CConstaterende datTeylingen
Koppel je AI →
Document · PDF

23. 4. getekend geamendeerd Bestemmingsplan Nieuw Boekhorst, Voorhout_vastgesteld-04-Regels

Gemeenteraad 1 februari 2024, gemeente TeylingenBij agendapunt: Bestemmingsplan ‘Bestemmingsplan Nieuw Boekhorst, Voorhout’21.283 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

21.5

Vergunning terrassen

Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 21.1 , voor het gebruik van gronden ten behoeve van terrassen behorende bij een horecabedrijf, mits: a. het gebruik van de gronden als verkeer- en verblijfsfunctie niet onaanvaardbaar belemmeren. 21.6

Vergunning evenemententerrein

Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 21.1, voor het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van evenementen op evenemententerreinen, ter plaatse van de aanduidingen 'overige zone - publieke voorzieningen', 'sport', en 'maatschappelijk' is, mits: a. maximaal 3 evenementen per jaar plaatsvinden ter plaatse van de aanduidingen 'sport' en 'maatschappelijk'; en b. maximaal 1 evenement per jaar plaatsvindt ter plaatse van de aanduidingen 'overige zone - publieke voorzieningen'.

54

Artikel 22 algemene aanduidingsregels 22.1

vrijwaringszone - molenbiotoop

In afwijking van het bepaalde in hoofdstuk 2 gelden ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - molenbiotoop' de volgende regels: a. binnen een afstand van 100 m tot het middelpunt van de molen wordt geen bebouwing opgericht hoger dan de onderste punt van de verticaal staande wiek; b. binnen een afstand van 100 tot 400 m tot het middelpunt van de molen wordt geen bebouwing opgericht met een hoogte die meer bedraagt dan 1/100 van de afstand van het bouwwerk tot het middelpunt van de molen, gerekend vanaf de onderste punt van de verticaal staande wiek; c. het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van onderdeel a en b, als: 1. vrije windvang en het zicht op de molen al zijn beperkt door bebouwing, zolang de vrije windvang en het zicht op de molen niet verder worden beperkt, of zeker is gesteld dat de belemmering van de windvang en het zicht op de molen door maatregelen elders in de molenbeschermingszone worden gecompenseerd; d. in afwijking van het bepaalde onder b. is ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' een afwijkende bouwhoogte toegestaan, met dien verstande dat de bouwhoogte van gebouwen ten hoogste de ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' aangegeven hoogte bedraagt; e.

als op grond van hoofdstuk 2 een lagere maximale bouwhoogte geldt dan de maximaal toelaatbare bouwhoogte ingevolge onderdeel a t/m c, prevaleert de maximaal toelaatbare bouwhoogte van hoofdstuk 2. 22.2

wetgevingzone - waterberging

Ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingzone - waterberging' gelden de regels uit artikel 13.2.3.

22.3

overige zone - overgangszone

Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - overgangszone' zijn de gronden, naast de aldaar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het instandhouden en versterken van de geomorfologische, bodemkundige, landschapsvisuele en ecologische overgang tussen de bestemmingen Natuur en Agrarisch - Waardevolle graslanden.

22.4

overige zone - publieke voorzieningen

In aanvulling op het bepaalde in Hoofdstuk 2 gelden ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'overige zone - publieke voorzieningen', ter plaatse van de bestemming Woongebied, de volgende regels: a. in aanvulling op artikel 13.1, aanhef, onderdeel c, zijn uitsluitend op de eerste bouwlaag (begane grond) publieke voorzieningen toegestaan bestaande uit dienstverlening, horecabedrijven uit ten hoogste categorie 1c van de Staat van horeca-activiteiten, publieksgerichte bedrijven, kantoren, aanvullende culturele- en maatschappelijke- en levensbeschouwelijke voorzieningen zoals opgenomen in bijlage 2 en ondergeschikte detailhandel in combinatie met en ten dienste van deze voorzieningen; en b. in aanvulling op artikel 13.1, aanhef, onderdeel c, bedraagt het bruto vloeroppervlak van publieke voorzieningen minimaal 500 m2 en maximaal 1.500 m2, met dien verstande dat: 1. het brutovloeroppervlakte per vestiging maximaal 250 m2 bedraagt, tenzij sprake is van maatschappelijke voorzieningen; 2. het brutovloeroppervlakte van aanvullende culturele en maatschappelijke voorzieningen zoals zijn opgenomen in bijlage 2 per vestiging maximaal 200 m2 bedraagt; 3. het maximaal brutovloeroppervlakte voor ambachtelijke bedrijven gezamenlijk maximaal 100 m2 bedraagt; 4. het brutovloeroppervlakte van de horecaondernemingen gezamenlijk maximaal 250 m2 bedraagt; 5.

het brutovloeroppervlakte van de maatschappelijke voorzieningen, met uitzondering van een woonzorgcomplex, gezamenlijk maximaal 1.000 m2 bedraagt. c. in aanvulling op artikel 13.1, aanhef, onderdeel c, zijn op alle bouwlagen een woonzorgcomplex, toegestaan met dien verstande dat:

55

1. het brutovloeroppervlak van een woonzorgcomplex maximaal 7.500 m2 bedraagt, d. in aanvulling op het bepaalde in artikel 25.3 geldt dat de parkeervoorzieningen en laaden losvoorzieningen ten behoeve van de functies ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - publieke voorzieningen' binnen het aanduidingsvlak worden gerealiseerd. 22.5

overige zone - wonen uitgesloten

a. ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - wonen uitgesloten' worden geen geluidsgevoelige objecten gerealiseerd, met uitzondering van een educatieve voorziening en kinderopvang ter plaatse van de aanduiding 'maatschappelijk'. b. het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in onderdeel a, en c. bij toepassing van onderdeel b is artikel 20.2, lid 20.2.1 onderdeel c van overeenkomstige toepassing op de geluidbelasting ten gevolge weg- en railverkeer en geldt aanvullend dat de gevels van geluidsgevoelige objecten als dove gevel worden uitgevoerd, mits niet meer dan één dove gevel per woning wordt toegepast; d. bij toepassing van onderdeel b wordt ten gevolge van de kernactiviteit sportvoorzieningen en educatieve voorzieningen voldaan aan de tabel 3 in 25.1.2 opgenomen geluidwaarden.

56

Artikel 23 algemene afwijkingsregels 23.1

overige zone - publieke voorzieningen

a. Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 13.1, aanhef onderdeel c en artikel 22.4 voor het toestaan van horeca in categorie 2, voor zover de betrokken horecaonderneming naar aard en invloed op de omgeving (gelet op de specifieke werkwijze of de bijzondere verschijningsvorm) geacht kan worden te behoren tot de categorieën zoals in lid 22.4 genoemd; b. Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 22.4 aanhef onderdeel b, subonderdelen 1 en 4, voor het toestaan van een vestiging met een oppervlakte van maximaal 350 m2, mits is aangetoond dat dit niet leidt tot duurzame ontwrichting van het voorzieningenniveau in het centrum van Voorhout. 23.2

Onzelfstandige wooneenheden

Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 21.2 voor het toestaan van een hoger aantal, of hoger percentage, mits: a. sprake is van zorggerelateerd wonen; b. is aangetoond dat wordt of zal worden voldaan aan het gemeentelijke parkeerbeleid, zoals dat geldt op het tijdstip van indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning, of anderszins wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 25.3; c. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden niet onevenredig wordt aangetast; en, d. het woon- en leefklimaat niet onevenredig wordt aangetast. 23.3

Overschrijding bouwgrenzen

Het bevoegd gezag kan - tenzij hiervoor op grond van Hoofdstuk 2 al een omgevingsvergunning kan worden verleend - een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van de regels voor overschrijding van bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein; de overschrijdingen mogen echter ten hoogste 3 m bedragen en het bouwvlak mag met ten hoogste 10% worden vergroot. Deze omgevingsvergunning wordt niet verleend, als daardoor onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken.

23.4

Binnenplanse afwijking geluid

Het bevoegd gezag kan voor het realiseren van geluidsgevoelige objecten bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in Artikel 20, sublid 20.2.1, als het treffen van maatregelen voor het verlagen van de geluidbelasting op de gevels niet doelmatig is, voor zover: a. redelijkerwijs geen geluidbeperkende maatregelen kunnen worden getroffen om aan de voorwaarden te kunnen voldoen; b. de overschrijding van de geluidbelasting zoveel mogelijk beperkt wordt door het treffen van geluidbeperkende maatregelen; hieronder wordt mede verstaan het treffen van bouwkundige maatregelen; c. het geluid op woningen niet hoger is dan de geluidwaarde van 63 dB voor de Noordelijke Randweg en N444 en 68 dB voor railverkeer; en d. geluidbeperkende maatregelen worden in aanmerking genomen als die financieel doelmatig zijn en daartegen geen overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of technische aard bestaan. 23.4.1 Voorwaarden binnenplanse afwijking Bij toepassing van het vorige lid 23.4 wordt: a. het belang van het beschermen van de gezondheid betrokken door het treffen van maatregelen; b. voldaan aan de voorwaarden zoals genoemd in artikel 20.2.1, onderdeel c. en c. de aanvaardbaarheid van het gecumuleerde geluid op het geluidsgevoelig object

57

beoordeeld overeenkomstig het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 of diens rechtsopvolger en de classificering van de milieukwaliteitsmaat volgens de methode Miedema of diens rechtsopvolger. 23.5

Kinderdagverblijf

Het bevoegd gezag kan in afwijking van de regels van dit bestemmingsplan eenmalig een extra kinderdagverblijf toestaan, mits het woon- en leefklimaat niet onevenredig wordt aangetast, waarbij tenminste wordt voldaan aan de in artikel 25.1 opgenomen geluidregels die overeenkomstige toepassing zijn.

58

Artikel 24 algemene wijzigingsregels 24.1

Overschrijding bestemmingsgrenzen

Burgemeester en wethouders kunnen op grond van artikel 3.6, lid 1 sub a van de Wet ruimtelijke ordening de in het plan opgenomen bestemmingen wijzigen ten behoeve van overschrijding van bestemmingsgrenzen, voor zover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein. De overschrijdingen mogen echter ten hoogste 3 m bedragen en het bestemmingsvlak mag met ten hoogste 10% worden vergroot.

24.2

Archeologische waarden

24.2.1 Wijziging ten behoeve van verwijdering van bestemming Burgemeester en wethouders kunnen besluiten één of meer bestemmingsvlakken met de bestemming Waarde - Archeologie geheel of gedeeltelijk te verwijderen, als: a. uit nader archeologisch onderzoek is gebleken dat ter plaatse geen archeologische waarden aanwezig zijn; of b. het op grond van nader archeologisch onderzoek niet meer noodzakelijk wordt geacht dat het bestemmingsplan ter plaatse in bescherming en veiligstelling van archeologische waarden voorziet.

59

Artikel 25 overige regels 25.1

Geluid niet wonen functies

25.1.1 Bouwregels - geluid a. voorafgaand aan het bouwen van nieuwe geluidsgevoelige objecten, bedoeld in artikel 20.2.1, en met inachtneming van het bepaalde in lid 22.5 wordt, door middel van akoestisch onderzoek aangetoond dat: 1. ter plaatse van gerealiseerde geluidsgevoelige objecten, of op grond van het bestemmingsplan of een omgevingsvergunning toegelaten geluidsgevoelige objecten, sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat; b. voorafgaand aan het bouwen van nieuwe geluidveroorzakende activiteiten als bedoeld in artikel 13.1 wordt, door middel van akoestisch onderzoek aangetoond dat: 1. de kern- en ondersteunende activiteiten sportvoorzieningen, educatieve voorzieningen en publieke voorzieningen als bedoeld in artikel 13.1 onderdeel b. en e. voldoen aan het bepaalde in Artikel 25, lid 25.1, sublid 25.1.2, onderdeel c en 2. ter plaatse van gerealiseerde geluidsgevoelige objecten, of op grond van het bestemmingsplan of een omgevingsvergunning toegelaten geluidsgevoelige objecten, sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. c. maatregelen die zijn getroffen om te voldoen aan de regels in dit lid worden in standgehouden, tenzij op aanvraag toestemming is verleend om via een gelijkwaardige maatregel minimaal hetzelfde geluidreducerend effect te bereiken. Het gestelde in dit artikel geldt dan voor die gelijkwaardige maatregel.

25.1.2 Gebruiksregels - geluid a. het is verboden zonder omgevingsvergunning voor een bestemmingsplanactiviteit de activiteiten, bedoeld in artikel 13.1, onderdeel b en e, 1, te starten. b. de omgevingsvergunning als bedoeld onder a. wordt verleend als het verrichten daarvan niet leidt tot een onaanvaardbaar geluidniveau. Er is in ieder geval sprake van een aanvaardbaar geluidniveau als wordt voldaan aan de waarden in tabel 3. c. met het oog op het voorkomen of het beperken van geluidhinder wordt bij het verrichten van de kernactiviteiten sportvoorzieningen, educatieve voorzieningen en publieke voorzieningen als bedoeld in het eerste lid, en daaraan ondersteunende activiteiten, voldaan aan de in tabel 3 opgenomen geluidwaarden. Dagdeel 07.00 19.00 - 23.00 23.00 19.00 uur uur 07.00 uur Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT als gevolg van activiteiten

50 dB (A)

45 dB (A)

40 dB (A)

Maximaal geluidniveau LAmax als gevolg van activiteiten

--

65 dB (A)

60 dB (A)

Tabel 3 geluidwaarden niet wonen functies d. de waarden in de tabel 3 gelden: 1. ter plaatse van de aanduidingen 'sport' en 'maatschappelijk' op een afstand van 18 meter vanaf de grens van het aanduidingsvlak; 2. in afwijking van het bepaalde onder 1, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - gestapeld 1' op de gevel van een geluidgevoelig gebouw, en 3. op overige locaties: op een afstand van 30 meter vanaf de grens van de locatie waar de bedrijfsmatige activiteit wordt verricht en op de gevel van een geluidgevoelig gebouw. e. metingen en berekeningen van de geluidniveaus zoals voorgaand benoemd vindt plaats overeenkomstig de 'Handleiding meten en rekenen industrielawaai 1999' (HMRI'99) of diens rechtsopvolger. 25.1.3 Afwijken van de gebruiksregels - geluid a. met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van de geluidwaarden voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT als gevolg van activiteiten, zoals bepaald in sublid 25.1.2; b. de omgevingsvergunning wordt alleen verleend als: 1. door middel van akoestisch onderzoek is aangetoond dat: redelijkerwijs geen geluidbeperkende maatregelen kunnen worden getroffen om aan de geluidwaarden te voldoen, en

60

c.

als andere maatregelen mogelijk zijn om de geluidbelasting zoveel mogelijk te verminderen: die andere maatregelen wel worden getroffen. het bevoegd gezag verbindt aan de omgevingsvergunning voorschriften over de geluidwaarden, die maximaal 5 dB hoger zijn dan de geluidwaarden voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT, genoemd in sublid 25.1.2, tabel 3.

25.2

Duurzame ontwikkeling

25.2.1 Laadpalen openbaar Het realiseren en gebruiken van laadpalen is toegestaan, met dien verstande dat: a. ter plaatse een parkeerplaats aanwezig is; b. er geen elektrische kabel over de openbare weg (rijbaan/fietspad) gelegd mag worden. 25.2.2 Laadpalen eigen terrein Het realiseren en het gebruik van laadpalen op eigen terrein is togestaan, met dien verstande dat: a. ter plaatse een openbare parkeerplaats aanwezig is die direct grenst aan het trottoir of eigen perceel; b. de openbare parkeerplaats kan niet geclaimd worden en blijft te allen tijde beschikbaar als openbare parkeerplaats; c. er geen elektrische kabel over de openbare weg (rijbaan/fietspad) gelegd mag worden. 25.2.3 Opwekking en levering van duurzame energie a. in de bestemmingen zijn de bouw en het gebruik van installaties voor het opwekken en leveren van duurzame energie waaronder warmte-koude-opslag als ondergeschikte functie begrepen, onder de voorwaarde dat deze niet zichtbaar zijn vanaf de openbare weg. Met ondergeschikte functie wordt bedoeld dat de duurzame energieopwekking zowel wat betreft het gebruik van de percelen en gebouwen als wat betreft ruimtelijke uitstraling niet de boventoon mag gaan voeren en het karakter van de hoofdbestemming niet mag gaan bepalen. b. de voorziening levert geen beperkingen op voor natuur en milieu. c.

de voorziening levert geen negatieve effecten op voor de waterhuishouding, of de bodemkwaliteit. d. de voorziening levert geen onevenredige beperkingen op voor nabijgelegen voorzieningen. 25.2.4 Duurzaamheid en klimaat Bij omgevingsvergunning zijn in afwijking van de bouwregels in Hoofdstuk 2, bouwwerken toegestaan die innovatieve duurzaamheid en klimaatadaptatie bevorderen, met dien verstande dat: a. de bouwwerken geen beperkingen opleveren voor natuur en milieu; b. de bouwwerken geen negatieve effecten opleveren voor de waterhuishouding en bodemkwaliteit; c. de bouwwerken geen beperkingen opleveren voor nabijgelegen woningen en voorzieningen. 25.3

Parkeren en laden of lossen

a. een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw, waaronder mede wordt begrepen het splitsen van een bestaande woning in één of meerdere woningen ten behoeve van bijzondere woonvormen, of een omgevingsvergunning voor een afwijking van het gebruik wordt slechts verleend, als is aangetoond dat wordt of zal worden voldaan aan het gemeentelijke parkeerbeleid zoals is bijgesloten als bijlage 5 bij de regels, en; b. aan het bepaalde in lid 25.3 sub a wordt tenminste voldaan indien het aantal parkeerplaatsen ten minste overeenkomt met de volgende parkeernormen; 1. voor grondgebonden woningen een parkeernorm van 1,8 parkeerplaats per woning; 2. voor gestapelde woningen een parkeernorm van 1,5 parkeerplaats per woning. 3. in afwijking van het bepaalde onder 2 geldt voor een gestapelde woningen, voor zover er sprake is van het woningtype sociale huurwoning, een parkeernorm van 1,1 parkeerplaats per woning. in afwijking van het bepaalde onder sub b. kan een afwijkende parkeernorm worden gehanteerd voor zover er sprake is van het treffen van duurzaamheidsmaatregelen waardoor een lagere parkeernorm volstaat. De omgevingsvergunning zoals genoemd onder sub a.

61

wordt daarbij slechts verleend, als is aangetoond dat wordt of zal worden voldaan aan het gemeentelijke parkeerbeleid zoals is bijgesloten als bijlage 5 bij de regels, onderdeel 3.3.2, of diens rechtsopvolgers. c. een omgevingsvergunning voor het bouwen of uitbreiden van een gebouw of een omgevingsvergunning voor een afwijking van het gebruik waarvoor een behoefte bestaat voor ruimte voor het laden of lossen van goederen wordt slechts verleend, als is aangetoond dat op het betreffende bouwperceel in voldoende mate ruimte voor het laden of lossen van goederen wordt of zal worden aangebracht. d. bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde onder a. en d.: 1. voor zover op andere wijze in de benodigde parkeergelegenheid of laad- of losruimte wordt voorzien, dan wel; 2. mits het voldoen aan deze regels door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit, tot welke bijzondere omstandigheden in elk geval worden gerekend: 3. een te verwachten meer dan gemiddeld aantal gehandicapte gebruikers of bezoekers van het gebouw; 4. een te verwachten meer dan gemiddeld aantal klanten of bezoekers, als het gebouw bestemd is voor de vestiging van één of meer detailhandelsbedrijven, dan wel openbare dienstverlening of vermakelijkheid; 5. een bestemming van het gebouw als parkeergarage, dan wel garagebedrijf; en 6.

een bestemming die zich verzet tegen een gebruik ten dienste van het parkeren en/of en laden of lossen.

62

Hoofdstuk 4

Overgangs- en slotregels

Artikel 26 Overgangsrecht 26.1

Overgangsrecht bouwwerken

Voor bouwwerken luidt het overgangsrecht als volgt: a. een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het bestemmingsplan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het tenietgaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is tenietgegaan; b. het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van dit lid onder a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk zoals bedoeld in dit lid onder a, met ten hoogste 10%; c. dit lid onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsregeling van dat plan. 26.2

Overgangsrecht gebruik

Voor gebruik luidt het overgangsrecht als volgt: a. het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet; b. het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in dit lid onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind; c. indien het gebruik, bedoeld in dit lid onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten; d. dit lid onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsregeling van dat plan.

63

Artikel 27 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Chw bestemmingsplan Nieuw Boekhorst, Voorhout'.

64

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Teylingen&id=f1ede5b3-245e-4f02-bd83-47b8f2bd6c0a