CConstaterende datTeylingen
Koppel je AI →
Document · PDF

2024-10-15 Bijlage schriftelijke afhandeling vraag CDA-fractie commissie Ruimte 15 oktober over toezegging consequenties uitspraak handhavingszaak bollengebied

Commissie Ruimte 15 oktober 2024, gemeente TeylingenBij agendapunt: Actielijst en raadsagendaplanning (RAP)789 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsmemo Consequenties uitspraak handhavingszaak bollengebied aan: datum:

de raad van de gemeente Teylingen 18 oktober 2024

ons kenmerk: portefeuillehouder: behandelend ambtenaar: emailadres: telefoon:

Z-24-406413 Marlies Volten Derk van Werkhoven D.vanwerkhoven@HLTSamen.nl 14 0252

Tijdens de Commissie Ruimte van 14 mei 2024 heeft het CDA naar aanleiding van een uitspraak van de rechtbank Den Haag van 26 april 2024 gevraagd om de consequenties van deze uitspraak in beeld te brengen. De wethouder heeft hierop toegezegd met een raadsmemo te komen om de consequenties van deze uitspraak te duiden. Handhavingsprocedure De uitspraak van de rechtbank Den Haag van 26 april 2024 heeft betrekking op een handhavingsprocedure in het buitengebied van de gemeente Teylingen. Op 3 augustus 2021 is er aan de eigenaar van het perceel een last onder dwangsom opgelegd om het strijdige gebruik op dit perceel te beëindigen en nadien beëindigd te houden. Tegen dit besluit is bezwaar aangetekend, dit bezwaarschrift is op 10 januari 2022 ongegrond verklaard. Tegen deze beslissing op bezwaar is vervolgens beroep aangetekend en los daarvan is er ook verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Op 22 maart 2022 heeft de voorzieningenrechter het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening toegewezen en is de last onder dwangsom geschorst tot aan de uitspraak in beroep. Vervolgens is er op 26 april 2024 uitspraak gedaan in de beroepsprocedure. Uitspraak rechtbank Den Haag van 26 april 2024 In de uitspraak heeft de rechtbank het beroep gegrond verklaard en het college opgedragen om binnen zes weken met een nieuwe beslissing op het bezwaarschrift te komen.

De rechtbank geeft in haar uitspraak te kennen dat er sprake is van een situatie die in strijd is met de voorschriften van het bestemmingsplan. Gelet op het algemeen belang dat gediend is met handhaving zal het college bij constatering van een overtreding hier ook handhavend tegen op moeten treden. Deze beginselplicht geldt echter niet als er sprake is van een bijzondere situatie waardoor handhavend optreden onevenredig zou zijn. In rechtsoverweging 7.6 van de uitspraak is terug te lezen dat de rechtbank van mening is dat het college de nadelige gevolgen van het besluit onvoldoende in beeld heeft gebracht. Daardoor is ook onvoldoende gemotiveerd waarom het opleggen van de last onder dwangsom onder deze omstandigheden niet onevenredig is in verhouding tot de daarmee te dienen belangen. Nu dit onvoldoende is gemotiveerd ziet de rechtbank aanleiding om het beroep gegrond te verklaren en het college op te dragen om met een nieuw besluit te komen. Nu de rechtbank de eerdere beslissing op bezwaar heeft vernietigd, heeft het college op 20 juni 2024 een nieuwe beslissing op het bezwaarschrift genomen. In deze beslissing op bezwaar is nader gemotiveerd waarom het college tot handhaving is overgaan en is nader gemotiveerd waarom handhavend optreden in dit geval niet als onevenredig beschouwd dient te worden.

1

Consequenties voor andere handhavingsdossiers Naar aanleiding van de uitspraak van de rechtbank is door het CDA gevraagd of deze uitspraak gevolgen kan hebben voor andere handhavingsdossiers in het buitengebied van Teylingen. In reactie op deze vraag wenst het college aan te geven dat zij van mening is dat deze uitspraak geen tot beperkte gevolgen zal hebben voor andere handhavingsdossiers in het buitengebied van Teylingen. In de uitspraak is namelijk terug te lezen dat het college zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat er hier sprake was van een situatie die in strijd is met de voorschriften van het bestemmingsplan. Vervolgens wordt er door de rechtbank aangegeven dat het college, gelet op haar beginselplicht tot handhaving, in beginsel ook handhavend tegen deze overtredingen dient op te treden. Deze uitspraak geeft - samen met de eerdere uitspraken over de handhaving in het buitengebied van Teylingen – duidelijk aan dat het college bij constatering van een strijdige situatie tot handhaving dient over te gaan en dat er slechts onder bijzondere omstandigheden van deze verplichting kan worden afgeweken. Bij toekomstige handhavingsdossiers zal het college in de toekomst beter rekening moeten houden met de vraag of er bijzondere omstandigheden aanwezig zijn die maken dat handhaving in het concrete geval als onevenredig kan worden aangemerkt.

Een van de vragen die in het vervolg gesteld moet worden betreft de vraag of een perceel nog doelmatig conform de bestemming gebruikt kan worden. Indien hier twijfel over bestaat zal er een agrarisch adviesbureau om nader advies gevraagd worden. Als uit dit advies blijkt dat het perceel nog doelmatig gebruikt kan worden zal in het handhavingsbesluit extra aandacht aan de evenredigheid van het genomen besluiten moeten worden besteed. Gelet op het feit dat er thans niet wordt gehandhaafd op percelen die qua ligging dan wel oppervlakte mogelijk niet meer doelmatig te gebruiken zijn, verwacht het college niet dat deze uitspraak gevolgen zal hebben voor de andere handhavingsdossiers.

2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Teylingen&id=7278fd83-ba0b-4e0e-b2d9-88ca7fdf18d6