24. 1. Getekend Vastgoednota gemeente Teylingen_3 - Vastgoednota gemeente Teylingen_3
Tekst van het document
6.1 Wettelijk kader De juridische basis voor onderwijshuisvesting is vastgelegd in de Wet op het Primair Onderwijs (WPO), de Wet op het Voortgezet Onderwijs (WVO) en de Wet op de Expertise Centra (WEC). De uitwerking van deze wetten is vastgelegd in de gemeentelijke Verordening voorzieningen huisvesting. Verordening voorzieningen huisvesting In de verordening staat omschreven wanneer en onder welke voorwaarden scholen recht hebben op een voorziening en welke (norm) vergoedingen hiervoor beschikbaar worden gesteld. Voor de financiering van deze zorgplicht ontvangt de gemeente jaarlijks een bijdrage vanuit het Rijk als onderdeel van de algemene uitkering. Schoolbesturen zijn zelf verantwoordelijk voor de exploitatie en het volledige onderhoud en aanpassingen van het schoolgebouw. De gemeente heeft de zorgplicht op het gebied van huisvesting om te voorzien in de volgende voorzieningen: • • • • • • • •
(vervangende) Nieuwbouw Uitbreiding en tijdelijke huisvesting Terrein voor zover nodig voor het realiseren van een voorziening Eerste inrichting (schoolmeubilair en onderwijsleerpakket) Herstel/schade door constructiefouten/bijzondere omstandigheden (vandalisme) Huur sportterreinen voor een VO-school Bieden van voldoende ruimte voor bewegingsonderwijs OZB
De schoolbesturen ontvangen jaarlijks een lumpsum bedrag vanuit het Rijk gebaseerd op een basisbedrag per leerling per school. Hiermee worden schoolbesturen geacht de volgende zaken te financieren: • • •
Bekostiging personeelskosten Bekostigen arbeidsmarktbeleid Bekostiging materiele instandhouding
27
Renovatie schoolgebouwen Hoewel renovatie tot nu toe geen voorziening is in onderwijshuisvesting, is op dit moment een wetsvoorstel onderwijshuisvesting in de maak waarin naast dat de gemeenten verplicht worden een integraal huisvestingsprogramma op te stellen met een doorkijk tot 16 jaar, ook de voorziening renovatie wordt gedefinieerd. Renovatie wordt zo mogelijk beschouwd als een volwaardig alternatief voor nieuwbouw. In ieder geval is renovatie gericht op een verlenging van de levensduur van een gebouw met ten minste 25 jaar. Hiermee wordt renovatie niet een extra gemeentelijke verantwoordelijkheid, maar een alternatief voor (vervangende) nieuwbouw, dat reeds behoort tot de gemeentelijke zorgplicht. Dit in tegenstelling tot groot onderhoud dat leidt tot een levensduurverlenging van maximaal 20 jaar. Door het opnemen van renovatie als voorziening wordt de interpretatieruimte begrensd over de afgrenzing tussen (groot) onderhoud (verantwoordelijkheid schoolbesturen) en renovatie (zorgplicht gemeenten).
6.2 Eigendomsverhoudingen In de onderwijswetgeving is vastgesteld dat de schoolbesturen juridisch eigenaar zijn van de onderwijsgebouwen. Hiermee wordt bedoeld dat het eigendom van het terrein en de opstallen zoals beschreven in het Kadaster bij de schoolbesturen ligt. Dit betekent echter niet dat een schoolgebouw kan worden verkocht of dat er een hypotheek op kan worden gevestigd door het schoolbestuur. De gemeente heeft, vanwege de zorgplicht om te investeren in goede schoolgebouwen, het zogenoemde economisch claimrecht. Wanneer het gebouw niet meer voor onderwijsdoeleinden wordt gebruikt, vervalt het juridische eigendom van rechtswege terug aan de gemeente. Ook is er toestemming nodig van de gemeente voor het verhuren van (een deel van) het gebouw. Als juridisch eigenaar zijn de schoolbesturen verantwoordelijk voor de instandhouding van het schoolgebouw en de zorg voor de veiligheid van de leerlingen en leerkrachten. Binnen onze gemeente zijn nog niet alle schoolgebouwen notarieel overgedragen aan de betreffende schoolbesturen. Dit zal alsnog in gang gezet moeten worden, tenzij hierover specifieke afspraken zijn gemaakt met de gemeente.
6.3 Verduurzaming scholen Verduurzaming van bestaande schoolgebouwen is primair een verantwoordelijkheid van de schoolbesturen. Bij (vervangende) nieuwbouw/uitbreiding worden duurzame kwaliteitsrichtlijnen meegegeven (BENG/ENG, frisse scholen). In het op te stellen Integraal Huisvestingsprogramma worden hierover afspraken vastgelegd.
6.4 Integraal Huisvestingsprogramma (IHP) Het college werkt aan een actueel IHP. De gemeente draagt verantwoordelijkheid voor de vernieuwingsopgave van verouderde schoolgebouwen en de schoolbesturen zorgen voor de invulling van het onderwijs en voor de exploitatie van de huisvesting. Een IHP bepaalt op basis van visie, gerichte analyse en financiële vertaling de kaders waarbinnen de gemeenten, samen met schoolbesturen, investeert in onderwijshuisvesting. In de visie wordt het belang van de onderwijskundige vernieuwingen, lokale (woningbouw)ontwikkelingen en de maatschappelijke partners ter versterking van de sociale infrastructuur in de wijken meegenomen.
Het IHP heeft daarmee een strategisch karakter. Het beleid reikt verder dan de huidige wet- en regelgeving. De gemeente en schoolbesturen zijn hiermee voorbereid op de benodigde toekomstige investeringen in onderwijshuisvesting. Een IHP is een strategisch huisvestingskader dat richtinggevend is voor de lange termijn. Om de vier jaar wordt een IHP herijkt. Bij een herijking kunnen de (onderwijskundige/ juridische/ financiële) uitgangspunten geactualiseerd worden.
6.5 Leerlingenprognoses De benodigde capaciteit van onderwijsgebouwen wordt bepaald aan de hand van de leerlingenprognoses. Leerlingenprognoses geven inzicht in de te verwachten ontwikkeling van het aantal leerlingen in de gehele gemeente op de langere termijn, geven inzicht in de (verwachte) leegstand in de scholen en de (verwachte) benodigde uitbreiding of krimp op langere termijn. Leerlingenprognoses zijn voor gemeenten zodoende een belangrijk instrument om de mogelijke investeringsbehoefte voor de voorzieningen huisvesting onderwijs voor meerdere jaren vast te stellen als onderdeel van het IHP. Om dit goed te kunnen monitoren, laten we jaarlijks leerlingenprognoses opstellen.
29