CConstaterende datTeylingen
Koppel je AI →
Document · PDF

2. TAM-OP H22a Langeveld Sassenheim_vastgesteld-03-Regeling.pdf - TAM-OP H22a Langeveld Sassenheim_

Gemeenteraad 26 februari 2026, gemeente TeylingenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststellen TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Langeveld, Sassenheim9.959 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van waarde – categorie 6', als de activiteiten in de bodem worden verricht dieper dan 30 centimeter onder maaiveld en over een (totale) oppervlakte groter dan 500 m2; en 2. Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing als: a. de activiteiten het gewone onderhoud betreffen, met inbegrip van onderhoud- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen binnen bestaande tracés van kabels en leidingen; of b. de activiteiten ten dienste van het archeologisch onderzoek worden uitgevoerd. Artikel 5.5 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning werken en werkzaamheden 1. Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een tekening of ingetekende luchtfoto met daarop de locatie van de graafwerkzaamheden; en b. een rapport van een archeologisch onderzoek, waarin de archeologische waarde van die locatie is vastgesteld; en c. ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van waarde – speciaal 1’ gegevens inzake de technische maatregelen, waaronder mede is begrepen archeologisch vriendelijk bouwen, waardoor archeologische waarden kunnen worden behouden (behoud in situ). 2.

Het bevoegd gezag kan besluiten dat het overleggen van een rapport van een archeologisch onderzoek, bedoeld in het eerste lid, onder b, niet vereist is, als de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate op een andere wijze is vastgesteld. 3. Een archeologisch onderzoek, bedoeld in het eerste lid, onder b wordt uitgevoerd op basis van een Programma van Eisen dat: a. is opgesteld overeenkomstig de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie; b. is goedgekeurd door het bevoegd gezag; en c. aangeeft op welke wijze de voorwaarden die aan de omgevingsvergunning worden verbonden worden uitgevoerd. Artikel 5.6 Beoordelingsregels omgevingsvergunning werken en werkzaamheden 1. De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als: 21

a. er geen archeologische waarden zijn te verwachten of kunnen worden geschaad; of b. schade door de grondroerende activiteiten kan worden voorkomen of voldoende kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de omgevingsvergunning te verbinden voorschriften. 2. In afwijking van het eerste lid wordt de omgevingsvergunning binnen de aanduiding ‘specifieke vorm van waarde – speciaal 1’ verleend, als activiteiten in de bodem worden verricht door: a. het uitvoeren van opgravingen, inclusief het conserveren van de archeologische resten en het opstellen van een eindrapportage; of b. het treffen van technische maatregelen, waaronder mede wordt begrepen archeologisch vriendelijk bouwen, archeologische waarden kunnen worden behouden (behoud in situ). c. een archeologisch onderzoek, bedoeld in het tweede lid onder a. wordt uitgevoerd op basis van een Programma van Eisen dat: 1. is opgesteld overeenkomstig de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie; 2. is goedgekeurd door het bevoegd gezag; en 3. aangeeft op welke wijze de voorwaarden die aan de omgevingsvergunning worden verbonden worden uitgevoerd. 3. In afwijking van het eerste lid wordt de omgevingsvergunning binnen de aanduiding ‘specifieke vorm van waarde – speciaal 2’ verleend, als activiteiten in de bodem worden verricht onder begeleiding van een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg.

Hoofdstuk 6 Waterkering Afdeling 6.1 Beperkingengebied met betrekking tot de waterkering Artikel 6.1 Toepassingsbereik Deze afdeling gaat over activiteiten binnen de locatie ‘ Waterstaat – Waterkering’. Artikel 6.2 Aanwijzing Er is een locatie ‘Waterstaat – Waterkering’.. Artikel 6.3 Oogmerk De regels in dit hoofdstuk zijn opgesteld met het oog op de instandhouding, het onderhoud of de bescherming en van de regionale waterkering. Artikel 6.4 Aanwijzing vergunningplicht 1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning de volgende activiteiten te verrichten: a. het bouwen van bouwwerken; b. het aanbrengen van verharding; c. het dempen van watergangen; d. graven; of e. het ophogen van gronden. 2. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op activiteiten noodzakelijk voor de instandhouding, het onderhoud of de bescherming van de waterkering. Artikel 6.5 Bijzondere aanvraagvereisten 1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een omschrijving van de aard en de omvang van de activiteit; b. een beschrijving van de gevolgen van de activiteit op de werking van de waterkering; en c. het schriftelijk advies verkregen van de beheerder van de waterkering. Artikel 6.6 Beoordelingsregels omgevingsvergunning 1. De omgevingsvergunning wordt geweigerd als: 22

a. b.

door de activiteit onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de belangen van de waterkering en de waterhuishouding; of geen schriftelijk advies is verkregen van de beheerder van de waterkering.

Hoofdstuk 7 Overgangsrecht Artikel 7.1 Overgangsrecht bouwwerken 1. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het hoofdstuk aanwezig of in uitvoering is, danwel gebouwd kan worden op grond van een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het hoofdstuk, kan, als deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; of b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, als de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is tenietgegaan. 2. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van bepaalde in het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk met maximaal 10%. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het hoofdstuk, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. Artikel 7.2 Overgangsrecht gebruik 1. Het gebruik van locaties en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het hoofdstuk en hiermee in strijd is, kan worden voortgezet. 2.

Het is verboden het met het plan strijdige gebruik te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat hoofdstuk strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 3. Als het gebruik na de inwerkingtreding van het hoofdstuk voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 4. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat al in strijd was met het voorheen geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

23

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Teylingen&id=4e50b06e-00d4-455b-927a-229f0fd51936