20. Bijlage XV - Stikstofonderzoek.pdf - Bijlage XV - Stikstofonderzoek
Tekst van het document
NOTITIE
Onderwerp Project Opdrachtgever Projectcode Status Datum Referentie
Stikstofonderzoek Nieuwbouw grondstoffenhal Voorhout MeerVAB B.V. 141856 Definitief 03 18 september 2025 141856/25-014.651
Auteur(s)
Gecontroleerd door Goedgekeurd door Paraaf
Bijlage(n)
I II
Aan
MeerVAB B.V. -
Kopie
1
AERIUS berekening gebruiksfase AERIUS berekening aanlegfase
INLEIDING
De gemeenschappelijke regeling (GR) VuilAfvoerBedrijf Duin- en Bollenstreek (VAB) had een overslagstation aan de ’s-Gravendamseweg 77 in Voorhout en is verantwoordelijk voor de overslag en verdere verwerking van huishoudelijk afval van vijf gemeenten. Het overslagstation is technisch en economisch afgeschreven en voldoet niet meer aan hedendaagse eisen. Eind 2020 hebben de gemeenteraden van de vijf gemeenten daarom besloten dat het VAB-terrein moet worden vernieuwd en heringericht en dat de gemeenschappelijke regeling moet worden geactualiseerd. Het VAB-bestuur heeft daarvoor een samenwerking met Meerlanden N.V. gevonden. Samen hebben ze MeerVAB B.V. (MeerVAB) opgericht. Het overslagstation moet voorzien in een betere afvaloverslag. Dit past beter bij de huidige bedrijfsdoelstelling om ook voor de lange termijn efficiënt en duurzaam te zijn. Naast verouderde overslagfaciliteiten en technische installaties is tevens de bedrijfsvoering in de loop der jaren veranderd. Zo wordt het afval niet meer afgevoerd via het spoor maar per vrachtwagen. Ook is er behoefte aan betere mogelijkheden tot afvalscheiding in een efficiënt ingerichte logistieke ruimte voor de op- en overslag van huisvuil op deze locatie. De ligging van de projectlocatie is weergegeven in afbeelding 1.1.
Gedurende de aanlegfase en de gebruiksfase van de nieuwe hal komen stikstofemissies vrij, die kunnen leiden tot stikstofdepositie toename op omliggende Natura 2000-gebieden. Witteveen+Bos heeft, in opdracht van MeerVAB, een stikstofdepositie onderzoek uitgevoerd naar de aanleg- en gebruiksfase van de nieuwbouw. Onderhavige notitie geeft verslag van de uitgangspunten en de resultaten van dit onderzoek.
Witteveen+Bos Raadgevende ingenieurs B.V. Leeuwenbrug 8 | Postbus 233 | 7400 AE Deventer | +31 (0)570 69 79 11 | www.witteveenbos.com | KvK 38020751
Afbeelding 1.1 Globale ligging projectlocatie MeerVAB ten opzichte van de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden
2
WETTELIJK KADER
Op grond van artikel 5.1, eerste lid, onder e van de Omgevingswet is een vergunning vereist voor een project waar op voorhand significante negatieve gevolgen op Natura 2000-gebieden niet zijn uit te sluiten. Specifiek voor het aspect stikstof geldt dat sinds de rechterlijke uitspraak van de Raad van State van 29 mei 2019 1 de ecologische gevolgen van iedere berekende depositie toename van meer dan 0,00 mol N/ha/jaar beoordeeld moeten worden. Deze voorwaarde geldt voor zowel de aanlegfase als voor de gebruiksfase van een plan of activiteit. De berekening moet uitgevoerd worden met de meest actuele versie van het rekeninstrument AERIUS Calculator. Kader vergunningverlening stikstof Momenteel geldt het volgende kader voor de vergunningverlening in het kader van de gebiedsbescherming van Natura 2000-gebieden: - er is een vergunning vereist voor projecten die een significant gevolg kunnen hebben voor een Natura 2000-gebied2. Dit is dus niet het geval indien significante gevolgen op voorhand zijn uit te sluiten.
Dit is voor stikstof bijvoorbeeld het geval indien er volgens de stikstofberekeningen geen toename van stikstofdepositie plaatsvindt naar aanleiding van het te realiseren plan/ activiteit; of indien significante gevolgen kunnen worden uitgesloten in de voortoets; - indien niet op voorhand kan worden uitgesloten dat mogelijke significante gevolgen optreden, dient een Passende Beoordeling te worden opgesteld om in beeld te brengen of er daadwerkelijk significante gevolgen aan de orde zijn. In een Passende Beoordeling mogen ook mitigerende maatregelen (zoals interne- en externe saldering) betrokken worden. Sinds de rechterlijke uitspraak van de Raad van State
1
ABRvS 29 mei 2019, ECLI:NL: RVS:2019:1603.
2
Artikel 5.1 Omgevingswet.
2 | 10
Witteveen+Bos | 141856/25-014.651 | Definitief 03
van 18 december 20243 geldt dat intern salderen niet meer betrokken mag worden in de voortoets, maar mag intern salderen met de referentiesituatie als mitigerende maatregel betrokken worden in de Passende Beoordeling van de gevolgen van het project, behorende bij de vergunning. De vergunning kan worden verleend indien (eventueel met toepassing van deze mitigerende maatregelen) de voorgenomen activiteit de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied niet zal aantasten4; als uit de Passende Beoordeling blijkt dat significante gevolgen niet kunnen worden uitgesloten, kan een vergunning enkel worden verleend indien de ADC-toets succesvol wordt doorlopen: · A: er zijn geen alternatieve oplossingen; · D: het project is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang; · C: door middel van compenserende maatregelen wordt gewaarborgd dat de algehele samenhang van Natura 2000 bewaard blijft5.
-
Besluit bouwwerken leefomgeving (stikstofemissiereductie) Bij het verrichten van bouw- en sloopwerkzaamheden dient een initiatiefnemer adequate maatregelen te treffen om de emissie van stikstofverbindingen naar de lucht te beperken, zo volgt uit artikel 7.19a Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). De wetgever dwingt initiatiefnemers hiertoe om de emissie van stikstof te voorkomen, ook als significante negatieve gevolgen voor Natura 2000-gebieden zijn uit te sluiten. Het betreft activiteiten voor de bouw van een bouwwerk waarvoor een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit of een melding als bedoeld in artikel 2.18, lid 1 Bbl nodig is en op het slopen van een bouwwerk waarvoor een melding als bedoeld in artikel 7.10, lid 1 Bbl is vereist omdat de hoeveelheid sloopafval naar redelijke inschatting meer dan 10 m3 bedraagt. Bij ‘adequaat’ gaat het om maatregelen die doeltreffend, doelmatig en proportioneel zijn. De verplichting geldt voor de bouwfase op de bouwplaats en niet voor vervoersbewegingen van en naar de bouwplaats of voor de gebruiksfase. Het bevoegd gezag kan met een maatwerkvoorschrift een invulling geven van de regel over het nemen van stikstofbeperkende maatregelen (artikel 7.5, lid 4 Bbl).
3
UITGANGSPUNTEN
Voor de aanlegfase en de gebruiksfase zijn stikstofdepositie berekeningen uitgevoerd. In onderstaande paragrafen worden de uitgangspunten van de berekening uiteengezet. Daarbij is de input voor de gebruiksfase aangeleverd door MeerVAB en is de input voor de aanlegfase, op basis van expert judgement, aangeleverd door Witteveen+Bos. Tijdens de gebruiksfase komt stikstof vrij door verkeersbewegingen, stationair draaien en mobiele werktuigen. Tijdens de aanlegfase blijft MeerVAB deels in bedrijf. Daarnaast wordt stikstof geëmitteerd door bouwverkeer en mobiele werktuigen. De aanlegfase begint in 2026. Vervolgens gaat de gebruiksfase in vanaf 2027.
3.1
Gebruiksfase
In de gebruiksfase wordt 100.000 ton afval verwerkt. Dit afval wordt aan- en afgevoerd door vrachtwagens. Op de projectlocatie wordt het afval op- en overgeslagen met een shovel, een kraan en een elektrische shredder.
3
ABRvS 18 december 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4923.
4
Artikel 16.53c lid 1 Omgevingswet. Artikel 8.74b Besluit kwaliteit leefomgeving.
5
Artikel 10.24 Besluit kwaliteit leefomgeving.
3 | 10
Witteveen+Bos | 141856/25-014.651 | Definitief 03
3.1.1
Mobiele werktuigen
Rekenmethode en modellering Emissies van mobiele werktuigen worden conform de instructie gegevensinvoer 6 berekend via de AUB-methode7. Deze methode is door TNO uitgewerkt en beschikbaar gesteld voor AERIUS. Voor de emissieberekeningen zijn drie gegevens nodig: het AdBlue-verbruik in liters per jaar, het aantal draaiuren per jaar en het brandstofverbruik in liters per jaar. Aan de hand van het bouwjaar en het maximale motorvermogen kan aan de hand van de publicatie van TNO8 een inschatting gemaakt worden van het brandstofverbruik in liters per uur. De werktuigen zijn nieuw, uit 2025, waardoor het brandstofverbruik volgens de tabel van TNO lager is dan voor oudere machines. Conform de AUB-methodiek is het normale AdBlue-verbruik van Stage IV en V motoren 6 % van het dieselverbruik. Voor Stage III motoren geldt voor het AdBlue-verbruik 3 % van het dieselverbruik. De stikstofemissies afkomstig van mobiele werktuigen zijn in AERIUS Calculator ingevoerd als oppervlaktebron ‘Mobiele werktuigen - Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning’. Hierbij is aangesloten bij de standaardwaarden voor de emissiehoogte, de spreiding, warmte-inhoud en de temporele variatie. AERIUS-invoer Tabel 3.1 toont de uitgangspunten voor de emissieberekeningen van mobiele werktuigen in de gebruiksfase per materieeltype.
Tabel 3.1 Overzicht mobiele werktuigen conform AUB-methode in de gebruiksfase Materieel
Vermogen (kW)
Stageklasse
Aantal draaiuren (uur/jaar)
Brandstofver bruik (liters/uur)
Brandstofver bruik (liters/jaar)
AdBlueverbruik (liters/jaar)
shovel (2025)
203
V
3.640
18,6
67.704
4.062
mobiele kraan (sennebogen)* (2025)
123
V
3.640
11,5
41.860
2.512
--
elektrisch
2.496
--
--
--
shredder elektrisch
* Dit werktuig is vermoedelijk hybride, maar is conservatief meegenomen als een werktuig dat volledig op diesel draait.
3.1.2
Verkeersbewegingen
Tijdens de gebruiksfase vinden stikstofemissies plaats door verkeersbewegingen van en naar de projectlocatie. Vuilniswagens komen uit de omgeving om het afval op de projectlocatie te lossen. Vervolgens gaat het naar de verschillende afvalverwerkers in andere vrachtwagens. Verder komen medewerkers in personenauto’s naar de projectlocatie om te werken. Deze vervoersbewegingen in de beoogde situatie zijn per afvalstroom geïnventariseerd en aangeleverd door MeerVAB. De verkeerscijfers zijn weergegeven in tabel 3.2.
6
Expertiseteam Stikstof en Natura 2000, Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2024.1, d.d. februari 2025, versie 1.
7
AUB = AdBlue-verbruik, Uren, Brandstofverbruik.
8
TNO rapport 2021 R12305.
4 | 10
Witteveen+Bos | 141856/25-014.651 | Definitief 03
Tabel 3.2 Vervoersbewegingen - beoogde situatie Categorie
Aantal bewegingen per dag
Aantal vervoersbewegingen per jaar
licht verkeer (personenauto’s)
10
3.120
middelzwaar vrachtverkeer (veegkippers)
15
4.693
zwaar vrachtverkeer (89 inzamelvoertuigen of vrachtwagens + 25 trailers of containercombi’s)
114
35.670
De verkeersbewegingen van het wegverkeer worden in AERIUS Calculator gemodelleerd als een enkele lijn van de projectlocatie tot de voertuigen opgaan in het heersend verkeersbeeld. Dit is het geval bij de A44. Het wegverkeer is gemodelleerd als ‘buitenweg’ op de delen waarop 60 km/uur mag worden gereden en als ‘Binnen bebouwde kom (doorstromend) op de delen waarop 50 km/uur wordt gereden. Op de projectlocatie is het wegverkeer gemodelleerd als ‘Wegverkeer - Binnen de bebouwde kom (stagnerend)’ om het manoeuvreren op de projectlocatie mee te nemen. Op de projectlocatie is het vrachtverkeer gemodelleerd in een lus.
3.1.3
Stationair draaien
In principe is er geen/beperkt sprake van stationair draaien. Dit gebeurt alleen op de weegbrug. De inschatting van het stationair draaien is gedaan door MeerVAB op basis van de huidige situatie (er zijn geen wijzigingen in stationair draaien voorzien). De gemiddelde stationaire draaitijd bij het wegen is geschat op één minuut per vrachtwagen bij het aankomen en één minuut per vrachtwagen bij het vertrekken. Bij het berekenen van de bijbehorende stikstofemissies zijn de emissiefactoren voor NOx en NH3 voor zwaar vrachtverkeer, stad stagnerend voor het jaar 2027 aangehouden in de gebruiksfase. Deze emissie wordt op de volgende manier berekend9: EF = EF stationair*Tijd stationair Waarbij geldt: - EF = de emissie bij stationair draaien van alle werktuigen (kg NOx of kg NH3/jaar); - EF stationair = emissiefactor tijdens stationair draaien (stad stagnerend) in g/u; - tijd stationair = tijd waarin de vrachtwagens stationair draaien (u/j). In 2027 bedragen de emissiefactoren van zware vrachtwagens (stad stagnerend) 89,57712 g NOx/uur en 0,8976 g NH3/uur en van middelzware vrachtwagens 60,9084 g NOx/uur en 0,7284 g NH3/uur. Het stationair draaien van vrachtwagens is in AERIUS gemodelleerd als vlakbron ‘Anders’ met standaard bronkenmerken. AERIUS-invoer Tabel 3.3 geeft de totale uitstoot door het stationair draaien van vrachtwagens weer.
9
Expertiseteam Stikstof en Natura 2000, Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2024.1, d.d. februari 2025, versie 1.
5 | 10
Witteveen+Bos | 141856/25-014.651 | Definitief 03
Tabel 3.3 Stikstofemissies door stationair draaien Type
Aantal vrachtvoertuigen
Totaal aantal uur stationair draaien
NOx emissies [kg/jaar]
NH3 emissies [kg/jaar]
middelzware vrachtwagens
2.347
78
4,8
0,1
zware vrachtwagens
17.835
594
53,3
0,5
3.1.4
Koude start
Voor voertuigen die gestart worden nadat ze twee uur of langer stil gestaan hebben dient daarnaast rekening gehouden te worden met de emissies die vrijkomen tijdens het opstarten (een koude start). Op basis van de intensiteiten en type voertuig en de daaruit volgende emissiefactoren berekent AERIUS de emissies van de koude start. Conservatief is voor alle 1.560 lichte voertuigen een koude start gemodelleerd. Het zwaar wegverkeer is ten behoeve van het aan- en afvoeren van materialen en materieel (laden/lossen). Deze voertuigen staan in principe niet langer dan twee uur stil.
3.2
Aanlegfase
Voordat de nieuwe hal in gebruik kan worden genomen, moet deze aangelegd worden. In deze paragraaf wordt de stikstofemissie tijdens de aanlegfase berekend. Tijdens de aanlegfase blijft MeerVAB nog wel in bedrijf, maar wordt een beperktere hoeveelheid afval (54.000 ton) per jaar verwerkt. De aanlegfase begint met het slopen van de achterste grondstoffenhal. Behalve de nieuwe hal wordt ook een nieuw beheerdersgebouw gebouwd en verandert de terreininrichting. De aanleg van de nieuwe hal geeft de meeste stikstofuitstoot. Tot slot wordt ook de voorste hal gesloopt.
3.2.1
Mobiele werktuigen voor bouw
Tijdens de bouwfase worden verschillende mobiele werktuigen gebruikt. De emissies zijn op dezelfde manier berekend als in paragraaf 3.1.1. De mobiele werktuigen zijn gemodelleerd als stage IV werktuigen. De bouwjaren van de mobiele werktuigen die gebruikt worden tijdens de aanlegfase zijn nog onbekend. Daarom is hiervoor worst-case 2014 aangehouden, het oudste jaar, waarin er stage IV werktuigen waren. De werktuigen zijn gemodelleerd per vermogensklasse.
Tabel 3.4 Overzicht mobiele wektuigen conform AUB-methode in de aanlegfase Materieel
Vermogen (kW)
Aantal draaiuren (uur/jaar)
Brandstofverbruik (liters/uur)
Brandstofverbruik (liters/jaar)
AdBlue-verbruik (liters/jaar)
hoogwerker
56
160
6,0
960
58
hoogwerker
56
160
6,0
960
58
torenkraan
265
160
27,1
4.336
260
torenkraan (voor de spoorkant)
265
48
27,1
hoogwerker
56
120
6,0
sloopfase
6 | 10
Witteveen+Bos | 141856/25-014.651 | Definitief 03
1.301 720
78 43
Materieel
Vermogen (kW)
Aantal draaiuren (uur/jaar)
Brandstofverbruik (liters/uur)
Brandstofverbruik (liters/jaar)
AdBlue-verbruik (liters/jaar)
hoogwerker
56
120
6,0
720
43
torenkraan
265
120
27,1
3.252
195
hoogwerker
56
160
6,0
960
58
hoogwerker
56
160
6,0
960
58
torenkraan
265
160
27,1
4.336
260
rupskraan
265
200
27,1
5.420
325
rupskraan
265
200
27,1
5.420
325
mobiele kraan
126
40
13,7
548
33
asfalt freesmachine
470
60
45,9
2.754
165
mobiele kraan
126
44
13,7
603
36
heimachine
183
66
18,2
1.201
72
manitou
42
8
4,6
37
--
mobiele kraan
126
40
13,7
548
33
grader
160
30
16,0
480
29
wals
64
30
6,7
201
12
torenkraan
265
6
27,1
163
10
hoogwerker
56
194
6,0
1.164
70
hoogwerker
56
194
6,0
1.164
70
torenkraan
265
160
27,1
4.336
260
hoogwerker
56
54
6,0
324
19
hoogwerker
56
54
6,0
324
19
torenkraan
265
47
27,1
1.274
76
torenkraan
265
160
27,1
4.336
260
heimachine
183
8
18,2
146
9
manitou
42
1
4,6
5
--
mobiele kraan
126
8
13,7
110
7
manitou
42
1
4,6
5
--
kraan
129
35
13,0
455
27
hoogwerker
56
35
6,0
210
13
hoogwerker
56
35
6,0
210
13
torenkraan
265
160
27,1
4.336
260
hoogwerker
56
5
6,0
30
2
hoogwerker
56
5
6,0
30
2
manitou
42
5
4,6
23
--
mobiele kraan
126
40
13,7
548
33
grader
160
120
16,0
1.920
115
wals
64
120
6,7
804
48
mobiele kraan
126
40
13,7
548
33
aanlegfase
7 | 10
Witteveen+Bos | 141856/25-014.651 | Definitief 03
Materieel
Vermogen (kW)
Aantal draaiuren (uur/jaar)
Brandstofverbruik (liters/uur)
Brandstofverbruik (liters/jaar)
AdBlue-verbruik (liters/jaar)
kleine wals
64
31
6,7
208
12
asfalteermachine
140
31
14,1
437
26
betonmixers
ZUT
47
--
--
--
3.2.2
Bouwverkeer
Tijdens de aanlegfase vinden stikstofemissies plaats door bewegingen van bouwverkeer. De manier van modelleren komt overeen als met het verkeer uit paragraaf 3.1.2. De hoeveelheid vrachtwagens tijdens de aanlegfase is door MeerVAB aangeleverd. Tijdens de sloopfase (drie maanden) zijn er vier personenauto’s per dag en tijdens het aanleggen (negen maanden) 10. Dit resulteert in 4.420 personenauto’s per jaar. In tabel 3.5 zijn de verkeersbewegingen in de bouwfase weergegeven.
Tabel 3.5 Vervoersbewegingen - bouwfase Categorie
Aantal voertuigen per jaar
Aantal vervoersbewegingen per jaar
2.210
4.420
689
1.378
licht verkeer zwaar vrachtverkeer
3.2.3
Stationair draaien
De vrachtwagens die voor de bouw komen draaien ook stationair en daarvoor is de tijdsduur door MeerVAB aangeleverd. Een deel van de vrachtwagens zijn echter betonmixers. Deze zijn gemodelleerd als ZUT. De emissieberekening is identiek aan die in paragraaf 3.1.3. De kentallen voor stationair draaien zijn echter wel anders, omdat het rekenjaar van de aanlegfase anders is dan van de gebruiksfase. In 2026 bedragen de emissiefactoren van zware vrachtwagens (stad stagnerend) 91,03176 g NOx/uur en 0,8976 g NH3/uur. Tabel 3.6 geeft de emissies van stationair draaien van bouwverkeer weer.
Tabel 3.6 Stikstofemissies door stationair draaien Type
Aantal vrachtvoertuigen
Totaal aantal uur stationair draaien
NOx emissies [kg/jaar]
NH3 emissies [kg/jaar]
vrachtwagens
503
16210
14,7
0,1
betonmixers
186
46,5
9,4
0,1
10
De meeste vrachtwagens draaien 15 minuten stationair, echter zijn er een beperkt aantal die 60 minuten stationair draaien (demontage panelen, dak en staalconstructie). Totaal aantal uur stationair draaien zoals aangegeven in tabel.
8 | 10
Witteveen+Bos | 141856/25-014.651 | Definitief 03
3.2.4
Koude start
Voor voertuigen die gestart worden nadat ze twee uur of langer stil gestaan hebben dient daarnaast rekening gehouden te worden met de emissies die vrijkomen tijdens het opstarten (een koude start). Op basis van de intensiteiten en type voertuig en de daaruit volgende emissiefactoren berekent AERIUS de emissies van de koude start. Conservatief is voor al het licht verkeer een koude start gemodelleerd. Het zwaar wegverkeer is ten behoeve van het aan- en afvoeren van materialen en materieel (laden/lossen). Deze voertuigen staan in principe niet langer dan twee uur stil.
3.2.5
Emissies uit de gebruiksfase tijdens de bouwfase
Tijdens de aanlegfase is het bedrijf nog steeds in gebruik. Er wordt echter aanmerkelijk minder afval verwerkt dan in de beoogde situatie, namelijk 54.000 ton/jaar in plaats van 100.000 ton/jaar. Het vrachtverkeer en de inzet van mobiele werktuigen zijn geëxtrapoleerd aan de hand van de hoeveelheden afval. Datzelfde geldt voor het stationair draaien van vrachtwagens in de gebruiksfase. In tabel 3.7 zijn de stikstofemissies tijdens de aanlegfase als gevolg van de gebruiksfase weergegeven.
Tabel 3.7 Overzicht emissiebronnen gebruiksfase tijdens de aanlegfase Bron gebruiksfase
Hoeveelheid gebruiksfase (2027)
Hoeveelheid gebruiksfase tijdens aanlegfase (2026)
mobiele werktuigen
628,0 kg NOx
346,5 kg NOx
vrachtwagenbewegingen zwaar*
35.670 bewegingen
19.262 bewegingen
vrachtwagenbewegingen middelzwaar*
4.693 bewegingen
2.534 bewegingen
personenautobewegingen*
3120 bewegingen
3.120 bewegingen
58,0 kg NOx
31,8 kg NOx
stationair draaien
* In de modellering in AERIUS is het externe verkeer van de gebruiksfase en de aanlegfase bij elkaar opgeteld.
3.3
Rekenmodel
De stikstofdepositieberekeningen zijn met het wettelijke rekeninstrument AERIUS Calculator versie 2024.2.1 uitgevoerd. De rekenmethode is in beheer van het RIVM. AERIUS berekent de bijdrage aan de stikstofdepositie (in mol/ha/jr) op alle stikstofgevoelige habitattypen binnen Natura 2000-gebieden en geeft weer waar deze bijdragen meer dan 0,00 mol/ha/ zijn. Bij het beoordelen van een stikstofdepositie onderzoek gaat het bevoegd gezag uit van de meest recente versie van AERIUS, zoals beschikbaar op www.aerius.nl. Versie 2024.2.1 van AERIUS is op het moment van schrijven van dit rapport de meest actuele versie.
9 | 10
Witteveen+Bos | 141856/25-014.651 | Definitief 03
4
RESULTATEN EN CONCLUSIE
Op basis van de bovenstaande gegevens zijn in AERIUS twee berekeningen uitgevoerd voor de aanlegfase en de gebruiksfase. Deze berekeningen zijn bijgevoegd als bijlage I en II. Uit de berekening voor zowel de beoogde situatie als de aanlegfase blijkt een toename in stikstofdepositie op drie Natura 2000-gebieden, namelijk Kennemerland-Zuid, Meijendel & Berkheide en Coepelduynen. De maximale stikstofdepositietoename bedraagt 0,06 mol N/ha/jaar. Op basis van deze resultaten kan op voorhand niet uitgesloten worden dat negatieve effecten op Natura 2000-gebieden optreden ten gevolge van stikstofdepositie. Uit een ecologische voortoets moet blijken of voor dit project een natuurvergunning nodig is.
10 | 10
Witteveen+Bos | 141856/25-014.651 | Definitief 03
I BIJLAGE: AERIUS BEREKENING GEBRUIKSFASE
Witteveen+Bos | 141856/25-014.651 | Bijlage I | Definitief 03
II BIJLAGE: AERIUS BEREKENING AANLEGFASE
Witteveen+Bos | 141856/25-014.651 | Bijlage II | Definitief 03