CConstaterende datTeylingen
Koppel je AI →
Document · PDF

2025-10-13 Zienswijze_Stichting_WaaromWeg_PLGDG_Geanonimiseerd

Gemeenteraad 13 november 2025, gemeente TeylingenBij agendapunt: Raadsvoorstel Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport Duin- en Bollenstreek (LGDG) - wensen en bedenkingen2.450 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aan: Colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Hillegom, Katwijk, Lisse, Noordwijk en Teylingen. Postbus 149, 2215 ZJ Voorhout emailadres: programmaLGDG@hltsamen.nl

Datum: 22-07-2025

afz.; Stichting Waarom Weg

Betreft: zienswijze ‘‘Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport DBS”.

Geachte leden van colleges van Burgemeester en Wethouders, Middels deze brief dient Stichting Waarom Weg een zienswijze in op het ontwerp van het Programma LGDG (Landelijk Gebied Duurzame Greenport, verder PLGDG) van de Duin- en Bollenstreekgemeenten, dat sinds 12 juni jl. ter inzage ligt. Onze zienswijze richt zich met name op het onderdeel betreffende het hobbymatig gebruik van percelen, waaronder moestuinen, volkstuinen en paarden- of dierenweitjes, een gebruik dat al van oudsher deel uitmaakt van het landschap in de Bollenstreek. In het ontwerp PLGDG onder hoofdstuk .1 Vitale Greenport onder de kop ‘handhaving doelmatig gebruik ‘(pagina 29) wordt gesteld dat er op basis van de gestelde kaders weinig tot geen ruimte voor moestuintjes en dierenweitjes e.d. zal zijn en dat deze gehandhaafd zullen gaan worden. Zoals wij ook tijdens de participatieavond van 8 oktober 2024 hebben benadrukt, en zoals uiteengezet in onze brief van 1 november 2024 aan het college van Noordwijk (en cc. aan de raden van Noordwijk, Hillegom, Teylingen en Lisse), is er brede steun voor het behoud van deze kleinschalige vormen van grondgebruik. Deze zijn landschappelijk passend en vervullen belangrijke functies voor biodiversiteit, gezondheid, gemeenschapszin en sociale cohesie. Honderden inwoners beleven dagelijks plezier aan hun moestuin of dierenweitje.

Deze vormen van hobbymatig gebruik zijn laagdrempelig, waardevol en hebben een positief effect op de leefomgeving en het landschap. Wij constateren dat in de huidige versie van het ontwerp PLGDG deze functies niet expliciet zijn opgenomen en zelfs actief gehandhaafd worden m.a.w. zullen verdwijnen.

In het programma komen echter een aantal passages voor, welke juist pleiten voor het behoud van dit specifieke cultuur-historische gebruik in de Duin en Bollenstreek. Ter uwer informatie: Vroeger hadden de bedrijven de paarden in gebruik en de werknemers kregen als secondaire arbeidsvoorwaarden een moestuin in gebruik. Conclusie; Het handhaven op bestaande percelen staat dus haaks op de doelstellingen binnen het PLGDG. Hieronder een aantal opmerkelijke passages uit het programma (cursief) met onze opmerkingen eronder; Pagina 2 Ook is er in het gebied behoefte aan voldoende en geschikte woningen, in een omgeving die bereikbaar is en waar inwoners gezond zijn. Hoe vinden we balans tussen recreatiedruk, het economisch belang en een gezond leefgebied? Opmerking; moestuintjes en dierenweitjes dragen juist bij aan de mentale en fysieke gezondheid van honderden gebruikers van deze perceeltjes. Pagina 3 Het landelijk gebied in Nederland staat voor een grote transitie. Energie- en klimaatdoelstellingen, landbouwveranderingen, natuurkwaliteit (waaronder de biodiversiteit en de cultuurhistorische waarden van het landschap) en woningbouw komen samen en vragen een oplossing in het buitengebied. Opmerking; afgezien van het feit dat de doelstellingen ondemocratisch zijn opgelegd zijn moestuintjes en dierenweitjes onderdeel van de cultuur en dragen bij aan de biodiversiteit.

Pagina 4 Verrommeling van het open bollengebied en claims ten behoeve van andere bestemmingen zijn ongewenste ontwikkelingen binnen de Greenport Duin- en Bollenstreek. Pagina 7 Vanuit brede welvaart is het nodig om daarbij ruimte te maken voor andere ruimteclaims die ook belangrijk zijn om de streek vitaal te houden. Opmerking; op pagina 4 wordt gesteld dat claims ten behoeve van andere bestemmingen ongewenst zijn en op pagina 7 wordt gesteld dat er ruimte gemaakt moet worden voor andere ruimteclaims die belangrijk zijn. Het PLGDG is hiermee tegenstrijdig en dient aangepast te worden tot de tekst uit de bovengenoemde quote uit pagina 7 Pagina 12 Ontbreken van landschapselementen: het ontbreken van typerende karakteristieke landschapselementen is ook een vorm van verrommeling. Concreet voorbeeld is het ontbreken van erfbeplanting. Op de strandwallen het ontbreken van lanen, houtwallen, bosschages en hagen; in het zanderijen- landschap het ontbreken van hagen.

Opmerking; moestuinen en dierenweitjes zijn juist de karakteristieke landschapselementen in de Bollenstreek. Deze dragen ook bij aan bosschages en hagen e.d. Handhaving ervan staat haaks op de eigen PLGDG-doelen Pagina 13 Landschapselementen zoals singels, sloten, beken, weteringen, natuurvriendelijke oevers, kruidenrijke akkerranden, houtwallen en bomenrijen hebben verschillende functies in het landelijk gebied. Het zijn plekken die het leefgebied vormen en/of belangrijk zijn als verbinding tussen leefgebieden (afhankelijk van de soort). Plekken waar dieren kunnen schuilen, voedsel kunnen zoeken en waar ze zich langs kunnen verplaatsen en waar ruimte is voor bijzondere planten. Het vormt een belangrijke basis voor biodiversiteit. Ook dragen landschapselementen bij aan de belevingswaarde van het landschap voor de mens. Elk landschapstype heeft zijn eigen kenmerkende elementen, die mede de identiteit van de plek bepalen. Binnen de groenblauwe dooradering zijn zowel droge (groene dooradering) als natte (blauwe dooradering) landschapselementen van belang. Ook gebieden met landschapselementen van maximaal 1,5 hectare maken onderdeel uit van de groen- blauwe dooradering. Opmerking; Ook hier weer, moestuintjes en dierenweitjes dragen bij aan bovengenoemde functionele bijdrage en belevingswaarde van het landschap voor de mens (en ook de toeristen).

En juist de kleine percelen (maximaal 1,5 ha.) zijn moestuintjes en dierenweitjes Pagina 16 Speerpunt 2: optimaliseren kavels van bollenareaal op de zandgronden Het optimaliseren van kavels is goed te koppelen aan landschapsverbetering. Herverkaveling en ruilverkaveling kunnen in de Duin- en Bollenstreek bijdragen aan landschapsverbetering door een integrale aanpak waarin agrarische efficiëntie wordt gecombineerd met ecologische, recreatieve en esthetische doelen. Deze koppeling kan op verschillende manieren gerealiseerd worden: 1. Efficiënt gebruik van landbouw- en bollengrond • Optimalisatie van percelen: Door efficiëntere indeling kunnen landbouwbedrijven profiteren van schaalvoordelen, wat ruimte vrijmaakt voor landschapsverbetering zonder productieverlies. • Bundeling van functies: Door agrarische functies te combineren met natuurbeheer en recreatie ontstaan nieuwe verdienmodellen en wordt multifunctioneel grondgebruik gestimuleerd. 3. Verbeteren van ecologische verbindingen • Creëren van groene corridors: Door percelen opnieuw in te delen, kunnen ecologische verbindingszones worden aangelegd die de biodiversiteit vergroten. Bijvoorbeeld het verbinden van natuurgebieden door het creëren van bloemrijke akkerranden, houtwallen, hagen of andere landschapselementen. Dit helpt bij het realiseren van meer groenblauwe dooradering (speerpunt 7 t/m 9). 4.

Herstel van historische landschapselementen • Terugbrengen van kenmerkende landschappen in de Duin- en Bollenstreek, zoals hagen, houtwallen en slootpatronen

Opmerking; moestuinen en dierenweitjes zijn kenmerkend voor de Duin en Bollenstreek, zijn ecologische verbindingszones die de biodiversiteit vergroten en combineert de agrarische functie met natuurbeheer en recreatie. Met het maken van goede afspraken tussen eigenaren en gebruikers van moestuinen en dierenweitjes dragen deze bestaande percelen juist bij aan bloemrijke akkerranden, houtwallen, hagen en andere landschapselementen. Ook hier weer staat handhaven contra aan het beschreven beleid. Pagina 19 Cultuurhistorie en inpassing Het is van belang om bij ruimtelijke planvorming, herstructurering en schaalvergroting het aspect cultuur- historie vroegtijdig te betrekken en het behoud of de versterking van karakteristieke structuren en elementen na te streven. Opmerking; moestuinen en dierenweitjes zijn al onderdeel van de karakteristieke structuren en elementen in de Duin en Bollenstreek. Pagina 22 Speerpunt 9: groenblauwe kavelinrichting Dit speerpunt gaat over het groenblauw inrichten van kavels met streekeigen en cultuurhistorische landschapselementen. In principe komt elke kavel hiervoor in aanmerking, vandaar dat dit speerpunt niet specifiek is opgenomen op de kaart. Een groenblauwe kavelinrichting kan gebeuren op vrijwillige basis bij betreffende eigenaren en telers. Te denken valt aan de volgende maatregelen die goed in te passen zijn op agrarische kavels: • • • • • •

Aanplant van houtsingels Aanplant heggen en hagen Bloeminzaai op akkerranden en resthoeken Wintervoedselakkers maken Maken van rafelranden en rommelhoekjes Natuurvriendelijke oevers en zoetwateropslag op/langs kavels

Opmerking; eigenaren van moestuinen en dierenweitjes dragen al op vrijwillige basis kosteloos bij aan een groene kavelinrichting en zijn bij uitstek rafelranden en rommelhoekjes. Ook voor vogels en andere dieren zijn de moestuinen en dierenweitjes met bomen, struiken en hagen ideaal voor in de zomer en winter. Bovendien is er in de huidige handhaafregels een zg. ‘ruimtelijk-ordeningsbezwaar’ opgenomen wat haaks op bovenstaand speerpunt staat. Namelijk het weghalen van o.a. slootjes en hagen ten behoeve van verkaveling maakt het landschap monotoon en onaantrekkelijk voor mens en dier. Met dat bezwaar doet u uw bovenstaand speerpunt teniet.

Pagina 23 Ooit was er in de gehele Duin- en Bollenstreek zo’n 270 kilometer aan hagen en heggen aanwezig. In 2000 was daar nog ongeveer 10 kilometer van over.

Onder dit Programma LGDG is de doelstelling het toevoegen van gebiedseigen heggen en hagen. Samen- werking met de sector en gebiedspartners is hierbij gewenst en noodzakelijk. Zij weten immers het beste waar rafelranden en rommelhoekjes kunnen worden gecreëerd Telers zien in dat maatregelen voor biodiversiteit een voorwaarde van de maatschappij is om door te kunnen gaan met telen. Met financiële compensatie zijn er mogelijkheden. De aanwezige telers benadrukken dat voor biodiversiteitsherstel ook inwoners en gemeenten moeten kijken hoe zij zelf hieraan kunnen bijdragen Opmerking; Ook hier worden de rafelranden en rommelhoekjes weer beschreven. Waarom deze die er nu al subsidieloos zijn (de moestuintjes en dierenweitjes) eerst verwijderen en later door de landeigenaren met subsidie weer te laten creëren? Pagina 25 Op dit moment wordt de Heijkoopkaart, die de basis vormt voor het bollenareaal van 1e en 2e klas bollengrond geactualiseerd. Deze geactualiseerde kaart zal uiteindelijk de basis vormen voor de instandhouding van het bollenareaal. Dit betekent niet dat elke vierkante meter bollengrond voor altijd als bollengrond bestemd en gebruikt moet blijven, maar wel dat er te allen tijde 1e klas bollengrond gecompenseerd moet worden voor gebruik en bestemming van bollengrond voor andere doeleinden, zodat het areaal netto intact blijft.

Zo nodig zijn ruilverkaveling/herverkaveling in te zetten om kavels efficiënter in te delen en uit te ruilen (te compenseren) met andere ruimtevragers. Opmerking; moestuinen en dierenweitjes zijn in het Heijkoop rapport niet binnen de 2625 ha 1e klas bollengrond meegeteld, maar worden wel als compensatie gebruikt voor andere onttrekking van 1e klas bollengrond (o.a. huizenbouw). Pagina 26 Het slopen van voormalige bedrijfsbebouwing, het opruimen van verrommeling en het opwaarderen van tweede klas bollengrond zal ook in de toekomst voor een heel groot deel in de compensatiebehoefte kunnen voorzien. Vanuit het oogpunt van landschap en natuur is omzetten van grasland de minst wenselijke vorm van bollengrondcompensatie. De reeds in 2009 in de uitvoeringsparagraaf aangegeven verdeling (minimaal 40% opruimen verrommeling en de overige (maximaal) 60% voor tenminste de helft door het opwaarderen van tweede klas bollengrond) wordt derhalve nadrukkelijk als prioriteitsvolgorde onderstreept. Zolang het voor de dynamiek in de Greenport niet nodig is wordt er niet overgegaan tot het omspuiten van graslanden. Breed onderkend wordt dat opruimen veel belangrijker is dan omspuiten Opmerking; De moestuintjes en dierenweitjes voorzien voor een deel in de compensatiebehoefte.

Vanuit het PLGDG moeten deze percelen verdwijnen en vervolgens moeten andere m2 echte bollengrond van de bollenkwekers in de groene bio-diverse behoefte voorzien. Dit is een vorm van dubieus contraproductief en kostbaar beleid dat voor vele honderden inwoners grote negatieve impact op hun leven gaat hebben.

Pagina 29 Handhaving doelmatig gebruik In principe zal altijd gehandhaafd moeten worden op gebruik van bollengrond in strijd met de functietoedeling, zeker waar het gaat om (grotere) percelen en gebouwen. Dit zal in veel situaties betekenen dat het teeltareaal niet alleen op papier, maar ook in de praktijk vergroot kan worden. Voor kleine, niet meer bruikbare snippers teeltareaal zijn uitzonderingen mogelijk op dit principe door middel van maatwerk, mits er medewerking wordt verleend door de overheden, uiteraard onder de geldende voorwaarden voor bollengrondcompensatie. De gemeenten Hillegom, Lisse en Noordwijk hebben de Nota niet meer doelmatig te gebruiken bollengrond vastgesteld. Teylingen moet deze nota nog vaststellen. De nota vormt de basis voor maatwerkafwegingen in het kader van de handhaving van oneigenlijk gebruik van bollengronden respectievelijk de legalisatie daarvan. De nota neemt als uitgangspunt dat percelen met een bepaalde omvang mogelijk in aanmerking komen voor legalisatie, als uit een maatwerkbeoordeling blijkt dat ook andere omstandigheden het doelmatig gebruik niet meer mogelijk maken. Het legaliseren van het strijdige gebruik van paardenweitjes en moestuinen wordt dus beoordeeld en getoetst aan de hand van het afwegingskader.

Ook is het belangrijk dat, waar het gaat om de mate van geïsoleerd liggen van percelen, niet alleen naar de huidige situatie gekeken wordt, maar ook naar de mogelijkheden dat bijvoorbeeld omliggende bebouwing of andere gebruiksfuncties op termijn gesaneerd kunnen worden, waardoor wél aansluiting bij een groter areaal mogelijk is. Opmerking; Het handhavingsproces, met als uitgangspunt ruimhartig de mogelijkheid bieden om te legaliseren d.w.z. de beleidsregels hierop aan te passen, zou bijdragen aan een structurele zekerheid voor een plaats voor deze doelgroep. Waar een wil is, is een weg. In het ter inzage liggend PLGDG is daar geen sprake van en dient daarop concreet aangepast te worden.

Pagina 35 4.4 Versterken recreatie en toerisme De potentie van de cultuurhistorische rijkdom en de variatie in het landschap biedt voldoende aanknopingspunten voor een verdere uitbreiding en kwalitatieve verbetering van de infrastructuur voor fietsen, wandelen en varen. Bij veel recreatievormen binnen de Duin- en Bollenstreek staat de beleefbaarheid van het landschap centraal. Opmerking; De moestuintjes en dierenweitjes zijn onderdeel van de cultuurhistorie in de Duin en Bollenstreek en zorgen voor beleefbaarheid (een divers landschap) voor o.a. recreatie, fietsers en toeristen. Bij handhaving/verdwijnen ervan vervalt een belangrijke recreatieve functie voor vele inwoners van het gebied. Tellen die niet mee? Pagina 49 Groenblauwe dooradering Spuitvrije zones langs de sloten op bollengrond en zones bollengrond die ingericht en beheerd worden in het kader van de groenblauwe dooradering behouden hun functietoedeling bollengrond. Ze worden echter niet meer beteeld. Indien in het kader van de landschapsstrategie

de inrichting, het gebruik en het beheer van deze zones ten behoeve van biodiversiteit en landschap duurzaam privaatrechtelijk kan worden vastgelegd en verankerd, is het mogelijk dat via het herstructureringsfonds hiervoor een financiële bijdrage aan de grondeigenaar wordt verstrekt. Opmerking; De moestuintjes en dierenweitjes die zonder subsidie zorgen voor biodiversiteit zouden dus vervangen moeten worden door nieuwe inrichting die via het herstructureringsfonds mede wordt gefinancierd. De omgekeerde richting die ook nog eens kostbaar is. Het hele programma staat bol van de biodiversiteit, andere ruimtelijke uitdagingen, cultuurhistorie, recreatie, bosschages en hagen, landschapselementen, variatie in het landschap, belevingswaarde, multifunctioneel grondgebruik, kenmerkende landschappen, het maken van rafelranden en rommelhoekjes en hoe inwoners moeten kijken hoe zij hier zelf aan kunnen bijdragen. Dit valt niet te rijmen met de paragraaf waar duidelijk staat dat er gehandhaafd zal worden op de moestuintjes en dierenweitjes. Wij pleiten dan ook dringend voor behoud en een ruimhartige oplossing voor dit zogenaamd ‘oneigenlijk gebruik’. Daarom verzoeken wij u nadrukkelijk om: 1.

Bovenstaand genoemde opmerkingen ter harte te nemen en het hobbymatig gebruik van gronden voor moestuinen, volkstuinen, dieren- en paardenweitjes expliciet op te nemen en structureel mogelijk te maken binnen het PLGDG. 2. Af te zien van handhaving op de ‘bestaande gevallen’ middels legalisatie met behoud van bestemming bollengrond d.m.v. een extra functieaanduiding toe te voegen aan de huidige bestemming. Wij vertrouwen erop dat u onze zienswijze zorgvuldig betrekt bij de besluitvorming. Met vriendelijke groet, Namens Stichting Waarom Weg,

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Teylingen&id=ab6574ef-2f98-44e2-8e74-a94abebfb335