,1 tot 1,2 m minus vloerpeil, om vocht in de kruipruimte te voorkomen. Een vochtige of natte kruipruimte mag echter bij een dergelijke vloerconstructie niet leiden tot vochtoverlast in de woning conform het Bouwbesluit. Er kunnen echter wel problemen ontstaan met aantasting van leidingen, de bereikbaarheid van de kruipruimte en ongedierte.
4.2
Invulling gemeente Teylingen
De teksten in deze paragraaf zijn opgesteld door Wareco ingenieurs. Waar van toepassing is specifiek voor de kernen Warmond, Voorhout en Sassenheim aangegeven welke activiteiten de gemeente is gestart of nog gaat ondernemen om in het volgend iAWKp voor alle kernen op hetzelfde kennisniveau te kunnen komen.
4.2.1
Inleiding
Grondwater heeft veel betekenis voor de leefomgeving. Door ontwikkelingen als klimaatverandering en de bouwopgave krijgt grondwater, en de ondergrond meer in het algemeen, steeds meer betekenis. Ook omdat grondwater bewoners en bedrijven steeds meer raakt. Grondwater biedt kansen, bijvoorbeeld om regenwater te bergen en vegetatie te laten groeien. Ook kan grondwater tot problemen leiden, als het te hoog of te laag staat, of als de grondwaterstand verandert door waterinfiltratie, vergroening en bouw. De gemeente Teylingen maakt locatie specifieke keuzes ten aanzien van grondwater, als onderdeel van de gemeentelijke grondwaterzorgplicht. Bijvoorbeeld over het verhelpen en het voorkómen van INTEGRAAL AFVALWATERKETENPLAN BOLLENSTREEK VERSIE NOORDWIJK 2020 70
MAATREGELEN ZUIVERINGSKRING NOORDWIJK
grondwaterproblemen, over wanneer maatregelen worden uitgevoerd. En welke informatie en welke acties daarvoor nodig zijn. Dit hoofdstuk geeft invulling aan dergelijke keuzes: het operationele grondwaterbeheer in de gemeente Teylingen. De relevante onderwerpen zijn weergegeven in de onderstaande Figuur 14.
Figuur 14. Onderwerpen in het operationeel grondwaterbeheer (bron iconen: Freepik, Flaticon)
Stedelijk grondwater en definities Grondwater in bebouwd gebied (of ook wel: stedelijk grondwater) maakt naast het stedelijk oppervlaktewater, de neerslag en verdamping, de drinkwatervoorziening en het afvalwater, een wezenlijk onderdeel uit van het stedelijk watersysteem en de leefomgeving in het algemeen. Het stedelijk grondwater wordt onderscheiden in enerzijds het grondwater in dieper gelegen watervoerende bodempakketten en anderzijds het grondwater in het bovenste, freatisch pakket. De stijghoogte van het freatisch grondwater, het grondwaterpeil, is van belang voor de leefomgeving, denk aan bouwen (kruipruimten), voor aanleg en onderhoud van oppervlaktewater, groen en wegen, voor behoud van archeologie, het beheren van grondwaterverontreinigingen en voor de kansen voor ecologie en natuur. Enkele hydrologische begrippen, genoemd in de volgende hoofdstukken, zijn schematisch weergegeven in Figuur 15.
INTEGRAAL AFVALWATERKETENPLAN BOLLENSTREEK VERSIE NOORDWIJK 2020 71
MAATREGELEN ZUIVERINGSKRING NOORDWIJK
Figuur 15. Schematisatie van enkele hydrologische begrippen.
Hoge grondwaterstanden kunnen leiden tot vochtoverlast in woningen, beperkingen in het groenbeheer en verhoogde kosten in het beheer van wegen en ondergrondse infrastructuur. Grondwateroverlast bij woningen heeft vaak betrekking op natte of vochtige kruipruimtes of optrekkend vocht door muren. Hierdoor kunnen in de woningen problemen ontstaan zoals schimmelvorming en een te vochtig binnenklimaat. Ook natte tuinen kunnen het gevolg zijn van te hoge grondwaterstanden. Verder kunnen te lage grondwaterstanden worden aangetroffen. Door te lage grondwaterstanden kan versnelde maaivelddaling optreden in zettinggevoelige gebieden, hierdoor kunnen wegen en panden zonder paalfundering zakken en kunnen houten paalfunderingen worden aangetast met schade aan panden tot gevolg. Dit wordt ook wel grondwateronderlast of droogteschade genoemd. Daarnaast kan bij lage grondwaterstanden schade ontstaan aan vegetatie en leidingen. Dit wordt ook wel grondwateronderlast genoemd. Tegelijkertijd ontstaat er bij een lage grondwaterstand ook meer ruimte voor ondergrondse opslag van regenwater.
4.2.2
Grondwater(problemen) in Teylingen
Kennis van grondwater is essentieel om invulling te kunnen geven aan de gemeentelijke grondwaterzorgplicht. Ook om de afstemming tussen grondwater en thema’s als klimaatverandering, bouwopgave en biodiversiteit te kunnen maken. De gemeente Teylingen wil haar kennis over het grondwatersysteem daarom uitbreiden. De afgelopen jaren is al een start gemaakt met het opzetten van een gemeentelijk grondwatermeetnet. De meetgegevens van het eerste jaar zijn geanalyseerd 7 en daarbij zijn aandachtsgebieden aangewezen met betrekking tot (te) hoge en lage grondwaterstanden. Ook is een advies gegeven over vervolgacties op het gebied van grondwaterbeheer. Er is een aantal concrete redenen om het kennisniveau te verhogen. We willen kunnen onderbouwen waar (toekomstgerichte) maatregelen nodig zijn, ook rekening houdend met klimaatverandering. Waar zal overlast toe- of afnemen? Is afkoppelen kansrijk of juist draineren? We willen inwoners en bedrijven beter kunnen ondersteunen bij het ontstaan en oplossen van problemen. We willen de programmering van rioolmaatregelen, waar passend, laten afhangen van de grondwaterproblematiek (ná de komende planperiode). De historische kernen van Voorhout, Sassenheim en Warmond liggen op een serie van oude duin- en strandruggen. Aan weerszijden daarvan bevinden zich klei- en veenafzettingen, dat zie je ook terug in figuur 3 en bijlage 2.
De strandruggen zijn oude duinen die van oorsprong hoger liggen dan de omgeving. De bodem bestaat er tot grote diepte uit zand en het grondwater zit er relatief dieper. Dit hoge, droge deel van de gemeente werd als eerste bebouwd. Grondwateroverlast is hier minder gebruikelijk. Kenmerkend voor de
7 Advies grondwaterbeheer gemeente Teylingen, Wareco Ingenieurs, kenmerk 201670_R_SWE_0031 d.d.
20 januari 2021 INTEGRAAL AFVALWATERKETENPLAN BOLLENSTREEK VERSIE NOORDWIJK 2020 72
MAATREGELEN ZUIVERINGSKRING NOORDWIJK
strandwallen is dat er weinig oppervlaktewater en dus weinig grondwaterafvoer is. Klimaatverandering kan hier daarom relatief grote invloed hebben op het grondwater. In de lager gelegen delen bevinden zich de uitbreidingswijken, die veelal na de tweede wereldoorlog gerealiseerd zijn. In de bodem zijn naast zand ook ondiepe klei- en veenlagen aanwezig. De grondwaterstand is er vaak ondieper dan 1 m onder het oppervlak. Het risico op grondwateroverlast is hier groter. Ook is hier risico op juist te lage grondwaterstanden, waardoor de bodem en woningen kunnen gaan zakken. Door te lage grondwaterstanden kunnen ook houten paalfunderingen aangetast worden, al is nu nog niet duidelijk hoe de woningen in de gemeente gefundeerd zijn. Over het algemeen geldt dat oudere bebouwing gevoeliger is voor zowel hoge als lage grondwaterstanden, met name panden die zijn gebouwd in de periode voordat het Bouwbesluit in werking trad (<1992). In de meeste straten bevindt zich gemengde riolering. In een groot deel van Voorhout (oostelijk van de spoorlijn) bevindt zich nieuwere bebouwing. Hier is veelal een gescheiden rioolsysteem met drainage aanwezig. Hetzelfde geldt voor een nieuwbouwwijk uit 2018 in Warmond en voor een aantal buurten die rond 2000 in Sassenheim zijn gebouwd. Uit een inventarisatie van de rioolgegevens blijkt dat bijna 50% van de riolering het label ‘ingrijpen’ draagt.
Ook is veel van de (bouw)drainage inmiddels 20 jaar oud. Uit de meetnetanalyse blijkt dat er reden is om aan te nemen dat (lokaal) de lekke riolering de grondwaterstand onbedoeld verlaagt. Ook is het aannemelijk dat sommige drainagestrengen de grondwaterstand inmiddels nauwelijks meer beïnvloeden. Op basis van kenmerken van het grondwatersysteem en de bebouwing is een risicokaart opgesteld voor hoge en lage grondwaterstanden, zie Figuur 14. Een aantal belangrijke speerpunten voor de komende planperiode zijn: 1. Uitvoeren grondwateronderzoek in aandachtsgebieden hoge grondwaterstanden, met focus op grondwaterrisico’s en mogelijke oplossingen, gebruikmakend van eventuele meldingen van inwoners.; 2. Uitvoeren grondwateronderzoek in aandachtsgebieden lage grondwaterstanden, met focus op risico bodemdaling (hoogte grondwaterstand in relatie tot hoogte kwetsbare bodemlagen); 3. In beeld brengen van de effecten van klimaatverandering op de grondwaterstand. We verwachten dat de risico’s m.b.t. te hoge en te lage grondwaterstanden toenemen doordat extreme neerslag en droogte vaker zullen optreden. Hier willen we tijdig op kunnen anticiperen; 4. Uitvoeren risicoscan van het vervangen van (lekke) rioolbuizen en de aanleg van grondwater regulerende maatregelen (drainage of infiltratie), op basis daarvan prioriteren van de vervangingsopgave.
Het vermoeden bestaat dat lokaal lekke rioolstrengen de grondwaterstand (onbedoeld) verlagen en mogelijk (aanvullende) bodemdaling veroorzaken; 5. Uitvoeren van een (veld)inventarisatie naar de werking van bestaande drainageleidingen, als input voor het beheersysteem en onderhoudsplan, maar ook om te onderbouwen welke richtlijnen moeten worden meegegeven als het gaat om ontwerp, aanleg, beheer en onderhoud van nieuw aan te leggen systemen.
INTEGRAAL AFVALWATERKETENPLAN BOLLENSTREEK VERSIE NOORDWIJK 2020 73
MAATREGELEN ZUIVERINGSKRING NOORDWIJK
Figuur 16. Overzichtskaart van grondwateraandachtsgebieden in Teylingen. In blauw de aandachtsgebieden voor hoge grondwaterstanden, in groen/oranje de gebieden die kwetsbaar zijn bij het voorkomen van lage grondwaterstanden
4.2.3
Doelmatigheid grondwatermaatregelen
4.2.3.1
Doelmatigheid
De gemeente neemt bij grondwateroverlast maatregelen als deze doelmatig worden bevonden. De doelmatigheidsafweging vindt plaats met maatwerk, op basis van een overkoepelend kader zodat keuzes eenduidig tot stand komen. Een hoge grondwaterstand alleen maakt een maatregel in de openbare ruimte niet doelmatig. Er dient ook een grondwaterprobleem te zijn, dat tegen acceptabele kosten kan worden bestreden met maatregelen in de openbare ruimte. Daarom is doelmatigheid het criterium voor maatregelen (niet een bepaalde grondwaterstand). 1. De gemeente wil bijdragen aan verminderen van structurele grondwateroverlast. Door maatregelen op gemeentelijk terrein te treffen, waar doelmatig. Dit biedt een uitgangspunt voor particuliere perceeleigenaren om de grondwatersituatie op hun terrein op orde te houden of te brengen. Het bestrijden van grondwateroverlast start namelijk op het betreffende perceel. 2. De gemeente past de grondwaterstand in openbaar terrein aan, indien doelmatig en/of neemt overtollig grondwater afkomstig van particuliere percelen in ontvangst op het riool. De grondwaterstand kan niet eindeloos worden verlaagd tot bijvoorbeeld onder diepe kelders; de gewenste grondwaterstand wordt afgestemd op de lokale (on)mogelijkheden, zoals het oppervlaktewaterpeil, veenlagen, houten paalfunderingen, et cetera.
De doelmatigheid van grondwatermaatregelen wordt locatie specifiek beoordeeld op basis van de volgende overkoepelende criteria: a. Er is een probleem: structureel nadelige gevolgen door een te hoge of te lage grondwaterstand. b. De maatregel heeft nut: vanuit de openbare ruimte kan effect voor de (particuliere) percelen met overlast worden bereikt. INTEGRAAL AFVALWATERKETENPLAN BOLLENSTREEK VERSIE NOORDWIJK 2020 74
MAATREGELEN ZUIVERINGSKRING NOORDWIJK
c. De maatregel is kosteneffectief: de hiermee gemoeide investerings- en exploitatiekosten van maatregelen staan in verhouding met (eventueel toekomstige) kosten van maatregelen door perceeleigenaren of eventueel te verwachten kosten voor schades. Als alle drie de criteria zich voordoen, wordt een maatregel in de openbare ruimte als doelmatig beoordeeld.
4.2.3.2
Er is een probleem (A)
De hoge of lage grondwaterstand in het openbare gebied leidt tot aantoonbare structureel nadelige gevolgen voor de perceelfuncties. Er is volgens de gemeente sprake van nadelige gevolgen, indien omstandigheden optreden die tot volksgezondheidsproblemen en/of economische schade leiden en niet worden veroorzaakt door gebrekkige constructies en bouwkundige gebreken. Verblijfruimten dienen daarbij dan ook te voldoen aan de bouwregelgeving. Grondwater in de kruipruimte op zich veroorzaakt niet altijd nadelige gevolgen, alleen als het vocht doordringt naar bovenliggende verblijfruimtes en/of de bebouwing aantast. Er is volgens de gemeente sprake van een structureel hoge grondwaterstand indien de representatieve hoogste grondwaterstand (RHG) voor een gebied tijdens een periode van minstens drie aaneengesloten jaren hoger is dan de hieronder genoemde streefwaarde van 0,7 m onder de openbare ruimte (of uit grondwateronderzoek blijkt dat dit het geval zal zijn). Als representatieve hoogste grondwaterstand (RHG) geldt de meetwaarde die 10% van de tijd wordt overschreden. Ten aanzien van de streefwaarde voor de ontwateringsdiepte onder openbare ruimtes in wijken geldt het volgende: Ontwateringsdiepte*
Vervolg
Groter dan 0,7 m**
De grondwaterstand is voldoende laag. Gesteld wordt dat geen sprake is van een grondwaterprobleem (mogelijk een bouwkundig probleem of anderszins).
Tussen 0,3 m en 0,7 m
De grondwaterstand is relatief hoog. Er is grondwateronderzoek nodig om te beoordelen of maatregelen doelmatig zijn en afgestemd kunnen worden met overige werken in de openbare ruimte (meeliften).
Kleiner dan 0,3 m
De grondwaterstand is duidelijk hoog. De gemeente beoordeelt of het uitvoeringsprogramma van werken in de openbare ruimte kan worden aangepast aan de hoge grondwaterstand om gelijktijdig grondwatermaatregelen te treffen indien zich een probleem voordoet.
* maaiveldniveau (as openbare weg) minus de Representatief Hoge Grondwaterstand (RHG) ** voor het voorkomen van (te) lage grondwaterstanden: zie volgende paragraaf Tabel 25. Streefwaarde minimale ontwateringsdiepte openbaar gebied in wijken.
Ten aanzien van streefwaarden afgestemd op het voorkomen van (te) lage grondwaterstanden (onderlast) geldt dat maatwerk nodig is. De gewenste laagste grondwaterstand is namelijk afhankelijk van vele factoren, zoals de bodemgesteldheid, natuur, funderingen, watergangen, et cetera. Onderlast wordt dus met maatwerk bestreden. Omdat op de strandwal voor zover bekend geen sprake is van droogteschade, het risico in lagergelegen veengebieden groter is en de gevolgen van te lage grondwaterstanden in veengebieden vaak niet direct worden opgemerkt, gelden voor veengebieden streefwaarden. Ten aanzien van te lage grondwaterstanden in veengebieden streeft de gemeente Teylingen ernaar dat de grondwaterstand in droge perioden niet verder zakt dan een bepaalde afstand onder het oppervlaktewaterpeil in de wijk. Een grondwaterstand in het openbare gebied wordt als structureel laag gedefinieerd als deze, ten minste voor drie opeenvolgende jaren, voor meer dan 10% van de tijd per jaar de streefwaarde van 0,3 m onder het vigerende oppervlaktewaterpeil van de dichtstbijzijnde watergang onderschrijdt. Of uit grondwateronderzoek naar de oorzaak van grondwateronderlast blijkt dat de grondwaterstand structureel lager is dan deze streefwaarde. Indien de grondwaterstand wordt beïnvloed door een naastgelegen peilvak met een lager polderpeil, wordt met maatwerk beoordeeld of de grondwaterstand te laag is.
Dat is onder andere afhankelijk van de aanwezigheid en diepte van kwetsbare INTEGRAAL AFVALWATERKETENPLAN BOLLENSTREEK VERSIE NOORDWIJK 2020 75
MAATREGELEN ZUIVERINGSKRING NOORDWIJK
bodemlagen en eventueel funderingen. In de onderstaande figuur is de streefwaarde voor de minimale en maximale grondwaterstand schematisch weergegeven.
Figuur 17. Streefwaarde voor maximale grondwaterstanden beneden het straatpeil ten opzichte van de kruipruimte en signaleringswaarde voor de minimale grondwaterstand beneden het oppervlaktewaterpeil, in bestaand bebouwd gebied met veenlagen (met een gangbaar profiel van de openbare weg ten opzichte van de woninghoogte).
4.2.3.3
De maatregel heeft nut (B)
De maatregelen op het openbare terrein hebben nut als deze daadwerkelijk de structureel nadelige gevolgen bestrijden. De maatregel moet dus effect hebben op de overlast (direct via een grondwaterstandverlaging of indirect via een afvoermogelijkheid) en niet alleen op de hoge of lage grondwaterstand op openbaar terrein. Belangrijk hierbij is dat de maatregel op openbaar terrein effect heeft bij een voor de omgeving passend grondwaterpeil op openbaar terrein, rekening houdend met de mogelijke risico’s van een verhoogde of verlaagde grondwaterstand voor overlast en onderlast (droogstand/zettingen/natuurschade). Dit laatste geldt met name in de veengebieden.
4.2.3.4
De maatregel is kosteneffectief (C)
De (globale) investerings- en beheerkosten van de maatregelen moeten in verhouding zijn met het effect en de kosten van maatregelen binnen particuliere percelen (zoals bouwkundige maatregelen of drainage op eigen perceel, door de perceeleigenaren zelf uit te voeren) of eventueel te verwachten kosten voor schades. Als er sprake is van structureel nadelige gevolgen vanwege de grondwaterstand neemt de gemeente (op termijn) maatregelen om de afvoer van het overtollige grondwater te verbeteren. Grondwatermaatregelen worden wanneer mogelijk uitgevoerd in combinatie met afkoppelen, rioolvervanging of herinrichting van de openbare ruimte.
4.2.4
Voorkeursvolgorde grondwatermaatregelen
Bij de afweging voor het treffen van (nieuwe) maatregelen tegen grondwateroverlast, wordt uitgegaan van de volgende voorkeursvolgorde: 1. Het ophogen van het maaiveld (zodat geen grondwaterafvoer nodig is). Benodigde ophoging af te stemmen op effecten van klimaatverandering en te optimaliseren door combinatie met de onderstaande maatregelen. 2. Het realiseren van extra oppervlaktewater (zorgt tevens voor verbetering van het gehele watersysteem en belevingswaarde voor de omgeving). 3. Grondverbetering. 4. Het aanleggen van een drainage-infiltratiesysteem.
INTEGRAAL AFVALWATERKETENPLAN BOLLENSTREEK VERSIE NOORDWIJK 2020 76
MAATREGELEN ZUIVERINGSKRING NOORDWIJK
In bestaand bebouwd gebied is het verhogen van het maaiveld of het aanleggen van extra open water vaak lastig realiseerbaar, zeker op korte termijn. Dit neemt niet weg dat per project de mogelijkheden hiervan moeten worden nagegaan. Bij de afweging voor het treffen van (nieuwe) maatregelen tegen grondwateronderlast, wordt uitgegaan van de volgende voorkeursvolgorde: 1. Onttrekkingen zoals lekkages in riolering zoveel mogelijk en op doelmatige wijze beperken. 2. Het aanleggen van extra oppervlaktewater binnen de wijken voor de aanvoer van grondwater. 3. Het aanpassen van het oppervlaktewaterpeil aan te lage grondwaterstanden. 4. Het aanleggen van grondwatertechnische maatregelen (infiltratieleidingen, met aanvoer van oppervlaktewater of hemelwater). Huidige werkwijze t.a.v. grondwatermaatregelen De gemeente wil dat grondwater (mede)sturend is bij ontwikkelingen. Er is een eerste stap gezet naar het definiëren van aandachtsgebieden waar grondwatermaatregelen gewenst zijn, dit wordt in de komende planperiode verder uitgewerkt. Globaal kan worden aangesloten bij de werkwijze die Lisse hanteert. Boezemland en strandruggen Het huidige watersysteem in het boezemgebied is van oorsprong gericht op overlast verhelpen (water afvoeren). Lokaal zijn drainagesystemen aanwezig om het grondwater te reguleren.
Aanvoer van (oppervlakte)water in droge zomers is niet vanzelfsprekend mogelijk vanwege de grote drooglegging. De gemeente wil meer aandacht besteden aan water vasthouden en bergen, vanwege haar afkoppelambitie maar ook om de effecten van droogte en water-op-straat te beperken. Bijvoorbeeld door de regenwaterinfiltratie te verbeteren (afkoppelen en vergroenen). Diepte-infiltratie (urban water buffer) kan kansrijk zijn omdat dan ’s zomers water terug in het systeem kan worden gebracht. Op sommige locaties is (ook) de grondwaterstand in de winter te hoog, dan biedt een Drainage-Infiltratie-Transport (DIT)-systeem uitkomst. Polderland De focus ligt, net als in het boezemgebied, op water vasthouden en bergen. Dezelfde maatregelen zijn van toepassing. Door de lagere maaiveldligging en beperkte drooglegging kan hier gebruik gemaakt worden van het oppervlaktewater om water in te laten of juist te overstorten. Uitgangsput is dat dit onder vrij verval gebeurt, zonder toepassing van pompen. Er is aandacht nodig voor het beperken van (overvloedige) fluctuaties van het grondwater: door de slechtere grondslag is de bergingscapaciteit beperkt. In wijken met zettingsgevoelige bodemlagen en kwetsbare funderingen, wordt bij voorkeur een IT- of DIT-systeem aangelegd.
Bij toepassen van alleen drainage kunnen ’s zomers problemen ontstaan door te lage grondwaterstanden (zettingen, funderingsschade, groenschade). Een gecombineerd systeem met infiltratie biedt tevens de mogelijkheid om vertraagde hemelwaterafvoer door middel van afkoppelen te realiseren. Afkoppelstrategie De gemeente Teylingen heeft de ambitie om meer af te koppelen en waar mogelijk regenwater te infiltreren in de ondergrond. Afkoppelen is wenselijk omdat zo het rioolstelsel ontlast kan worden, het watersysteem kan worden ingericht op het vasthouden-bergen-afvoeren principe, en omdat het helpt droogteschade te beperken. Er is wel op projectniveau eerst onderzoek nodig naar de toepassingsmogelijkheden van dergelijke grootschalige infiltratie, zonder dat daardoor grondwateroverlast ontstaat.
4.2.5
Voorkomen grondwaterproblemen bij nieuwbouw
Nieuwbouw biedt bij uitstek de kans om de omgeving aan te passen aan de grondwatersituatie en anderszins om de grondwatersituatie te verbeteren. Daarom is juist bij nieuwbouw veel aandacht nodig voor grondwater. Dat is niet alleen nodig om grondwaterproblemen in de beheerfase te voorkomen en daarmee onnodige investeringen en onrust onder bewoners te voorkomen, maar ook omdat het conform de Waterwet wettelijk verplicht is. De gemeente wil voorkomen dat toekomstige grondwateroverlast gaat ontstaan. Bij nieuwbouw en grootschalige onderhoudswerkzaamheden wordt grondwateroverlast proactief voorkomen en er wordt al in een vroeg stadium (in het planproces) aandacht gegeven aan grondwater, ook in relatie tot vergroenen, regenwaterberging, infiltratie en ondergrondse ruimte. Het voorkomen van grondwateroverlast is namelijk goedkoper dan het (achteraf) oplossen van grondwateroverlast. Bij in- en uitbreidingen bestaat de behoefte voor een handboek met 'basis' richtlijnen/doelomschrijvingen, voor het hele traject van ontwerp en aanleg INTEGRAAL AFVALWATERKETENPLAN BOLLENSTREEK VERSIE NOORDWIJK 2020 77
MAATREGELEN ZUIVERINGSKRING NOORDWIJK
naar beheer en onderhoud. Er is specifiek aandacht gewenst bij thema’s als drooglegging, drainage- en infiltratie, klimaatverandering, en beheer. Binnen de organisatie van HLT samen zijn werksessies georganiseerd voor beleidsmakers, beheerders en projectleiders om de werking van het grondwatersysteem uit te leggen en de rol van het grondwater binnen hun werkzaamheden. Er zijn actuele gegevens beschikbaar om de grondwaterstanden in beeld te brengen, vanuit het grondwatermeetnet en (later in deze planperiode) vanuit het grondwatermodel. Bij ontwikkelingen is het belangrijk de grondwatergegevens in te zetten om te toetsen waar ontoelaatbare risico’s op grondwater-problematiek zijn. Door klimaatverandering en aanpassingen/werken in de openbare ruimte kunnen ook grondwaterrisico’s ontstaan. Met behulp van de beschikbare grondwatergegevens en eventuele nieuwe metingen kan een inschatting worden gemaakt van de impact. Op deze manier kan een weloverwogen afweging worden gemaakt voor het treffen van grondwatermaatregelen bij ontwikkelingen.
4.2.5.1
Streefwaarden
De streefwaarden voor de grondwaterstand in de openbare ruimte zijn afhankelijk van de inrichting van de nieuwbouw en worden daarom per ontwikkeling vastgesteld. De vloerconstructies van nieuwbouwwoningen wordt in toenemende mate dikker vanwege isolatie. Indien het maaiveld niet wordt opgehoogd, komt de kruipruimte hierdoor steeds dieper te liggen ten opzichte van de (grond)waterstand. Om kruipruimtes in dat geval droog te houden (hetgeen overigens niet per se hoeft uitgaande van het Bouwbesluit), is een grondwaterstand van meer dan 1 m onder maaiveld nodig. Een dergelijk grote ontwateringsdiepte is ongewenst in verband met zettingen en het onnodig afvoeren van grondwater en daarmee het belasten van het watersysteem. Uitgangspunt is dat in beginsel geen drainage wordt toegepast indien de (te meten) ontwateringsdiepte groter is dan 0,7 m, ook rekening houdend met eventueel maaivelddaling en klimaatverandering. Verder zijn de doelmatigheidsoverwegingen uit paragraaf 4.2.3.1 van toepassing.
Figuur 18. Schematische weergave streefwaarde grondwaterstand onder kruipruimtebodem bij nieuwbouwwoningen met dikke constructievloeren.
4.2.5.2
Omgevingsplan en exploitatieovereenkomsten
De tendens is dat steeds minder regels worden gesteld. Daarom worden in exploitatieovereenkomsten, omgevingsplannen, vergunningen, et cetera vastgelegde onderlinge afspraken tussen beheer, ruimtelijke ordening en marktpartijen steeds belangrijker. Er is steeds meer maatwerk en afstemming tussen stakeholders nodig. Als gevolg daarvan is meer en meer aandacht nodig voor bewustwording ten aanzien van het bouwen in natte gebieden en zettingsgevoelige veengebieden. De gemeentelijke afdelingen die dagelijks bezig zijn met vastgoed en planontwikkeling, spelen een belangrijke rol in de uitvoering van het grondwaterbeleid. In de planontwikkeling worden keuzes gemaakt waarmee toekomstige grondwateroverlast kan worden veroorzaakt of juist wordt voorkomen. Er worden duidelijke afspraken gemaakt tussen gemeentelijke afdelingen zodat bij nieuwbouw de juiste afstemming plaatsvindt (in het kader van de watertoets) tussen de afdelingen beheer en de partijen die zich bezighouden met vastgoed en planontwikkeling. Dit gebeurt momenteel en krijgt blijvend aandacht. INTEGRAAL AFVALWATERKETENPLAN BOLLENSTREEK VERSIE NOORDWIJK 2020 78
MAATREGELEN ZUIVERINGSKRING NOORDWIJK
De initiatiefnemer van de werkzaamheden moet aantonen dat er geen risico is op grondwateroverlast of – onderlast, binnen én rond het plangebied, in zowel de gebruiks- als bouwfase, of dat er afdoende maatregelen zijn genomen. Met het hoogheemraadschap wordt afgestemd dat zij nadruk blijven leggen op een robuust grondwatersysteem als onderdeel van de watertoets en aanvullend aandacht te vragen voor droogteschade en bodemdaling als onderdeel van de watertoets. Grondwater is bij nieuwbouw slechts één van de vele relevante aspecten in de ondergrond. Daarnaast is ook klimaatadaptatie van belang bij nieuwbouw. Vanwege deze samenhang in het water- en bodemsysteem, wordt het belang van grondwater bij nieuwbouw integraal onder de aandacht gebracht bij de afdelingen die zich bezighouden met ruimtelijke ontwikkelingen.
Watertoets alleen is onvoldoende De watertoets is een belangrijk procesinstrument om de waterbelangen een plek te geven bij ruimtelijke plannen. Het resultaat van dit proces, de waterparagraaf in het omgevingsplan, heeft echter geen juridische status waarmee handhaving mogelijk is. Daarvoor zal het vertaald moeten worden naar regels in het omgevingsplan en eisen in exploitatieovereenkomsten.
Omgevingsplannen Er dienen concrete doelomschrijvingen ten aanzien van grondwater opgenomen te worden in (wellicht al 3D) omgevingsplannen, ondermeer ten aanzien van de bouwwijze, minimale én maximale gewenste ontwateringsdiepte en bouwpeil. Omdat het omgevingsplan het kader is voor de beoordeling van vergunningen en handhaving bij bouwwerkzaamheden door derden, maakt een concreet omgevingsplan het eveneens mogelijk om vergunningen te kunnen beoordelen op grondwateraspecten.
Indien in het omgevingsplan geen concrete randvoorwaarden voor (bouw)werken zijn opgenomen, heeft de gemeente geen duidelijke grondslag om vergunningen te beoordelen op grondwateraspecten (zoals te verwachten grondwaterschade als gevolg van de werkzaamheden in de gebruiksfase). Daarom is het van belang om in omgevingsplannen regels op te nemen dat de initiatiefnemer moet aantonen dat de werkzaamheden geen nadelige gevolgen hebben voor de (grond)waterhuishouding en bebouwde omgeving, zowel tijdens de bouw als tijdens de gebruiksfase. Ook is het van belang om het bouw- en woningtoezicht hiervan bewust te maken. Overigens is het zo dat, ongeacht de inhoud van een omgevingsplan of grondslag voor handhaving, derden gewezen kunnen worden op hun verantwoordelijkheid voor mitigerende matregelen om voorzienbare schade aan andere panden te voorkomen.
Exploitatieovereenkomst De controle en sturing op ontwerpen en een vakbekwame uitvoering ervan is een essentieel onderdeel van een duurzaam grondwatersysteem, alsook de controle en handhaving van de door derden ontwikkelde gebieden/locaties. De exploitatieovereenkomst volgens de Grondexploitatiewet (nieuwe wet Ruimtelijke Ordening) vormt daarvoor het middel. Hierin dient de focus te liggen op het behalen van doelresultaten; de wijze waarop ze worden behaald blijft, in overleg met de gemeente, aan de uitvoerende partij.
4.2.6
Grondwateronderzoek bij overlastmeldingen
De gemeente neemt ten aanzien van het ondiepe grondwater de regie in het proces, waarin problemen en oplossingen worden verkend. Als metingen (grondwatermeetnet), klachtenregistratie of gemeentebrede analyses daar aanleiding toe geven, voert de gemeente locatiespecifieke onderzoeken uit om de aard, omvang, mogelijke oorzaken en oplossingsrichtingen te begrijpen. Ook als er géén sprake is van overlastmeldingen, omdat grondwaterproblemen verborgen kunnen zijn.
De gemeente (back-office) neemt naar aanleiding van meldingen over grondwateroverlast het initiatief om te beoordelen wat de omvang, ernst en oorza(a)k(en) van het probleem is/zijn, wat passende maatregelen zijn en wie de verantwoordelijke partij hiervoor is (zoals perceeleigenaar, gemeente, waterschap). De gemeente overweegt of maatregelen op openbaar terrein doelmatig zijn en denkt mee over oplossingsrichtingen op particulier terrein (uitsluitend richtinggevend). Bij de analyse wordt gebruik gemaakt van gegevens van de INTEGRAAL AFVALWATERKETENPLAN BOLLENSTREEK VERSIE NOORDWIJK 2020 79
MAATREGELEN ZUIVERINGSKRING NOORDWIJK
melder (afhankelijk van noodzaak: e-mail, bellen, locatiebezoek), informatie uit het grondwatermeetnet, het (nog te ontwikkelen) grondwatermodel en van geohydrologische gebiedskennis.
De binnengekomen meldingen en afhandeling ervan worden jaarlijks gebundeld en kort geëvalueerd. Tijdens de evaluatie wordt overwogen of het aantal niet verholpen meldingen vraagt om een klachtgestuurde, dan wel een gebiedsgestuurde aanpak van overlast of onderlast in een wijk. Eens per planperiode van het Integrale Afvalwaterketenplan worden de meldingen grondig geanalyseerd en beoordeeld of een koerswijziging nodig is.
Ervaringen met meldingen De laatste jaren wordt vaker melding gedaan van grondwateroverlast, vooral in perioden met veel regen. Het is niet duidelijk of het gaat om nieuw ontstane overlastgebieden (bijvoorbeeld gerelateerd aan ontwikkelingen of klimaatverandering), of om inwoners die voorheen geen melding deden van hun overlast. In het verleden zijn weleens peilbuizen geplaatst bij overlastlocaties om de problematiek inzichtelijk te maken, sinds kort kan hiervoor het grondwatermeetnet worden gebruikt. In de komende planperiode wordt meer aandacht besteed aan wijkgericht/programmamatig onderzoek in aandachtsgebieden. Zo wordt duidelijk op welke locaties structurele grondwateroverlast (of onderlast) wordt ervaren en kan een doelmatigheidsafweging gemaakt worden met betrekking tot passende oplossingsrichtingen. Periodiek bundelen van meldingen om zo te komen tot een wijkgerichte aanpak is niet noodzakelijk vanwege het geringe aantal meldingen dat binnenkomt. Wel geeft het de gemeente handvatten om melders van overlast beter te woord te staan, zeker als de meldingen en de metingen samen worden beoordeeld. In het geval van meerdere meldingen in één straat worden deze gezamenlijk beoordeeld. Er zijn weinig tot geen ervaringen met betrekking tot grondwateronderlast.
Wel is de gemeente zich bewust van een aantal specifieke droogterisico’s, er zijn bijvoorbeeld kwetsbare veenlagen aanwezig en lekke rioolstrengen. Het risico wordt in de komende planperiode nader onderzocht.
Reageren buurt- of wijkgerichte overlast Als een afwijkend (ten opzichte van andere jaren en/of wijken) groot aantal meldingen van grondwateroverlast of -onderlast binnenkomt uit een wijk, voert de gemeente een gebiedsgericht grondwateronderzoek uit naar de grondwatersituatie, de nadelige gevolgen van de grondwaterstand en mogelijke oplossingen (conform Leidraad Riolering Module C2500 en gebruikmakend van het grondwatermodel zodat minder veldwerk nodig is). Op basis van de resultaten van het grondwateronderzoek beoordeelt de gemeente of maatregelen in de openbare ruimte doelmatig zijn, dan wel de perceeleigenaren zelf verantwoordelijk zijn voor het nemen van maatregelen. De resultaten worden besproken met de betrokken bewoners en bedrijven. In de praktijk is gebiedsgericht onderzoek als gevolg van meldingen de laatste jaren nauwelijks nodig geweest. Wel wil de gemeente de komende jaren gericht onderzoek uitvoeren in de risicogebieden voor te hoge en te lage grondwaterstanden, om zo de aard en omvang van het probleem en mogelijke oplossingsrichtingen in kaart te brengen.
Reageren op veranderingen Indien de meldingen relatie (lijken te) hebben met veranderingen in grondwateronttrekkingen en/of het oppervlaktewaterpeil, vindt afstemming plaats met het waterschap (of provincie voor grote onttrekkingen en Warmte-Koude-Opslag). Bij meldingen van huurders, stemt de gemeente de afhandeling af met de verhuurders.
INTEGRAAL AFVALWATERKETENPLAN BOLLENSTREEK VERSIE NOORDWIJK 2020 80
MAATREGELEN ZUIVERINGSKRING NOORDWIJK
4.2.7
Grondwater bij openbare werken
Renovatie van de openbare ruimte (groot onderhoud aan wegverharding, parken en riolering) biedt kans om gelijktijdig grondwaterproblemen te bestrijden en te anticiperen op de gevolgen van klimaatverandering. Daarom overweegt de gemeente bij renovatie om gelijktijdig een drainage- of infiltratiesysteem in de openbare ruimte aan te leggen dan wel de bestaande drains te vervangen. De aanleg of het vervangen van drainage is echter niet altijd zinvol en doelmatig om grondwaterproblemen bij woningen effectief te bestrijden. Het kan bijvoorbeeld zijn dat een drain op openbaar terrein door een slecht waterdoorlatende bodem of te grote afstanden tot panden geen effect heeft op de grondwaterstand bij woningen. Bij renovatie van de openbare ruimte wordt ook specifiek aandacht besteed aan de aanwezigheid van lekke riolering. Het vervangen van een lekke rioolbuis voor een dichte rioolbuis kan de grondwaterstand gewenst maar ook ongewenst beïnvloeden. Indien nodig worden maatregelen getroffen, zoals de aanleg van drainage. Het is conform de Waterwet en algemeen beginsel van behoorlijk bestuur verplicht, om vast te leggen waarom wel/geen grondwatermaatregelen zijn getroffen. Daarom beoordeelt en motiveert de gemeente bij ieder project of de aanleg of het vervangen van drainage in de openbare ruimte, doelmatig is voor zowel particulier als openbaar terrein.
Uitvoeringsfase Daarnaast bestaat bij renovatie van de openbare ruimte de kans dat grondwateroverlast en -onderlast door het project worden veroorzaakt. Bijvoorbeeld door het vervangen van een lek riool door een nieuw waterdicht riool of het tijdelijk bemalen van grondwater. De gemeente wil bij ingrepen in de openbare ruimte zo veel mogelijk voorkomen dat de grondwaterstand stijgt/daalt met nadelige gevolgen voor de omgeving. Bij werken in de openbare ruimte wordt beoordeeld en vastgelegd of het doelmatig is om gelijktijdig drainage aan te leggen en of maatregelen tegen schade door bemaling getroffen moeten worden. Daarom is als voorbereiding op werken grondwateronderzoek nodig. Verder is het nodig om voor de uitvoeringsfase goede randvoorwaarden mee te geven aan (inschrijvende) aannemers om bemalingsrisico’s goed in te kunnen schatten. De gemeente stelt het bemalingsadvies (conform BRL12000 ) op dat onderdeel uitmaakt van het bestek, hetgeen verder geconcretiseerd dient te worden door de uitvoerende partij in een bemalingsplan. Ook meet de gemeente de grondwaterstanden voor, tijdens en na de werkzaamheden met een projectmeetnet, waarbij de korte meetreeks wordt gekoppeld aan de lange meetreeks van het grondwatermeetnet (indien aanwezig in de wijk).
Afstemming met waterschap en drinkwaterbedrijf Bij de afweging om een (D)IT-systeem of diepte-infiltratie toe te passen, is afstemming nodig met het hoogheemraadschap van Rijnland over de toevoer van oppervlaktewater en de waterbehoefte van het systeem. Een belangrijk aandachtspunt is daarbij ook: tijdelijke wijzigingen in oppervlaktewaterpeilen door extreme weersomstandigheden hebben sneller en meer invloed op de grondwaterstand in het wegcunet of de kruipruimten indien gemeentelijke systemen onder vrij verval zijn aangesloten. Dit stedelijke belang moet duidelijk naar voren komen in overleg met het hoogheemraadschap Rijnland. De gemeente en het waterschap kunnen elkaar tegemoetkomen bij de wateropgave: uitgangspunt is meer afkoppelen, minder afvoeren en meer vasthouden. Voor Dunea is het belangrijk om zoveel mogelijk berging in de bodem te realiseren ten behoeve van de benutting van regenwater. In de toekomst zijn grotere buffers nodig (in duingebied) om droge periodes te overbruggen. Daarnaast is het belangrijk inwoners te enthousiasmeren om hun gebruik van drinkwater te beperken. Dit kan bijvoorbeeld door het stimuleren van regentonnen en daarmee het hergebruik van water.
4.2.8
(On)mogelijkheden infiltreren afstromend water
Er is een duidelijke relatie tussen het infiltreren van afstromend regenwater afkomstig van verharde terreinen (hemelwaterbeleid) en de grondwaterstand (grondwaterbeleid). De grondwaterstand is namelijk een belangrijke randvoorwaarde voor het wel of niet kunnen infiltreren van afstromend regenwater.
De gemeente beoordeelt in het kader van werkvoorbereiding van openbare rioolwerkzaamheden en herinrichtingswerkzaamheden of het regenwater naar de bodem kan worden afgevoerd, zonder dat dit leidt tot grondwateroverlast. In het kader van omgevingsvergunningen beoordeelt de gemeente of van INTEGRAAL AFVALWATERKETENPLAN BOLLENSTREEK VERSIE NOORDWIJK 2020 81
MAATREGELEN ZUIVERINGSKRING NOORDWIJK
particulieren redelijkerwijs verwacht mag worden dat het afstromende regenwater op eigen terrein (in de bodem) verwerkt kan worden. Omdat bij bovenstaande keuzes een watersysteemontwerp wordt gemaakt voor meerdere decennia, worden hierbij de effecten van klimaatverandering op de grondwaterstand én de effecten van het infiltreren op de grondwaterstand (mogelijk in lagere delen) in combinatie meegewogen. Momenteel zijn er geen IT-riolen aanwezig in Teylingen. Er zijn kansrijke locaties voor de aanleg van infiltratievoorzieningen (of DIT-systemen). In de komende planperiode gaan we op projectniveau verkennen of infiltratievoorzieningen met succes kunnen worden toegepast. Afkoppelen en infiltreren naar de bodem is kansrijk voor wijken met regenwateroverlast, voor het robuust inrichten van het watersysteem (vasthoudenbergen-afvoeren principe), voor het ontlasten van de AWZI en voor het vermijden van droogteschade. De haalbaarheid is wel afhankelijk van de beschikbaarheid van / ruimte voor een gescheiden rioolstelsel en van de beschikbare bergingscapaciteit en doorlatendheid van de bodem. In figuur 6 staan enkele voorbeelden van de toepassing van infiltratie.
Figuur 19. Schematische weergave verschillende methodes voor de toepassing van infiltratie. Links op kleine diepte (bijvoorbeeld waterbergende wegfundering of infiltratiekratten, waar nodig gecombineerd met drainage). Rechts op grotere diepte (bijvoorbeeld met een IT-riool, of diepte-infiltratie met urban water buffer), eventueel gecombineerd met berging aan maaiveld.
4.2.9
Grondwater bij werken door derden
Ook (uitvoerings)werken door derden kunnen grondwateroverlast of -onderlast veroorzaken, zoals bij de bouw van kelders of bouwputten. Het gaat dan om tijdelijke effecten tijdens de bouwfase, maar ook permanente effecten in de gebruiksfase. De initiatiefnemer van de werkzaamheden moet aantonen dat er geen risico is op grondwateroverlast of onderlast door de werkzaamheden in zowel de gebruiks- als bouwfase, of dat er afdoende maatregelen zijn genomen. Het kader hiervoor is de omgevingsvergunning, mits concrete grondwaterrandvoorwaarden zijn opgenomen in het omgevingsplan. Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning beoordeelt de gemeente of door de aanvrager voldoende onderzoek is gedaan naar de effecten van bouwwerken op de grondwaterstand. Indien in het omgevingsplan geen concrete grondwaterrandvoorwaarden zijn opgenomen, is er geen handvat om een vergunning op dat aspect te weigeren. Dan probeert de gemeente in goed overleg de initiatiefnemer het belang van het voorkomen van wateroverlast in te zien.
INTEGRAAL AFVALWATERKETENPLAN BOLLENSTREEK VERSIE NOORDWIJK 2020 82
MAATREGELEN ZUIVERINGSKRING NOORDWIJK
4.2.10
Beheer gemeentelijke drainage- en infiltratiesystemen
De gemeente beheert haar grondwatervoorzieningen. De gemeente voert nazorg bij uitgevoerde maatregelen en de monitoring van effecten van deze maatregelen. Het beheer van de drainagesystemen is belangrijk voor een langdurige werking van systemen en wordt daarom planmatig aangepakt. Voor aandachtspunten ten aanzien van de uitvoering van het onderhoud wordt gebruikgemaakt van de Leidraad Riolering, module C3300 “beheer en onderhoud drainagevoorzieningen”. Een nog op te stellen onderhoudsplan voor drains geeft hier verdere invulling. Het betreft de volgende activiteiten: Het opnemen van de systemen en achterliggende kenmerken in een beheersysteem. Onderzoek (monitoring en inspectie). Onderhoud (doorspuiten en doorsteken). Reparatie. Vervanging. Uitgangspunt voor leidingen: gelijktijdig met renovatie van de wijken zodat vervangingskosten minimaal zijn.
Ontwerp en aanleg Richtlijnen voor de aanleg van drainage en infiltratie zijn een belangrijk hulpmiddel om drainage¬systemen duurzaam te laten functioneren. Uitgangspunt voor de gemeente is dat de systemen robuust en duurzaam worden ontworpen en aangelegd. Intentie is de levensduur van drainages gelijk te houden aan dat van rioolleidingen. Dit betekent dat specifieke eisen aan drainageleidingen gesteld moeten worden. Daarom actualiseert de gemeente haar handboek voor de aanleg van drainagesystemen. In het handboek is ook aandacht nodig voor de beheerfase.
Beheer en onderhoud We willen de eigenschappen van bestaande drainagevoorzieningen in beeld brengen. Aan de hand daarvan kunnen we in de komende planperiode het bestaande handboek actualiseren. Hierbij is specifieke aandacht gewenst voor de onderhoudsfrequentie. Voor nieuwe drainage- of infiltratiesystemen die goed zijn aangelegd is het opnemen van een onderhoudsfrequente heel belangrijk. Voor oude systemen is de onderhoudsfrequentie afhankelijk van de kenmerken: diameter, toegankelijkheid, diepteligging (boven of onder het grondwater). Een algemene onderhoudsfrequentie kan in de praktijk verhoogd of verlaagd worden, als de vervuilingsgraad daar aanleiding toe geeft. Drainage komt in Teylingen vooral voor in Voorhout en in enkele nieuwbouwlocaties in Warmond en Sassenheim. Een aanzienlijk deel van de aanwezige drainage is meer dan 20 jaar geleden aangelegd. De status van het beheer is veelal niet bekend. Vermoedelijk beïnvloedt een groot aantal van deze drainagestrengen de grondwaterstanden niet of nauwelijks meer. Op diverse plaatsen betreft dit bouwdrainage die is aangelegd bij het bouwrijp maken van het gebied. Echter ook binnen andere deelgebieden (bijvoorbeeld tussen de Teylingerlaan en de Carolus Clusiuslaan) is de werking van drainage niet zichtbaar in de grondwatermetingen.
Voor de bestaande drainage drains komt mogelijk de ontwerplevensduur niet overeen met de ontwerplevensduur van de riolering. Het is maatwerk om te beoordelen of het doelmatig is om deze drains al eerder te vervangen. De nieuwe drainagesystemen zijn aangelegd conform de richtlijnen van het handboek. Dit houdt onder andere in: starre buizen, met een grindkoffer, instelbaar drainageniveau. Deze systemen hebben in principe een ontwerplevensduur die even lang is als die van de riolering.
INTEGRAAL AFVALWATERKETENPLAN BOLLENSTREEK VERSIE NOORDWIJK 2020 83
MAATREGELEN ZUIVERINGSKRING NOORDWIJK
Ervaringen met rioolbeheer Zo nu dan komt er een verzoek binnen via de buitendienst om drainage te laten doorspuiten, daar wordt dan aan voldaan. Doorspuiten van de drainages gebeurt momenteel als er signalen zijn dat dit nodig is: onderzoek moet uitwijzen of een planmatige wijze noodzakelijk is. Aan de riolering is lange tijd geen onderhoud gepleegd (of nodig geweest). Momenteel wordt er veel aandacht besteed aan reparatie (relining) en renovatie van leidingen die beschadigd zijn. Hierbij wordt bijvoorbeeld prioriteit gegeven aan het repareren van lekke rioolleidingen die spuiten (BBF klasse 4). Er kan niet worden uitgesloten dat onzichtbare schades aanwezig blijven. In sommige gevallen is de schade dermate ernstig dat uitstellen niet langer een optie is. Voor de ernstige schades is een maatregelenplan opgesteld dat momenteel wordt uitgevoerd. Daarbij is ook aandacht voor eventuele nadelige effecten voor de grondwaterstand. Het kan zijn dat de grondwaterstand stijgt door renovatie, er wordt dan wel rekening gehouden met een acceptabel niveau conform de ontwateringsrichtlijnen.
4.2.11
Beheren grondwaterdata en -informatie
Om de wettelijke grondwatertaken goed uit te kunnen voeren is kennis van grondwater en toegang tot betrouwbare grondwatergegevens van de gemeente nodig. Inzicht in de grondwaterstand is onder meer nodig om bewoners te kunnen informeren in het kader van de grondwaterzorgplicht en om gemeentelijke projecten goed te kunnen voorbereiden (door kleine faalkans levert dit een kostenbesparing op voor de uitvoering en beheer). De gemeente Teylingen vergroot haar inzicht in het grondwatersysteem met behulp van een grondwatermeetnet en een grondwatermodel.
Het huidige grondwatermeetnet van Teylingen bestaat uit 42 peilbuizen, die met behulp van telemetrische dataloggers elk uur worden bemeten. De meetlocaties zijn in 2019 gerealiseerd (of herplaatst), opnieuw ingemeten t.o.v. NAP en voorzien van meetapparatuur. Voor het meetnet wordt de komende planperiode geïnvesteerd in een waarschuwingsmodel (een zogenaamd stoplicht model dat aangeeft of een grondwaterstand alarmerend is of niet), bedoeld om automatisch te signaleren waar bijvoorbeeld overschrijdingen van de streefwaarden voor de grondwaterstand voorkomen. Vervolgens ontwikkelt de gemeente deze planperiode een grondwatermodel, gekalibreerd op basis van de telemetrische metingen. Dit levert een dekkend beeld op van de fluctuatie van de grondwaterstand, ook tussen de peilbuizen. Door de inzet van een combinatie van het model en het meetnet, wordt op efficiënte wijze grondwaterdata verkregen. In gebieden waar de grondwaterstand betrouwbaar berekend wordt, zijn namelijk minder meetpunten nodig. De gemeente wil het grondwatermodel ook gaan inzetten om de effecten van klimaatverandering op de grondwaterstand inzichtelijk te maken, door middel van effectberekeningen.
Het grondwatermodel en het grondwatermeetnet worden ingezet ter ondersteuning van beleidsontwikkeling (zoals berekenen effecten klimaatverandering en infiltratie) en het dagelijkse grondwaterbeheer (overlastmeldingen, bemalingsadviezen, drainageadviezen, et cetera). De gegevens uit het grondwatermodel worden vastgelegd in een (GIS) grondwaterdatabase.
4.2.12
Achtergrond streefwaarden
In den lande is het gebruikelijk om één streefwaarde voor de grondwaterstand te hanteren, vaak 0,7 m onder straatniveau. Soms wordt nader onderscheid gemaakt in type perceelgebruik, zoals woonstraten, tuinen, sportvelden, et cetera. Hier is ervoor gekozen om de gewenste grondwaterstand af te stemmen op wijken. De afstemming van de gewenste grondwaterstand voor overige openbare terreinen vindt projectmatig plaats met maatwerk. Er is gekozen voor een bandbreedte met bepaalde grondwaterstanden en handelperspectief. De bandbreedte is gehanteerd om de focus niet zozeer op een bepaalde grondwaterstand te leggen, maar op doelmatigheid en maatwerk. Er is gekozen voor 0,7 m omdat bij een dergelijke ontwateringsdiepte het particuliere belang in (met name oudere, kwetsbare) wijken bij het ontwerp van maatregelen is meegenomen. Uitgangspunt van dit drainageniveau zijn wensen die aan wegen worden gesteld en de bouwwijze van (relatief oude) woningen met een kruipruimte, zie bovenstaande figuur. Het beleid is nadrukkelijk niet afgestemd op het droog houden van kelders, die waterdicht behoren te zijn. Als streefwaarde voor lage grondwaterstanden is voor veengebieden 0,3 m onder polderpeil aangehouden, omdat een zakking van circa 0,3 m ‘natuurlijk’ is door verdamping na een droge zomerperiode van circa drie INTEGRAAL AFVALWATERKETENPLAN BOLLENSTREEK VERSIE NOORDWIJK 2020 84
MAATREGELEN ZUIVERINGSKRING NOORDWIJK
weken. Een lagere grondwaterstand kan duiden (in een gebied zonder hevige wegzijging) op een onnatuurlijk lage grondwaterstand. Voor het duingebied leidt een lage grondwaterstand nauwelijks tot risico voor de omgeving, omdat nauwelijks veenlagen en houten paalfunderingen aanwezig zijn.
Figuur 20. Voorbeeld van het verloop van de grondwaterstand bij openbaar terrein ten opzichte van particuliere percelen, in zandige gebieden.
Nieuwbouw Bij nieuwe woningen worden dikkere vloerconstructies met isolatie (0,35 à 0,5 m) toegepast. De kruipruimte komt dan dieper te liggen. Hierdoor wordt de gewenste grondwaterstand (vaak onrealistisch veel) lager, circa 1,1 tot 1,2 m minus vloerpeil, om vocht in de kruipruimte te voorkomen. Een vochtige of natte kruipruimte mag echter bij een dergelijke vloerconstructie niet leiden tot vochtoverlast in de woning conform het Bouwbesluit. Er kunnen echter wel problemen ontstaan met aantasting van leidingen, de bereikbaarheid van de kruipruimte en ongedierte.
4.2.13
Actieplan
De voorgaande paragrafen leiden tot de grondwateracties in Tabel 26. Door middel van deze acties geeft de gemeente Teylingen invulling aan haar wettelijke grondwaterzorgplicht. Er is onderscheid gemaakt in acties waarvoor nieuw budget nodig is en acties die worden uitgevoerd binnen de gangbare werkzaamheden (en huidige fte’s/werken). De (afgeronde) kosten zijn indicatief bepaald voor budgetreservering, kosten exclusief BTW en prijspeil 2021. Er zijn geen interne uren opgenomen voor het uitbesteden en uitvoeren van werk. De kosten zijn geraamd op basis van kengetallen en praktische ervaring van Wareco met stedelijk grondwaterbeheer. Maatregelen planperiode 2022-2026
eenmalig
Planning
jaarlijks Onderzoek, beleidsacties 1. Uitvoeren wijkgericht grondwateronderzoek in aandachtsgebieden voor hoge of lage grondwaterstand of als gevolg van meldingen, metingen indien noodzakelijk (gebieden nog aan te wijzen). Hier valt projectspecifiek grondwateronderzoek niet onder.
Jaarlijks
2022->
2. Kort evalueren meldingen en metingen: acties nodig?
Jaarlijks
2022->
3. Opstellen richtlijnen voor het ontwerp en aanleg drainage- en infiltratiesystemen (actualiseren handboek).
Eenmalig
2024
4. Ontwikkelen stationair grondwatermodel, opstellen GIS-database gegevens
Eenmalig
2023
5. Ontwikkelen instationair grondwatermodel en viewer om data te ontsluiten, uitvoeren effectberekeningen klimaatverandering/ infiltratie, m.b.v. KNMI’23 scenario’s
Eenmalig
2024
INTEGRAAL AFVALWATERKETENPLAN BOLLENSTREEK VERSIE NOORDWIJK 2020 85
MAATREGELEN ZUIVERINGSKRING NOORDWIJK
Maatregelen planperiode 2022-2026
eenmalig
Planning
jaarlijks 6. Opstellen watersysteemkaart (waar draineren, waar infiltreren?) t.b.v. werkvoorbereiding openbare werken.
Eenmalig
2026
7. Input leveren over grondwater voor digitaal waterloket, t.b.v. kennisdeling met collega’s en inwoners
Eenmalig
2025
8. Actueel houden grondwatermodel, eens per planperiode.
Eenmalig
2026
9. Actualiseren grondwater maatregelenplan.
Eenmalig
2026
10. Opstellen operationeel onderhoudsplan drainage- en infiltratiesystemen, inclusief benodigde doorspuitfrequentie
Eenmalig
2022
11. Uitvoeren risicoscan van het vervangen van (lekke) rioolbuizen en de aanleg van grondwaterregulende maatregelen (drainage of infiltratie). Kaart opstellen van risico (waar ingrijpen nodig?), ook scan droogterisico’s, op basis daarvan prioriteren van de vervangingsopgave.
Eenmalig
2025
12. In stand houden, beheren en dataontsluiting van
Jaarlijks
2022->
13. In stand houden grondwatermodel, beheren, dataontsluiting (webviewer), doorvoeren kleine verbeteringen (op meetpuntniveau)
Jaarlijks
2024->
14. Eenmalig opzetten en tijdens de planperiode beheren van stoplichtmodel / grondwatermonitor voor het meetnet, bedoeld voor snelle signalering en actie m.b.t. overschrijdingen en beoordelen actuele weersomstandigheden t.o.v. normaal
Jaarlijks
2022->
15. Inrichten stoplichtmodel en signaleringswaarden vaststellen per peilbuis
Eenmalig
2022
Onderhoud, beheer
meetlocaties
Maatregelen Er zijn geen grondwatermaatregelen voorzien die als zelfstandig werk worden uitgevoerd, uitsluitend in combinatie met andere werken (binnen budget werk) -> betekent ‘en de periode erna’ Tabel 26. Kosten acties waarvoor budget nodig is.