CConstaterende datTeylingen
Koppel je AI →
Document · PDF

20210120 BIJLAGE 2_Concept globaal beleidskader Nieuw Boekhorst V9.pdf

Gemeenteraad 11 maart 2021, gemeente TeylingenBij agendapunt: Intentieverklaring Nieuw Boekhorst12.820 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Door ze op slimme locaties toe te staan, en verbinding te zoeken met de fiets-, vaar- en wandelverbindingen ten westen van Voorhout, kunnen zij bezoekers verleiden het centrum van Voorhout aan te doen. Mogelijk kan een combinatie gezocht worden met (andere) maatschappelijke doelstellingen. Het huidige kader van geconcentreerde voorzieningen in het centrum is opgesteld in relatie tot een verzorgingsgebied waar Nieuw Boekhorst nog niet toe behoort. Zodoende hoeven het oorspronkelijke en het eventuele nieuwe verzorgingsgebied van Nieuw Boekhorst niet per se te concurreren, maar kan de een de ander (bij juiste inkadering) juist versterken. Hierbij wordt gedacht een (bio)buurtwinkel in combinatie met een koffie/theehuis en een bezorgpunt/ afhaalpunt van food/non-food.

25

10 Buitenruimte 10.1 Groen De Structuurvisie 2030 Duurzaam Bloeiend van de gemeente Teylingen is begin 2015 vastgesteld. Hoewel de structuurvisie niet gaat over groen op zichzelf, is de structuurvisie het belangrijkste richtinggevende document voor hoe de gemeente met de (groene) openbare ruimte om wil gaan in de komende 15 jaar. Aanvullende op de structuurvisie zijn inmiddels de afgelopen jaren verschillende beleidsplannen gerealiseerd ter bevordering van een aantrekkelijke en een duurzame groene omgeving. Het gaat hierbij om de volgende beleidsdocumenten: 1. Bomenbeleid Teylingen 2015 2. Plan Duurzame Ontwikkelingen Teylingen 2020-2024 3. Beleidsplan Groen 2016 – 2020 4. Biodivers en duurzaam Teylingen 2019 (Kansenkaart) 5. Motie meer groen in woonwijken, dorpscentra en - entrees Deze structuurvisie met o.a. bovenstaande beleidsdocumenten worden gebruikt als richtinggevend beleid voor de (groene) ontwikkeling van Nieuw Boekhorst. Onderstaand is bij elk beleidsdocument in het kort de belangrijkste visie/wensen/ambitie aangegeven.

Bomenbeleidsplan 2015 1. Realiseren van een hoofdbomenstructuur met een omlooptijd van tenminste 80 jaar 2. Het aanplanten van toekomstige waardevolle bomen met een omlooptijd van tenminste 120 jaar 3. Het bomenbestand moet vitaal, en toekomstbestendig zijn en daarmee minder vatbaar voor ziekten en aantastingen. Omloop van tenminste 40 jaar. 4. Het bomenbestand moet aantrekkelijk zijn en blijven en structureel in kwaliteit verbeteren. 5. Het bomenbestand moet een meerwaarde geven aan de leefomgeving, de beleving en de ecologische waarde. 6. Bomen moeten in hun groeiplaats duurzaam tot volle wasdom uit kunnen groeien. 7. Het bomenbeleid moet draagvlak hebben bij de bewoners. Participatie gaat een steeds grotere rol spelen, ook bij boombeheer.

Plan Duurzame Ontwikkelingen Teylingen 2020-2024 1. Biodiversiteit in het buitengebied en in de dorpskernen beschermen en ondersteunen. Bijvoorbeeld door aansluiting te zoeken tussen openbaar en particulier groen. 2. Natuurfunctie van het buitengebied blijvend benadrukken bij ontwikkeling van gebiedsvisies en bestemmingsplannen. 3. Natuurwaarde van het veenweidegebied krachtig uitdragen bij regionale positionering. 4. Biodiversiteit gericht op beheer nog nadrukkelijker meenemen in de planfase.

Beleidsplan Groen 2016 -2020 “De Waarde van Groen” 1. Inzetten op een actief gebruik van de openbare ruimte: voor spelen, wandelen, fietsen, sporten, contact. 2. Het beperken van de hoeveelheid verharding in de openbare ruimte en particuliere tuinen. Ook voor een beter waterbeheer. 3. Kiezen voor grootte groene ruimtes in plaats van klein snippergroen. 4. Versterken ecologisch netwerk. 5. Het realiseren van een hoofdgroenstructuur, in combinatie met verschillende reserveringen voor ecologische zones langs watergangen en wegen.

Biodivers en duurzaam Teylingen 2019 (Kansenkaart) Dit rapport analyseert beknopt de kansen en risico’s die er binnen de gemeente zijn op het gebied van een biodivers en duurzaam gemeentelijk landschap. Zowel bij bestaande inrichting als bij nieuwe inrichting. 1. Verbindingen watergangen Herinrichting en beheer van watergangen zou moeten gebeuren volgens het principe: “Altijd natuurvriendelijke oever, tenzij…” 2. Verbindingen Bomenrijen Met name in het open landelijk gebied zijn verbindende bomenrijen belangrijk voor

26

vleermuizen, maar ook voor insecten, kleine vogels en bij een ondergroei voor kleine zoogdieren. 3. Verbindingen: Bermen Doordat de ondergrond van bermen van nature vaak voedselarm is en er niet wordt bemest, kunnen er door het juiste beheer al heel snel goede resultaten worden geboekt op het gebied van biodiversiteit.

Motie meer 2 in woonwijken, dorpscentra en - entrees Tijdens de raad van 8 november 2018 is door de fracties van D66 en CDA de volgende motie ingediend en door de gemeenteraad van Teylingen aangenomen: 1. Bij de inrichting en verduurzaming van bestaande en nieuwe woonwijken aspecten als: vergroening (door bomen, struiken en planten) en klimaatbestendigheid direct mee te nemen. 2. Bij de uitvoering, het beheer en het onderhoud ervoor te zorgen dat de huidige beleid wordt veranderd van traditioneel onderhoudsvriendelijk in toekomstig bio divers.

10.2 Water Klimaatadaptatiemaatregelen Boekhorst Het formele beleid zal naar verwachting medio 2021 worden vastgesteld door de gemeente. Vooruitlopend zijn hieronder de richtlijnen weer gegeven waarvan het openbaar gebied en particuliere percelen moet voldoen. Daarnaast zijn de wettelijke, beleids- en uitvoeringskaders meegegeven op vrijwel uitsluitend klimaatadaptatie. Gezien de sterke relatie met water zijn hier ook eisen in vertaalt. Voor klimaatadapatatie is onder meer gebruik gemaakt van elementen uit de Bouwstenen water Omgevingswet, LIOR en DGO. Het kan hierbij voorkomen dat het afwijkt van de nog vast te stellen DGO en LIOR. Deze documenten zijn nu nog generalistisch en gaan nog verdere verdieping krijgen. Ook de insteek van het Hoogheemraadschap van Rijnland zijn opgenomen. Deze uitgangspunten zullen worden opgenomen in Strategische Samenwerkingsagenda (SSA) 2021 – 2030 deze wordt nu ontwikkeld. Wetten en normen Deltaplan Ruimtelijke adaptatie Het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DRA) is een gezamenlijke plan van alle gemeenten, waterschappen en het Rijk. Het DRA versnelt en intensiveert de aanpak van: wateroverlast, droogte, hittestress en overstromingen. Hierbij is afgesproken dat in 2050 de overheid de gevolgen van klimaatverandering kan faciliteren.

Dit houdt algemeen in dat alle ontwikkelingen (nieuwbouw, (her)inrichting openbaar gebied, inbreidingslocaties e.d.) binnen de gemeente wat effect heeft op het verwerken van deze klimaatverandering nader moet worden bekeken en klimaatadaptatief moet worden ingericht. In 2021 moet de gemeente dit formeel in beleid vaststellen. Waterwet Van toepassing zijnde artikelen: Artikel 3.5 Hemelwater en Artikel 3.6 Grondwater. Voor de gedetailleerder informatie verwijs over deze wetgeving ik u door naar beheerder Riolering. Europese norm De Europese norm NEN-EN-14090 in dienst getreden. Deze norm is 1 juli 2019 gepubliceerd als de eerste Europese norm voor klimaatadaptatie en overgenomen als Nederlandse norm. NEN-EN-ISO 14090 is bedoeld als een raamwerk dat organisaties in staat stelt om de effecten van klimaatverandering bij de ontwikkeling en uitvoering van beleid, strategieën, plannen en activiteiten de nodige aandacht te schenken. Beleid Hoogheemraadschap van Rijnland (HHR) Het Hoogheemraadschap van Rijnland heeft de volgende eisen c.q. randvoorwaarden ten aanzien watersysteem, dit zijn:  Robuust, duurzaam klimaatbestendig watersysteem: De vigerende uitvoeringsregels van de Keur (2018) zijn van toepassing. In de uitvoeringsregels staan o.a. de regels mbt het aanbrengen van extra verharding, afmetingen van nieuwe hoofdwatergangen, duikers etc.

Met betrekki9ng tot verharding staat o.a. indien er meer dan 500m2 wordt verhard er 15% open water moet worden gerealiseerd boven de 10.000m2 komt er maatwerk advies. De belangrijkste beleidsregels zijn hier te vinden https://www.rijnland.net/regels/Keur-enuitvoeringsregels

27

Daarnaast natuurlijk de legger oppervlaktewater: https://www.rijnland.net/regels/legger/legger-oppervlaktewateren. Hierin staat ons watersysteem inclusief diverse kunstwerken etc. in het gebied en regionale waterkeringen https://www.rijnland.net/regels/legger/legger-regionale-keringen Verder merkt HHR in haar proces van het watergebiedsplan op dat het hebben van riooloverstorten in het oppervlaktewater onwenselijk is omdat dit waterkwaliteit enorm kan verslechteren. Een gescheiden rioolstelsel zal hier een oplossing voor bieden. 

Ruimte voor water

Flexibel peilbeheer: Omdat de polder maar een klein peilverschil heeft met de boezem is het wenselijk de ontwikkeling op boezemniveau plaats te laten vinden. Er zal dan een koppeling moeten komen met het watersysteem van de nieuw te ontwikkelen wijk en dat van de boezem. Ook boezemkering van HHR zal dan moeten worden verlegd, dus eea kan in verdere afstemming met HHR. Voor een koppeling met de boezem lijkt de spoorlijn een obstakel. HHR heeft in ieder geval nog een inlaat onder de spoorlijn liggen die uit functie raakt, dus daar ligt wellicht een kans. Bij een nieuwe woonwijk houdt HHR een droogleggingsrichtlijn aan van ca. 1,20 meter (bij zomerpeil). Het waterpeil in de boezem is ca. -0,61m NAP (zomerpeil) en -0,64m NAP (winterpeil). Het waterpeil van de polder is -0,82 m NAP (zomerpeil) en -1,02m NAP (winterpeil). Het nieuwe peilbesluit voor de polder moet nog worden genomen, maar HHR verwacht géén grote wijzigingen.

Verbetering waterkwaliteit en ecologie: Nieuwe oevers van watergangen willen we zo veel mogelijk natuurvriendelijk aanleggen, want dit komt de waterkwaliteit en biodiversieteit te goede (zie ook https://www.rijnland.net/overrijnland/wat-doet-rijnland/downloads-taken/handreiking-natuurvriendelijke-oevers.pdf) Daarnaast heeft HHR in polder Boekhorst de opgave om de polder vispasseerbaar te maken, wat wil zeggen dat HHR de mogelijkheid aan het bekijken is om een vispassage aan te legging waarbij vis vanuit het polderwater richting de boezem kan trekken. HHR heeft hier nog géén locatie o.i.d. voor aangewezen, maar wellicht dat in de nieuwe plannen daar ook rekening mee gehouden kan worden.

Doelmatig beheer grondwater

Ander afvalwater dan bedoeld in onderdeel na retentie of zuivering bij de bron, wordt hergebruikt.

In een vroeg stadium denkt het HHR graag mee over een goede inrichting van het watersysteem. Voorgenomen beleid gemeente Als gemeente streven we er naar een leefbare omgeving waarin de negatieve gevolgen van klimaatverandering zo veel mogelijk wordt beperkt c.q. wordt voorkomen. Dit houdt algemeen in:  Maatschappelijke ontwrichting aan schade aan gebouwen en hoofdgebouwen als gevolg van waterschade zoveel mogelijk wordt beperkt.  Droogteschade aan openbaar groen, natuur en landbouw wordt beperkt;  Hittestress wordt beperkt;  De gemeente en onze (toekomstig) inwoners en bedrijven van dit plangebied weten ze moeten doen bij een (dreigende calamiteit). Om dit te bewerkstellingen werken we als gemeente aan een klimaat-bestendige inrichting van de publieke (open) bare en private buitenruimte en het (primaire en stedelijke) watersysteem. Hiervoor hanteren we een aantal principes:  Fysieke veranderingen worden benut om klimaatbestendige maatregelen te nemen;  Klimaatmaartegelen dragen bij aan de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit.  Bij ruimtelijke ontwikkelingen nemen de risico’s op schade als gevolg van heviger regenval, droogte, hitte of overstromingen.  Voor water hanteren we (ook HHR) de voorkeursvolgorde ‘vasthouden – bergen (in stedelijke en overige watergangen – afvoeren (naar boezem).

 De gemeente maakt ruimte voor water bij ontwikkelingen zowel in het buitengebied als in nieuwbouw gebied.

28

Ruimtelijke kwaliteit Een ecologisch en natuurlijk (grond)watersysteem. De gemeente en HHR streven we naar een gezonde leefomgeving dragen wij bij aan een watersysteem van goede kwaliteit: Dat betekend:  Minstens het in stand houden van de huidige waterkwaliteit. Het gaat het om de systeemniveau.  Het behalen van de KRW doelen. Voor deze (nieuwe) watergangen zal KWR3 programma (Leidsevaart) van HHR invloed zijn. De emissies vanuit de afvalwater(keten) mogen geen niet deze KWR doelen niet belemmeren. Om deze doelen te bereiken worden kansen gezien in het koppelen van de kwaliteitsdoelen in dit nieuwbouw plan. Dit kan door de volgende leidende principes;  Aanleg van natuurvriendelijk oevers. Creëert meer waterberging (om piekbelasting beter kunnen faciliteren) en biodiversiteit.  Geen gewasbeschermingmiddelen en bemesting langs de watergangen tijdens de realisatie.  Aanleggen of aansluiten van (bestaande) ecologische verbindingszones  Alle (nieuwe) stedelijke watergangen vallen onder beheer van de gemeente om het doorstoomprofiel te garanderen.  Alle direct aangrenzend perceel (privé) eigenaren, ook wel aangelande, worden eigenaar en beheerder van de (natuurlijke) oeverbeschermings-constructie.  De gemeente gaat geen (natuurlijke) oeverbeschermingsconstructie aanleggen tussen een watergang direct grenzend aan een niet openbaar perceel.

Klimaatkaders Om dit te bewerkstellingen staan hieronder de principes ten behoeve fysieke inrichting: Wateroverlast  De gemeente heeft de ambitie dat het gebouwd gebied een bui van 50mm per uur kan verwerken zonder schade aan huizen en vitale infrastructuur. Hiervan wordt 20mm via het ondergrondse hemelwaterstelsel verwerkt en 30mm wordt tijdelijk opgeslagen in de openbare ruimte.  Maximale sponswerking van de polder gebruiken, dus zoveel mogelijk toepassen van vertraagde hemel- en grondwater afvoer in de zandlagen.  Wegprofiel zoveel mogelijk profileren dat hemelwater direct kan infiltreren in de onderste lagen.  Uitvoeren van de gestandaardiseerde stresstestbui van 70mm/1uur, 90mm/1 uur en 160mm/2uur voor vaststelling van het volledig VO om te analyseren of en waar knelpunten ontstaan. Grondwater Maximale sponswerking van de polder gebruiken (zie boven). Voor informatie mbt grondwater van de gemeente verwijs ik naar de beheerder Riolering. Hittestress Vanwege de hogere temperaturen voorspeld door de klimaatscenario’s van het KNMI is de kans op hittestress in stedelijk(er) gebied groot. Vanwege het belang van een leefbaar klimaat voor gezondheid en (arbeids)productiviteit in het woongebied mag de hittestress niet warmer (oranje) zijn.

Het resultaat moet worden onderbouwd worden door de projectontwikkelaar met een berekening volgens dezelfde uitgangspunten als de huidige hittestresskaart.

29

In te passen boezemwater (verbinding Haarlemmertrekvaart) Molentocht (in te passen) Groene vegetatiedaken en meer water Gebruik van duurzame materialen, niet-uitloogbare materialen (geen zink, lood, koper, pakhoudende materialen) Functionaliteit van water=> combi met recreatie en groen Transportleiding (water) in het gebied

10.3 Aanleg openbare ruimte en beheer Vooralsnog geen specifieke input vanuit Domein Buitenruimte/ beheer. Uiteraard is bij de uitwerking van de visie naar stedenbouwkundige plannen de Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR) van toepassing. Verder verwijzen de beheerders naar de van toepassingen zijnde beheer/beleidsplannen, zoals afvalbeleidsdocument en beleidsplan riolering.

10.4 Kunst in de Openbare ruimte Kunstnota die in 2016 is vastgesteld, waarin de volgende tekst is opgenomen: “We streven naar een klimaat waarbij kunst als middel wordt gebruikt voor de verbetering van de fysieke en sociale leefomgeving. Dat kan door kunstbeleid te verbinden met andere beleidsterreinen zoals het integreren binnen het onderwijs, maar ook door het te beleggen bij ruimtelijke ontwikkeling, recreatie en toerisme en leefomgeving.” Er is een gemeentelijke kunstcommissie. Voor kunst in de openbare buitenruimte is een beperkt budget beschikbaar. Kunst hoeft niet altijd een groot beeldend werk te zijn, het kan ook in een andere denkbare vorm de leefomgeving verfraaien. Mogelijk kan een kunstzinnige uiting onderdeel zijn van de buitenruimte door deze te combineren met spelen of recreëren.

30

11 Omgevingsvisie-omgevingsplan/MER Samenhang en afstemming met Woonvisie/Omgevingsvisie Momenteel wordt een woonvisie voor Teylingen voorbereid. Ook start de gemeente in 2020 met de voorbereidingen voor het opstellen van een Omgevingsvisie. De actuele situatie op de woningmarkt is hierbij een belangrijk uitgangspunt. Bij het opstellen van een visie voor Nieuw Boekhorst dient zowel inhoudelijk als procesmatig sprake te zijn van een goede afstemming met de Woonvisie en de Omgevingsvisie. De inzichten en ambities uit de Woonvisie moeten een vertaling krijgen in de voor Nieuw Boekhorst op te stellen visie. De gebiedsvisie voor Nieuw Boekhorst moet input leveren voor de op te stellen Omgevingsvisie. Procesmatig geldt dat de wijze van totstandkoming van de visie voor Nieuw Boekhorst recht moet doen aan de eisen die de Omgevingswet stelt op het gebied van de betrokkenheid en participatie van alle stakeholders. De formulering van de ambities in visie voor Nieuw Boekhorst en het participatietraject voor die visie moeten Omgevingswetproof zijn. Daarover meer in hoofdstuk 14 Communicatie/ Participatie. MER-plicht Voor de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijke ontwikkeling (Besluit m.e.r bijlage D 11.2) moet een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling worden uitgevoerd.

Het realiseren van een woonwijk met ongeveer 900 woningen is aan te merken als een stedelijke ontwikkeling zoals bedoeld in voornoemd Besluit. Het aantal ligt duidelijk onder de drempelwaarde van 2000 woningen. Dus op basis van het Besluit is een vormvrije m.e.r.-beoordeling voldoende. Mocht voor dit plan, op basis van de Wet natuurbescherming de noodzaak bestaan voor het opstellen van een passende beoordeling zoals bedoeld in de Wet natuurbescherming, is er sprake van een directe (plan)MER-plicht. Er dient in ieder geval een vormvrije m.e.r. beoordeling plaats te vinden, op basis waarvan het bevoegd gezag een vormvrij m.e.r. beoordelingsbesluit neemt. Mocht evenwel vanuit de Wet natuurbescherming er een noodzaak bestaan tot het opstellen van een passende beoordeling, dan is er sprake van een directe (plan)MER-plicht.

31

12 Planeconomie/ ruimtegebruik Onderdeel van de Visie is een gedragen grondexploitatie waaruit blijkt dat het plan financieel haalbaar en uitvoerbaar is. Voor de gemeente is van belang dat er overeenstemming komt over de Plankosten en afdracht ten behoeve van bovenwijkse voorzieningen In het planproces zullen mogelijke financieringsfondsen onderzocht worden (bijvoorbeeld: Regionaal Investeringsfonds (RIF) Holland Rijnland en de Ministeriele regeling Woningbouwimpuls) Eigendom plangebied: Eigendom Marktpartijen

opp (m2) 375.815

% 87%

HHR Rijnland in te passen particulieren te verwerven TOTAAL

8.522 33.019 17.006 434.362

2% 8% 4% 100%

Marktpartijen 1. Interterra Beheer B.V. (52% eigendom) 2. Ballast Nedam (22%) 3. Rotij Grondontwikkeling West B.V./ Stichting BPL Pensioen (14%) 4. Blokhuis B.V. (5%) 5. Holland Vastgoed Groep (=> Novaform)(7%)

Ruimtegebruik: Onderstaande tabel is indicatief, het uitgangspunt betreft circa 900 woningen (zie hoofdstuk 3 Wonen). Naar aanleiding van de nog op te stellen globale visie, de businesscase van de marktpartijen en de input van belanghebbenden en de uitwerkingen in de volgende fase naar stedenbouwkundigplan en omgevingsplan zal het ruimtegebruik aangepast kunnen worden. Als uitgangspunt is een dichtheid 20 á 25 woningen per hectare gehanteerd en een robuuste openbare ruimte (ruime oppervlakte groen en oppervlakte water vanuit het oogpunt van klimaat adaptief). ruimte gebruik Uitgeefbaar gebied verharding groen water Molentocht bestaand Totaal

hectare % 17 40% 8 18% 5 11% 9 21% 1 2% 3 7% 43,4 100%

32

13 Omgevingsaspecten (ODWH) 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.

Geluid Externe veiligheid Bodem (kwaliteit, grondmechanica, explosieven, en civiele techniek…Integraal ophogen) Archeologie, Geur, Water, Ecologie Grote transportleidingen (water, gas, electra?) Molenbiotoop van de Hoogewegse molen.

De ODWH heeft een QuickScan voor bovenstaande omgevingsaspecten uitgevoerd. Deze is als bijlage toegevoegd aan dit document. De GGD en Veiligheidsregio moeten nog geconsulteerd worden.

33

14 Communicatie-participatie Participatie/ communicatie is een belangrijk aspect in de planvorming en de ontwikkeling van Nieuw Boekhorst. Idealiter wordt de globale visie voor Nieuw Boekhorst gedragen door niet alleen de gemeente, maar ook door de professionele partijen (zoals de marktpartijen, provincie ZH en Hoogheemraadschap) én door belanghebbenden zoals bewoners, omwonenden en belangenverenigingen. Voor de gemeente is het belangrijk de raad en raadscommissie(s) in een vroeg stadium van het participatieproces te betrekken. Te denken valt aan informele sessies, beeldvormende en oordeelvormende raadsvergaderingen (volgens het BOB-model). De gemeente heeft grondpositie ter plaatse van de ontsluitingsweg en ecologische zone, niet in het te ontwikkelen gebied. De gemeente Teylingen heeft wel ambities als het gaat om ruimtelijke ordening, woningbouw, openbare ruimte en voorzieningen. De gemeente wil dan ook samen met de ontwikkelaars het participatie- en communicatietraject begeleiden. Publiek-private samenwerking is hierbij zeer welkom. Het ervaren bureau Kickstad zal het participatietraject als procesbegeleider begeleiden namens de marktpartijen en de gemeente. Dit bureau zal een communicatie- en participatieplan opstellen.

14.1 Opgave Toepassen van participatie bij een ruimtelijk ontwikkeling betekent het werken in een open planproces. De inzet van participatie voor de ontwikkeling van Nieuw Boekhorst is voor zowel de gemeente als marktpartijen een bewuste keuze. We zien participatie als een gewenste vorm van open planproces, om tot goede plannen te komen. Bijkomend creëert deze aanpak draagvlak, acceptatie en vertrouwen. Het open planproces is niet altijd een van te voren uitgestippeld proces. Afhankelijk van de gesprekken en reacties die ontstaan en de gebleken gevoeligheid van bepaalde onderwerpen, moet kunnen worden bijgestuurd. Flexibiliteit, inlevingsvermogen en wendbaarheid wordt dan ook van het communicatiebureau verwacht. De wendbaarheid binnen het planproces zal zich afspelen binnen te vormen kaders. De eerste fase gaat over een globale visie en een globaal (beleids)kader. In deze fase willen we belanghebbenden en stakeholders vragen naar hun ideeën, wensen en behoeften. We vragen ze mee te denken in deze visie en het kader. De gemeente en de initiatiefnemers geven een duidelijk kader en een duidelijk proces, waarbinnen de inbreng van stakeholders en belanghebbenden gevraagd wordt. De participatiebegeleider heeft een proactieve rol om deze eerste fase succesvol te laten plaatsvinden. Werkzaamheden Het eindresultaat van deze eerste fase betreft een drietal zaken. 1.

Participatieplan/ communicatieplan (inclusief analyse, conclusies en adviezen hoe en op welke manier de diverse belanghebbenden te betrekken in het open planproces) 2. Participatiebegeleiding tbv het opstellen en vaststellen van het Globale kader 3. Participatiebegeleiding tbv het opstellen en vaststellen van een Globale visie De gemeente heeft een concept globaal (beleids)kader opgesteld. Echter, zoals eerder aangeven heeft dit concept slechts een ambtelijke status. Het heeft nog geen draagvlak bij de raad, marktpartijen en andere belanghebbenden. De inbreng van de raad, belanghebbenden in en om het plangebied en de te betrekken professionele partijen is van evident belang teneinde tot een gedragen kader en visie te komen die ook nog Omgevingswet-proof is.

14.2 Voor wie; de belanghebbenden: Vooruitlopend op het communicatie- en participatieplan is het voor de gemeente belangrijk dat de raad en raadscommissie(s) in een vroeg stadium van het participatieproces te betrekken. Te denken valt aan informele sessies, beeldvormende en oordeelvormende raadsvergaderingen (volgens het BOB-model). Daarnaast zijn op voorhand de volgende belanghebbenden te noemen: Belanghebbenden in en om het plangebied

34

1. Particulieren grondbezitters (16)/ deels ook bewoners (8) 2. Bestaande om-/aanwonenden en bewoners van Voorhout en Noordwijk 3. Huidige en toekomstige gebruikers 4. Toekomstige bewoners 5. Overleg Duin- en Bollenstreek, 6. de Historische Kring Voorhout, 7. Vereniging Betrokken Teylingers, 8. Vereniging De Natuurlijke Boekhorstpolder 9. Maritiem Teylingen 10. Golf vereniging 11. Volkstuinvereniging Professionele partijen 1. de lokale corporatie(s) zoals Stek, Dunavie en Antonius van Padua 2. Het Hoogheemraadschap van Rijnland 3. Provincie Zuid-Holland 4. Gemeente Noordwijk 5. ProRail 6. Dunea 7. Zorggroep Voorhout, 8. Stiwa, Onderwijs, 9. Bibliotheken, 10. Welzijn Teylingen

14.3 Communicatie: Communicatie ondersteunt het proces en verbindt de verschillende partijen. Dit kan door middel van één-op-één-gesprekken, informatieavonden, werkbijeenkomsten, werkateliers, media, maar ook via online communicatiemiddelen als de website en bijvoorbeeld Facebook. De afzender van de communicatie en welke middelen in gezet worden, worden uitgewerkt in het communicatieplan. Het communicatieplan volgt op de participatie aanpak en procesplanning. Hierin speelt de procesbegeleider een adviserende en begeleidende rol. Onderstaande figuur geeft het traject globaal weer.

14.4 Kader: Omgevingswet Procesmatig geldt dat de wijze van totstandkoming van de visie voor Nieuw Boekhorst recht moet doen aan de eisen die de Omgevingswet stelt op het gebied van de betrokkenheid en participatie van alle stakeholders. De formulering van de ambities in visie voor Nieuw Boekhorst en het participatietraject voor die visie moeten Omgevingswetproof zijn.

35

https://aandeslagmetdeomgevingswet.nl/participatieomgevingswet/participatie-per-fase/plan/ De participatie op dit deel van de route richt zich op de vraag wie de handen ineen willen – of zouden moeten – slaan. En wat gemeenschappelijke belangen zijn achter standpunten van allerlei partijen. Ook communicatie komt om de hoek kijken: hoe maken we zichtbaar wat we (gaan) doen en nodigen we uit om aan te haken? Participatiedoel Je wilt perspectieven en toekomstbeelden ophalen bij allerlei gebruikers in een gebied. Of je werkt aan commitment voor de langetermijnvisie van een gebied en de keuzes die daarbij horen. Waarop richt de participatie zich? o identiteit, DNA van een gebied o dominante waarden o associaties en beelden o situatieschetsen en scenario’s o bedenken van strategieën Werkvormen In de ideefase gebruik je werkvormen die helpen om je een beeld te vormen van de dominante waarden in of het DNA van een gebied. Daarvoor ga je op pad met associatiekaarten, situatieschetsen of scenario's.

14.5 Vervolg In de tweede fase willen we komen tot een Stedenbouwkundigplan en Omgevingsplan. Afhankelijk van de ideeën en betrokkenheid, die in de eerste fase naar voren komen, kunnen betrokkenen meedoen en meebeslissen (co-creatie). Hierbij kan gedacht worden aan zaken als de inrichting van parken groenzones en speelplekken. Een dergelijk proces is ook succesvol in Hooghkamer toegepast. Minimaal zien we graag in ook deze fase de betrokkenheid in de vorm van meedenken. Bij wederzijdse tevredenheid gaan wij ervan uit dat het communicatiebureau ook in de tweede fase de participatie en communicatie begeleidt voor Nieuw Boekhorst.

36

15 Organisatie Binnen de gemeente wordt een projectteam gevormd waarin de verschillende vakdisciplines vertegenwoordigd zijn. Intern komt het projectteam 3-wekelijks bijeen teneinde het globale kader Nieuw Boekhorst (Wat wil de gemeente) gestalte te geven. Ook zal in het gemeentelijke projectteam de mogelijke ideeën van de marktpartijen integraal besproken worden. Gemeentelijke organisatie • Bestuurlijk portefeuillehouder: Marlies Volten • Ambtelijk opdrachtgever: Marcel Schuring • Projectmanagement: Arjan Stegeman en Richard Rietveld  Projectondersteuning: Jessica van der Hoorn • Planeconomie: Henk Jan Molenaar • Communicatie: Anne-Marie van der Bent • Buitenruimte (water, groen, bodem, etc.): Rene Zwagerman • Stedenbouw/ landschapsontwerper: ontwerpbureau Echo Urban Design • Jurist (JZ): Welmoed Odekerken, Rian de Nie, Arie Koornneef, • Diverse vakdisciplines (verkeer, recreatie, wonen, economie, sociaal maatschappelijk, omgevingsvisie/plan) Samenwerking marktpartijen Om de samenwerking met de marktpartijen vorm te geven stellen we een projectstructuur voor met een gezamenlijke stuurgroep en een publiek/private projectgroep. In deze fase tweemaandelijks stuurgroep-overleg tussen bestuurders van gemeente (Wethouder(s)) en 6 marktpartijen (directie). Agenda-lid voor de stuurgroep is Wethouder Van Kempen. Gemeente zit voor en notuleert.

De publiek/ private projectgroep vergadert elke 3 weken. Zij bereidt de stuurgroep voor, vervaardigen de benodigde verkenningen en analyses, organiseren de participatie en hier worden de gesprekken gevoerd over de mogelijke samenwerkingsvorm en intentieovereenkomst. Project informatie systeem In ruimtelijke projecten hebben bestuurders, projectmanagers, projectteams, stakeholders en omwonenden veel keuzes te maken en beslissingen te nemen. Deze keuzes en beslissingen voor het globale visie/kader en later ruimtelijk plan gaan veel mensen aan en hebben verstrekkende gevolgen en financiële consequenties voor een lange termijn. Daarom is het noodzakelijk dat beslissers beschikken over betrouwbare informatie, zodat zij zorgvuldige afwegingen kunnen maken en beslissingen kunnen nemen die ook juridisch stand houden. Ruimtelijke projecten zijn vaak complex. Hoe krijgen beslissers overzicht en hoe weten zij dat zij hun keuzes en beslissingen baseren op eenduidige projectinformatie die relevant is, die juist is, transparant is en ook nog eens voldoet aan wetgeving en voorschriften? Te denken valt hierbij aan bijv. goede maatvaste ondergrond, beleid, wettelijke richtlijnen, kabels en leidingen (transportleiding water), waterlopen, bodemgesteldheid, hoogtemetingen, kadastrale gegevens, enz. Alles kan gelijk visueel gemaakt worden.

Eventuele ideeën, initiatieven, ontwerpen kunnen ook direct worden getoetst op haalbaarheid, volledigheid, enz. Dat vraagt om aparte aandacht voor het organiseren van deze projectinformatie. Een voorbeeld van een project informatie systeem betreft http://www.pim.info/ Dit sluit aan op de nodige communicatie met en naar stakeholders, bewoners en politiek op de werkwijze van de nieuwe omgevingswet.

37

16 Planning Onderstaand schema geeft de concept planning weer voor 2020. Doel is het vaststellen van een door gemeente, marktpartijen en omgeving gedragen globaal (beleids) kader en globale visie voor de woningbouwlocatie Nieuw Boekhorst. projectopdracht en voorbereidingskrediet college cie raad

dinsdag 3 maart 2020 dinsdag 31 maart 2020 donderdag 23 april 2020

selectie ontwerpbureau Uitvraag Schriftelijk vragen Antwoorden Offerte Gesprekken Keuze/ opdracht

maandag 30 maart 2020 Tot vrijdag 10 april 2020 Vrijdag 17 april 2020 Vrijdag 24 april 2020 27 april 2020 – 8 mei 2020 Vrijdag 15 mei 2020

selectie communicatiebureau Uitvraag Schriftelijk vragen Antwoorden Offerte Gesprekken Keuze/ opdracht

maandag 30 maart 2020 Tot vrijdag 10 april 2020 Vrijdag 17 april 2020 Vrijdag 24 april 2020 27 april 2020 – 8 mei 2020 Vrijdag 15 mei 2020

global kader concept globaal kader plenair overleg Kick-OFF Brede werksessie Publiek-Privaat afstemming ruimtelijke opgave- globaal kader informeel tbv participatie raad concept 2 globaal kader 1e participatie moment Stuurgoep Nieuw Boekhorst DEFINITIEF GLOBAAL KADER 2e participatie moment PHO collegevoorstel college commissie raad globale ruimtelijke opgave vertaling globaal programma naar ruimtelijke opgave v2 ruimtelijke opgave ovb globaal programma DEFINTIEF ruimtelijke opgave ovb globaal programma globale visie Plenair 3e participatie moment concept globale visie Stuurgoep Nieuw Boekhorst 4e participatie moment V2 concept globale visie DEFINITIEVE GLOBALE VISIE PHO collegevoorstel college commissie raad

vrijdag 27 maart 2020 dinsdag 14 april 2020 april maandag 18 mei 2020 donderdag 4 juni 2020 woensdag 10 juni 2020 donderdag 11 juni 2020 juni woensdag 1 juli 2020 donderdag 9 juli 2020 maandag 13 juli 2020 dinsdag 4 augustus 2020 dinsdag 11 augustus 2020 maandag 31 augustus 2020 donderdag 24 september 2020

maandag 18 mei 2020 woensdag 10 juni 2020 woensdag 1 juli 2020

september dinsdag 29 september 2020 dinsdag 29 september 2020 oktober donderdag 22 oktober 2020 donderdag 22 oktober 2020 dinsdag 3 november 2020 maandag 19 oktober 2020 dinsdag 27 oktober 2020 dinsdag 3 november 2020 maandag 23 november 2020 donderdag 17 december 2020

38

17 Bronnen/ bestaand beleid         

Woonvisie Visie recreëren tussen het erfgoed; Parkeren Watergebiedsplan D1 knelpunten ter info HLT De Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR) Afvalbeleidsdocument Beleidsplan riolering …………. ……………..

18 Bijlagen 18.1 Duurzaamheid: 1. Handleiding Duurzame gebiedsontwikkeling (DGO) 2. Lijst van maatregelen DGO 3. Excellijst Methode DGO

18.2 QuickScan Omgevingsaspecten ODWH

39

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Teylingen&id=af8acef7-fd56-4059-80ad-a2fa946b843d