CConstaterende datTeylingen
Koppel je AI →
Document · PDF

21. Getekend 4. Loosterweg 57 Voorhout gemeente Teylingen_Ruimtelijke Onderbouwing incl bijlagen def-gecomprimeerd

Gemeenteraad 27 juni 2024, gemeente TeylingenBij agendapunt: Raadsvoorstel Ontwerp verklaring van geen bedenkingen Loosterweg 57-57A17.481 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Aan de woning vinden geen werkzaamheden plaats, maar de woning bevindt zich binnen de verstorende invloedsfeer van werkzaamheden. Huismusnesten zijn jaarrond beschermd en broeden grofweg van 10 maart tot en met 20 juni. Het advies luidt om de werkzaamheden buiten dit broedseizoen te laten plaatsvinden. Op basis van het kennisdocument huismussen, wordt de kwetsbare periode voor huismussen tussen maart en augustus vastgelegd, met de notitie dat ook september een kwetsbare maand kan zijn. Het advies luidt hierom om tussen maart en september geen verstorende sloopwerkzaamheden te laten plaatsvinden. Ook gierzwaluwen kunnen binnen het plangebied een nest hebben in de woning aan de Loosterweg 57a. Aan de woning vinden geen werkzaamheden plaats, maar de woning bevindt zich binnen de verstorende invloedsfeer van werkzaamheden. Gierzwaluwnesten zijn jaarrond beschermd en broeden grofweg van 15 april tot en met 15 augustus. Het advies luidt om de werkzaamheden buiten dit broedseizoen te laten plaatsvinden. Op dit moment is het plangebied ongeschikt voor de rugstreeppad. Echter kan bij graafwerkzaamheden en het storten van vergraafbaar zand in het plangebied, geschikt zomer-en winterbiotoop ontstaan voor de rugstreeppad. Om dit te voorkomen dient het zand, wanneer het niet gebruikt wordt, afgedekt te worden met afdekzijl.

De uiteinden van dit zijl moeten worden in gegraven zodat er geen rugstreeppadden onder kunnen komen. Zodoende kan de rugstreeppad zich niet binnen het plangebied vestigen tijdens de werkzaamheden. Binnen het plangebied zijn twee duivennesten vastgesteld. Ook in de aanwezige vegetatie kunnen algemene vogelsoorten tot broeden komen. Tijdens het broeden zijn algemene vogelsoorten beschermd (grofweg van 15 februari tot 15 augustus, in gebruik zijnde nesten zijn ook buiten deze periode beschermd). Het advies luidt om de werkzaamheden buiten dit broedseizoen te laten plaatsvinden of voor het broedseizoen te beginnen en continu door te werken tijdens het broedseizoen zodat vogels niet tot broeden komen in het plangebied. Verder zijn in het woonhuis aan Loosterweg 57a potentieel verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig. Vleermuizen zijn gevoelig voor lichtverstoring. Wanneer in het actieve seizoen (1 april t/m 31 oktober) van vleermuizen gewerkt wordt met (bouw)verlichting en deze verlichting op de boven genoemde woning

34

Loosterweg 57, Voorhout gemeente Teylingen

geschenen wordt, worden vleermuizen in potentiële verblijven verstoord. In de periode 1 november t/m 31 maart zijn vleermuizen inactief en heeft verlichting geen effect, in deze periode zijn dan ook geen beperkingen. Het advies luidt daarom om in de actieve periode (1 april t/m 31 oktober) niet met (bouw)verlichting op de boven genoemde woning te schijnen om verstoring van vleermuizen te voorkomen. Het aanvullend advies van de Omgevingsdienst luidt om de werkzaamheden tijdens de duur van het project in de dagperiode uit te voeren en geen bouwverlichting te gebruiken tussen zonsondergang en zonsopgang. In alle gevallen geldt de zorgplicht van de Wnb. Hiervoor zijn de volgende maatregelen nodig: Aangetroffen dieren krijgen de gelegenheid om te vluchten of zich te verplaatsen naar een schuilplaats buiten het bereik van de werkzaamheden. Potentiële schuilplekken worden gecontroleerd op aanwezigheid van schuilende dieren. Schuilplekken worden zoveel mogelijk intact gelaten. Broedende vogels mogen niet worden verstoord en in gebruik zijnde nesten mogen niet worden vernietigd. Activiteiten welke verstorend zijn voor broedende vogels, zoals rooi- en sloopwerkzaamheden, dienen bij voorkeur buiten de broedperiode te worden gestart. Het broedseizoen verschilt per soort. Globaal moet rekening gehouden worden met de periode tussen half februari en eind augustus.

Voordat gestart wordt met verstorende activiteiten, moet door een deskundig ecoloog worden gecontroleerd of er geen broedende vogels in en direct rond het plangebied aanwezig zijn. Indien er broedende vogels aanwezig zijn, moeten de werkzaamheden worden uitgesteld tot het nest verlaten is. Om kolonisatie door de rugstreeppad te voorkomen: 1. worden (grond)werkzaamheden zoveel mogelijk aaneengesloten uitgevoerd. 2. wordt, met name in de voortplantingsperiode (mei-juli) voorkomen dat ondiepe vegetatieloze plassen kunnen ontstaan, door rijplaten te gebruiken. 3. wordt opslag van open zand afgedekt met wegendoek of plastic.

4.9.3

Conclusie

Uit het stikstofonderzoek blijkt dat het aspect gebiedsbescherming geen verdere belemmering vormt voor het initiatief. Voor het aspect soortenbescherming geldt dat verschillende soorten (kunnen) voorkomen in het plangebied. Nadelige gevolgen kunnen echter met mitigerende maatregelen voorkomen voor al deze soorten. Zodoende vormt het aspect ecologie geen belemmering voor het planvoornemen, mits de mitigerende maatregelen uitegevoerd worden en rekening wordt gehouden met de seizoenen waarin de soorten kwetsbaar zijn. In alle gevallen geldt de zorgplicht van de Wnb.

4.10 Cultuurhistorie en archeologie 4.10.1

Cultuurhistorie

In het bestemmingsplan Buitengebied Teylingen is voor de bestemming 'Agrarisch - Bollenteelt - bollenzone 1' vastgesteld dat natuur-, landschaps- en cultuurhistorische waarden in de vorm van bollenvelden, openheid en andere kenmerkende landschapsstructuur -en elementen moeten worden behouden en versterkt. Met de sloop van de kassen in het plangebied worden nieuwe zichtlijnen op het achterliggende bollenveld aangelegd. Door de nieuwe kas met bedrijfshal aan te leggen in het verlengde van de huidige moderne schuur op de Loosterweg 57, naast het pand van W.F. Leenen, worden de bestaande en nieuwe zichtlijnen niet aangetast. Er vindt dus een verbetering van de openheid van het gebied plaats, waarmee aan het behoud van de cultuurhistorie wordt bijgedragen.

35

Loosterweg 57, Voorhout gemeente Teylingen

4.10.2

Archeologie

Voor de percelen Loosterweg 57 en 57A gelden de archeologische verwachtingswaarden 5 en 8, waarbij alle voorziene nieuwbouw valt onder waarde 8. Dit betekent dat bij bodemingrepen dieper dan 0,30 meter, óf met een oppervlak groter dan 1.000 m², archeologisch onderzoek uitgevoerd moet worden. De verwachtingswaarde is gebaseerd op de gemeentelijke archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart. Het initiatief voorziet de aanleg van een kas met een oppervlak groter dan 1.000m2 , dus bodemonderzoek is vereist. Onderzoek In het plangebied is een archeologisch onderzoek gedaan door IDDS. Dit onderzoek is te vinden in Bijlage 10 Archeologisch onderzoek. In dit onderzoek is vastgesteld dat het plangebied een lage verwachting heeft voor het aantreffen van archeologische indicatoren. 4.10.3

Conclusie

Uit het archeologische onderzoek blijkt dat er een lage verwachting is voor archeologische aspecten. Het aspect cultuurhistorie en archeologie vormt geen belemmering voor het initiatief.

36

Loosterweg 57, Voorhout gemeente Teylingen

Hoofdstuk 5 5.1

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid

Het plan is een particulier initiatief dat wordt uitgevoerd en beheerd voor rekening en risico van de initiatiefnemer. Voor de gemeente zijn aan het plan geen financiële consequenties verbonden. Het plan is uitvoerbaar. Ten behoeve van het initiatief sluit de initiatiefnemer een anterieure overeenkomst met de gemeente. Door middel van deze overeenkomst is geregeld dat de kosten die verband houden met het initiatief voor rekening zijn van initiatiefnemer.

5.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

De vergunningsaanvraag doorloopt de procedure zoals vastgelegd in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Door het voeren van de genoemde procedure, wordt eenieder in de gelegenheid gesteld voor het indienen van zienswijzen. De vergunningsaanvraag wordt gedurende een periode van zes weken ter inzage gelegd. Gedurende deze periode heeft een ieder de mogelijkheid een zienswijze in te dienen.

37

Loosterweg 57, Voorhout gemeente Teylingen

Bijlagen

Loosterweg 57, Voorhout gemeente Teylingen

Loosterweg 57, Voorhout gemeente Teylingen

Inhoudsopgave

Bijlagen

5

Bijlage 1

Oude en nieuwe situatie

7

Bijlage 2

Verkennend bodemonderzoek (deel 1)

11

Bijlage 3

Verkennend bodemonderzoek (deel 2)

111

Bijlage 4

Nader onderzoek bodem

211

Bijlage 5

Watertoets

357

Bijlage 6

Akoestisch onderzoek Loosterweg 51

361

Bijlage 7

Akoestisch onderzoek Loosterweg 57

407

Bijlage 8

Aerius berekening

463

Bijlage 9

Ecologische quickscan

497

Bijlage 10

Archeologisch onderzoek

539

3

Loosterweg 57, Voorhout gemeente Teylingen

4

Loosterweg 57, Voorhout gemeente Teylingen

Bijlagen

5

Loosterweg 57, Voorhout gemeente Teylingen

6

Loosterweg 57, Voorhout gemeente Teylingen

Bijlage 1 Oude en nieuwe situatie

7

Loosterweg 57, Voorhout gemeente Teylingen

10

Loosterweg 57, Voorhout gemeente Teylingen

Bijlage 2 Verkennend bodemonderzoek (deel 1)

11

Loosterweg 57 te Voorhout Milieuhygiënisch vooronderzoek Verkennend milieukundig bodemonderzoek

Kenmerk Datum

: 1912N205/IDI/rap1 : 5 maart 2020

Opdrachtgever : Jan van Egmond BV De heer N. van Egmond Langevaart 16 2231 GC Rijnsburg

Goedkeuring

Functie

Datum

De heer I. Dijkstra (Junior adviseur)

Opsteller, auteur

5 maart 2020

De heer E. Baptist (Projectleider)

2e lezerschap en vrijgave

5 maart 2020

Handtekening

BRL SIKB 2000 protocol 2001, 2002

INHOUDSOPGAVE

1.

INLEIDING ........................................................................................................................................... 4

2.

MILIEUHYGIENISCH VOORONDERZOEK ......................................................................................... 6

3.

4.

2.1

AANLEIDING VOORONDERZOEK ................................................................................................. 6

2.2

AFBAKENING ONDERZOEKSGEBIED .......................................................................................... 7

2.3

POTENTIELE BRONNEN VAN BODEMVERONTREINIGING ........................................................ 8

2.4

BODEMKWALITEIT EN ASBEST .................................................................................................... 9

2.5

BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE ................................................................................... 10

2.6

BEINVLOEDING ............................................................................................................................ 12

2.7

BODEMVERONTREINIGING ........................................................................................................ 13

2.8

TERREINVERKENNING ............................................................................................................... 15

2.9

BEOORDELING ............................................................................................................................ 16

2.10

CONCLUSIE EN HYPOTHESESTELLING ............................................................................... 17

VERKENNEND BODEMONDERZOEK ............................................................................................. 18 3.1

ONDERZOEKSSTRATEGIE ......................................................................................................... 18

3.2

UITVOERING VELDONDERZOEK................................................................................................ 19

3.3

UITVOERING LABORATORIUMONDERZOEK ............................................................................ 21

3.4

BESPREKING ONDERZOEKSRESULTATEN .............................................................................. 22

3.5

INTERPRETATIE .......................................................................................................................... 24

3.6

TOETSING HYPOTHESE ............................................................................................................. 25

3.7

CONCLUSIES ............................................................................................................................... 26

3.8

AANBEVELINGEN ........................................................................................................................ 26

BETROUWBAARHEID ...................................................................................................................... 27

Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Loosterweg 57 Voorhout Kenmerk rapportage: 1912N205/IDI/rap1 Pagina 2 van 27

BIJLAGEN

1. 1.1 1.2

Kaarten en tekeningen Topografische kaart Situatietekening

2. 2.1 2.2 2.3

Vooronderzoek Historisch kaartmateriaal Rapportage Omgevingsdienst Fotoreportage

3. 3.1 3.2

Veldonderzoek Formulieren veldonderzoek Boorstaten en legenda

4. 4.1 4.2

Laboratoriumonderzoek Certificaten grond Certificaten grondwater

5. 5.1 5.2

Toetsingstabellen Toetsingstabellen grond Toetsingstabellen grondwater

Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Loosterweg 57 Voorhout Kenmerk rapportage: 1912N205/IDI/rap1 Pagina 3 van 27

1.

INLEIDING

In opdracht van Jan van Egmond BV is door IDDS een milieuhygiënisch vooronderzoek en een verkennend milieukundig bodemonderzoek uitgevoerd. De onderzoekslocatie is gelegen aan de Loosterweg 57 te Voorhout.

Afbeelding 1: Onderzoeksgebied gelegen aan de Loosterweg 57 te Voorhout (bron: Opentopo)

Aanleiding en doelstelling Het onderzoek is uitgevoerd in verband met het opstellen van een bestemmingsplanwijziging en/of de daaruit (voortvloeiende) aanvraag van een omgevingsvergunning (activiteit bouwen). In het kader van de Woningwet/Gemeentelijke Bouwverordening dient een omgevingsvergunningaanvraag (activiteit bouwen) vergezeld te gaan van een rapportage inzake de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. De doelstelling van het onderzoek is het bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit van de landbodem (grond en grondwater) ter plaatse van de onderzoekslocatie. Verklaring onafhankelijkheid Uit oogpunt van onafhankelijkheid verklaart IDDS geen eigenaar te zijn, of in de nabije toekomst te worden, van het terrein waarop het bodemonderzoek en de advisering betrekking heeft. Milieuhygiënisch vooronderzoek Voorafgaand aan een verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740+A1;2016 dient een milieuhygiënisch vooronderzoek te worden uitgevoerd conform de NEN 5725;2017. Op basis van de informatie uit het vooronderzoek wordt een onderzoekshypothese geformuleerd. Het doel van het vooronderzoek is inzicht te verkrijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen ter plaatse van de onderzoekslocatie. Hierbij wordt een inschatting gemaakt van de aard, mate, oorzaak en ligging van mogelijke verontreinigingen.

Ook kunnen de resultaten van het vooronderzoek worden gebruikt bij de interpretatie van de resultaten van het bodemonderzoek.

Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Loosterweg 57 Voorhout Kenmerk rapportage: 1912N205/IDI/rap1 Pagina 4 van 27

Om dit doel te bereiken wordt relevante informatie over de onderzoekslocatie en eventueel de beïnvloeding vanuit de directe omgeving verzameld, geanalyseerd en geïnterpreteerd. De te verzamelen informatie is afhankelijk van de aanleiding en het doel van het vooronderzoek en heeft betrekking op locatiegegevens, bodemopbouw, geohydrologie, te verwachten bodemkwaliteit en potentieel bodembedreigende activiteiten op de locatie waar het vooronderzoek betrekking op heeft. Verkennend bodemonderzoek Ter bepaling van de milieuhygiënische bodemkwaliteit binnen de begrenzing van de onderzoekslocatie, is de norm NEN 5740+A1;2016 gehanteerd. Deze norm beschrijft de werkwijze voor het opstellen van de onderzoeksstrategie bij een verkennend bodemonderzoek naar de (mogelijke) aanwezigheid van bodemverontreiniging en de werkwijze voor het bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en eventueel vrijkomende grond. Op basis van de informatie uit het milieuhygiënisch vooronderzoek wordt een onderzoekshypothese geformuleerd. Elke uit het milieuhygiënisch vooronderzoek resulterende onderzoekshypothese over de aan- of afwezigheid van bepaalde verontreinigende stoffen en de wijze van verspreiding wordt getoetst met een locatiespecifieke onderzoeksstrategie. Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt het milieuhygiënisch vooronderzoek stapsgewijs besproken.

Het milieuhygiënisch vooronderzoek bestaat achtereenvolgens uit het vaststellen van de aanleiding en de afbakening van het onderzoeksgebied. Vervolgens wordt informatie verzameld van de voorgeschreven onderzoeksaspecten en worden de onderzoeksvragen beantwoord. Op basis hiervan worden conclusies getrokken en wordt de hypothese voor de onderzoekslocatie vastgesteld. In hoofdstuk 3 wordt het verkennend bodemonderzoek stapsgewijs besproken. Als eerste stap wordt, op basis van de bij het milieuhygiënisch vooronderzoek voor de locatie vastgestelde hypothese, de onderzoeksstrategie vastgesteld. Vervolgens worden de uitvoering en resultaten van het veld- en laboratoriumonderzoek apart besproken. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de vastgestelde hypothese getoetst en worden indien van toepassing, aanbevelingen gedaan met betrekking tot eventueel te nemen vervolgstappen. In hoofdstuk 4 wordt de betrouwbaarheid van het uitgevoerde onderzoek toegelicht.

Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Loosterweg 57 Voorhout Kenmerk rapportage: 1912N205/IDI/rap1 Pagina 5 van 27

2.

MILIEUHYGIENISCH VOORONDERZOEK

2.1

AANLEIDING VOORONDERZOEK

Afhankelijk van de aanleiding voor het verrichten van het vooronderzoek moet antwoord worden verkregen op een aantal onderzoeksvragen. Als eerste stap in het vooronderzoek dient derhalve de aanleiding te worden vastgesteld. In de NEN 5725 zijn zeven aanleidingen tot vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. Opgemerkt wordt dat er sprake kan zijn van een combinatie van meerdere aanleidingen. In dat geval dienen de onderzoeksvragen voor elke afzonderlijke aanleiding te worden beantwoord. Voor onderhavig onderzoek is de volgende aanleiding vastgesteld: A. opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek. De onderzoeksvragen, behorende bij de vastgestelde aanleiding, zijn in de navolgende paragrafen in tabelvorm aangegeven. Per onderzoeksvraag is, direct onder de betreffende vraag, het antwoord opgenomen.

Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Loosterweg 57 Voorhout Kenmerk rapportage: 1912N205/IDI/rap1 Pagina 6 van 27

2.2

AFBAKENING ONDERZOEKSGEBIED

TABEL 2.2.1: Afbakening onderzoeksgebied Onderzoeksvraag Wat is de afbakening van de onderzoekslocatie en is deze voldoende? Uitwerking

Bronnen

Situering

Globale ligging: zie overzichtskaart 1 in bijlage 1. Begrenzing onderzoekslocatie situatietekening 1.2 in bijlage 1.

Adres

Loosterweg 57

Postcode / Plaats

2215 TM

Gemeente

Teylingen

Provincie

Zuid-Holland

RD-coördinaten

Omschrijving

Globaal middelpunt onderzoekslocatie

X

95674

Y

473910

Hoogte maaiveld

Z

Circa -0,2 m NAP

Kadastraal

Gemeente

Voorhout

Gemeentecode

VHT00

Sectie

A

Nummers

5254 (gedeeltelijk)

Totaal

Ca. 1,900 m2

Bebouwd

-

Verharding

Stelconplaten ca. 500 m2 Onverhard ca. 1.400 m2

Alle richtingen

De onderzoekslocatie is gelegen tussen meerdere bedrijfspanden, braakliggend terrein, een watergang (kavelsloot) en een weg (eigen terrein).

Oppervlaktes (m²)

Belendingen

#1

#2

Afbeelding 2: onderzoekslocatie en belendingen (bron: IDDS Projectenkaart) Afbakening VO

25 meter buiten kadastrale grenzen

-

Conclusie Afbakening voldoende #1: Omgevingsdienst West-Holland / Gemeente Teylingen #2: KadViewer / Pdok-viewer / IDDS Projectenkaart

Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Loosterweg 57 Voorhout Kenmerk rapportage: 1912N205/IDI/rap1 Pagina 7 van 27

2.3

POTENTIELE BRONNEN VAN BODEMVERONTREINIGING

TABEL 2.3.1: Potentiële bronnen van bodemverontreiniging Onderzoeksvraag Is sprake van potentiële bronnen van bodemverontreiniging, zowel vanuit het verleden als het heden? Zo ja, wat zijn de potentiële bronnen van bodemverontreiniging, waar liggen ze en wat zijn de verdachte parameters? Uitwerking Voormalig gebruik

Bronnen Op basis van het geraadpleegde historisch kaartmateriaal, welke is opgenomen in bijlage 2.1, is bekend dat de onderzoekslocatie in het verleden een functie heeft gehad in de landbouw. Gelet op de ligging van de onderzoekslocatie in de Duin- en bollenstreek gaat het vermoedelijk om bloembollenteelt.

#1 / #2

Medio 1950 zijn ter plaatse van de onderzoekslocatie enkele watergangen (kavelsloten) gedempt. Verwacht wordt dat deze gedempt zijn met gebiedseigen grond (zand). Voor zover bekend is de onderzoekslocatie, behoudens van het meest noordelijk gelegen gedeelte, nooit bebouwd geweest. In de jaren ’90 is ten noorden van de onderzoekslocatie een bedrijfshal gebouwd. Deze is rond 2006 gedeeltelijk gesloopt, waardoor het bebouwde gedeelte van de onderzoekslocatie wederom was. Momenteel is een gedeelte van de onderzoekslocatie verhard met stelconplaten (beton). Potentiele bronnen

De onderzoekslocatie dient, gelet op de geschiedenis van het perceel met bloembollenteelt, te worden aangemerkt als verdacht op het voorkomen van OCB’s (verzamelnaam voor bestrijdingsmiddelen). Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn in het verleden enkele watergangen gedempt. Het dempingsmateriaal bevat mogelijk bodemvreemde (puin)bijmengingen, welke eventueel verdacht zijn op de kritische parameters zware metalen, PAK en asbest. Ter plaatse van de gehele onderzoekslocatie worden mogelijk erfverhardingen verwacht, welke eveneens verdacht zijn op het voorkomen van bovengenoemde bodemvreemde (puin)bijmengingen.

Huidig gebruik

Braak (deels verhard).

Potentiele bronnen

In de huidige situatie zijn geen potentiele bronnen van bodemverontreiniging bekend.

Toekomstig gebruik

Er zal een bedrijfshal worden gebouwd ter plaatse van de onderzoekslocatie.

#3

Conclusie De toplaag ter plaatse van de onderzoekslocatie is verdacht op het voorkomen van OCB (bestrijdingsmiddelen). Ter plaatse van de onderzoekslocatie worden mogelijk bodemvreemde (puin)bijmengingen verwacht ten gevolge van het dempen van watergangen en/of het aanbrengen van een of meerdere erfverhardingen. Deze potentiële bodemvreemde bijmengingen zijn eventueel verdacht op de kritische parameters zware metalen, PAK en asbest. #1: Omgevingsdienst West-Holland; Omgevingsrapportage (opgenomen in bijlage 2.1) #2: Topotijdreis / KadViewer / Pdok-viewer #3: Informatie verstrekt door opdrachtgever

Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Loosterweg 57 Voorhout Kenmerk rapportage: 1912N205/IDI/rap1 Pagina 8 van 27

2.4

BODEMKWALITEIT EN ASBEST

TABEL 2.4.1: Bodemkwaliteit en asbest Onderzoeksvraag Is de bodem asbestverdacht? Welke kwaliteitsklasse is toegekend aan de bodem in de bodemkwaliteitskaart en welke lagen zijn daarbij onderscheiden? Uitwerking Asbest

Bronnen Er is geen informatie beschikbaar omtrent de verdachtheid van de bodem op de aanwezigheid van asbest.

#1

Opgemerkt wordt dat, indien in de bodem sprake is van een puinbijmenging, de locatie, ongeacht de gradatie van het puin, dient te worden aangemerkt als asbestverdacht. Gezien de ligging van de onderzoekslocatie aan de Loosterweg is het mogelijk dat sprake is van een of meerdere erfverhardingen met puinbijmengingen. Bodemkwaliteit

Bodemfunctieklasse

Achtergrondwaarde*

#2 / #3

Conclusie De bodem is mogelijk asbestverdacht. Dit is sterk afhankelijk van het wel of niet voorkomen van bodemvreemde puinbijmengingen in de bodem. De bodem ter plaatse heeft een bodemfunctieklasse Achtergrondwaarde*. #1: Omgevingsdienst West-Holland; Omgevingsrapportage (opgenomen in bijlage 2.1) #2: Bodemarchieven IDDS #3: Bodemfunctieklassenkaart Gemeente Teylingen

Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Loosterweg 57 Voorhout Kenmerk rapportage: 1912N205/IDI/rap1 Pagina 9 van 27

2.5

BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE

TABEL 2.5.1: Bodemopbouw en geohydrologie Onderzoeksvraag Wat is de bodemopbouw en geohydrologie en is er binnen het onderzoeksgebied sprake van verschillende fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen? Zo ja, welke fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen zijn er en waar bevinden deze zich? Uitwerking

Bronnen

Bodemopbouw (lokaal)

0,0 - 2,0 m-mv

Zand (plaatselijk veen)

Grondwater (lokaal)

Grondwaterstand freatisch

Circa 0,5 m-mv

#1

Een eenduidige stromingsrichting van het grondwater is niet bekend. Verwacht wordt dat het grondwater vanaf de onderzoekslocatie richting de nabijgelegen watergang (Het Mallegat) zal stromen en derhalve noordoostelijk gericht is. Voor zover bekend wordt het grondwater op en in de nabijheid van de onderzoekslocatie niet beïnvloed door menselijk handelen (drainage, bemalingen, etc.). De onderzoekslocatie is niet gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied. Geohydrologie

Deklaag In het algemeen wordt de slecht tot matig doorlatende deklaag in dit gebied gevormd door matig fijne tot uiterst fijn zand van holocene ouderdom (Westlandformatie). De dikte (D) van de deklaag op de onderzoekslocatie is circa 15 meter. Het zomer- en winterpeil in de omgeving van de locatie wordt gehandhaafd op respectievelijk 0,85 en 1,0 meter minus NAP. De stijghoogte van het grondwater in het eerste watervoerend pakket bedraagt circa 1,5 m-NAP. Op basis hiervan kan worden geconcludeerd dat regionaal sprake is van een infiltratiesituatie (neerwaarts gerichte stromingsrichting). De verticale hydraulische weerstand (c) van de holocene deklaag wordt geschat tussen de 2.500 en 5.000 dagen. 1e watervoerende pakket Het eerste watervoerende pakket wordt globaal gevormd door goed doorlatende pleistocene afzettingen tussen de slecht doorlatende deklaag en de scheidende laag. Het eerste watervoerende pakket bestaat met name uit matig grove tot matig fijne zanden. In de nabijheid van de onderzoekslocatie bevindt dit pakket zich op een diepte van circa 15 meter en bedraagt de dikte van dit pakket circa 35 meter. Het doorlaatvermogen (kD-waarde), zijnde het product van de doorlaatbaarheidscoëfficiënt (k) en de dikte (D), van het eerste watervoerende pakket wordt geschat op 1100 m 2/d. De grondwaterstroming in het eerste watervoerende pakket is oostelijk gericht.

1e scheidende laag Het eerste en tweede watervoerende pakket worden gescheiden door kleiige en zandige afzettingen, met inschakelingen van veen. De top van de scheidende laag in de nabijheid van de onderzoeks-locatie ligt op een diepte van circa 55 m-NAP. De dikte van deze laag op de onderzoekslocatie bedraagt circa 20 meter. Van de verticale hydraulische weerstand van de slecht doorlatende laag zijn geen gegevens bekend.

Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Loosterweg 57 Voorhout Kenmerk rapportage: 1912N205/IDI/rap1 Pagina 10 van 27

2e watervoerende pakket Het tweede watervoerende pakket wordt globaal gevormd door goed doorlatende afzettingen (grind- of slibhoudende fijne tot grove zandhoudende afzettingen) onder de scheidende laag. Over het algemeen ligt de top van het tweede watervoerende pakket tussen de 60 en 70 m-NAP. Omtrent de kD-waarde voor het tweede watervoerende pakket zijn geen gegevens bekend. Bodemvreemde lagen

De reeds genoemde gedempte watergangen en potentiële erfverharding(en).

Conclusie Ter plaatse van de onderzoekslocatie is mogelijk sprake van bodemvreemde lagen ten gevolge van het dempen van enkele watergangen en het aanbrengen van erfverharding(en). #1: DINOloket / Bodematlas provincie Zuid-Holland / Archief IDDS

Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Loosterweg 57 Voorhout Kenmerk rapportage: 1912N205/IDI/rap1 Pagina 11 van 27

2.6

BEINVLOEDING

TABEL 2.6.1: Beïnvloeding Onderzoeksvraag Is sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving van de bodemkwaliteit of de kwaliteit van het grondwater? Zo ja, welke beïnvloeding en waar? Uitwerking Beïnvloeding

Bronnen Er wordt op basis van de beschikbare informatie geen beïnvloeding vanuit de omgeving verwacht.

#1 / #2

Conclusie Er is voor zover bekend geen sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving van de bodemkwaliteit en/of de kwaliteit van het grondwater. #1: Bodemloket #2: Omgevingsdienst West-Holland, Omgevingsrapportage (bijlage 2.2)

Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Loosterweg 57 Voorhout Kenmerk rapportage: 1912N205/IDI/rap1 Pagina 12 van 27

2.7

BODEMVERONTREINIGING

TABEL 2.7.1: Bodemverontreiniging Onderzoeksvraag Wordt op de locatie of een deel daarvan (een geval van ernstige) bodemverontreiniging vermoed? Zo ja, waar bevindt deze zich? Uitwerking

Bronnen

Onderzoek ter plaatse van de locatie Op basis van informatie van de Omgevingsdienst West-Holland (bijlage 2.2) zijn ter plaatse van de Loosterweg 57(A) de volgende onderzoeken uitgevoerd:

#1 / #2

Type

Verkennend onderzoek NVN 5740

Auteur

BLGG

Kenmerk

-

Datum

01-11-1994

Samenvatting

De bovengrond is licht verontreinigd met kwik en PAK. De ondergrond is niet verontreinigd met de onderzochte parameters. Het grondwater is licht verontreinigd met tolueen.

Type

Verkennend onderzoek NVN 5740

Auteur

BLGG

Kenmerk

-

Datum

08-05-1996

Samenvatting

Ter plaatse van een diesteltank is geen minerale olie gemeten. Ter plaatse van een bestrijdingsmiddelenopslag is een verhoogd gehalte EOX gemeten.

Type

Verkennend onderzoek NVN 5740

Auteur

BLGG

Kenmerk

-

Datum

25-06-1997

Samenvatting

De bovengrond is licht verontreinigd met kwik, zink en EOX. De ondergrond is licht verontreinigd met kwik. Het grondwater is licht verontreinigd met koper, nikkel, arseen, benzeen en trichlooretheen.

Type

Verkennend onderzoek NEN 5740

Auteur

Ibozo

Kenmerk

VO/06/010

Datum

01-07-2002

Samenvatting

Het onderzoek is uitgevoerd bij een opslag van bestrijdingsmiddelen en voormalige tank. De bovengrond is licht verontreinigd met zink, kwik, PAK en minerale olie. DE ondergrond is niet verontreinigd met de onderzochte parameters. Het grondwater is licht verontreinigd met cadmium.

Type

Verkennend onderzoek NEN 5740

Auteur

SGS Ecocare

Kenmerk

-

Datum

13-07-2004

Samenvatting

De bovengrond is overwegend licht verontreinigd met kwik en plaatselijk met minerale olie en BTEX. De ondergrond en het grondwater zijn niet verontreinigd met de onderzochte parameters.

Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Loosterweg 57 Voorhout Kenmerk rapportage: 1912N205/IDI/rap1 Pagina 13 van 27

Onderzoek nabij de locatie Op basis van informatie van de Omgevingsdienst West-Holland (bijlage 2.2) zijn in de nabijheid van de Loosterweg 57(A) de volgende onderzoeken uitgevoerd:

#1 / #2

Locatie Loosterweg 51e en 51f Type

Verkennend onderzoek NVN 5740

Auteur

BLGG

Kenmerk

-

Datum

01-12-1994

Samenvatting

De bovengrond is licht verontreinigd met kwik, zink en EOX. De ondergrond is niet onderzocht. Het grondwater is licht verontreinigd met chroom en tolueen.

Type

Verkennend onderzoek NEN 5740

Auteur

IDDS

Kenmerk

1102C872/GGE/rap1

Datum

29-03-2011

Samenvatting

De bovengrond is licht verontreinigd met kwik, zink en PCB. De ondergrond en het grondwater zijn niet verontreinigd. Ter plaatse van de loods op het perceel is de bovengrond licht verontreinigd met koper en kwik.

Type

Verkennend onderzoek NEN 5740

Auteur

IDDS

Kenmerk

1604J279/RKO/rap1

Datum

26-05-2016

Samenvatting

Zintuiglijk is op het maaiveld asbest aangetoond. In de bodem ter plaatse is geen asbest aangetoond. De bovengrond is licht verontreinigd met kwik, PAK en PCB. De ondergrond en het grondwater zijn niet verontreinigd met de onderzochte parameters.

Conclusie Op basis van voorgaande onderzoeken worden ter plaatse van de onderzoekslocatie geen noemenswaardige bijzonderheden verwacht. Indien sprake is van een verontreiniging zal die in de bovengrond en/of het grondwater zijn en zal het om maximaal licht verhoogde gehalten/concentraties gaan. #1: Bodemloket, Omgevingsrapportage Omgevingsdienst West-Holland (bijlage 2.2) #2: Archief IDDS

Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Loosterweg 57 Voorhout Kenmerk rapportage: 1912N205/IDI/rap1 Pagina 14 van 27

2.8

TERREINVERKENNING

De terreinverkenning heeft tot doel om te controleren of de gedocumenteerde informatie overeenkomt met de daadwerkelijke situatie ter plaatse en deze aan te vullen met relevante waarnemingen. De terreinverkenning is op 14 februari 2020 uitgevoerd. Op basis van de terreinverkenning blijkt geen sprake te zijn van aanvullende bijzonderheden. Op basis van de terreinverkenning hebben zich geen wijzigingen voorgedaan ten opzichte van de reeds verkregen gegevens. De navolgende afbeeldingen geven een beeld van de onderzoekslocatie en de directe omgeving.

Foto 1

Foto 2

Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Loosterweg 57 Voorhout Kenmerk rapportage: 1912N205/IDI/rap1 Pagina 15 van 27

2.9

BEOORDELING

Het vooronderzoek is beoordeeld op afwijkingen ten opzichte van de NEN 5725;2017. Indien er sprake is van afwijkingen zijn deze omschreven en is de reden van afwijking aangegeven. Beoordeeld is in hoeverre de afwijking gevolgen heeft op de betrouwbaarheid en in hoeverre er sprake is van beperkingen in relatie tot de onderzoeksvragen. Vervolgens is beoordeeld in hoeverre de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem, op basis van de resultaten van het vooronderzoek, afdoende bekend is, of in hoeverre bodemonderzoek noodzakelijk is. In tabel 2.9.1 is de uitwerking met betrekking tot voornoemde onderzoeksvraag opgenomen. TABEL 2.9.1: Beoordeling Onderzoeksvraag Is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem afdoende bekend of is bodemonderzoek noodzakelijk? Beantwoording Omschrijving

Reden afwijking

Afwijking

Geen

-

Gevolgen betrouwbaarheid

-

-

Beperkingen in relatie tot de onderzoeksvragen

-

-

Conclusie De milieuhygiënische bodemkwaliteit is niet afdoende bekend. Er is geen (actuele) informatie beschikbaar omtrent de milieuhygiënische bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie.

Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Loosterweg 57 Voorhout Kenmerk rapportage: 1912N205/IDI/rap1 Pagina 16 van 27

2.10

CONCLUSIE EN HYPOTHESESTELLING

Op basis van de resultaten van het vooronderzoek zijn conclusies getrokken over de verwachting van de milieuhygiënische bodemkwaliteit en de aanwezige verontreinigende stoffen. Op basis van de getrokken conclusie is een hypothese geformuleerd. De hypothese betreft voor elke (deel)locatie, in zowel het horizontale als het verticale vlak, de verwachting met betrekking tot de aanwezigheid van bodemverontreiniging. Bij eventueel bodemonderzoek dient de hypothesestelling als basis voor de onderzoeksstrategieën uit de desbetreffende normdocumenten. De hypothese en strategie zijn complementair aan elkaar.

TABEL 2.10.1 Conclusie en hypothese Hypothese Algemeen Locatie

Gehele onderzoekslocatie behoudens de ondergenoemde aandachtgebieden

Conclusie

Er is geen actuele informatie beschikbaar omtrent de actuele milieuhygiënische bodemkwaliteit van de locatie. Op basis van de resultaten van het milieuhygiënisch vooronderzoek worden in de bodem geen noemenswaardige verontreinigingen verwacht.

Hypothese

Onverdacht

Opmerking

1) Op voorhand wordt er niet van uitgegaan dat sprake is van puinbijmengingen. Indien dit het geval is zal een verkennend asbestonderzoek worden uitgevoerd en zal de onderzoekshypothese worden aangepast naar een verdachte, niet-lijnvormige locatie. 2) Vanwege de mogelijke aanwezigheid van een erfverhardingslaag zullen alle boringen worden doorgezet tot tenminste 1,0 m-mv.

Aandachtgebieden Locatie

Gedempte watergangen

Conclusie

Er zijn in het verleden diverse poldersloten gedempt. Onbekend is waarmee de sloten destijds zijn gedempt en wat de milieuhygiënische kwaliteit van het dempingsmateriaal is geweest.

Hypothese

Onverdacht

Opmerking

Het in de vraag in hoeverre resten van de voormalige poldersloten nog zijn terug te vinden. Naar verwachting zijn de watergangen gedempt met gebiedseigen grond.

Locatie

Bestrijdingsmiddelen (OCB)

Conclusie

Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn in het verleden mogelijk bestrijdingsmiddelen toegepast op de landbodem en/of opgeslagen.

Hypothese

Verdacht

Opmerking

De bovengrond zal aanvullend worden onderzocht op bestrijdingsmiddelen..

Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Loosterweg 57 Voorhout Kenmerk rapportage: 1912N205/IDI/rap1 Pagina 17 van 27

3.

VERKENNEND BODEMONDERZOEK

3.1

ONDERZOEKSSTRATEGIE

De onderzoeksstrategie is gebaseerd op de hypothese zoals deze is vastgesteld op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek, zie hoofdstuk 2. De onderzoeksstrategie is aangegeven in tabel 3.1. TABEL 3.1: Onderzoeksstrategie Locatie Onderzoeksstrategie Gehele terrein

NEN 5740+A1;2016; Onderzoeksstrategie voor een onverdachte locatie.

Aandachtsgebieden Gedempte sloten

Het onderzoek ter plaatse van de gedempte sloten heeft als doel om na te gaan in hoeverre de dempingen visueel nog zijn terug te vinden (afwijkend dempingsmateriaal, slib- en rietresten). Omdat verwacht wordt dat dit is gebeurd met gebiedseigen grond, wordt dit gecombineerd met het onderzoek van het gehele terrein. Enkele diepe boringen worden ter plaatse van de voormalige sloten geplaatst.

Bestrijdingsmiddelen (OCB)

De mengmonsters van de bovengrond zullen aanvullend worden onderzocht op bestrijdingsmiddelen.

Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Loosterweg 57 Voorhout Kenmerk rapportage: 1912N205/IDI/rap1 Pagina 18 van 27

3.2

UITVOERING VELDONDERZOEK

Een samenvatting van de tijdens het veldonderzoek uitgevoerde werkzaamheden is opgenomen in de navolgende tabel. De posities van de genoemde meetpunten zijn weergegeven op situatietekening 1.1 die in bijlage 1 is opgenomen. TABEL 3.2: Samenvatting veldonderzoek Uitvoeringsperiode 14 en 21 februari 2020 Uitvoerende partij

VeldXpert

BRL SIKB / protocol

BRL SIKB 2000 protocol 2001, 2002

Onderzoeksaspect

Meetpunten

Algemene bodemkwaliteit

Voormalige sloot

Codering

Bijzonderheden

7

04 t/m 09, 13

-

5 1

02, 03, 10, 11, 12 01

3

10, 11, 12

Type

Diepte [m-mv]

Aantal

Boring

1,0

Peilbuis

2,0 2,0

Boring

2,0

Gecombineerd met algemene bodemkwaliteit

Uitvoeringswijze Tijdens het veldonderzoek is niet afgeweken van de beoordelingsrichtlijn. Het veldverslag met daarin de gegevens van het veldwerkbureau en de namen van de veldwerkers is opgenomen in bijlage 3. Het procescertificaat en het hierbij behorende keurmerk zijn van toepassing op de activiteiten met betrekking tot het veldonderzoek en de overdracht van de monsters, inclusief de daarbij behorende veldwerkregistratie aan een erkend laboratorium of aan de opdrachtgever. Tijdens het verrichten van het veldonderzoek is de bodem zintuiglijk beoordeeld op de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen en is de bodemopbouw beschreven. Bodemopbouw Per meetpunt is de texturele, minerale en organische samenstelling van de bodem nauwkeurig beschreven. Op basis van deze beschrijving is per meetpunt een boorstaat vervaardigd. De boorstaten zijn opgenomen in bijlage 3. De globale opbouw van de bodem ter plaatse van de gehele onderzoekslocatie, gebaseerd op de boorstaten, wordt als volgt omschreven: -

De bodem bestaat vanaf het maaiveld tot de maximaal geboorde diepte van 2,0 m-mv uit matig fijn en zwak tot matig humeus zand. Ter plaatse van boring 03 is sprake van mineraal arm veen op een diepte van ca. 1,0 1,5 m-mv.

Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Loosterweg 57 Voorhout Kenmerk rapportage: 1912N205/IDI/rap1 Pagina 19 van 27

Zintuiglijk waargenomen bijzonderheden (exclusief asbest) Het opgeboorde bodemmateriaal is visueel geïnspecteerd op afwijkingen en op het voorkomen van bodemvreemde bijmengingen die kunnen duiden op een mogelijke verontreiniging van de bodem. Het materiaal is met name beoordeeld op de aard, grootte en gradatie van voorkomen. Sommige verontreinigingen die in de bodem aanwezig zijn, kunnen aan de geur herkend worden. Benadrukt dient te worden dat, indien tijdens de veldwerkzaamheden passieve geurwaarnemingen worden gedaan, deze gekarakteriseerd worden en per boorpunt worden beschreven. Indien er sprake is van afwijkingen en/of bijmengingen zijn deze, per meetpunt en per bodemlaag, aangegeven in de boorstaten die zijn opgenomen in bijlage 3. Op basis van de boorstaten blijkt in hoofdlijnen het navolgende: -

In de grond is, behoudens van enkele resten tegel ter plaatse van boring 01 in de bovengrond, geen sprake van bodemvreemde bijmengingen.

Asbest Het veldonderzoek is uitgevoerd door veldwerkers welke zijn opgeleid voor het herkennen van asbestverdachte materialen. Tijdens de uitvoering van het bodemonderzoek is het maaiveld van de onderzoekslocatie, evenals het opgeboorde bodemmateriaal visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen (fractie > 20 mm). Indien asbestverdacht materiaal is aangetroffen is dit, per boorpunt en per bodemlaag, aangegeven in de boorstaten die zijn opgenomen in bijlage 3. Op basis van de visuele inspectie op asbest blijkt het navolgende: -

Op het maaiveld en in de opgeboorde grond is visueel geen asbestverdacht materiaal (fractie > 20 mm) aangetroffen.

Grondwater Voorafgaand aan de bemonstering van het grondwater is de actuele grondwaterstand opgenomen ten opzichte van het maaiveld. Van het bemonsterde grondwater is in het veld de zuurgraad (pH), het elektrisch geleidingsvermogen (EC) en de mate van troebelheid (NTU) gemeten. Het bemonsterde grondwater is zintuiglijk beoordeeld op eventuele afwijkingen die kunnen duiden op een bodemverontreiniging. In de navolgende tabel zijn de resultaten opgenomen van de uitgevoerde metingen en verrichtte waarnemingen. TABEL 3.3: Metingen uitgevoerd aan het grondwater Peilbuis

01

Filterstelling

Grondwaterstand

pH

EC

Troebelheid

Monstername

[m-mv]

[m-mv]

[–]

[S/cm]

[NTU]

d.d.

1,00 - 2,00

0,55

7,78

1.155

18

21-02-2020

Zintuiglijke afwijkingen / overige bijzonderheden Geen bijzonderheden

Op basis van de veldwaarnemingen en metingen blijkt het navolgende: -

Aan het bemonsterde grondwater zijn geen afwijkingen waargenomen die kunnen duiden op een eventuele bodemverontreiniging. De gemeten waarde voor de zuurgraad en het elektrisch geleidend vermogen wijken niet significant af ten opzichte van een natuurlijke situatie. Opgemerkt wordt dat de gemeten waarde voor de troebelheid enigszins verhoogd is. Echter, een verklaring hiervoor is op basis van de voor de omgeving bekende gegevens niet bekend.

Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Loosterweg 57 Voorhout Kenmerk rapportage: 1912N205/IDI/rap1 Pagina 20 van 27

3.3

UITVOERING LABORATORIUMONDERZOEK

Voor de verrichting van het chemisch onderzoek zijn de monsters overgebracht naar een (RvA) geaccrediteerd en AS3000 erkend laboratorium. De naam en contactgegevens van het betreffende laboratorium, alsmede de data waarop de monstervoorbehandeling en het analytisch onderzoek is uitgevoerd, zijn aangegeven op de analysecertificaten die in bijlage 4 zijn opgenomen. Analysestrategie Bij de selectie van de grond(meng)monsters is, voor het verkrijgen van een representatief beeld van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem, rekening gehouden met de bodemopbouw en eventuele zintuiglijk waargenomen afwijkingen. Voor het verkrijgen van een ruimtedekkend beeld is eveneens rekening gehouden met de situering van de boringen. In tabel 3.4 is een overzicht gegeven van de monsters, waar van toepassing de monstersamenstelling, de monstertrajecten en de uitgevoerde analyses. Samenstelling analysepakketten In het standaard pakket voor grond zijn de volgende analyses opgenomen: -

Zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink). PAK (polycyclische aromatische koolwaterstoffen). Minerale olie (GC). PCB (PolyChloorBifenylen).

Ten behoeve van de toetsing van de analyseresultaten zijn van alle grondmonsters de percentages lutum en/of organische stof bepaald. De mengmonsters van de bovengrond zijn aanvullend onderzocht op bestrijdingsmiddelen (OCB’s). In het standaard pakket voor grondwater zijn de volgende analyses opgenomen: -

Zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink). BTEXNS (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen, naftaleen en styreen). VOCl (vluchtige organochloorverbindingen). Minerale olie.

Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Loosterweg 57 Voorhout Kenmerk rapportage: 1912N205/IDI/rap1 Pagina 21 van 27

3.4

BESPREKING ONDERZOEKSRESULTATEN

De resultaten van de chemische analyses zijn weergegeven op de analysecertificaten, die in bijlage 4 zijn opgenomen. De analyseresultaten zijn, waar van toepassing, getoetst middels de Bodem Toets en Validatieservice (BoToVa). De toetsingstabellen zijn opgenomen in bijlage 5. Wet bodembescherming (Wbb) Voor de interpretatie van de resultaten van de chemische analyses van de grondmonsters zijn de meetwaarden, conform bijlage G van de Regeling bodemkwaliteit, gecorrigeerd voor de gemeten percentages lutum en/of organische stof. De gecorrigeerde meetwaarden zijn vergeleken met het toetsingskader van de Wet bodembescherming. Dit toetsingskader bestaat uit de achtergrondwaarden, zoals opgenomen in bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit, en de interventiewaarden, zoals opgenomen in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 (Staatscourant nr. 16675, 27 juni 2013). Naast het wettelijk kader zijn de gecorrigeerde meetwaarden getoetst aan de tussenwaarden, zijnde het rekenkundig gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarden voor de betreffende stof. Indien de gecorrigeerde meetwaarde voor één of meerdere stoffen de tussenwaarde overschrijdt kan in potentie sprake zijn van een geval van ernstige bodemverontreiniging (Handhavingsuitvoeringsmethode Wbb, versie 7.5 van het SIKB) en is het uitvoeren van nader bodemonderzoek in veel gevallen noodzakelijk. In tabel 3.4.

zijn de resultaten van het veld- en laboratoriumonderzoek opgenomen alsmede de resultaten van de uitgevoerde toetsingen. <AW / <S niet verontreinigd: het gehalte / de concentratie is lager dan of gelijk aan de achtergrond-waarde (grond) of streefwaarde (grondwater), dan wel de rapportagegrens; >AW / >S licht verontreinigd: het gehalte overschrijdt de achtergrondwaarde (grond) of streefwaarde (grondwater) en is lager dan of gelijk aan de tussenwaarde, zijnde licht verontreinigd; >T matig verontreinigd: het gehalte overschrijdt de tussenwaarde en is lager dan of gelijk aan de interventiewaarde; >I sterk verontreinigd: het gehalte overschrijdt de interventiewaarde.

Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Loosterweg 57 Voorhout Kenmerk rapportage: 1912N205/IDI/rap1 Pagina 22 van 27

TABEL 3.4: overzicht monsters, monstersamenstelling, analyses en toetsingsresultaten Monstercodes, deelmonsters en bodemlagen (bodemlagen in cm-mv)

Matrix en eventuele bijzonderheden

Analyse

Toetsingsresultaten Wbb (index) > AW / > S (licht verhoogd)

>T (matig verhoogd)

>I (sterk verhoogd)

Bovengrond MM01: 01 (0,00 - 0,50)

Zand, resten tegel

#1

PAK (0,03)

-

-

MM02: 03 (0,12 - 0,50) + 04 (0,12 - 0,50) + 06 (0,00 - 0,50) + 09 (0,00 - 0,50) + 11 (0,00 - 0,50) + 13 (0,00 - 0,50)

Zand, geen bijzonderheden

#1

-

-

-

Zand, geen bijzonderheden

#2

-

-

-

Grondwater; geen bijzonderheden

#3

-

-

-

Ondergrond MM03: 01 (0,50 - 1,00) + 02 (0,50 - 1,00) + 02 (1,50 - 2,00) + 03 (1,50 - 2,00) + 05 (0,50 - 1,00) + 08 (0,50 - 1,00) + 10 (1,50 2,00) Grondwater Peilbuis 01: 01 (200-300) Blanco : Niet geanalyseerd / onderzocht / getoetst #1 : Standaardpakket grond incl. OCB #2 : Standaardpakket grond #3 : Standaard pakket grondwater > AW : > Achtergrondwaarde >I : > Interventiewaarde Index : (GSSD - AW) / (I - AW)

Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Loosterweg 57 Voorhout Kenmerk rapportage: 1912N205/IDI/rap1 Pagina 23 van 27

3.5

INTERPRETATIE

Grond De bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie bestaat vanaf het maaiveld tot de maximaal geboorde diepte van 2,0 m-mv uit matig fijn zand. Zeer plaatselijk is sprake van mineraalarm veen in de ondergrond. Ter plaatse van boring 01 zijn resten tegel waargenomen in de bovengrond. Op basis van de analyseresultaten van betreffend monster (MM01) is de bodem ter plaatse licht verontreinigd met PAK. De gehalten van de overige parameters zijn allen lager dan de betreffende achtergrondwaarden. De zintuiglijk schone bovengrond (MM02) en de ondergrond (MM03) zijn niet verontreinigd met de onderzochte parameters. Grondwater Aan het bemonsterde grondwater zijn geen afwijkingen waargenomen die kunnen duiden op een eventuele bodemverontreiniging. De gemeten waarden voor de zuurgraad en het elektrisch geleidingsvermogen duiden niet op een eventuele verontreiniging van het grondwater. Opgemerkt wordt dat de gemeten waarde voor de troebelheid enigszins verhoogd is. Echter, een verklaring hiervoor op basis van de voor de omgeving bekende gegevens is vooralsnog niet bekend. In het grondwater zijn de concentraties van alle onderzochte parameters lager dan de betreffende achtergrondwaarden. Gedempte watergangen Op basis van de organoleptische waarnemingen tijdens de veldwerkzaamheden zijn geen bijzonderheden aangetroffen ter plaatse van de vermoedelijke locatie van de gedempte watergangen.

De watergangen zijn naar alle waarschijnlijkheid gedempt met zand (gebiedseigen grond).

Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Loosterweg 57 Voorhout Kenmerk rapportage: 1912N205/IDI/rap1 Pagina 24 van 27

3.6

TOETSING HYPOTHESE

De op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek vastgestelde onderzoekshypothese is getoetst aan de resultaten van het verkennend bodemonderzoek. De toetsing van de hypothese is in onderstaande tabel opgenomen. Indien van toepassing is, bij een (gedeeltelijk) onjuiste hypothese de invloed op representativiteit van het onderzoek in relatie met de gevolgde onderzoeksstrategie aangegeven. TABEL 3.5: Hypothese en onderzoeksstrategie Algemeen Hypothese

Onverdacht

Toetsing

Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de hypothese: Verworpen Reden: er is zeer plaatselijk een licht verhoogd gehalte PAK aangetoond in de bovengrond. Invloed op representativiteit in relatie met de gevolgde (achteraf onjuiste) onderzoeksstrategie: Geen, daar het slechts een zeer plaatselijk, zeer licht verhoogd gehalte PAK betreft.

Gedempte watergang Hypothese

Onverdacht

Toetsing

Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de hypothese: Aangenomen Reden: er zijn geen verdachte bijmengingen waargenomen. Naar alle waarschijnlijkheid zijn de watergangen gedempt met ‘schoon’ zand (gebiedseigen grond).

Bestrijdingsmiddelen (OCB) Hypothese

Verdacht

Toetsing

Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de hypothese: Verworpen Reden: er is analytisch geen verhoogde gehalten OCB aangetoond in de bovengrond.

Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Loosterweg 57 Voorhout Kenmerk rapportage: 1912N205/IDI/rap1 Pagina 25 van 27

3.7

CONCLUSIES

In opdracht van Jan van Egmond BV is door IDDS een milieuhygiënisch vooronderzoek en een verkennend milieukundig bodemonderzoek uitgevoerd. De onderzoekslocatie is gelegen aan de Loosterweg 57 te Voorhout. Aanleiding en doelstelling Het onderzoek is uitgevoerd in verband met het opstellen van een bestemmingsplanwijziging en/of de daaruit (voortvloeiende) aanvraag van een omgevingsvergunning (activiteit bouwen). In het kader van de Woningwet/Gemeentelijke Bouwverordening dient een omgevingsvergunningaanvraag (activiteit bouwen) vergezeld te gaan van een rapportage inzake de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. De doelstelling van het onderzoek is het bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit van de landbodem (grond en grondwater) ter plaatse van de onderzoekslocatie. Conclusies Op basis van de onderzoeksresultaten wordt het navolgende geconcludeerd:   

De bovengrond is, behoudens van een zeer plaatselijke lichte verontreiniging met PAK, niet verontreinigd met de onderzochte parameters. De ondergrond en het grondwater zijn niet verontreinigd met de onderzochte parameters. De gedempte watergangen ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn naar alle waarschijnlijkheid gedempt met ‘schoon’ zand (gebiedseigen grond).

Beperkingen inzake het verlenen van een omgevingsvergunning (activiteit bouwen) worden vanuit milieuhygiënisch oogpunt niet voorzien.

3.8

AANBEVELINGEN

Wij adviseren om de onderzoeksresultaten voor te leggen aan het bevoegd gezag, zijnde de Omgevingsdienst West-Holland namens de Gemeente Teylingen, om na te gaan of zij kunnen instemmen met de onderzoeksresultaten en bovengenoemde conclusies ten behoeve van het verkrijgen van een omgevingsvergunning (activiteit bouwen). Indien op de onderzoekslocatie ten gevolge van graafwerkzaamheden grond vrijkomt en buiten de locatie wordt hergebruikt, vindt hergebruik veelal plaats binnen het kader van het Besluit bodemkwaliteit. In dat geval dient de chemische kwaliteit van de grond te worden getoetst aan de kwaliteitsnormen die door het Besluit bodemkwaliteit aan de betreffende toepassing worden verbonden. Op basis van de resultaten van onderhavig onderzoek wordt verwacht dat vrijkomende grond zonder beperkingen kan worden hergebruikt.

Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Loosterweg 57 Voorhout Kenmerk rapportage: 1912N205/IDI/rap1 Pagina 26 van 27

4.

BETROUWBAARHEID

Het onderhavige onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen geaccepteerde inzichten en methoden. Echter, een bodemonderzoek is gebaseerd op het nemen van een beperkt aantal monsters en chemische analyses. IDDS streeft naar een zo groot mogelijke representativiteit van het onderzoek. Toch blijft het mogelijk dat lokaal afwijkingen in de milieuhygiënische kwaliteit of opbouw van het bodemmateriaal voorkomen, ten opzichte van de in onderhavig rapport beschreven situatie. IDDS acht zich niet aansprakelijk voor eventuele schade die als gevolg van deze afwijkingen zou kunnen ontstaan. Hierbij dient tevens te worden gewezen op het feit dat het uitgevoerde onderzoek een momentopname is. Beïnvloeding van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (grond en grondwater) zou plaats kunnen vinden na uitvoering van dit onderzoek door, bijvoorbeeld het bouwrijp maken van de locatie, het aanvoeren van grond van elders, toevoeging van bodemvreemde materialen of het naar de onderzoekslocatie verspreiden van verontreinigingen van verder gelegen terreinen via het grondwater. Naarmate de periode tussen de uitvoering van het onderzoek en het gebruik van de resultaten langer wordt, zal meer voorzichtigheid betracht moeten worden.

In veel gevallen hanteren de beoordelende instanties termijnen (doorgaans maximaal 3 jaar voor een bedrijfslocatie en maximaal 5 jaar voor een woonlocatie) waarbinnen de onderzoeksresultaten representatief worden geacht te zijn. Bij het gebruik van de resultaten van dit onderzoek dient het doel van het onderzoek goed in ogenschouw te worden genomen. Zo zullen de resultaten van een onderzoek naar het voorkomen en/of verspreiding van één specifieke verontreinigende stof geen uitsluitsel bieden omtrent de aanwezigheid aan verhoogde concentraties van overige, niet onderzochte verontreinigende stoffen.

Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Loosterweg 57 Voorhout Kenmerk rapportage: 1912N205/IDI/rap1 Pagina 27 van 27

BIJLAGE 1 – KAARTMATERIAAL 1.1 TOPOGRAFISCHE KAART 1.2 SITUATIETEKENING MET BOORPUNTEN

BIJLAGE 1.1 TOPOGRAFISCHE KAART

Topografische kaart

Schaal 1:25.000

Legenda Locatie-aanduiding

BIJLAGE 1.2 SITUATIETEKENING MET BOORPUNTEN

95600

95650

95700

Legenda

473950

473950

473900

473900

Onderzoeksgebied Boringen Boring 1,0 m-mv Boring met peilbuis Boring 2,0 m-mv Slootdempingen

Opdrachtgever Jan van Egmond BV Projectnummer 1912N205

95600

473850

473850

Akkoord

95650

95700

Getekend: Vrijgegeven:

IDI EBA

Formaat: Schaal: Schaal situatie:

A3

Datum:

3-3-2020

Locatie Loosterweg 57, Voorhout Omschrijving Verkennend bodemonderzoek Tekening nr.

Versie nr.

Bijlage nr.

N205-BO-01

1.0

1.2

BIJLAGE 2 – INFORMATIE VOORONDERZOEK 2.1 HISTORISCH KAARMATERIAAL 2.2 RAPPORTAGE OMGEVINGSDIENST 2.3 FOTOREPORTAGE

BIJLAGE 2.1 HISTORISCH KAARTMATERIAAL

De onderzoekslocatie in 1901 (bron: www.topotijdreis.nl)

De onderzoekslocatie in 1950 (bron: www.topotijdreis.nl)

De onderzoekslocatie in 1970 (bron: www.topotijdreis.nl)

De onderzoekslocatie in 1984 (bron: www.topotijdreis.nl)

De onderzoekslocatie in 2006 (bron: www.topotijdreis.nl)

De onderzoekslocatie in 2018 (bron: www.topotijdreis.nl)

BIJLAGE 2.2 RAPPORTAGE OMGEVINGSDIENST

Omgevingsrapportage ODWH Loosterweg 57 Voorhout Omgevingsrapportage

Pagina 1 van 14

-

07-02-2020

Inhoudsopgave Voorblad Inhoudsopgave Inleiding Loosterweg 57A Loosterweg 57 (mogelijk ook nr. 55) Loosterweg 51e en f Kaarten Disclaimer Toelichting

Pagina 2 van 14

-

07-02-2020

Voor U ligt een rapportage van de Omgevingsdienst West-Holland met de beschikbare informatie over de milieu-hygiënische kwaliteit van grond van het door U opgevraagde perceel.

Dit rapport is een samenvatting van gegevens afkomstig uit het bodeminformatiesysteem van de Omgevingsdienst West-Holland. Het bodeminformatiesysteem bevat gegevens met betrekking tot uitgevoerde bodemonderzoeken, aanwezige, gesaneerde en buiten gebruik gestelde ondergrondse brandstoftanks, historische bodembedreigende activiteiten en actuele bodembedreigende activiteiten.

Met nadruk wordt gesteld dat dit rapport een geautomatiseerde samenvatting is van het bodeminformatiesysteem van de Omgevingsdienst West-Holland aanwezige gegevens. Voor nadere informatie over de in deze rapportage genoemde rapporten dienen de betreffende dossiers te worden geraadpleegd. Rapporten kunt u aanvragen bij ODWH via bip@odwh.nl. Er kan niet worden uitgesloten dat elders relevante informatie aanwezig is, die niet in de informatiesystemen van de Omgevingsdienst West-Holland en dus in deze samenvatting is opgenomen.

Dit rapport bestaat uit vier delen: 1. Deze pagina bevat een tekening van het geselecteerde gebied. 2. Informatie over het geselecteerde gebied, per locatie gegroepeerd (de in het bodeminformatiesysteem van de Omgevingsdienst West-Holland aangetroffen informatie over locaties die zich binnen het geselecteerde gebied bevinden. 3. Disclaimer 4. Toelichting op de rapportage. Hier vindt u de uitleg van de gegevens die in dit rapport zijn vermeld.

Als u vragen heeft over de in dit rapport vermelde gegevens dan kunt u contact opnemen met de Omgevingsdienst West-Holland via email bip@odwh.nl

Pagina 3 van 14

-

07-02-2020

Locatie: Loosterweg 57A Locatie Adres

Loosterweg 57A 2215TM VOORHOUT

Locatiecode

AA062500101

Locatienaam

Loosterweg 57A

Plaats

Teylingen

Locatiecode bevoegd gezag WBB

ZH152509531

Status Vervolg WBB

Uitvoeren historisch onderzoek

Beoordeling

Status rapporten

Verkennend onderzoek NEN 5740

Beschikking

Status besluiten Is van voor 1987

Potentieel Ernstig

Status asbest Ja

Uitgevoerde onderzoeken Datum

Type

Naam

Auteur

Referentie Archief

Conclusie overheid

Verkennend 25-06-1997 onderzoek NVN 5740

Loosterweg 57A

BLGG

DIV MDWH

Bg: Hg, Zn >S, EOX >trigger, og: Hg >S. Gw: Cu, Ni, As, benzeen, tri >S, fenolindex >trigger.

Verkennend 13-07-2004 onderzoek NEN 5740

Loosterweg 57A

SGS Ecocare

DIV MDWH

Bg: Hg >S, og: -, tpv zintuiglijk met MO verontreinigde grond MO, BTEX >S. Gw: -.

Beschikbare documenten per onderzoek Geen gegevens beschikbaar

Verontreinigende activiteiten Activiteit

Start Einde Vervallen

bestrijdingsmiddelenopslagplaats

9999 8888

bloembollen- en bloemknollenkwekerij brandstoftank (bovengronds)

Voldoende onderzocht

Benoemd

Verontreinigd Spoed

Niet van toepassing

Per definitie

Nee

Nee

Onbekend

9999 8888

Niet van toepassing

Per definitie

Nee

Nee

Onbekend

9999 8888

Niet van toepassing

Per definitie

Nee

Nee

Onbekend

Geconstateerde verontreinigingen Geen gegevens beschikbaar

Beschikbare documenten Geen gegevens beschikbaar

Besluiten Geen gegevens beschikbaar

Pagina 4 van 14

-

07-02-2020

Sanering Geen gegevens beschikbaar

Saneringscontouren Geen gegevens beschikbaar

Zorgmaatregelen Geen gegevens beschikbaar

Pagina 5 van 14

-

07-02-2020

Locatie: Loosterweg 57 (mogelijk ook nr. 55) Locatie Adres

Loosterweg 57 (55) 2215TM VOORHOUT

Locatiecode

AA062500154

Locatienaam

Loosterweg 57 (mogelijk ook nr. 55)

Plaats

Teylingen

Locatiecode bevoegd gezag WBB

ZH152509574

Status Vervolg WBB

Uitvoeren historisch onderzoek

Beoordeling

Status rapporten

Verkennend onderzoek NEN 5740

Beschikking

Status besluiten Is van voor 1987

Potentieel Ernstig

Status asbest Ja

Uitgevoerde onderzoeken Datum

Type

Naam

Auteur Referentie Archief Conclusie overheid

Verkennend 01-11-1994 onderzoek NVN Loosterweg 57 5740

BLGG

DIV MDWH

Bg: Hg =S, ind. PAK >S, og: -. Gw: T=S

Verkennend 08-05-1996 onderzoek NVN Loosterweg 57 5740

BLGG

DIV MDWH

Dieseltank: gr. geen MO gemeten. Bestrijdingsmiddelenopslag: EOX >trigger.

Ibozo

DIV VO/06/010 MDWH

onderzoek is uitgevoerd bij opslag bestrijdingsmiddelen en voormalige bovengrondse tank. bg: Zn, Hg, PAK, min olie>S og: - gw: Cd>S

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Teylingen&id=1c1b517f-4ca7-4061-a793-e8b3fa2d6581