250417 Initiatiefvoorstel Wijziging referendumverordening Teylingen FVD
Tekst van het document
INITIATIEFVOORSTEL (artikel 29 RvO) (Initiatiefvoorstellen worden via de griffie digitaal ingediend bij de voorzitter. Het voorstel wordt z.s.m. naar het college doorgestuurd. Het college krijgt 30 dagen de gelegenheid wensen en bedenkingen mee te geven. De initiatiefnemer kan naar aanleiding hiervan het voorstel aanpassen. Vervolgens wordt het onderwerp op de eerstvolgende agenda van de raad geplaatst, tenzij de raad van oordeel is dat eerst behandeling in een raadscommissie gewenst is)
Van (naam raadslid)
Milan Schenk (Forum voor Democratie)
Aan
De voorzitter
Onderwerp:
Wijziging referendumverordening Teylingen
Ingediend d.d.
17-04-2025
Datum doorgezonden aan college/overige raadsleden door griffie:
Inhoud initiatief voorstel
Inleiding In Voorhout onderzoekt de gemeente Teylingen momenteel de mogelijkheid om een opvanglocatie voor 80 Alleenstaande Minderjarige Vreemdelingen (AMV’ers) te realiseren op de vrachtwagenparkeerplaats aan de Teylingerdreef. De gemeenteraad zal naar verwachting eind 2025 een besluit nemen over deze opvanglocatie, via een procedure voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Dit plan heeft grote gevolgen voor de leefomgeving van de inwoners van Voorhout en in bredere zin de gemeente Teylingen. Toch is het op dit moment juridisch onmogelijk voor inwoners om hierover een referendum aan te vragen. De huidige referendumverordening sluit ruimtelijke besluiten zoals bestemmingsplannen en BOPA’s uit van de mogelijkheid tot een volksraadpleging. Forum voor Democratie vindt dit onaanvaardbaar. Inwoners moeten zich kunnen uitspreken over ingrijpende plannen in hun directe leefomgeving. Daarom stelt FVD Teylingen met dit initiatiefvoorstel voor om de referendumverordening aan te passen. Concreet: artikel 3, lid l wordt geschrapt, zodat inwoners wél een referendum kunnen aanvragen over dit soort besluiten — waaronder de komst van het AZC. Het voorstel biedt inwoners geen automatisch referendum, maar het recht om er zelf één te initiëren. Daarmee herstellen we een fundamenteel democratisch principe: bij grote veranderingen in hun leefomgeving moet het volk kunnen spreken.
Verdere toelichting Dit initiatiefvoorstel beoogt de democratische zeggenschap van inwoners van Teylingen te versterken door het mogelijk te maken dat zij, via de bestaande procedure van het raadgevend referendum, hun stem kunnen laten horen over ruimtelijke besluiten zoals de vestiging van een asielzoekerscentrum (AZC). Aanleiding voor dit voorstel is het traject rondom de mogelijke komst van een opvanglocatie voor 80 AMV’ers aan de Teylingerdreef (vrachtwagenparkeerplaats) in Voorhout. Zoals bekend wordt dit mogelijk gemaakt door een besluit tot het verlenen van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA), waarover de gemeenteraad naar verwachting eind 2025 een beslissing neemt. Volgens de huidige referendumverordening is het houden van een referendum over dat besluit niet toegestaan.
Het schrappen van de uitzonderingsgrond in artikel 3, lid l, maakt het voortaan mogelijk dat inwoners in zulke situaties zelf het initiatief kunnen nemen om een referendum aan te vragen. Daarmee wordt de rol van inwoners versterkt bij besluiten met grote impact op hun directe leefomgeving. Daarnaast wordt een technische correctie doorgevoerd in de naam van de verordening: "raadplegend" wordt vervangen door "raadgevend". De verordening blijft verder ongewijzigd. De drempels, termijnen en voorwaarden voor het aanvragen van een referendum blijven hetzelfde. Dit voorstel biedt de raad de kans om op principiële wijze uit te spreken dat de burger ook bij gevoelige ruimtelijke besluiten de mogelijkheid moet hebben om zijn stem te laten horen. Raadgevende referendumverordening Teylingen Hieronder is te zien hoe de gewijzigde referendumverordening eruit komt te zien. In plaats van ‘raadplegend’ gaat het om ‘raadgevend’ en het oorspronkelijke lid l onder artikel 3, te weten ‘besluiten tot vaststelling, wijziging of intrekking van bestemmingsplannen, projectbesluiten of voorbereidingsbesluiten’, is geschrapt. Het oorspronkelijke lid m wordt lid l en het oorspronkelijke lid n wordt lid m. Artikel 1 – Begripsbepalingen In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a.
referendum: een raadgevend volksstemming waarbij de kiesgerechtigden zich uitspreken over een door de raad te nemen besluit; b. kiesgerechtigden: diegenen die op de drieënveertigste dag voorafgaande aan de dag waarop het referendum wordt gehouden overeenkomstig artikel B3 Kieswet kiesgerechtigd zijn voor de verkiezing van de leden van de raad van de gemeente Teylingen; c. voorgenomen besluit: voorgenomen raadsuitspraak waarin het voornemen tot het nemen van een schriftelijke beslissing van de raad, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling, kenbaar wordt gemaakt; d. kiesgerechtigden binnen de kernen: de kiesgerechtigden binnen de grenzen van de voormalige gemeenten Voorhout, Sassenheim en Warmond zoals deze zijn opgenomen in de gemeentelijke basisregistratie personen van Teylingen. Artikel 2 – Toepassingsgebied Een referendum wordt gehouden onder de kiesgerechtigden van het hele grondgebied van de gemeente of de kiesgerechtigden binnen een kern. Artikel 3 – Uitzonderingen Een referendum kan niet worden gehouden over voorgenomen besluiten: a. over de rechtspositie van (gewezen) ambtsdragers en hun nabestaanden; b. over de vaststelling van de gemeentelijke begroting en de rekening; c. over het voor kennisgeving aannemen van notities en rapporten; d. in het kader van deze verordening; e.
waarvan de raad van mening is dat er andere dan bovengenoemde dringende redenen zijn om geen referendum te houden; f. inhoudende de vaststelling of wijziging van een verordening met betrekking tot de gemeentelijke belastingen, zoals bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet dan wel de intrekking daarvan; g. die op basis van de Inspraakverordening nog aan inspraak onderhevig zijn; h. als bedoeld in artikel 1, eerste en derde lid, 51, eerste en derde lid, 61, eerste en derde lid, 73, eerste en derde lid en 96 van de Wet gemeenschappelijke regelingen; i. als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder a, van de Wet algemene regels herindeling; j. tot delegatie van bevoegdheden van de gemeenteraad, als bedoeld in afdeling 10.1.2 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 156 van de Gemeentewet of beëindiging hiervan; k. besluiten op basis van de Wet voorkeursrecht gemeenten; l. besluiten die naar het oordeel van de raad hun grondslag vinden in een eerder genomen beslissing waarover een referendum is gehouden of kon worden gehouden; m. besluiten ter uitvoering van een besluit van het Rijk of de provincie waarbij de raad
geen beleidsvrijheid heeft; n. besluiten waarvan de inwerkingtreding of uitvoering niet kan worden uitgesteld vanwege de daarmee gemoeide spoedeisende gemeentelijke belangen. Artikel 4 – Inleidend verzoek 1. Minstens 2% van het totaal aantal van de kiesgerechtigden van de laatstgehouden verkiezing van de leden van de raad kunnen bij het college schriftelijk een inleidend verzoek indienen tot het houden van een referendum over een voorgenomen besluit. Indien een voorgenomen besluit één of meer bepaalde kern(en) betreft en dat als zodanig in het voorgenomen besluit expliciet is aangegeven, wordt voornoemd percentage gerelateerd aan het aantal kiesgerechtigden binnen deze kern(en). 2. Bij een voorgenomen besluit moet dit verzoek worden gedaan uiterlijk 3 dagen voor de raadsvergadering. 3. In het verzoek wordt aangegeven om welk te nemen raadsbesluit het gaat. Het verzoek gaat vergezeld van een handtekening van elke verzoeker, met een opgave van diens naam, adres, leeftijd en woonplaats. Het college kan voor het verzoek een modelformulier vaststellen. 4. De in het derde lid bedoelde persoonsgegevens zijn geplaatst op daartoe van gemeentewege verstrekte lijsten. 5. Het college onderzoekt na binnenkomst van een inleidend verzoek, of dit verzoek aan de hiervoor gestelde eisen voldoet. Het neemt hierover binnen 2 weken een besluit.
Het college kan zijn beslissing voor ten hoogste 2 weken verdagen. Artikel 5 – Steunverwerving en besluit definitief verzoek 1. Kiesgerechtigden kunnen bij de raad een definitief verzoek indienen voor het houden van een referendum binnen 4 weken na de dag waarop het college bekend heeft gemaakt dat het inleidend verzoek aan de gestelde eisen voldoet. 2. Dit verzoek moet worden ondersteund door ten minste 10% van het totaal aantal van de kiesgerechtigden van de laatstgehouden verkiezing van de leden van de raad. Indien een voorgenomen besluit één of meer bepaalde kern(en) betreft en dat als zodanig in het voorgenomen besluit expliciet is aangegeven, wordt voornoemd percentage gerelateerd aan het aantal kiesgerechtigden binnen deze kern(en). 3. Voor de vaststelling van het in het tweede lid bedoelde aantal worden de kiesgerechtigden die het inleidende verzoek hebben ondersteund, meegerekend. 4. In het verzoek wordt aangegeven om welk voorgenomen raadsbesluit het gaat. Het verzoek gaat vergezeld van een handtekening van elke verzoeker, met opgave van diens naam, adres, leeftijd en woonplaats. 5. De in het vierde lid genoemde persoonsgegevens zijn geplaatst op daartoe van gemeentewege verstrekte lijsten. 6.
Indien het verzoek voldoet aan de hiervoor gestelde eisen, neemt de raad uiterlijk binnen 6 weken na de dag van ontvangst van het definitieve verzoek een besluit over het houden van een referendum. Artikel 6 – Aanhouden beslissing 1. Wanneer de raad na een inleidend verzoek als genoemd in artikel 4 van mening is, dat over het voorgenomen besluit een referendum kan worden gehouden, dan wordt het betreffende raadsvoorstel op de gangbare wijze behandeld. 2. De stemming over het door de raad te nemen besluit zoals dat luidt na verwerking van de aanvaarde amendementen, wordt echter aangehouden tot de eerstvolgende vergadering na de dag waarop het referendum wordt gehouden, tenzij eerder negatief over de ontvankelijkheid van het (inleidende of het definitieve) verzoek wordt beslist. Artikel 7 – Datum 1. De raad stelt de dag vast waarop het referendum wordt gehouden, met dien verstande dat het referendum niet later plaatsvindt dan uiterlijk 3 maanden na de dag waarop het definitieve verzoek is ingewilligd, tenzij er binnen 6 maanden na de voornoemde dag een reguliere verkiezing is uitgeschreven, in welk geval het referendum op dezelfde dag van de verkiezing wordt gehouden. 2. Er kunnen meer referenda op dezelfde dag worden gehouden.
Artikel 8 – Vraagstelling 1. De raad stelt de vraagstelling en de antwoordcategorieën van het referendum vast. 2. De vraagstelling wordt weergegeven op de oproepingskaart. Artikel 9 – Advies en toezicht 1. De raad kan zich bij het vaststellen van de vraagstelling laten adviseren door een commissie van advies en toezicht. 2. De raad stelt deze commissie van advies en toezicht in en benoemt en ontslaat haar leden. Artikel 10 – Uitvoering Het college is belast met de uitvoering van het raadsbesluit tot het houden van een referendum. Het college regelt de bestuurlijke en ambtelijke coördinatie. Artikel 11 – Dekking De raad stelt, nadat is besloten tot het houden van een referendum, een budget beschikbaar voor voorlichting en organisatie van het referendum. Artikel 12 – De stemming 1. Stemgerechtigd zijn degenen die op de drieënveertigste dag vóór de dag waarop het referendum wordt gehouden, kiesgerechtigd zijn voor de verkiezing van de leden van de raad of, voorzover van toepassing, de stemgerechtigden per kern. 2. De bepalingen van de Kieswet zijn voor wat betreft de raadsverkiezingen voor zover nodig van overeenkomstige toepassing. Artikel 13 – Geldigheid van de uitslag 1. Het referendum wordt als geldig beschouwd indien 30% of meer van de kiesgerechtigden een stem heeft uitgebracht. 2.
De uitslag van het referendum wordt berekend op basis van de gewone meerderheid van het totaal aantal uitgebrachte stemmen. Artikel 14 – De beslissing van de raad In de eerstvolgende vergadering van de raad na de dag waarop het referendum wordt gehouden, vindt besluitvorming plaats over het aangehouden voorgenomen raadsbesluit dat aan het referendum is onderworpen. Artikel 15 – Strafsanctie Met hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie wordt gestraft degene die: a. stembiljetten, volmachtbewijzen of referendumkaarten namaakt of vervalst met het oogmerk deze als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken; b. stembiljetten, volmachtbewijzen of referendumkaarten die hij zelf heeft nagemaakt of vervalst of waarvan de valsheid of vervalsing hem, toen hij deze ontving, bekend was, opzettelijk als echt en onvervalst gebruikt of door anderen doet gebruiken, dan wel deze met het oogmerk om deze als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, in voorraad heeft; c. stembiljetten, volmachtbewijzen of referendumkaarten voorhanden heeft met het oogmerk deze wederrechtelijk te gebruiken of door anderen te doen gebruiken; d. als gemachtigde stemt voor een persoon, wetende dat deze is overleden.
Artikel 16 – Citeertitel Deze verordening kan worden aangehaald als: “Verordening op het raadgevend referendum Teylingen.”
Artikel 17 – Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag van de maand, volgend op de dag van de bekendmaking ervan en is niet van toepassing op raadsbesluiten die voor dat tijdstip zijn genomen.
Indien van toepassing: Datum reactie van college of burgemeester:
Indien van toepassing: Inhoud advies van college of burgemeester aan de gemeenteraad
De fractie van Forum voor Democratie, Overwegende, dat - De huidige "Raadplegende referendumverordening" (vastgesteld op 6 november 2008) referenda uitsluit over besluiten tot vaststelling, wijziging of intrekking van bestemmingsplannen, projectbesluiten of voorbereidingsbesluiten (artikel 3, lid l); - Deze bepaling daarmee ook uitsluit dat inwoners zich via een referendum kunnen uitspreken over besluiten tot verlening van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA), zoals voorgesteld bij de ontwikkeling van een mogelijke opvanglocatie voor 80 Alleenstaande Minderjarige Vreemdelingen (AMV'ers) aan de Teylingerdreef in Voorhout; - Het uitsluiten van referenda over ruimtelijke besluiten zoals BOPA's onwenselijk is, aangezien deze besluiten vaak een directe en ingrijpende impact hebben op de leefomgeving van inwoners; - Democratische betrokkenheid en draagvlak versterkt worden wanneer inwoners de mogelijkheid hebben om via een referendum hun stem te laten horen over gevoelige en grote ruimtelijke wijzigingen; - Het schrappen van deze uitzondering de deur opent voor referenda over toekomstige ingrijpende ruimtelijke ontwikkelingen, zonder dat daar nu al inhoudelijk op wordt vooruitgelopen; - De huidige naam van de verordening, "raadplegend referendum", onjuist is geformuleerd, aangezien het in werkelijkheid een raadgevend referendum betreft (waarbij enkel inwoners het
initiatief kunnen nemen); Stelt voor het volgende raadsbesluit te nemen:
RAADSBESLUIT De raad van de gemeente Teylingen besluit de Raadplegende referendumverordening als volgt te wijzigen: 1. 2.
In de Intitulé en in de titel wordt ‘raadplegende’ vervangen door ‘raadgevende’. In artikel 3 vervalt onderdeel l en worden de onderdelen m tot en met o geletterd l tot en met n.
Aldus besloten in de raad van ??-??-2025 De raad voornoemd,
de griffier
de voorzitter
Marjoleine van Egeraat
Carla G.J. Breuer
Bijlagen:
De huidige verordening: http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR72040
INITIATIEFVOORSTELLEN Inleiding Het is de taak van burgemeester en wethouders aan de raad de nodige voorstellente doen. Maar raadsleden kunnen ook zelf een voorstel voor een ontwerpverordening of ontwerpbesluit doen. Hiervoor is het recht van initiatief toegekend. Signalen uit de samenleving kunnen zo vertaald worden in concrete voorstellen voor gemeentelijk beleid. Of een initiatiefvoorstel mogelijk en wenselijk is, kan beoordeeld worden aan de hand van de volgende vragen: 1. Onderwerpskeuze Voorafgaande afweging door raadslid: - wil hij met het desbetreffende onderwerp worden geassocieerd? - heeft hij voldoende tijd, expertise en motivatie om de gehele procedure van een initiatiefvoorstel tot een goed einde te brengen? 2. Aard van het op te lossen probleem - welk probleem wil het raadslid aanpakken? (na globale vaststelling onderwerp preciezere probleemstelling formuleren; een complex/diffuus probleem tot hanteerbare proporties terugbrengen) 3. Wat kan de gemeente doen aan de oplossing van het probleem? Te onderscheiden deelvragen: - in hoeverre is de oplossing van het probleem “überhaupt” vatbaar voor beïnvloeding door de gemeente? - zo ja, ligt het dan op de weg van de gemeente op dit vlak stappen te ondernemen? 4.
Bestaat er ten aanzien van het onderwerp al gemeentelijk beleid of is er beleid in ontwikkeling? Zo ja: - kan er met het initiatiefvoorstel gesproken worden van toegevoegde waarde, gelet op het al bestaande of toekomstige gemeentelijke beleid, voldoende? 5. Alternatieven - is er niet een beter alternatief voorhanden (vooral indien het onderwerp primair een collegebevoegdheid betreft), zoals het indienen van een motie (bij de begroting, de voorjaarsnota, of een andere geschikte gelegenheid); - het opvoeren van het onderwerp als agendapunt voor een commissievergadering of een plenaire raadsvergadering, of het stellen van mondelinge dan wel schriftelijke vragen aan het college? Vereisten voor de indiening en behandeling (ontleend aan art. 147a Gemeentewet en art. 36 RvO) - een raadslid kan een voorstel voor een verordening of een ander voorstel ter behandeling in deraad indienen; - een initiatiefvoorstel moet schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend; - de voorzitter plaatst het voorstel op de agenda van de eerstvolgende vergadering, of, zo de schriftelijke oproep hiervoor reeds verzonden is, op die van de daaropvolgende vergadering (onverlet de raadsbevoegdheid tot o.a. toevoeging bij vaststelling van de agenda – art.
8, derde lid, RvO); - de behandeling van het voorstel vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende voorstellen en onderwerpen zijn behandeld, tenzij de raad oordeelt dat - het met het oog op de orde van de vergadering tezamen met een ander geagendeerd voorstel of onderwerp dient te worden behandeld; - het eerst dient te worden behandeld in een raadscommissie, - of voor advies naar het college dient te worden gezonden (in het laatste geval bepaalt de raad in welke vergadering het voorstel opnieuw geagendeerd wordt); - de raad kan voorwaarden stellen aan de indiening en behandeling van een voorstel, niet zijnde een voorstel voor een verordening.
Opstellen initiatiefvoorstel Door de diversiteit aan mogelijke oogmerken van het initiatiefvoorstel en de variërende vorm van onderdelen, leent het zich niet voor toepassing van een eenvormig model. Bij het opstellen van een dergelijk voorstel kunnen de volgende drie stappen worden onderscheiden: A. Wat moet er in het initiatiefvoorstel? Mogelijke opties: a. het voeren van een discussie over een bepaald probleem in de raad (mogelijk ook met burgers en maatschappelijke organisaties) - meer op het proces gericht; oplossingen hoeven slechts in voorlopige zin te worden genoemd en kunnen de uitkomst van de discussie zijn; dergelijke oplossingen kunnen eventueel voorwerp van een vervolgvoorstel zijn; b. uitgewerkte voorstellen voor inhoudelijke oplossingen, zoals: 1. gemeentelijke regelgeving; 2. feitelijk beleid (voor zover het raadsbevoegdheid betreft); 3. een verzoek aan het college t.a.v. de uitoefening van zijn bevoegdheden (in goede afweging met alternatieven: motie, vragen); 4. een combinatie van 1, 2 en 3. B. Andere praktische voorbereidingen Aandachtspunten: - eventuele inschakeling assistentie (intern of extern); - te volgen tactiek (wenselijkheid breed politiek draagvlak, of juist niet – profilering); - tijdschema (voor formele procedure en externe communicatie); - communicatie (persbericht, bericht op website, persconferentie). C.
Schrijven initiatiefvoorstel Een initiatiefvoorstel bestaat in het algemeen uit a. een ontwerp-besluit Het ontwerp-besluit, dat de kern van het initiatiefvoorstel vormt, bevat zowel inhoudelijke als procedurele deelbesluiten. De inhoudelijke besluiten betreffen een of meer van de eerder bij A.b genoemde onderwerpen: - regelgeving; - feitelijk (raads)beleid; - verzoeken aan het college. De procedurele aspecten betreffen: - de verdere tenuitvoerlegging van de besluiten (meestal opgedragen aan het college); - de datum van inwerkingtreding van de besluiten; - de eventuele evaluatie van de besluiten; - de eventuele datum van buitenwerkingtreding van de besluiten (horizonbepaling). De formulering van de bedoelde onderdelen moet nauwkeurig en duidelijk zijn, o.a. met het oog op de mogelijkheid tot amendering en de uitvoering van het besluit. De bedoelde eisen gelden in het bijzonder indien het initiatiefvoorstel gericht is op regelgeving: de vaststelling van een nieuwe verordening dan wel de wijziging of aanvulling van een bestaande verordening. Juist ook dan kan consultatie van de griffie en/of het inroepen van ondersteuning door de ambtelijke organisatie van belang zijn. Een bijzonder aandachtspunt bij initiatiefvoorstellen kan de verwerking van de lasten in de begroting vormen. Ook hierbij is deskundige hulp vaak onontbeerlijk. b. een toelichting De toelichting is vormvrij.
Bij een omvangrijker ontwerp-besluit kan naast een algemene toelichting een op afzonderlijke deelbesluiten gerichte, meer gedetailleerde (bijvoorbeeld artikelsgewijze) toelichting gewenst zijn. De toelichting moet de volgende vragen adequaat beantwoorden: - waarom is terzake gemeentelijk beleid nodig? - waarom is dit beleid nodig? - waarom zijn de regels in het voorstel zo geformuleerd (hoe helpen ze het gewenste doel naderbij te brengen)? c. een aanbiedingsbrief Ontwerp-besluit en toelichting worden de raad met een aanbiedingsbrief aangeboden. Voor wat de inhoud van deze aanbiedingsbrief betreft kan doorgaans worden volstaan met:
- een korte aanduiding van het hoe en waarom van het voorstel; - vermelding van enkele elementaire procedurele aspecten, in het bijzonder de data van behandeling door de raadscommissie(s) en de plenaire raad (in overleg met resp. de commissievoorzitter(s) en het presidium). De aanbiedingsbrief wordt door de indiener(s) ondertekend. Bron: “Initiatiefvoorstellen; wanneer en hoe?” (Vernieuwingsimpuls Dualisme en lokale democratie)