CConstaterende datTeylingen
Koppel je AI →
Document · PDF

3. iWKp module Kringmaatregelen Noordwijk 2022-2026_concept dd 2022-04-04.pdf.pdf

Commissie Ruimte 14 juni 2022, gemeente TeylingenBij agendapunt: Vaststellen Integraal Waterketenplan 2022-202636.086 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

3.2

Invulling gemeente Teylingen

3.2.1

Maaiveld

Klimaatbestendigheid De gemeente Teylingen verwacht dat door de klimaatontwikkeling men vaker hinder zal ondervinden door water op straat en acht het voorkomen hiervan met maatregelen in de riolering niet doelmatig. De gemeente zal naar oplossingen in de riolering of in het maaiveld gaan zoeken als sprake is van ernstige hinder of overlast. De gemeente hanteert hierbij de volgende definities: • • •

Hinder: kortdurende beperkte hoeveelheden “water-op-straat”; Ernstige hinder: forse hoeveelheden “water-op-straat”, ondergelopen tunnels, opdrijvende putdeksels; Overlast: langdurig en op grote schaal “water-op-straat”, water in winkels, bedrijven en woningen met materiële schade en ernstige belemmering van het (economische) verkeer.

Ambitieniveau Uitgangspunt is dat het verbeteren van de klimaatbestendigheid wordt opgepakt op het moment dat er sprake is van een reconstructie of herinrichting. Alleen als het aanpakken van risicolocaties echt noodzakelijk is wordt gekozen voor een versnelde aanpak. Deze noodzaak is aan de orde als zowel klachten/meldingen en modelmatige simulaties met elkaar in overeenstemming zijn. Momenteel is hier alleen sprake van in de omgeving Lindenlaan/Platanenlaan in Sassenheim. Vooruitlopend op klimaatverandering maatregelen nemen wordt door de afwezigheid van grote knelpunten, de enorm hoge kosten en de onzekerheid ten aanzien van de noodzaak niet overwogen. Invulling ambitieniveau INTEGRAAL AFVALWATERKETENPLAN BOLLENSTREEK VERSIE NOORDWIJK 2020 47

MAATREGELEN ZUIVERINGSKRING NOORDWIJK

Tijdens normale neerslagomstandigheden in het huidig klimaat dient in Teylingen het hemelwater volledig via de riolering afgevoerd te kunnen worden. Teylingen houdt hier volgens haar DoFeMaMe bui 8 (herhalingstijd van 2 jaar) uit de Leidraad Riolering aan. Hierbij is eenmaal per twee jaar in beperkte mate water op straat toelaatbaar. Volgens klimaatscenario WH 2050 van het KNMI is het aannemelijk dat de huidige bui 9 van de Leidraad Riolering (T=5) in 2050 een herhalingstijd van 2 jaar heeft in plaats van 5 jaar. De neerslagomstandigheden die eens per 2 jaar zich voordoen worden dus zwaarder. Om hierop de anticiperen en in 2050 een vergelijkbaar beschermingsniveau te bieden houdt de gemeente Teylingen het volgende aan: • •

nieuwe riolering wordt ontworpen op bui 9 van de leidraad riolering. Bij deze bui mag geen water op straat optreden. Bij bui 8 is de waakhoogte minimaal 20 cm.

Dit is vastgelegd in het Leidraad Openbare Inrichting Ruimte van HLT-samen (LIOR). Inmiddels wordt als zodanig getoetst. De resultaten hiervan zijn beschreven in 3.2.2. De bestaande riolering wordt niet standaard gedimensioneerd op bui 9. De afweging in hoeverre de riolering zwaarder gedimensioneerd kan worden of in hoeverre berging op / afvoer over het maaiveld doelmatiger is, is maatwerk. Hierbij wordt het effect op de rioolafvoer van andere locaties en het watersysteem ook afgewogen. De gemeente maakt deze afweging momenteel alleen voor concrete overlastsituaties (zie het kopje “Omgang met concrete overlastsituaties” in deze paragraaf). In situaties waarbij de riolering functioneel door nog grotere buien (dan S08 en S09) niet meer voldoet dient de maaiveldinrichting van de openbare ruimte de bergings- en afvoerfunctie van de riolering over te nemen. Er mag in deze situaties geen afwenteling plaatsvinden op de omliggende percelen. Op deze wijze moet bui S10 zonder afwenteling verwerkt worden. Doel hiervan is het voorkomen van schade op particulier terrein. In het afvoerstructuurplan, dat momenteel door de gemeente ontwikkeld wordt, kunnen plaatselijk grotere diameters of een gewijzigde afvoerstructuur voorgesteld worden als dit uit oogpunt van klimaatverandering nodig is.

Hierbij worden mogelijke consequenties voor het ontvangend watersysteem beschouwd en meegewogen in de keuzes. De trits “vasthouden-bergen-afvoeren” is hierbij vertrekpunt (Vasthouden (niet verharden als het kan) / Bergen (op straat is effectief) / Afvoeren (over straat is goedkoper dan via de riolering). De gemeente Teylingen heeft (vooralsnog) geen zwaardere neerslagsituatie of hoger beschermingsniveau voor 2050 vastgesteld waarbij op particulier terrein geen schade of hemelwateroverlast mag ontstaan. Vooralsnog betreft het een doelmatigheidsafweging en is het maatwerk.

Afstroming over maaiveld De gemeente Teylingen heeft in 2019 een klimaatverkenning uitgevoerd met een nieuw gevalideerd hydraulisch rekenmodel, waarin de elementen riolering, kolken, maaiveld en oppervlaktewater zijn geïntegreerd. In deze verkenning heeft de gemeente het functioneren van de riolering en afstroming over maaiveld gesimuleerd met een extreme neerslagsituatie. Dit is een gebeurtenis met een herhalingstijd van 100 jaar en een neerslaghoeveelheid 57,7 mm in een uur en 68,4 mm in 2 uur. Deze verkenning geeft als stresstest inzicht hoe in de openbare ruimte in deze situatie het hemelwater over maaiveld stroomt, de optredende waterdiepten op maaiveld tegen panden aan en daarmee het risico op wateroverlast. Hierin zijn de volgende classificering aangehouden. • 0 – 0,10 m: geen risico • 0,10 – 0,15 m: weinig risico • 0,15 – 0,20 m: matig risico • > 0,20 m: veel risico Sassenheim: In Sassenheim is de berekende waterdiepte op een aantal locaties groter dan 0,20 m. Daarmee is het risico op wateroverlast in deze kern groter. Mogelijke knelpuntlocaties in Sassenheim zijn: • • • • •

Berkenlaan/Lindelaan/Platanenlaan Bijdorpstraat en Floris Schoutenstraat; Hoofdstraat/Hortuslaan/Kerklaan; Kwekersweg; Margrietstraat; INTEGRAAL AFVALWATERKETENPLAN BOLLENSTREEK VERSIE NOORDWIJK 2020 48

MAATREGELEN ZUIVERINGSKRING NOORDWIJK

• • • • • •

Menneweg/Kagerdreef; Molendwarsstraat; Ter Leedelaan; Teylingerlaan; Valkeniershof; Zandslootkade;

Voorhout: In Voorhout is de berekende waterdiepte op enkele locaties groter dan 0,20 m. Er is geen sprake van grootschalige wateroverlast in Voorhout. Mogelijke knelpuntlocaties in Voorhout zijn: • • • •

Anijsweg (pleintje bij de Aldi); Boekhorstlaan; Jan Steenlaan (Rooms-Katholieke Basisschool); Monseigneur Broerestraat

INTEGRAAL AFVALWATERKETENPLAN BOLLENSTREEK VERSIE NOORDWIJK 2020 49

MAATREGELEN ZUIVERINGSKRING NOORDWIJK

Warmond: De berekende waterdieptes in Warmond bereiken op de meeste locaties een maximum van 0,20 m. Er is geen sprake van grootschalige wateroverlast in Warmond. Mogelijke knelpunten in Warmond zijn: • • •

Dorpsstraat, Julianastraat (e.o.) Industrieterrein Veerpolder.

Het maaiveld zal een steeds belangrijkere rol gaan spelen bij het afwikkelen van extreme regenval. Door het regenwater snel via het maaiveld naar open water te brengen kan veel overlast worden voorkomen. De inrichting van het maaiveld zal hiervoor aangepast moeten worden. De vormen en technieken zullen in de op te stellen LIOR worden beschreven en bindend voorgelegd.

Stresstesten in kader van Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DRPA) HLT-samen heeft voor de gemeenten Lisse, Teylingen en Hillegom in 2021 de effecten van klimaatverandering in beeld gebracht door een aantal stresstesten uit te voeren. Deze effecten zijn gevolg van meer neerslag, hogere waterstanden, droogte en hitte en zijn weergegeven op www.hltsamen.klimaatatlas.net. Voor specifiek afstroming over maaiveld tijdens extreme omstandigheden zijn de verkregen inzichten in effecten van meer neerslag van belang. Het onderzoek geeft inzicht in de mogelijke gevolgen van neerslag van 70 mm, 90 en 160 mm. De resultaten zijn uitgedrukt in wateroverlast, kwetsbare panden, kwetsbare objecten en begaanbaarheid van wegen. In Teylingen zijn momenteel geen urgente wateroverlastknelpunten. Deze inzichten komen redelijk overeen met de recentelijk (2019) uitgevoerde klimaatverkenning (zie voorgaande beschrijving in 3.2.1). Er zijn locaties in beeld waar in de toekomst een knelpunt kán ontstaan. Voor deze knelpuntlocaties is nog niet bepaald of hiervoor een aanpak en budget nodig is. Evenmin is nog niet duidelijk in hoeverre deze aanpak in kader van de zorgplichten plaats moet vinden. Voor de omgang met klimaatverandering heeft de gemeente Teylingen gekozen voor een “actief” ambitieniveau; dit betekent: • • •

•

Aanstellen van een coördinator klimaatadaptatie met een onderzoeksbudget ter borging van klimaatadaptatie in alle gemeentelijke processen. Aanwijzen van een coördinator om tegemoetkomingen van het rijk te benutten. Meekoppelkansen in kaart brengen en benutten met betrekking tot groot onderhoud en andere transities en opgaven (dit is een belangrijke pijler van het afvoerstructuurplan en de in dat kader aangehechte blauwdruk voor de toekomst). Tegemoetkomen van- en samenwerken met inwoners en gebiedspartners. (Het met gebiedspartners inventariseren van meekoppelkansen vindt grotendeels al in kader van het afvoerstructuurplan plaats.)

De strategie rust hierbij op vier pijlers: Alle nieuwbouw doen we klimaatbestendig (hiertoe wordt de LIOR geactualiseerd) en het bestaand bebouwd gebied, het buitengebied en de essentiële infrastructuur maken we klimaatbestandig (dit zijn vooral meekoppelkansen die worden verkend in kader van het afvoerstructuurplan in 2023-2024). Bij extreme neerslagomstandigheden als gevolg van klimaatverandering zal niet al het hemelwater via riolering afgevoerd kunnen worden. Klimaatadaptatie zal zich dan ook vooral richten op de inrichting van de openbare ruimte, waarbij het overschot aan water boven maaiveld afgehandeld moet worden zonder dat leidt tot onaccaptabele overlast of schade. De hiervoor benodigde maatregelen zullen in de komende decennia worden gecombineerd met andere geplande werkzaamheden in de openbare ruimte. Deze meekoppelkansen worden in de komende planperiode geïnventariseerd en geprogrammeerd. De prioritering en programmering van maatregelen wordt uitgewerkt bij het opstellen van de uitvoeringsagenda en verankerd in het uitvoeringsprogramma “Programma Water- en Klimaatadaptatie HTLsamen, het volgend iWKp (2026) en in de omgevingsvisie/-plan/-programma. De gemeente Lisse handelt hiermee in de geest van het bestuurlijk akkoord Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DRPA).

INTEGRAAL AFVALWATERKETENPLAN BOLLENSTREEK VERSIE NOORDWIJK 2020 50

MAATREGELEN ZUIVERINGSKRING NOORDWIJK

Klachten en meldingen maaiveld De gemeente heeft vooral klachten gekregen over wateroverlast rond de Lindenlaan, Platanenlaan, en Kagertuinen. Bij de Lindenlaan/Platanenlaan/Kagertuinen zijn in het verleden al veel maatregelen genomen die lijken te werken, de klachten zijn sterk afgenomen. Momenteel wordt een herinrichting van deze straten voorbereid en samen met het HHR wordt onderzocht welke maatregelen in deze herinrichting meegenomen kunnen worden om de overlast definitief te elimineren.

Opgave Voor de komende planperiode ligt de focus op het oplossen van de wateroverlast in de omgeving Lindenlaan/Platanenlaan in combinatie met het verminderen van de vuilemissie op het oppervlaktewater vanuit de bergbezinkvoorziening Essenplein. In 2020 zijn 5 verschillende oplossingen onderzocht en beschreven in de “Notitie wateroverlast Lindenlaan”. De volgende maatregelen worden in 2022 uitgevoerd: • • •

Het verwijderen van de pomp in de hwa-leiding die tussen de Sporthofsloot en de Kagersingel, via de Lindenlaan ligt. Het verhogen van interne overstorten vanuit Rusthof De aanleg van een bovengrondse stroomgoot van de Lindenlaan naar de Kagersingel

Om de kans op wateroverlast en de vuilemissie vanuit de bergbezinkvoorziening Essenplein verder te verkleinen wordt in de periode 2030-2040 in de omgeving Lindenlaan gelijktijdig met rioolvervangingen afgekoppeld. De meeste riolering uit de zestiger jaren wordt dan vervangen. Slechts een klein deel uit de vijftiger jaren wordt al voor deze periode vervangen. In Teylingen zijn verder geen aanpassingen aan het maaiveld voorzien voor het oplossen van water op straat, anders dan dat dit met geplande reconstructies kan worden opgelost. Bij het onderzoeken van afkoppelmogelijkheden wordt geadviseerd te kijken of deze plaatsen in de praktijk een risico vormen en of er kansen aanwezig zijn om de gevolgen van overlast te beperken.

3.2.2

Riolering

De gemeente Teylingen beschikt over gemengde, gescheiden en verbeterd gescheiden stelsels voor afvoer van hemelwater. Hoewel de gemeente hemelwaterriolering in beheer heeft kiest de gemeente vooral voor toekomstige situaties liefst voor een zo natuurlijk mogelijke afvoer van hemelwater via maaiveld. De riolering is getoetst op het hydraulisch functioneren met bui 08 van de Leidraad, module C2100. Deze neerslagsituatie heeft een overschrijdingskans van gemiddeld 1 maal per 2 jaar. Op diverse plaatsen wordt (net) water-op-straat berekend bij bui 08. Dit leidt niet automatisch tot wateroverlast (water in de woning). In veel gevallen wordt overtollig water geborgen in de openbare ruimte. Wanneer naar het volume water-op-straat wordt gekeken dan is er in algemene zin sprake van een hydraulisch goed functionerend stelsel. Praktijkproblemen, als deze al ontstaan, zullen naar onze inschatting eerder ontstaan als gevolg van een lage ligging van de woning t.o.v. het maaiveld, of plaatselijke depressies in het maaiveld. Onderstaande tabel toont de maatregelen aan de (hemelwater-)riolering die de gemeente Teylingen zich voorneemt. Deze worden uit oogpunt van doelmatigheid gecombineerd met rioolvervangingen.

Maatregel

Jaar

Afkoppelen verhard oppervlak omgeving Lindenlaan 2030-2040

Effect Doelmatige inzameling hemelwater.

Tabel 20 – maatregelen hemelwatersystemen in de gemeente Teylingen

INTEGRAAL AFVALWATERKETENPLAN BOLLENSTREEK VERSIE NOORDWIJK 2020 51

MAATREGELEN ZUIVERINGSKRING NOORDWIJK

3.2.3

Oppervlaktewatersysteem

In de komende planperiode wordt de droge voeten toets voor alle overige hemelwateruitlaten en overstorten binnen de gemeente uitgevoerd. Eindresultaat is een samenvattend document voor de gehele gemeente.

3.2.4

Voorkomen van afvoer van oppervlaktewater naar de AWZI en veiligheid

De afgelopen vGRP periode zijn met succes de te lage overstortdrempels verhoogd. Uit meting moet blijken of daarmee de hoeveelheid rioolvreemd water significant is afgenomen. Indien dat niet het geval is, zal samen met het HHR nader onderzoek worden ingepland om deze hoeveelheid terug te brengen.

3.3

Onderzoeksmaatregelen

Voor de zorgplicht voor hemelwater zijn binnen de Bollenstreek de volgende onderzoeken voorzien voor de komende planperiode (2022-2026). In de modules voor de overige zuiveringskringen is hetzelfde overzicht opgenomen waarin voor elke deelnemer aangegeven is wat van toepassing is.

Legenda V X (X)

€ ….

niet van toepassing reeds uitgevoerd initiatiefnemer (eventueel benodigde middelen worden gedekt uit lopende begroting) initiatief ligt bij andere waterpartner (eventueel benodigde middelen worden gedekt uit lopende begroting) gereserveerd budget

In Tabel 22 zijn de onderzoeksmaatregelen opgenomen die volgen uit de eigen programma’s van de individuele deelnemers en in Tabel 22 zijn de onderzoeksmaatregelen opgenomen die volgen uit dit iWKP. Onderzoek

Noordwijk

Teylingen

Rijnland

Doorlopen raamwerk Droge voeten – fase 1 (Gegevens op orde: checks, inventariseren, inmeten en monitoren)

2022

2022

(X)

2023

2022-2023

(X)

2024-2025

2023-2024

(X)

2026

2026

(X)

Doorlopen raamwerk Droge voeten – fase 2 (Analyseren: realiteitscheck modellen, knelpunten, maatregelen en afvoerstructuur)

Doorlopen raamwerk Droge voeten – fase 3 (Optimaliseren: integraliteit maatregelen en eventueel OAS)

Doorlopen raamwerk Droge voeten – fase 4 (Verankeren: doorlopen procedure Droge voeten; opnemen in begroting iWKp 2027-2031) Tabel 21 - individuele onderzoeksmaatregelen hemelwater

Onderzoek

Noordwijk

Teylingen

Rijnland

Verbeteren klachtregistratie (SUF-MELD?)

Jaar

X

X

X

Opstellen Berging Rekening Courant

X

X

X

INTEGRAAL AFVALWATERKETENPLAN BOLLENSTREEK VERSIE NOORDWIJK 2020 52

Met opmerkingen [MG32]: Tabellen zijn geupdate obv input Loek. Daarnaast zijn kolommen NWH en NW samengevoegd. Teylingen is nog niet up-to-date.

MAATREGELEN ZUIVERINGSKRING NOORDWIJK

Uitwerken beleid klimaatbestendigheid Tabel 22. iAWKp onderzoeksmaatregelen hemelwater.

X

€

15,000

(X)

INTEGRAAL AFVALWATERKETENPLAN BOLLENSTREEK VERSIE NOORDWIJK 2020 53

MAATREGELEN ZUIVERINGSKRING NOORDWIJK

4

ZORGPLICHT GRONDWATER

4.1

Invulling gemeente Noordwijk

Per 1-1-2018 is uit de voormalige gemeenten Noordwijk en Noordwijkerhout de nieuwe gemeente Noordwijk ontstaan. Vooral naar aanleiding van de grootschalige grondwateroverlast in de kern Noordwijk aan Zee in 2013 heeft de voormalige gemeente Noordwijk veel inspanningen verricht om inzicht te krijgen in de werking van het grondwatersysteem en beleid te ontwikkelen voor invulling van de zorgplicht voor grondwater. In de voormalige gemeente Noordwijkerhout is geen sprake van grootschalige grondwateroverlast; bij gevolg dat de inspanningen op gebied van deze zorgplicht ook beperkt zijn gebleven tot het functioneel houden van een grofmazig grondwatermeetnet, het hiermee verzamelen van meetdata en het bieden van de mogelijkheid voor het doen van meldingen. De gemeente Noordwijk wenst voor haar gehele beheergebied een uniforme invulling van de zorgplicht grondwater en kiest hiervoor de eerder ingezette koers van de voormalige gemeente Noordwijk. Concreet betekent dit dat voor de kernen Noordwijkerhout en De Zilk eerst nog een kennisachterstand van het grondwatersysteem ingehaald moet worden. De teksten in deze paragraaf zijn opgesteld door de grondwateradviseur Wareco.

Waar van toepassing is specifiek voor de kernen Noordwijkerhout en De Zilk aangegeven welke activiteiten de gemeente is gestart of nog gaat ondernemen om in het volgend iAWKp voor alle kernen op hetzelfde kennisniveau te kunnen komen.

4.1.1

Inleiding

Grondwater heeft veel betekenis voor de leefomgeving. Het biedt kansen, bijvoorbeeld om regenwater te bergen. Ook kan grondwater tot problemen leiden, als het te hoog of te laag staat. De gemeente Noordwijk maakt locatie specifieke keuzes ten aanzien van grondwater, als onderdeel van de gemeentelijke grondwaterzorgplicht. Bijvoorbeeld over het verhelpen en het voorkómen van grondwaterproblemen, over wanneer maatregelen worden uitgevoerd. En welke informatie en welke acties daarvoor nodig zijn. Dit hoofdstuk geeft invulling aan dergelijke keuzes: het operationele grondwaterbeheer in de gemeente Noordwijk. De relevante onderwerpen zijn weergegeven in de onderstaande figuur.

INTEGRAAL AFVALWATERKETENPLAN BOLLENSTREEK VERSIE NOORDWIJK 2020 54

MAATREGELEN ZUIVERINGSKRING NOORDWIJK

Figuur 7: Onderwerpen in het operationeel grondwaterbeheer (bron iconen: Freepik, Flaticon)

Stedelijk grondwater en definities Grondwater in bebouwd gebied (of ook wel: stedelijk grondwater) maakt naast het stedelijk oppervlaktewater, de neerslag en verdamping, de drinkwatervoorziening en het afvalwater, een wezenlijk onderdeel uit van het stedelijk watersysteem en de leefomgeving in het algemeen. Het stedelijk grondwater wordt onderscheiden in enerzijds het grondwater in dieper gelegen watervoerende bodempakketten en anderzijds het grondwater in het bovenste, freatisch pakket. De stijghoogte van het freatisch grondwater, het grondwaterpeil, is van belang voor de leefomgeving, denk aan bouwen (kruipruimten), voor aanleg en onderhoud van oppervlaktewater, groen en wegen, voor behoud van archeologie, het beheren van grondwaterverontreinigingen en voor de kansen voor ecologie en natuur. Enkele hydrologische begrippen, genoemd in de volgende hoofdstukken, zijn schematisch weergegeven in Figuur 8.

INTEGRAAL AFVALWATERKETENPLAN BOLLENSTREEK VERSIE NOORDWIJK 2020 55

MAATREGELEN ZUIVERINGSKRING NOORDWIJK

Figuur 8: Principeschets van hydrologische begrippen

Hoge grondwaterstanden kunnen leiden tot vochtoverlast in woningen, beperkingen in het groenbeheer en verhoogde kosten in het beheer van wegen en ondergrondse infrastructuur. Grondwateroverlast bij woningen heeft vaak betrekking op natte of vochtige kruipruimtes of optrekkend vocht door muren. Hierdoor kunnen in de woningen problemen ontstaan zoals schimmelvorming en een te vochtig binnenklimaat. Ook natte tuinen kunnen het gevolg zijn van te hoge grondwaterstanden.

4.1.2

Grondwater (problemen) in Noordwijk

In deze paragraaf is, wegens de grote differentiatie in geohydrologische eigenschappen, per kern een korte technische beschrijving van het grondwatersysteem opgenomen. Kernen Noordwijk aan Zee en Noordwijk-Binnen De gemeente Noordwijk heeft afgelopen jaren veel activiteiten ontplooid om grondwaterkennis op te bouwen, door middel van grondwateronderzoeken naar aanleiding van overlastmeldingen en metingen, vooral voor de kern Noordwijk aan Zee. Met name naar aanleiding van grootschalige grondwateroverlast in Noordwijk aan Zee sinds 2013, is veel grondwaterkennis opgedaan. De kennis is vastgelegd in de door Wareco/Deltares opgestelde rapportages “Grondwateronderzoek Noordwijk aan Zee 2013/2014”, d.d. 28 mei 2014 en “Oorzaken hoge grondwaterstand Noordwijk aan Zee”, d.d. 6 mei 2015. Ook is de kennis vastgelegd in het door Wareco ontwikkelde grondwatermodel van Noordwijk aan Zee. Deze paragraaf beschrijft de grondwatersituatie op hoofdlijnen. De gemeente Noordwijk ligt deels in een duinsysteem (Noordwijk aan Zee) en deels in strandwallengebied (Noordwijk binnen), zie onderstaande figuur. In beide delen is weinig oppervlaktewater aanwezig, het grondwater stroomt overwegend op natuurlijke wijze weg via de bodem en plaatselijk versneld via drainagesystemen. Noordwijk aan Zee ligt in een hooggelegen duingebied, waar de ondiepe bodem bestaat uit goed waterdoorlatend zand.

In een groot deel van het dorp bevindt zich op een niveau van circa NAP 0 m een zeer slecht waterdoorlatende kleilaag, die een belemmering vormt voor neerwaartse grondwaterstroming. In het hooggelegen deel (zuidelijk) van het dorp fluctueert de grondwaterstand tot meer dan 10 m onder maaiveld. In het lagergelegen deel fluctueert de grondwaterstand circa 0,7 m tot circa 4 m onder maaiveld. Doordat de grondwaterstand in de duinen enige weken tot maanden na-ijlt ten opzichte van de neerslag, is deze normaal gesproken het hoogst aan het eind van de winter (eind februari/begin maart). In het centrum en de historische kern van Noordwijk aan Zee is eind 2013 grondwateroverlast ervaren. Dit gebied is voor Noordwijk aan Zee relatief laag. Uit diepgaand onderzoek kwam naar voren dat de grondwaterstand in het gebied circa 1 meter is gestegen als gevolg van een aantal factoren. Naast de extreme neerslag in die betreffende periode is de belangrijkste oorzaak gevonden in de kustbeschermingswerken die omstreeks 2007 zijn uitgevoerd. Ook werd met het ontwikkelde grondwatermodel aangetoond dat de aanwezige kelders in het gebied invloed hebben op de grondwaterstanden in het onderzoeksgebied. Derhalve is bij (ondergrondse) ontwikkelingen de nodige aandacht voor geohydrologische effecten nodig. Noordwijk Binnen ligt in een strandwallengebied.

Strandwallen zijn oude duinen die van oorsprong hoger liggen dan de omgeving (zie onderstaande figuur). De bodem bestaat er tot grote diepte uit zand, plaatselijk INTEGRAAL AFVALWATERKETENPLAN BOLLENSTREEK VERSIE NOORDWIJK 2020 56

MAATREGELEN ZUIVERINGSKRING NOORDWIJK

komen er ondiepe klei- en veenlagen voor. De grondwaterstand fluctueert er op een diepte van circa 0,5 m (lokaal) à circa 1 m. Het oudste deel van Noordwijk Binnen bevindt zich op het hoogste en droogste deel van de strandwal. Uitbreidingwijken uit de jaren 1950 en later zijn ook in lagergelegen (en nattere) delen zoals in de binnenduinrand gebouwd. De grootste kans op grondwateroverlast treedt op in het noordwesten van Noordwijk Binnen. Er komen relatief weinig meldingen binnen over grondwateroverlast, circa tien per jaar.

Figuur 9: Schematische doorsnede grondwatersystemen Noordwijk aan Zee tot Noordwijk Binnen (met geel: zand, grijs:kleilagen)

Kernen Noordwijkerhout en De Zilk Voor de kernen Noordwijkerhout en De Zilk is het inzicht in het grondwatersysteem nog niet op hetzelfde gewenste niveau als van Noordwijk aan Zee. Ook zijn nog niet alle bestaande ontwateringsvoorzieningen in beeld en vastgelegd in het beheersysteem. Daarom is voor de invulling van onderhavig plan en uitgebreidere analyse opgenomen van het grondwatersysteem. Zowel Noordwijkerhout als de Zilk zijn dorpen die zich op een afstand van ongeveer 2 á 3 kilometer van de Zuid Hollandse kust bevinden, waardoor ze beiden vlak achter het duingebied liggen. Door wisselende zeespiegels door de geschiedenis heen is de kustlijn veel verschoven en hebben er zich achter het huidige duingebied, strandwallen en strandvlaktes kunnen vormen. Noordwijkerhout en de Zilk zijn beiden gebouwd op deze oude strandwallen. De strandwallen verheffen zich enkele meters boven het omliggende landschap en zijn van oudsher droge plekken waar dorpen ontstonden. Na verloop van tijd zijn dorpen uitgebreid en zijn er nieuwe wijken toegevoegd. Deze wijken strekken zich tot buiten de strandwallen waardoor zij lager geleden (en natter) zijn dan de oude dorpskern.

INTEGRAAL AFVALWATERKETENPLAN BOLLENSTREEK VERSIE NOORDWIJK 2020 57

MAATREGELEN ZUIVERINGSKRING NOORDWIJK

Figuur 10: Kaart met Noordwijkerhout en De Zilk. In groen strandwallen en in bruin strandvlakten

De dorpen Noordwijkerhout en De Zilk liggen beiden achter het duingebied maar bevinden zich op verschillende hoogten. In de Zilk is het straatniveau variërend tussen de NAP +0,5 m en NAP +1 m en varieert de hoogte van het omliggende landschap tussen NAP -0,5 m en NAP -1,0 m. In Noordwijkerhout doen zich grotere maaiveld hoogteverschillen voor. Hier varieert het straatniveau tussen NAP +3 m in de dorpskern en NAP +0,4 in de omliggende buurten, met een omliggend landschap variërend tussen NAP -0,1 m en NAP -0,4 m. Ondergrond Doordat Noordwijkerhout en de Zilk op oude strandwallen zijn gelegen bestaat de ondergrond van beide dorpen uit een opstapeling van veelal zandige lagen. Lokaal komen vanaf een diepte van circa NAP -1 m à NAP -4m lagen van enkele decimeters Hollandveen voor, die een plaatselijke barrière vormen voor de grondwaterstroming. Onder deze lagen bevinden zich wadzandafzettingen: matig tot fijne en vaak kleihoudende zandlagen. Op circa NAP -10 m à NAP -20 m bevinden zich verschillende kleilagen (basis van ‘het Holoceen’). Daaronder een tientallen meters dikke zandlaag; het eerste watervoerend pakket (Pleistoceen). Grondwater Noordwijkerhout is, naast de duinen, ook gelegen tussen polders en het boezemgebied. De polders liggen ten zuidoosten van Noordwijkerhout en het boezemgebied ten noordwesten.

Hierdoor is het grondwaterpeil ten noordwesten van Noordwijkerhout hoger dan in het zuidoosten, wat zorgt voor een lokale grondwaterstroom in zuidoostelijke richting. In de omgeving van Noordwijkerhout vindt irrigatie plaats ten behoeve van de bollenteelt. Dit heeft invloed op regionale grondwaterhuishouding in Noordwijkerhout. Door zandwinning van 1950 tot 1970 is er tussen Noordwijkerhout en De Zilk het Oostduinermeer ontstaan. Het meer heeft een open verbinding met de boezem van de polders. Ook dit heeft invloed op het regionale grondwatersysteem. INTEGRAAL AFVALWATERKETENPLAN BOLLENSTREEK VERSIE NOORDWIJK 2020 58

MAATREGELEN ZUIVERINGSKRING NOORDWIJK

Figuur 11: Een doorsnede van het Oosterduinse kanaal met zijn omgeving. Zichtbaar zijn de Hollandveen lagen en, met blauwe peilen aangegeven, de lokale grondwater stroom richting

In Noordwijkerhout en de Zilk zijn grondwatermeetnetten aanwezig. In Noordwijkerhout zijn 3 peilbuizen op het hoge deel en 7 peilbuizen op het lagere deel geplaatst. In de Zilk zijn dit respectievelijk 1 en 5 peilbuizen. Voor het inzichtelijk maken van de grondwatersituatie zijn enkele statistieken van de peilbuizen beschouwd: -

Representatief Hoge Grondwaterstand (RHG, 90e percentielwaarde) Representatief Lage Grondwaterstand (RLG, 10e percentielwaarde)

Grondwatergegevens Noordwijkerhout De peilbuizen in het hogere deel van Noordwijkerhout zijn in maart 2020 geplaatst. Er zijn daarom nog geen grondwaterstandmetingen beschikbaar in dit gedeelte. In de lager gelegen delen van de kern bedraagt de RHG en RLG respectievelijk circa NAP -0,25 m en NAP -0,50 m. De ontwateringsdiepte bij RHG en RLG varieert tussen circa 0,8 m en 1,0 m. De jaarlijkse fluctuatie is klein (< 0,5 m). Grondwatergegevens De Zilk In het hogere deel bedragen de RHG en RLG respectievelijk circa NAP -0,46 m en NAP -0,65 m. De ontwateringsdiepte bij RHG en RLG varieert tussen circa 2,2 m en 2,4 m. De jaarlijkse fluctuatie is klein (< 0,6 m). In de lager gelegen delen bedragen de RHG en RLG respectievelijk circa NAP -0,30 m en NAP -0,65 m. De ontwateringsdiepte bij RHG en RLG varieert tussen circa 1,0 m en 1,3 m. Overlastmeldingen Noordwijkerhout Vanuit het verleden is er een aantal meldingen bij de gemeente bekend. Dit betrof enkele woningen bij het talud van de N206. Zo’n 15 jaar geleden is er bij één adres overlast geweest door natte tuinen in de toen net gebouwde wijk Mossenest. Door de gemeente is aangegeven dat hier op kleine schaal bemalen drainage aanwezig is. Na dit voorval zijn geen nieuwe meldingen bekend.

Overlastmeldingen De Zilk In het verleden is er een aantal meldingen gedaan van natte kruipruimten, maar dat heeft zich al enkele jaren niet meer voorgedaan. De overlast was aan de hand van het grondwatermeetnet niet te verklaren. Recentelijk zijn er geen nieuwe meldingen bekend. Ontwikkelingen Door klimaatverandering neemt de totale winterneerslag toe, waardoor de wintergrondwaterstand (RHG) zal stijgen. In de lagergelegen delen kan daardoor vanwege een beperkte ontwatering rond 0,7 m grondwateroverlast gaan ontstaan. Daarnaast worden lente/zomerperioden droger, waardoor de zomergrondwaterstand (RLG) lager zal worden. In het duingebied bij de Zilk bevindt zich een kanaal voor de Amsterdamse drinkwatervoorziening. Deze voorziening wordt mogelijk in de nabije toekomst gedempt. Mogelijk wordt hierdoor het grondwater onder de Zilk beïnvloed.

INTEGRAAL AFVALWATERKETENPLAN BOLLENSTREEK VERSIE NOORDWIJK 2020 59

MAATREGELEN ZUIVERINGSKRING NOORDWIJK

4.1.3

Doelmatigheid grondwatermaatregelen

4.1.3.1

Doelmatigheid

De gemeente neemt bij grondwateroverlast maatregelen als deze doelmatig worden bevonden. De doelmatigheidsafweging vindt plaats met maatwerk, op basis van een overkoepelend kader zodat keuzes eenduidig tot stand komen. Een hoge grondwaterstand alleen maakt een maatregel in de openbare ruimte niet doelmatig. Er dient ook een grondwaterprobleem te zijn, dat tegen acceptabele kosten kan worden bestreden met maatregelen in de openbare ruimte. Daarom is doelmatigheid het criterium voor maatregelen (niet een bepaalde grondwaterstand). 1. De gemeente wil bijdragen aan verminderen van structurele grondwateroverlast. Door maatregelen op gemeentelijk terrein te treffen, waar doelmatig. Dit biedt een uitgangspunt voor particuliere perceeleigenaren om de grondwatersituatie op hun terrein op orde te houden of te brengen. Het bestrijden van grondwateroverlast start namelijk op het betreffende perceel. 2. De gemeente past de grondwaterstand in openbaar terrein aan, indien doelmatig en/of neemt overtollig grondwater afkomstig van particuliere percelen in ontvangst op het regenwaterriool. Het lozen op het gemengde of vuilwaterriool wordt niet dan wel in uitzondering toegestaan.

De grondwaterstand kan niet eindeloos worden verlaagd tot bijvoorbeeld onder diepe kelders; de gewenste grondwaterstand wordt afgestemd op de lokale (on)mogelijkheden, zoals het oppervlaktewaterpeil, veenlagen, houten paalfunderingen, et cetera. De doelmatigheid van grondwatermaatregelen wordt locatie specifiek beoordeeld op basis van de volgende overkoepelende criteria: Er is een probleem: structureel nadelige gevolgen door een te hoge of te lage grondwaterstand. De maatregel heeft nut: vanuit de openbare ruimte kan effect voor de (particuliere) percelen met overlast worden bereikt. De maatregel is kosteneffectief: de hiermee gemoeide investerings- en exploitatiekosten van maatregelen staan in verhouding met (eventueel toekomstige) kosten van maatregelen door perceeleigenaren of eventueel te verwachten kosten voor schades. Als alle drie de criteria zich voordoen, wordt een maatregel in de openbare ruimte als doelmatig beoordeeld.

4.1.3.2

Er is een probleem (A)

De hoge of lage grondwaterstand in het openbare gebied leidt tot aantoonbare structureel nadelige gevolgen voor de perceelfuncties. Er is volgens de gemeente sprake van nadelige gevolgen, indien omstandigheden optreden die tot volksgezondheidsproblemen en/of economische schade leiden en niet worden veroorzaakt door gebrekkige constructies en bouwkundige gebreken. Verblijfruimten dienen daarbij dan ook te voldoen aan de bouwregelgeving. Grondwater in de kruipruimte op zich veroorzaakt niet altijd nadelige gevolgen, alleen als het vocht doordringt naar bovenliggende verblijfruimtes en/of de bebouwing aantast. Er is volgens de gemeente sprake van een structureel hoge grondwaterstand indien de representatieve hoogste grondwaterstand (RHG) voor een gebied tijdens een periode van minstens drie aaneengesloten jaren hoger is dan de hieronder genoemde streefwaarde van 0,7 m onder de as van de openbare weg (of uit grondwateronderzoek blijkt dat dit het geval zal zijn). Als representatieve hoogste grondwaterstand (RHG) geldt de meetwaarde die 10% van de tijd wordt overschreden. Ten aanzien van de streefwaarde voor de ontwaterings¬diepte onder openbare ruimtes in wijken geldt het volgende: Ontwateringsdiepte*

Vervolg

Groter dan 0,7 m**

De grondwaterstand is voldoende laag. Gesteld wordt dat geen sprake is van een grondwaterprobleem (mogelijk een bouwkundig probleem of anderszins).

Tussen 0,3 m en 0,7 m

De grondwaterstand is relatief hoog. Er is grondwateronderzoek nodig om te beoordelen of maatregelen doelmatig zijn en afgestemd kunnen worden met overige werken in de openbare ruimte (meeliften).

INTEGRAAL AFVALWATERKETENPLAN BOLLENSTREEK VERSIE NOORDWIJK 2020 60

MAATREGELEN ZUIVERINGSKRING NOORDWIJK

Ontwateringsdiepte*

Vervolg

Kleiner dan 0,3 m

De grondwaterstand is duidelijk hoog. De gemeente beoordeelt of het uitvoeringsprogramma van werken in de openbare ruimte kan worden aangepast aan de hoge grondwaterstand om gelijktijdig grondwatermaatregelen te treffen indien zich een probleem voordoet.

* maaiveldniveau (as openbare weg) minus de Representatief Hoge Grondwaterstand (RHG) ** voor het voorkomen van (te) lage grondwaterstanden: zie volgende paragraaf

Tabel 23: Streefwaarde minimale ontwateringsdiepte openbaar gebied in wijken.

Het beleid van de gemeente Noordwijk ten aanzien van grondwateroverlast in kelders en souterrains is erop gericht dat de woningeigenaar verantwoordelijk is voor de waterdichtheid van kelders en souterrains. Men dient zelf te zorgen voor een deugdelijke constructie. Is er toch lekkage van de vloer of wanden dan is er sprake van een bouwtechnisch gebrek. Ten aanzien van streefwaarden afgestemd op het voorkomen van (te) lage grondwaterstanden (onderlast) geldt dat maatwerk nodig is. De gewenste laagste grondwaterstand is namelijk afhankelijk van vele factoren, zoals de bodemgesteldheid, natuur, funderingen, watergangen, et cetera. Onderlast wordt dus met maatwerk bestreden.

4.1.3.3

De maatregel heeft nut (B)

De maatregelen op het openbare terrein hebben nut als deze daadwerkelijk de structureel nadelige gevolgen bestrijden. De maatregel moet dus effect hebben op de overlast (direct via een grondwaterstandverlaging of indirect via een afvoermogelijkheid) en niet alleen op de hoge of lage grondwaterstand op openbaar terrein. Belangrijk hierbij is dat de maatregel op openbaar terrein effect heeft bij een voor de omgeving passend grondwaterpeil op openbaar terrein, rekening houdend met de mogelijke risico’s van een verhoogde of verlaagde grondwaterstand voor overlast en onderlast (droogstand/zettingen/natuurschade/verzilting).

4.1.3.4

De maatregel is kosteneffectief (C)

De (globale) investerings- en beheerkosten van de maatregelen moeten in verhouding zijn met het effect en de kosten van maatregelen binnen particuliere percelen (zoals bouwkundige maatregelen of drainage op eigen perceel, door de perceeleigenaren zelf uit te voeren) of eventueel te verwachten kosten voor schades. Als er sprake is van structureel nadelige gevolgen vanwege de grondwaterstand neemt de gemeente (op termijn) maatregelen om de afvoer van het overtollige grondwater te verbeteren. Grondwatermaatregelen worden zoveel mogelijk uitgevoerd in combinatie met afkoppelen, rioolvervanging of herinrichting van de openbare ruimte.

4.1.4

Voorkeursvolgorde grondwatermaatregelen

Bij de afweging voor het treffen van (nieuwe) maatregelen tegen grondwateroverlast, wordt uitgegaan van de volgende voorkeursvolgorde: Het ophogen van het maaiveld (zodat geen grondwaterafvoer nodig is). Benodigde ophoging af te stemmen op effecten van klimaatverandering en te optimaliseren door combinatie met de onderstaande maatregelen. Het realiseren van extra oppervlaktewater (zorgt tevens voor verbetering van het gehele watersysteem en belevingswaarde voor de omgeving). Grondverbetering. Het aanleggen van een drainage-infiltratiesysteem. In bestaand bebouwd gebied is het verhogen van het maaiveld of het aanleggen van extra open water vaak lastig realiseerbaar, zeker op korte termijn. Dit neemt niet weg dat per project de mogelijkheden hiervan moeten worden nagegaan. INTEGRAAL AFVALWATERKETENPLAN BOLLENSTREEK VERSIE NOORDWIJK 2020 61

MAATREGELEN ZUIVERINGSKRING NOORDWIJK

Bij de afweging voor het treffen van (nieuwe) maatregelen tegen grondwater¬onderlast, wordt uitgegaan van de volgende voorkeursvolgorde: Onttrekkingen zoals lekkages in riolering zoveel mogelijk en op doelmatige wijze beperken. Het aanleggen van extra oppervlaktewater binnen de wijken voor de aanvoer van grondwater. Het aanpassen van het oppervlaktewaterpeil aan te lage grondwaterstanden. Het aanleggen van grondwatertechnische maatregelen (infiltratieleidingen, met aanvoer van oppervlaktewater of hemelwater).

4.1.5

Voorkomen grondwaterproblemen bij nieuwbouw

Nieuwbouw biedt bij uitstek de kans om de omgeving aan te passen aan de grondwatersituatie en anderszins om de grondwatersituatie te verbeteren. Daarom is juist bij nieuwbouw veel aandacht nodig voor grondwater. Dat is niet alleen nodig om grondwaterproblemen in de beheerfase te voorkomen en daarmee onnodige investeringen en onrust onder bewoners te voorkomen, maar ook omdat het conform de Waterwet wettelijk verplicht is. De gemeente wil voorkomen dat toekomstige grondwateroverlast gaat ontstaan. Bij nieuwbouw en grootschalige onderhoudswerkzaamheden wordt grondwateroverlast proactief voorkomen en er wordt al in een vroeg stadium (in het planproces) aandacht gegeven aan grondwater. Het voorkomen van grondwateroverlast is namelijk goedkoper dan het (achteraf) oplossen van grondwateroverlast.

4.1.5.1

Streefwaarden

De streefwaarden voor de grondwaterstand in de openbare ruimte zijn afhankelijk van de inrichting van de nieuwbouw en worden daarom per ontwikkeling vastgesteld. De vloerconstructies van nieuwbouwwoningen worden in toenemende mate dikker vanwege isolatie. Indien het maaiveld niet wordt opgehoogd, komt de kruipruimte hierdoor steeds dieper te liggen ten opzichte van de (grond)waterstand. Om kruipruimtes in dat geval droog te houden (hetgeen overigens niet per se hoeft uitgaande van het Bouwbesluit), is een grondwaterstand van meer dan 1 m onder maaiveld nodig. Een dergelijk grote ontwateringsdiepte is ongewenst vanwege het onnodig afvoeren van grondwater en daarmee het belasten van het watersysteem. Uitgangspunt is dat in beginsel drainage wordt toegepast om te zorgen voor voldoende ontwateringsdiepte, ook rekening houdend met eventueel klimaatverandering. Verder zijn de doelmatigheidsoverwegingen uit paragraaf 4.1.3. van toepassing.

wegas

0,2 m

stoep

Vloer+isolatie ca 0,5 m

0,7 m

kruipruimte ca 0,5 m Streefwaarde grondwaterstand

Figuur 12: Schematische weergave streefwaarde grondwaterstand onder kruipruimtebodem bij nieuwbouwwoningen met dikke constructievloeren.

4.1.5.2

Bestemmingsplan en exploitatieovereenkomsten

De tendens is dat steeds minder regels worden gesteld. Daarom worden in exploitatieovereenkomsten, bestemmingsplannen, vergunningen, et cetera vastgelegde onderlinge afspraken tussen beheer, ruimtelijke ordening en marktpartijen steeds belangrijker. Er is steeds meer maatwerk en afstemming tussen stakeholders nodig. Als gevolg daarvan is meer en meer aandacht nodig voor bewustwording ten aanzien van het bouwen in natte gebieden en zettingsgevoelige veengebieden. De gemeentelijke afdelingen die dagelijks bezig zijn met vastgoed en planontwikkeling, spelen een belangrijke rol in de uitvoering van het grondwaterbeleid. In de planontwikkeling worden keuzes gemaakt INTEGRAAL AFVALWATERKETENPLAN BOLLENSTREEK VERSIE NOORDWIJK 2020 62

MAATREGELEN ZUIVERINGSKRING NOORDWIJK

waarmee toekomstige grondwateroverlast kan worden veroorzaakt of juist wordt voorkomen. Er worden duidelijke afspraken gemaakt tussen gemeentelijke afdelingen zodat bij nieuwbouw de juiste afstemming plaatsvindt (in het kader van de watertoets) tussen de afdelingen beheer en de partijen die zich bezighouden met vastgoed en planontwikkeling. Dit gebeurt momenteel en krijgt blijvend aandacht. De initiatiefnemer van de werkzaamheden moet aantonen dat er geen risico is op grondwateroverlast of – onderlast, binnen én rond het plangebied, in zowel de gebruiks- als bouwfase, of dat er afdoende maatregelen zijn genomen. Met het hoogheemraadschap wordt afgestemd dat zij nadruk blijven leggen op een robuust grondwatersysteem als onderdeel van de watertoets en aanvullend aandacht te vragen voor droogteschade en bodemdaling als onderdeel van de watertoets. Grondwater is bij nieuwbouw slechts één van de vele relevante aspecten in de ondergrond. Daarnaast is ook klimaatadaptatie van belang bij nieuwbouw. Vanwege deze samenhang in het water- en bodemsysteem, wordt het belang van grondwater bij nieuwbouw integraal onder de aandacht gebracht bij de afdelingen die zich bezighouden met ruimtelijke ontwikkelingen.

Watertoets alleen is onvoldoende De watertoets is een belangrijk procesinstrument om de waterbelangen een plek te geven bij ruimtelijke plannen. Het resultaat van dit proces, de waterparagraaf in het omgevingsplan, heeft echter geen juridische status waarmee handhaving mogelijk is. Daarvoor zal het vertaald moeten worden naar regels in het omgevingssplan en eisen in exploitatieovereenkomsten.

Omgevingsplannen Er dienen concrete doelomschrijvingen ten aanzien van grondwater opgenomen te worden in (wellicht al 3D) omgevingsplannen, ondermeer ten aanzien van de bouwwijze, minimale én maximale gewenste ontwateringsdiepte en bouwpeil. Omdat het omgevingsplan het kader is voor de beoordeling van vergunningen en handhaving bij bouwwerkzaamheden door derden, maakt een concreet omgevingsplan het eveneens mogelijk om vergunningen te kunnen beoordelen op grondwateraspecten. Indien in het omgevingsplan geen concrete randvoorwaarden voor (bouw)werken zijn opgenomen, heeft de gemeente geen duidelijke grondslag om vergunningen te beoordelen op grondwateraspecten (zoals te verwachten grondwaterschade als gevolg van de werkzaamheden in de gebruiksfase). Daarom is het van belang om in omgevingsplannen regels op te nemen dat de initiatiefnemer moet aantonen dat de werkzaamheden geen nadelige gevolgen hebben voor de (grond)waterhuishouding en bebouwde omgeving, zowel tijdens de bouw als tijdens de gebruiksfase. Ook is het van belang om het bouwtoezicht hiervan bewust te maken. Overigens is het zo dat, ongeacht de inhoud van een omgevingsplan of grondslag voor handhaving, derden gewezen kunnen worden op hun verantwoordelijkheid voor mitigerende maatregelen om voorzienbare schade aan andere panden te voorkomen.

Exploitatieovereenkomst De controle en sturing op ontwerpen en een vakbekwame uitvoering ervan is een essentieel onderdeel van een duurzaam grondwatersysteem, alsook de controle en handhaving van de door derden ontwikkelde gebieden/locaties. De exploitatieovereenkomst volgens de Grondexploitatiewet (nieuwe wet Ruimtelijke Ordening) vormt daarvoor het middel. Hierin dient de focus te liggen op het behalen van doelresultaten; de wijze waarop ze worden behaald blijft, in overleg met de gemeente, aan de uitvoerende partij.

4.1.6

Grondwateronderzoek bij overlastmeldingen

De gemeente neemt ten aanzien van het ondiepe grondwater de regie in het proces, waarin problemen en oplossingen worden verkend. Als metingen (grondwatermeetnet), klachtenregistratie of gemeentebrede analyses daar aanleiding toe geven, voert de gemeente locatie specifieke onderzoeken uit om de aard, omvang, mogelijke oorzaken en oplossingsrichtingen te begrijpen. Ook als er géén sprake is van overlastmeldingen, omdat grondwaterproblemen verborgen kunnen zijn. De gemeente (back-office) neemt naar aanleiding van meldingen over grondwateroverlast het initiatief om te beoordelen wat de omvang, ernst en oorza(a)k(en) van het probleem is/zijn, wat passende maatregelen zijn en wie de verantwoordelijke partij hiervoor is (zoals perceeleigenaar, gemeente, waterschap). De gemeente INTEGRAAL AFVALWATERKETENPLAN BOLLENSTREEK VERSIE NOORDWIJK 2020 63

MAATREGELEN ZUIVERINGSKRING NOORDWIJK

overweegt of maatregelen op openbaar terrein doelmatig zijn en denkt mee over oplossingsrichtingen op particulier terrein (uitsluitend richtinggevend). Bij de analyse wordt gebruik gemaakt van gegevens van de melder (afhankelijk van noodzaak: e-mail, bellen, locatiebezoek), informatie uit het grondwatermeetnet, het (nog te ontwikkelen) grondwatermodel en van geohydrologische gebiedskennis. De binnengekomen meldingen en afhandeling ervan worden jaarlijks gebundeld en kort geëvalueerd. Tijdens de evaluatie wordt overwogen of het aantal niet verholpen meldingen vraagt om een klachtgestuurde, dan wel een gebied gestuurde aanpak van overlast of onderlast in een wijk. Eens per planperiode van het integrale AfvalWaterKetenplan worden de meldingen grondig geanalyseerd en beoordeeld of een koerswijziging nodig is.

Reageren buurt- of wijkgerichte overlast Als een afwijkend (ten opzichte van andere jaren en/of wijken) groot aantal meldingen van grondwateroverlast of -onderlast binnenkomt uit een wijk, voert de gemeente een gebiedsgericht grondwateronderzoek uit naar de grondwatersituatie, de nadelige gevolgen van de grondwaterstand en mogelijke oplossingen (conform Leidraad Riolering Module C2500 en gebruikmakend van het grondwatermodel zodat minder veldwerk nodig is). Op basis van de resultaten van het grondwateronderzoek beoordeelt de gemeente of maatregelen in de openbare ruimte doelmatig zijn, dan wel de perceeleigenaren zelf verantwoordelijk zijn voor het nemen van maatregelen. De resultaten worden besproken met de betrokken bewoners en bedrijven.

Reageren op veranderingen Indien de meldingen relatie (lijken te) hebben met veranderingen in grondwateronttrekkingen, kustwerken en/of het oppervlaktewaterpeil, vindt afstemming plaats met het waterschap (of provincie voor grote onttrekkingen en Warmte-Koude-Opslag). Bij meldingen van huurders, stemt de gemeente de afhandeling af met de verhuurders.

4.1.7

Grondwater bij openbare werken

Renovatie van de openbare ruimte (groot onderhoud aan wegverharding, parken en riolering) biedt kans om gelijktijdig grondwaterproblemen te bestrijden en te anticiperen op de gevolgen van klimaatverandering. Daarom overweegt de gemeente bij renovatie om gelijktijdig een drainagesysteem in de openbare ruimte aan te leggen dan wel de bestaande drains te vervangen. De aanleg of het vervangen van drainage is echter niet altijd zinvol en doelmatig om grondwaterproblemen bij woningen effectief te bestrijden. Het kan bijvoorbeeld zijn dat een drain op openbaar terrein door plaatselijk slecht waterdoorlatende bodemlagen of te grote afstanden tot panden geen effect heeft op de grondwaterstand bij woningen. Het is conform de Waterwet en algemeen beginsel van behoorlijk bestuur verplicht, om vast te leggen waarom wel/geen grondwatermaatregelen zijn getroffen. Daarom beoordeelt en motiveert de gemeente bij ieder project of de aanleg of het vervangen van drainage in de openbare ruimte, doelmatig is.

Uitvoeringsfase Daarnaast bestaat bij renovatie van de openbare ruimte de kans dat grondwateroverlast en -onderlast door het project worden veroorzaakt. Bijvoorbeeld door het vervangen van een lek riool door een nieuw waterdicht riool of het tijdelijk bemalen van grondwater. De gemeente wil bij ingrepen in de openbare ruimte zo veel mogelijk voorkomen dat de grondwaterstand stijgt/daalt met nadelige gevolgen voor de omgeving. Bij werken in de openbare ruimte wordt beoordeeld en vastgelegd of het doelmatig is om gelijktijdig drainage aan te leggen en of maatregelen tegen schade door bemaling getroffen moeten worden. Daarom is als voorbereiding op werken grondwateronderzoek nodig. Verder is het nodig om voor de uitvoeringsfase goede randvoorwaarden mee te geven aan (inschrijvende) aannemers om bemalingsrisico’s goed in te kunnen schatten. De gemeente stelt het bemalingsadvies (conform BRL120006) op dat onderdeel uitmaakt van het bestek, hetgeen verder geconcretiseerd dient te worden door de uitvoerende partij in een bemalingsplan. Ook meet de gemeente de grondwaterstanden voor, tijdens en na de werkzaamheden met een projectmeetnet, waarbij de korte meetreeks wordt gekoppeld aan de lange meetreeks van het grondwatermeetnet (indien aanwezig in de wijk).

6 De BRL12000 regelt een zorgvuldige voorbereiding en uitvoering van tijdelijke bemalingen ten aanzien van

omgevingseffecten. INTEGRAAL AFVALWATERKETENPLAN BOLLENSTREEK VERSIE NOORDWIJK 2020 64

MAATREGELEN ZUIVERINGSKRING NOORDWIJK

4.1.8

(On) mogelijkheden infiltreren afstromend regenwater

Er is een duidelijke relatie tussen het infiltreren van afstromend regenwater afkomstig van verharde terreinen (hemelwaterbeleid) en de grondwaterstand (grondwaterbeleid). De grondwaterstand is namelijk een belangrijke randvoorwaarde voor het wel of niet kunnen infiltreren van afstromend regenwater. De gemeente beoordeelt in het kader van werkvoorbereiding van openbare rioolwerkzaamheden en herinrichtingswerkzaamheden of het regenwater naar de bodem kan worden afgevoerd, zonder dat dit leidt tot grondwateroverlast. In het kader van omgevingsvergunningen beoordeelt de gemeente of van particulieren redelijkerwijs verwacht mag worden dat het afstromende regenwater op eigen terrein (in de bodem) verwerkt kan worden. In Noordwijk aan Zee is infiltratie altijd een te onderzoeken optie; in Noordwijk binnen nooit. Omdat bij bovenstaande keuzes een watersysteemontwerp wordt gemaakt voor meerdere decennia, worden hierbij de effecten van klimaatverandering op de grondwaterstand én de effecten van het infiltreren op de grondwaterstand (mogelijk in lagere delen) in combinatie meegewogen. Specifiek voor Noordwijk aan Zee geldt dat er weinig mogelijkheden zijn om afstromend regenwater te verwerken, gezien het gebrek aan oppervlaktewater en gescheiden rioolstelsels. Daarom werd in veel gevallen infiltratie toegepast.

Door de ervaren grondwateroverlast sinds 2013, zijn de nieuw beoogde infiltratieprojecten tijdelijk stopgezet. Vanwege de nieuwe grondwaterkennis, de beschikbaarheid van een grondwatermodel en de aanleg van drainage langs de boulevard, worden de infiltratieprojecten in Noordwijk aan Zee weer opgestart, voor zover dit niet leidt tot grondwateroverlast. Daarbij wordt ook gekeken naar de mogelijk positieve effecten van het stimuleren tot infiltreren op particuliere terreinen. De gemeente brengt de gevolgen van het infiltreren voor het grondwater en de bebouwde omgeving op voorhand zorgvuldig in beeld. De gemeente monitort de effecten met behulp van het grondwatermeetnet en evalueert de uitkomsten.

4.1.9

Grondwater bij werken door derden en op particuliere terreinen

Ook (uitvoerings)werken door derden kunnen grondwateroverlast of -onderlast veroorzaken, zoals bij de bouw van kelders of bouwputten. Het gaat dan om tijdelijke effecten tijdens de bouwfase, maar ook permanente effecten in de gebruiksfase. De initiatiefnemer van de werkzaamheden moet aantonen dat er geen risico is op grondwateroverlast of onderlast door de werkzaamheden in zowel de gebruiks- als bouwfase, of dat er afdoende maatregelen zijn genomen. Het kader hiervoor is de omgevingsvergunning, mits concrete grondwaterrandvoorwaarden zijn opgenomen in het omgevingsplan. Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning beoordeelt de gemeente of door de aanvrager voldoende onderzoek is gedaan naar de effecten van bouwwerken op de grondwaterstand. Indien in het omgevingsplan geen concrete grondwaterrandvoorwaarden zijn opgenomen, is er geen handvat om een vergunning op dat aspect te weigeren. Dan probeert de gemeente in goed overleg de initiatiefnemer het belang van het voorkomen van wateroverlast in te zien. Naar aanleiding van de grondwaterproblematiek in Noordwijk aan Zee is duidelijk geworden dat vooral in het duingebied afstemming nodig is van de ondergrondse ontwikkelingen. Verschillende ontwikkelingen hebben namelijk beetje bij beetje de grondwaterstand verhoogd en daarmee een deel van de droge ruimte ingenomen.

De gemeente Noordwijk volgt daarom de ontwikkelingen die invloed kunnen hebben op de grondwaterstand en waakt ervoor dat de initiatiefnemer voldoende grondwateronderzoek uitvoert. Uitgangspunt daarbij is dat nieuwe kelders niet tot opstuwing van het grondwater leidt, zowel gedurende de tijdelijke uitvoeringsfase als de permanente eindsituatie. Verder moeten kelders waterdicht worden uitgevoerd en dient ten behoeve van veiligheid op opdrijven van constructie rekening gehouden te worden met een extra hoge grondwaterstand door lange termijn ontwikkelingen zoals klimaatverandering. Met de drainage onder de Koningin Wilhelmina Boulevard compenseren het hoogheemraadschap en de gemeente de onbedoelde verhoging van het grondwater door de dijk in duinconstructie en de infiltratievoorzieningen uit de jaren 2007-2013. In de periode 2013-2016 zijn geen infiltratievoorzieningen aangelegd. Aan de hand van een grondwatermodel en het meetnet kunnen de gemeente en het hoogheemraadschap de invloeden op het grondwater bewaken en voorspellen. Aan de hand van dit model is bepaald dat de klimaatverandering zal lijden tot een structurele en noodzakelijk verhoging van het

INTEGRAAL AFVALWATERKETENPLAN BOLLENSTREEK VERSIE NOORDWIJK 2020 65

MAATREGELEN ZUIVERINGSKRING NOORDWIJK

grondwater in Noordwijk aan Zee. Naast dat de drain niet langer dan 30 jaar zal functioneren, is ook de vergunning voor deze drain beperkt tot 30 jaar (2046) Op termijn zal Noordwijk aan Zee dus moeten accepteren dat het grondwater stijgt. Om hierop te kunnen anticiperen en om een lange termijn visie te ontwikkelen, berekend de gemeente in de planperiode de klimaateffecten voor Noordwijk aan Zee.

4.1.10

Beheer gemeentelijke drainagesystemen

De gemeente beheert haar grondwatervoorzieningen. De gemeente voert nazorg bij uitgevoerde maatregelen en de monitoring van effecten van deze maatregelen. Het beheer van de drainagesystemen is belangrijk voor een langdurige werking van systemen en wordt daarom planmatig aangepakt. Voor aandachtspunten ten aanzien van de uitvoering van het onderhoud wordt gebruikgemaakt van de Leidraad Riolering, module C3300 “beheer en onderhoud drainagevoorzieningen”. Een nog op te stellen onderhoudsplan voor drains geeft hier verdere invulling. Het betreft de volgende activiteiten: Het opnemen van de systemen en achterliggende kenmerken in een beheersysteem. Onderzoek (monitoring en inspectie). Onderhoud (doorspuiten en doorsteken). Reparatie. Vervanging. Uitgangspunt voor leidingen: gelijktijdig met renovatie van de wijken zodat vervangingskosten minimaal zijn.

Ontwerp en aanleg Richtlijnen voor de aanleg van drainage en infiltratie zijn een belangrijk hulpmiddel om drainage-systemen duurzaam te laten functioneren, waarbij alleen overtollig grondwater wordt afgevoerd. Uitgangspunt voor de gemeente is dat de systemen regelbaar, robuust en duurzaam worden ontworpen en aangelegd. Intentie is de levensduur van drainages gelijk te houden aan dat van rioolleidingen. Dit betekent dat specifieke eisen aan drainageleidingen gesteld moeten worden. In de Leidraad Inrichting Openbare Ruimte zijn de ontwerprichtlijnen voor de aanleg van drainagesystemen opgenomen.

4.1.11

Beheren grondwaterdata en –informatie

Om de wettelijke grondwatertaken goed uit te kunnen voeren is kennis van grondwater en toegang tot betrouwbare grondwatergegevens van de gemeente nodig. Inzicht in de grondwaterstand is onder andere nodig om bewoners te kunnen informeren in het kader van de grondwaterzorgplicht en om gemeentelijke projecten goed te kunnen voorbereiden (door kleine faalkans levert dit een kostenbesparing op voor de uitvoering en beheer). De gemeente Noordwijk vergroot haar inzicht in het grondwatersysteem met behulp van een grondwatermeetnet en een grondwatermodel (voor Noordwijk aan Zee). Het huidige grondwatermeetnet van Noordwijk bestaat uit circa 64 peilbuizen in Noordwijk aan Zee De meetlocaties in Noordwijkerhout en de Zilk zijn in 2020 geoptimaliseerd. Sinds 2020 worden de alle peilbuizen automatisch hoogfrequent bemeten met behulp van gemeentelijke dataloggers. De gegevens zijn vastgelegd in een online database. Vervolgens breidt de gemeente indien nodig en in delen het grondwatermodel uit met Noordwijk Binnen, Noordwijkerhout en De Zilk, gekalibreerd op basis van de nieuwe metingen. Dit levert uiteindelijk een dekkend beeld op van de fluctuatie van de grondwaterstand, ook tussen de peilbuizen. Zo kunnen in de toekomst de klimaateffecten gemeentebreed worden berekend.

Door de inzet van een combinatie van het model en het meetnet, wordt zo op efficiënte wijze voor de gehele gemeente grondwaterdata verkregen. Het grondwatermodel en het grondwatermeetnet worden ingezet ter ondersteuning van beleidsontwikkeling (zoals berekenen effecten klimaatverandering en infiltratie) en het dagelijkse grondwaterbeheer (overlastmeldingen, bemalingsadviezen, drainageadviezen, et cetera). De gegevens worden voor specifieke projecten in Noordwijk en op aanvraag beschikbaar gesteld voor derden. De gemeente beoogt hiermee grote ruimtelijke ontwikkelingen te ondersteunen. De gemeente heeft nog onvoldoende inzicht in de gevolgen van klimaatverandering voor de grondwaterstand. De zeespiegel stijgt conform het KNMI ‘14 scenario voor 2085 met maximaal 0,8 m en de neerslaghoeveelheid neemt toe. Dit heeft voor de lange termijn gevolgen voor het grondwaterbeheer en beleid. INTEGRAAL AFVALWATERKETENPLAN BOLLENSTREEK VERSIE NOORDWIJK 2020 66

MAATREGELEN ZUIVERINGSKRING NOORDWIJK

4.1.12

Actieplan

De voorgaande paragrafen leiden tot de onderstaande grondwateracties. Door middel van deze acties geeft de gemeente Noordwijk invulling aan haar wettelijke grondwaterzorgplicht. Er is onderscheid gemaakt in acties waarvoor nieuw budget nodig is en acties die worden uitgevoerd binnen de gangbare werkzaamheden (en huidige fte’s/werken). De (afgeronde) kosten zijn indicatief bepaald voor budgetreservering, kosten exclusief BTW en prijspeil 2016. Er zijn geen interne uren opgenomen voor het uitbesteden en uitvoeren van werk. De kosten zijn geraamd op basis van kengetallen en praktische ervaring van Wareco met stedelijk grondwaterbeheer.

INTEGRAAL AFVALWATERKETENPLAN BOLLENSTREEK VERSIE NOORDWIJK 2020 67

MAATREGELEN ZUIVERINGSKRING NOORDWIJK

Maatregelen planperiode 2017-2021

eenmalig

Kosten/

jaarlijks

Uren

Planning

1. Uitvoeren grondwateronderzoek naar aanleiding van meldingen, metingen, werken, nieuwbouw indien noodzakelijk (reservering).

Jaarlijks

€ 40.000

2020->

2. Uitvoeren grondwaterinventarisatie en -analyse om kernen Noordwijkerhout en de Zilk af te stemmen op Noordwijk en Noordwijk-Binnen (vastleggen aandachtsgebieden en kansengebieden)?

Eenmalig

€ 25.000

2021

3. Afstemming tussen de kernen t.a.v. behandelen van overlastmeldingen, grondwater informatieverstrekking en voorbereiding grondwater bij rioolvervanging.

Eenmalig

€ 10.000

2021

4. Jaarlijks evalueren meldingen en metingen

Jaarlijks

€ 5.000

2020->

5. Opstellen richtlijnen voor het ontwerp en aanleg drainagesystemen.

Eenmalig

€ 5.000

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Teylingen&id=2cf79474-2a6b-4efc-bf1a-ccef7e6926a0