2020-11-09 Beantwoording Schriftelijke Vragen project grondgebruik CDA van 27 oktober 2020.pdf
Tekst van het document
SCHRIFTELIJKE VRAGEN (artikel 37 RvO) (schriftelijke vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. Bij de vragen wordt aangegeven of schriftelijk of mondelinge beantwoording wordt verlangd)
Van (naam raadslid)
Peter Scholten (CDA)
Aan
De voorzitter van de raad
Onderwerp:
Project grondgebruik
Ingediend d.d.
26-10-2020
Verzoekt mondelinge/ schriftelijke beantwoording
Schriftelijk
Datum doorgezonden aan college/overige raadsleden door griffie:
27-10-2020
Achtergrond De gemeente is vorig jaar gestart met het project Grondgebruik. Tijdens het project Grondgebruik bekijkt de gemeente welke stroken gemeentegrond door bewoners in gebruik zijn genomen. Het gaat dan om kleine stroken grond die geen deel uitmaken van een groter geheel (op wijk- en/of buurtniveau) en in eigendom van de gemeente zijn. De stroken grond hebben slechts een beperkte functie en grenzen direct aan een woonperceel. In sommige gevallen zijn hierover al afspraken gemaakt, in andere gevallen moeten nog afspraken worden gemaakt over dit grondgebruik. De brief van de gemeente dat zij gemeentegrond in gebruik hebben, is gebaseerd op wat de betrokken inwoners een vage luchtfoto noemen. Met de brief krijgen inwoners onverwachts de stuipen op het lijf gejaagd en krijgen keuzes voorgelegd die feitelijk niet aan de orde zijn maar waar zij dan wel min of meer gedwongen over moeten nadenken. De keuzes die zij hebben, zijn: het kopen van de gemeentegrond, de grond weer beschikbaar stellen aan de gemeente of er is sprake van verjaring. Uit signalen van inwoners kan worden opgemaakt dat zij de manier waarop de gemeente hen in het kader van dit project benaderd niet altijd kunnen waarderen. Soms zijn zij zelfs boos, met name in die gevallen waarin de gemeente in hun ogen niet zorgvuldig handelt.
De inwoners zijn veelal geheel te goeder trouw en gaan ervan uit dat de gemeente zich zorgvuldig voorbereid op hun persoonlijke situatie alvorens met hen in contact te treden en zijn dan boos als blijkt dat dit niet het geval is. Voorbeelden van onzorgvuldigheid: inwoners hebben in het verleden afspraken gemaakt met de gemeente over het grondgebruik, maar in de brief die zij hebben ontvangen wordt daar niet over gesproken. Of een echtpaar woont al ruim dertig jaar op hetzelfde adres, er is sprake van verjaring maar de gemeente wijst hen er niet op dat in hun geval daadwerkelijk sprake is van verjaring. Wel komen twee mensen van de gemeente langs met een centimeter, waardoor deze inwoners die geheel te goeder trouw zijn zich overvallen voelen en het gevoel krijgen dat zij min of meer als ‘criminelen’ worden behandeld. Vragen De CDA-fractie heeft de volgende vragen over de werkwijze van de gemeente en over het project Grondgebruik. 1. Is het college zich bewust dat het handelen van de gemeente in het kader van het project grondgebruik ingrijpt op de persoonlijke levenssfeer van de betrokken inwoners?
2. Is het college van mening dat met de handelwijze van de gemeente recht wordt gedaan aan en op een juiste manier invulling is gegeven aan het gestelde in de Raadsmemo van 24 september 2018 over het plan van aanpak project oneigenlijk gebruik gemeentegrond waar onder het kopje ‘goede communicatie’ is opgenomen dat communicatie en aandacht voor de individuele bewoner van belang is aangezien ieder dossier van oneigenlijk gebruik uniek is en vraagt om persoonlijke communicatie? 3. Wat is de reactie van het college als inwoners spreken over onzorgvuldigheid als de gemeente een (vage) luchtfoto gebruikt als basis voor de mededeling dat zij gemeentegrond in gebruik hebben? Er zijn inwoners die de juistheid van de mededeling in twijfel trekken. Het Kadaster is de aangewezen instantie om in dit soort gevallen een grensconstructie uit te voeren. Daar wordt in de brief aan de inwoners echter met geen woord over gerept. Nu wordt de bewijslast bij hen gelegd en moeten als zij de juistheid van de mededeling betwijfelen kosten maken om het Kadaster in te schakelen. Is het college bereid in deze gevallen de eventuele kosten van het Kadaster voor rekening van de gemeente te nemen? 4.
Kan het college – gegeven de genoemde voorbeelden - zich voorstellen dat inwoners spreken van een onzorgvuldige handelwijze als de gemeente zich niet verdiept in hun situatie alvorens met hen in contact te treden? 5. Is het college bereid in lopende zaken alsnog de persoonlijke situatie van inwoners te bekijken en maatwerk te leveren? De gemeente zou bijvoorbeeld op basis van eigen onderzoek al de conclusie kunnen trekken dat hier sprake is van verjaring en zou die conclusie ook aan de bewoners kunnen meedelen. En in die gevallen waarin inwoners nog geen eerste brief hebben ontvangen, eerst de persoonlijke situatie te bekijken en vervolgens maatwerk te leveren?
D a t u m a n t w o o r d b e s l u i t c o l l e g e : 24 november 2020
Antwoord college: [Herhaal de vragen en geef daaronder het antwoord van het college aan]
Vraag 1: Is het college zich bewust dat het handelen van de gemeente in het kader van het project grondgebruik ingrijpt op de persoonlijke levenssfeer van de betrokken inwoners? Antwoord 1: Het college is zich daar van bewust en weet dat het bericht van de gemeente als een verrassing kan komen, met name voor de bewoners die niet wisten dat zij een strook gemeentegrond gebruiken. De projectmedewerkers hebben begrip voor de situatie en gaan daarom altijd persoonlijk met de betreffende bewoners over de situatie in gesprek. Indien zich tijdens het proces onzorgvuldigheden voordoen, zullen die door de projectmedewerkers worden hersteld. Vraag 2: Is het college van mening dat met de handelwijze van de gemeente recht wordt gedaan aan en op een juiste manier invulling is gegeven aan het gestelde in de Raadsmemo van 24 september 2018 over het plan van aanpak project oneigenlijk gebruik gemeentegrond waar onder het kopje ‘goede communicatie’ is opgenomen dat communicatie en aandacht voor de individuele bewoner van belang is aangezien ieder dossier van oneigenlijk gebruik uniek is en vraagt om persoonlijke communicatie? Antwoord 2: Binnen het project Grondgebruik staat heldere en gerichte communicatie centraal. Elke fase wordt gestart met een algemene bewonersavond over het project Grondgebruik.
Tijdens de bewonersavond geeft het projectteam een toelichting op het project en is er ruime gelegenheid voor het stellen van algemene vragen. De bewonersavonden voor betrokken bewoners uit Sassenheim en Warmond zijn goed ontvangen. De bewonersavond van Voorhout heeft in verband met het coronavirus en de getroffen maatregelen helaas geen doorgang kunnen vinden. De betreffende bewoners van Voorhout hebben daarom eerst een algemene brief over het project Grondgebruik ontvangen. De brief was vergezeld met een algemene flyer over het project
Grondgebruik en een flyer over verjaring. Vervolgens worden alle bewoners persoonlijk aangeschreven. Deze persoonlijke brief is vergezeld met een luchtfoto waarop de kadastrale grenzen zijn geprojecteerd. Daarop is de strook gemeentegrond zichtbaar. Met deze brief worden de bewoners geïnformeerd over de mogelijkheden in hun persoonlijke situatie om het grondgebruik te regelen. Daarin worden bewoners ook de mogelijkheden geboden, indien zij daar behoefte aan hebben, een afspraak met de projectmedewerkers te maken om de situatie ter plaatse te bekijken en te bespreken. De projectmedewerkers zijn door middel van een e-mailadres (projectgrondgebruik@hltsamen.nl) en via een direct telefoonnummer te bereiken. Het college is gezien de inzet van de verschillende communicatiemiddelen van mening recht te doen aan het gestelde in de Raadsmemo van 24 september 2018. Vraag 3: Wat is de reactie van het college als inwoners spreken over onzorgvuldigheid als de gemeente een (vage) luchtfoto gebruikt als basis voor de mededeling dat zij gemeentegrond in gebruik hebben? Er zijn inwoners die de juistheid van de mededeling in twijfel trekken. Het Kadaster is de aangewezen instantie om in dit soort gevallen een grensconstructie uit te voeren. Daar wordt in de brief aan de inwoners echter met geen woord over gerept.
Nu wordt de bewijslast bij hen gelegd en moeten als zij de juistheid van de mededeling betwijfelen kosten maken om het Kadaster in te schakelen. Is het college bereid in deze gevallen de eventuele kosten van het Kadaster voor rekening van de gemeente te nemen? Antwoord 3: De bewoners ontvangen met de brief over hun persoonlijke situatie een luchtfoto waarop de kadastrale grenzen zijn geprojecteerd. Er wordt dus van de gegevens van het Kadaster uitgegaan. Indien het voor bewoners op basis van de luchtfoto’s niet duidelijk is dat zij een strook gemeentegrond gebruiken of daar twijfels over hebben gaan de projectmedewerkers hierover met de bewoners in gesprek. De projectmedewerkers kunnen bijvoorbeeld luchtfoto’s van verschillende jaren overhandigen waarop de situatie is te zien. Verder wordt, indien de bewoners en/of de projectmedewerkers de ligging van de kadastrale grens betwijfelen, het Kadaster benaderd. Het Kadaster kan in veel gevallen het veldwerk verstrekken. Een veldwerk bestaat uit een terreinschets met gegevens die een landmeter van het Kadaster maakte toen de grens werd vastgesteld. De gemeente kan het veldwerk bij het Kadaster opvragen. De kosten voor de aanvraag van het veldwerk worden dan door de gemeente betaald. Op basis van het veldwerk onderzoeken de projectmedewerkers of de kadastrale grenzen juist zijn.
Indien er op dat moment bij de bewoners en de projectmedewerkers nog steeds twijfel bestaat over de juistheid van de kadastrale grens, is het mogelijk om door het Kadaster een grensreconstructie uit te laten voeren. Dit wordt in overleg met de bewoners besloten. Vooraf worden afspraken gemaakt over wie de kosten van de grensreconstructie betaalt. Het staat bewoners natuurlijk ook vrij om zelf het Kadaster te benaderen. De informatie uit het Kadaster is voor eenieder toegankelijk. Vraag 4: Kan het college – gegeven de genoemde voorbeelden - zich voorstellen dat inwoners spreken van een onzorgvuldige handelwijze als de gemeente zich niet verdiept in hun situatie alvorens met hen in contact te treden? Antwoord 4: Voorafgaand aan het project is elke situatie uitvoerig bekeken aan de hand van luchtfoto’s van verschillende jaren waarover de kadastrale grenzen zijn geprojecteerd. Indien de projectmedewerkers twijfel hadden over een situatie, is de situatie eerst fysiek vanuit openbaar gebied bekeken. Vervolgens zijn de bewoners aangeschreven waarbij er een sterk vermoeden was dat zij een strook gemeentegrond gebruiken. Tevens zijn de gemeentelijke systemen nagekeken op bestaande afspraken, bijvoorbeeld in de vorm van een huur- of gebruiksovereenkomst.
Vanzelfsprekend worden de bewoners waarmee al afspraken over het gebruik van gemeentegrond zijn gemaakt niet aangeschreven binnen het project Grondgebruik. Het college is van mening dat elke situatie voorafgaand voldoende zorgvuldig wordt onderzocht.
Vraag 5: Is het college bereid in lopende zaken alsnog de persoonlijke situatie van
inwoners te bekijken en maatwerk te leveren? De gemeente zou bijvoorbeeld op basis van eigen onderzoek al de conclusie kunnen trekken dat hier sprake is van verjaring en
zou die conclusie ook aan de bewoners kunnen meedelen. En in die gevallen waarin inwoners nog geen eerste brief hebben ontvangen, eerst de persoonlijke situatie te bekijken en vervolgens maatwerk te leveren?
Antwoord 5: De projectmedewerkers staan met alle betreffende bewoners in persoonlijk
contact en zijn in bijna alle gevallen bij de bewoners op bezoek geweest om de situatie te bespreken en te bekijken. De intentie is om met alle bewoners binnen de kaders van het beleid een afspraak over het gebruik van de gemeentegrond te maken. Voor verjaring geldt dat de wettelijke regels zijn vastgelegd in het Burgerlijk Wetboek. Ook de rechter heeft veel uitspraken over verjaring gedaan. Aan deze regels houdt de gemeente Teylingen zich. Het uitgangspunt bij verjaring is dat het eigendom in Nederland heel goed is beschermd. Dat geldt zowel voor eigendom van bewoners als voor eigendom van de gemeente. Ook hebben de wet en rechter de lat voor een geslaagd beroep op verjaring hoog gelegd. Voor een beroep op verjaring zijn drie zaken van belang: De bewijslast ligt bij degene die een beroep op verjaring doet. Dit betekent dat een bewoner die vindt dat sprake is van verjaring, daarvoor bewijsmateriaal moet aanleveren. De gemeentegrond moet al twintig jaar in gebruik zijn door bewoner(s). Indien de bewoners (wettelijk gezien) te goeder trouw zijn, dan geldt een termijn van tien jaar. De gemeentegrond moet niet alleen gebruikt worden, maar moet in bezit zijn bij de bewoner. Hiervoor is de inrichting van de gemeentegrond doorslaggevend. Het beroep op verjaring en de wijze van gebruik van gemeentegrond is bij elke bewoner anders.
Daarom zeggen de wet en rechtspraak dat elke situatie individueel beoordeeld moet worden. Het staat iedere bewoner echter vrij een beroep te doen op verjaring. Bij de beoordeling worden de drie hierboven genoemde zaken onderzocht. Om deze reden kan de uitkomst van een beroep op verjaring bij elke bewoner anders zijn en kan de gemeente niet op voorhand al de conclusie trekken dat er sprake is van verjaring.
Datum afhandeling raadsvergadering:
Bijlagen:
-
SCHRIFTELIJKE VRAAG In artikel 37 van het Reglement van Orde is aangegeven welke procedure van toepassing is op schriftelijke vragen en mondelinge vragen. Schriftelijke vragen In het kort zijn er de volgende eisen aan het indienen van schriftelijke vragen ingevolge artikel 37 RvO te verbinden: schriftelijke vragen worden ingediend bij de voorzitter, via de griffier. De griffier draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad en het college worden gebracht. Beantwoording van schriftelijke vragen door het college vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen dertig dagen nadat de vragen zijn binnengekomen. Bij de vragen wordt aangegeven of schriftelijke dan wel mondelinge beantwoording wordt verlangd. Mondelinge beantwoording vindt plaats in de eerstvolgende raadsvergadering. Indien beantwoording binnen de gestelde termijn niet mogelijk is stelt het verantwoordelijk lid van het college de vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis, met daarbij aangegeven de beantwoordingtermijn. De antwoorden worden door het verantwoordelijk lid van het college aan de leden van de raad medegedeeld De vragen en antwoorden worden gelijktijdig met de ingekomen stukken aan de leden van de raad toegezonden.
De vragensteller kan, bij mondelinge beantwoording in dezelfde raad en bij schriftelijke beantwoording in de eerstvolgende raad, nadere inlichtingen vragen omtrent het gegeven antwoord (na behandeling van de op de agenda voorkomende onderwerpen). In het presidium is afgesproken dat zolang er geen beantwoording op de schriftelijke vraag is ontvangen of gegeven er geen inhoudelijk discussie kan plaatsvinden omtrent de schriftelijke vraag. In de toelichting van het RvO is het volgende aangegeven: Het vragenrecht geeft aan de leden van de raad het recht informatie te vragen over aangelegenheden die tot de bevoegdheid van het college of de burgemeester behoren. Het karakter van deze vragen is primair van informatieve strekking. In de hier aangegeven procedure wordt de vragensteller in de gelegenheid gesteld nadere inlichtingen over het antwoord te vragen aan degene die het antwoord heeft gegeven. Indien de vragensteller van mening is, dat de beantwoording van de vragen tot een besluit van de raad moet leiden, kan hij het recht van initiatief of het interpellatierecht benutten om het onderwerp of het voorstel op de agenda van de raad te krijgen.