25.2 Getekend Businesscase gemeentelijke BV - Businesscase gemeentelijke BV
Tekst van het document
Behorend bij Raadsbesluit Doorontwikkeling Stiwa Teylingen Omzetting Stiwa in Sportbedrijf Teylingen Interim-griffier Cecile G.M. Bus Digitaal ondertekend door Cecile G.M. Bus op 20-12-2023
Sportbedrijf Teylingen bv: De Businesscase
Datum 9 november 2023 In opdracht van Gemeente Teylingen 1
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 1.2 1.3
Inleiding De uitwerking van de businesscase Indeling businesscase
Hoofdstuk 2 Werkpakket 2.1 2.2 2.3
Accommodaties Maatschappelijk ondernemerschap Accommodatiebeleid/(sport)beleidsinbreng
Hoofdstuk 3 Uitgangspunten en randvoorwaarden
4 4 4 5
6 6 7 8
9
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6
Exploitatie Kostenveranderende omstandigheden Eigendom en verhuur Gebruik algemeen Commerciële activiteiten Tarieven
9 9 10 10 10 10
3.7 3.8 3.9
Personeel Onderhoud en instandhouding Inventaris
10 11 11
Hoofdstuk 4 Juridische vormgeving Sportbedrijf Teylingen 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6
Waarom een BV? Rol gemeente (eigenaar, opdrachtgever en aandeelhouder) Rol bv (uitvoeringsorganisatie) Juridische vormgeving Verslaglegging en informatieverstrekking Procedure voor de oprichting van de bv
Hoofdstuk 5 Personeel en Organisatie 5.1 5.2
De werkorganisatie Personele formatie
Hoofdstuk 6 Bezetting en ontwikkelingen 6.1 6.2 6.3
Bezoek en gebruik 2023 Trends en ontwikkelingen Bezoek en bezetting 2024
Hoofdstuk 7 Financiën 7.1 7.2 7.3
Inleiding Tarieven Begroting 2024
12 12 12 14 17 19 20
21 21 22
23 23 24 27
29 29 29 31
Hoofdstuk 8 Vervolgstappen
32
8.1 8.2 8.3 8.4 8.5 8.6
32 32 32 33 33
Gemeente Aandeelhouder Stichting Directeur/bestuurder Eenmalige kosten Aandelenkapitaal
2
Bijlagen; 1.
Accounthouder
2. 3.
Profiel RVC Concept Statuten (Akte van Oprichting)
3
Hoofdstuk 1
Inleiding
1.1 Inleiding Op basis van een in 2020 uitgevoerde inventarisatie, analyse en vergelijking van de huidige situaties en de exploitaties van de binnensportaccommodaties in Hillegom, Teylingen en Lisse en op basis van een vergelijking van de verschillende beheervormen is vastgesteld dat voor de gemeente Teylingen de volgende opties mogelijk zijn: 1. 2. 3.
1 op 1 voortzetten huidige situatie en exploitatie door Stiwa Exploitatie en Beheer; Stiwa Exploitatie en Beheer omzetten in een gemeentelijke BV (“Sportbedrijf Teylingen bv”); Exploitatie aanbesteden.
De diverse beheervormen zijn vervolgens aan de hand van enkele kenmerken met elkaar vergeleken. Daaruit bleek dat er duidelijke verschillen tussen de beheervormen bestaan. Op basis daarvan is een duidelijk beeld ontstaan, namelijk dat zowel beheer en exploitatie door een door de gemeente opgerichte stichting of overheids-BV (“externe verzelfstandiging”) als exploitatie door een marktpartij (“privatisering”) passende beheervormen zijn voor de gemeentelijke binnensportaccommodaties. Externe verzelfstandiging scoort het hoogst omdat deze vorm meer dan andere beheervormen de mogelijkheid biedt van een goed evenwicht tussen gemeentelijke invloed en maatschappelijk rendement aan de ene kant en financieel rendement aan de andere kant. De gemeenten hechten het meeste waarde aan een grote mate van “gemeentelijke invloed en waarborging maatschappelijke functies” en dit is beter te borgen bij een exploitant die risicovrij kan ondernemen dan bij een exploitant die zelf het risico volledig moet dragen. (bron; Onderzoek beheer en exploitatie binnensportaccommodaties. Drijver en Partners 2020) Aanbevelingen Op basis van het voorgaande is voor de gemeente Teylingen de volgende aanbeveling gedaan: • Vorm, na nadere afstemming met de huidige exploitant, de lokale beheervorm om tot een gemeentelijke Sportbedrijf met als rechtsvorm de Besloten Vennootschap.
In de gemeenten Hillegom en Lisse is vooralsnog gekozen voor - een beperkte- contractverlenging met Sportfondsen. (ook hier gaat het om een lokale BV, alleen zijn de aandelen in handen van Sportfondsen). In het verlengde van deze aanbeveling is besloten een businesscase inclusief nieuwe (concept) overeenkomsten op te stellen voor Sportbedrijf in Teylingen in de vorm van een gemeentelijke bv. In hoofdstuk vier wordt nogmaals beargumenteerd waar om de omzetting naar een BV In Teylingen de voorkeur geniet boven het voortzetten van de afspraken met de huidige Stichting.
1.2 De uitwerking van de businesscase Voor u ligt de rapportage “Sportbedrijf Teylingen bv; de businesscase” Deze rapportage legt de basis voor en definitief besluit om te kiezen voor de oprichting van Sportbedrijf Teylingen BV. Voor een succesvol Sportbedrijf gelden de volgende algemene uitgangspunten: • De gewenste beleidsinvloed van de gemeente wordt onder meer via de contractvorming en het aandeelhouderschap gewaarborgd. De opdrachtgeversrol van de gemeente bestaat uit het bepalen van het gemeentelijke (sport) beleid en het controleren van de uitvoering daarvan door het Sportbedrijf. De
4
gemeente sluit een meerjarige overeenkomst af voor het werkpakket met het Sportbedrijf; waaraan prestatie-eisen worden gekoppeld; • Het Sportbedrijf opereert marktgericht binnen door de gemeente vastgestelde (maatschappelijke) kaders; (de opdracht aan het Sportbedrijf; zie paragraaf 2.1.); • Het Sportbedrijf krijgt voldoende beleidsvrijheid om zich als maatschappelijk ondernemer te kunnen ontplooien en (commerciële) activiteiten te ontwikkelen die passen binnen de opdracht van het Sportbedrijf; • Het Sportbedrijf krijgt binnen de financiële kaders de ruimte voor vergroting van het aanbod, innovatie en productontwikkeling; • Er wordt zo mogelijk een financiële reserve opgebouwd (dan wel de mogelijkheid geboden) in de vorm van een egalisatiereserve om tegenvallers in de exploitatie te kunnen opvangen; • Ter voorbereiding van de oprichting wordt het meerjaren onderhoudsplan voor de gemeentelijke (sport)accommodaties geactualiseerd; • De gemeente is eigenaar van de accommodaties en verhuurt deze aan het Sportbedrijf. In de voorliggende businesscase zijn deze uitgangspunten verwerkt. Directie en bestuur van STIWA hebben bijgedragen aan – en staan achter- deze businesscase.
1.3 Indeling businesscase De businesscase is als volgt opgebouwd: • Hoofdstuk2 schetst het werkpakket van het Sportbedrijf; • Hoofdstuk 3 verwoord de uitgangspunten en randvoorwaarden voor de exploitatie opgenomen; • Hoofdstuk 4 schetst de juridische vormgeving van het Sportbedrijf; • Hoofdstuk 5 bevat de personele vormgeving van het Sportbedrijf; • Hoofdstuk 6 bevat de exploitatiebegroting van het Sportbedrijf; • In hoofdstuk 7 zijn risico’s, voor- en nadelen voor de gemeente beschreven; • In hoofdstuk 8 tot slot, zijn de vervolgstappen uiteengezet.
5
Hoofdstuk 2
Werkpakket
2.1 Accommodaties Stichting Wasbeek Exploitatie & Beheer (Stiwa Exploitatie en Beheer) beheert en exploiteert in de gemeente Teylingen een zwembad, vier sporthallen, twee sportzalen en één gymzaal. Accommodatie
Plaats
Bouw-
Afmeting
jaar
Zaal-
Horeca
Tribune
Overige
delen
Teylingen Sportcentrum Wasbeek:
Sassenheim
X
- Zwembad
Sassenheim
1992
- Sporthal
Sassenheim
1977
48 x 28
3
Multifunctionele ruimte (BSO)
nvt
- Sportzaal
Sassenheim
1992
28 x 16
1
Sporthal De Tulp
Voorhout
2006
48 x 31
2
Sporthal De Korf
Sassenheim
2009
44 x 24
3
Sporthal De Geest
Warmond
1995
43 x 23
2
Sportzaal De Schans
Voorhout
2003
30 x 24
1
Gymzaal Het Cluster
Voorhout
2001
20 x 12
1
X (240p.) X
X (510p.)
Ontvangstruimte
X (402p.) X
Vergaderruimte Vergaderruimte
6
2.2 Maatschappelijk ondernemerschap Het Sportbedrijf kan invulling geven aan het- ontwikkelen van - maatschappelijk ondernemerschap. Dit is als volgt te verwoorden; “Het stimuleren van vitaliteit door sport & bewegen om inwoners van de gemeente Teylingen in beweging te krijgen en te houden.” Dit betekent ook het aanbieden en verder ontwikkelen van een optimaal programma-aanbod, afgestemd op de specifieke wensen binnen de samenleving, waardoor nieuwe doelgroepen worden geworven en de bezettingsgraad van de sportaccommodaties wordt vergroot. De opdracht aan het Sportbedrijf is door de gemeente als volgt geformuleerd: 1. De bv wordt verantwoordelijk voor het beheer en de exploitatie van de in de inleiding genoemde accommodaties en eventueel andere maatschappelijke voorzieningen; 2. Opgedragen taken moeten worden uitgevoerd binnen de budgettaire kaders, met daarbij ondernemersruimte voor het Sportbedrijf (maatschappelijk ondernemerschap); 3. Het door de bv uitvoeren/nakomen van de opdracht/prestatieafspraken zoals die zijn opgesteld. Met die prestatieafspraken wenst de gemeente te sturen op het realiseren van doelstellingen zoals die voor een bepaalde periode zijn geformuleerd; 4. De bv is voor de gemeente en de gebruikers van de accommodaties zowel adviseur als aanspreekpunt.
De ‘kernactiviteiten’ van “Sportbedrijf Teylingen” zijn: • Het in stand houden en bevorderen van een zo breed en betaalbaar mogelijk aanbod van sportvoorzieningen voor de gebruikers; • Het stimuleren van het gebruik van de sportvoorzieningen en het realiseren van een efficiënte en doelmatige bezetting; • Het vergroten van de uitstraling, aantrekkingskracht en attractiviteit van de gemeente door middel van een efficiënte en kwalitatief hoogwaardige uitvoering van de exploitatie en het sportbeleid; Ambities; • Het -op termijn-ontwikkelen en uitvoeren van nieuwe activiteiten en samenwerkingen binnen het sociaal domein;( voor zover passend binnen de opdracht) ;( bijv. sportstimulering) • Openstaan voor het toevoegen van andere maatschappelijke sport- en/of culturele accommodaties; • Het gevraagd en ongevraagd kunnen adviseren van de gemeenten inzake het te voeren sport(accommodatie)beleid, in overleg met de lokale Sportraad. In de volgende fase worden deze aspecten in de huur-, exploitatieovereenkomst en prestatieafspraken vertaald.
7
2.3 Accommodatiebeleid/(sport)beleidsinbreng De (sport)beleidstaken blijven behouden aan de gemeentelijke organisatie, zoals: • Subsidiebeleid van sport-/welzijnsverenigingen en -organisaties; • Sportbeleid en gerelateerd gezondheids- en preventiebeleid; • Accommodatiebeleid. Tussen de gemeente in haar rol als opdrachtgever en de bv vindt regelmatig afstemming plaats over het gemeentelijk (sport)beleid en de mogelijke consequenties voor de beheer- en exploitatietaken. Het Sportbedrijf heeft naast haar exploitatietaken ook de ambitie om een adviserende rol te hebben. Het doet dan voorstellen aan de gemeente over beleidsmatige aspecten van de bedrijfsvoering en de bestaande accommodaties. Het Sportbedrijf heeft tweemaal per jaar gestructureerd overleg met haar gebruikers om ook hun wensen en ideeën bij deze adviesrol te betrekken. Waar mogelijk trekken Sportbedrijf, Sportraad en gebruikers hierin gezamenlijk op.
8
Hoofdstuk 3
Uitgangspunten en randvoorwaarden
3.1 Exploitatie •
•
De gemeente houdt regie op de uitvoering van het gemeentelijk (sport)beleid van de gemeentelijke accommodaties. Het (sport)beleid wordt verankerd binnen de gemeentelijke organisatie. (het vitaliteitsakkoord) Voor een eerste exploitatieperiode is een looptijd van 10 jaar passend. Na evaluatie in het 4e en 8e jaar kan de overeenkomst telkens voor 5 jaar worden verlengd. Bij deze evaluatie wordt ook de benodigde exploitatiebijdrage en de omvang van het ondernemingsvermogen betrokken.
•
De exploitatie van de sportvoorzieningen is niet kostendekkend. De gemeente betaalt het Sportbedrijf over de looptijd van de exploitatie jaarlijks een gelijke vaste exploitatiebijdrage op basis van de goedgekeurde meerjarenbegroting.
•
Deze bijdrage wordt jaarlijks geïndexeerd op basis van een samengesteld indexcijfer dat ook past binnen de gemeentelijke p&c- cyclus, rekening houden met de indexen van energie, lonen en alle huishoudens.
•
De gemeentelijke huur wordt jaarlijks geïndexeerd met de CPI “alle Huishoudens” peilmaand september.
•
Een exploitatieoverschot over een boekjaar wordt toegevoegd aan het ondernemingsvermogen. Dit is gemaximeerd tot een nader te bepalen bedrag om geen onnodig beslag te leggen op gemeenschapsgeld. Dit maximum moet wel voldoen aan de gangbare normen voor het beschikken over een ondernemersvermogen om de continuïteit te waarborgen. Een bedrag ter hoogte van 30% van de lasten - exclusief huur gemeente- waarborgt dit in voldoende mate. Bestedingen uit het Eigen Vermogen behoeven de goedkeuring van het college van B&W. Overschotten daarboven kunnen als dividend worden uitgekeerd aan de aandeelhouder. Exploitatieverliezen worden allereerst ten laste van de reserve gebracht, het meerdere komt ten laste van het eigen vermogen van de onderneming tot dit tot € 0,0 is gereduceerd. Indien het Eigen Vermogen naar dit niveau dreigt te dalen dient dit tijdig en -met redenen en maatregelen- aan de aandeelhouder te worden gemeld. Bij een eventueel nog verder resterend verlies kan de gemeente naar eigen inzicht overgaan tot additionele financiering. Deze financiering wordt zo mogelijk afgelost uit eventueel latere resultaten.
3.2 Kostenveranderende omstandigheden Onder kostenveranderende omstandigheden worden verstaan: omstandigheden die het Sportbedrijf niet kunnen worden toegerekend en tevens de kosten van exploitatie van de Accommodaties en uitvoering van de Activiteiten aanzienlijk verhogen dan wel verlagen, zoals bijvoorbeeld; o o o
Structurele veranderingen in de vraag; Veranderingen in de toestand van de Accommodaties; Wettelijke voorschriften en beschikkingen van overheidswege die na de datum van ondertekening van deze Overeenkomst in werking treden;
o Autonome kostenstijgingen die de indexering overstijgen. Indien Partijen gezamenlijk besluiten dat op dat moment sprake is van kostenveranderende omstandigheden, zullen zij bepalen of en indien nodig op welke wijze de Overeenkomsten worden aangepast.
9
3.3 Eigendom en verhuur •
•
•
De gemeente blijft eigenaar van de (sport)accommodaties. En worden verhuurd aan het Sportbedrijf tegen een kostprijs dekkende huur. tenzij de gemeente voor deze accommodaties een gemotiveerd en onderbouwd belangenbesluit neemt. In dat geval is een kostprijsdekkende huur niet persé noodzakelijk. Het Sportbedrijf verplicht zich te voldoen aan alle wettelijke voorschriften en regelgevingen, waaronder Drank- en Horecawet, APV, Arbowet en geldende CAO, Brandpreventieverordening, de zwemwaterwet, Wet Milieubeheer en de Warenwet. Het Sportbedrijf is verantwoordelijk voor hygiëne, veiligheid en toezicht. Voor de ingebruikgeving aan verenigingen en groepen wordt door het Sportbedrijf een reserveringsovereenkomst en gebruiksvoorwaarden opgesteld.
3.4 Gebruik algemeen •
De publieke (sport/cultuur) functie van de accommodaties vormt/vormen een basisvoorziening voor primair- de inwoners van de gemeente Teylingen, die hen gelegenheid biedt tot actieve en passieve sportbeoefening, educatie, ontspanning, bewegingsonderwijs en recreatiemogelijkheden in de meest brede zin van de betekenis.
•
Deze functies moeten voor de gemeenschap in stand worden gehouden conform de hiervoor met de gemeente overeengekomen voorwaarden
3.5 Commerciële activiteiten •
Het Sportbedrijf heeft - in overleg met de gemeente- de vrijheid commerciële activiteiten in de accommodaties te organiseren. In Voorhout mag als uitgangspunt in sporthal De Tulp in totaal vier dagen muziekactiviteiten worden georganiseerd. In Sassenheim mag in Sporthal Wasbeek per jaar één popconcert, één rommelmarkt en één kinderactiviteit worden georganiseerd. In Sporthal De Geest in Warmond, Sporthal De Schans in Voorhout en Sporthal De Korf in Sassenheim zijn (nog) geen evenementen toegewezen.
3.6 Tarieven De gemeente stelt de tarieven voor de (sport)verenigingen en sociaal maatschappelijke groeperingen en de wijze van indexering vast; Hieronder worden o.a. verstaan sportverenigingen, culturele verenigingen, stichtingen, de gemeente zelf en aan de gemeente gelieerde uitvoeringsorganisaties en ideële instellingen. Het Sportbedrijf is daarnaast vrij om de tarieven voor particulieren en derden marktconform vast te stellen.
3.7 Personeel Het Sportbedrijf is altijd verantwoordelijk voor voldoende, en in overeenstemming met de activiteit, gekwalificeerd toezichthoudend en/of instructie gevend personeel, in verband met de hygiëne en veiligheid van toezicht in de accommodaties. De organisatie dient een vertrouwenspersoon te hebben aangesteld en de medewerkers dienen in het bezit te zijn van een VOG. 10
Door de omzetting van Stichting naar BV verandert er niets aan de formatie of re rechtspositie van het personeel. Zij blijven in de private cao-zwembaden. (de gemeentelijke BV is ook een private onderneming ook al zijn de aandelen in handen van de gemeente.) Er mag ook geen sprake zijn van management- of directie-vergoedingen die de WNT-norm (Wet normering topinkomens) overschrijden.
3.8 Onderhoud en instandhouding • •
•
•
•
Huurder is volledig verantwoordelijk voor het dagelijks- ofwel huurdersonderhoud en voert dat voor eigen rekening en risico uit. In tegenstelling tot het gestelde in de Algemene Bepalingen van de ROZ-huurovereenkomst is de Huurder, in opdracht van en onder regie van de Verhuurder, ook verantwoordelijk voor de uitvoering van het groot- ofwel eigenarenonderhoud aan het Gehuurde. Leidraad bij de uitvoering van het groot onderhoud wordt gevormd door het door de huurder op te stellen en 4-jaarlijks te actualiseren Meerjarenonderhoudsplan (MJOP) van het Gehuurde. Het MJOP is gebaseerd op het Onderhoudsbeleidsplan dat uitgaan van de NEN 2767, conditieniveau 3 (redelijk niveau van onderhoud) Het Meerjarenonderhoudsplan wordt elke 4 jaar geactualiseerd door de huurder. De kosten daarvoor worden opgenomen in het Meerjarenonderhoudsplan. Het geactualiseerde Meerjarenonderhoudsplan treedt in de plaats van het tot dan vigerende Meerjarenonderhoudsplan. Huurder legt voor de uitvoering van het groot onderhoud, jaarlijks een uitvoeringsplan voor aan Verhuurder in het 4e kwartaal van het voorafgaande jaar. Prioritering van de uit te voeren werken wordt in overleg tussen Partijen bepaald. Dit uitvoeringsplan omvat tenminste het in het navolgende exploitatiejaar te verrichten onderhoud.
Eerst na verkregen instemming van Verhuurder draagt Huurder zorg voor uitvoering van de betreffende werkzaamheden. In de maand juni van het lopende jaar wordt het vigerende MJOP door Huurder en Verhuurder besproken ter voorbereiding op het volgende uitvoeringsplan en worden de jaarlijkse schouwresultaten gedeeld. Bij investeringen in duurzaamheidsmaatregelen wordt van tevoren vastgelegd of de daarmee gepaard gaande de kapitaallasten worden doorberekend aan het Sportbedrijf en aan wie de besparingen op energielasten te goede komen.
3.9 Inventaris •
Het Sportbedrijf zorgt voor onderhoud en vervanging van de sport inventaris. De gemeenten verstrekken hiertoe een vergoeding betreft de onderwijsinventaris (een vast deel van de klokuurvergoeding).
• •
De overige losse inventaris wordt door het Sportbedrijf zelf onderhouden en vervangen. Onderhoud en vervanging van de “spijkervaste” inventaris is onderdeel van het Meerjaren onderhoudsplan.
•
Bij de huurovereenkomst wordt een inventarislijst gevoegd van de sporttechnische inventaris.
11
Hoofdstuk 4
Juridische vormgeving Sportbedrijf Teylingen
4.1 Waarom een BV? Het oprichten van een gemeentelijke bv is een vorm van externe verzelfstandiging, waarbij een door de gemeente opgerichte zelfstandig rechtspersoon (stichting, of overheids-BV/-NV) verantwoordelijk is voor de exploitatie. Externe verzelfstandiging in de vorm van een gemeentelijke bv is niet aanbestedingsplichtig indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan; • • •
Er moet sprake zijn van toezicht op de rechtspersoon aan wie de opdracht wordt verstrekt als ware het een eigen dienst (het toezichtcriterium); tenminste 80% van de activiteiten van de rechtspersoon worden uitgeoefend in de vorm van taken die zijn toegewezen door de gemeente; Er mag geen sprake zijn van participatie van privékapitaal.
De rol van de gemeente bestaat uit het medebepalen van het algemene beleid en het controleren van de uitvoering daarvan door de exploitant. Ook houdt zij invloed op de maatschappelijke tarieven en de toegankelijkheid van de accommodaties. Deze rol past bij de rol van de gemeente zoals beschreven in de MAG (maatschappelijke agenda 2022); De gemeente wil als opdrachtgever sturen en regisseren en zorgen voor de uitvoering van haar wettelijke taken Door contracten en subsidies zorgt de gemeente ervoor dat beleidsvoornemens worden ‘vertaald’ naar de uitvoering bij aanbieders De bv-vorm heeft een aantal voordelen t.o.v. de stichtingsvorm: • Het onderbrengen van de exploitatie van gemeentelijke accommodaties bij een Stichting voldoet strikt genomen niet aan de voorwaarden van quasi-inbesteding. Met andere woorden, feitelijk is dat aanbestedingsplichtig. Een gemeentelijke BV voldoet wel aan die voorwaarden. •
•
• •
De aandelen in een vennootschap geven vermogens- en zeggenschapsrechten. De gemeente wordt aandeelhouder. Hiermee heeft de gemeente een aantal belangrijke bevoegdheden in handen die onder andere voorzien in grip op de bestuurlijke organisatie. Als aandeelhouder van de bv is de gemeente bestuurlijk betrokken bij de bv en heeft zij de regie. De gemeente heeft veel middelen in handen om belangrijke strategische en beleidsmatige besluiten door te voeren/ af te dwingen Een van de belangrijkste voordelen daarnaast is dat de BV een Raad van Commissarissen kent. De Raad van Commissarissen heeft tot taak toezicht te houden op het besturen door de Bestuurder en op de algemene gang van zaken in het Sportbedrijf als maatschappelijke onderneming en staat de Bestuurder met raad terzijde. De RVC houdt toezicht namens de aandeelhouder in casu de gemeente zelf. Een Stichting daarentegen is autonoom en de gemeente heeft -behoudens de subsidietoekenning- geen invloed op – of inzicht in- het reilen en zeilen van de Stichting. (zie ook paragraaf 4.3.1.) Bij de BV benoemt/schorst/ontslaat de aandeelhouder de bestuurder. Bij de Stichting heeft de gemeente hierover geen zeggingskracht. De onzekerheid van de stichtingsvorm in relatie tot de Btw-vrijstelling; Indien de btw-compensatie onverhoopt mocht vervallen dan kan een BV winstbeogendheid claimen en BTW -belast gaan exploiteren.
Een Stichting kan dat niet. (zie paragraaf 4.4.3)
12
•
doordat er tussen een stichting en de gemeente geen aandeelhoudersrelatie is, ontbreekt een directe juridische en financiële relatie. De stichting staat daardoor op grotere afstand van de gemeente dan een gemeentelijke BV. Gemeente en stichting zijn nevengeschikt. De praktijk laat zien dat na verloop van tijd stichting en gemeente zodanig uit elkaar kunnen groeien dat het gemeentelijk belang ondergeschikt raakt. (de Stichting is autonoom)
4.2 Rol gemeente (eigenaar, opdrachtgever en aandeelhouder) 4.2.1 Inleiding Van belang is dat de rolverdeling tussen de gemeente en de bv van meet af aan voor alle partijen helder is. De rol van de gemeente is die van eigenaar, beleidsbepaler en opdrachtgever en de rol van de bv is exploitant, uitvoerder van het beleid en opdrachtnemer. De gemeente is tevens de enig aandeelhouder van de bv. In het onderstaande schema zijn de diverse organisatorische rollen van de beide partijen naast elkaar gezet. Organisatorische rollen partijen
ROLLEN GEMEENTE
ROLLEN GEMEENTELIJKE BV
CONTRACT/DOCUMENT
HET BELEID
Opdrachtgever
<->
Opdrachtnemer
Exploitatieovereenkomst + prestatieafspraken
HET VASTGOED
Eigenaar/verhuurder
<->
Exploitant/Huurder
Huurovereenkomst
DE RECHTSVORM
Aandeelhouder
<->
Bestuur
Statuten rechtspersoon
In essentie is de gemeente de sturende partij (het ‘wat’). De bv voert uit (het ‘hoe’). Dit komt terug in alle rollen. Op beleidsniveau is de gemeente opdrachtgever en is de bv opdrachtnemer. Op het gebied van het vastgoed is de gemeente-eigenaar en daarmee verhuurder. De bv is exploitant en huurder.
4.2.2 Rollen gemeente De gemeente in haar rol als beleidsbepaler wenst blijvend invloed te hebben op de beschikbaarheid en betaalbaarheid van de accommodatie(s) voor haar inwoners. Dit betekent dat het beleid ten aanzien van de accommodatie(s) bij het gemeentebestuur blijft liggen. De opdracht aan het Sportbedrijf is het beleid op een professionele manier uit te voeren. Die professionaliteit komt tot uiting in goede beschikbaarheid van voorzieningen (zoals op de gewenste tijden, schoon, veilig, klant- en servicegericht) tegen zo laag mogelijke kosten. De gemeente treedt in een zakelijke verhouding op als opdrachtgever van het Sportbedrijf. Zij bepaalt welke prestaties het Sportbedrijf moet leveren (het ”wat”) Het opdrachtgeverschap wordt ingevuld vanuit het Domein Maatschappelijke Ontwikkeling met bij voorkeur de wethouder sport en accommodatiebeleid als opdrachtgever. Daarnaast vervult de gemeente de rol van aandeelhouder van de bv. In deze rol heeft de gemeente invloed op de strategische kaders en de ontwikkelingsrichting van de organisatie. Het aandeelhouderschap wordt ingevuld vanuit control en financiën met bij voorkeur de wethouder financiën in de rol van aandeelhouder. In de statuten
13
wordt de zeggenschap van de aandeelhouder beschreven. De hierover te maken afspraken passen in de P&C cyclus van de gemeente. Als eigenaar van de accommodaties bepaalt de gemeente wie welk onderhoud moet uitvoeren en op welk niveau en bijvoorbeeld welk gebruik er in de accommodatie(s) is toegestaan. Ook besluiten over uitbreidingen van het voorzieningenniveau en vervangingen (en de kosten daarvan) worden genomen door de gemeente.
4.2.3 Accounthouder In de praktijk blijkt steeds weer dat een gemeentelijke bv/uitvoeringsorganisatie één aanspreekpunt moet hebben binnen de gemeentelijke organisatie. Een rondgang bij meerdere gemeenten met sportbedrijven (Alkmaar, Heerhugowaard, Velsen, Beverwijk, Katwijk, Nunspeet, Noordwijk en Haarlem) geeft dit ook nadrukkelijk aan. Veel verantwoordelijkheden met betrekking tot de exploitatie van de gemeentelijke accommodaties zijn verdeeld. Veel, verschillende, gemeentelijke medewerkers, maar ook wethouders worden direct of indirect betrokken bij vragen en uitvoering. Daarom is het hebben van een actieve accounthouder als aanspreekpunt voor de uitvoeringsorganisatie belangrijk. Deze coördineert acties die voortvloeien vanuit de gemeentelijke rollen als aandeelhouder, eigenaar en opdrachtgever. In de meeste gevallen wordt deze functie gecombineerd met ofwel vastgoedtaken of beleidstaken. Een profiel van de accounthouder is opgenomen als bijlage 1 Bij de implementatie van het Sportbedrijf moet dit verder worden uitgewerkt.
14
4.3 Rol bv (uitvoeringsorganisatie) De bv bepaalt vervolgens op basis van het gemeentelijk beleid hoe de uitvoering gebeurt op de meest ondernemende en klantgerichte manier, maar binnen de vastgestelde (maatschappelijke en financiële) kaders. Tussen de gemeente en de bv wordt vastgelegd welke prestaties worden geleverd en welke doelstellingen moeten worden bereikt. De bv bepaalt in principe zelf op welke wijze zij deze prestaties vormgeeft en hoe de doelstellingen worden bereikt (het “hoe”). De bv adviseert de gemeente over wat zij nodig heeft om de doelstellingen te realiseren.
4.3.1 Bestuur en management Voor het inrichten van het bestuur van de bv zijn er drie mogelijkheden: het bestuur kan worden vorm gegeven door een raad van bestuur of een statutaire directie (een directeur-bestuurder), al dan niet met een toezichthoudende RvC. Raad van Bestuur-model Bij een raad van bestuur-model is er sprake van een (meestal meerhoofdig, vrijwillig) bestuur van de bv met daar onder een manager die in dienst is van de bv en in die hoedanigheid rekening en verantwoording aflegt aan het bestuur. De mate waarin taken en verantwoordelijkheden zijn belegd bij de manager kan variëren en wordt vastgelegd in een reglement. Bij een maximale mandatering door het bestuur aan de manager formuleert de manager het inhoudelijke en het zakelijk beleid en stelt het bestuur dat vervolgens vast. Dat is feitelijk de huidige situatie. Statutaire directie-model Bij het statutaire directie-model is sprake van één directeur-bestuurder. Deze is verantwoordelijk voor het beleid en de uitvoering daarvan. De statutair directeur is tevens werkgever en bestuurder van de vennootschap. De functie van directeur-bestuurder houdt in alles te doen en na te laten wat goed is voor de vennootschap, haar onderneming en de bij haar in dienst zijnde werknemers.
Statutaire directie-model met Raad van Commissarissen Wettelijk gezien moet een bv minimaal 2 organen bevatten: een aandeelhouder en een bestuur. In het Raad van Commissarissen-model (RvC) is sprake van een directeur-bestuurder. Deze is verantwoordelijk voor het beleid en de uitvoering daarvan. Een RvC houdt vervolgens toezicht op de bestuurder. In de statuten wordt in algemene zin vastgelegd welke besluiten goedkeuring vereisen van de RvC, of dat bepaalde andere besluiten uitsluitend aan de RvC zijn voorbehouden. De concrete uitwerking van mandaten en beperkingen vindt plaats door middel van een directiestatuut. Naast een toezichthoudende rol heeft de RvC tevens een adviserende rol. Daarmee fungeert zij als klankbord voor de bestuurder bij het ontwikkelen van beleid. De RvC bestaat uit drie tot maximaal vijf leden, en wordt benoemd door de aandeelhouder.
Schematisch:
Raad van bestuur-model
Statutaire directie-model
aandeelhouder
aandeelhouder
bestuur
directeurbestuurder
manager
15
Statutaire directie-model met RVC aandeelhouder RvC directeurbestuurder De meeste grotere sportbedrijven ontwikkelen door naar een RvC-model met een statutair directeur. Dat is in het kader van “good Governance” ook wenselijk. (borgen van de toezichthoudersrol) Ook voor Sportbedrijf Teylingen gaan wij uit van een statutair model met een Raad van Commissarissen. De belangrijkste redenen hiervoor is dat dit feitelijk een formalisering is van de huidige situatie waarbij het Stichtingsbestuur min of meer al een toezichthoudende rol heeft en de directeur ruime mandaten. Een statutair directeur is daarbij slagvaardiger een eenduidig in zijn handelen omdat hij als bestuurder tevens werkgever is. Een profiel van de RVC is bijgevoegd als bijlage 2.
Statutaire taken Bestuurder De vennootschap wordt bestuurd door een bestuurder. Bestuurders zijn natuurlijke personen. Bij de vervulling van zijn taak richt de bestuurder zich naar het belang van de vennootschap en de met haar verbonden onderneming. De bestuurder is gehouden de aanwijzingen van de algemene vergadering van aandeelhouders (AVA) op te volgen, tenzij de aanwijzingen in strijd zijn met het belang van de vennootschap en de met haar verbonden onderneming. Aan de voorafgaande goedkeuring van de algemene vergadering zijn onderworpen besluiten van het bestuur omtrent: • • • •
het huren, verhuren, verwerven, vervreemden of bezwaren van registergoederen; het bezwaren van roerende zaken; het vervreemden of bezwaren van vorderingen; het verbinden van de vennootschap of haar bezittingen voor schulden van derden voor borgtocht of anderszins;
•
het vestigen en opheffen van filialen en/of bijkantoren, het uitbreiden van de zaken met een nieuwe tak van bedrijf en het sluiten, anders dan tijdelijk, opheffen of overdragen (in genot) van de onderneming van de vennootschap of een deel daarvan;
•
het deelnemen in of het aanvaarden of afstand doen van het beheer over andere ondernemingen, het overdragen of liquideren van bedoelde deelnemingen;
•
het aangaan van kredietovereenkomsten.
De algemene vergadering (AVA)kan in zijn daartoe strekkend besluit duidelijk te omschrijven andere besluiten van de bestuurder aan zijn voorafgaande goedkeuring onderwerpen. De algemene vergadering deelt een dergelijk besluit onverwijld schriftelijk aan de bestuurder.
Statutaire taken RVC De Raad van Commissarissen heeft tot taak toezicht te houden op het besturen door de Bestuurder en op de algemene gang van zaken in het Sportbedrijf als maatschappelijke onderneming en staat de Bestuurder met raad terzijde. De Raad van Commissarissen zorgt onder meer voor het doen van een voordracht aan de Algemene
16
Vergadering voor benoeming, evaluatie en ontslag van de Bestuurder en zorgt daarmee dat de organisatie is voorzien van een capabel bestuur. Over het algemeen ontvangen de commissarissen van Sportbedrijven met een vergelijkbare omvang een vrijwilligersvergoeding (gebruteerd omdat een BV deze vergoeding niet onbelast mag uitkeren) De Raad van Commissarissen stelt de beloning en de verdere (arbeids)voorwaarden van de Bestuurder vast. De beloning van de bestuurder zal niet in strijd zijn met hetgeen bepaald in de Wet normering— topinkomens of aanverwante of vergelijkbare regelgeving ten aanzien van — normering inkomens in de (semi-) publieke sector De Raad van Commissarissen houdt toezicht op ten minste: • de realisatie van de statutaire en andere doelstellingen van het Sportbedrijf; • de strategie en de risico’s verbonden aan de activiteiten van het Sportbedrijf; • de opzet en werking van de interne risicobeheersings- en controlesystemen; • de financiële verslaglegging; • de kwaliteit en veiligheid van de activiteiten; • de naleving van wet- en regelgeving; • de verhouding met belanghebbenden; • het op passende wijze uitvoering geven aan de maatschappelijke doelstelling en verantwoordelijkheid van het Sportbedrijf.
De Raad van Commissarissen bespreekt in ieder geval eenmaal per jaar de strategie en de voornaamste risico’s verbonden aan het Sportbedrijf, de uitkomsten van de beoordeling door de Bestuurder van de opzet en werking van de interne risicobeheersings- en controlesystemen alsmede eventuele significante wijzigingen daarin. De wijze waarop de bestuurder deze informatie aanlevert wordt vastgelegd in de Administratieve procedures. Ook de accountant ziet toe op de compleetheid en concreetheid van deze informatie. Van het houden van deze besprekingen wordt melding gemaakt in het jaarverslag van de Raad van Commissarissen. Governance code Corporate Governance houdt in dat er een behoorlijk ondernemingsbestuur binnen een onderneming moet plaatsvinden. Een onderneming moet goed, efficiënt en verantwoord worden geleid en moet over het gevoerde beleid verantwoording afleggen richting belanghebbenden, waaronder de eigenaren (aandeelhouders), werknemers, afnemers en de samenleving als geheel. Een Governance-code beoogt de belangen van belanghebbenden te vertalen in beleid. Over de uitkomsten en toekomstverwachtingen van dat beleid wordt door de bestuurder gerapporteerd naar de Raad van Commissarissen en naar de Algemene Vergadering van Aandeelhouders (AVA). Toepassing van de code zorgt dan ook voor een onderscheid tussen taken en bevoegdheden van bestuur of raad van commissarissen.
Naast de bestuurders en toezichthouders die baat hebben bij Corporate Governance, hebben ook betrokkenen zoals onder andere overheden, fondsen en sponsors er profijt bij vanuit het idee dat een goed functionerend bestuur of Raad van Commissarissen bijdraagt aan betere resultaten. De bestuurders en commissarissen zijn gehouden deze Governance-code toe te passen bij de uitvoering van de werkzaamheden. Na oprichting van Sportbedrijf Teylingen BV zullen de bestuurder en de RVC gezamenlijk een Governance-code opstellen en vaststellen.
17
4.4 Juridische vormgeving 4.4.1 De statuten De gemeentelijke invloed wordt in de statuten vastgelegd door zeggenschap op de navolgende onderdelen: • Vaststelling en/of wijziging van het strategisch plan van de bv; • Vaststelling begroting en jaarrekening; • Winstbestemming; • Benoeming, ontslag en vergoedingen bestuur; • Statutenwijziging. In paragraaf 4.5 worden diverse tussentijdse afstemmomenten beschreven. Deze worden later is samenspraak met de accounthouder concreet ingepland. Een voorbeeld van statuten is bijgevoegd als bijlage 3
4.4.2 Overeenkomsten Na besluitvorming over de oprichting van Sportbedrijf Teylingen bv zullen de exploitatieovereenkomst en de huurovereenkomst worden opgesteld waarin de uitgangspunten en randvoorwaarden zoals in deze businesscase zijn benoemd worden verwerkt (hoofdstuk 3 en par. 4.5). Exploitatieovereenkomst In deze overeenkomst worden alle exploitatieafspraken en mandaten voor het Sportbedrijf geregeld. Hierbij moet onder andere worden gedacht aan: • • • • • • • • • •
Exploitatieverplichtingen; Maatschappelijke verplichtingen (prestatieafspraken); Contractafspraken/vrijheidsgraden; Weerstandsvermogen; Indexering; Gebruik algemeen; Commerciële verhuur/activiteiten; Tarieven; Verslaglegging en informatieverstrekking; Overige voorwaarden.
Deze uitgangspunten en randvoorwaarden zoals opgenomen in hoofdstuk drie van deze rapportage worden in de overeenkomsten verwerkt. Belangrijke uitgangspunten zijn in elk geval de gemeentelijke regiefunctie, de gemeentelijke invloed, flexibiliteit, doelmatigheid en transparantie.
Huurovereenkomst De accommodaties worden door het Sportbedrijf gehuurd van de gemeente. In de huurovereenkomst worden de verhuurders- en huurdersverplichtingen bepaald en de wederzijdse onderhoudsafspraken. Het ROZ-model voor kantoor en andere bedrijfsruimte in de zin van artikel 7:230a BW dient hiervoor als uitgangspunt. Het Sportbedrijf is/wordt verantwoordelijk voor de - eventuele- onderverhuur van de ruimten aan (vaste) huurders.
18
4.4.3 Btw betreffende de exploitatie Tot en met 2018 was op sportactiviteiten het btw-regime “geven van gelegenheid tot sportbeoefening” van toepassing. Dit betekent dat over de verhuur van de sportaccommodaties 6% btw (inmiddels 9%) in rekening werd gebracht en aan de fiscus afgedragen. Daar staat tegenover dat over de kosten 21% btw kon worden verrekend. (Uitgezonderd onderwijsgebruik, deze is vrijgesteld van btw.) Per 1 januari 2019 is het Sportbesluit aangaande de btw op sportaccommodaties verregaand aangepast. Dat heeft ertoe geleid dat de ter beschikkingstelling van sportaccommodaties door gemeenten vrijgesteld is van btw. De verruiming van de btw-vrijstelling is niet van toepassing voor ondernemingen met winstoogmerk. De wijzigingen in het btw Sportbesluit betekende een financieel nadeel voor de exploitatie van sportvoorzieningen omdat de btw niet meer verrekend kon worden. Ter compensatie zijn vanuit het ministerie van VWS een subsidieregeling in het leven geroepen: de specifieke uitkering voor gemeenten (SPUK-sport). De op te richten bv voldoet aan de criteria om in aanmerking te komen voor de SPUK-regeling. Het Sportbedrijf vraagt de SPUK via de gemeente aan die de gecompenseerde BTW aan het Sportbedrijf uitkeert. Na afloop van het boekhaar legt het sportbedrijf verantwoording af over de daadwerkelijk bestede gelden op basis van de jaarrekening.
Eind 2023 wordt de SPUK-regeling geëvalueerd en besloten of -en zo ja op welke wijze- de regeling zal worden voortgezet. In elk geval zal de btw-compensatie ook in de exploitatieovereenkomst worden geregeld, als de SPUK-regeling toch mocht komen te vervallen. Dan kan ervoor worden gekozen om voor de bv winstbeogendheid aan te vragen waardoor de BTW toch kan worden verrekend.
19
4.5 Verslaglegging en informatieverstrekking Het Sportbedrijf dient de gemeente jaarlijks in ieder geval de volgende informatie te verstrekken: • Een jaarrekening met een (goedkeurende) controleverklaring, inclusief een exploitatierekening. • Een jaarverslag dat inzicht geeft in het maatschappelijke rendement van de accommodaties en met daarin de balans, staat van baten en lasten, toelichting op de balans en op de staat van baten en lasten en de ontwikkeling van het eigen vermogen. Het jaarverslag beschrijft daarnaast hetgeen zich in het verslagjaar beleidsinhoudelijk en op het vlak van bedrijfsvoering heeft afgespeeld. De gerealiseerde prestatieafspraken worden jaarlijks getoetst, mede op basis van de gemeentelijke maatschappelijke agenda. • Een jaarlijkse onderhoudsstaat met de uitgevoerde onderhoudswerkzaamheden. Overige informatievoorziening; • Het Sportbedrijf overlegt een Verlies- en Winstrekening per kwartaal aan de gemeente, voorzien van toelichting en eventueel te nemen maatregelen. • Het Sportbedrijf zal in dat kader 2 maal per jaar maar vaker als de gemeente daar aanleiding toe ziet, bestuurlijk overleg organiseren met de gemeente over relevante bedrijfs- en beleidsontwikkelingen en beleidsvoornemens, duurzaamheidsmaatregelen en maatschappelijk relevante ontwikkelingen.
• Het Sportbedrijf dient een gebruikersoverlegstructuur in stand te houden en minimaal twee keer per jaar een overleg met de maatschappelijke gebruikers te voeren. Voor het gebruikersoverleg wordt ook de gemeente uitgenodigd. • Het Sportbedrijf dient de maatschappelijke gebruikers goed en tijdig op de hoogte te houden van activiteiten die invloed (kunnen) hebben op de activiteiten van de betreffende gebruikers, zoals onderhoud, door het Sportbedrijf georganiseerde activiteiten, enzovoorts. • Het Sportbedrijf houdt eenmaal per 2 jaar een Klanttevredenheidsonderzoek en legt de resultaten inclusief een verbeterplan aan de gemeente voor.
20
4.6 Procedure voor de oprichting van de bv 4.6.1 Oprichting bv Voor de oprichting van de bv moeten de volgende stappen te worden doorlopen: • Voorbereiding van een collegebesluit voor de oprichting van een vennootschap waaronder begrepen de (concept)statuten; • Raadsprocedure “wensen en bedenkingen” (ex artikel 160 lid 2 van de Gemeentewet) ten aanzien van het ontwerp-Collegebesluit; • Advies OR; • Definitief Collegebesluit; • Passeren statutenwijziging en aandeelhoudersregister via notaris; • Benoeming bestuur(der) door de aandeelhouder; • Inschrijving Kamer van Koophandel; * Besluitvorming conform Gemeentewet art. 160 Overeenkomstig Gemeentewet art. 160 is het college van B&W bevoegd te besluiten tot de oprichting van en deelnemen in de besloten vennootschap. Een dergelijk besluit wordt pas genomen nadat de raad een ontwerpbesluit is toegezonden en in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen. De raad kan dan besluiten om middels een amendement wensen en bedenkingen te uiten die B&W mee kunnen nemen. In dat geval wordt de besluitvorming veelal een hamerstuk. Fracties kunnen ook besluiten om een motie in te dienen die dan in de raad in stemming wordt gebracht
4.6.2 Eigen vermogen Stichting Het vermogen dat ten tijde van de omzetting van de Stichting naar de Vennootschap toebehoorde aan de Stichting, alsmede de vruchten van dat vermogen, zullen moeten worden besteed conform het doel van de Stichting, - het in opdracht van de gemeente beheren en exploiteren van maatschappelijke voorzieningen- een en ander binnen de kaders van de vigerende wet- en regelgeving en in de ruimste zin van het woord. Van het bepaalde in de vorige volzin kan slechts worden afgeweken met voorafgaande rechterlijke toestemming. Deze toestemming zal aan de rechtbank worden gevraagd na besluitvorming over de oprichting van de bv. Het eigen vermogen inclusief de 2 bestemmingsreserves (innovatie en ziekteverzuim) ligt in 2022 rond € 275.000, -(definitieve cijfers 2022 zijn nog niet bekend)
21
Hoofdstuk 5
Personeel en organisatie
5.1 De werkorganisatie De huidige werkorganisatie ziet er als volgt uit;
Bestuur
Algemeen Manager
Technische Dienst
Horeca en Sporthallen
Locatiemanager Zwembad
Administratie en Receptie
Zwemzaal
In de nieuwe situatie neemt de algemeen manager als directeur/bestuurder de plaats in van het bestuur en wordt de organisatie aangevuld met een RVC, Statutaire directie-model met RVC aandeelhouder RvC directeurbestuurder
De organisatie ondergaat vervolgens operationeel zo goed als geen veranderingen. Wel zullen bij de locatiemanager zwembad meer algemene managementtaken worden belegd en krijgen de overige middenkaderleden wat meer managementaken. Deze geleidelijke veranderingen brengen in principe geen extra kosten met zich mee.
22
5.2 Personele formatie 5.2.1 Formatie Onderstaand is de huidige contractuele personele formatie weergegeven.
Afdeling
Gemiddeld FTE
Administratie
2,97
Horeca
2,59
Directie
1,05
Receptie Sporthallen
0,89 6,55
Technische dienst
2
Zwembad
6,87
Locatiemanager zwembad
1,00
Totaal
23,92
•
Het aantal hierboven genoemde Fte’s zijn alleen de contracturen van de fulltimers en de parttimers. Daarnaast heeft het Sportbedrijf nog een aantal hulpkrachten die ingezet worden in de zwemzaal en de horeca (weekenden en vakanties). Globaal 3 Fte.
•
De formatie ten behoeve van de schoonmaak en beheer sporthallen borgt een kwalitatief ruim voldoende inzet;
•
De directe en indirecte formatie die toegekend kan worden aan het zwembad bedraagt ca. 11,5 FTE. Dit laat een efficiënte inzet zien van ca. 12.500 bezoekers per FTE (bandbreedte 10.000- 14.000) uitgaande van ca. 143.000 bezoekers;
•
De overheadkosten -directie en middenkader- is efficiënt; Buiten de directeur en de locatiemanager heeft het middenkader voornamelijk operationele taken.
5.2.2 Managementteam (MT) Het MT bestaat uit de directeur, de locatiemanager en het Hoofd horeca en Sporthallen. De rol en positie van het MT is als volgt te beschrijven: • Het MT wordt door de directeur geïnformeerd over alle van belang zijnde interne en externe ontwikkelingen; • Het MT heeft een klankbordfunctie voor de directeur; • Het MT is medeverantwoordelijk voor besluitvorming, m.b.t. de bedrijfsvoering; • Het MT heeft een meedenkfunctie aangaande strategische voornemens en ontwikkelingen en bestuursvoorstellen; • Het MT heeft een uitvoeringsverantwoordelijkheid aangaande de in het MT genomen besluiten. Gelet op een gewenste verdere mandatering van veranwoordelijkheden door de directeur/ bestuurder aan het middenkader is het van belang om de huidige rol van het MT te versterken, verder te ontwikkelen en wellicht uit te breiden met een 1e medewerker horeca die momenteel wordt gezocht.
23
Hoofdstuk 6
Bezetting en ontwikkelingen
6.1 Bezoek en gebruik 2023 6.1.1 Bezoek zwembad 2023 Op basis van de bezoekersaantallen van de afgelopen jaren heeft Stiwa Exploitatie en Beheer het bezoek in 2023 van zwembad Wasbeek als volgt geraamd: Bezoek zwembad Wasbeek Bezoek
2019
2023
verschil
Recreatief/doelgroepen
79.284
80.000
716
1%
Verenigingen
37.506
29.000
-8.506
-23%
Leszwemmers
17.581
20.000
2.419
14%
Scholen
8.147
5.000
-3.147
-39%
Overige
967
Totaal
143.485
134.000
-9.485
-7%
Stiwa Exploitatie en Beheer raamt met 134.000 bezoekers in 2023, een verschil van circa 9.500 bezoekers in vergelijking met 2019. Dat verschil komt doordat de bezoekersaantallen van verenigingen (-23%) en scholen (39%) aanzienlijk lager worden ingeschat. Wat betreft de verenigingen gaat Stiwa Exploitatie en Beheer ervan uit dat het ledenaantal van de verenigingen is gekelderd of dat de opgaves van de voorgaande jaren niet correct waren. Het schoolzwemmen valt lager uit doordat Sophia Stichting heeft besloten om geen zwemlesuren meer af te nemen als onderdeel van het lesprogramma. Het recreatief- en doelgroepenbezoek is stabiel en de deelname aan het leszwemmen is licht stijgend. Door de bezoekersaantallen af te zetten tegen het aantal vierkante meter zwemwater kan de “bezetting” worden berekend. De bezetting geeft aan hoe goed het beschikbare zwemwater wordt benut en of er sprake is van een goede verhouding tussen vraag en aanbod. Het landelijk gemiddelde voor overdekte zwembaden ligt rond de 200 à 225 bezoeken per vierkante meter. Zwembad Wasbeek beschikt over 633 m2 zwemwater. Het verwachtte bezoekersaantal in 2023 komt uit op 211 bezoekers per m2. Daarmee valt de badbezetting weliswaar binnen, maar aan de onderkant van de bandbreedte.
Ervan uitgaande dat het verzorgingsgebied van zwembad Wasbeek uit de inwoners van de gemeente Teylingen bestaat, kwam het animocijfer van het zwembad in 2019 neer op 3,87. Een animocijfer van 3,87 is redelijk conform het landelijk gemiddelde voor overdekte zwembaden van 3,5 à 4,0. Op basis van de begroting 2023 komt het animocijfer naar verwachting uit op 3,53.
6.1.2 Bezetting binnensport 2023 De Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) hanteert een jaarbezetting van 1.600 uur als ondergrens voor de bouw en exploitatie van sporthallen en -zalen. NOC*NSF gaat uit van 1.400 uur per jaar, maar dat is exclusief onderwijsgebruik. Dat zijn echter ondergrenzen: een dergelijke bezetting betekent dat er nog veel ruimte voor extra gebruik beschikbaar is. In de praktijk wordt vaak vanaf 2.000 uur per jaar van een ‘voldoende’ bezette sporthal gesproken. Voor sportzalen en turnhallen is dat 1.800 uur per jaar. Gymzalen worden doorgaans
24
gerealiseerd ten behoeve van bewegingsonderwijs en hebben daarmee geen officiële ondergrenzen zoals voor sporthallen en -zalen. Indicatief wordt bij gymzalen uitgegaan van een voldoende bezetting bij ca. 1.500 uur per jaar. Tabel 6.1: Verhuurde uren binnensportaccommodaties gemeente Teylingen Verhuurde uren
2019
2023
verschil
Sportzaal Wasbeek
2.458
2.300
-6%
Sporthal Wasbeek
3.874
3.800
-2%
Sporthal De Geest
1.447
1.400
-3%
Sportzaal De Schans
1.945
1.900
-2%
Sporthal De Korf
2.325
2.350
1%
Sporthal De Tulp
2.706
2.700
0%
Gymzaal Het Cluster
1.439
1.500
4%
Uit de bovenstaande tabel blijkt dat de verhuurde uren op jaarbasis over het algemeen relatief gelijk blijven en zijn er geen significante veranderingen. Dat betekent dat de binnensportaccommodaties in de gemeente Teylingen, met uitzondering van sporthal De Geest, voldoende tot goed (sporthal De Tulp en Wasbeek) bezet zijn.
6.2 Trends en ontwikkelingen 6.2.1 Inleiding Op verschillende niveaus doen zich trends voor die invloed op de vraag naar sport- en zwemactiviteiten uitoefenen. Daarbij kan onderscheid worden gemaakt tussen algemene landelijke trends en zeker ook lokale of regionale ontwikkelingen die kansen of bedreigingen vormen voor zwemmen en binnensport in de gemeente Teylingen. Daarnaast zijn er ook concrete ontwikkelingen op het gebied van de diverse sport- en zwemactiviteiten die van invloed kunnen zijn op de lokale situatie.
6.2.2 Binnensport •
De aandacht voor gezond leven en bewegen blijft toenemen. Dat betekent een positieve stimulans voor sportbeoefening in het algemeen. Vooral 55-plussers blijken aanzienlijk vaker deel te nemen aan sportieve activiteiten dan in het verleden.
•
Sport is al lang niet meer uitsluitend een doel op zich, maar ook een middel voor gemeenten en sporters om bepaalde andere doelen te bereiken, die onder andere te maken hebben met fysieke en mentale gezondheid, sociale cohesie, participatie, integratie en veiligheid.
•
Ontwikkelingen als individualisering, toenemende diversiteit en mobiliteit en nieuwe vormen van communicatie zorgen ervoor dat maatschappelijke verbanden ‘losser’ én wijk of dorp overstijgend worden. Dat betekent dat sportactiviteiten steeds meer in ongeorganiseerd verband en lang niet altijd binnen de eigen directe omgeving plaatsvinden. Steeds vaker wil men zelf tijd en tijdsduur bepalen van
•
de sportactiviteit waaraan men deelneemt. Als sportaccommodaties hierop weten in te spelen, biedt dat een kans voor ze. Ondanks – of wellicht dankzij – de individualisering en soortgelijke ontwikkelingen is er nog steeds behoefte aan ontmoeting en sociale verbondenheid. Sportaccommodaties spelen hier soms op in door een plek te zijn waar men niet alleen kan sporten, maar ook ontmoeten. Dat geldt zowel tijdens de sport- of zwemactiviteit, als na afloop daarvan in de horecavoorziening.
25
•
De toegenomen taken van gemeenten op het gebied van het sociaal domein bieden kansen voor sportaccommodaties. Zo kan de dagbesteding van senioren bijvoorbeeld in het zwembad of een sporthal plaatsvinden, of kunnen subsidiegelden voor combinatiefunctionarissen of buurtsportcoaches worden gebruikt.
•
De totale sportdeelname blijft door de groei van ongebonden sporten redelijk stabiel. Het deel van de bevolking dat lid is van een sportvereniging in de periode 2013 – 2018 is met 2% gedaald, zo blijkt uit cijfers van NOC*NSF. Tussen sportbonden bestaan echter ook verschillen. In de periode 2013 – 2018 heeft een duidelijke afname plaatsgevonden bij bijvoorbeeld gymnastiek, korfbal, judo, badminton en
•
tafeltennis. Daarentegen is sprake van een stijging bij hockey en basketbal (NOC*NSF, 2019). Uiteraard kunnen de ontwikkelingen in een individuele gemeente en bij een individuele vereniging afwijken van de landelijke trends. Voor binnensportaccommodaties is de ontwikkeling van het aantal leden van de KNHB en de stijging van de deelname aan het zaalhockey relevant. Dit leidt op steeds meer plaatsen tot de realisatie van tijdelijke blaashallen in het winterseizoen, waarmee de kortstondige maar hevige piek in de zaalhockeybehoefte kan worden opgevangen. Zodoende komt in de sporthallen meer ruimte beschikbaar voor gebruik door verenigingen die gedurende heel het jaar binnen sporten. Ook voor andere sporten, zoals tennis en korfbal, geldt de mogelijkheid om buitenaccommodaties te overkappen met een blaashal.
6.2.3 Zwemmen •
•
In de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw is door menig gemeente fors geïnvesteerd in recreatieve zwembaden en combibaden. In het afgelopen decennium heeft echter een verschuiving van recreatief zwemmen naar begeleide doelgroepactiviteiten en banenzwemmen plaatsgevonden. Daarnaast hebben demografische ontwikkelingen, gewenning aan recreatieve zwemfaciliteiten en uitbreiding van andersoortige recreatieve voorzieningen een rol gespeeld. Aquasporten, seniorenactiviteiten en therapeutische doelgroepactiviteiten zijn in de afgelopen jaren in Nederland populair geweest en zullen dat in de komende jaren ook blijven. Kritische succesfactoren voor een aantrekkelijk aanbod zijn in algemene zin: een hoge kwaliteit van de instructeurs, een goede hygiëne en activiteiten die zowel een sportieve als sociale functie hebben.
•
Leszwemmen blijft een kerntaak van zwembaden, maar ook hieraan stellen bezoekers steeds hogere eisen. Dat betreft vooral de kwaliteit van de instructeurs en de communicatie. Het leszwemmen is van oudsher aanbodgericht. Er zijn echter steeds meer baden die vraaggericht opereren. Dat betekent dat ze op zaterdag én zondag ook lessen aanbieden en/of snelcursussen organiseren.
•
Zwem- en waterpoloverenigingen hebben over het algemeen met afnemende ledenaantallen te kampen. Dit heeft op diverse plaatsen in het land tot fusies en een afname van het verenigingsbezoek geleid. Daarbij moet worden opgemerkt dat er regionaal en lokaal, bij individuele verenigingen, grote verschillen bestaan.
•
Door de trend naar ongebonden/ongeorganiseerd sporten is er een toename in populariteit van (individueel) recreatief banen zwemmen. Voor exploitanten is deze trend commercieel interessant, maar rooster technisch vaak een uitdaging gezien de combinatie met het verenigingsgebruik in de avonduren.
•
Mede onder invloed van de bezuinigingen is het schoolzwemmen in veel gemeenten in de afgelopen jaren beperkt of afgeschaft. Naast gemeentelijke bezuinigingen spelen de reistijd en vervoerskosten daarbij vaak een rol.
•
Onder invloed van verdrinkingsgevallen en ongelukken in zwembaden blijft de discussie over veiligheid actueel. Mede hierom is voor zwembaden het Keurmerk Veilig en Schoon opgesteld. Het Keurmerk is
26
een door de zwembadbranche ingestelde regeling met het wettelijk kader als ondergrens en daarbovenop een aantal extra kwaliteitseisen. •
•
De huidige Wet Hygiëne- en Veiligheid Badinrichtingen en Zwemgelegenheden (Whvbz - 1969) wordt aangepast aan de recente volksgezondheidsinzichten. De ruim 40 jaar oude parameters waarop het zwembadwater wordt beoordeeld zijn geactualiseerd en uitgebreid. De wet wordt gemoderniseerd en opgenomen in het BAL (Besluit Activiteiten Leefomgeving), onderdeel van de nieuwe Omgevingswet. De moderniseringsslag leidt tot meerkosten voor de exploitant van het zwembad vanwege hogere laboratoriumkosten en omdat er binnen-luchtmetingen moeten worden uitgevoerd. De zwembadbeheerder/exploitant krijgt daarentegen wel meer vrijheid en verantwoordelijkheid en stuurt en houdt toezicht op basis van een risico-inventarisatie en beheerplan. Bij steeds meer gemeenten is er veel aandacht en budget voor duurzaamheidsmaatregelen voor sportaccommodaties. Zeker voor zwembaden, die een relatief grote energiebehoefte hebben, liggen er op dit gebied kansen. Door maatregelen te nemen die de energiebehoefte beperken en/of de energie zelf ‘groener’ maken, kan de negatieve invloed op het milieu worden beperkt. Voor nieuwe zwembaden wordt tegenwoordig standaard van ‘gasloze’ accommodaties uitgegaan.
6.2.4 Demografische ontwikkelingen In 2021 telde de gemeente Teylingen in totaal 37.790 inwoners. Aan de hand van de prognose zal het totaal aantal inwoners in 2040 stijgen naar 39.470. Dat is een toename van 4%, ofwel 1.680 inwoners. De toename is echter niet gelijkmatig verdeeld over alle leeftijdsgroepen. Zo neemt het totale aantal inwoners in de leeftijdsgroep 45-64 jaar in absolute en relatieve zin het meeste af (-20%, ofwel 2.192 inwoners). Tegenovergesteld laat de leeftijdsgroep 75+ jaar juist een stijging zien van 84%. De toename van 2.864 inwoners is bijna een verdubbeling ten opzichte van 2021. Daarmee is sprake van vergrijzing in de gemeente Teylingen. In 2021 is ongeveer 9 procent van de bevolking 75 jaar of ouder. In 2040 is dat naar verwachting meer dan 16 procent.
27
6.3 Bezoek en bezetting 2024 6.3.1 Zwembad De prognose van de bezoekersaantallen in 2024 geeft – na corona- bij het recreatief zwemmen/doelgroepen en leszwemmen weer een toename te zien. De opwaartse trend is in 2023 reeds waarneembaar. Het recreatie zwemmen/doelgroepen is overigens te onderscheiden in; - Recreatief zwemmen 54.000 - Doelgroepen 20.000 - Banenzwemmen 10.000 In volgende rapportages zal dit onderscheid en de ontwikkeling daarvan steeds zichtbaar worden gemaakt.
Bezoekgroepen
Begroting 2024
Begroting 2023
Recreatief/doelgroepen
85.000
80.000
Verenigingen
29.500
29.000
Leszwemmers
23.000
20.000
Scholen
6.000
5.000
Totaal
143.500
134.000
6.3.1 Binnensport De bezetting van de sporthallen en zalen neemt met ca. 1.000 uur toe ten opzichte van de prognose 2023.Dit heeft met name te maken met het gegeven dat in de begroting 2023 nog geen rekening was gehouden met een algeheel herstel van verhuringen na corona. In 2024 is ook nog geen rekening gehouden met de mogelijke invloed van de invoering van de 2 verplichte lesuren gymonderwijs per week. Verhuur uren
Prognose 2024
Prognose 2023
Sportzaal Wasbeek
2.400
2.300
Sporthal Wasbeek
4.000
3.800
Sporthal De Geest
1.400
1.400
Sportzaal De Schans
2.400
1.900
Sporthal De Korf
2.200
2.350
Sporthal De Tulp
2.700
2.700
Gymzaal Het Cluster
1.800
1.500
totaal
16.900
15.950
28
Hoofdstuk 7
Financiën
7.1 Inleiding De bij deze businesscase behorende begroting met prijspeil 2024 is leidend voor de vaste exploitatiebijdrage in de komende contractperiode. De wijze van indexering zoals beschreven in paragraaf 3.1. zal worden opgenomen in de exploitatieovereenkomst. De omzetting van Stichting naar Sportbedrijf leidt niet tot kostenveranderingen, behoudens een -kleine- post bestuurskosten van € 15.000, - in het kader van de overstap van het bestuursmodel naar het Raad van Commissarissenmodel.
7.2 Tarieven De tarieven 2024 voor de sportverenigingen in de sporthallen en het zwembad en voor de scholen zijn in de begroting verhoogd met 6,8%. De tarieven zijn marktconform en sluiten aan bij de tarieven in de omgeving van Teylingen. Tarieven zwembad: Het verenigingstarief 2024 van zwembad Wasbeek wordt € 125,66 per uur. Voor de recreatieve-, doelgroep- en zwemlestarieven gelden de onderstaande tariefontwikkeling: O ntw ikke ling tarie ve n z w e m bad
2024
2023
2022
Stijg in g sp erc en tag e t.o .v. vo o rg aan d jaar
6 ,8 0 %
10 %
2,50 %
Prijs voor L os Bad
€
5,50 €
5,15 €
4 ,70
L eskaart jeug d
€
4 3,8 4 €
4 1,0 5 €
4 ,70
Prijs voor een L os Bad D oelg roep
€
7,8 5
7,35 €
6 ,70
€
Kortingstarieven; Het zwembad kent meerdere kortingstarieven; • 11 badenkaart: 9% korting; • 25 badenkaart: 9% korting; • groepskorting (vanaf 10 personen): 9% korting; • • •
Kinderen < 2 jaar gratis; School van de week: 40% korting; Begeleiders van mensen met een beperking zwemmen gratis.
Daarnaast heeft het Sportbedrijf een overeenkomst met het Jeugdfonds voor een financiële bijdrage voor de zwemles. Voor het A-diploma een bedrag van € 480,-. Voor B+C diploma een bedrag van € 225,Voor inwoners van Teylingen (18+) bestaat daarnaast er een bijdrage voor deelname aan één of meerdere doelgroepen in het zwembad. Deze korting kan men verkrijgen na een inkomenstoets bij Welzijn Teylingen. Per doelgroepenkaart een korting van € 50,- met een maximum van € 150,- per jaar.
29
Tarieven sporthallen: De tarieven 2024 voor de verenigingen voor de sporthallen worden: Hele hal
€ 50,25
2/3 hal
€ 35,30
1/3 hal
€ 18,90
De Schans
€ 25,15
Het Cluster
€ 18,90
De tarieven 2024 voor de basisscholen worden: Basisscholen 1/3 hal