23. Bijlage XVIII - Verkennend asbest bodemonderzoek.pdf - Bijlage XVIII - Verkennend asbest bodemon
Tekst van het document
Verkennend asbest bodemonderzoek aan de 's-Gravendamseweg 77 te Voorhout Documentnummer: 24SP2246-01-adv-01
SOCOTEC Geotechnics B.V. Ekkersrijt 2058 | 5692 BA Son en Breugel Postbus 94 | 5690 AB Son en Breugel T +31 499 471792 | info@socotec-geotechnics.nl KvK 17068712 www.socotec-geotechnics.nl
Verkennend asbest bodemonderzoek aan de 's-Gravendamseweg 77 te Voorhout Opdrachtnummer: 24SP2246-01
Rapport betreffende Verkennend asbest bodemonderzoek conform NEN 5707
Documentnummer 24SP2246-01-adv-01 Versie 1.0 Datum rapport 25 juni 2025
Opdrachtgever T&A Survey Bodemonderzoek B.V. Postbus 20670 1001 NR Amsterdam
Opgesteld door:
SOCOTEC Geotechnics B.V.
Collegiale toets:
Project Opdracht Document
Verkennend asbest bodemonderzoek aan de 's-Gravendamseweg 77 te Voorhout 24SP2246-01 24SP2246-01-adv-01 [versie 1.0]
SAMENVATTING ONDERZOEKSRESULTATEN 1. Locatie-aanduiding/rapportgegevens Opdrachtnummer Soort onderzoek Adres Gemeente Opdrachtgever Projectadviseur Datum rapport Status Opp. onderzoekslocatie Coördinaten, inspectiekuil 1
: : : : : : : : : :
24SP2246-01 verkennend asbest bodemonderzoek NEN 5707 's-Gravendamseweg 77 te Voorhout Teylingen T&A Survey Bodemonderzoek B.V. 25 juni 2025 definitief < 2.100 m2 x: 111447.58
y: 431304.01
2. Aanleiding en doel verkennend asbestonderzoek Aanleiding voor het verkennend asbestonderzoek vormt de voorgenomen aanleg van een nieuw overslagstation en de aanwezigheid van puindeeltjes ‘van onbekende oorsprong’ in een ter plaatse aangebrachte afdeklaag. Doel van het verkennend asbest bodemonderzoek was om middels een beperkte onderzoeksinspanning vast te stellen of de verdenking, dat de puinhoudende afdeklaag asbest bevat, terecht is. Hierbij is tevens gekeken naar de wijze en plaats van voorkomen van asbest. Aanvullend is middels analyses getracht een indicatie te krijgen van de concentratie en staat van het materiaal (al dan niet hechtgebonden). 3. Onderzoeksstrategie Op basis van het verrichte historisch (voor)onderzoek is voor de puinhoudende aangebrachte zandige afdeklaag uitgegaan van de in de NEN 5707 beschreven onderzoeksstrategie verdachte locatie met diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld. Hierbij is de gehele bodem (afdeklaag) tot op het voormalig stortmateriaal als één verdachte bodemlaag beschouwd. 4. Uitslag van het onderzoek Zintuiglijke beoordeling:
behoudens baksteen- en puindeeltjes geen asbestverdachte materialen waargenomen
Analytisch onderzoek:
geen asbest aangetoond, gewogen asbestconcentratie < 0,3 mg/kg.
5. Conclusie en aanbevelingen Op basis van het geheel aan onderzoeksresultaten wordt gesteld dat de baksteen- en puinhoudende afdeklaag niet langer verdacht is voor de aanwezigheid van asbest. Uiteraard dient men bij graafwerkzaamheden alert te blijven op afwijkende omstandigheden dan in deze rapportage beschreven.
SOCOTEC Geotechnics B.V.
Project Opdracht Document
Verkennend asbest bodemonderzoek aan de 's-Gravendamseweg 77 te Voorhout 24SP2246-01 24SP2246-01-adv-01 [versie 1.0]
INHOUDSOPGAVE 1.
INLEIDING ........................................................................................................................................1
2.
RESULTATEN VOORONDERZOEK ...............................................................................................2
3.
OPZET VERKENNEND ASBESTONDERZOEK .............................................................................5
3.1 3.2
Gehanteerde onderzoeksopzet .....................................................................................................5 Afwijkingen ten opzichte van de NEN 5707 ..................................................................................5
4.
VELDWERKZAAMHEDEN ...............................................................................................................6
4.1 4.2 4.3
Maaiveldinspectie ..........................................................................................................................6 Actuele contactzone ......................................................................................................................6 Ondergrond ....................................................................................................................................7
5.
LABORATORIUMONDERZOEK, TOETSING EN INTERPRETATIE .............................................8
5.1 5.2
Analysestrategie actuele contactzone ...........................................................................................8 Interpretatie onderzoeksresultaten ................................................................................................8
6.
CONCLUSIE EN ADVIES .................................................................................................................9
BIJLAGEN: A. Regionale ligging onderzoekslocatie B. Situatietekening C. Fotoreportage D. Boorprofielbeschrijvingen en legenda E. Toelichting toetsingskader F. Laboratoriumcertificaten VERSIE: 1.0 Rapportage verkennend asbest bodemonderzoek VERZENDLIJST: T&A Survey Bodemonderzoek B.V., t.a.v. dhr.
SOCOTEC Geotechnics B.V.
Project Opdracht Document
1.
Verkennend asbest bodemonderzoek aan de 's-Gravendamseweg 77 te Voorhout 24SP2246-01 24SP2246-01-adv-01 [versie 1.0]
INLEIDING
Door T&A Survey Bodemonderzoek B.V. is ons bureau opdracht gegeven een verkennend asbest bodemonderzoek uit te voeren ter plaatse van het perceel aan de 's-Gravendamseweg 77 te Voorhout, gemeente Teylingen. Aanleiding voor het verkennend asbestonderzoek vormt de voorgenomen aanleg van een nieuw overslagstation en de aanwezigheid van puindeeltjes ‘van onbekende oorsprong’ in een ter plaatse aangebrachte afdeklaag. Doel van het verkennend asbest bodemonderzoek is om middels een beperkte onderzoeksinspanning vast te stellen of de verdenking, dat de puinhoudende afdeklaag asbest bevat, terecht is. Hierbij is tevens gekeken naar de wijze en plaats van voorkomen van asbest. Ook is middels analyses getracht een indicatie te krijgen van de concentratie en staat van het materiaal, al dan niet hechtgebonden. SOCOTEC Geotechnics B.V. is een onafhankelijk adviesbureau, dat milieukundige werkzaamheden uitvoert volgens de betreffende BRL SIKB protocollen: • BRL SIKB 1000: monsterneming voor partijkeuringen; • BRL SIKB 2000: veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek; • BRL SIKB 6000: milieukundige begeleiding en evaluatie bodemsanering. De veldwerkzaamheden in het kader van onderhavig onderzoek zijn, voor zover sprake was van bodem, dus < 50% bodemvreemde bijmengingen, uitgevoerd conform de BRL SIKB 2000, zie hiervoor ook hoofdstuk 4. Tabel 1. Overzicht van relevante BRL(‘s).
Van toepassing zijnde BRL(‘s) Protocol 2001 Protocol 2002 Protocol 2003 Protocol 2018
SOCOTEC Geotechnics B.V. Pagina 1 van 9
Project Opdracht Document
2.
Verkennend asbest bodemonderzoek aan de 's-Gravendamseweg 77 te Voorhout 24SP2246-01 24SP2246-01-adv-01 [versie 1.0]
RESULTATEN VOORONDERZOEK
In verband met de voorgenomen aanleg van een (nieuw) overslagstation aan de 's-Gravendamseweg 77 te Voorhout zijn door ons bureau de volgende bodemonderzoeken uitgevoerd: − − −
verkennend bodemonderzoek, Socotec, kenmerk 24SP2246-adv-01, d.d. 17 oktober 2024. asfalt- en fundatieonderzoek, Socotec, kenmerk 24SP2246-adv-02, d.d. 17 oktober 2024. notitie Vanadium, Socotec, kenmerk 24SP2246-not-02, d.d. 7 mei 2025.
Op basis van een eerder door Witteveen + Bos uitgevoerd vooronderzoek NEN 5725 is de locatie voor het verkennend bodemonderzoek onderverdeeld in zes verdachte deelgebieden, zie figuur 1 en tabel 2. Figuur 1 Overzichtstekening milieukundig bodemonderzoek, bron: opdrachtgever.
Voor elk deelgebied is uitgegaan van de in de NEN 5740 beschreven onderzoeksstrategie voor een diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreinigende stof op schaal van monsterneming (VED-HE-NL). In het onderzoek is gebruik gemaakt van de standaard NENgrond(water)pakketten. Deze pakketten zijn voor de deelgebieden voormalige stortplaats (B) en overig terrein (F) uitgebreid met PFAS. Tevens is de bodem van laatstgenoemd deelgebied onderzocht op de aanwezigheid van OCB’s.
SOCOTEC Geotechnics B.V. Pagina 2 van 9
Project Opdracht Document
Verkennend asbest bodemonderzoek aan de 's-Gravendamseweg 77 te Voorhout 24SP2246-01 24SP2246-01-adv-01 [versie 1.0]
Over de gehele locatie zijn zintuiglijk in de bodem bodemvreemde materialen aangetroffen, met name puindeeltjes (repac) en kolengruis. Analytisch is de volgende verontreinigingssituatie vastgesteld: Tabel 2. Overzicht onderzoeksresultaten verkennend en aanvullend bodemonderzoek. Deellocatie Onderzochte Kwaliteit vaste bodem parameters
Kwaliteit grondwater
A.
voormalige oliehandel
NEN
gehalten < ½ (AW+I)
niet verontreinigd
B.
voormalige stortplaats
NEN/PFAS
HB021: > 1,5 m - mv PAK > ½ (AW+I) verder gehalten < ½ (AW+I)
niet onderzocht
C.
overslaghal
NEN
gehalten < ½ (AW+I)
naftaleen < ½ (S+I)
D.
overslaghal
NEN
bovengrond HB040 koper > ½ (AW+I) bovengrond HB041: koper > I verder gehalten < ½ (AW+I)
barium < ½ (S+I)
E.
PAK en koper
NEN
gehalten < ½ (AW+I)
niet verontreinigd
F.
overig terrein
NENPFAS/OCB’s
bovengrond HB060 en HB070 PAK > I ondergrond HB065: barium > I verder gehalten < ½ (AW+I)
niet verontreinigd
AW I
= achtergrondwaarde = interventiewaarde
Ter plaatse van de voormalige oliehandel, de noordelijk gelegen overslaghal en ter plaatse van het voor de parameters PAK en koper verdachte deelgebied werden géén overschrijdingen van de interventiewaarden aangetoond. De onderzoeksresultaten op deze deellocaties gaven geen aanleiding tot vervolgonderzoek en de onderzoeksopzetten voor deze deellocaties werden als adequaat beschouwd. De op deze locaties vastgestelde bodemkwaliteit werd aanvaardbaar geacht en vormt geen belemmering voor de geplande graafwerkzaamheden. Ook ter plaatse van de voormalige stortplaats werden geen overschrijdingen van de interventiewaarden vastgesteld. Echter, in de boring HB021 werden in de ondergrond, >1,5 m - mv, verhogingen aan PAK > ½ (AW+I) aangetoond. Dit kan duiden op de mogelijke aanwezigheid van sterke(re) verontreinigingen. Geadviseerd werd dan ook om middels nader bodemonderzoek de verontreinigingssituatie op deze deellocatie verder in te kaderen.
Vanwege de in de vaste bodem aangetoonde sterk verhoogde gehalten aan koper ter plaatse van de (zuidelijk) gelegen overslaghal en barium en PAK op het overige terrein, én het gegeven dat het totaal te ontgraven bodemvolume meer dan 25 m 3 bedraagt, vallen de voorgenomen graafwerkzaamheden ter plaatse van in ieder geval deze deelgebieden onder de in § 3.2.22 van het Bal beschreven milieubelastende activiteit (MBA) graven in de bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde bodemkwaliteit. De omvang van de sterke verontreinigingen binnen deze deelgebieden dient nog nader te worden vastgesteld. In het asfalt- en fundatieonderzoek werd vastgesteld dat het aanwezige asfalt niet teerhoudend is, de gehatlen aan PAK zijn < 75 mg/kg. Verder werd de kwaliteit van de aanwezige puinverharding indicatief vastgesteld middels een CEN-test. Hierbij overschreed het gehalte aan vanadium de in de Regeling bodemkwaliteit 2022 vermelde emissiewaarde voor niet vormgegeven bouwstoffen. De samenstellingsen emissiewaarden van de overige onderzochte parameters werden niet overschreden.
SOCOTEC Geotechnics B.V. Pagina 3 van 9
Project Opdracht Document
Verkennend asbest bodemonderzoek aan de 's-Gravendamseweg 77 te Voorhout 24SP2246-01 24SP2246-01-adv-01 [versie 1.0]
Tevens is het puinmateriaal kwalitatief onderzocht op de aanwezigheid van asbest, Hierbij werd asbest niet aangetoond. Vanwege de overschrijding van de emissiewaarde door vanadium is het stabilisatiemateriaal waarschijnlijk niet geschikt voor hergebruik. Het verkennend bodemonderzoek en het asfalt- en fundatieonderzoek zijn door de Omgevingsdienst West-Holland beoordeeld, kenmerk zaak 2024-007833-024, december 2024. Geconcludeerd werd dat het onderzoek reden gaf tot aanvullend onderzoek, het ging dan om een onderzoek naar: − − − − −
de aanwezigheid van asbest in het puinhoudende bodemmateriaal ter plaatse van de voormalige stort, deellocatie B. de omvang van de in de bovengrond van de boringen HB040 en HB041 traject tot 0,5 m - mv, aangetoonde, tot sterk, verhoogde gehalten aan koper. de omvang van de in boring 21 in de ondergrond, traject 2,0 tot 3,0 m - mv, aangetoonde verontreiniging met PAK. de omvang van de in de grond in boringen HB060, traject 0,2 tot 0,3 m - mv en HB070, traject 0,5 tot 1,0 m - mv, aangetoonde sterke verontreiniging aan PAK. de eventuele aanwezigheid van verhoogde gehalten aan vanadium in de grond als gevolg van uitloging vanuit de op diverse plaatsen aanwezige stabilisatielaag. Deze laag is overigens niet verontreinigd met asbest.
Naar aanleiding van de beoordeling van de Omgevingsdienst is inmiddels grondonderzoek naar vanadium uitgevoerd, deze resultaten zijn vastgelegd in de eerder genoemde notitie 02. Doel van het onderzoek was om inzicht te krijgen of het in de puinstabilisatielaag aanwezige verhoogde gehalte aan vanadium middels uitloging mogelijk geleid heeft tot verhoogde gehalten aan vanadium in de bodemlaag direct onder deze stabilisatielaag. Daartoe zijn vijf grond(meng)monsters uit het verkennend bodemonderzoek aanvullend onderzocht op de aanwezigheid van vanadium. Hierbij werden in twee van de onderzochte grondmonsters gehalten aan vanadium boven de bepalingsgrens gemeten. De gehalten overschreden de desbetreffende achtergrondwaarde echter niet. Geconcludeerd werd dat de overschrijding van de maximaal toegestane emissiewaarde voor vanadium in de stabilisatielaag niet aantoonbaar geleid heeft tot een verhoogd gehalte aan vanadium in de onderliggende bodem. Voor alle gegevens aangaande terreinindeling, bodemopbouw, bodemkwaliteit, etc. wordt verwezen naar voornoemde rapportage van het verkennend bodemonderzoek.
SOCOTEC Geotechnics B.V. Pagina 4 van 9
Project Opdracht Document
Verkennend asbest bodemonderzoek aan de 's-Gravendamseweg 77 te Voorhout 24SP2246-01 24SP2246-01-adv-01 [versie 1.0]
3.
OPZET VERKENNEND ASBESTONDERZOEK
3.1
Gehanteerde onderzoeksopzet
In de NEN 5725 is beschreven dat puindeeltjes ‘van onbekende oorsprong’ verdacht zijn voor de aanwezigheid van asbest. Daar dergelijke deeltjes aanwezig zijn in de ter plaatse van de voormalige stortplaats aangebrachte zandige afdeklaag, is de afdeklaag als asbestverdacht beschouwd. Het doel van het verkennend asbestonderzoek is om met een relatief geringe onderzoeksinspanning na te gaan of de verdenking op verontreiniging van de afdeklaag met asbest terecht is, en een indicatieve uitspraak te doen over het gehalte aan asbest in de afdeklaag. Het percentage aan bodemvreemde materialen in de afdeklaag werd op minder dan 50% beoordeeld. Derhalve is de gevolgde opzet voor dit deelgebied, oppervlak < 2.100 m2, gebaseerd op de in de Nederlandse Norm (NEN) 5707 Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem beschreven onderzoeksopzet voor diffuus belaste locaties met een heterogeen verdeelde asbestverontreiniging op schaal van de monsterneming. Allereerst is een maaiveldinspectie ter plaatse van het deelgebied voormalige stortplaats uitgevoerd. Vervolgens zijn ter plaatse dertien asbestinspectiekuilen gegraven tot een diepte van 0,5 m - mv. Twee van deze kuilen zijn met een edelmanboor, diameter 12 cm, doorboord tot onderzijde afdeklaag, maximaal 1,3 m - mv.
Het uitkomende materiaal uit de inspectiegaten en de opgeboorde grond is visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbest. Van het uit de inspectiegaten vrijgekomen materiaal zijn drie mengmonsters samengesteld, die in het laboratorium onderzocht zijn op de aanwezigheid van asbest. Opgemerkt dient te worden dat asbestbodemonderzoek niet meer is dan steekproefsgewijs onderzoek. Met name bij bijmengingen met puin is sprake van heterogeniteit. Er is derhalve altijd een zeker restrisico op het onverwacht aantreffen van afwijkende concentraties asbest. 3.2
Afwijkingen ten opzichte van de NEN 5707
Ten opzichte van het gestelde in de NEN 5707 of 5898 is de volgende afwijking aan de orde. Daar visueel geen verschil werd waargenomen in de onderzochte bodemlagen van de deellocatie voormalige stortplaats is de onderzochte bodem als één asbestverdachte bodemlaag onderzocht.
SOCOTEC Geotechnics B.V. Pagina 5 van 9
Project Opdracht Document
4.
Verkennend asbest bodemonderzoek aan de 's-Gravendamseweg 77 te Voorhout 24SP2246-01 24SP2246-01-adv-01 [versie 1.0]
VELDWERKZAAMHEDEN
SOCOTEC Geotechnics B.V. is gecertificeerd voor de BRL 2000 ‘veldwerk bij milieuhygiënisch bodemen waterbodemonderzoek’. De in het kader van onderhavig onderzoek verrichte werkzaamheden zijn, voor zover sprake was van bodem, dus < 50% bodemvreemde bijmengingen, dan ook onder dit certificaat uitgevoerd en wel conform SIKB-protocol 2018 ‘maaiveldinspectie en monsterneming van asbest in bodem’. De veldwerkzaamheden zijn op 12 juni 2025 door de heer G. van Gestel uitgevoerd. Deze dag was het zonnig en droog. 4.1
Maaiveldinspectie
Een onderdeel van het onderzoek betreft een maaiveldinspectie. In een maaiveldinspectie wordt het maaiveld van een onderzoeksgebied strook voor strook (max. 1,5 meter breed) en in twee richtingen haaks op elkaar geïnspecteerd. Opgemerkt dient te worden dat voor een goede inspectie minimaal 75% van de oppervlakte goed zichtbaar moet zijn, dus vrij van vegetatie of andere objecten. Daar de onderzoekslocatie bedekt was met hoog gras (>>25%) kon geen goede maaiveldinspectie worden uitgevoerd. Bij de inspectie zijn geen asbestverdachte materialen op het maaiveld aangetroffen. 4.2
Actuele contactzone
Ter plaatse van de voormalige stortplaats zijn met een schep dertien asbestinspectiekuilen gegraven, genummerd Abk001 t/m Abk013. De inspectiekuilen hebben afmetingen, l x b x d van 30 x 30 x 50 cm. Een aantal kuilen zijn dieper doorboord, zie hiervoor § 4.3. De locatie van de inspectiegaten is weergegeven op de in de bijlage B toegevoegde situatietekening SIT-01. Per inspectiekuil is het uitkomende materiaal voor zover mogelijk per laag gezeefd en uitgelegd. In het geïnspecteerde materiaal zijn zintuiglijk geen asbestverdachte materialen, aangetroffen. Van de opgegraven grond zijn in het veld drie mengmonsters samengesteld, zie hiervoor de navolgende tabel 3. Tabel 3. Monstersamenstelling asbestonderzoek. Monster Traject Deelmonsters (cm-mv)
Bodemsamenstelling
(m - mv)
MM001
0,08 - 0,50
Abk002 (40-50) Abk003 (0-50) Abk006 (0-50) Abk008 (0-50)
zand, resten tot zwak baksteen- of puinhoudend
MM002
0,00 - 0,50
Abk010 (0-50) Abk011 (0-50) Abk012 (0-50)
zand met resten baksteen
MM003
0,00 - 0,50
Abk005 (0-50) Abk009 (0-50) Abk013 (0-50)
zand, resten tot zwak puinhoudend
SOCOTEC Geotechnics B.V. Pagina 6 van 9
Project Opdracht Document
4.3
Verkennend asbest bodemonderzoek aan de 's-Gravendamseweg 77 te Voorhout 24SP2246-01 24SP2246-01-adv-01 [versie 1.0]
Ondergrond
De asbestinspectiekuilen Abk002 en Abk013 zijn met behulp van een edelmanboor, diameter 12 cm, doorboord tot onderzijde aangebrachte deklaag, respectievelijk 1,2 en 1,3 m - mv. De opgeboorde grond is visueel onderzocht op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. Deze zijn niet aangetroffen.
SOCOTEC Geotechnics B.V. Pagina 7 van 9
Project Opdracht Document
Verkennend asbest bodemonderzoek aan de 's-Gravendamseweg 77 te Voorhout 24SP2246-01 24SP2246-01-adv-01 [versie 1.0]
5.
LABORATORIUMONDERZOEK, TOETSING EN INTERPRETATIE
5.1
Analysestrategie actuele contactzone
De in het veld van de actuele contactzone samengestelde mengmonsters MM001 t/m MM003 zijn in het laboratorium van Omegam kwantitatief geanalyseerd op asbest, volgens de norm NEN 5898. In het materiaal van de drie genoemde mengmonsters werd géén asbest boven de detectiegrens aangetoond, gewogen1 concentratie < 0,3 mg/kg ds. De certificaten van de analyses zijn opgenomen in bijlage F. 5.2
Interpretatie onderzoeksresultaten
Visueel zijn op het maaiveld en in de ontgraven grond (afdeklaag) geen asbestverdachte materialen, anders dan baksteen- en puindeeltjes, waargenomen. Analytisch zijn in de (zandige) grondmengmonsters geen asbestgehalten boven de detectiegrens aangetoond. Op basis van het geheel aan onderzoeksresultaten wordt gesteld dat de afdeklaag niet langer verdacht is voor de aanwezigheid van asbest. Uiteraard dient men bij graafwerkzaamheden alert te blijven op omstandigheden anders dan in deze rapportage beschreven.
1 voor amfibool-asbest geld een veiligheidsfactor van 10. Het aangetoonde gehalte amfibool-asbest wordt vermenigvuldigd met een factor 10.
Behalve chrysotiel (serpetijn-asbest) horen alle overige asbestsoorten (crocidoliet, amosiet, anthofylliet, tremoliet en actinoliet) onder de amfiboolasbest.
SOCOTEC Geotechnics B.V. Pagina 8 van 9
Project Opdracht Document
6.
Verkennend asbest bodemonderzoek aan de 's-Gravendamseweg 77 te Voorhout 24SP2246-01 24SP2246-01-adv-01 [versie 1.0]
CONCLUSIE EN ADVIES
Bij de uitvoering van een verkennend bodemonderzoek ten behoeve van de voorgenomen aanleg van een nieuw overslagstation werden puindeeltjes van ‘onbekende oorsprong’ aangetroffen in de ter plaatse van voormalige stortplaats aangebrachte afdeklaag. Daar dergelijke puindeeltjes als asbestverdacht dienen te worden aangemerkt, is aanvullend onderhavig verkennend asbest onderzoek uitgevoerd. Op basis van het verrichte historisch (voor)onderzoek is voor de afdeklaag uitgegaan van de in de NEN 5707 beschreven onderzoeksstrategie verdachte locatie met diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld. Hierbij is de bodem tot op het voormalige stortlichaam als één verdachte bodemlaag beschouwd. In totaal zijn dertien asbestinspectiekuilen gegraven, waarvan twee kuilen met behulp van een edelmanboor met een diameter van 12 cm zijn doorboord tot onderzijde afdeklaag, respectievelijk 1,2 en 1,3 m - mv. In de vrijgekomen grond zijn behoudens baksteen- en puinbijmenging geen asbestverdachte materialen waargenomen. Van het vrijgekomen materiaal zijn drie grondmengmonsters samengesteld, welke in het laboratorium kwantitatief zijn onderzocht zijn op de aanwezigheid van asbest. Er werd geen asbest aangetoond, gehalten < 0,3 mg/kg ds. Op basis van het geheel aan onderzoeksresultaten wordt gesteld dat de afdeklaag niet langer verdacht is voor de aanwezigheid van asbest.
Uiteraard dient men bij graafwerkzaamheden alert te blijven op afwijkende omstandigheden dan in deze rapportage beschreven.
BST/RBH
SOCOTEC Geotechnics B.V. Pagina 9 van 9
BIJLAGE A Regionale ligging onderzoekslocatie
Project Opdracht Betreft
‘s-Gravendamseweg 77 te Voorthout 24SP2246-01-ADV01 Regionale ligging onderzoekslocatie
N
b b
Bron: www.topotijdreis.nl
BIJLAGE B Situatietekening
BIJLAGE C Fotoreportage
Project Opdracht Betreft
Verkennend asbest bodemonderzoek aan 's-Gravendamseweg 77 te Voorhout 24SP2246-01 Foto’s
F001
F002
F003
F004
F005
F006
Genomen op: 12 juni 2025 SOCOTEC Geotechnics B.V.
Project Opdracht Betreft
Verkennend asbest bodemonderzoek aan 's-Gravendamseweg 77 te Voorhout 24SP2246-01 Foto’s
F007
F008
F009
F010
F011
F012
Genomen op: 12 juni 2025 SOCOTEC Geotechnics B.V.
Project Opdracht Betreft
Verkennend asbest bodemonderzoek aan 's-Gravendamseweg 77 te Voorhout 24SP2246-01 Foto’s
F013
F014
F015
F016
F017
Genomen op: 12 juni 2025 SOCOTEC Geotechnics B.V.
BIJLAGE D Boorprofielbeschrijvingen en legenda
Opdracht: 24SP2246-01 Project: Asbest bodemonderzoek aan 's-Gravendamseweg 77 te Voorhout
Boring: Abk001
Boring: Abk002
Datum: Boormeester: X: Y: Z:
Datum: Boormeester: X: Y: Z:
12-6-2025 93924,54 473028,20 1.502
0.00
gras Zand matig fijn, matig siltig, matig humeus, sterk grindig, resten wortels, donker grijsbruin, Schep
12-6-2025 93913,05 473018,60 3.141
0.00
gras Zand matig fijn, matig siltig, matig humeus, matig grindig, resten wortels, donker grijsbruin, Schep
3.00
0.40 0.50
0.50
Zand matig fijn, matig siltig, matig humeus, zwak grindig, resten baksteen, resten wortels, donker grijsbruin, Schep Zand matig fijn, matig siltig, matig humeus, zwak grindig, resten baksteen, resten wortels, donker grijsbruin, Edelmanboor, Gestaakt
2.00
1.20
Boring: Abk003
Boring: Abk004
Datum: Boormeester: X: Y: Z:
Datum: Boormeester: X: Y: Z:
12-6-2025 93903,85 473028,10 3.201
0.00
gras Zand zeer fijn, matig siltig, matig humeus, matig grindig, zwak baksteenhoudend, donker grijsbruin, Schep
3.00
0.50
SOCOTEC geotechnics
12-6-2025 93900,08 473016,30 3.287
0.00
gras Zand matig fijn, matig siltig, matig humeus, zwak grindig, resten wortels, donker grijsbruin, Schep
3.00
0.50
Opdracht: 24SP2246-01 Project: Asbest bodemonderzoek aan 's-Gravendamseweg 77 te Voorhout
Boring: Abk005
Boring: Abk006
Datum: Boormeester: X: Y: Z:
Datum: Boormeester: X: Y: Z:
12-6-2025 93884,96 473015,40 1.356
0.00
gras Zand matig fijn, matig siltig, zwak humeus, sterk grindig, resten puin, resten wortels, donker grijsbruin, Schep
12-6-2025 93893,99 473009,20 3.188
0.00
gras Zand matig fijn, matig siltig, matig humeus, zwak grindig, resten puin, resten wortels, donker grijsbruin, Schep
3.00
1.00 0.50
0.50
Boring: Abk007
Boring: Abk008
Datum: Boormeester: X: Y: Z:
Datum: Boormeester: X: Y: Z:
12-6-2025 93901,56 473001,00 1.183
0.00
gras Zand matig fijn, matig siltig, matig humeus, sterk grindig, resten wortels, donker grijsbruin, Schep
1.00
0.50
SOCOTEC geotechnics
12-6-2025 93885,31 472999,30 3.091
0.00
gras Zand matig fijn, matig siltig, matig humeus, matig grindig, resten baksteen, resten wortels, donker grijsbruin, Schep
3.00
0.50
Opdracht: 24SP2246-01 Project: Asbest bodemonderzoek aan 's-Gravendamseweg 77 te Voorhout
Boring: Abk009
Boring: Abk010
Datum: Boormeester: X: Y: Z:
Datum: Boormeester: X: Y: Z:
12-6-2025 93879,68 472987,80 1.522
0.00
gras
12-6-2025 93870,77 472995,40 2.649
0.00
Zand matig fijn, matig siltig, matig humeus, zwak grindig, resten wortels, zwak puinhoudend, donker grijsbruin, Schep
Zand matig fijn, matig siltig, matig humeus, zwak grindig, resten baksteen, resten wortels, donker grijsbruin, Schep
0.50
0.50
Boring: Abk011
Boring: Abk012
Datum: Boormeester: X: Y: Z:
Datum: Boormeester: X: Y: Z:
12-6-2025 93869,02 472986,30 2.45
0.00
gras Zand matig fijn, matig siltig, matig humeus, zwak grindig, resten baksteen, resten wortels, donker grijsbruin, Schep
2.00
0.50
0.80
gras
12-6-2025 93853,09 472986,20 1.307
0.00
Zand matig fijn, matig siltig, matig humeus, matig grindig, resten baksteen, resten wortels, donker grijsbruin, Schep
1.00 0.50
Zand matig fijn, matig siltig, matig humeus, zwak grindig, resten baksteen, resten wortels, donker grijsbruin, Edelmanboor Zand matig fijn, matig siltig, matig humeus, zwak grindig, resten baksteen, neutraal bruincreme, Edelmanboor, Gestaakt
1.30
SOCOTEC geotechnics
gras
Opdracht: 24SP2246-01 Project: Asbest bodemonderzoek aan 's-Gravendamseweg 77 te Voorhout
Boring: Abk013 Datum: Boormeester: X: Y: Z:
12-6-2025 93845,06 472974,20 1.454
0.00
gras Zand matig fijn, matig siltig, matig humeus, zwak grindig, resten wortels, zwak puinhoudend, donker grijsbruin, Schep
1.00
0.50
SOCOTEC geotechnics
VERKLARING CODERING BORINGEN (conform NEN 5104)
ZAND
GRIND
E0>�<0�0�0�0'.J ! grind, zwak zandig
�
grind, siltig
�
grind, matig zandig
�
grind, sterk zandig
l. C:, J ! grind, uiterst zandig 0
,;�;0
0
-.. .. VEEN
[=:tij
KLEI �
klei, zwak siltig
C=::] zand, zwak siltig
�
klei, matig siltig
r ·�
zand, matig siltig
�
klei, sterk siltig
zand, sterk siltig
�
klei, uiterst siltig
�
zand, uiterst siltig
�
klei, zwak zandig
�
klei, matig zandig
�
klei, sterk zandig
t=:EJ
zand, kleiig
LEEM
TOEVOEGINGEN
veen, mineraalarm
�
leem, zwak zandig
veen, zwak kleiig
�
leem, sterk zandig
c:::::::::::JII
veen, sterk kleiig veen, zwak zandig
SLIB
veen, sterk zandig
�
ma]
C=:::J zwak humeus c::::=I matig humeus
slib
sterk humeus
C=::] zwak grindig C=::] matig grindig
c::=EJ sterk grindig
GRONDMONSTERS
PEILBUIS
[
geroerd monster
[
ongeroerd monster
blinde buis casing indicatie hoge grondwaterstand actuele grondwaterstand indicatie lage grondwaterstand
OVERIG
bentoniet afdichting
.A.
bijzonder bestanddeel
�
indicatie hoge grondwaterstand
:!J:
actuele grondwaterstand
filter
+ indicatie lage grondwaterstand LEGENDA TEKENINGEN +B
0
05-04-2019
ANDERE SYMBOLEN
Boring
- Asbestsleuf
Boring met peilbuis
qi Asbestkuil
Niet uitgevoerde boring
, Asbestkuil met boring
Boring eerdere fase
• Kernboring
Bestaande peilbuis
<
Positie en richting foto 0-punt lokaal assenstelsel
BIJLAGE E Toelichting toetsingskader
Betreft
Toelichting toetsingskader
Toelichting toetsingskader Toetsing van de bodemkwaliteit is van belang voor verschillende aspecten. Een van de meest voorkomende is ingrepen in of op de bodem, doorgaans graafwerkzaamheden. Ingrepen in de bodem Van belang is dan of gegraven wordt in bodem met gehalten aan stoffen boven of onder de interventiewaarde. Voor het graven in bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde bodemkwaliteit gelden algemene rijksregels van het Bal, Besluit Activiteiten Leefomgeving. Het Bal bevat de aanwijzing van wat er onder de milieubelastende activiteit valt en wat vergunningplichtig is. Ook staat hier welke inhoudelijke regels gelden. De milieubelastende activiteit graven in de bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde bodemkwaliteit is in het Bal aangewezen. Deze activiteit kan schadelijk zijn voor het milieu. De nadelige gevolgen kunnen risico's voor de gezondheid zijn. Of het vermengen van partijen grond met verschillende kwaliteitsklassen (bijvoorbeeld grond die herbruikbaar en niet-herbruikbaar is) en het ondoelmatig beheer van afvalstoffen. Handelingen die onder de milieubelastende activiteit vallen zijn:
− − − −
het graven in de bodem, wanneer dat voldoet aan een aantal criteria voor de aanwijzing van de milieubelastende activiteit; het tijdelijk opslaan van de grond tijdens het graven. Deze tijdelijke opslag vindt plaats voordat de grond weer teruggaat in de bodem of voordat afvoer naar een andere plek plaatsvindt; het terugplaatsen van de grond na het tijdelijk uitnemen; het zeven van de uitgegraven grond op dezelfde locatie.
Graven vindt bijvoorbeeld plaats bij het bouwen van huizen, het aanleggen van kabels, leidingen, rioleringen en het inrichten van de openbare ruimte of landschap. Dat graven kan onder of boven het grondwaterpeil plaatsvinden. De grond gaat na de werkzaamheden weer terug in de afgegraven bodem. Als de grond niet wordt teruggeplaatst, moet deze afgevoerd naar een verwerker, bijvoorbeeld een grondreiniger of immobilisatiebedrijf. Eventueel wordt de grond eerst afgevoerd naar een (vergunde) opslaglocatie. Dat opslaan valt onder de paragraaf over het opslaan van grond of baggerspecie. Alleen als reiniging of immobilisatie niet mogelijk is, kan de grond naar een stortplaats. Graven valt alleen onder deze milieubelastende activiteit als: − − −
de kwaliteit van de bodem boven de interventiewaarde bodemkwaliteit is. Let op: hiervoor geldt géén minimale omvang zoals dat onder de Wet bodembescherming het geval was. het totale bodemvolume waarin het graven plaatsvindt meer is dan 25 m 3. Deze volumegrens staat los van een omvang van een verontreiniging. het graven plaatsvindt in de landbodem of op de zogenaamde droge(re) oevergebieden van de waterbodem. Het graven in de waterbodem valt er niet onder.
Het is niet toegestaan een activiteit bewust op te knippen met als doel beneden de ondergrens van 25 m3 uit te komen om daarmee niet onder de regels uit deze activiteit te vallen. Het bevoegd gezag kan handhavend optreden als aannemelijk gemaakt kan worden dat de opgeknipte activiteiten feitelijk één grotere activiteit zijn. Bijvoorbeeld omdat het grondverzet plaatsvindt in de directe omgeving en op hetzelfde moment. Ook kan meespelen of er sprake is van dezelfde opdrachtgever en/of uitvoerend aannemer.
SOCOTEC Geotechnics BV
Betreft
Toelichting toetsingskader
Bodemgevoelige locatie Een bodemgevoelige locatie is een locatie waarop een bodemgevoelig gebouw is toegelaten. Een bodemgevoelig gebouw is een gebouw of een gedeelte van een gebouw dat de bodem raakt, en waar personen meer dan 2 uur per dag aaneengesloten aanwezig zijn. Tot een bodemgevoelige locatie hoort ook een aaneengesloten terrein direct grenzend aan een bodemgevoelig gebouw. Een bijbehorend bouwwerk tot 50 m 2 valt niet onder het begrip bodemgevoelig gebouw. De gemeente kan in het omgevingsplan andere locaties aanwijzen als bodemgevoelige locatie, zoals kinderspeelplaatsen of moestuinen en stadslandbouw. De toelaatbare kwaliteit van de bodem in geval van een bodmegevoelige locatie is aangegeven in het lokale omgevingsplan. Doorgaans is dit overigens de eerder genoemde interventiewaarde bodemkwaliteit, bedoeld in bijlage IIA bij het Besluit activiteiten leefomgeving. Er is sprake van overschrijding van de toelaatbare kwaliteit als voor ten minste één stof de gemiddelde gemeten concentratie in meer dan 25 m 3 bodemvolume hoger is dan de interventiewaarde bodemkwaliteit. Het zinsdeel ‘in meer dan 25 m 3 bodemvolume’ is overigens niet van toepassing voor zover het gaat om aanwezigheid van asbest. De interventiewaarde bodemkwaliteit is een waarde voor bodemverontreiniging waarboven mogelijke risico's bestaan voor mens, plant of dier.
Deze waarde staat voor verschillende stoffen in bijlage IIA van het Bal. Om onder de milieubelastende activiteit te vallen, moet één enkele stof boven de interventiewaarde bodemkwaliteit uitkomen. Het is niet mogelijk om de interventiewaarde bodemkwaliteit via een maatwerkregel of maatwerkvoorschrift aan te passen. Deze waarde maakt namelijk het onderscheid tussen de twee verschillende milieubelastende activiteiten voor graven. De interventiewaarde bodemkwaliteit is onderdeel van de aanwijzing van de milieubelastende activiteiten in hoofdstuk 3 van het Bal. De aanwezigheid van niet-genormeerde stoffen in de bodem (stoffen waarvoor in bijlage IIA van het Bal geen interventiewaarden bodemkwaliteit staan) is niet bepalend voor de keuze welke activiteit van toepassing is. De kwaliteit van de overige (wel in bijlage IIA van het Bal genormeerde) stoffen bepaalt dan of er sprake is van de activiteit graven boven interventiewaarde of van de activiteit graven onder of gelijk aan interventiewaarde. Voorafgaand aan toetsing worden de gemeten gehalten in de bodem omgerekend naar een standaardbodem, dit is een bodem met een gehalte organische stof van 10 % en een gehalte lutum van 25 %. Deze gecorrigeerde gehalten worden dan getoetst aan de interventiewaarden uit het Bal. De toetsing vindt plaats middels de toetstool BoToVa.
Hiertoe dient door RWS de oude toetsmethode in BoToVa (Circulaire bodemsanering) omgezet te worden naar de toets volgens de Omgevingswet (Bal). Er is echter een vertraging opgetreden in de aanpassingen van BoToVa aan de Omgevingswet. Grondwater Voor 'nieuwe' grondwaterverontreinigingen die tussen 1 januari 1987 en de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn veroorzaakt, geldt in principe het overgangsrecht van artikel 3.2a Aanvullingswet bodem. Hiervoor blijven de artikelen 13, 27, 88 en 95 van de Wet bodembescherming (Wbb) gelden. Verontreinigingen die na inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn veroorzaakt, vallen onder de Omgevingswet. Bij nieuw ontstane verontreinigingen gelden dan de verschillende zorgplichten onder de Omgevingswet. Ook kan het gaan om herstelsaneringen na een eindonderzoek (§ 5.2.1 van het Bal, voor de milieubelastende activiteiten die in hoofdstuk 3 van het Bal zijn aangewezen). In al die situaties geldt het uitgangspunt dat de verontreiniging, voor zover redelijkerwijs mogelijk, moet worden beperkt of ongedaan moet worden gemaakt.
SOCOTEC Geotechnics BV
Betreft
Toelichting toetsingskader
Dan is het voor de toetsing relevant om de aangetoonde concentraties in het grondwater te vergelijken met de resultaten van: − − − −
een nulonderzoek bodem (indien van toepassing); de kwaliteit van het grondwater in de omgeving; de voormalige streefwaarden uit de Circulaire bodemsanering 2013 of de detectiegrens
Voor gevallen van ernstige verontreiniging die geheel en al onder overgangsrecht vallen (artikel 3.1 Aanvullingswet bodem), geldt in principe het oude recht (historische verontreinigingen die vóór 1 januari 1987 zijn ontstaan). Als sprake is van overgangsrecht waardoor de Wet bodembescherming van toepassing blijft, dan kan de toetsing plaatsvinden zoals gebruikelijk was onder de Wbb. In dat geval is toetsing aan de interventiewaarden grondwater aan de orde én aan het spoedcriterium voor verspreidingsrisico’s. Onder de Omgevingswet stelt het Rijk geen regels meer aan een grondwatersanering. Wel heeft het Rijk taken toebedeeld aan provincies, waterschappen en gemeenten. En er zijn instructieregels opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Bij de afweging of een grondwatersanering als maatregel moet worden voorgeschreven, moet de provincie de 'signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering' uit Bijlage Vd van het Bkl betrekken. Dit zijn de voormalige interventiewaarden grondwater uit de Circulaire bodemsanering 2013. Decentrale overheden kunnen rechtstreeks werkende regels voor initiatiefnemers opnemen, bijvoorbeeld in de omgevingsverordening of het omgevingsplan. Initiatiefnemers en adviesbureaus moeten rekening houden met deze decentrale regels.
Het bevoegd gezag, maar ook initiatiefnemers en adviesbureaus, moeten rekening houden met de risico's die een eventuele grondwaterverontreiniging met zich mee kan brengen bij huidig of toekomstig gebruik. Denk aan het risico op uitdamping van vluchtige verbindingen. Bijvoorbeeld bij het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie. Als er overschrijdingen zijn van de signaleringsparameters, kan sprake zijn van onaanvaardbare risico's voor de gezondheid. Er kan dan sprake zijn van een ‘toevalsvondst bodem’. Het is dan aan de betrokken organisaties om de risico's op basis hiervan in te schatten en eventuele vervolgstappen te ondernemen. De eigenaar moet op verzoek van het bevoegd gezag vervolgens de maatregelen nemen. Als er een verontreiniging aangetoond is, die mogelijk de kwaliteit van drinkwater bedreigt, moet overleg plaatsvinden tussen gemeente en provincie (artikel 19.3 Omgevingswet). Hergebruik van grond (of baggerspecie) Bij het toepassen van grond of baggerspecie op de landbodem gelden algemene kwaliteitseisen. Deze staan in artikel 4.1272 van het Bal. De combinatie van de bodemkwaliteitsklasse van de ontvangende bodem en de bodemfunctieklasse bepaalt de toepassingseis. Dubbele toets bepaalt de toepassingseis De kwaliteitseisen bij het toepassen van grond of baggerspecie op de landbodem kennen twee uitgangspunten: 1.
het toepassen van grond of baggerspecie mag niet leiden tot verslechtering van de actuele kwaliteit van de bodem, en 2. het toepassen van grond of baggerspecie moet in overeenstemming zijn met de kwaliteitseisen die gelden voor de beoogde functie van de landbodem. Concreet betekent dit dat de kwaliteit van toe te passen grond of baggerspecie op de landbodem moet voldoen aan deze twee eisen: SOCOTEC Geotechnics BV
Betreft
Toelichting toetsingskader
1. kwaliteitsklasse van de ontvangende bodem ter plaatse van de toepassing 2. bodemfunctieklasse ter plaatse van de toepassing Bij een toepassing op de landbodem moet de toe te passen grond of baggerspecie voldoen aan de strengste van bovenstaande twee eisen. Dat heet ook wel de 'dubbele toets'. Als de grond of baggerspecie voldoet aan de kwaliteitsklasse landbouw/natuur, is toepassing altijd toegestaan. Het uitvoeren van de dubbele toets is dan niet nodig. Kwaliteitsklassen ontvangende bodem Het Besluit bodemkwaliteit kent de volgende kwaliteitsklassen voor de ontvangende landbodem: −
landbouw/natuur
−
wonen
−
industrie
−
matig verontreinigd
−
sterk verontreinigd.
De kwaliteitsklassen zijn begrensd door zogenaamde kwaliteitseisen die in tabel 1 van bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit 2022 staan. Degene die toepast toont de kwaliteitsklasse van de ontvangende bodem aan met een milieuverklaring bodemkwaliteit. Dit kan met de bodemkwaliteitskaart, mits de bodemkwaliteitskaart door de gemeente is vastgesteld en de toepassingslocatie op de kaart is ingedeeld. Heeft de gemeente geen bodemkwaliteitskaart of is de locatie daar niet op ingedeeld? Dan kan de initiatiefnemer de kwaliteitsklasse bepalen met een bodemonderzoek volgens NEN 5740 volgens de onderzoeksstrategieën die in artikel 7.5 van de Regeling bodemkwaliteit 2022 zijn aangewezen. Bodemfunctieklassen Het Besluit activiteiten leefomgeving kent de volgende drie bodemfunctieklassen voor de landbodem: −
landbouw/natuur
−
wonen
−
industrie
De bodemfunctieklassen staan op de bodemfunctieklassenkaart die iedere gemeente moet hebben vastgesteld.
SOCOTEC Geotechnics BV
Betreft
Toelichting toetsingskader
Werking van de dubbele toets Voor het toepassen van grond of baggerspecie op de landbodem moet de initiatiefnemer de dubbele toets gebruiken. Deze werkt in drie stappen. •
Stap 1: bodemkwaliteitsklasse ontvangende bodem. Als eerste bepaalt de initiatiefnemer ter plaatse de bodemkwaliteitsklasse waar de functionele toepassing moet komen. Hiervoor kan men bijvoorbeeld de bodemkwaliteitskaart gebruiken.
•
Stap 2: bodemfunctieklasse. Daarna bepaalt de initiatiefnemer ter plaatse de bodemfunctieklasse van het werk dat er moet komen. De bodemfunctieklasse staat op de bodemfunctieklassenkaart van de gemeente.
•
Stap 3: Toepassingseis vaststellen. De dubbele toets houdt in dat de strengste klasse van bovenstaande eisen gebruikt moet worden.
Als de kwaliteitsklasse van de toe te passen grond of baggerspecie gelijk of beter is dan de toepassingseis die volgt uit de 'dubbele toets', dan is toepassing van de partij op die locatie toegestaan. In onderstaande figuur is de werking van de dubbele toets via de drie stappen toegelicht.
Maatwerk kwaliteitseisen Artikel 4.1272 van het Bal stelt algemene kwaliteitseisen aan de grond of baggerspecie die in een functionele toepassing komen. Afwijken van die eisen is met een maatwerkregel of een maatwerkvoorschrift mogelijk. In artikel 4.1273 van het Bal staan de voorwaarden voor maatwerk. Soepelere eisen mogen alleen als de toe te passen grond of baggerspecie afkomstig is uit hetzelfde bodembeheergebied als waar ze weer worden toegepast. De gemeente moet het bodembeheergebied aanwijzen in het omgevingsplan. Dit staat in een instructieregel van het Bkl. Op deze manier zal de bodemkwaliteit binnen het beheergebied niet verslechteren. Dit wordt ook wel stand still genoemd.
SOCOTEC Geotechnics BV
Betreft
Toelichting toetsingskader
Voor PFAS geldt de indeling als genoemd in het handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie, laatst aangepast december 2023. Hierbij geldt de volgende indeling bij beoogd hergebruik op een landbodem:
Voor asbest tenslotte bestaat enkel een interventiewaarde. Deze bedraagt 100 mg/kg ‘gewogen’. Deze weging bestaat dan uit het gehalte serpentijnasbest (ook chrysotiel of witte asbest) opgeteld met tienmaal het gehalte amfiboolasbest (overige asbestsoorten).
SOCOTEC Geotechnics BV
BIJLAGE F Laboratoriumcertificaat
1/6 SOCOTEC Geotechnics B.V. T.a.v. d Ekkersrijt 2058 5692BA SON EN BREUGEL
Uw kenmerk : 24SP2246-01-â¿¿s-Gravendamseweg 77 Voorhout Ons kenmerk : Project 1944613 Validatieref. : 1944613_certificaat_v1 Opdrachtverificatiecode : IXNO-MNSZ-RSKX-SWOK
Amsterdam, 20 juni 2025 Hierbij zend ik u de resultaten van het laboratoriumonderzoek dat op uw verzoek is uitgevoerd in de door u aangeboden monsters. De resultaten hebben uitsluitend betrekking op de monsters, zoals die door u voor analyse ter beschikking werden gesteld. Het onderzoek is, met uitzondering van eventueel uitbesteed onderzoek, uitgevoerd door Eurofins Omegam. Informatie omtrent de gebruikte analysemethode(n) kunt u vinden in ons klantenportaal Mijn Lab onder "Info en Docs". Ik wijs u erop dat het analysecertificaat alleen in zijn geheel mag worden gereproduceerd. Ik vertrouw erop uw opdracht volledig en naar tevredenheid te hebben uitgevoerd. Heeft u naar aanleiding van deze rapportage nog vragen, dan verzoek ik u contact op te nemen met onze klantenservice. Hoogachtend, namens Eurofins Omegam,
Manager productie
Op dit certificaat zijn onze algemene voorwaarden van toepassing. Dit analysecertificaat mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd.
Eurofins Omegam B.V. H.J.E. Wenckebachweg 120 NL-1114 AD Amsterdam-Duivendrecht Nederland
T +31-(0)20-597 66 80 CSOmegam@etbnl.eurofins.com www.eurofins.nl
IBAN NL 16 BNPA 0227667980 BIC BNPANL2A BTW nr. NL8139.67.132.B01 KvK nr. 34215654
2/6 ANALYSECERTIFICAAT Projectcode Uw project omschrijving Opdrachtgever
: 1944613 : 24SP2246-01-â¿¿s-Gravendamseweg 77 Voorhout : SOCOTEC Geotechnics B.V.
Monstercode Uw referentie Opgegeven bemonsteringsdatum
: 8844552 : MM001-1 MM001 (0-50) : 12/06/2025
Asbestonderzoek Initialen analist Analysedatum
: : 19-06-2025
Analyse is uitgevoerd conform NEN 5898 (S). Massa aangeleverd monster Droge massa aangeleverd monster Percentage droogrest Type zeving zeeffractie (mm) <0,5 mm 0,5-1 mm 1-2 mm 2-4 mm 4-8 mm 8-20 mm >20 mm Totaal
zeeffractie (mm) <0,5 mm 0,5-1 mm 1-2 mm 2-4 mm 4-8 mm 8-20 mm >20 mm Totaal
massa zeeffractie (gram) 10295,8 145,6 237,8 236,4 283,8 933,4 164,2 12297,0
: : : :
13620 12490 91,7 nat
g g m/m %
percentage massa percentage zeeffractie onderzocht onderzocht (m/m %) (gram) (m/m %) 83,7 12,5 0,12 1,2 28,4 19,51 1,9 111,8 47,01 1,9 236,4 100,00 2,3 283,8 100,00 7,6 933,4 100,00 1,3 164,2 100,00 100,0 1770,5
asbest totaal gehalte ondergrens bovengrens asbest (mg/kg ds) (mg/kg ds) (mg/kg ds) 0,0 0,0 0,3 0,0 0,0 0,3 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 <0,3 0,0 0,6
Aangetroffen type asbest Bijzonderheden waargenomen
aantal asbest (deeltjes) n.v.t. 0 0 0 0 0 0 0
massa asbest-houdend materiaal (mg) n.v.t. 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
serpentijn asbest gehalte ondergrens bovengrens asbest (mg/kg ds) (mg/kg ds) (mg/kg ds) 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 <0,3
0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
0,1 0,2 0,0 0,0 0,0 0,0 0,3
gehalte asbest (mg/kg ds)
amfibool asbest ondergrens bovengrens (mg/kg ds) (mg/kg ds)
0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
0,1 0,2 0,0 0,0 0,0 0,0 0,3
: Geen : Geen
Serpentijn asbest is chrysotiel. Amfibool asbest is amosiet, crocidoliet, actinoliet, anthophylliet en tremoliet. De bepalingsgrens is bepaald voor de zeeffracties kleiner dan 4 mm. De totale bepalingsgrens is verkregen door de bepalingsgrenzen van de afzonderlijke zeeffracties te sommeren. Het materiaal is middels polarisatiemicroscopie onderzocht, de analyse is uitgevoerd conform NEN 5896. Gebondenheid hecht niet hecht totaal afgerond
Serpentijn asbest 0,0 0,0 0,0
Amfibool asbest 0,0 0,0 0,0
totaal afgerond 0,0 0,0
Gewogen concentratie (serpentijnasbestconcentratie vermeerderd met 10 maal de amfiboolasbestconcentratie) is: <0,3 mg/kg ds De gewogen asbestconcentratie wordt berekend uit de niet-afgeronde gehalten aan serpentijn en amfibool asbest. De weergegeven resultaten zijn afgerond. Verklaring kwalitatief onderzoek zeeffractie <0,5 mm: - : geen asbest waargenomen
Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. - De met een 'S' gemerkte analyses zijn door RvA geaccrediteerd (L086) en op basis van het schema AS 3000 erkend. Opdrachtverificatiecode: IXNO-MNSZ-RSKX-SWOK
Ref.: 1944613_certificaat_v1
3/6 ANALYSECERTIFICAAT Projectcode Uw project omschrijving Opdrachtgever
: 1944613 : 24SP2246-01-â¿¿s-Gravendamseweg 77 Voorhout : SOCOTEC Geotechnics B.V.
Monstercode Uw referentie Opgegeven bemonsteringsdatum
: 8844553 : MM002-1 MM002 (0-50) : 12/06/2025
Asbestonderzoek Initialen analist Analysedatum
: A.A.G : 19-06-2025
Analyse is uitgevoerd conform NEN 5898 (S). Massa aangeleverd monster Droge massa aangeleverd monster Percentage droogrest Type zeving zeeffractie (mm) <0,5 mm 0,5-1 mm 1-2 mm 2-4 mm 4-8 mm 8-20 mm >20 mm Totaal
zeeffractie (mm) <0,5 mm 0,5-1 mm 1-2 mm 2-4 mm 4-8 mm 8-20 mm >20 mm Totaal
massa zeeffractie (gram) 11412,7 110,8 206,0 152,2 167,6 385,2 0,0 12434,5
: : : :
13760 12618 91,7 nat
g g m/m %
percentage massa percentage zeeffractie onderzocht onderzocht (m/m %) (gram) (m/m %) 91,8 12,6 0,11 0,9 20,4 18,41 1,7 101,0 49,03 1,2 152,2 100,00 1,3 167,6 100,00 3,1 385,2 100,00 0,0 0,0 100,00 100,0 839,0
asbest totaal gehalte ondergrens bovengrens asbest (mg/kg ds) (mg/kg ds) (mg/kg ds) 0,0 0,0 0,3 0,0 0,0 0,3 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 <0,3 0,0 0,6
Aangetroffen type asbest Bijzonderheden waargenomen
aantal asbest (deeltjes) n.v.t. 0 0 0 0 0 0 0
massa asbest-houdend materiaal (mg) n.v.t. 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
serpentijn asbest gehalte ondergrens bovengrens asbest (mg/kg ds) (mg/kg ds) (mg/kg ds) 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 <0,3
0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
0,1 0,2 0,0 0,0 0,0 0,0 0,3
gehalte asbest (mg/kg ds)
amfibool asbest ondergrens bovengrens (mg/kg ds) (mg/kg ds)
0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
0,1 0,2 0,0 0,0 0,0 0,0 0,3
: Geen : Geen
Serpentijn asbest is chrysotiel. Amfibool asbest is amosiet, crocidoliet, actinoliet, anthophylliet en tremoliet. De bepalingsgrens is bepaald voor de zeeffracties kleiner dan 4 mm. De totale bepalingsgrens is verkregen door de bepalingsgrenzen van de afzonderlijke zeeffracties te sommeren. Het materiaal is middels polarisatiemicroscopie onderzocht, de analyse is uitgevoerd conform NEN 5896. Gebondenheid hecht niet hecht totaal afgerond
Serpentijn asbest 0,0 0,0 0,0
Amfibool asbest 0,0 0,0 0,0
totaal afgerond 0,0 0,0
Gewogen concentratie (serpentijnasbestconcentratie vermeerderd met 10 maal de amfiboolasbestconcentratie) is: <0,3 mg/kg ds De gewogen asbestconcentratie wordt berekend uit de niet-afgeronde gehalten aan serpentijn en amfibool asbest. De weergegeven resultaten zijn afgerond. Verklaring kwalitatief onderzoek zeeffractie <0,5 mm: - : geen asbest waargenomen
Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. - De met een 'S' gemerkte analyses zijn door RvA geaccrediteerd (L086) en op basis van het schema AS 3000 erkend. Opdrachtverificatiecode: IXNO-MNSZ-RSKX-SWOK
Ref.: 1944613_certificaat_v1
4/6 ANALYSECERTIFICAAT Projectcode Uw project omschrijving Opdrachtgever
: 1944613 : 24SP2246-01-â¿¿s-Gravendamseweg 77 Voorhout : SOCOTEC Geotechnics B.V.
Monstercode Uw referentie Opgegeven bemonsteringsdatum
: 8844554 : MM003-1 MM003 (0-50) : 12/06/2025
Asbestonderzoek Initialen analist Analysedatum
: S.C. : 19-06-2025
Analyse is uitgevoerd conform NEN 5898 (S). Massa aangeleverd monster Droge massa aangeleverd monster Percentage droogrest Type zeving zeeffractie (mm) <0,5 mm 0,5-1 mm 1-2 mm 2-4 mm 4-8 mm 8-20 mm >20 mm Totaal
zeeffractie (mm) <0,5 mm 0,5-1 mm 1-2 mm 2-4 mm 4-8 mm 8-20 mm >20 mm Totaal
massa zeeffractie (gram) 9476,1 287,6 320,0 288,4 603,6 1934,8 0,0 12910,5
: : : :
13790 13101 95,0 nat
g g m/m %
percentage massa percentage zeeffractie onderzocht onderzocht (m/m %) (gram) (m/m %) 73,4 13,4 0,14 2,2 83,8 29,14 2,5 151,8 47,44 2,2 288,4 100,00 4,7 603,6 100,00 15,0 1934,8 100,00 0,0 0,0 100,00 100,0 3075,8
asbest totaal gehalte ondergrens bovengrens asbest (mg/kg ds) (mg/kg ds) (mg/kg ds) 0,0 0,0 0,1 0,0 0,0 0,3 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 <0,3 0,0 0,5
Aangetroffen type asbest Bijzonderheden waargenomen
aantal asbest (deeltjes) n.v.t. 0 0 0 0 0 0 0
massa asbest-houdend materiaal (mg) n.v.t. 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
serpentijn asbest gehalte ondergrens bovengrens asbest (mg/kg ds) (mg/kg ds) (mg/kg ds) 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 <0,3
0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
0,1 0,2 0,0 0,0 0,0 0,0 0,2
gehalte asbest (mg/kg ds)
amfibool asbest ondergrens bovengrens (mg/kg ds) (mg/kg ds)
0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
0,1 0,2 0,0 0,0 0,0 0,0 0,2
: Geen : Geen
Serpentijn asbest is chrysotiel. Amfibool asbest is amosiet, crocidoliet, actinoliet, anthophylliet en tremoliet. De bepalingsgrens is bepaald voor de zeeffracties kleiner dan 4 mm. De totale bepalingsgrens is verkregen door de bepalingsgrenzen van de afzonderlijke zeeffracties te sommeren. Het materiaal is middels polarisatiemicroscopie onderzocht, de analyse is uitgevoerd conform NEN 5896. Gebondenheid hecht niet hecht totaal afgerond
Serpentijn asbest 0,0 0,0 0,0
Amfibool asbest 0,0 0,0 0,0
totaal afgerond 0,0 0,0
Gewogen concentratie (serpentijnasbestconcentratie vermeerderd met 10 maal de amfiboolasbestconcentratie) is: <0,3 mg/kg ds De gewogen asbestconcentratie wordt berekend uit de niet-afgeronde gehalten aan serpentijn en amfibool asbest. De weergegeven resultaten zijn afgerond. Verklaring kwalitatief onderzoek zeeffractie <0,5 mm: - : geen asbest waargenomen
Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. - De met een 'S' gemerkte analyses zijn door RvA geaccrediteerd (L086) en op basis van het schema AS 3000 erkend. Opdrachtverificatiecode: IXNO-MNSZ-RSKX-SWOK
Ref.: 1944613_certificaat_v1
5/6 ANALYSECERTIFICAAT Projectcode Uw project omschrijving Opdrachtgever
: 1944613 : 24SP2246-01-â¿¿s-Gravendamseweg 77 Voorhout : SOCOTEC Geotechnics B.V.
Opmerkingen m.b.t. analyses Opmerking(en) algemeen De volgende informatie is indien van toepassing verstrekt door de opdrachtgever: Project omschrijving, Monsterreferentie(s), Opgegeven bemonsteringsdatum, Matrix, Monsterdiepte, Potnr (Barcode), Veldgegevens, Veldwaarnemingen en Bemonsteringsdata. De opgegeven bemonsteringsdatum kan van invloed zijn op de geldigheid van de resultaten. Asbest Individuele monsters van dit project zijn als asbestverdacht gekwalificeerd. De analysedeelmonsters zijn met beschermende maatregelen in het laboratorium in behandeling genomen. Opmerking bij project:
- Eurofins Omegam heeft het asbestonderzoek in dit/deze monster(s) uitgevoerd volgens de NEN 5898, en zoals beschreven in een aparte bijlage als onderdeel van dit analysecertificaat. Voor de analyseresultaten van het asbestonderzoek geldt dat Eurofins Omegam de analyse heeft uitgevoerd in de monsters die de opdrachtgever, zoals deze staan vermeld in de koptekst van dit analysecertificaat, zelf heeft genomen of laten nemen en aan Eurofins Omegam heeft aangeboden. Eurofins Omegam draagt geen verantwoordelijkheid inzake de herkomst en representativiteit alsmede de veiligheid tijdens de monsterneming.
Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. Opdrachtverificatiecode: IXNO-MNSZ-RSKX-SWOK
Ref.: 1944613_certificaat_v1
6/6 ANALYSECERTIFICAAT Projectcode Uw project omschrijving Opdrachtgever
: 1944613 : 24SP2246-01-â¿¿s-Gravendamseweg 77 Voorhout : SOCOTEC Geotechnics B.V.
Analysemethoden Grond (AS3000) AS3000 In dit analysecertificaat zijn de met 'S' gemerkte analyses uitgevoerd volgens de analysemethoden beschreven in het "Accreditatieschema Laboratoriumanalyses voor grond-, waterbodem- en grondwateronderzoek (AS SIKB 3000)". Het laboratoriumonderzoek is uitgevoerd volgens de onderstaande analysemethoden. Deze analyses zijn vastgelegd in het geldende accreditatie-certificaat met bijbehorende verrichtingenlijst L086 van Eurofins Omegam BV. Asbestonderzoek
: Conform AS3070 prestatieblad 1 en NEN 5898
Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. Opdrachtverificatiecode: IXNO-MNSZ-RSKX-SWOK
Ref.: 1944613_certificaat_v1
Voor meer informatie zie: www.socotec.nl
SOCOTEC NEDERLAND SPECIALIST IN: Geotechniek en milieu-expertise Grondonderzoek Geotechnisch laboratoriumonderzoek Geotechnisch- en geohydrologisch advies Bouwplaats- en grondwater monitoring
Waterveiligheid Uitvoeringsbegeleiding Milieutechniek
Risicobeheer, verzekering en inspecties Claims Controle van de omgeving
Risicoanalyses Waardebepalingen
Gebouw veiligheid & duurzaamheid Binnenklimaat Drinkwaterveiligheid Gebouw- en techniekinspecties
Gebouwprestatie Gebouwinformatie