3. AfvalenGrondstoffenplan2026-2029gemeenteTeylingen
Tekst van het document
Afval- en grondstoffenplan 2026 - 2029
Afval- en grondstoffenplan 2026 - 2029
Pagina | 1
Opbrengsten grondstoffen ................................................................................ 10
Inhoudsopgave
Bijlage 1 – Totalen afvalcijfers .............................................................13
Aanleiding ........................................................................................... 3 Uitgangspunten en ambitie voor de komende drie jaar .......................... 4
Bijlage 2 – Wijze van inzameling ..........................................................16 Bijlage 3 Kortingstabel 2025 ................................................................17
Europees kader .................................................................................................. 4 Landelijk kader ................................................................................................... 4 Gemeentelijke ambities ...................................................................................... 5
Huidige stand van zaken & waar valt voor Teylingen winst te behalen?... 6 Prestaties op het gebied duurzaamheid ............................................................... 6 Financiën ........................................................................................................... 7 Afvalprestaties vergeleken met vergelijkbare gemeenten en de regio ..................... 7
Participatie .......................................................................................... 7 Inwonertevredenheid .......................................................................................... 7 Uitkomsten enquête ........................................................................................... 8 Voorzieningen voor afval en grondstoffen ............................................................. 8
Landelijke ontwikkelingen .................................................................... 9 Stijging afvalbeheerkosten .................................................................................. 9 CO2-heffing op restafval ...................................................................................... 9 Producentenverantwoordelijkheid ....................................................................... 9 Verbrandingsbelasting ........................................................................................ 9 Zuiverheid grondstofstromen ............................................................................ 10 Lachgascilinders en extra verwerkingseisen ....................................................... 10
Pagina | 2
Aanleiding De gemeente Teylingen heeft de afgelopen beleidsperiode belangrijke stappen gezet richting een circulaire economie. Met het verkleinen van restafvalcontainers en de invoering van GFT-voorzieningen bij hoogbouw is het restafval per inwoner gedaald van 163 kg in 2020 naar 105.5 kg in 2024. Het nieuwe grondstoffenplan bouwt voort op behaalde resultaten, speelt in op gesignaleerde knelpunten en legt de nadruk op kwaliteit, afvalpreventie en verdere verlaging van restafval.
“Met dit grondstoffenplan zetten we opnieuw een stap naar een circulair Teylingen. We hebben de afgelopen jaren wel al resultaten geboekt, maar er zit nog veel waardevol materiaal in het restafval dat we kunnen hergebruiken. Het gaat niet alleen om minder afval, meer hergebruikt en lagere kosten, maar ook om het nalaten van een gezonde leefomgeving voor toekomstige generaties.” Wethouder Frans Nederstigt
Pagina | 3
Nieuwe verplichtingen uit de herziene KRA
Uitgangspunten en ambitie voor de komende drie jaar
Met ingang van 2024 is een herziene Kaderrichtlijn Afvalstoffen van kracht. Deze bevat een aantal belangrijke nieuwe verplichtingen voor lidstaten en daarmee ook voor gemeenten: -
De opgaven rond afval en grondstoffen staan niet op zichzelf. Gemeente Teylingen maakt onderdeel uit van een bredere Europese, nationale en regionale beweging richting een circulaire economie. Om de juiste keuzes te maken, sluiten wij ons beleid aan bij deze kaders en vertalen we de doelstellingen naar concrete ambities voor de komende drie jaar.
-
Europees kader Huishoudelijk afvalbeheer is nadrukkelijk onderhevig aan Europese wetgeving. De Kaderrichtlijn Afvalstoffen (KRA) vormt daarbij de basis. Deze richtlijn, die voor het eerst is vastgesteld in 2008 en inmiddels meerdere keren is herzien, bepaalt de belangrijkste principes van afvalbeheer binnen de Europese Unie. Centraal daarin staan afvalpreventie, hergebruik en recycling. Lidstaten zijn verplicht hun afvalbeleid in te richten volgens de zogeheten Ladder van Lansink, waarbij preventie altijd bovenaan staat en storten de minst wenselijke optie vormt.
In 2015 heeft de Europese Commissie met het Actieplan Circulaire Economie de richting uitgezet voor de Europese afvalaanpak. Doel: afval zoveel mogelijk voorkomen en grondstoffen in de keten houden door hergebruik en recycling te bevorderen. Het actieplan introduceerde concrete maatregelen zoals:
-
Strategisch belang van Europees beleid Het Europese beleid is gestoeld op het streven naar een volledig circulaire economie in 2050. De achtergrond hiervan is dat Europa slechts in beperkte mate beschikt over primaire grondstoffen en zich op lange termijn niet afhankelijk wil maken van import uit andere werelddelen. Door strikte kaders te stellen voor afvalbeheer en recycling wordt toegewerkt naar grondstofzekerheid, klimaatneutraliteit en milieuwinst.
Landelijk kader
Circulaire Economie
-
Bioafval gescheiden inzamelen per 2025: zowel bij laagbouw als hoogbouw moet GFT(e)-afval apart worden ingezameld. Textiel gescheiden inzamelen per 2025: gemeenten dienen aparte inzamelvoorzieningen voor textiel te realiseren. Verbrandingsinstallaties extra belast per 2028: afvalverbrandingsinstallaties worden financieel aangeslagen op hun uitstoot, wat de verwerkingskosten van restafval zal verhogen en recycling aantrekkelijker maakt.
een verbod op single-use plastics (wegwerpbestek, rietjes, wattenstaafjes en andere plastic wegwerpartikelen); het stimuleren van de markt voor secundaire grondstoffen; ambitieuze doelstellingen voor recyclingpercentages en beperking van storten.
Het Europees beleid stelt de kaders waarbinnen de lidstaten hun beleid moeten vormgeven. In Nederland gebeurt dit via het Landelijk Afvalbeheerplan (LAP3) en het uitvoeringsprogramma Van Afval Naar Grondstof (VANG). Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van het huishoudelijk afvalbeheer en nemen de nationale doelstellingen over in hun eigen beleidsplannen. Daarmee vormen de nationale kaders de schakel tussen Europese ambities en lokaal beleid.
Van LAP3 naar CMP01 Het Landelijk Afvalbeheerplan 3 (LAP3) is jarenlang het belangrijkste beleidskader geweest voor afvalbeheer in Nederland. Het LAP3 beschreef de doelstellingen en randvoorwaarden voor de inzameling en verwerking van afvalstromen en was daarmee richtinggevend voor gemeenten. LAP3 zal echter worden vervangen door het Circulair Materialen Plan (CMP01). Dit nieuwe plan heeft een bredere reikwijdte en sluit beter aan bij de nationale ambitie Nederland Circulair in 2050. Waar het LAP3 zich
Pagina | 4
voornamelijk richtte op afvalscheiding en verwerking, ligt in het CMP de nadruk ook sterk op: -
werkt langs vijf transitieagenda’s (biomassa & voedsel, kunststoffen, maakindustrie, bouw, en consumptiegoederen) en vormt daarmee het nationale kompas voor de komende jaren. Gemeenten spelen hierin een cruciale rol, omdat zij dicht bij de inwoners staan en direct invloed hebben op afvalinzameling, bewustwording en gedragsverandering.
preventie: voorkomen dat afval überhaupt ontstaat hergebruik: stimuleren dat producten en materialen zo lang mogelijk in de keten blijven schone grondstoffen: zorgen voor hoge kwaliteit in de gescheiden stromen sluiten van kringlopen: zowel op nationaal als regionaal niveau.
Uitgebreide Producentenverantwoordelijkheid (UPV) Een belangrijk instrument binnen de nationale kaders is de Uitgebreide Producentenverantwoordelijkheid (UPV). Deze regeling zorgt ervoor dat producenten verantwoordelijk zijn voor de inzameling, verwerking en recycling van de producten die zij op de markt brengen. Daarmee worden de kosten en verantwoordelijkheden meer verschoven van gemeenten en inwoners naar producenten en importeurs.
Met het CMP01 maakt Nederland een duidelijke stap van afvalbeleid naar materialenbeleid, waarbij de focus breder wordt getrokken naar de gehele levenscyclus van grondstoffen en producten.
VANG-programma Het uitvoeringsprogramma Van Afval Naar Grondstof (VANG) startte in 2015 en was primair bedoeld om gemeenten te ondersteunen bij het realiseren van de landelijke doelstellingen: 75% afvalscheiding en maximaal 100 kg restafval per inwoner in 2020. Hoewel deze doelstellingen niet volledig gehaald zijn, heeft het programma wel geleid tot een sterke daling van restafval en een toename van afvalscheiding. De hoeveelheid restafval daalde landelijk naar gemiddeld <200 kg per inwoner en het aantal gemeenten met 75% afvalscheiding steeg van 7% naar 31%. De herijking van VANG voor 2021–2025 bracht een verschuiving in focus: niet alleen méér afval scheiden, maar vooral beter scheiden met aandacht voor kwaliteit. Dit betekent dat ingezamelde stromen zo schoon mogelijk moeten zijn, om optimaal hergebruik mogelijk te maken en vervuiling van recyclestromen te voorkomen. Daarnaast is er nadruk gelegd op afvalpreventie: het tegengaan van onnodige afvalproductie.
Er bestaan inmiddels UPV-regelingen voor onder andere: -
auto’s, banden en batterijen elektrische en elektronische apparaten (AEEA) verpakkingen (waaronder plastic, blik en drankenkartons).
De verwachting is dat in de komende jaren meer productgroepen onder de UPV zullen vallen. Voor gemeenten betekent dit dat de verantwoordelijkheid voor inzameling en verwerking steeds meer verschuift naar producenten, terwijl de gemeente vooral een faciliterende en coördinerende rol krijgt.
Gemeentelijke ambities Als gemeente Teylingen werken wij in ons afval- en grondstoffenbeheer toe naar een circulaire economie in 2050. Deze stip op de horizon is ook in Europese en nationale kaders vastgelegd en vormt het fundament onder ons lokale beleid. Voor de komende jaren vertalen wij deze lange termijn ambitie naar concrete en haalbare doelstellingen. De gemeente Teylingen wil de komende jaren:
Nationaal Programma Circulaire Economie (NPCE) 2023–2030 In 2016 startte het rijk met het programma Nederland Circulair in 2050, waarin de ambitie is vastgelegd om volledig circulair te zijn in 2050. Dit leidde tot het Grondstoffenakkoord, ondertekend door meer dan 400 partijen, waarin brede maatschappelijke steun werd vastgelegd voor deze transitie. Het Uitvoeringsprogramma Circulaire Economie 2019–2023 maakte een vertaling naar concrete acties en projecten. In 2023 is dit opgevolgd door het Nationaal Programma Circulaire Economie (NPCE) 2023–2030. Dit programma
Pagina | 5
-
blijven aansluiten bij landelijke richtlijnen rondom afvalscheiding en recycling de service naar inwoners hoog houden door goede en toegankelijke voorzieningen te bieden om afval te scheiden continu monitoren op de kwaliteit van ingezamelde grondstoffen om recycling van hoogwaardige materialen mogelijk te maken.
Huidige stand van zaken & waar valt voor Teylingen winst te behalen? Prestaties op het gebied duurzaamheid De afgelopen beleidsperiode heeft geleid tot een aanzienlijke afname van de hoeveelheid restafval per inwoner. Toch blijkt uit de sorteeranalyses dat er nog veel waardevolle grondstoffen in het restafval terechtkomen.
GFT-afval: ruim 36 kg per inwoner zit nog in het restafval (ongeveer 34%), terwijl er 92 kg gescheiden wordt ingezameld.
Papier en karton: 8,6 kg per inwoner wordt nog niet gescheiden (~8% van het restafval), terwijl 31 kg al apart wordt ingezameld.
Glasverpakkingen: 3,3 kg zit nog bij het restafval (~3% van het restafval). Hier ligt de uitdaging vooral in betere toegankelijkheid van glasbakken en bewustwording.
Textiel: slechts 4,3 kg wordt gescheiden, terwijl 5,8 kg in het restafval belandt (~5,5% van het restafval).
PBD (plastic, blik en drinkpakken): Er wordt nu 28,7 kg per inwoner ingezameld. In het restafval is nog ruim 9 kg aanwezig (~8,5% van het restafval).
Conclusie: In het restafval zit nog een flinke hoeveelheid materiaal wat gescheiden ingezameld kan worden bij GFT, textiel en PBD is de grootste winst te boeken.
Pagina | 6
Financiën De financiële prikkels die uitgaan van de beloningskorting zouden er voor moeten zorgen dat inwoners worden beloond voor minder restafval. Uit de cijfers blijkt:
Minicontainers restafval: van de 12.905 huishoudens met een minicontainer biedt ruim 51% (6.625 huishoudens) meer dan 10 keer per jaar de container aan. Het merendeel zit in de categorie 6–9 keer of 3–5 keer per jaar aanbieden, waarmee een deel van de korting wordt behaald. Verzamelcontainers restafval: van de 4.300 huishoudens die gebruikmaken van verzamelcontainers biedt ongeveer de helft (2.303) meer dan 22 keer per jaar restafval aan.
Het huidige financiële systeem stimuleert bewoners om minder vaak restafval aan te bieden. Toch blijkt dat een groot deel van de huishoudens de containers nog relatief vaak aanbiedt. Bovendien wordt de korting berekend over het aantal keer dat een container wordt aangeboden en niet over het gewicht. Dat geeft aan dat er nog ruimte is voor gedragsverandering en bewustwording, vooral bij huishoudens die nu in de midden- en hoogfrequente categorie vallen. Omdat afval- en grondstoffenbeheer volledig wordt bekostigd via de afvalstoffenheffing, vertaalt deze kostenontwikkeling zich direct in een hogere lasten voor inwoners. De tarieven voor inwoners van de afgelopen vier jaar staan opgenomen in onderstaande tabel.
Tarieven Afvalstoffenheffing 1-persoons huishouden meerpersoons huishouden
2022
2023
2024
2025
€ 252,72
€ 277,32
€ 302,04
€316,08
€ 252,72
€ 327,30
€ 436,56
€456,84
Het is reëel te verwachten dat de afvalstoffenheffing de komende jaren blijft stijgen, tenzij er effectief wordt gestuurd op kostenbeheersing, afvalpreventie en betere afvalscheiding. In het grondstoffenprogramma 2026–2029 zijn daarom maatregelen opgenomen die gericht zijn op het verbeteren van de kwaliteit van grondstoffen, het voorkomen van restafval en het efficiënter inrichten van inzameling en verwerking.
Afvalprestaties vergeleken met vergelijkbare gemeenten en de regio In vergelijking met gemeenten met hoogbouwklasse C presteert Teylingen gemiddeld tot bovengemiddeld als het gaat om het terugdringen van restafval. De daling van 186 kg in 2020 naar 105,5 kg in 2024 is een duidelijke stap vooruit. Wel kan de kwaliteit van de ingezamelde grondstoffen beter. In vergelijking met gemeenten die intensief inzetten op educatie, hoogwaardige voorzieningen bij hoogbouw en strengere handhaving, scoort Teylingen lager op scheidingsgraad en vervuilingsniveau. Kortom, gemeente Teylingen heeft vooruitgang geboekt, maar er is nog winst te halen, met name in de kwaliteit van scheiding, bijstromen als textiel en PBD en in het reduceren van de hoeveelheid restafval.
Participatie Uit de evaluatie blijkt dat bewoners vooral waarde hechten aan duidelijkheid en gemak. Daar waar voorzieningen dichtbij en goed bereikbaar zijn, wordt beter gescheiden. In de komende beleidsperiode is het belangrijk participatie niet alleen te benutten voor communicatie, maar ook actief in te zetten bij het ontwerpen van nieuwe oplossingen in de wijken.
Inwonertevredenheid Uit de evaluatie blijkt dat de tevredenheid onder inwoners over de afvalinzameling redelijk stabiel en overwegend positief is. De meeste inwoners zijn tevreden over de inzamelfrequentie, de service bij de milieustraat en de bereikbaarheid van de voorzieningen.
Pagina | 7
-
-
Wel zijn er aandachtspunten: -
Bij hoogbouwlocaties worden soms problemen ervaren met capaciteit en vervuiling rondom ondergrondse containers. Bijplaatsingen bij verzamelcontainers leiden tot ergernis. De communicatie over wat wel en niet in de PBD- of GFT-bak thuishoort, kan duidelijker.
-
Over het algemeen worden de voorzieningen steeds beter gebruikt. In de kwaliteit van GFT en PBD zit nog ruimte voor verbetering.
Deze signalen bieden richting voor de komende jaren: kwaliteit en service behouden, maar extra investeren in communicatie en handhaving bij specifieke knelpunten.
Uitkomsten enquête Om de tevredenheid en ervaringen van inwoners beter in beeld te brengen, is in de evaluatieperiode een enquête gehouden. Hieruit kwam naar voren dat: -
66% van de inwoners tevreden is over de mogelijkheden om afval gescheiden aan te bieden 20% neutraal staat tegenover de huidige inzameling 14% ontevreden is, met als belangrijkste redenen: te volle containers, afstand tot voorzieningen en onduidelijkheid over scheidingsregels.
Daarnaast gaf een meerderheid van de inwoners aan dat de beloningskorting een belangrijke motivatie vormt om afval goed te scheiden. Toch is de bekendheid met het systeem nog niet bij iedereen even groot.
Voorzieningen voor afval en grondstoffen De evaluatie laat zien dat het gebruik van de voorzieningen de afgelopen beleidsperiode is toegenomen. Enkele kerncijfers: -
-
Papier en karton: de inzameling daalde van 46 kg/inwoner in 2022 naar 31 kg/inwoner in 2024, mede door digitalisering en minder papierstromen. Textiel: Ongeveer 4 kg/inwoner in 2023 en 2024. In vergelijking met andere gemeenten niet verschillend, maar wel ruimte voor verbetering. Milieustraat: het gebruik van de milieustraat nam toe, met name voor grof restafval en elektrische apparaten.
GFT: de hoeveelheid ingezameld GFT-afval steeg van 94 kg/inwoner in 2020 naar 110 kg/inwoner in 2021, waarna het stabiliseerde rond de 92 kg in 2024. PBD: de ingezamelde hoeveelheid groeide van 17 kg/inwoner in 2020 naar 29 kg/inwoner in 2024, mede dankzij de keuzevrijheid tussen zakken en containers.
Pagina | 8
CO2-heffing op restafval
Landelijke ontwikkelingen Het afval- en grondstoffenbeleid van gemeenten staat niet op zichzelf. Landelijke regelgeving en ontwikkelingen hebben grote invloed op hoe gemeenten hun beleid uitvoeren en welke kosten en opbrengsten daarbij horen. Hieronder worden de belangrijkste ontwikkelingen toegelicht.
Stijging afvalbeheerkosten De kosten voor het inzamelen en verwerken van afval worden ieder jaar hoger. Dat heeft meerdere oorzaken: -
Strengere regels: de overheid stelt steeds hogere eisen aan hoe afval verwerkt moet worden. Stijgende prijzen: brandstof, energie en personeelskosten worden duurder. Extra verwerking: afval moet beter en veiliger worden gescheiden en verwerkt.
Voor gemeenten betekent dit dat het duurder wordt om afval op te halen en te verwerken. Die hogere kosten werken uiteindelijk door in de afvalstoffenheffing die inwoners betalen.
Naast de gewone kosten voor het verbranden van restafval moeten gemeenten ook een CO₂-heffing betalen. Deze heffing bestaat sinds een paar jaar en is ingevoerd om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen. Hoe meer restafval er wordt verbrand, hoe meer CO₂ daarbij vrijkomt. Om die vervuiling te beprijzen, betalen gemeenten extra belasting voor elke ton restafval die de oven ingaat. De overheid wil met deze maatregel duidelijk maken dat verbranden slecht is voor het klimaat. Door het duurder te maken, worden gemeenten en bedrijven gestimuleerd om alternatieven te zoeken: afval beter scheiden en meer hergebruiken. Dat scheelt niet alleen CO₂uitstoot, maar ook geld. Minder restafval = lagere kosten = minder druk op de afvalstoffenheffing.
Producentenverantwoordelijkheid Steeds vaker moeten producenten niet alleen een product maken en verkopen, maar ook verantwoordelijkheid nemen voor wat er ná gebruik mee gebeurt. Dit systeem heet Uitgebreide Producentenverantwoordelijkheid (UPV). Producenten van bijvoorbeeld elektronica, auto’s, batterijen, textiel en verpakkingen zijn verplicht te zorgen dat hun producten na gebruik worden ingezameld en gerecycled. Daarmee schuift een deel van de verantwoordelijkheid en kosten van gemeenten naar de producenten zelf. Door de verantwoordelijkheid bij de producent te leggen, krijgen bedrijven een prikkel om producten te maken die beter herbruikbaar of recyclebaar zijn. Dat scheelt afval en voorkomt dat gemeenten en inwoners alle kosten moeten dragen. Voor deze afvalstroom betalen producenten nu al mee aan de inzameling en recycling. In de toekomst wordt dit systeem verder uitgebreid en krijgen gemeenten waarschijnlijk een vaste vergoeding voor het ingezamelde PBD. Dit kan helpen om de afvalstoffenheffing voor inwoners betaalbaar te houden. Producentenverantwoordelijkheid betekent dat niet alleen inwoners en gemeenten, maar ook bedrijven bijdragen aan een circulaire economie en lagere kosten.
Verbrandingsbelasting De Rijksoverheid heeft een speciale belasting ingevoerd op het verbranden van restafval. Dit betekent dat gemeenten geld moeten betalen voor elke ton afval die verbrand wordt. Een paar jaar geleden lag deze belasting rond de €13 per ton restafval. Inmiddels is dit bedrag gestegen naar ruim €39 per ton. De verbrandingsbelasting maakt op dit moment ongeveer één derde van de
Pagina | 9
totale verwerkingskosten van restafval uit. Hoe meer restafval er dus wordt aangeboden, hoe duurder het wordt voor de gemeente en indirect ook voor de inwoners. De belasting heeft twee doelen: 1.
Inkomsten voor de overheid – de belastingopbrengst komt ten goede aan de Rijkskas.
2.
Stimulans om beter te scheiden – door het verbranden van restafval duurder te maken, wil de overheid gemeenten en inwoners stimuleren om meer grondstoffen apart in te zamelen en minder te verbranden.
Zuiverheid grondstofstromen Bij het scheiden van afval gaat het niet alleen om hoeveel er gescheiden wordt, maar vooral om hoe schoon en zuiver de ingezamelde grondstoffen zijn. Afvalverwerkers geven aan dat de kwaliteit van sommige afvalstromen, vooral bij PBD (plastic, blik en drinkpakken), de laatste jaren is teruggelopen. Dat betekent dat er steeds vaker materiaal in zit dat er eigenlijk niet in thuishoort, zoals restafval of vervuilde verpakkingen. De zuiverheid van afvalstromen bepaalt of het materiaal echt kan worden hergebruikt. Vervuilde of verkeerd gescheiden stromen worden vaak afgekeurd. Die stromen tellen dan niet mee als gerecycled, maar worden alsnog verwerkt als restafval – tegen extra kosten en zonder vergoeding. Tot nu toe lag de nadruk vaak op het scheidingspercentage: hoeveel procent van het totale afval gescheiden wordt aangeboden. Maar een hoog scheidingspercentage zegt niet altijd iets over de mate waarin die stromen ook echt worden hergebruikt. Daarom verschuift de aandacht steeds meer van hoeveelheid scheiden naar kwaliteit van scheiden. Het gaat er uiteindelijk om dat grondstoffen opnieuw kunnen worden gebruikt en niet alsnog in de verbrandingsoven belanden. Schone stromen leveren grondstoffen op die goed te recyclen zijn.
Dit is niet alleen beter voor het milieu, maar ook voor de kosten: zuivere grondstoffen leveren geld op, vervuilde stromen kosten juist extra omdat ze als restafval verwerkt moeten worden.
ongeluk in een vuilniswagen of verbrandingsinstallatie terechtkomen, kunnen ze ontploffen. Dit levert gevaar op voor de inzamelmedewerkers en kan grote schade veroorzaken aan machines. Omdat de cilinders apart en veilig moeten worden ingezameld, brengen ze extra kosten met zich mee. Ook voor andere afvalstromen gelden steeds strengere verwerkingseisen. Denk aan textiel (dat schoon en droog moet zijn) of GFT (zonder plastic of ander restafval). Hoe strenger de eisen, hoe duurder en ingewikkelder de verwerking kan worden. Het is belangrijk dat gevaarlijke of speciale producten, zoals lachgascilinders, nooit in het gewone afval terechtkomen. Voor deze producten komen vaak aparte inleverpunten of inzamelacties. Ook bij andere stromen helpt het als inwoners goed opletten dat alleen het juiste afval in de container gaat.
Opbrengsten grondstoffen Niet al het afval kost alleen maar geld – sommige afvalstromen leveren juist opbrengsten op, mits ze schoon en goed gescheiden worden ingezameld. Grondstoffen zoals papier, karton, glas, metalen en kunststoffen hebben een marktwaarde. Als deze materialen van goede kwaliteit zijn, kunnen ze verkocht worden aan recyclingbedrijven die ze opnieuw gebruiken voor nieuwe producten. De prijzen voor grondstoffen worden bepaald door de wereldmarkt. Dat betekent dat de opbrengsten soms hoog zijn, maar in andere jaren flink kunnen dalen. Gemeenten hebben hier weinig invloed op. Hoe schoner de gescheiden grondstoffen, hoe groter de kans dat ze bruikbaar zijn en dus geld opleveren.
Lachgascilinders en extra verwerkingseisen De laatste jaren zijn lachgascilinders een groeiend probleem in de afvalinzameling. Steeds vaker worden deze cilinders aangetroffen bij het restafval of grofvuil. Lachgascilinders zijn onder druk gevuld. Wanneer ze per
Pagina | 10
Beloningskorting op restafval beëindigd (planperiode 2026–2029)
4) Systeemcomplexiteit en uitvoeringskosten
Sinds 2021 hanteert Teylingen een beloningskorting: wie het restafval minder vaak aanbiedt, krijgt korting op de afvalstoffenheffing. In dezelfde periode zijn óók andere maatregelen ingevoerd (kleinere 140L-restcontainer, lagere inzamelfrequentie rest 1×/3 weken, extra GFT-voorzieningen bij hoogbouw). De restafvalhoeveelheid daalde van 186 kg/inw in 2020 naar 105,5 kg/inw in 2024, waarmee Teylingen rond het gemiddelde van vergelijkbare gemeenten (hoogbouwklasse C) presteert. Het scheidingspercentage steeg van 62% (2020) naar 69% (2024).
De beloningskorting is complex, kent beperkte herkenning in de bevolking en levert geen aantoonbare meerprestatie ten opzichte van andere systemen. Bovendien was het uitgangspunt de beloningskorting tijdelijk te financieren. De opgave voor de komende jaren zit bij kwaliteit (zuiverheid) en serviceverbetering. De beloningskorting is daarom per 1-1-2026 afgeschaft. De vrijvallende middelen worden ingezet voor verbeterde voorlichting en om de stijging van de afvalstoffenheffing te dempen.
De beloningskorting vergt chip-/paspregistratie en administratieve afwikkeling per huishouden. De evaluatie beschrijft het chip-/pas-systeem en de jaarlijkse bijstelling van staffels (in 2024 verder aangescherpt). Minder systeemcomplexiteit maakt middelen vrij voor service en kwaliteit.
De evaluatie laat echter zien dat: 1) Resultaten zijn vergelijkbaar met gemeenten zónder beloningskorting De evaluatie vergelijkt Teylingen met gemeenten met (varianten van) diftar of servicedifferentiatie. Daaruit blijkt dat Teylingen met beloningskorting niet significant beter of slechter scoort op totaal afval per inwoner. Diftargemeenten behalen gemiddeld hogere scheidingspercentages en kennen minder snel stijgende kosten dan Teylingen (met beloningskorting). Daarmee ontbreekt een overtuigend prestatievoordeel van de korting. 2) Beperkt bewustzijn/gedragsimpact Uit het inwonersonderzoek: 20% weet niet of men korting heeft ontvangen (2023), 50% wel, 30% niet. Als een substantiële groep niet weet of/hoe er korting wordt verkregen, is de gedragsprikkel diffuus en de administratieve inspanning relatief groot. Het bewustzijnseffect is beperkt. 3) Meest urgente opgave: kwaliteit en preventie De winst zit in zuiverder scheiden en afvalvoorkoming. 72% van het fijne restafval bestaat nog uit herbruikbare grondstoffen (2022), met vooral GFT (35%), PBD (9%), OPK (8%) en textiel (5%) —de kernopgave ligt dus bij kwaliteit en preventie, niet bij extra financiële prikkels op rest.
Pagina | 11
Bijlage 1 – Totalen afvalcijfers Hoeveelheid per jaar in kilo per inwoner 2020
2021
2022
2023
2024
Grof restafval
23
25
21
25
20
Restafval
163
132
124
108
105.5
Totaal restafval
186
157
145
133
125.5
GFT
94
110
100
98
92
Oud papier en karton
39
41
46
37
31
Glas
29
22
26
22
24
Textiel
6
5
5
4
4
PBD
17
25
25
28
29
Totaal gescheiden grondstoffen
185
203
202
189
180
Totaal
371
360
347
322
305.5
Rekening
Rekening
Rekening
Rekening
Rekening
Rekening
Rekening
Rekening
2017
2018
2019
2020
2021
2022
2023
2024
Kosten inzameling
€ 1.976.553,13
€ 2.112.865,51
€ 2.483.888,81
€ 2.741.381,84
€ 2.603.962,97
€ 2.696.005,39
€ 3.320.263,00
€ 3.557.648,00
HLT-bijdrage afval
€ 571.652,06
€ 444.000,00
€ 559.734,45
€ 571.652,06
€ 481.239,82
€ 472.332,00
€ 587.416,00
€ 596.525,00
Overhead
€ 444.000,00
€ 573.698,93
€ 434.743,64
€ 423.153,90
€ 373.287,90
€ 381.920,11
€ 445.996,76
€ 549.698,93
BTW
€ 498.154,62
€ 552.521,52
€ 618.801,45
€ 537.000,00
€ 755.150,33
€ 765.426,24
€ 892.488,40
€ 950.861,56
Perceptiekosten
€ 83.338,02
€ 77.050,56
€ 77.050,56
€ 142.915,00
€ 142.915,00
€ 140.264,84
Straatvegen
€ 113.600,96
€ 105.131,67
€ 126.523,01
€ 138.434,00
€ 218.308,46
€ 195.089,05
€ 199.075,12
€ 224.096,74
Afschrijvingen
€ 298.790,18
€ 262.033,32
€ 259.211,00
€ 223.403,53
€ 149.527,71
€ 141.195,60
€ 143.191,00
€ 149.643,00
Rente
€ -
€ 63.973,78
€ 74.123,00
€ 79.742,00
€ 39.500,00
€ 55.237,30
€ 22.144,57
Kwijtschelding
€ 103.683,95
€ 110.867,29
€ 103.213,86
€ 102.114,44
€ 99.488,89
€ 110.464,25
€ 127.713,42
Tractie
€ 91.026,34
€ 96.259,60
€ 89.128,32
€ 86.752,27
Overige kosten
€ 10.378,31
€ 10.000,00
Totaal
€ 4.191.177,58
€ 4.408.402,17
€ 4.957.934,78
€ 5.738.288,27
€ 3.257,60 € 5.046.549,03
€ 4.866.638,68
€ 160.337,48
2017
2018
2019
2020
Beloningskorting
2021
2022
2023
2024
€ 379.895,28
€ 359.118,12
€ 280.254,00
€ 316.889,00
Afvalstoffenheffi ng
€ 4.262.362,29
€ 3.958.835,53
€ 4.037.769,30
€ 4.099.681,54
€ 3.957.796,92
€ 4.049.369,38
€ 5.024.929,00
€ 6.373.910,00
Overige inkomsten
€ 282.459,43
€ 475.023,52
€ 462.491,35
€ 273.230,14
€ 281.720,09
€ 250.076,15
€ 460.028,00
€ 464.510,00
Totaal
€ 4.544.821,72
€ 4.433.859,05
€ 4.500.260,65
€ 4.372.911,68
€ 3.859.621,73
€ 3.940.327,41
€ 5.204.703,00
€ 6.521.531,00
Resultaat exploitatie
€ 4.544.821,72
€ 25.456,88
€ 326.157,45
€ 673.637,35
€ 1.007.016,95
€ 1.017.607,37
€ 533.585,27
€ 332.720,29
Bijlage 2 – Wijze van inzameling Dienstverlening 2024
Hoogbouw
Laagbouw
Restafval
Verzamelcontainers met toegangspas, beloningskorting
Verzamelcontainers met toegangspas, beloningskorting
Groente-, fruit- en tuinafval
Semi-ondergrondse verzamelcontainers
Minicontainer 140 L met chip, ophaalfrequentie is eenmaal per 2 weken
Plastic-, blik- en drankkartons
Zakken, ophaalfrequentie is eenmaal per 2 weken
Minicontainer 180 L met chip of zakken, ophaalfrequentie is eenmaal per 2 weken
Oud papier en karton
Verzamelcontainers op centrale locaties
Glas
Ondergrondse containers
Textiel
Ondergrondse containers
Luiers en incontinentiematerialen
Niet gescheiden ingezameld.
Grof huishoudelijk afval
Brengen naar milieustraat. Op afroep en tegen kosten (€ 45,-) aan huis opgehaald.
Bijlage 3 Kortingstabel 2025